TV VVD Omgevingsvisie-beantwoord.docx
Tekst van het document
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp
: VVD, Kevin de Jonge : 3 februari 2022 : Omgevingsvisie Gouda
Datum antwoord :
Vragen: Integrale planvorming en beleidssamenhang: 1. Kan er een overzicht gedeeld worden inzake alle samenhangende planfiguren, zodat voor de raad goed te doorgronden is op welke beleidsterreinen en beleidsdocumenten deze visie van invloed is en vice versa? Beantwoording Deze figuur is eerder gedeeld met de Raad (02/2021, 4746 Bestuurlijke planning Programma Omgevingswet). De beleidscyclus onder de Omgevingswet gaat uit van “programma’s” voor de documenten die nu veelal beleidsnota worden genoemd. In de komende tijd zal worden uitgewerkt waarvoor een programma moet worden opgesteld en wat van het bestaande beleid al dan niet als programma kan worden aangemerkt.
2. Zijn er knelpunten c.q. spanningsvelden waar te nemen tussen deze omgevingsvisie en andere (vigerende) planfiguren ofwel visies, verordeningen en plannen? Beantwoording In deze omgevingsvisie is bestaand beleid integraal opgenomen op hoofdlijnen. Sectorale visies en plannen kunnen hiernaast voorlopig blijven bestaan. De verordeningen op het gebied van de fysieke leefomgeving zijn in een eerder stadium al gebundeld tot één verordening voor de fysieke leefomgeving (VFLO). 3. Er is niet één op één aan te geven welke beleidsdocumenten komen te vervallen, maar hoe wordt voorkomen dat we een lacune in beleid ofwel dubbel (tegenstrijdig) strategisch beleid hanteren? Beantwoording In deze omgevingsvisie is bestaand fysiek georiënteerd beleid integraal opgenomen op hoofdlijnen. Bij de toekomstige uitwerking hiervan kan het voorkomen dat we tegenstrijdigheden signaleren met bestaand sectoraal beleid. Niet alles kan immers tegelijkertijd op dezelfde plek. Wanneer we tegenstrijdigheden signaleren, dan zal op dat moment een keuze worden gemaakt en kan eventueel ‘oud’ beleid worden ingetrokken. Door verdere uitwerking van de visie heffen we eventuele lacunes in beleid op.
4. Wij zien met de Goudse Waarden en de Goudse opgaven dat er richting gegeven wordt aan het omgevingsbeleid in de stad. In hoeverre is er in de omgevingsvisie vastgelegd hoe we ons tot onze inwoner willen verhouden als overheid? Beantwoording Onder de Omgevingswet krijgen gemeenten meer lokale en bestuurlijke afwegingsruimte, waardoor zij maatwerk kunnen leveren en de besluitvorming kunnen verbeteren. Hoe de gemeente Gouda zich verhoudt tot de inwoners van Gouda kan verschillen per thema en opgave, dit wordt opgenomen in de sturingsfilosofie. Na vaststelling van de visie wordt dit verder uitgewerkt. In de kern van de Omgevingswet zit ook meer ruimte voor initiatief.
Kwaliteitscyclus, agendering en procedures 5. Er is een groot belang bij het leren werken in de geest van de omgevingswet. Hierbij is het tot stand komen van een eerste definitieve versie van de omgevingsvisie belangrijk. Op welke wijze wordt beoogd om de omgevingsvisie door te ontwikkelen, worden daarbij bijvoorbeeld vaste evaluatiemomenten opgenomen? Beantwoording De Omgevingsvisie kan worden aangepast wanneer omstandigheden daar om vragen en/ of op vaste momenten. Dit wordt door de wetgever niet voorgeschreven en kan naar eigen inzicht van de raad worden bepaald. 6. Tijdens en naar aanleiding van de behandeling van de werkversie Omgevingsvisie op 7 februari 2021 is veel input geleverd door de fracties. Nu is het echter zoeken naar wat er met de input gedaan is. Middels deze vraag een verzoek tot overzicht en verantwoording van de door de gemeenteraadsfracties aangedragen input? Beantwoording
Dit wordt toegevoegd aan de vergaderstukken. 7. Gouda wordt neergezet als initiatiefrijk, welke kaders biedt de omgevingsvisie om de omgevingsvisie ook daadwerkelijk met de gehele stad te ontwikkelen?
Beantwoording De manier waarop de gemeente participatie regelt is in principe vormvrij. Hoe de gemeente om gaat met participatie bij de verdere uitwerking van de visie zal per thema/ gebied worden bepaald. Het recent vastgestelde participatiebeleid biedt daarvoor houvast. De manier waarop de voorliggende Omgevingsvisie tot stand is gekomen biedt in ieder geval een mooi voorbeeld van een samen met de stad opgestelde visie. Omgevingsvisie Veiligheid 8. Op welke wijze is het veiligheidsbeleid verwerkt in de Omgevingsvisie, we zien de term veiligheid vaker genoemd worden, maar missen dan een uitgebreidere visie op het fysieke domein in relatie tot fysieke veiligheid (brandveiligheid, waterveiligheid, tegengaan criminaliteit middels maatregelen in de openbare ruimte etc.)? Met andere woorden, hoe kunnen omgevingsbeleid en veiligheidsbeleid elkaar op strategisch vlak versterken? Beantwoording Een van de doelstellingen van de Omgevingswet en dus ook van de Omgevingsvisie is een veilige leefomgeving in de brede zin zoals in de vraag genoemd. Ondanks dat hier in de Omgevingsvisie geen systematische uiteenzetting over is gegeven is het een vast onderdeel bij de planvorming voor de fysieke leefomgeving, Onder het regime van de Omgevingswet zal dit nog nadrukkelijker een plek krijgen, net als in het kader van het IVB. 9.
Veiligheid in bestaand ruimtelijk perspectief: in de omgevingsvisie wordt in het kader van ruimtelijke veiligheid vooral ingegaan op nieuwbouw of ruimtelijke herstructurering. Wordt er ook invulling gegeven aan voornoemde koppeling in wijken zonder dat er een forse ruimtelijke ontwikkeling beoogd is? Beantwoording Dit speelt vooral bij herinrichtingen van de openbare ruimte, of bij de aanpak van verkeersknelpunten. Dan wordt altijd bezien of de situatie veiliger kan worden gemaakt als er op dat punt een knelpunt bestaat. Infrastructuur en mobiliteit 10. Bereikbaarheid in integrale zin: hoe zorgen we nu dat Gouda, in ruimtelijke zin, bereikbaar blijft over de weg, per spoor en over het water? Wat is de visie op de samenhang tussen deze vervoersstromen op stadsniveau? 11. In hoeverre wordt er gekeken naar de effectiviteit, robuustheid en toekomstbestendigheid van vervoersvormen als openbaar vervoer en deelmobiliteit. 12. Wordt nader uitgewerkt op welke wijze de genoemde mobiliteitsverschuiving beoogd is? Zo ja, op welke wijze, zo nee, waarom niet? Beantwoording Een van de keuzes in de Omgevingsvisie gaat over duurzame mobiliteit. In feite is hier met het opstellen van de Omgevingsvisie en het Verkeerscirculatieplan een parallel spoor gevolgd. De
sectorale visie uit het Verkeerscirculatieplan is in een aantal hoofdlijnen overgenomen in de Omgevingsvisie. De vragen die worden gesteld zijn in het Verkeerscirculatieplan beantwoord. 13. Op welke feiten of argumentatie is de stelling op pagina 29 dat: ‘’door afname van autoverkeer het mogelijk is om verhardingsoppervlak en parkeerruimte te reduceren’’?
Beantwoording Bedoeld is dat in delen van de stad afname van autoverkeer wordt beoogd (Binnenstad) en dat bij nieuwbouwontwikkelingen gestuurd wordt op minder parkeerplaatsen en minder autobezit. Dat schept mogelijkheden voor minder verharding. Meer algemeen ziet de omgevingsvisie door mobiliteitsvernieuwing op termijn een afname van het parkeeroppervlak van de stad (parkeerfootprint). 14. In hoeverre kan er spanning ontstaan tussen de ‘’strategische ligging’’ waar specifiek de snelwegen zijn aangeduid in relatie tot de ambities in het kader van verminderen van auto’s in Gouda? Beantwoording Het mooie van Gouda is dat de stad zowel per auto als per trein goed bereikbaar is. Dat is niet direct een spanningsveld. De mogelijkheden van de trein worden met het bouwen in de Spoorzone maximaal benut, waardoor bewoners waarschijnlijk vaker voor de trein kiezen dan voor de auto. En we zetten in op deelmobiliteit en de kracht van de fiets. 15. In hoeverre wordt er bij de ontwikkeling van duurzame mobiliteit, specifiek bij treingebruik, gekeken naar externe invloeden voor de bereikbaarheid zoals de problemen bij de landelijke organisaties en de gevolgen hiervan voor de betrouwbaarheid van deze netwerken? Beantwoording De frequentie van het aantal treinen dat vertrekt en aankomt in Gouda is hoog. Bovendien is de dienstregeling de laatste jaren behoorlijk betrouwbaar.
Overmacht kan in geen enkele visie worden ondervangen. Ruimtelijke ordening en wonen 16. ‘’Compacte stad met bruisend historisch centrum en rustige randen’’. Hoe verhouden deze rustige randen zich tot de ambitie om ook op Goudse schaal festiviteiten te organiseren terwijl men hier veelal tegen beperkingen aanloopt? Beantwoording De organisatie van festiviteiten moet altijd in goed overleg gebeuren met de buurt en wordt gereguleerd met een vergunning, en beperkt zich in aantallen. 17. In hoeverre wordt er gewerkt aan multifunctioneel ruimtegebruik, stapelen van functies en nieuwe ondernemingsvormen in de omgevingsvisie? Beantwoording Multifunctioneel ruimtegebruik is een van de instrumenten die in de Omgevingsvisie worden genoemd om functies te kunnen combineren. Op dit moment speelt dat vooral in de Spoorzone waar met gebouwd parkeren en groen op het dak van de parkeervoorziening combinaties
worden gemaakt die ruimtebesparend en kwaliteitsverhogend werken. Ook rond bedrijventerreinen wordt ingezet op effectief benutten, evenals bij onderwijshuisvestingsprojecten zoals combineren van woningen, scholen en kinderopvang in Westergouwe. 18. Er zullen de komende jaren nog vele woningen worden bijgebouwd a. Is er daarbij een overzicht van alle ontwikkellocaties met de nu bekende woningsegmenten? b. In hoeverre wordt er verder gekeken naar locaties en mogelijkheden waar we deze strategische ontwikkeling kunnen blijven doorvoeren, daar de bevolkingsgroei ook niet zal stagneren? Beantwoording Binnenkort zal de Regionale projectenlijst woningbouw met de raad worden gedeeld. Daarop is een overzicht te zien van het geprognotiseerde aantal woningen tot 2030, uitgesplitst per locatie. De verdeling van woningsegmenten is daarop niet te zien. De gemeente stuurt hierop conform de beoogde verdeling uit de Woonzorgvisie. 19. Hoe wordt er nader uitwerking gegeven aan slim ruimtegebruik en stapeling van functies? Beantwoording Zie het antwoord hierboven. De komende jaren zal worden bezien hoe we hier nog meer invulling aan kunnen geven. Ondernemen 20. In hoeverre wordt onder een sterk vestigingsklimaat voor moderne bedrijvigheid: a. Enerzijds invulling gegeven aan nieuwe en/of innovatieve vormen van moderne bedrijvigheid, en wat is conform deze visie de rol van de overheid daarin? b.
Gekeken naar mogelijkheden, flexibiliteit en regeldruk voor gevestigde en nieuwe ondernemers? Beantwoording In de regionale en Goudse economische agenda, evenals in het kader van Campus Gouda en de uitvoering daarvan wordt invulling gegeven aan deze thema’s. Duurzaamheid 21. In hoeverre is binnen de verduurzamingsambitie in de omgevingsvisie ruimte voor innovatie energieoplossingen? 22. In hoeverre wordt er gekeken naar innovatieve infrastructuur voor bestaande schonere toepassingen van de auto zoals de laad-infrastructuur of de mogelijkheid van tankstations met alternatieve brandstoffen? 23. Naast het duurzaamheidsaspect zien we natuurlijk ook het leefbaarheidsaspect, maar in hoeverre kan afvalbeleid invloed hebben op deze twee aspecten? 24. Hoe verhouden de duurzaamheidsambities in de omgevingsvisie zich tot de rolopvatting van de overheid? Beantwoording Er is alle ruimte voor innovatieve energieoplossingen en laadinfrastructuur/ alternatieve brandstoffen. Randvoorwaarde is wel steeds dat een veilige, gezonde en fraaie leefomgeving geborgd is.
De basiselementen van het afvalbeleid zijn inderdaad steeds de leefbaarheid en de duurzaamheid. Voor de warmtetransitie van woningen en bedrijven heeft de gemeente een verantwoordelijkheid die is beschreven in de Transitievisie Warmte. De Omgevingswet is, “met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit” (citaat artikel 1.3 Omgevingswet). Daarmee is de rol van de overheid een gegeven.
Waterbeleid 25. We zien een paragraaf inzake de integrale benadering van water, met deze keuze zijn wij erg content, maar in hoeverre zijn aspecten als drinkwater, waterkwaliteit en water gerelateerde mobiliteit meegenomen? 26. Hoe verhoudt de acceptatie van bodemdaling zich tot een toekomstbestendige binnenstad? 27. In hoeverre worden bevindingen naar aanleiding van de overstromingen in Limburg van juli 2021 in planvorming meegenomen aangaande (meerlaagse)waterveiligheid. Beantwoording De zorg voor voldoende en schoon drinkwater is uiteraard ook de zorg van de gemeente. De gemeente is ook aandeelhouder van Oasen, die hiervoor primair verantwoordelijk is. Met de doelstelling om meer ecologische oevers aan te leggen (paragraaf 7.3) wordt de waterkwaliteit verbeterd. Mobiliteit over het water is voor de bedrijvigheid belangrijk. Voor het personenvervoer is de reistijd moeilijk concurrerend te krijgen met de auto, trein of fiets. Het vormt op dit moment dus nauwelijks een bruikbaar alternatief. Het door de raad vastgestelde KBB beschrijft de relatie tussen bodemdaling en een toekomstbestendige binnenstad. We versterken onze kennis positie terzake via onze inzet op het Kenniscentrum Bodemdaling en het living lab bodem & technologie van Campus Gouda. Plan MER Effecten van voorgenomen beleid 28.
In de MER wordt onder de effecten van voorgenomen beleid een trend met risico’s in het veiligheidskader gezien. Op welke wijze kunnen de veiligheidsregio’s ondervangen worden? 29. Ook op bereikbaarheid en werkgelegenheid worden deze risicofactoren benoemd. In hoeverre worden deze risico’s ontvangen in voornoemde sectoren. 30. In hoeverre kan de onbalans in het rad van de leefomgeving zorgen voor risico’s voor de stad Gouda? En in hoeverre kan dit ondervangen worden? Beantwoording Bij veiligheid geldt dat dit is geformuleerd in termen van “risico’s”. Dit betekent dat onzeker is of de risico’s zich daadwerkelijk, maar dat bij de uitwerking van het omgevingsbeleid dit aspect aandacht verdient (bijvoorbeeld geen kwetsbare groepen huisvesten in de nabijheid van het spoor, of zorgen voor verkeersveiligheid bij drukke wegen). Op bereikbaarheid en werkgelegenheid zijn juist positieve effecten te verwachten. Het rad voor de leefomgeving is een hulpmiddel om te zien waar kansen en risico’s liggen en waar dus op gelet moet worden bij de uitwerking van het omgevingsbeleid.
Nota van beantwoording Gouda Onderneemt 31. In hoeverre zijn werkgelegenheid en de rol van de Goudse ondernemers voor onze vitale en levendige stad verder bestendigd in de omgevingsvisie? Beantwoording In de opgaven en keuzes voor de leefomgeving speelt dit een belangrijke rol. Een sterke economie is van vitaal belang voor Gouda. De bedrijventerreinenvisie en economische agenda’s geven daar o.a. nader invulling aan. Veiligheidsregio Hollands Midden 32. In hoeverre komen de 4 omgevingswaarden en bijbehorende ontwerpprincipes vanuit de Visie VRHM Omgevingsvisie terug in de Goudse omgevingsvisie. Beantwoording Omdat veiligheid een van de vele thema’s uit de Omgevingsvisie is, is de visie niet volgens het door de Veiligheidsregio geadviseerde model opgezet. De kernwaarden en ontwerpprincipes uit de Visie VRHM Omgevingsvisie zullen wel worden bestudeerd op toepasbaarheid bij de regelgeving in het omgevingsplan.