TV VVD 211206 Ridder van Catsweg
Tekst van het document
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp
: VVD, Kevin de Jonge : 2 december 2021 : Wijzigingsbesluit BP Ridder van Catsweg 683
Datum antwoord : 06-12-2021
Vragen: 1. Wat zou instemming of weigering met dit wijzigingsbesluit concreet betekenen voor de verdere rechtsgang inzake het Wijzigingsbesluit BP Ridder van Catsweg 683? 2. Middels het raadsvoorstel wordt de voorzieningenrechter verzocht om, met toepassing van artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht, de schorsing op het bestemmingsplan ‘Ridder van Catsweg 683, Gouda’ op te heffen. Wat kan hierbij ondernomen worden, anders dan wanneer de voorlopige voorziening in stand blijft en de beroepsprocedure bij de ABRvS wordt afgewacht? 3. Wat zijn de gevolgen van het nu opheffen van de schorsing op het bestemmingsplan ‘Ridder van Catsweg 683, wanneer in de beroepsprocedure bij de ABRvS de gemeente alsnog in het ongelijk wordt gesteld?
Antwoorden: 1. Voor de behandeling van het bestemmingsplan “Ridder van Catsweg 683, Gouda” door de Raad van State in de beroepszaak die nog aanhangig is, maakt het an sich niet uit: de Afdeling maakt haar eigen afwegingen in de voortgang van het proces. Met het instemmen met het wijzigingsbesluit vinden aanpassingen plaats van punten, die voor de voorzieningenrechter aanleiding waren om de voorlopige voorziening toe te kennen. De aanpassingen met het wijzigingsbesluit komen zodoende tegemoet aan de door de voorzieningenrechter gesignaleerde punten en maken het bestemmingsplan op deze onderdelen robuuster, wat ten goede kan komen aan de instandhouding van het bestemmingsplan in de beroepsprocedure bij de Raad van State. Dit kan een aanzienlijke tijdswinst opleveren versus het afwachten van de beroepsprocedure om alsdan eventueel te moeten werken aan een herstelbesluit. En het wijzigingsbesluit komt tegemoet aan de belangrijkste zorgen van enkele omwonenden. 2. Met het opheffen van de schorsing treedt het bestemmingsplan in werking en is er de mogelijkheid om de omgevingsvergunning die op 30 juni 2021 is aangevraagd, aan het bestemmingsplan te toetsen en te verlenen. Als de voorlopige voorziening in stand blijft, zal dat pas gedaan kunnen worden als de Raad van State uitspraak heeft gedaan over de ingestelde beroepen tegen het bestemmingsplan.
In de tussentijd ligt het project dan stil en worden er geen voorbereidende werkzaamheden verricht. Bouw en oplevering van woningen zal dan ook verder vertragen. Op zich zelf staande aanvragen om een omgevingsvergunning voor een activiteit als slopen kan wel behandeld en verleend worden.
3. Op grond van artikel 6:19 Awb beslaat het lopende beroep tegen het bestemmingsplan ook het voorliggende wijzigingsbesluit. Daarnaast kan tegen deze wijziging apart beroep worden ingesteld. Het wijzigingsbesluit beslaat daarnaast het besluit om de Raad van State te verzoeken om de schorsing op het bestemmingsplan op te heffen. Met het opheffen van de schorsing treedt het bestemmingsplan in werking en kan de omgevingsvergunning voor de ontwikkeling van het project getoetst en verleend worden. Zou vervolgens alsnog blijken dat in de beroepsprocedure de gemeente in het ongelijk wordt gesteld, dan zou dat tot gevolg kunnen hebben dat de verleende omgevingsvergunning ook niet in stand kan blijven.