CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting op advies 14 april '23GSR sportnota 1e fase

Commissie Samenleving 19 april 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Kaders Sportbeleid (Beeldvorming)4.640 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Maandag 17 april 2023

Geachte Gemeenteraad, geachte leden van de Raadscommissie Samenleving,

Vrijdag 14 april zonden wij u als Goudse Sportraad (GSR) ons eerste advies over het proces om tot een nieuwe sportnota te komen. Hierin hebben we geadviseerd om: 1. De evaluatie die ten grondslag moet liggen aan de nieuwe sportnota te verdiepen 2. Een nulmeting te houden om een goed overzicht te krijgen wie, van welke leeftijd waar sport, wie niet en waarom, en om nieuwe trends in kaart te brengen. Zo kan gestuurd worden en acties meetbaar worden gemaakt. 3. Dan de kaders voor de nieuwe nota te bepalen met alle partijen die een rol spelen in de uitvoering; te verbinden. 4. Om niet al in september de raad te laten beslissen over de nieuwe nota, maar later in het jaar om voldoende tijd te hebben voor een participatietraject. Hieronder volgt een nadere toelichting op hoe wij tot dit advies zijn gekomen. Daarbij zullen we ook uitgebreid ingaan op de evaluatie zoals die nu voor ons ligt via de raadsmemo van het College, en welke documenten en cijfers nog nodig zijn om wat betreft de GSR tot een goede evaluatie van de vorige nota te komen. Tot slot zal worden ingegaan op de voorgestelde kaders uit de memo.

Toelichting: Naar de mening van de GSR is bij de sportnota 2017-2022 te weinig ingezet op meetbare uitkomsten. Desalniettemin is er meer informatie te delen in een evaluatie dan nu wordt gedaan. We gingen hier in ons bovengenoemde advies van 14 april al op in. Meer informatie is wenselijk om een goede afweging te kunnen maken of het zinvol is om op de ingeslagen weg verder te gaan, bij te sturen, of een andere weg te zoeken. Daarbij is ons advies ook de resultaten van acties gefinancierd met Sportakkoordgelden te betrekken. Het Gouds Sportakkoord sluit aan op de sportnota en is ook nog zeer actueel. De thema’s bij de start van de huidige nota in 2017 zijn nog steeds actueel: sportdeelname vergroten, doelgroepen bereiken die nog niet bewegen, gezonde sportaanbieders en een goede sportinfrastructuur. Ook de wens om sport en bewegen meer te verbinden met het sociaal domein is nog actueel. Welke structurele vooruitgang is er geboekt de afgelopen jaren, hoe is dat tot stand gekomen en met welke inspanning? En wat niet en waarom niet? Een van de belangrijkste functies van de gemeenteraad is het controleren van het college: de raad ziet er op toe of het college alle plannen die zij hebben aangenomen uitvoert en of deze naar behoren en binnen budget worden volbracht.

Naar het oordeel van de GSR is deze controlerende functie onvoldoende uit te voeren met de evaluatie zoals die nu voor u ligt. En er is nog onvoldoende informatie beschikbaar over het speelveld om goed te sturen via kaders.

1

Evaluatie Sportnota 2017 - 2022 Meten is weten Aan de evaluatie van de sportnota gaan een aantal tabellen vooraf over hoe het is gesteld met de sportparticipatie. Deze cijfers beginnen bij 18 jaar en ouder. De cijfers van de jeugd zien wij graag toegevoegd. Ze kunnen onderdeel uitmaken van de nulmeting zoals wij die in ons advies noemen. In ons advies over de motie level playing field gaven wij mee dat wij het van algemeen maatschappelijk belang vinden dat de middelen die uitgegeven worden aan sportparticipatie (per inwoner) zo effectief mogelijk bijdragen aan een duurzaam gezonde, vitale, toegankelijke en verbonden Goudse samenleving. Dit moet ons inziens leidend zijn bij het maken van keuzes voor besteding van sportgelden. Een veelzijdig en kwalitatief sportaanbod is daarbij een voorwaarde om zoveel mogelijk Gouwenaren duurzaam in beweging te houden en krijgen. Voor ieder passend bij zijn interesses en mogelijkheden voor zover dat binnen een effectieve besteding van middelen haalbaar is. Deelt u als gemeenteraad deze mening? En zo ja, hoe zorgen we ervoor dat deze afweging goed kan worden gemaakt? Relevant bij dit onderwerp is wat de sportaanbieders nodig hebben om het aanbod te kunnen continueren of vernieuwen.

De vitaliteitsscan bij sportverenigingen is daarbij een hulpmiddel, en kan worden gebruikt om te zien in hoeverre de acties op een aantal randvoorwaarden om te functioneren vanuit de huidige sportnota effect hebben gesorteerd. Wat zijn de verschillen tussen de vitaliteitsscan die is uitgevoerd in 2019 en die van 2022? Waren er voor start van de sportnota gegevens beschikbaar voor een nog betere vergelijking? Waar is vooruitgang geboekt, waar niet? Welke acties zijn nodig voor de toekomst? Wat zijn de resultaten van de gesprekken met verenigingen die zijn gevoerd na de scan in 2022? Verder is relevant om te weten wat de randvoorwaarden zijn om mensen die nog niet bewegen in beweging te krijgen. Is duidelijk wat hiervoor nog ontbreekt? En is er een beeld hoe bestaande en nieuwe voorzieningen hebben bijgedragen bij de missie om mensen in beweging te krijgen? Wie en met welke inspanning? We komen er hieronder op terug. Daarbij merkt de GSR op dat SPORT.GOUDA zich -veelal i.s.m. de Brede School- richt op jeugd van de basisschoolleeftijd voor kennismaken met sport. Veel van de uitstroom vindt plaats bij jongeren op middelbare schoolleeftijd, volgens landelijke onderzoeken. Het lijkt ons van groot belang om goede cijfers te hebben van de sportparticipatie van alle jongeren, en ook van de uitstroomcijfers. Zou sportstimulering i.s.m.

middelbaar bewegingsonderwijs en sportaanbieders hier een omslag kunnen helpen maken? We hebben bij onze kennismakingsgesprekken gehoord over samenwerking tussen middelbaar onderwijs en sportaanbieders. Zowel alleen door veldhuur (via SPORT.GOUDA) waardoor soms

2

accommodaties doordeweeks volledig zijn bezet. Maar ook voor het invullen van bewegingslessen bij met name commerciële aanbieders, die overdag ook beschikbaar zijn. Sociaal Domein In het eerste speerpunt van de sportnota 2017-2022 wordt nadrukkelijk een ontwikkeling in gang gezet om sport en bewegen te verankeren in het sociale domein. Daarvoor zou een plan van aanpak worden gemaakt. In de evaluatie wordt geconstateerd dat dit plan ‘geen aandacht en vervolg heeft gekregen’. Omdat dit plan toch de basis lijkt om de verbinding tussen sport en sociaal domein tot stand te brengen vraagt de GSR zich af wat er is gebeurd. We zouden dit plan van aanpak ook graag ontvangen. Nog steeds actueel, mede omdat door SPORT.GOUDA in haar meerjarenvisie op een soortgelijke manier de verbinding is opgenomen, maar dan met beweegmakelaars die informatie in de wijk gaan ophalen. Wat hebben de sociaal makelaars aan informatie de afgelopen jaren opgehaald, hoe is dat beoordeeld, tot welke acties en inzet van middelen heeft dit geleid, met wat voor resultaat in groei van sportdeelname? We lezen in de evaluatie dat er zorg is over onvoldoende zicht op wat en waar de doelgroep is. Een geluid dat de GSR ook hoorde in zijn gesprekken zowel met sportaanbieders als de sociaal makelaars bijvoorbeeld.

Uit de laatste monitoring van sportclubs blijkt dat veel verenigingen dit inclusief sporten al aanbieden, maar dan ook echt inclusief (ze draaien ‘gewoon mee in de club’). Hoe wordt dit beoordeeld? Is dat anders geweest bij de in de evaluatie genoemde projecten opgezet voor specifieke doelgroepen (Sportcampus, Ouder en Kindgym….)? Zijn die wel geslaagd en waarom? Ook relevant: waardoor lukt het niet om deelnemers vanuit deze activiteiten structureel onder te brengen bij sportaanbieders? Omdat het plan van aanpak geen aandacht en vervolg heeft gekregen vraagt de GSR zich verder af op basis van welke uitgangspunten het beleid dan verder tot stand is gekomen. Het Sociaal Domein is immers een breed begrip: welke keuzes zijn er gemaakt, welke verbindingen moesten worden gemaakt, welke focus was er, welke partijen waren verantwoordelijk voor wat? Er zijn een aantal mooie projecten tot stand gekomen de afgelopen jaren door Sportimpuls, het Gouds Sportakkoord en het Preventieakkoord. De GSR is benieuwd naar een overzicht van alle projecten, welke (financiële) inspanningen waren er voor nodig en wat waren de resultaten? Door het preventieakkoord is volgens de evaluatie ‘de verbinding tussen sport, preventie, welzijn en gezondheid verstevigd’. Hoe is dit gemeten, wat waren de doelstellingen en zijn die gehaald?

3

De GSR is benieuwd naar de aangekondigde resultaten van het functioneren van de combinatiefunctionarissen en/of buurtsportcoaches. We noemden dit al in ons advies. Zij spelen een belangrijke rol in de uitvoering van het sportbeleid van de sportnota, dus hun effectiviteit is cruciaal voor de evaluatie van de gehele nota, zeker ook nu hun rol een andere invulling moet gaan krijgen bij de toekomstige SPUK-regeling. De GSR vraagt zich af wanneer de evaluatie van de effecten beschikbaar is. Toekomstbestendig aanbod De GSR is benieuwd naar de inventarisatie wat betreft locaties voor het bewegen in de openbare ruimte: wat zijn de doelstellingen, tijdspaden en projecten de afgelopen jaren geweest en zijn deze doelstellingen gehaald? De GSR vind het positief dat Gouda zich wil profileren als beweegvriendelijke stad. Welke initiatieven zijn ondernomen ter bevordering of ondersteuning van bv hardlopen en wandelen en racefietsen in de openbare ruimte? Of om fietsen naar werk en school te bevorderen? Zijn het bevorderen van deze vormen van sport en bewegen meegenomen in het verkeerscirculatieplan? Wat betreft het onderhoud en verduurzaming van sportlocaties: welke keuzes zijn er gemaakt, op basis van welke criteria en wat zijn de investeringen en opbrengsten geweest? Ook wat betreft de langere termijn.

Hoe staat het met toegankelijkheid en kwaliteit van sportparken en -zalen? Zowel de locaties zelf als qua bereikbaarheid. Hoe ziet het meerjaren onderhoudsplan eruit? In hoeverre worden de klanten hierbij direct betrokken, zeker als het gaat om afwegingen te maken als niet alles tegelijk kan wat nodig is? De GSR hoort in gesprekken dat het proces om accommodaties aan te passen -van onderhoud tot nieuwbouw- soms als traag wordt ervaren. Dit kan demotiverend werken op de inzet van vrijwilligers en het ondernemerschap van sportaanbieders. Zijn deze geluiden ook bij de gemeente bekend? Hoe is dit te verbeteren? Vitale verenigingen Om verenigingen vitaal te krijgen en te houden is er verenigingsondersteuning. SPORT.GOUDA vertelde ons dat de verenigingsondersteuning beperkt was in het verleden, maar dat dit nu breder wordt ingezet.

Welke opdracht vanuit de gemeente ligt er met betrekking tot verenigingsondersteuning, is er een doelstelling met hieraan verbonden budget of inzet van fte? Welke successen zijn te noemen bij de verenigingsondersteuning de afgelopen vijf jaar? Wat is de reden dat de samenwerking met VIP niet is gelukt? Zijn er andere initiatieven genomen met bijvoorbeeld mensen met afstand tot de arbeidsmarkt of met stages voor scholen om het vrijwilligerskader te versterken en gelijk een ontwikkelplek te bieden? En zo ja, wat zijn de resultaten daarvan? Positief dat het project clubkadercoaching hoopgevend is: wat is er al bereikt? De inzet van buurtsportcoaches en combinatiefunctionarissen om het 4

vrijwillige kader te verlichten, zoals in de nota werd voorgenomen, komt niet terug bij het punt bereikt? Zijn hier successen te melden; lezen we die in bovengenoemd nog te verschijnen rapport? Wat is er gedaan met de resultaten uit de werkgroep sport en sociaal domein? En hoe heeft deze werkgroep een vervolg gekregen? Als er wordt geconstateerd dat er toenemende aandacht is voor inclusiviteit, aangepast sporten en verbinding met het sociaal domein, wat zijn de onderbouwde cijfers daarbij? En heeft de aandacht tot resultaten geleid, welke zijn dit? Welke inspanning heeft daar tegenover gestaan? De samenwerking tussen verenigingen omschrijft u in de nota als één van de speerpunten. Welke inspanningen zijn er geleverd op het stimuleren van verenigingen tot samenwerkingen? Wat heeft dit opgeleverd? Het verstrekken van kennis is één van de taken van SPORT.GOUDA als uitvoeringsorganisatie van het beleid dat in de nota wordt neergezet. Hoe groot zijn de inspanningen geweest, met welke resultaten? Hoeveel verenigingen zijn bereikt, op welke manier, met welke resultaten? De GSR is ook benieuwd op welke manier hulpvragers bij SPORT.GOUDA terecht komen.

Verzakelijking relatie tussen gemeente en sportpunt GSR vraagt zich af waar deze verzakelijking zich in heeft gemanifesteerd? En hoe komt de grotere transparantie tot uiting? En hoe wordt deze verzakelijking en transparantie ervaren door de ‘klanten’, zoals de sportverenigingen? De GSR vindt het schrappen van het klantenpanel als voorwaarde in het DVO geen goed idee. Dit panel is gestopt vanwege de oprichting van de Sportraad. Maar de GSR is geen spreekbuis van een bepaalde groep, geen directe belangenbehartiger. Daarbij ervaren wij dat er nog geen vaste werkende structuur bestaat om input te leveren voor waar wij ons als vrijwilligers voor inzetten; het strategisch advies, een breder perspectief waarvoor wij ook vanuit zo’n klantenpanel graag input zouden krijgen. De diversiteit aan taken SPORT.GOUDA is breed en kan conflicterend zijn. SPORT.GOUDA is een uitvoerende organisatie van gemeentelijk beleid, is verhuurder, verantwoordelijk voor onderhoud van gemeentelijke sportaccommodaties, zelf commercieel maar ook gesubsidieerd sportaanbieder, is kantine-exploitant, kantine-leaser en ook nog subsidiebeoordelaar. De GSR is een groot voorstander good-governance: scheiding van de machten. Scheiding van macht en van taken is ook relevant bij de commerciële taken die SPORT.GOUDA onderneemt.

Kan en wordt SPORT.GOUDA hiermee niet een (oneerlijke) concurrent van partijen waar zij door de verschillende taken ook andere relaties mee heeft? De GSR vraagt 5

zich af of deze commerciële taken wel in overeenstemming zijn met de Dienst Verlenings Opdracht (DVO). Daarin wordt weliswaar gesproken over ‘andere activiteiten’, maar is een interpretatie dat deze activiteiten commercieel moeten of mogen zijn wel de juiste? En is het wenselijk dat een uitvoerende organisatie van een gemeente ook een commerciële drijfveer heeft? Organisatie, communicatie en financiën De GSR heeft in de informele contacten wel eens zijn zorgen uitgesproken over de grote hoeveelheid werk dat op het bordje ligt van één deeltijd ambtenaar. Ook in de evaluatie wordt dit geconstateerd. Is aan te geven wat er niet tot stand is gekomen door deze hoge werkbelasting? Is dit al eens aangekaart? Zijn er voorstellen gedaan om deze functie uit te breiden anders dan nu ad hoc gebeurd met inhuur van externe professionals? De GSR constateert dat mede door deze zware taak van één ambtenaar het beleidsbepalende werk en uitvoerende werk door elkaar kunnen lopen. De GSR vindt dat de machten gescheiden moeten blijven om een heldere en transparante relatie te houden. Wie controleert immers nog wie? Verder wil de GSR graag nog een aantal punten onder de aandacht brengen waar in de voorliggende evaluatie niet op in wordt gegaan, maar die door de GSR als belangrijk wordt gezien.

Graag zou de raad nog een evaluatie op de volgende punten ontvangen: ● Veiligheid binnen sportaanbieders is een belangrijk item: seksueel misbruik en machtsmisbruik liggen ook binnen de sport -terecht- onder een vergrootglas. Welke initiatieven zijn er genomen door de gemeente, SPORT.GOUDA en de sportaanbieders om dit bespreekbaar te maken? Wat is er tot stand gekomen als het gaat over VOG, vertrouwenspersonen, maar ook breder rond gedrag, en wat voor actief beleid is er gevoerd op incidenten? Hoe geven de gemeente en SPORT.GOUDA hier zelf het voorbeeld in? ● Sinds 2013 wordt er samengewerkt met zorgverzekeraar VGZ op het gebied van sporten, bewegen en gezondheid, daar is een convenant over gesloten. Hoe verloopt deze samenwerking en wat zijn de resultaten? ● In welke mate is er binnen de gemeente een samenwerking tussen de portefeuillehouders sport en gezondheidszorg / WMO en andere beleidsterreinen die sport en bewegen raken? Is de wethouder sociaal domein betrokken geweest bij de evaluatie van de sportnota gezien het feit dat er een sterkere binding met het sociale domein is nagestreefd? Samengevat: De Goudse Sportraad heeft op dit moment te veel onbeantwoorde vragen over het gevoerde beleid van de afgelopen jaren om in dit stadium een goed advies te kunnen geven over wat de beste keuzes zijn voor de kaders van de nieuwe sportnota.

Een goede evaluatie over welke inspanningen hebben geleid tot welke resultaten is nodig om deze keuzes te kunnen maken. 6

De kaders voor de nieuwe sportnota Voor de GSR zou VERBINDING een mooi leidend thema kunnen zijn als het gaat om het maken van meerjarenbeleid op het gebied van sport en bewegen: Die verbinding vindt wat betreft de GSR plaats op 4 niveau’s: ● De stad, de bewoners, de organisaties. Leg de verbinding tussen de stad en haar bewoners en organisaties als het gaat om sportbeleid. Door zoveel mogelijk partijen te betrekken bij de totstandkoming van de nota, helder te communiceren over wat men wil bereiken, wat een ieders bijdrage daaraan kan zijn en wat men van alle betrokkenen verwacht, kun je een sportnota maken die van de hele stad is. Daarmee creëer je betrokkenheid en eigenaarschap. ● Het Huis van de Stad, beleidsvorming. Leg (nog meer) de verbinding tussen de verschillende beleidsterreinen die te maken hebben met bewegen en een gezonde leefomgeving (sport, gezondheidszorg, armoedebestrijding, inclusie, eenzaamheid, infrastructuur, cultuur….) Zo kan sport naast als doel, ook nog meer bijdragen als middel om tot een meer gezonde, sociale en tolerante samenleving te komen. ● Van denken naar doen, beleidsuitvoering. Leg de verbinding tussen de verschillende partijen die een rol kunnen spelen bij het behalen van de doelen die we vaststellen. Van huisarts tot zorgverzekeraar, van brede school tot kinderopvang en van sociale teams tot cultuuraanbieders.

● Op het veld en in de zaal, sportaanbieders. Leg verbindingen tussen de sportaanbieders zodat deze aanbieders van elkaar leren en zich ook gezamenlijk verantwoordelijk voelen voor hun bijdrage aan een meer gezonde en sportieve stad. De GSR staat niet alleen in het uitdragen van verbinding, ook vanuit de overheid wordt nadrukkelijk gestimuleerd om steeds meer de verbinding te zoeken. In de SPUK regeling zoals die in februari van dit jaar door de Minister van Langdurige Zorg en Sport is gepresenteerd, wordt nadrukkelijk de samenwerking gezocht tussen sport, bewegen, zorg, cultuur en het sociale domein. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2023-4245.pdf) De GSR adviseert dan ook om bij het maken van de komende sportnota de verbinding te leggen tussen verschillende projectleiders (lokaal en regionaal) die betrokken zijn bij het maken van de plan van aanpak van de SPUK-regeling. Hieronder zal de GSR nog ingaan op de kaders zoals die in de nota van 28 maart zijn meegegeven, waarbij de raad opmerkt dat van eigenlijke kaders nog geen sprake is, maar dat er vooral vragen worden opgeworpen.

7

1. Hoe versterken en ondersteunen we de lokale verenigingssport en haar vrijwilligers? Hoe zorgen we ervoor dat verenigingen levensvatbaar blijven? Op 6 april is er in de Tweede Kamer worden gediscussieerd over een actieplan voor sportclubs (https://lnkd.in/ejjDkp3M). Daarin staan een aantal voorstellen die de GSR de moeite waard vindt om te bestuderen: ● Duidelijkheid over de verantwoordelijkheid van onderhoud van sportaccommodaties. ● Koppeling noodfonds voor energiekosten aan verduurzaming van sportcomplexen. ● Betere fysieke toegankelijkheid van sportaccommodaties. ● Lagere of geen ozb belasting. Het Register voor Verenigingsbesturen heeft onlangs een alarmerend onderzoek uitgevoerd naar de toekomstbestendigheid van sportclubs (https://rvvb.nl/). Een aantal interessante aanbevelingen: ● Voer als gemeente komende vijf jaar geen jaarlijkse indexering van huurtarieven aan sportverenigingen door. ● Geef verenigingen inspraak over de taken en inzetbaarheid van buurtsportcoaches. 2.

Hoe zorgen we ervoor dat meer Gouwenaren voldoende bewegen en gezond leven?

De GSR ziet veel toegevoegde waarde in de hierboven al genoemde samenwerking tussen de verschillende afdelingen die dit beleid maken. Verder zullen er goede data beschikbaar moeten zijn om te bepalen op wie of op welke gebied bepaald beleid zich richt. Accommodaties moeten voldoende beschikbaar en goed toegankelijk zijn. Een goede evaluatie van projecten die het afgelopen jaar al via het Gouds Sportakkoord en het preventieakkoord zijn ingezet kunnen meer inzicht geven. ● Veel aandacht met bv Brede School gaat nu naar basisschoolleeftijd maar de uitstroom begint daarna, daar zou beleid op kunnen worden gemaakt. ● Ondersteun sportaanbieders bij het verhogen van de kwaliteit van de trainers door benodigde randvoorwaarden te helpen invullen. ● Werk samen met gezondheidszorg en het sociaal domein (fysiotherapie, huisartsen, ziekenhuis, centrum jeugd en gezin, verzekeraars). Op een aantal plaatsen in Nederland worden daar mooie successen mee geboekt: zorgprofessionals slagen er in samenwerking met bv zorgverzekeraars in om patiënten aan het bewegen te krijgen. ● De tipkaart is een mooi initiatief. Stimuleer deelname aan recreatief sporten waar dat mogelijk is. En creëer alleen duurder apart aanbod als dat gezien de beperkingen noodzakelijk is. ● Veel mensen sporten zonder lid te zijn van een sportvereniging.

Goede voorzieningen in de openbare ruimte zijn daarvoor noodzakelijk: wandelpaden met bankjes voor

8

pauzes voor wie minder goed ter been is, hardlooproutes met trainingsfaciliteiten, fietspaden. Scheid gebruikersstromen waar nodig om bewegen te stimuleren. ● Een duidelijke bewegwijzering met icoontje door de hele stad naar sportaanbieders. Voor vindbaarheid, maar ook om het brede aanbod in je eigen omgeving zichtbaarder te maken. ● Een goede digitale overzichtskaart van alle sportaanbieders. Die door de opzet (linken naar eigen websites bijvoorbeeld) actueel blijft. De website van SPORT.GOUDA gaat over hun zwemaanbod, en daarnaast vooral over het andere eigen aanbod op specifieke terreinen (op de sport- en spelzoeker na die niet makkelijk werkt). Kort voor corona is er ook een nieuwe website gemaakt met steun van de gemeente uit het Gouds Sportakkoord die nauwelijks wordt gebruikt begrepen wij. ● De moderne ‘sportklant’ is een consument geworden die veel ‘hopt’ en voor wie vrijwilligerswerk niet vanzelfsprekend is, ondersteun sportaanbieders om hierop in te spelen. Waar mogelijk win win als zinvolle dagbesteding, werkervaring of integratieplek of maatschappelijke stage. En ondersteuning in de vereniging zoals ook het rapport van het register voor verenigingsbesturen aangeeft. 3.

Hoe zorgen we ervoor dat we de toenemende vraag naar sporten in de openbare ruimte faciliteren? ● Vraag: in coronatijd is daar een belangrijke verschuiving in te zien geweest. Maar in hoeverre is dit blijvend? ● Is uit onderzoek bekend om hoeveel mensen het hier gaat en wat hun wensen zijn? Samenwerking tussen verschillende beleidsafdelingen is een must. Daarnaast kan met verenigingen worden geïnventariseerd of sommige wensen op dit gebied door de clubs of commerciële aanbieders kan worden gefaciliteerd. Uit onderzoek van NOC*NSF blijkt dat vanwege de infrastructuur van een vereniging leden 5 tot 7 jaar actief blijven. Tegen elders vaak enkele weken of maanden. Let hierbij ook op een level playing field: in hoeverre is gratis gebruik van een door de gemeente aangelegde en onderhouden voorziening in het openbaar gebied door een sportaanbieder eerlijk ten opzichte van een aanbieder die voor accommodatie moet betalen en/of zelf onderhouden? ● Zorg dat infrastructurele plannen zoals bv een verkeerscirculatieplan ook wordt bekeken vanuit sport en bewegen. Is de weg van huis naar school, werk of sport logischer te voet of met de fiets? Kijk daarbij ook naar het scheiden en goede bewegwijzering van belangrijke wandel/hardlooproutes van bijvoorbeeld routes voor elektrische fietsers of racefietsers. En werk hierbij samen met buurgemeenten.

● Zoek de samenwerking met verenigingen: wat kunnen zij faciliteren? En in hoeverre wordt hun accommodatie ook gebruikt als openbaar sportveld en worden zij hierin gefaciliteerd door de gemeente zoals verder in het openbaar gebied.

9

4.

Hoe kunnen we de maatschappelijke waarden van sport beter benutten?

De GSR zou graag zien dat de term ‘maatschappelijke waarde’ preciezer wordt gedefinieerd. Is dit plezier of verbinding, persoonlijke ontwikkeling of gezondheid of juist een economische waarde. Als er een duidelijke omschrijving is, kunnen de plannen beter worden geformuleerd en worden geëvalueerd. En daarvan afgeleid:

5.

Hoe zorgen we ervoor dat sport voor meer inwoners toegankelijk wordt, letterlijk (fysieke toegankelijkheid) en figuurlijk (betaalbaar, veiligheidsgevoel)? ● Ligt hier een onderzoek naar waar er problemen zijn met de (fysieke) toegankelijkheid? Ligt er een advies van de GAB dat nog opgevolgd kan worden? ● Voor de betaalbaarheid: zie punten die onder 1. zijn genoemd. ● Voor het veiligheidsgevoel ligt er een rol in verenigingsondersteuning vanuit SPORT.GOUDA Ook als het gaat om vertrouwenspersonen, VGO’s en een goed meldpunt. ● Besteed aandacht aan de inrichting van het openbaar gebied rondom sportlocaties, van bestaande en nieuwe: toegankelijkheid, bereikbaarheid, verlichting.

6.

Hoe kan de sport bijdragen aan de klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente?

Deze vraag vindt de GSR te eenzijdig. De zorgen over voortbestaan en invullen van kader zijn zo groot voor veel verenigingen dat deze verantwoordelijk te groot is om door clubs zelf te worden gedragen. Hierin zou wat betreft de GSR de gezamenlijkheid de voorkeur hebben. Hoe kunnen gemeente en clubs elkaar helpen op het gebied van duurzaamheid? Zoals hierboven al gemeld zou het wegnemen van een aantal zorgen (energie, indexatie, ondersteuning van kader en vrijwilligers) de clubs ruimte geven om zich ook met duurzaamheid bezig te houden. Advies en richting geven over (landelijke) subsidies is noodzakelijk. Samenwerken tussen verenigingen ligt op dit gebied erg voor de hand. 7.

Welke rol wil de gemeente spelen in het bewegingsonderwijs? De gemeente heeft een wettelijke taak voldoende ruimte beschikbaar te stellen. Een aantal scholen maakt gebruik van de mogelijkheid vakleerkrachten in te zetten tegen lagere kosten dankzij de Brede Regeling Combinatiefuncties. Met de Brede SPUK kan dat vanaf 2026 wettelijk niet meer, maar scholen zijn vanaf het schooljaar 23-24 wel verplicht twee lessen in de week bewegingsonderwijs aan te bieden. Hoe is dat te organiseren? Hoe gaat dat bij andere gemeenten?

10

Goed bewegingsonderwijs is de basis van een leven lang bewegen. Kinderen met een motorische achterstand zullen minder fysiek actief zijn, met alle gevolgen van dien. Voor de GSR is goed bewegingsonderwijs dan ook essentieel. De GSR is momenteel met veel mensen in gesprek over waar de knelpunten in het beweegonderwijs liggen (locaties, bereikbaarheid van locaties, personeelsgebrek, detacheringsconstructies…) maar vindt het nog te vroeg om daar nu uitspraken over te doen. We willen meegeven dat we van meerdere samenwerkingen tussen onderwijs en sportaanbieders hebben gehoord. Mooie ontwikkelingen die bijdragen aan breder bewegen onder schooltijd en tegelijkertijd aan kennismaken met de sportaanbieder. Dit laatste bewegen ‘bij een sportaanbieder’ en dan ook in de buurt van school wordt ook als wenselijk genoemd door scholen. Is dat niet breder in te zetten? Ook in het kader van mogelijk ruimtetekort? Wat kunnen we van initiatieven buiten Gouda leren? Zijn de resultaten van het Mullier onderzoek over de beschikbare accommodaties al beschikbaar?

8.

Hoe versterken we de samenwerking met andere sectoren zoals het onderwijs, sportieve ondernemers, welzijn en gezondheidszorg?

Samenwerken op de verschillende beleidsterreinen is noodzakelijk. Een coördinator sport en preventie die wordt aangesteld in het kader van de SPUK-regeling zou hierin een rol kunnen spelen. De GSR is benieuwd naar de evaluatie over wat er de afgelopen vijf jaar tot stand is gekomen op het gebied van samenwerking op het sociale domein, dat zal meer duidelijkheid geven over wat goed werkt en wat niet. De GSR dringt ook aan om heldere doelstellingen vast te leggen in de nieuwe nota. De GSR benadrukt dat hier een andere manier van kijken naar sport en bewegen noodzakelijk is: sport niet alleen als doel, maar ook als middel voor een gezonde, sociale en tolerante samenleving. Wat de sport vanuit zichzelf ook al deels is. Herinner de iconische uitspraak van Nelson Mandela over sport bij de Olympia Spelen hierbij. 9.

Hoe kunnen we gemeentelijke accommodaties beter benutten?

In ons gesprek met SPORT.GOUDA hebben we meegekregen dat sommige accommodaties zo vol zijn, dat de sportaanbieder geen ruimte zou hebben voor uitbreiding van de activiteiten. Daar waar een andere accommodatie grotendeels leeg staat overdag. Is in kaart gebracht welke factoren hierbij een rol spelen? Is er actie op ondernomen? Welke? 10.

Hoe benutten we de verbindende kracht van sport nog beter? ● Het creëren van een open cultuur binnen een club: dit vraagt misschien om begeleiding in communicatie en samenwerking.

11

● Organiseren van evenementen: van kijken naar (top)sport tot het zelf meedoen. Stimuleer hierbij waar groei op basis van aanbod en te verwachten vraag mogelijk is. En weeg bij financieel of in mankracht steunen van evenementen de effectiviteit mee: wat is het effect op duurzaam in beweging brengen? Beachvolleybal, schoolvoetbal, schaatsbaan, clinics singelloop, vele andere clinics of doelgroep activiteiten en buurtsport: is het een vliegwiel geweest tot duurzame sportdeelname? Hoe verhoudt de investering zich tot de uitkomst en andere uitgaven om te gaan en blijven bewegen? ● Leer van elkaar: laat verenigingen samenwerken als het gaat om kennis, kunde en aanbod. Het train de trainer principe. ● Betrek bedrijven in de stad bij sport en bewegen. Een actiepunt uit het Gouds Sportakkoord. Wat is er op dit punt van de grond gekomen?

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=95b4473a-8447-4328-8a23-7cd32dfc2268