Startnotitie Omgevingsprogramma Groen, Bomen en de Uitvoeringsagenda Biodiversiteit
Tekst van het document
aan dossiernummer onderwerp
van datum
1
De gemeenteraad 7612 Startnotitie Omgevingsprogramma Groen, Omgevingsprogramma Bomen en de Uitvoeringsagenda Biodiversiteit Het college van burgemeester en wethouders 31 oktober 2023
Aanleiding
Groen met een grote diversiteit levert vele ecosysteemdiensten1 en beschermt ons tegen de gevolgen van veranderingen in het milieu en het klimaat zoals wateroverlast, droogte en hitte (zie figuur 1). Biodiversiteit is van levensbelang en vormt een belangrijke basis in ons leven. Biodiversiteit staat aan het begin van onze economie, voedselproductie en gezondheid. Om een gezond stadsecosysteem te creëren, is het van belang om een uitgebreid netwerk van parken, tuinen en groengebieden onderling met elkaar te verbinden.
Figuur 1. Ecosysteemdiensten of baten van groen en bomen
De huidige groenbeleidsplannen Groen, groener, Gouda 2017 en Groenstructuurplan 2007-2015 Gouda blijft groen worden geactualiseerd. Er wordt daarbij zoveel mogelijk voortgeborduurd op de eerdere groenbeleidsplannen en de daarin benoemde uitgangspunten, doelen en ambities. Deze worden in het nieuwe beleid geactualiseerd met de opkomst van nieuwe thema’s en versterkt. 1 Ecosysteemdiensten zijn diensten die door een ecosysteem aan mensen worden geleverd. Het kan
gaan om het verstrekken van een product (bijvoorbeeld drinkwater), een regulerende dienst (bijvoorbeeld bestuiving van gewassen), een culturele dienst (bijvoorbeeld gelegenheid geven tot recreatie) of een dienst die de voorgaande diensten ondersteunt (bijvoorbeeld de kringloop van nutriënten in een ecosysteem).
Voor de actualisatie zijn de volgende redenen: -
De Omgevingswet die per 1 januari 2024 inwerking treedt. De opkomst van maatschappelijke thema’s zoals beschreven in de Omgevingsvisie Gouda en het Bestuursakkoord Geef Gouda door! 2022-2026 die in de huidige groenbeleidsplannen nog onderbelicht zijn. De notitie Ambities en scenario’s op het gebied van biodiversiteit.
-
-
Gouda ‘te midden van het groen’ is een van de vijf Goudse Waarden in de Omgevingsvisie Gouda. De stad staat voor grote opgaven, nu en in de toekomst. Het ‘creëren van een prettig- woon en leefklimaat’ is dan ook een van de Goudse Figuur 2. Keuzes voor de leefomgeving. opgaven voor de komende jaren. Daarbij ligt de focus op een (Omgevingsvisie Gouda, 2022) aantrekkelijker en groenere openbare ruimte, met gevarieerd groen, een toekomstbestendig bomenbestand met bomen die zijn aangepast aan een veranderend klimaat, veel biodiversiteit en het stimuleren van onze gezondheid. Een aantal genoemde doelen zijn o.a. hittestress, wateroverlast, droogte en overstromingsrisico zo gering mogelijk maken, een groene leefomgeving creëren die een gezonde levensstijl bevordert en een sterkere groenstructuur realiseren, die ook ruimte biedt voor natuur en biodiversiteit. Om invulling te geven aan de Goudse opgaven, maken we ‘keuzes voor de leefomgeving’ (zie figuur 2). Een ‘gezonde groene stad’ is er hier een van. De voorgestelde beleidsplannen geven hier invulling aan. Zij borduren voort op het eerdere groenbeleid, leggen de praktijk vast en nemen ook nieuwe inzichten mee: Omgevingsprogramma Groen Het Omgevingsprogramma Groen belicht onder andere de thema’s: klimaat, biodiversiteit, ruimtelijke kwaliteit en gezondheid.
Deze thema’s beschermen de Goudse Waarden en dragen bij aan de verdere ontwikkeling van de stad zoals omschreven in de Omgevingsvisie Gouda. In het Omgevingsprogramma Groen staat voor elk thema een aantal concrete doelen geformuleerd die betrekking hebben op het Goudse groen en de biodiversiteit. Enkele doelen komen terug uit eerder groenbeleid, andere zijn aangescherpt of nieuw. Programma Bomen Gouda In de periode waarin wordt gewerkt aan het nieuwe Omgevingsprogramma Groen wordt ook gewerkt aan een Programma Bomen. Dit Programma Bomen borduurt voort op de doelen uit het Omgevingsprogramma Groen. De focus ligt op het duurzaam behouden en ontwikkelen van een gezond bomenbestand in lijn met het eerdere beleid en de dagelijkse praktijk. Uitvoeringsagenda Biodiversiteit Gouda Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw werkt Gouda met ecologisch beheer in de openbare ruimte. Verschillende gemeente hebben sindsdien kennis genomen van en geleerd van deze werkwijze. Ook heeft Gouda verschillende prijzen gewonnen waaronder de bijvriendelijkste gemeente van 2023. In de Omgevingsvisie is vastgelegd dat Gouda de komende jaren blijft inzetten op ecologisch beheer en het verbeteren van de biodiversiteit. Dit wordt vastgelegd in de Uitvoeringsagenda Biodiversiteit. In Q4 van 2023 start het opstellen van de Uitvoeringsagenda Biodiversiteit.
Dit plan is evenals het Programma Bomen een van de tactische programma’s voor groen. Het dient als concretiseringsslag van het Omgevingsprogramma Groen, waarbij de focus op het verbeteren van de biodiversiteit ligt. Aanleidingen om dit plan op te stellen zijn: •
De recente nulmeting biodiversiteit en waterkwaliteit die in 2022 is uitgevoerd.
pagina 2
•
De notitie ‘Ambities en scenario’s op het gebied van biodiversiteit’ (zie bijlage) waarin de gemeente de ambitie uitspreekt om koploper te zijn op het gebied van biodiversiteit.
•
En de start van de BioBlitz2, waarbij ondertussen 3.300 soorten zijn waargenomen tijdens 66.700 waarnemingen.
Het hoofddoel van de Uitvoeringsagenda is dat Gouda ‘koploper’3 wordt op het gebied van biodiversiteit. Voor een ‘complete aanpak’ bepaalt de gemeente stadsbiotopen met bijbehorende doelsoorten, en stelt zij streefbeelden op voor deze stadsbiotopen aan de hand van factsheets. Ook zet de gemeente extra stappen in regionale samenwerking en het breed inzetten van ecologisch beheer en omvormingen. Verhouding tussen de drie plannen Het Omgevingsprogramma Groen is de schakel tussen de strategische Omgevingsvisie Gouda en de tactische plannen zoals het Programma Bomen en de Uitvoeringsagenda Biodiversiteit Gouda. Het parallel opstellen van de plannen is in lijn met de gedachte van de Omgevingswet. Deze wet benadrukt de verbinding tussen strategische ambities op hoofdlijnen, uitgewerkt in doelen (Omgevingsprogramma Groen) met concrete uitgangspunten en maatregelen (Omgevingsprogramma Bomen en de Uitvoeringsagenda Biodiversiteit) (zie figuur 3).
Figuur 3. Verhouding tussen de beleidsplannen
2
Proces
De gemeente bundelde lokale kennis van beleid en beheer met de landelijke kennis van een adviesbureau bij het opstellen van de plannen. Door deze samenwerking ontstaat een lokaalgericht beleidsplan, dat aanhaakt op landelijke ontwikkelingen. Het opstellen van het Omgevingsprogramma Groen en het Programma Bomen doorloopt zes fases. De eerste fase bestaat uit inventarisaties van bestaand beleid, de buitenruimte van Gouda en meningen en ervaringen van zowel inwoners als gemeente. Daaruit volgt een analyse waarmee de eerste doelen worden geformuleerd. In de tweede en derde fase zetten we de doelen om in visualisaties zoals kansenkaarten en structuurkaarten. De vierde fase bestaat uit het verder uitwerken van de doelen in de vorm van acties. Het resultaat van de laatste twee fases is een uitgewerkt Omgevingsprogramma Groen en Programma Bomen. De Uitvoeringsagenda Biodiversiteit doorloopt een parallel maar apart proces. De eerste fase bestaat uit analyses van bestaande beleidskaders en de huidige situatie. Uit de analyses ontstaat een voorstel voor verschillende leefgebieden (stadsbiotopen) voor dier- en plantsoorten in Gouda.
De stadsbiotopen met bijbehorende doelsoorten, wordt samen met de actuele stand van de nulmeting en de BioBlitz besproken met natuurorganisaties en inwoners, waarbij de doelsoorten voor de diverse 2 een event dat focust op onderzoek van de biodiversiteit binnen een vastgesteld gebied binnen een
afgebakende tijd. Voor Gouda, zie: https://waarneming.nl/bioblitz/gouda-biodiversiteit/ 3 Zie bijlage ‘Ambities en scenario’s op het gebied van Biodiversiteit’
pagina 3
stadsbiotopen samen worden bepaald. Na vaststelling van de doelsoorten volgt een toekomstig streefbeeld voor de betreffende stadsbiotoop en bepaalt de gemeente waar het groenbeheer wordt aangepast of de inrichting omgevormd moet worden. Ook staan in de Uitvoeringsagenda Biodiversiteit voorstellen voor grotere inrichtingsprojecten die kunnen bijdragen aan Gouda als koploper biodiversiteit. De beleidsregels van de Structuurvisie Groen worden meegenomen in het Omgevingsprogramma Groen. Parallel daaraan wordt bekeken welke aanvullingen in de toekomst nodig zijn om de toepassing door derden beter te laten verlopen.
3
Resultaat
Het Omgevingsprogramma Groen wordt een communicatief en enthousiasmerend document. Voor inwoners en belangengroepen toont het Omgevingsprogramma Groen op een toegankelijke manier de groene koers die de gemeente de komende jaren volgt. Ook legt dit programma met de nieuwe beleidsregels, doelen en maatregelen meer gewicht in de schaal in verhouding tot andere ruimtevragers in de openbare ruimte. Het Programma Bomen wordt een gestructureerd, praktisch toepasbaar document. Dit plan borduurt voort op de uitgangspunten van het Omgevingsprogramma Groen en is toegespitst op het duurzaam behouden en ontwikkelen van een gezond toekomstbestendig bomenbestand. De Uitvoeringsagenda Biodiversiteit wordt net als het Programma Bomen een praktisch toepasbaar document. De omgevingsfactoren behorend bij de doelsoorten per stadsbiotoop geven richting aan het groenbeheer, de omvormingen en inrichtingsprojecten. Ook komen daar richtlijnen uit voort die worden verwerkt in de Leidraad Openbare Ruimte (LIOR). De gevolgen voor bestaande beheerbudgetten worden daarbij duidelijk getoond. Ook bevat de Uitvoeringsagenda Biodiversiteit een omschrijving van hoe de gemeente de komende jaren de biodiversiteit monitort. Vaststelling Omgevingsprogramma Groen Een Omgevingsprogramma wordt volgens artikel 3.4. van de Omgevingswet door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld.
Omdat het Omgevingsprogramma Groen gaat over een belangrijk aspect van de Omgevingsvisie Gouda en het Bestuursakkoord Geef Gouda door! 20222026 ligt het voor de hand de raad te vragen voorafgaand aan vaststelling wensen en bedenkingen kenbaar te maken (procedure artikel 169, lid 4 Gemeentewet) door agendering in een commissievergadering. Tijdens de commissievergadering wil het college de raad meenemen in keuzes die nog gemaakt moeten worden. Dit wordt meegenomen in het opstellen van de plannen. In het tweede kwartaal van 2024 stel het college de programma’s vast. De commissievergadering vindt plaats op woensdag 15 november. Tijdens die avond wordt input van de raad gevraagd op de keuzes binnen de verschillende thema’s en doelen die in hoofdstuk 5 staan beschreven. Tijdens deze bijeenkomst kan ook kort ingegaan worden op de dan bekende concepten van het Bomenbeleidsplan en de Uitvoeringsagenda Biodiversiteit.
4
Participatietraject
1. Inwoners Individuele inwoners van de gemeente hebben de kans gekregen om mee te denken en helpen bij het opstellen van de plannen. Met een projectenwebsite (StoryMap) zijn inwoners geïnformeerd over de plannen en is hen de mogelijkheid gegeven om een vragenlijst in te vullen over het groen in Gouda. De meeste vragen werden op wijkniveau gesteld, om de kansen en knelpunten per wijk te herleiden. De StoryMap bestond uit de volgende onderdelen: 1. Toelichting op het Omgevingsprogramma Groen. 2. Toelichting op het Programma Bomen. 3. De vragenlijst met vragen over het groen in de gemeente. De vragenlijst stond open tot en met 10 juli 2023. In totaal hebben 479 deelnemers de vragenlijst ingevuld. Met de uitkomsten worden de plannen wijkgerichter en verder aangescherpt.
pagina 4
2. Beleidsadviseurs en beheerders gemeente Gouda Door middel van twee werksessies is bij beheerders en beleidsadviseurs input verzameld over de keuzes in de inrichting, aanleg en het beheer van het groen. 3. Belangenorganisaties De Goudse (belangen)organisaties zijn in een aparte sessie meegenomen in de ontwikkeling van de plannen. Op 18 augustus 2023 werden de doelen en acties in potlood besproken. Het doel van deze werksessie was om een beter beeld te krijgen van wat er speelt in de gemeente én doelen en acties aan te vullen c.q. concreet te maken. De volgende (belangen)organisaties waren uitgenodigd voor de werksessie: -
5
Bomenstichting Gouda Wijkteam Achterwillens Bewonersplatform Binnenstad Gouda Wijkteam Bloemendaal Wijkteam Gouda Oost Wijkteam Goverwelle Wijkteam Kadebuurt Wijkteam Korte Akkeren Wijkteam Plaswijck Wijkvereniging Westergouwe KNNV IVN Tuinambassadeurs Gouda Onderneemt Vereniging Bedrijventerreinen Gouda
-
Duurzaamheidsplatform Gouda (DPG) Gouda Bruist Goudse Adviesraad voor mensen met een Beperking Brede School Gouda Stichting Heemtuin Goudse Hout Eetbaar Gouda Initiatiefgroep Raambuurt Bewonersbelangen Binnenstad
-
Gouda ~sterk~ aan de IJssel Wijkteam Nieuwe Park VELT Groene Hart Platform Binnenstad en haar randen
Thema’s en doelen
Het nieuwe groenbeleid is gebouwd rond de onderwerpen groenstructuur, klimaatadaptatie, biodiversiteit, ruimtelijke kwaliteit en gezondheid. Eerst is toegelicht waarom groen van belang is voor onze leefomgeving. Hoe de actuele thema’s een sterke relatie met groen hebben. Welke doelen nieuw zijn ten opzichte van het eerdere beleid, maar vaak wel al praktijk. En welke doelen knelpunten veroorzaken voor andere elementen in de openbare ruimte. Het college hoort met name graag de wensen en ideeën over wat hieronder ‘keuzes’ heet (aangeduid met een ‘×’ in de tekst). 1. Groenstructuur Uit het bestuursakkoord: We breiden de groenstructuur uit, bijvoorbeeld om ecologische verbindingen te kunnen realiseren. Zo bouwen we aan een gezonde stad. Visie op het thema: ✓ ✓ ✓
De gemeente beschermt, behoudt, verbindt en versterkt de huidige groenstructuren. Het groenareaal wordt uitgebreid met toekomstbestendig groen. Groen is een sturend principe bij planvorming.
Om Gouda toekomstbestendig te maken is veel kwalitatief groen in de stad nodig. Iedere ruimte die onder- en bovengronds geschikt is om bomen, grote heesters, robuuste groenstructuren of ander impactvol groen te planten moet gebruikt worden om Gouda toekomstbestendig te maken. Bij ophoogen rioleringsprojecten, het ontwikkelen van nieuwbouw of renovatieplannen hoort groen een belangrijke rol te spelen zoals is ingezet met de structuurvisie Groen. Groen is daardoor een van de sturende principes bij planvorming. Zo zorgen we ervoor dat de stad leefbaar is en blijft.
pagina 5
Nieuw: Om de fysieke leefomgeving prettig en gezond te maken is genoeg groen/blauw oppervlakte nodig dat bijdraagt aan de doelen van de verschillende thema’s. Door het Rijk is een gewenst oppervlakte van gemiddeld 75 m2 openbaar groen per woning binnen de bebouwde kom vastgesteld4. Met 75 m2 openbaar groen per woning heeft iedere inwoner een minimale gezonde basis. Per wijk is onderzocht hoeveel vierkante meter groen er in Gouda aanwezig is per woning (zie tabel 1). In wijken die de norm niet of net halen (1-3 wijken) plannen we extra groene maatregelen. Een ander onderdeel van groen dat veel invloed heeft op een gezonde leefomgeving is een verbonden groennetwerk voor de biodiversiteit. Naast de hoofdstructuur, nevenstructuur en overig groen neemt dit plan een nieuwe categorie groenstructuur op in de vorm van een ecologische structuur. Deze structuur verbindt verschillende natuurgebieden zoals het Goudse Hout en het Noorderhout met elkaar, zodat dieren plantsoorten zich makkelijk kunnen verplaatsen tussen de natuurgebieden. Deze nieuwe ecologische groenstructuur krijg Tabel 1. Oppervlakte groen en groen + water bescherming voor biodiversiteitsherstel en een gezonde stad. Ook het behoud van bomenlanen is een belangrijk onderdeel. Door middel van een herplantbeleid zijn bomen en bomenlanen beter beschermd dan in de huidige situatie.
Tot slot houden we bij het aanplanten van bomen rekening met het grondwaterpeil. Nieuw te planten bomen mogen geen negatief effect hebben op plaatsen waar het grondwaterpeil van groot belang is voor fundering van omliggende panden (houten paalfundering) of bodemdaling. Voorstel: De norm of kengetal is gemiddeld 75m2 openbaar groen per woning en kan dus verschillen per wijk. Deze norm betekent dat er meer moet worden gemaakt voor groen in wijken die de norm niet halen. Er is dan minder ruimte voor andere opgaven in de openbare ruimte. In bijvoorbeeld de Binnenstad is het behalen van de norm van 75m2 per woning erg moeilijk in verband met de opbouw van de wijk en de beschikbare ruimte ondergronds. In een aantal wijken kan worden gekozen voor een lagere norm die past bij de wijk, maar tegelijkertijd ambitieus is. Ook is het mogelijk in deze wijken te kijken naar het m2 openbaar groen + water. Ook water heeft een belangrijke bijdrage aan een gezonde leefomgeving. × Voorgesteld wordt: 1) per wijk te kijken naar een passende norm voor de oppervlakte groen en/of de oppervlakte groen + water. of 2) de norm van 75m2 openbaar groen per wijk aan te houden voor alle wijken. Dit betekent dat in sommige wijken al wordt voldaan aan de norm, terwijl in andere wijken nog veel groen moet worden gerealiseerd.
4 Snep, R. P. H., & Goossen, C. M. (2022). Groennormen in de stad en omgeving : een verkenning
vanuit de wetenschap. (Rapport / Wageningen Environmental Research; No. 3219). Wageningen Environmental Research. https://doi.org/10.18174/582529
pagina 6
2. Klimaatadaptatie Uit het bestuursakkoord: We blijven inzetten op klimaatadaptatie. Hittestress en wateroverlast gaan we tegen door het toevoegen van extra vierkante meters biodivers groen in de stad. Visie op het thema: De gemeente voegt meer groen en water toe in de openbare ruimte en op gemeentelijk vastgoed. Dit zorgt voor verkoeling en laat regenwater geleidelijk de grond in zakken. ✓ De gemeente stimuleert haar inwoners om hun hun tuinen, daken en gevels te vergroenen. ✓ De gemeente stimuleert bedrijven hun terreinen groener in te richten, o.a. op bedrijventerreinen. ✓
Groen is een belangrijk instrument om de bebouwde omgeving klimaatadaptief te maken. Het brengt verkoeling, schaduw, frisse lucht en het vangt regenwater op. De voorspelde veranderingen in het klimaat vragen om meer groene maatregelen in de stad (zie figuur 4). Het nieuwe omgevingsprogramma zet net als de eerdere plannen in op het verminderen van wateroverlast, hittestress en droogte en bouwt voort op de doelen uit het water- en rioleringsplan (WRP) dat momenteel geactualiseerd wordt. De gemeente blijft subsidiemogelijkheden aanbieden voor groene daken en zet educatie en voorlichting in om de bewustwording over groen te vergroten. Verder onderzoekt de gemeente waar onnodige verharding in de vorm van asfalt of trottoirs ligt, en vervangt deze door groen en/of water. Ook kijkt de gemeente bij het aanplanten van nieuwe beplanting of ze bestand zijn tegen het veranderde klimaat. In principe worden inheemse soorten gekozen, maar in uitzonderlijke gevallen kunnen dit ook uitheemse soorten zijn.
Figuur 4. Het effect van groen op het thema Klimaat
Nieuw: In droge perioden verdampen bomen veel water. Dit water halen ze uit de bodem met als gevolg een plaatselijke daling van de grondwaterstand. Deze daling van de grondwaterstand kan schadelijke gevolgen hebben voor bijvoorbeeld houten paalfunderingen van gebouwen of een versnelling van de bodemdaling opleveren. Door bij het aanplanten van bomen rekening te houden met de gevolgen van het grondwaterpeil kan het zijn dat op een aantal plekken in de gemeente geen bomen aangeplant kunnen worden. Ook kan het zijn dat de projectverantwoordelijke (de gemeente of een andere partij) doelmatige maatregelen moet nemen om het negatieve effect van de grondwaterstandsdaling te minimaliseren.
pagina 7
Onderzoek toont aan dat er een verband is tussen de boomkroonbedekkingsgraad en bijvoorbeeld de koeling van de omgeving, een beter luchtmilieu, mentale en fysieke gezondheid. Daarvoor is ook het BoomKroonVolume (BKV) belangrijk. Met het BKV wordt aangegeven welk volume kroonomvang (in m3) een boom heeft of kan krijgen wanneer de boom voldoende ondergrondse en bovengrondse ruimte krijgt om gezond oud te worden. De omvang van het bladerdek zegt veel meer over de hoeveelheid functies die de boom kan leveren dan het aantal bomen dat aanwezig is. In een bomenontwerp moet dan ook rekening worden gehouden met het potentiële boomkroonvolume. Daarom onderzoekt de gemeente de gehele leefomgeving binnen de gemeentegrenzen hoeveel procent van de ruimte is bedekt met de schaduw van boomkronen. De 3-30-300 regel is een vuistregel die daarvoor vaak wordt5 gebruikt. De ’30’ gaat over boomkroonbedekking. Daarbij is het doel dat er minimaal 30 procent boomkroonbedekking op wijkniveau is. Het percentage van 30% lijkt vaak gekozen te worden bij de effecten van groen op hittestress, mentale en fysieke gezondheid en geluidsbelasting6. Bomen die worden geplant moeten gezond oud en groot kunnen worden. Een eerste berekening toont dat het percentage schaduw door boomkroonbedekking in Gouda veel lager ligt (laagste: Gouda Noord 4%, hoogste: Plaswijck 14%).
Dit komt onder andere doordat Gouda een compacte stad is met weinig ruimte bovengronds, maar zeker ook ondergronds. Daarnaast heeft de grondwaterstand effect op de groei van de bomen. Er kan daarom worden gekozen voor een lagere norm van 20% in Gouda. Een kroonbedekking van 20% is haalbaar en nog altijd ambitieus: Europa heeft in de Green Deal opgenomen dat er in Europese steden een boomkroonbedekking van 10% moet zijn. Wanneer de kroonbedekking door bomen niet haalbaar is, kan volgens onderzoek van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit7 bij de 30% bedekking, ook lagere vegetatie (bosplantsoen) worden opgeteld. Het effect hiervan op de boomkroonbedekking in Gouda wordt momenteel nog onderzocht. Om te zorgen voor bomen die passen bij de Goudse ondergrond en waarde hebben voor de biodiversiteit stellen we een lijst van bomen op. Voorstel: Voor een gezonde boomstructuur wordt verder ingezet op goede groeiplaatsen voor bomen. Hierdoor kunnen bomen beter groeien en grotere kronen ontwikkelen waardoor ze veel ecosysteemdiensten en schaduw bieden. × Voorgesteld wordt dat: 1) kroonbedekking van bomen met een goede groeiplaats een belangrijk uitgangspunt in het (bomen)beleid wordt. 2) Bij aanplant en herplant niet alleen gekeken wordt naar het aantal bomen, maar ook naar het boomkroonvolume.
× Voorgesteld wordt: 1) per wijk te kijken naar een passende norm voor het percentage boomkroonbedekking. Dit kan exclusief of inclusief bosplantsoen. of 2) in de gehele stad een norm van 30% boomkroonbedekking aan te houden. Dit kan exclusief of inclusief bosplantsoen. of 3) in de gehele stad een norm van 20% boomkroonbedekking aan te houden. Dit kan exclusief of inclusief bosplantsoen.
5 Met deze vuistregel meet je drie dingen. Eerst of je vanuit elke woning drie bomen ziet. Dan of 30%
van een wijk in de schaduw van een boom valt. En daarna of er vanuit elke woning op 300 meter afstand een verkoelende plek met groen is. https://www.cobragroeninzicht.nl/futuretrees/330300_regel/ 6 Konijnendijk, C. (2021). The 3-30-300 rule for urban forestry and greener cities. Biophilic Cities J, 4. 7 Snep, R. P. H., & Goossen, C. M. (2022). Groennormen in de stad en omgeving : een verkenning vanuit de wetenschap. (Rapport / Wageningen Environmental Research; No. 3219). Wageningen Environmental Research. https://doi.org/10.18174/582529
pagina 8
3. Biodiversiteit Uit het bestuursakkoord: We verdubbelen onze inspanningen op het gebied van groen. Daarmee zetten we in op de verbetering van de biodiversiteit door de kwaliteit van het bestaande groen, waaronder parken, te verhogen, behouden en beheren. We breiden de groenstructuur uit, bijvoorbeeld om ecologische verbindingen te kunnen realiseren. Zo bouwen we aan een gezonde stad. Visie op het thema: ✓ ✓ ✓ ✓
De aanpak om de biodiversiteit verder te behouden, uit te breiden, versterken en vergroten wordt meer gestructureerd. Ecologische structuren krijgen maximale bescherming. Beheer is maatwerk en heeft als doel de biodiversiteit te helpen. Het waarom, hoe en wat wordt uitgelegd aan bestuur en bewoners
Biodiversiteit hangt sterk samen met de kwaliteit van leven. Een sterke en gezonde biodiversiteit zorgt voor een goede balans in onze leefomgeving, schoon drinkwater, gezond voedsel en weinig overlast van ziekten en plagen (zie figuur 5). We nemen in Gouda maatregelen om de biodiversiteit te versterken en waar mogelijk te vergroten om zo een gezonde leefomgeving te waarborgen voor mens, dier en plant. Nieuw: Het doel is dat gemeente Gouda koploper wordt op het gebied van het behoud en het verhogen van de biodiversiteit. De focus hierbij ligt op meer variatie in dier- en plantsoorten, een groter leefgebied voor dier- en plantsoorten en gezonde populaties. De Uitvoeringsagenda Biodiversiteit biedt concrete maatregelen om dit te bereiken. In het Omgevingsprogramma Groen staan de strategische maatregelen die overal in de gemeente gelden. Zo is ecologisch beheer de norm, geldt bij nieuwe aanplant dat mogelijkheden voor diversiteit de voorkeur heeft. Voorstel: Om Gouda koploper te maken op het gebied van het behoud en het verhogen van de biodiversiteit wordt het leefgebied voor plant- en diersoorten vergroot. Hiervoor is zowel ruimte binnen als buiten de bebouwde kom nodig. Om de ruimte te verkrijgen moet meer groen worden aangelegd en plekken met rust voor flora en fauna worden gecreëerd.
Dat betekent dat belangrijk ecologisch groen niet altijd openbaar toegankelijk moet zijn en zo min mogelijk moet worden verstoord. Daarnaast zijn veel maatregelen te nemen binnen bestaand groen, bijvoorbeeld door het kiezen voor andere beplanting en een ander maaibeheer. × In hoeverre ondersteunt de raad het geformuleerde uitgangspunt dat ecologisch waardevol groen niet altijd openbaar toegankelijk moet zijn?
pagina 9
Figuur 5. Het effect van groen op het thema Biodiversiteit
4. Ruimtelijke kwaliteit Uit het bestuursakkoord: We investeren in de kwaliteit van de inrichting van de openbare ruimte. Wat we oppakken doen we integraal, duurzaam en toegankelijk. Visie op het thema: ✓ ✓
We versterken de identiteit door het groen zo in te richten dat het past bij de cultuurhistorische, stedenbouwkundige, landschappelijke en demografische eigenschappen van iedere wijk of plek. Voorafgaand aan relevante projecten vragen we omwonenden naar wensen en ideeën om meer eigenaarschap en gevoel van thuis te creëren.
✓ We bevorderen sociale cohesie door uitnodigend groen in de wijken en stimuleren burgerinitiatieven. Om de identiteit van de gemeente te versterken sluiten we het Goudse groen aan op het groen in de omgeving. Daarbinnen zorgen we voor herkenbaarheid en lokale identiteit. Buurtinitiatieven ondersteunen en stimuleren we en participatie blijft een vanzelfsprekend onderdeel van de aanpak (zie figuur 6). Nieuw: De gemeente streeft ernaar om het groen zoveel mogelijk te laten aansluiten bij de stedenbouwkundige en cultuurhistorische uitstraling van Gouda. Bij nieuw te planten groen wordt rekening gehouden met (cultuur)historie en de waarde van de plek, zeker in de historische binnenstad. Op deze manier past het groen bij de betreffende straat, buurt of wijk. Naast uitstraling blijft voldoende ruimte creëren voor nieuwe bomen een belangrijk beleidsuitgangspunt. Door onder- en bovengronds genoeg plek te creëren en rekening te houden met de bodemgesteldheid en waterstand kunnen bomen volwassen worden en het beste bijdragen aan de herkenbaarheid van de omgeving. Dat bomen zowel boven- als ondergronds voldoende ruimte krijgen om tot volledige wasdom te groeien, betekent dat op sommige plekken geen bomen meer worden geplant door het ruimtegebrek, maar op andere plekken meer ruimte gecreëerd moet worden om bomen genoeg groeiruimte te geven.
pagina 10
Binnen dit thema valt ook het onderdeel participatie. De gemeente betrekt tijdens planvorming en uitvoering de inwoners bij het proces, zodat de ontwikkeling of het project goed aansluit bij de behoefte. Voorstel: De gemeente streeft ernaar groen aan te laten sluiten bij de stedenbouwkundige en cultuurhistorische uitstraling van Gouda. Bij nieuw te planten groen en projecten in de openbare ruimte wordt integraal gekeken hoe dit kan worden gewaarborgd, en hoe het groen ook een bijdrage levert aan klimaatadaptatie en het versterken van de biodiversiteit. Bestaand groen mag oud worden en wordt niet enkel om stedenbouwkundige en cultuurhistorische redenen verwijderd. × Voorgesteld wordt: 1) nieuw groen aan te laten sluiten bij de stedenbouwkundige en cultuurhistorische uitstraling van Gouda, zeker in de Binnenstad. 2) bestaand groen te behouden en niet enkel om stedenbouwkundige en cultuurhistorische redenen te verwijderen zonder goede onderbouwing. 3) buurtinitiatieven en participatie over het groen te blijven ondersteunen en stimuleren.
Figuur 6. Het effect van groen op het thema Ruimtelijke Kwaliteit
5. Gezondheid Uit het bestuursakkoord: Gouda moet een gezonde stad zijn met gezonde inwoners. We bevorderen de lichamelijke en geestelijke gezondheid van Gouwenaars. Visie op het thema: ✓ ✓ ✓
De gemeente plant meer groen op plekken waar veel fijnstof in de lucht zit. De openbare ruimte wordt ingericht met uitnodigend, toegankelijk groen zodat meer mensen bewegen in de buitenlucht. De gemeente stuurt op zicht op groen, voor een grotere geestelijke gezondheid.
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat toegankelijk en kwalitatief hoogwaardig groen grote positieve effecten heeft op de geestelijke en lichamelijke gezondheid. Hoe groener een stad, hoe gezonder haar inwoners zijn (zie figuur 7).
pagina 11
Figuur 7. Het effect van groen op het thema Gezondheid
Nieuw: Iedere inwoner van de gemeente Gouda heeft recht op een gezonde, groene leefomgeving. Daarom ligt de focus op openbaar, toegankelijk groen dat de geestelijke en lichamelijke gezondheid bevordert. Naast groene verblijf- en beweegplekken streeft de gemeente naar uitzicht op groen. Uitzicht op groen verbetert namelijk de geestelijke gesteldheid van inwoners en vermindert het stressniveau. Een ander voorgesteld doel is dat ieder inwoner vanaf zijn of haar woning drie bomen kan zien. Dit is gebaseerd op de eerdergenoemde 3-30-300 regel. Grote en oude bomen hebben een positieve invloed op de mentale gezondheid. In de literatuur wordt vaak aangegeven bomen de belevingswaarde van straten voor veel bewoners verhogen, mede omdat bomen vogels aantrekken. Ook geven bomen schaduw waarmee ze bijdragen aan het tegengaan van hitte en hebben ze een rol bij wateroverlast en bodemdroogte. Daarmee heeft deze een positief effect op gezondheid en leefbaarheid, de biodiversiteit en klimaatadaptatie. Voorstel: De gemeente streeft ernaar dat iedere inwoner op maximaal 300 meter afstand van zijn/haar woning toegang heeft tot een groene, koele verblijfsplek. Ook dit is gebaseerd op de eerdergenoemde 3-30300 regel. Daarnaast streeft de gemeente naar meer groene sport- en beweegroutes en inclusieve, groene ommetjes.
Op dit moment hebben niet alle inwoners van Gouda uitzicht op bomen of maar op slechts een á twee bomen. Vooral in de Binnenstad hebben inwoners niet altijd zicht op bomen. Om het doel te halen waarbij iedere inwoner zicht heeft op drie bomen moet er ruimte worden gemaakt boven- en ondergronds. Een aantal plekken vallen af door de grondwaterstand of de beperkte ruimte waardoor een boom niet tot volledige wasdom kan groeien (zoals op plekken in de Binnenstad). × Voorgesteld wordt: 1) als doel te stellen dat iedere inwoner op maximaal 300 meter afstand van zijn/haar woning toegang heeft tot een groene, koele verblijfsplek. 2) dat er alleen bomen worden geplant als er boven- en ondergronds genoeg ruimte is. Dit betekent dat de doelstelling van 3 bomen niet overal gehaald kan worden. Bij o.a. herinrichting- en rioleringsprojecten wordt gekeken waar bomen toegevoegd kunnen worden.
pagina 12
6
Planning
Vaststelling van de stukken vindt plaats in Q2 2024. Voorafgaand is het mogelijk om een informatieve raadssessie in te plannen binnen dit tijdspad. Ook de vaststelling van de Uitvoeringsagenda Biodiversiteit vindt zeer waarschijnlijk plaats in Q2 van 2024.
7
Budget
Het uitgangspunt is om de uitvoering van het Omgevingsprogramma Groen, het Bomenbeleidsplan en de Uitvoeringsagenda Biodiversiteit te organiseren binnen bestaande budgetten, inclusief het Groenfonds en het WRP zoals aangegeven in het bestuursakkoord en de begroting. De middelen voor het Groenfonds zijn vastgelegd tot 2026. Het is momenteel niet duidelijk of er daarna ook nog middelen zijn voor vergroening via het Groenfonds. Mogelijk vragen nieuwe ecologische verbindingen of het verbeteren van leefgebieden eenmalige investeringen die nu niet zijn voorzien. De opties zullen in de Uitvoeringsagenda biodiversiteit worden geschetst.
pagina 13