CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

V VVD - Beleidskader deelmobiliteit.docx

Commissie Fysieke leefomgeving 20 maart 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Vaststellen Wijkmobiliteitsplannen en nota grote en zware voertuigen (beeldvorming deel I)882 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp

: VVD, Kevin de Jonge : 19 maart 2023 : Beleidskader deelmobiliteit

Datum antwoord :

Vragen: 1. Hoe wordt omgegaan met reguliere/bestaande parkeervoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van stalling van deelvoertuigen/deeltweewielers? Gaat dit deelmobiliteitsbeleid ten koste van bestaande parkeervoorzieningen en mogen er bijvoorbeeld reguliere autoparkeerplaatsen worden omgevormd naar parkeervoorzieningen voor deeltweewielers? 2. Hoe wordt aangekeken tegen de huidige zichtbare instabiliteit in de markt voor aanbieders van deelmobiliteit, waar er voorbeelden zijn dat deelaanbieders zich uit een deelgebied terugtrekken of failliet gaan? 3. P6., 2.2. Huidig Aanbod: ‘’het aanbod deelvervoer in Gouda bestaat op dit moment uit deelauto’s en OV-fietsen.’’ Kan inzichtelijk worden gemaakt op welke locaties deze deelvoertuigen nu worden ingezet en wat de gebruikersfrequentie is? 4. P6., 2.2. Huidig Aanbod: In hoeverre kan op basis van vorenstaande ook geobjectiveerd worden aangegeven welke mobiliteitsvormen niet meer gebruikt worden, wanneer gebruikers, van in de tekst genoemde deelvoertuigen, kiezen voor een deelauto? 5. P6., 2.2. Huidig Aanbod: Hoe verhoudt het elektrificeren van deze deelmobiliteitsvloot zich tot de huidige en toekomstige voertuig-laadinfrastructuur in de stad? 6. P7., 2.3. Gebruik Deelvervoer: Er wordt in de onderzoeken veelal gerefereerd aan de situaties in Amsterdam, Den Haag en Groningen.

In hoeverre is meegewogen dat deze steden, mede door hun studie/universiteitsstatus, een compleet andere demografie kennen? 7. P7., 2.3. Gebruik Deelvervoer: Naast vorenstaande, in hoeverre wordt in de overwegingen meegenomen dat dergelijke steden veel groter zijn, waardoor de behoefte aan binnenstedelijk vervoer ook sterker is dan in kleinere/meer compacte steden? 8. P7., 2.3. Gebruik Deelvervoer: op basis van vorenstaande twee vragen, in hoeverre is de benchmark als onderdeel van het beleidskader representatief? 9. P12., 3.1. Beleidskeuzes: ‘’Deelvervoer zal het mobiliteitsaanbod voor Gouwenaren en bezoekers verrijken en de auto minder noodzakelijk te maken.’’ In hoeverre kunnen bezoekers ook gebruik maken van deelvervoer, ook wanneer dit ten koste gaat van parkeervoorzieningen van inwoners? 10. P13., 3.1. Beleidskeuzes: ‘’De overlast van deelauto’s is dusdanig klein en de huidige regulering is toereikend genoeg. ’’Op veel ontwikkelingen is gekozen voor doorvoeren van deelmobiliteit, hoe wordt deze onzekere toename bezien in het licht van mogelijke overlast en het toereikend genoeg zijn van maatregelen? 11. P14., 3.2.

‘’Deeltweewielers’’: ‘’Om actieve mobiliteit te stimuleren en korte autoritten te verminderen, zet Gouda vooral in op deelfietsen en deelbakfietsen.’’ Bestaat er een onderzoek dat onderschrijft dat deel(bak)fietsen het autogebruik op korte ritten verminderd? 12. P14., 3.2. ‘’Deeltweewielers’’: ‘’Om overlast te voorkomen, worden de parkeermogelijkheden sterk beperkt in en om de Spoorzone, binnenstad en singels. Middels een plaatsingsplan wijzen we in deze en mogelijk andere overlastgebieden specifieke parkeer-hubs aan waar deeltweewielers achtergelaten moeten worden.’’ Op basis van welke objectieve afweging wordt gekozen voor (enkel) deze gebieden?

13. P15., 3.2. ‘’Deeltweewielers’’: ‘’Deelscooters worden geweerd uit de binnenstad, de singel-rand en het stationsgebied, op specifieke hubparkeerlocaties na (zie ook beleidskeuze 10). Daarnaast worden deelscooters alleen toegelaten indien ze in regionale ritten kunnen voorzien.’’ In hoeverre is te objectiveren dat vorenstaande voorwaarden een haalbare businesscase oplevert voor aanbieders en het daarmee voorziet in een behoefte? 14. P15., 3.2. ‘’Deeltweewielers’’: ‘’Verleende deeltweewielervergunningen volgen een ‘ingroei-model’ waarbij de eerste twee maanden van de vergunning het aantal voertuigen dat in bedrijf is niet meer mag zijn dan 60% van het vergunde aantal voertuigen.’’ Op basis van welke objectieve informatie kan verwacht worden dat een percentage hoger dan 60% tot overlast kan leiden? 15. P15., 3.2. ‘’Deeltweewielers’’: ‘’ Er wordt gestart met een vergunning voor maximaal 2 jaar waarbij op basis van de APV-vergunningen worden verleend aan maximaal twee deelfietsaanbieders, maximaal één deelscooteraanbieder en maximaal één deelbakfietsaanbieder.’’ Hoe wordt gewaarborgd dat met vorenstaande beleidskeuze een eerlijk stelsel voor vergunningsverlening kan plaatsvinden? 16. P22., 3.4. deelvervoer bij gebiedsontwikkelingen: Het stadsbrede aanbod functioneert als aanvullende schil op de vraag van nieuwe bewoners en aangrenzende woonwijken.

Kan het daarmee zijn dat aan een ontwikkeling verbonden parkeerplaatsen en deelmobiliteit ten gunste wordt gesteld voor de gehele stad/gebruikers, waarmee er een theoretische kans bestaat dat de parkeerdruk nog hoger wordt, omdat er voor bewoners dan een tekort aan aanbod in deelvervoer ontstaat? 17. P23., 3.4 deelvervoer bij gebiedsontwikkelingen: ‘’Voorafgaand aan de projectontwikkeling buiten het betaald parkeerregime geeft de projectontwikkelaar/belegger een borgstelling af. Indien na realisatie van het project de parkeerdruk in de omliggende omgeving is toegenomen, dient de ontwikkelaar/belegger het aanbod van deelvervoer aantrekkelijker te maken (bijv. door de inzet van campagnes) of elders externe parkeerruimte in te kopen. Bij afgifte omgevingsvergunning neemt de gemeente de voorwaarde op dat woningen op de lijst “geen recht op parkeervergunning (grop)” worden geplaatst bij invoering parkeerregulering.’’ In hoeverre vormt deze maatregel objectiveerbaar een belemmering in een aantrekkelijke businesscase voor ontwikkelaars? 18. P23., 3.4 deelvervoer bij gebiedsontwikkelingen: ‘’Om in Gouda de kennis te borgen over deelvervoer bij gebiedsontwikkelingen en in de bestaande stad, gaat Gouda ook verkennen of het mogelijk is een stichting op te richten.

Deze stichting wordt dan het aanspreekpunt voor ontwikkelaars, aanbieders en gebruikers en voert het beleid Deelvervoer uit voor de gemeente. De stichting promoot deelvervoer, houdt alle initiatieven en projecten in beeld en helpt hen met het organiseren en inrichten van hubs.’’ Hoe zal deze stichting vormgegeven worden, en welke exacte verantwoordelijkheden zal deze stichting dragen?

Antwoorden:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=560e36ff-e9a4-46b7-b241-8fc823e5f501