technische vragen actualisatie nota SD overzicht DEF (002).docx
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen tussenevaluatie beleidsnota Iedereen kan meedoen 14 november 2022 Vragen CDA CDA Gouda wil de stad waar “iedereen mee kan doen” gezond doorgeven. Vragen: 1. Bijlage 1: Oplegger behandeling tussenevaluatie noemt dat het eerste Berap-document niet is opgeleverd. Wanneer kunnen we het verwachten? De raad is hierover geïnformeerd met een raadsmemo d.d. 12 april 2022. De eerste Berap wordt niet alsnog opgeleverd. 2. Bijlage 2: De sheets van de beleidsnota vraagt om suggesties. Graag wijst de CDA nog eens op de eerder aangereikte bouwstenen voor het versterken van Mantel- en Respijtzorg! Het belang van mantelzorgers voor (informele) zorg en ondersteuning van inwoners van Gouda is groot. Daarom worden vanuit de gemeente Gouda verschillende groepen en initiatieven rond mantelzorg gesteund. Er is aandacht voor de verschillende vormen van mantelzorg die er bestaan (jonge mantelzorgers, mantelzorg bij psychiatrie, dementie) en de verschillende soorten ondersteuning die mantelzorgers nodig hebben. Ook de waardering voor mantelzorgers wordt op verschillende manieren vormgegeven, zoals de dag van de mantelzorg op 10 november met een mantelzorgattentie in de vorm van de Geefgoudadoorpas, maar ook aandacht voor de jonge mantelzorger.
Andere vormen van waardering zijn bijvoorbeeld de uitjes op de Dag van de mantelzorg en praktische hulp (hulp bij het huishouden voor mantelzorgers). In de bespreking van de programmabegroting 2023 is door de wethouder toegezegd dat de raad in Q1 2023 wordt geïnformeerd over de stand van zaken en ontwikkelingen rond mantel-/en respijtzorg. 3. Bijlage 3: sturen op het sociaal domein: Blz 20: Kijkend naar de preventie van de WMO ouderenvoorlichting, waar het CDA in het verleden op gehamerd heeft, wordt niets meer over genoemd! De rapportage Sturen op sociaal domein rapporteert over de voortgang van de opgaven in de beleidsnota. Niet alle lopende reguliere activiteiten worden dus genoemd. De ouderenvoorlichting heeft een preventieve werking en is uiteraard van belang. Met het nieuwe IZA en GALA zal preventie voor ouderenzorg ook weer hoger op de agenda komen. Blz 29, aantal cliënten doelstelling niet op koers, wat wordt hier aan gedaan? Zie antwoord bij vraag 3 VVD. Blz 30 Huiswerkbegeleiding is geen jeugdhulp. Wie betaalt dit dan als gezinnen het niet kunnen betalen? Graag uitleg? Huiswerkbegeleiding moet door ouders zelf betaald worden. Met het oog op kansengelijkheid is daarom in het bestuursakkoord de ambitie opgenomen om ook voor minima huiswerkbegeleiding mogelijk te maken.
Nu al is er via Stichting Leren voor de Toekomst en de Brede School huiswerkbegeleiding tegen zeer geringe kosten beschikbaar en als ook deze ouderbijdrage voor ouders te hoog is, kan via het Kinderfonds worden bijgesprongen.
Blz 32. Besparing hulp bij het huishouden wordt teruggebracht van 9, 4 naar 9,75 in 2025. Hoe kan dit met een toename van ouderen? Het gaat hier om een verhoudingsgetal. Het absolute aantal stijgt dus mee met de groei van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder. Blz 33: Wlz; in overleg WMO meer gebruik maken van de WLZ. Het is bekend dat eigen bijdrage hoger is bij de WLZ en er een wachtlijst is. Klanten willen dan geen WLZ bijdrage betalen voor de WLZ, omdat ze nog thuiswonen. Hoe wordt hier mee omgegaan? Wlz kan in de thuissituatie worden afgegeven, met een Wlz indicatie in de vorm van een PGB, modulair pakket thuis en een volledig pakket thuis. Met deze vormen van een Wlz indicatie kunnen mensen thuis blijven wonen totdat er een plek is in het verpleeghuis. Als cliënten een Wmo indicatie een aanvraag doen bij de Wlz dan wordt er totdat er een Wlz indicatie is afgegeven zorg vanuit de Wmo geleverd in het kader van overbruggingszorg Als mensen recht hebben op zorg vanuit de Wlz dan wordt de inwoner geacht aanspraak te maken op Wlz en niet de Wmo. Binnen de Wlz kan passendere zorg beschikbaar zijn. Daarnaast heeft een Wlz-indicatie als voordeel dat bij langdurige problematiek er voor langere periode een beschikking wordt afgegeven, wat passender is voor cliënten met een ondersteuningsvraag waar weinig tot geen ontwikkelingsperspectief is. 4.
Bijlage 6: samenvatting: ook hier wordt niet de mantel- en respijtzorg genoemd? Is daar een reden voor? In de samenvatting van de nota zijn de opgaven puntsgewijs genoemd. Vragen PvdA Op pagina 12 van het bestuursakkoord ‘Geef Gouda door!’ staat: ‘Om de Wmo-uitgaven beheersbaar en de ondersteuning toegankelijk te houden voor Gouwenaars die dit nodig hebben, voeren we zodra de wet dat toelaat een inkomensafhankelijke bijdrage in.’ 1. Heeft de gemeente al zicht op wanneer de inkomensafhankelijke bijdrage precies kan worden ingevoerd? Zo ja, wanneer? De plannen van het Rijk zijn vorige week op hoofdlijnen bekend geworden. De inkomensafhankelijke bijdrage wordt per 1 januari 2025 ingevoerd. Dit gaat gelden voor huishoudens met een inkomen boven 185% van het sociaal minimum. 2. Welke technische mogelijkheden zijn er om vooruitlopend op de wijziging van het landelijk beleid (voorzien voor 2025) rekening te houden met de financiële draagkracht van inwoners bij het toekennen van huishoudelijke hulp? Hiervoor ontbreekt de wettelijke basis. U heeft hierover eerder technische vragen gesteld. U kunt daar het uitgebreidere antwoord inzien. 3. Hoeveel houdt de gemeente over uitgedrukt in euro’s wanneer de inkomensafhankelijke toets wordt ingezet binnen Wmo-uitgaven? Het rijk heeft een inschatting gemaakt van de meerinkomsten door de hogere eigen bijdragen.
Deze worden gekort op de beschikbare middelen in het gemeentefonds.
pagina 2
Vragen VVD 1. Welke werkzaamheden voor de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne zijn uitgevoerd en betaal door het sociaal domein? Kunt u een overzicht geven van de uitgaven per post? Voor informatie over de werkzaamheden voor de opvang van vluchtelingen verwijzen wij u naar de raadsmemo’s van 22 maart, 5 april, 17 mei, 23 juni en 13 september. Kosten hiervan worden gedekt uit het door het Rijk beschikbaar gestelde budget van (tot 15 oktober) 100EUR per dag per opvang plek en vanaf 15 oktober 85 EUR per dag per opvangplek. Alle werkzaamheden en kosten die gemaakt worden voor de opvang van vluchtelingen uit de Oekraïne vallen ruimschoots binnen dit budget. 2. Welke werkzaamheden voor de opvang van vluchtelingen in de hotelboot zijn uitgevoerd en betaald door het sociaal domein? Kunt u een overzicht geven van de uitgaven per post? Voor informatie over activiteiten en de kosten voor vluchtelingen op de hotelboot verwijzen wij u naar de informatie bij de commissievergadering van 8 juni van de commissie Bestuur. Alle kosten die tot op heden zijn geboekt op het sociaal domein worden met terugwerkende kracht door het COA vergoed. Dit is een verandering ten opzichte van eerdere berichtgeving aan de raad, waarin was aangegeven dat alle kosten voor dagactiviteiten ten laste van de gemeente zouden komen. 3.
We streven naar het aantal jeugdigen in de jeugdzorg op 1 op 8, maar de tussenstand is nu 1 op 6,55. Klopt het dat dit aantal is toegenomen, afgenomen of gelijk is gebleven? De oorzaken van deze cijfers zijn moeilijk te bepalen, is er wel een algemeen beeld waarom het bereiken van de 1 op 8 zo moeilijk is? Het klopt dat nog niet is gelukt om het relatief aantal kinderen dat gebruik maakt van jeugdhulp te doen dalen. Het is ook lastig om dit te beïnvloeden. Belangrijke redenen daarvoor zijn dat de gemeente niet de enige verwijzer is naar jeugdhulp. Huisartsen, scholen en de rechterlijke macht kunnen ook rechtstreeks verwijzen. Daarnaast is de afbakening van wat jeugdhulp is, niet duidelijk in de Jeugdwet verankerd. Ook speelt de verwachtingen in de maatschappij mee: de normering van wanneer iets een probleem is waarvoor ondersteuning vanuit de overheid nodig is. En wat bij het leven hoort. Daarnaast hebben we te maken met de actualiteit van de nasleep van corona en de druk op financiën in vele huishoudens. Deze mix aan factoren maakt dat het (ook landelijk) lastig is het gebruik van jeugdhulp te beperken. Toch is de ambitie dat minder kinderen gebruik hoeven te maken van jeugdhulp, vanuit de gedachte dat een samenleving waar zoveel kinderen jeugdhulp nodig hebben niet gezond is.
Verwacht mag worden dat de landelijke hervormingen in de jeugdhulp kunnen helpen om beter af te bakenen en te normaliseren. Gouda stuurt nu met name op de toegang via onder meer afspraken met scholen en plaatsen van jeugdconsulenten bij de huisartsen. Regionaal sturen we op de zorgaanbieders. Ook bij de nieuwe inkoop van maatwerkvoorzieningen is passende zorg binnen de financiële kaders een thema. 4. Het normaliseringsdebat heeft intern plaatsgevonden, kunt u de resultaten van dit debat delen en bespreken met de raad? Zie onder 5 5. In de vorige raadsperiode is afgesproken om het vraagstuk normalisering in de raad te behandelen, komt dit agenderingsvoorstel nog vanuit het college of moeten wij als raad dit zelf op de agenda zetten? Indien de raad dat wenst is het uiteraard mogelijk het normaliseringsdebat te agenderen. Daarbij kan dan ook ingegaan worden op de resultaten van de inspanningen tot nu toe. Mogelijk is een combinatie mogelijk met de behandeling van de actualisatie van de verordening Wmo en Jeugd, die op de planning staat ter behandeling door de raad in Q1. In de verordening krijgt de normalisering een juridische vertaling.
pagina 3
6. In het regeerakkoord (landelijk) staat dat de bijdrage voor de huishoudelijke hulp vanaf 2025 inkomensafhankelijk wordt. Sommige gemeenten proberen deze wijziging al eerder door te voeren, bijvoorbeeld in Zuidplas. Zijn deze plannen ook in Gouda besproken en wordt er nagedacht om eerder af te stappen van het abonnementstarief? Ja dit is besproken. Besloten is niet eerder af te stappen van het abonnementstarief omdat de wettelijke grondslag ontbreekt. De PvdA heeft hier ook vragen over gesteld. Een uitgebreid antwoord komt ter beschikking bij beantwoording van die vragen. 7. In de tussenrapportage sturing op kosten staat op pagina 7 dat er in Q4 wordt gestart met een analyse van mogelijke verklaringen voor de dalende kostprijzen. Over welke kostprijzen gaat dit? Dit betreft de gemiddelde uitgaven per jeugdige die gebruik maakt van jeugdhulp. 8. De pilot huisbezoeken in het kader van vroegsignalering bij schulden loopt tot oktober 2022. Wij hebben goede ervaringen met de huisbezoeken gesignaleerd. Vroegsignalering is een wettelijke taak waarbij de gemeente beleidsvrijheid heeft in de uitvoering van deze taak. Huisbezoeken zijn bij wijze van pilot uitgevoerd maar zonder dat daarvoor extra capaciteit beschikbaar was. Uit de pilot komt naar voren dat het bereiken van inwoners via een huisbezoek het meest effectief is.
In 47,3% van de afgelegde huisbezoeken wordt de inwoner thuis aangetroffen en dat heeft geleid tot een hulp acceptatie van 13,15%. De meeste inwoners die geen hulp hebben geaccepteerd hebben stellen het wel op prijs dat de gemeente proactief hulp aanbiedt. 9. Wat zijn de resultaten van deze pilot en wordt er gekeken of de huisbezoeken kunnen worden gecontinueerd? De resultaten uit de pilot huisbezoeken geven aanleiding om deze interventie structureel in te zetten. Huisbezoeken zijn een interventie die we inzetten als het niet gelukt is om contact te krijgen met een inwoner waarbij er sprake is van zorgwekkende betalingsachterstanden (huur of afsluitingen nutsvoorzieningen en minderjarige kinderen in het huishouden). Bij het bestuursakkoord is vastgelegd dat vroegsignalering verder wordt versterkt en zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor toereikende formatie voor het uitvoeren van de vroegsignalering. 10. De pilot verzorgingsproducten blijkt succesvol, van de kasten met producten wordt goed gebruik gemaakt.
Wordt in de pilot ook gekeken naar het gebruik van verzorgingsproducten bij de voedselbank? Bij de voedselbank is de drempel om producten te krijgen iets groter maar kan bij het gebruik van de kasten worden onderzocht of de producten ook echt terechtkomen bij de mensen voor wie deze pilot is gestart? Nee we kunnen niet volgen of de producten ook terecht komen bij inwoners die wegens geldgebrek verzorgingsproducten uit de kastjes halen. Het is mogelijk voor inwoners om een reactie te geven (via een QR code is een vragenlijst in te vullen maar dit heeft niet geleid tot bruikbare respons). Doel is juist om deze laagdrempelig beschikbaar te stellen en dus zijn deze eenvoudig toegankelijk. Naast de kasten die door de gemeente worden aangeboden, worden in Gouda op diverse plekken via particuliere initiatieven ook dergelijke producten verspreid en is via Voedselbank en non-foodbank ook eea beschikbaar, specifiek voor inwoners die al bij hen bekend zijn of door intermediairs naar hen worden verwezen. Bovendien kunnen inwoners met het jeugdtegoed ook menstruatie-artikelen kopen bij de Hema. 11. Hoeveel procent van het budget voor dakloosheid wordt gebruikt voor de Gouwe Huse? Het budget voor maatschappelijke opvang bestaat uit de doeluitkering maatschappelijke opvang (DUMO) met aanvullende financiering vanuit het budget beschermd wonen.
Daarnaast is er een tijdelijke aanvulling vanuit het landelijke actieplan dakloosheid. Dit budget is belegd bij Gouda vanuit haar centrumgemeentetaak en is bestemd voor regionale voorzieningen voor maatschappelijke zorg. In totaal is er voor de kosten voor maatschappelijke zorg ruim 4 miljoen euro beschikbaar en vanuit het actieplan dakloosheid 350.000 euro voor 2023. Voor Gouwe Huse is vanuit het actieplan dakloosheid 200.000 euro gereserveerd. pagina 4
12. Hoeveel daklozen zijn er op dit moment in Gouda? Zie voor meer informatie over dak-en thuislozen de raadsmemo van 19 oktober 2022. 13. Wat wordt er gedaan aan vroegsignalering/preventie bij kinderen van 0-12 om gespecialiseerde jeugdzorg te voorkomen? Diverse aanbieders, programma’s en interventies werken aan preventie en vroegsignalering. Hieronder vallen onder meer het VVE-programma van de Brede School, het programma Kansrijke Start, Alert4You door Enver en de Buitenwereld, inzet van het CJG en de Jeugdgezondheidszorg. Het Sociaal Team biedt Basis JeugdGGZ, Basishulp en Licht Langdurige Ondersteuning aan kinderen en opvoeders. 14. Wat wordt er gedaan aan vroegsignalering/preventie bij jongeren van 12-18 om gespecialiseerde jeugdzorg te voorkomen? Voor 12-18 jarigen zijn het sociaal team en het Jongerenwerk beschikbaar. School is een belangrijke vindplaats, hier wordt het Jongerenwerk ingezet, zijn contactpersonen van het sociaal team beschikbaar en wordt door Enver JOS ingezet (Jeugdhulp op School). 15. Wordt er specifiek ingezet op vroegsignalering/preventie van problemen bij jongeren in het geval van (v)echtscheidingen? Binnen de vroegsignalering en preventie (zie vraag 13 en 14) is er doorlopend aandacht voor mogelijke problemen bij jongere in geval van (v)echtscheidingen. Daarnaast worden o.a.
door de rechtbank verwijzingen gedaan, zodat jongeren deel kunnen nemen aan programma’s die gericht zijn op het leren omgaan met problemen die ontstaan door complexe echtscheidingen. Daarnaast wordt het programma ‘scheiden zonder schade’ verder ontwikkeld en ook ingezet. Buiten deze programma’s om is het complex om vroegtijdig hulp te verlenen bij complexe echtscheidingen, omdat deze zich vaak ‘achter de voordeur’ afspelen. Er wordt vaak pas om hulp gevraagd op het moment dat de spanning al (te) hoog is opgelopen. 16. Op pagina 16 van de tussenrapportage sturen op kosten staat de doelstelling ‘meer statushouders hebben betaald werk’. Wat wordt er bedoeld met de cijfers? Is bijvoorbeeld 18 in 2020 een percentage of zijn het 18 mensen die werk hebben? Waarom staat er bij 2020 18 en is de doelstelling in 2022 15? Betekent dit dat het de bedoeling is dat minder statushouders betaald werk hebben? De weergegeven waarden betreffen ‘aantallen’. De doelstelling voor het aan betaald werk helpen van statushouders moest voor 2021 en 2022, tijdens de coronacrisis, naar beneden worden bijgesteld. De positie van statushouders op de arbeidsmarkt bleek in de coronacrisis erg kwetsbaar (CBS). 17. Op pagina 29 van de tussenrapportage sturen op kosten staat de ‘Te realiseren doelstelling aantal cliënten in maatwerk’. In 2020 was het aantal 1 op 6,97 en in 2021 1 op 6.68.
Begroot is in 2022 1 op 7,04, 2023 1 op 7,56 6 en in 2024 1 op 8. Waarom is het begrote aantal in stijgende lijn terwijl juist van 2020 naar 2021 er een afname was? Het gaat hier om een verhoudingsgetal. Het steven is dat er minder kinderen jeugdhulp ontvangen: dus in plaats van 1:6,68 kinderen in 2021 naar 1: 8 kinderen in 2024.
pagina 5
Vragen PvdD 1. Op pagina 9 wordt vermeld dat 89.1% van inwoners bekend zijn met minima regelingen. Op basis van hoeveel respondenten die deelnamen aan de stadspeiling is dit gebaseerd? En op welke manier wordt er gecorrigeerd voor inwoners die niet deelnamen aan de stadspeiling? Op welke manier is er rekening gehouden met het bereiken van de groep inwoners die maatschappelijk minder participeren? Hoe vaak hebben de buurtvoorlichters huis-aan-huis bezoeken afgelegd over een bepaald thema en welke thema’s zijn hierbij aan de orde geweest? In 2021 had de Stadspeiling ruim 2300 respondenten. Dat is een opkomst van ruim 28%. Dat is een representatieve uitkomst voor Gouda. De vragenlijst wordt per brief aangekondigd. Hierin staat een manier waarop zij digitaal aan de Stadspeiling mee kunnen doen. Hierin staat ook vermeld dat er op een later moment nog een papieren vragenlijst komt. Dit doen we zodat inwoners die minder digivaardig zijn, ook kunnen participeren. De steekproef wordt uit het BRP getrokken. Dit betreft een a-selecte steekproef, dit betekent dat inwoners per toeval in de steekproef terecht komen. De uitkomsten van de Stadspeiling worden gewogen op leeftijd, geslacht en wijk. Er zijn 10-15 buurtvoorlichters. Dit zijn vrijwilligers die onder Kwadraad, team Welzijn vallen. Vanaf april is een nieuw team samengesteld.
Sindsdien zijn de buurtvoorlichters iedere week op pad geweest, met een groep van 3-6 mensen. Sinds september twee keer per week. Opdrachtgevers de gemeente, Woonpartners en Mozaïek Wonen. Onderwerpen die aan de orde komen zijn onder meer: een enquête over veiligheid in de buurt, aandacht voor de Dag van de Mantelzorg vanuit Palet Welzijn, de campagne Ik wil leren van St. Lezen en Schrijven en de Bibliotheek en de wijkfeesten van de Buurtservicecentra (Kwadraad). Momenteel wordt voorlichting gegeven over inbraakpreventie, en het omgaan met plastic afval (i.s.m. Cyclus). 2. Op pagina 10. Doelstelling zo kort mogelijke duur maatschappelijke opvang. Welke instrumenten gebruikt de gemeente om hierop te sturen? Door inzet van persoonlijke begeleiding in de opvang, wordt getracht om personen zo zelfstandig mogelijk te maken om door te kunnen stromen naar zelfstandige woonruimte. Daarnaast wordt in samenwerking met de woningcorporaties ingezet op het laten doorstromen van mensen met een huurcontract waarbij een huurder ook zorg ontvangt. Hierdoor kunnen mensen uitstromen die nog begeleiding nog hebben bij het zelfstandig wonen. Ook is Wonen Eerst gestart, zie hiervoor ook de informatie in de rapportage sociaal domein. 3
Op pag. 16 staan de resultaten m.n.t. laaggeletterdheid vermeld: 130 NT1 en 1080 NT2. Is er bij de doelstellingen ook een onderscheid in NT1 en NT2? Wat heeft de gemeente gedaan om de laaggeletterden NT1 te bereiken? Op welke wijze kan het bereik van deze groep verhoogd worden?
In de doelstelling voor de bestuursrapportage is geen onderscheid gemaakt, maar de gemeente heeft wel extra ingezet om laaggeletterden (NT1) te bereiken. Het is gelukt in 2022 twee lesgroepen te starten voor NT1 en er is door de gemeente en het Taalhuis veel aandacht besteed aan de signalering en toeleiding van laaggeletterden. Het is heel lastig om het bereik van de NT1 doelgroep te verhogen, maar door herhaaldelijk aandacht te hebben voor de signalering en door trainingen te geven over het onderwerp kan dit het bereik vergroten. Ook helpt het als er goede ambassadeurs van het thema actief zijn. 4. Op pag. 21 wordt het jongerenwerk genoemd dat gericht is op jongeren met overlast gevend en risicovol gedrag. Wort er in het kader van preventie ook gewerkt aan het creëren en heropenen van ontmoetingsplekken en voorzieningen voor alle jongeren? In de buurthuizen komen jongeren niet. Op welke wijze wordt er aan jongeren gevraagd aan welke voorzieningen zij behoefte hebben? Voor meer informatie verwijzen wij u naar de raadsmemo van 7 september “onderzoek behoeften jongeren”. In deze memo wordt aangegeven welke behoeften er leven onder jongeren als het gaat om jongerenwerk, welk aanbod er al is en welke visie en ervaringen er zijn ten aanzien van Jongerenontmoetingsplekken.
En de huidige stand van zaken rond het jongerenwerk in Gouda, nieuwe ontwikkelingen en de keuzes die daarin gemaakt worden. pagina 6
5. Op pag. 29 staat het streven het aantal jongeren met een maatwerkvoorziening te verlagen tot 1:8 jeugdigen met jeugdzorg. In plaats van een daling heeft er nog een lichte stijging voorgedaan. Is er gebruik gemaakt van ervaringen in andere gemeenten, waar minder jongeren gebruik maken van jeugdzorg? In het algemeen is het gebruik van jeugdhulp hoog. Voor een vergelijking met andere gemeenten is het van belang te kijken naar omvang; bevolkingssamenstelling, de problematiek, de verstedelijkingsgraad en hoe het sociaal domein lokaal is ingericht: m.n. de sociale basis en de toegang. Dit maakt het lastig om één op één interventies over te nemen. Gouda volgt uiteraard ontwikkelingen in het land. Zo is de huisartsenpilot gestart juist omdat uit onderzoek bleek dat dit een beperking van kosten en gebruik van jeugdhulp kan realiseren. Ook de WLZpilot is gestart op basis van ervaringen elders. Met het project mockingbird loopt Gouda en onze regio weer voor op. 6. Op pag. 34 wordt vermeld dat er door personeelstekorten wachtlijsten van meer dan 8 weken voorkomen bij aanvragen om hulp bij het huishouden. In 2025 wordt het abonnementstarief, dat geleid heeft tot forse stijgingen van aanvragen voor hulp bij het huishouden weer vervangen door een inkomensafhankelijk systeem.
Sommige gemeenten hanteren dat nu al en daarop staan geen sancties van het rijk, ook al is het in strijd met de wet. Op welke wijze gaat de gemeente om met de wachtlijsten? Mensen met een hoger inkomen kunnen de problemen gemakkelijker zelf oplossen. Houdt de gemeente bij de plaatsing op de wachtlijst rekening met het inkomen? Via de RDS bekijken we de mogelijkheden voor het oplossen van de wachtlijsten. Een onderscheid maken onder mensen die op de wachtlijst staan op basis van inkomen, bevat geen wettelijke grond, is arbeidsintensief en leidt tot rechtsongelijkheid. 7. Hebben de pogingen om de kosten te verlagen door aanvragen te weigeren geleid tot meer bezwaarschriften? Worden de aanvragers gewezen op bezwaarmogelijkheden als zij een afwijzing krijgen? Er zijn geen aanwijzingen dat het programma sturen op kosten leidt tot meer bezwaarschriften. De aantallen per jaar blijven nagenoeg gelijk, mede doordat bij afwijzingen zoveel mogelijk in goed overleg met belanghebbende wordt gezocht naar een passende oplossing. Iedere beschikking op een aanvraag wordt voorzien van informatie over de mogelijkheid bezwaar te maken. 8.
Welke instrumenten gebruikt de gemeente om te sturen op de doelstelling % kinderen met een gezond gewicht? Op diverse manieren inzet gepleegd op dit onderwerp dit wordt onder andere gedaan door Gouda Goed Bezig (lokale uitvoering van Jongeren Op Gezond Gewicht/Gezonde Jeugd Gezonde Toekomst), acties binnen het Preventieakkoord en de uitvoering van de Gezonde School waar voeding & bewegen een thema zijn. Binnen deze inzet worden activiteiten/interventies uitgevoerd, voorlichting gegeven en wordt er ingezet op deskundigheidsbevordering. Bovendien proberen we voor de jeugd en de ouders de drempel om te gaan bewegen zo laag mogelijk te maken. Dit wordt gedaan door het aanbieden van Buurtsport (-12 en 12+) en doordat mensen met een laag inkomen gebruik kunnen maken van de Rotterdampas en het Volwassenenfonds. Hierbij kunnen zij aanspraak maken op een bedrag om het lidmaatschap bij een vereniging te kunnen bekostigen. Daarnaast zetten we in op een gezonde leefomgeving, waarin gezondheid en beweging worden gestimuleerd. Gouda Goed Bezig, het Preventieakkoord en de Gezonde School worden periodiek geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd. 9. De ambtelijke organisatie in het sociaal domein is extra belast geraakt o.a. door terwijl het door de situatie op de arbeidsmarkt niet lukt alle vacatures te vervullen.
Welke werkzaamheden binnen het sociaal domein zijn daardoor in de knel gekomen? Dit staat in de rapportage sociaal domein: Door invloed van corona en andere acute vraagstukken is ook een aantal onderwerpen die genoemd staan in de nota sociaal domein niet uitgevoerd, zoals het project de Gezonde Wijk en Sturen op subsidies en daaraan gerelateerd het opnieuw vormgeven van de subsidieregeling Participatie in de Buurt.
pagina 7
10. In de Coronatijd zijn veel vrijwilligers gestopt met vrijwilligerswerk. Zijn hierover aantallen bekend? Wat heeft de gemeente gedaan om nieuwe vrijwilligers te vinden en wat heeft dit opgeleverd? Hierover zijn geen cijfers bekend. Wel is het algemene beeld inderdaad dat redelijk wat met name oudere vrijwilligers na de lockdowns niet meer actief geworden zijn. Vorig jaar heeft het Vrijwilligersinformatiepunt een vrijwilligersproeverij georganiseerd (begin november 2021) waarbij potentiële vrijwilligers een kijkje konden nemen bij verschillende organisaties. Vanwege corona is dit minder groots aangepakt dan vooraf was bedacht. Daarnaast is in maart 2022 een vrijwilligersmarkt georganiseerd door INGouda in het oude stadhuis. Daar was grote belangstelling voor. Veel organisaties op gebied van informele hulp presenteerden zich en belangstellenden konden zich informeren over het doen van vrijwilligerswerk. Voor Gouda 750 zijn veel vrijwilligers geworven, de hoop is dat een aantal van deze vrijwilligers zich blijvend willen inzetten voor Gouda.
Vragen CU Vragen: 1. Welke organisaties en betrokkenen uit sociaal domein zijn betrokken bij de beleidsnota? Hoe worden deze partijen meegenomen in de actualisatie? Bij de totstandkoming en uitvoering van beleid is een veelheid aan organisaties in het sociaal domein betrokken. De actualisatie betreft een tussentijds evaluatief moment voor de raad. Daarnaast gaan we in gesprek met de GASD om ook daar suggesties voor actualisatie op te halen. 2. In hoeverre en hoe wordt nagegaan of de diverse activiteiten rond diversiteit, inclusie en burgerschap hun doel bereiken. Dit wordt gemeten aan de hand van de twee kpi’s in de rapportage sociaal domein: % Inwoners dat (zeer) tevreden is over deelname aan de samenleving; en % inwoners dat zich thuis voelt in Gouda (nieuwe vraag in de Stadspeiling vanaf 2022). 3. Snelle uitkering energietoeslag: wat is hier de definitie van snel, hoeveel aanvragen voldoen aan deze definitie? De beleidsregels voor de Energietoeslag zijn op 22 maart 2022 vastgesteld en nog diezelfde maand is de energietoeslag ambtshalve verstrekt aan de mensen die een uitkering van de gemeente Gouda ontvangen. Binnen 10 dagen dus en dit is snel. Daarna heeft het ministerie de toeslag verhoogd en heeft Gouda besloten om de inkomensgrens op te hogen. Voor de ambtshalve verstrekte toeslagen heeft een nabetaling van dit hogere bedrag plaatsgevonden.
Het afhandelen van de aanvragen om een toeslag heeft enige tijd tot achterstanden geleid als gevolg van het hoge aantal aanvragen maar is inmiddels weer binnen de wettelijke beslistermijn van 8 weken na aanvraag. 4
Toenemende tevredenheid cliënten jeugd; wmo en part.wet. hoe wordt dit vastgesteld? Worden daarin bij de uitvraging alle doelgroepen die er gebruik van maken bereikt?
Alle inwoners die afgelopen jaar en bijstandsuitkering ontvingen zijn aangeschreven voor het cliënt tevredenheidsonderzoek werk en inkomen. Voor de Wmo zijn 1100 mensen uitgenodigd tot deelname en is de respons 37% daarvan geweest. Voor jeugd zijn 1658 mensen uitgenodigd tot deelname en de respons daarvan was 13%. De raad heeft op 6 september alle informatie hierover ontvangen. De respons geeft een voldoende betrouwbaar beeld. Maar verwacht mag worden dat inwoners die de Nederlandse taal niet goed beheersen en/of moeite hebben met formulieren ondervertegenwoordigd zullen zijn.
pagina 8
5. Wlz pilot: wat maakt dat oplossingen passender zijn dan bij financiering vanuit wmo. Hoe worden ouders en aanbieders geholpen bij het doen van een wlz-aanvraag. De ouders worden ondersteund bij hun aanvraag en goed geïnformeerd door de jeugdconsulent en het bureau Cliëntondersteuning Plus. Hier is ruimte voor het gesprek in vaak gevoelige situaties. Het gaat hier om kinderen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuigelijke aandoening waar nauwelijks ontwikkelperspectief is. 24 –uurs zorg en toezicht is nodig. Binnen de Wlz kan passendere zorg beschikbaar zijn. Daarnaast kunnen cliënten van 18+ ondersteund worden door de clientondersteuner van het sociaal team. 6. wmo gedragswetenschapper leidt tot passender hulp en kostenbesparing. Hoe komt deze passender hulp en kostenbesparing tot stand en wat doet deze gedragswetenschapper concreet en zou een uitbreiding van de functie nog meer kunnen besparen dan de 160k nu? Binnenkort wordt een evaluatie opgeleverd van de pilot. De raad wordt dan via een raadsmemo geïnformeerd over de resultaten. De antwoorden op uw vragen komen hierin terug. 7. Ambtelijke organisatie sociaal domein heeft keihard gewerkt. Is deze afdeling op volledige sterkte. Welke zaken zijn blijven liggen door corona, oekrainse vluchtelingen, energiecrisis? Zie antwoord op vraag 9 van de PvdD 8.
Voorziening cluster 4 onderwijs: hoeveel leerlingen maken hiervan gebruik? Hoeveel kinderen binnen deze doelgroep moeten voor onderwijs nog steeds buiten Gouda terecht? Deze informatie kan niet geautomatiseerd worden geleverd, maar kan alleen handmatig worden verzameld en daar is momenteel geen capaciteit beschikbaar voor. 9. Hoeveel kinderen in Gouda (zonder ontheffing leerplicht) zijn zogenaamde ‘thuisblijvers’ en gaan niet naar school? Welke verklaring is hiervoor? In het jaarverslag van Bureau Leerlingzaken over schooljaar 2021-2022 wordt onderscheid gemaakt in twee soorten ‘thuisblijvers’. Allereerst de ‘thuiszitters’, jongeren die langer dan 4 weken vrijwel continue (richtlijn 90%) ongeoorloofd verzuimen, geen vrijstelling hebben en geen startkwalificatie hebben, of niet staan ingeschreven op een school. De gemeente Gouda heeft geen jongeren in deze categorie. Dan zijn er de ‘risicoleerlingen’. Dit zijn met name jongeren die gedurende 4 weken structureel geoorloofd verzuimen wegens medisch of psychische omstandigheden, het kan ook gaan om geschorste leerlingen of leerlingen met leertijdvermindering. De gemeente Gouda had in schooljaar 2021-2022 46 jongeren in deze categorie. Dat is een vermindering ten opzichte van een jaar eerder. De categorie risicoleerlingen vergt veel aandacht van de leerplichtambtenaren.
Het gaat in veel gevallen om complexe casussen, die bij meerdere instanties in behandeling waren. Het aantal van 46 risicoleerlingen wil niet zeggen dat deze leerlingen het hele schooljaar thuis hebben gezeten. Meestal werd er binnen het schooljaar een oplossing gevonden. Periodiek wordt over aantallen afgestemd met de samenwerkingsverbanden Primair en Voortgezet Onderwijs. Door een (pro)actieve aanpak van school, samenwerkingsverband en leerplicht wordt ingezet op een adequaat traject, zodat definitief thuiszitten en voortijdig schoolverlaten (VSV-er) voorkomen wordt. 10. Gebruik jeugdigen jeugdhulp is 1:6,55 (streven is 1:8). Duidelijke oorzaak is niet aanwijsbaar. -> het lijkt erop dat het langer duurt voordat maatregelen effect sorteren… -> is hier meer inzicht in te geven? Hoe wordt dit gevolgd? Welke patronen zijn te zien? Zie hiervoor antwoord op vraag 3 van de VVD. We monitoren per kwartaal de voortgang op het gebruik van de jeugdhulp en bekijken daarbij of we tendensen kunnen zien. We zien b.v. dat de verwijzingen naar maatwerk via de gemeente afnemen, maar dat er een waterbedeffect ontstond naar hulp via de huisarts (als verwijzer). De pilot huisartsen lijkt dit effect weer positief te beïnvloeden.
pagina 9
11. Vanuit de aanbieders komen geluiden dat er door corona nog steeds meer hulpvragen zijn en dat door budgetplafonds aanbieders deze hulp niet mogen bieden. Wordt dit beeld herkend? Bij hoeveel aanbieders is hiervan sprake en hoe wordt hiermee omgegaan door de gemeente? Zijn de wachtlijsten hierdoor gegroeid? Signalen dat wachtlijsten groeien door budgetplafonds die de gemeente gesteld heeft, hebben we niet. Voorzover een aanbieder een wachtlijst heeft als gevolg van de volledige benutting van hun budgetruimte, kunnen jeugdigen en gezinnen terecht bij andere aanbieders die vergelijkbare jeugdhulp bieden. . 12.
Pilot Raatsamen wordt positief geëvalueerd. Wordt deze uitgebreid op meerdere scholen?
De pilot wordt inderdaad inhoudelijk positief geëvalueerd door alle betrokkenen. Knelpunt is de financiering van Raatsamen: dit is momenteel een Goudse pilot. Maar slechts de helft van de deelnemende leerlingen komt uit Gouda. Soms financiert een gemeente deelname conform de werkwijze van Raatsamen (=met ruimere beschikking) en soms helaas niet. Voor een structurele inzet en eventuele uitbreiding is regionale samenwerking nodig. Hierover gaan we in gesprek met de regiogemeenten. 13. Om inclusie te bevorderen is er het Tolerantiepakket beschikbaar voor alle basisscholen. Is er bekend op hoeveel scholen dit pakket daadwerkelijk wordt gebruikt en wat de resultaten hiervan zijn? Worden leerlingen hier toleranter van? Momenteel maken 11 groepen op 5 scholen gebruik van het Tolerantielespakket. Het lespakket omvat een aantal modules met verschillende thema’s onder andere over discriminatie, diversiteit, racisme, inclusie, respect en verdraagzaamheid. Er is nog geen terugkoppeling bekend voor wat betreft de resultaten vanuit de scholen. 14. Bereiken we met de activiteiten rond inclusief samenleven alle gouwenaars of doen hier vooral gouwenaars aan mee die een hoge betrokkenheid hebben op deze thema’s? Met de activiteiten rond inclusief samenleven worden verschillende groepen gouwenaars bereikt. De meeste activiteiten zijn vrij toegankelijk voor alle inwoners.
Over het algemeen wordt aangenomen dat bewoners deelnemen aan activiteiten waar zij zelf interesse of betrokkenheid bij hebben. Bijvoorbeeld bij het project ‘Verbinding in de buurt’ van GoudaBruist wordt de betrokkenheid van buurtgenoten onderling gestimuleerd. Bewoners die zich inzetten als gangmaker voor hun straat of buurt doen dit meestal uit persoonlijke betrokkenheid. Het thema ‘inclusief samenleven’ wordt hier vertaald naar de praktijk, zonder het begrip zelf te gebruiken. 15. Binnen het preventieakkoord wordt om motorische vaardigheden de MQ scan afgenomen. Wat zijn hiervan de resultaten/hoe scoren de goudse kinderen hierop tov landelijke gemiddelden? Afgelopen jaar is de MQ scan op vier scholen in Gouda uitgevoerd. Uit de scores van afgelopen schooljaar (2021-2022) blijkt dat we als gemeente gemiddeld scoren. Vanuit de individuele scores van de scholen is te zien dat er 1 school ondergemiddeld scoort en de andere 3 gemiddeld (of iets erboven). N.a.v. de resultaten is de vakleerkracht aan de slag gegaan binnen de regulieren gymlessen. Meer/beter aandacht voor de specifieke onderdelen die naar voren komen uit de school-, groeps- en kindrapportage. Ook aandacht voor het uitdagen van de talenten uit de groep. Eén van deze scholen pakt het project van de MQ scan zelfstandig op.
Zij hebben zelf een vakleerkracht bewegingsonderwijs, die ook de gymlessen voor de kleuters verzorgd. Op de andere drie scholen hebben wij n.a.v. de resultaten GymPlus-lessen aangeboden voor de kinderen uit de groepen 1 t/m 4 die (ruim)onder gemiddeld gescoord hebben. In totaal zijn in schooljaar 2021-2022 vijf GymPlus-trajecten van 10 weken aangeboden. Hier hebben 33 leerlingen aan deelgenomen.
pagina 10
16. Aandachtspunt blijft dat inwoners voldoende op de hoogte zijn hoe zij toegang tot ondersteuning kunnen krijgen. Welke verklaring is hiervoor? Zijn hierin patronen te ontdekken? Hoe wordt dit aangepakt? Communicatie over loketten voor hulp en ondersteuning is een doorlopend proces. We zetten steeds in op communicatie via diverse kanalen (lokale kranten, sociale media) en door voorlichting aan diverse maatschappelijke organisaties zodat zij ook hun cliënten kunnen informeren. Vragen D66: 1. Welke partijen in Gouda zullen geconsulteerd worden in deze evaluatie? Wanneer vinden deze consultaties plaats? Het betreft hier een tussentijds evaluatief moment voor de raad. Daarnaast spreken we met de GASD om ook daar suggesties voor actualisatie op te halen. 2. Op pagina 4 wordt aangegeven dat het aannemelijk is dat de afname van het aantal verwijzingen naar maatwerk jeugdhulp via de gemeente afneemt als effect van het normaliseringsdebat dat intern heeft plaatsgevonden. Op basis waarvan wordt deze aanname gedaan? Dit is gebaseerd op ervaringen bij de gemeentelijke toegang waar consulenten nu vaker in het gesprek met ouders kunnen besluiten tot niet toekennen van maatwerkvoorzieningen. 3. Op pagina 4 is te lezen dat de aanwas via de huisarts ook afneemt als gevolg van de pilot van jeugdconsulenten bij de huisarts.
Hoe kan dit onderbouwd worden? We monitoren bij de maatwerkvoorzieningen jeugdhulp de verwijzer. Uit de cijfers Q 2 blijkt dat relatief minder verwijzingen via de huisarts verlopen vergeleken met de periode daarvoor. 4. Op pagina 4 staat verder dat de inzet van de gedragswetenschapper een besparing oplevert van € 160.000,-. Welke kosten staan daar tegenover? Zie het antwoord op vraag 6 van de CU 5. Op pagina 7 is te lezen dat op dit moment 1 op de 6,5 jeugdigen gebruik maakt van een maatwerkvoorziening. Als we de jeugdigen meetellen die op de wachtlijst staan, over welke getallen hebben we het dan? Deze gegevens zijn niet beschikbaar aangezien de precieze data van de wachtlijsten niet bij de gemeente bekend zijn, deze zijn bekend bij de instellingen. Deze cijfers boven tafel krijgen zal veel tijd vragen gezien het aantal aanbieders. 6. Op pagina 11 wordt aangegeven dat de capaciteit schuldhulpverlening is uitgebreid. Kan dit gespecificeerd worden? Door extra ondersteuningsvragen (bijvoorbeeld voor gedupeerden toeslagenaffaire of het adviesrecht bij schuldenbewind), wijziging in taken als gevolg van invoering integrale uitvoeringsorganisatie en stijgende aantallen hulpvragen, is extra formatie toegekend.
Het betreft een stijging van de formatie schuldhulp met 4 fte (waarmee ook de extra inhuur kon worden geformaliseerd), extra inzet op de administratie en 0.8 fte kwaliteitsmedewerker.
pagina 11
7. Op pagina 11 wordt gesproken over de achterstanden in het betalen van de zorgverzekeringspremie. Zijn er ook signalen dat inwoners van Gouda helemaal niet meer zorgverzekerd zijn? : Helaas zijn er altijd inwoners met betalingsachterstanden, ontstaan door meerdere oorzaken. Het is in Nederland verplicht om verzekerd te zijn voor zorgkosten en bij betalingsachterstanden op de premie van de basisverzekering is het niet mogelijk om die op te zeggen, over te stappen of geroyeerd te worden. Bij zes maanden betalingsachterstand wordt de betreffende persoon aangemeld als wanbetaler bij het CAK die dan de premiebetaling met boete gaat incasseren bij de betreffende persoon. Een eventuele aanvullende verzekering kan wel worden beëindigd. 8. Op pagina 11 is te lezen dat er een oplossing is gevonden voor gezinnen met een laag inkomen om toch een fiets aan te kunnen schaffen. Deze worden nu betaald uit het budget voor armoedebestrijding. Gaat dit ten koste van andere activiteiten of is het budget verhoogd om deze uitgaven te kunnen doen? In 2021 hebben we de kosten van het verstrekken van fietsen kunnen dekken uit de budgetruimte op een aantal begrotingsposten. Dat lukte omdat het een relatief klein bedrag betrof en gebruik kon worden gemaakt van de ruimte op een aantal posten binnen programma 4. Dat lukt ook voor het jaar 2022.
Voor 2023 en verder wordt structurele dekking uitgewerkt waarbij het uitgangspunt is dat dit budgetneutraal voor de begroting verwerkt kan worden. Wel is het zo dat veel regelingen ter ondersteuning van minima een zogenaamde “open-einde” regeling zijn en dat bij stijgende vraag de gemeente ook geconfronteerd kan worden met een overschrijding op de budgetten. 9. Op pagina 14: We zijn blij dat er weer een cluster 4 school is, wat zijn de stappen die gepland zijn om te komen tot formatiebekostiging van de jeugdhulpverlener? Er is een dashboard ontwikkeld waarin data vanuit het onderwijs en vanuit jeugdhulp aan elkaar gekoppeld zijn. Het doel hiervan is inzichtelijk te krijgen op welke scholen het efficiënt is om jeugdhulp op een andere wijze te organiseren, bijvoorbeeld door formatie financiering in plaats van individuele beschikkingen jeugdhulp. Het voornemen is om op de top 3 scholen waar relatief veel jeugdigen jeugdhulp ontvangen dan wel waar de gemiddelde zorgzwaarte jeugdhulp hoog is, te onderzoeken of de jeugdhulp op een andere wijze georganiseerd kan worden, bijvoorbeeld via een formatie bekostiging. De eerstvolgende stap is dat de analyse van de dashboard besproken wordt met de samenwerkingsverbanden 10. Pagina 14: Er is ingezet op het dichterbij elkaar brengen van de Experttafel en de Verblijfstafel.
Zijn er al resultaten te delen? Zo nee, wanneer zijn deze te verwachten? Er wordt op dit moment periodiek afgestemd tussen de regionale verblijfs- en experttafel, waarbij de actuele ontwikkelingen besproken worden. Er is een werkagenda voorbereid en deze wordt binnenkort geagendeerd op de vergadering van de stuurgroep. Desalniettemin wordt er ondertussen al hard gewerkt aan de voorbereidingen van de afspraken uit de werkagenda, zoals het creëren van een flexibele schil, contractmanagers verblijf en verblijfstafel over omvang van het aanbod. Daarnaast is er de afgelopen periode gewerkt aan verbetering van de samenwerkingsovereenkomst experttafel. 11. Op pagina 15 wordt gerefereerd aan de afbouw van gesloten plaatsingen. Staat de teller bij JBW nog steeds op 0? Zijn er al cijfers bekend van de andere twee GI’s? Er zijn nog geen nieuwe cijfers bekend. De cijfers van de andere GI’s worden op dit moment opgevraagd. 12. Op pagina 18 lezen we over de aanpak van laaggeletterdheid, volgens het Regionaal Plan Basisvaardigheden Regio Midden-Holland 2020 – 2024. Zijn hier al resultaten van te melden? Zo nee, wanneer zijn deze te verwachten? Ja, er valt bijvoorbeeld te melden dat het in 2022 gelukt is om twee lesgroepen te starten voor de NT1 doelgroep. In 2023 zal de raad geïnformeerd worden over de voortgang. pagina 12
13. Op pagina 24 wordt gesproken over het sociaal team 3.0, en waar de nadruk in het eerste half jaar van 2022 op heeft gelegen. Welke resultaten zien we hier tot nu toe van? Werkprocessen zijn aangescherpt wat heeft geleid tot het terugbrengen van de wachttijden naar maximaal 2 weken, doorontwikkeling van de werkwijze Basishulp en het verkorten van doorlooptijden (maximaal 6 maanden) door het eerder afsluiten van casuïstiek. 14. In de tabel op pagina 25 wordt aangegeven dat er een toename is van het aantal cliënten die aangeeft dat de hulp (Wmo en Jw) het probleem heeft opgelost. Op basis waarvan wordt geconcludeerd dat er een toename is? Er staan alleen cijfers over 2021 in. In de toelichting op deze cijfers op pagina 26 gaat men verder in op de onderwerpen waar men tevreden over is. Zijn deze onderwerpen ook bekend over de onderwerken waar onvrede over is? Deze cijfers hebben betrekking op het cliënttevredenheidsonderzoek dat in 2022 is uitgevoerd over 2021. De raad is hierover uitvoerig geïnformeerd met het raadsmemo van 6 september jongstleden met daarbij ook de uitkomsten van deze ervaringsonderzoeken. 15. Op pagina 26 wordt gesproken over de acties die zijn ingezet om de overgang van 18- naar 18+ te versoepelen, maar er is niet uit op te maken welke effecten we zien van de inzet tot nu toe.
Kunt u hier iets over zeggen? Voor inwoners met een jeugdhulpvoorziening vindt warme overdracht plaats als zij nog steeds een ondersteuningsvraag hebben wanneer zij 18 worden. Zij hoeven niet terug naar de aanmeldroute, maar kunnen hun ondersteuning houden in het kader van verlengde jeugdhulp of krijgen een Wmo-indicatie. Het streven is in die gevallen altijd een soepele overgang, zonder nieuwe procedures. 16. Pagina 28, Samenloop Wmo en Zvw leiden vaak tot frustraties bij cliënten die van kastje naar de muur worden gestuurd en vaak meerdere keren hun verhaal moeten vertellen, en keer op keer moeten bewijzen de hulp nog steeds nodig te hebben. Ook bij levenslange en levensbrede beperkingen. Welke acties zijn tot nu toe ingezet om dit te versoepelen? Heeft dit al tot resultaat geleid? Zijn er nog andere verbeteringen in dit proces gepland? Voor Gouda geldt dat als iemand al een Wmo indicatie geeft we overbruggingszorg bieden, totdat iemand een indicatie WLZ heeft. Daarnaast zal voor Hbh, begeleiding en dagbesteding Wmo waar mogelijk een langere indicatie afgegeven worden. Implementatie verwachten we in Q1. Voor hulpmiddelen en de vervoerdiensten worden al levenslange indicatie Wmo afgegeven. 17. Pagina 28: Dataplatform.
Wanneer kunnen we als raad worden meegenomen in de eerste resultaten van dit dataplatform? De resultaten van het dataplatform zijn er nog niet; de gegevensuitwisseling is op dit moment nog niet volledig afgerond. 18. Pagina 30, bovenaan bij de Toelichting. Daar wordt aangegeven dat de zorgzwaarte zich volgens de doelstelling heeft ontwikkeld. Op basis waarvan wordt die conclusie getrokken? We zien dat de kosten dalen, maar daalt daarmee ook de zorgzwaarte? Binnen het programma sturen op kosten wordt met zorgzwaarte inderdaad gedoeld op de gemiddelde kosten per jeugdige. Bekend is complexe c.q. gespecialiseerde zorg kostbaarder is. 19. Pagina 30: sturing op aanbieders. D66 Gouda heeft in 2021 een motie ingediend om het aantal aanbieders terug te brengen. Deze motie is ook aangenomen door de Goudse Raad. Kunt u aangeven welke maatregelen er zijn genomen om dit te bewerkstelligen en wat hier tot nu toe het resultaat van is? Op dit moment worden geen nieuwe aanbieders meer gecontracteerd, tenzij het om een leemte in het zorgaanbod gaat (uitzondering). Gedurende de looptijd van de contracten is het niet mogelijk contracten met aanbieder op te zeggen (tenzij niet aan contractvoorwaarden voldaan in
pagina 13
laatste instantie), Voor de nieuwe inkoop, is in het consultatiedocument opgenomen dat gestreefd wordt naar een overzichtelijk zorglandschap met minder aanbieders. Pagina 31, pilot huisartsen. Wanneer kunnen we de kosten-batenanalyse verwachten? De verwachting is dat de resultaten nog dit jaar voor u ter beschikking komen via een raadsmemo.
pagina 14