CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

TV D66 Omgevingsvisie-beantwoording.docx

Raadsvergadering 23 februari 2022, gemeente GoudaBij agendapunt: Omgevingsvisie2.479 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord

: : : : :

Mieke Kars – D66 Gouda 3 februari 2022 Omgevingsvisie Cecile Bus

Technische vragen Nav Werkversie Omgevingsvisie 7 februari 2021 1. Tijdens de bespreking op 7 februari 2021 hebben de verschillende fracties hun beelden en vragen meegegeven aan het college. Wat is er met deze input gedaan? Kan aangegeven worden wat op welke manier verwerkt is? Beantwoording De input kon grotendeels worden verwerkt. Aan de stukken wordt een document toegevoegd waarin is aangegeven welke punten niet verwerkt zijn en waarom. 2. De werkversie is op verschillende momenten besproken met de AOK. Wat was de zienswijze van de AOK? Kan deze gedeeld worden en aangegeven worden op welke manier de reactie is verwerkt? Beantwoording De AOK heeft waardering uitgesproken voor de compleetheid van de visie, maar doet de aanbeveling om de Goudse identiteit en de daarmee samenhangende kwaliteit van stedenbouw en architectuur goed te definiëren, om hierop te kunnen voortbouwen bij het realiseren van de opgaven voor de leefomgeving. Ook wordt meer aandacht gevraagd voor ontwerpkwaliteit van gebouwen en openbare ruimte. De AOK vindt dat element nog te mager in de huidige werkversie. Daarnaast zijn allerhande kleinere opmerkingen bij de tekst gemaakt. Het commentaar van AOK is waardevol en hebben we deels ook goed kunnen verwerken.

Overigens geldt (ook) voor de opmerkingen van de AOK dat ze zich niet allemaal direct lenen voor het abstractieniveau van de Omgevingsvisie, en dus zijn deze ook niet alle één op één verwerkt. Evenwel kunnen de opmerkingen als input dienen bij het ontwikkelen van het omgevingsplan. 3. De opgaven die een plek hebben de Omgevingsvisie stoppen niet bij de gemeentegrenzen. Dit zal op een aantal onderdelen grensontkennende samenwerking vragen in de regio. Kunt een beeld geven van de afstemming over deze visie in de regio? En hoe verhoudt de Goudse Omgevingsvisie zich tot de Omgevingsvisies met deze buurtgemeenten? Beantwoording In de Omgevingsvisie wordt bestaand fysiek georiënteerd beleid integraal gebundeld. Bij de implementatie van de Omgevingswet werken we intensief samen met buurgemeenten in de regio. De buurgemeenten zijn als stakeholders betrokken

geweest bij de totstandkoming van de visie. Vanuit de buurgemeenten zijn geen zienswijzen ingediend over de Goudse Omgevingsvisie. Een voorbeeld van goede samenwerking vormt het constructieve overleg tussen Zuidplas en Gouda over de verweving van Westergouwe en de Groen-Blauwe zone met het aangrenzende gebied in Zuidplas. 4. Kunt u een tijdslijn geven welke stappen er zijn gezet na de bespreking van de werkversie en het nu aanbieden van de definitieve versie? Beantwoording Na bespreking van de werkversie is de input van raad en stakeholders verwerkt tot een ontwerp van een omgevingsvisie. Dit heeft door wisselingen in personele bezetting wat langer geduurd dan gehoopt. Het ontwerp van de Omgevingsvisie is vervolgens vrijgegeven, waarbij zienswijzen zijn kenbaar gemaakt en de commissie MER een advies heeft gegeven. Zienswijzen en advies van de commissie MER hebben geresulteerd in een beantwoording en een aanvulling op het planMER. Invulling (beleidscyclus) Omgevingswet en omgevingsvisie 5. Er wordt aangegeven dat de omgevingsvisie wordt geactualiseerd. Heeft college beeld wanneer de volgende actualisatie plaatsvindt? Beantwoording Actualisatie van de Omgevingsvisie kan in principe op ieder gewenst moment plaatsvinden, wanneer ontwikkelingen daarom vragen.

Zo kan de verdere uitwerking van de MER-adviezen (kwantificering ruimtebeslag en monitoringsplan) aanleiding zijn om de visie te actualiseren. Deze uitwerking vindt de komende maanden plaats. Ook bij maatschappelijke ontwikkelingen en/of ontwikkelingen die door de samenleving worden ingebracht en bij nieuw politieke ontwikkelingen kan de visie desgewenst worden herzien. 6. Momenteel is College bevoegd voor het vaststellen van programma’s irt de Omgevingsvisie en Omgevingsplan. Heeft college beeld welke programma’s nodig zijn om tot realisatie van de Omgevingsvisie te komen? Op welke manier en wanneer wordt de raad hierin gekend? Beantwoording De Omgevingswet laat veel ruimte om uitwerking van de instrumenten lokaal op een eigen manier in te vullen. Voor de uitwerking in programma’s is nog geen planning opgesteld. Een programma kan zowel gebiedsgericht als thematisch worden uitgewerkt. We werken nu aan verschillende pilots, zoals Pilot Goverwelle en GoudAsfalt. We gebruiken deze ervaringen om te leren welke programmatische uitwerking passend is. Na vaststelling van de visie wordt dit verder uitgewerkt voor de beleidsthema’s en opgaven uit de Omgevingsvisie. Besluitvorming over het Omgevingsplan zal via het college en de raad op verschillende momenten in het komende jaar aan de orde zijn. 7.

De Omgevingswet en visie zijn een integrale bundeling van wetten, regelingen en lokale kaders, beleidsvisies en nota’s. Welke lokale kaders, beleidsvisies en nota’s zijn verwerkt in de Omgevingsvisie en daardoor niet meer van toepassing? Beantwoording

Alle landelijke wetten over de fysieke leefomgeving (zoals Waterwet en Wet ruimtelijke ordening) gaan op in de Omgevingswet. Bestaand lokaal beleid blijft voorlopig naast de Omgevingsvisie bestaan, totdat het wordt ingetrokken. De omgevingsvisie is in die zin een overkoepelende visie met een kapstokkarakter. Bij het opstellen van een aantal recente beleidsvisies, zoals de cultuurhistorische lintenvisie, is al rekening gehouden met de Omgevingsvisie. Komende jaren wordt nader bezien of er nog beleidsnota’s en visies geschrapt kunnen worden, danwel samengebracht. Plan Milieueffectrapport (=PlanMER) Omgevingsvisie 8. Met de deze nieuwe wet en het opstellen Omgevingsvisie is ook het PlanMER Omgevingsvisie in lijn opgesteld. Het PlanMER is niet eerder in de raad besproken en is complex. Kan er bij de start van de beeldvormende bespreking op 7 februari een toelichting gegeven worden op de PlanMER (wat houdt het in, status, waarom verplicht, etc), de samenhang met de Omgevingsvisie en waar de Omgevingsvisie evt is aangepast aan de hand van het PlanMER? Beantwoording Het PlanMER is inderdaad een complex document. Het is verplicht, omdat de Omgevingsvisie kaderstellend is voor de hele stad en dus mogelijk ook voor projecten die eventueel MER-plichtig zullen zijn. Bovendien is een planMER verplicht als er mogelijk gevolgen uit voortkomen voor Natura-2000 gebied.

Op de inhoud blijkt het lastig de Omgevingsvisie te wegen op effecten, omdat de visie op hoofdlijnen blijft. Het is dus erg afhankelijk van de manier van uitwerken of en zo ja, welke milieueffecten er precies uit voortkomen. In tabel 7-1 op p. 82 is aangegeven op welke punten het planMER aanleiding heeft gegeven tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De foto van de leefomgeving 2030 in PlanMER (oa pag 10) brengt in beeld dat deze Omgevingsvisie risico’s kent juist voor de zachte waarden zoals bijv natuur & biodiversiteit, circulariteit, milieukwaliteit, gezondheid, voorzieningen en erfgoed. Het advies van commissie PlanMER gaat hier ook op in. In de reactie van het college is af te leiden dat deze niet verder zijn uitgewerkt in de Omgevingsvisie om deze risico’s te voorkomen. Dit geldt ook voor de adviezen van commissie PlanMER . 9. Kan de commissie advies Plan MER voor de beeldvormende vergadering op 7 februari uitgenodigd worden om hun advies toe te lichten? 10. Kan het college aangeven of zij voornemens is en zo ja op welke manier zij invulling gaat geven om deze risico’s voor Gouda te voorkomen? Beantwoording De commissie voor de milieueffectrapportage kan nu niet meer worden uitgenodigd voor de beeldvormende vergadering.

Het college is voornemens om de aandachtspunten die zijn genoemd vooral een plek te geven bij de zorgvuldige uitwerking in programma’s, ruimtelijke projecten en het omgevingsplan. In de Aanvulling planMER geeft college aan hoe om te gaan met de adviezen van de commissie. Een aantal adviezen vraagt meer tijd voor uitwerking, een aantal valt voor het college binnen acceptabele grenzen en aantal wordt anders geïnterpreteerd. In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat college voornemens is een monitoringsplan op te stellen.

11. Krijgen de geconstateerde punten van deze commissie een plek in dit monitoringsplan? Wanneer biedt het college het plan aan aan de raad? Beantwoording Dat is nog niet bekend. Dit maakt ook onderdeel uit van de uitwerking van de Omgevingsvisie. In zowel de Omgevingsvisie als in PlanMER wordt het effect van de beleidsuitspraken van de Omgevingsvisie voor de Natura 2000-gebieden aangehaald en de afspraken over het stikstofdeposito. Met de ambities voor de woningbouw en opwekken duurzame energie moet hier rekening mee gehouden worden. 12. Op welke manier wordt dit bij de toekomstige plannen inzichtelijk gemaakt tbv de besluitvorming? Beantwoording Dit gebeurt door bij toekomstige plannen steeds een berekening op te stellen van de mogelijke stikstofdepositie. Daaruit zal blijken of en zo ja welke maatregelen nodig zijn om stikstofuitstoot terug te dringen. Omgevingsvisie 13. Er is helder in beeld gebracht dat Gouda krapte in ruimte heeft en dat er slimme keuzes gemaakt moeten worden in de fysieke leefomgeving met de energie-, woon- en klimaatopgaven. Nog onduidelijk is op welke manier de keuzes gemaakt gaan worden voor de ruimteclaims en de onderbouwing voor de ruimtelijke keuzes bijv (afwegingskader), hoe de verschillende thema’s integraal vertaald worden en wie hierover gaat.

De commissie PlanMER signaleert ook deze zorg en adviseert oa een ruimtelijke botsproeven uit te gaan voeren. Kunt u aangegeven waarom dit nog niet verder is uitgewerkt in deze visie? Wat zijn de voornemens hierover? Beantwoording Het advies van de commissie op dit punt is waardevol, maar de tijd ontbrak omdat op een zorgvuldige manier te doen. Daarom is er voor gekozen om dat een plek te geven in het uitvoeringsprogramma. We zullen dit onderwerp als een van de eerste dingen oppakken, bijvoorbeeld in een “uitvoeringsprogramma ruimteclaims”, in overleg met de raad. 14. Op welke wijze worden minder makkelijk meetbare (zachte) waarden die impact hebben (zoals meegegeven met de werkversie februari 2021 en besproken tijdens de werksessie in september 2021) verwerkt in een afwegingskader zodat duidelijk wordt hoe ze zich verhouden tpt de zogenaamde harde waarden? 15. Hoe wordt dit vertaald naar de andere instrumenten die de Omgevingswet biedt om tot een zorgvuldige afweging te komen op het gebied van ruimtelijke kwaliteit? Beantwoording Harde en zachte waarden zijn allemaal belangrijk. De Omgevingswet biedt een kader om ook de zachten waarden nadrukkelijker te laten meewegen bij plannen en projecten in de leefomgeving. Het instrumentarium daarvoor (programma’s en omgevingsplan en participatie) wordt in de komende jaren uitgewerkt.

16. Gouda heeft stevige afspraken gemaakt over de ambities voor CO2 neutraal, duurzaamheid, vergroenen, STOMP, voorrang aan voetganger en fietser met een autoluwe binnenstad. Dit zijn belangrijke beleidsuitspraken die richtinggevend zijn voor de Goudse toekomst. Deze ambities zijn niet in deze visie stevigheid verwoord en daarmee verankerd in de Omgevingsvisie. Kunt u dit toelichten? Beantwoording De thematiek komt wel terug in de Omgevingsvisie, maar niet in detail. In de meer sectorale visie, zoals het VCP is dit verder ingevuld. Ook in het omgevingsplan (normstellend) en in toekomstige programma’s kunnen deze thema’s nader worden uitgewerkt. 17. In Gouda is een grote behoefte naar extra woningen. Met de bespreking van de werkversie is er verwezen naar het Woonprogramma voor de verdere beleidsuitspraken en uitwerking. Wanneer wordt dit Woonprogramma voor besluitvorming aan de raad aangeboden? Worden deze uitkomsten in een volgende Omgevingsvisie verankerd? Beantwoording Hier is bedoeld de Woonzorgvisie, die inmiddels is vastgesteld. Onder het regime van de Omgevingswet zou je een dergelijke visie een “programma” noemen, vandaar mogelijk het misverstand. Overigens wordt binnenkort wel het regionaal programmaoverzicht wonen (kwantitatief) met de raad gedeeld. Verder wordt voor de Woonvisie een uitvoeringsagenda opgesteld. 18.

Gezond groen Gouda en goede voorzieningen vragen om een florerende stad; welke betekenis krijgen deze perspectieven /keuzen onderling? Betekent een groene gezonde stad het aantrekken van bedrijvigheid die dit perspectief versterken? Beantwoording Dat kan onderdeel zijn van de beleidskeuze “gezonde, groene stad”. Voor het aantrekken van bedrijvigheid is de economische agenda het specifieke beleidskader. 19. De plek die Gouda inneemt in de regio, de kansen voor de (regionale) opgaven en (grensontkennende) samenwerking tussen de gemeenten (en andere overheden) is niet expliciet verwoord in deze zien Omgevingsvisie. Hoe ziet het college deze samenhang en invulling? Beantwoording Het college hecht aan goede samenwerking met de buurgemeenten. Dit gebeurt ook al op allerlei terreinen, maar kan zeker ook in het fysieke domein nog verder worden uitgebouwd. 20. Tenslotte zien we zes deelgebieden met bijbehorende vertaling van de ambitie voor de toekomst van Gouda. Veel van de opgaven in de Goudse Omgevingsvisie hebben impact voor de wijk Korte Akkeren. Kan er toegelicht worden wat de afwegingen waren om dit gebied niet op te nemen in deze visie? Beantwoording

De keuze voor Goverwelle is mede ingegeven door de pilot die hier is gestart voor het opstellen van een omgevingsplan. 21. De toelichtende tekst bij onderdeel 4.2.2 en 4.2.5 lijkt weggevallen te zijn. Dit lijkt ook op te gaan voor een inleidende zin bij onderdeel 4.2.4 Beantwoording Dank voor dit commentaar. Deze tekortkoming zal worden rechtgezet. Bij 4.2.2 had de volgende tekst moeten staan: “De ontstaansgeschiedenis van Gouda is onlosmakelijk verbonden met het water, dat overal in de stad zichtbaar is en mede bepalend is voor de ruimtelijke kwaliteit van de stad. Dat geldt voor de oude historische waterlopen zoals de Gouwe, de Hollandsche IJssel en de stadssingels, maar ook voor nieuw water in na-oorlogse woonwijken waar de kwaliteit van het aanraakbare water uit het oude veenweidegebied op een nieuwe manier is teruggebracht, in combinatie met openbaar groen. Ook al ligt het grotendeels buiten de gemeentegrenzen, het omliggende landschap is waardevol en draagt in hoge mate bij aan de kwaliteit van de stad. “Buiten de gemeentegrens van Gouda, maar mogelijk wel binnen het Goudse invloedsgebied, bevinden zich de noordkant van de Krimpenerwaard (polders Veerstalblok en Beneden Haastrecht), Gouwe Wiericke (polder Bloemendaal), de polder Stein en de Reeuwijkse Plassen (natuurplassen)”. Bij 4.2.5 is dat de volgende tekst: “Gouda is een bruisende stad.

De mensen in Gouda zorgen voor elkaar en hun stad via vrijwilligerswerk, sportverenigingen en andere sociale verbanden, en willen zich ook economisch ontwikkelen. Ze hechten waarde aan de gezelligheid in het centrum en de vele activiteiten. Er wordt veel ondernomen en georganiseerd, via (sport)verenigingen maar ook bijvoorbeeld (culturele) evenementen. “ 22. Bij 5.4 wordt vermeld dat Goudse woonwijken zoals Westergouwe en Bloemendaal een gezondheid leefklimaat willen bieden. Waarom wordt hier expliciet deze twee wijken genoemd? Beantwoording Dit zijn willekeurige voorbeelden van twee verschillende wijken. Blijkbaar roept dit het misverstand oproept dat gezondheid in andere wijken niet relevant is. Dat is zeker niet bedoeld. Nota beantwoording zienswijzen Aantal zienswijzen halen aan dat er afspraken/toezeggingen zijn gemaakt tussen partijen en gemeente Gouda waardoor de “Ontwikkelstrategie Goudse Poort” niet meer actueel zou zijn en daarmee ook de typering in de Omgevingsvisie. De gemeente heeft hier een ander beeld bij namelijk dat de strategie niet achterhaald is. 23. Kan er nader geduid worden waardoor deze beelden verschillen? 24. Heeft dit effect op eventuele verwachtingen en lopende afspraken? Beantwoording Waarschijnlijk verschillen deze beelden omdat diverse partijen in het gebied ideeën hebben voor Goudse Poort als een meer gemengd woon-werkgebied.

Deze zijn ook aangeboden en besproken met de gemeente, maar de gemeente heeft daarbij de lijn

uit de Ontwikkelstrategie niet aangepast. Ook de recente “bedrijventerreinenstrategie” bouwt voort op de Ontwikkelstrategie Goudse Poort. Het heeft dus geen effect op eventuele verwachtingen en lopende afspraken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=f4e6e665-122c-475d-86a8-5e74ab65f40b