Startnotitie afvalbeleid 2024 -2030
Tekst van het document
Dossiernr 7414
Startnotitie uitgangspunten afval- en grondstoffenbeleid 2024 - 2030 Van afvalbeheer naar grondstoffenmanagement Het college van burgemeester en wethouders heeft de uitgangspunten voor het afval- en grondstoffenbeleid 2024 – 2030 geformuleerd. Deze uitgangspunten moeten de basis gaan vormen voor maatregelen om de hoeveelheid huishoudelijk (rest)afval verder te verminderen en de hoeveelheid bijplaatsingen en dumpingen van afval op straat terug te dringen. Het college stelt de raad voor de volgende uitgangspunten vast te stellen voor het afval- en grondstoffenbeleid 2024 – 2030. 1. Speerpunt is het structureel verminderen van de hoeveelheid (rest)afval, omdat a. dit noodzakelijk is om te komen tot een volledig circulaire economie in 2050. b. dit een wezenlijke bijdrage levert aan de doelstelling: Gouda CO2 neutraal in 2040; 2. Speerpunt is een schone stad. Een structurele aanpak van bijplaatsingen en afvaldumpingen is: a. noodzakelijk voor een prettig woon- en leefklimaat overal in Gouda; b. noodzakelijk om voldoende draagvlak bij bewoners te creëren om milieudoelstellingen te behalen; 3. Bij inzameling van huishoudelijk afval moet in beginsel worden voldaan aan de vereisten van de Zero Emissie Stadslogistiek 4.
Vooralsnog hoeft niet te voldaan te worden aan de gewichts- en lengtebeperkingen van de Nota Zware Voertuigen en de wijkmobiliteitsplannen, tenzij voldaan kan worden aan de volgende voorwaarden a. de service van afvalinzameling voor bewoners voldoende moet voldoende gewaarborgd zijn b. toename van de hoeveelheid afval op straat moet worden voorkomen b. de verkeersveiligheid mag niet in het gedrang komt door toename van het aantal vervoersbewegingen c. de geldende normen voor veiligheid en gezondheid van de medewerkers van Cyclus moeten gewaarborgd kunnen blijven d. de kosten hiervan mogen niet onredelijk hoog worden 5. Er wordt stevig ingezet op communicatie en voorlichting om de bewustwording van alle inwoners van Gouda te vergroten. Deze communicatie en voorlichting is: a. gericht op gedragsverandering b. meertalig c. structureel 6. Het belang van maatregelen die a. (rest)afval verminderen, b. bijdragen aan CO2 reductie c. de circulaire economie bevorderen d. een schone stad bevorderen e. bijdragen aan de Zero Emissie Stadslogistiek f. trillingshinder aan woningen voorkomen of beperken kan zo zwaar wegen dat extra kosten voor afvalinzameling en reiniging aanvaardbaar zijn. 7. Het is niet meer vanzelfsprekend dat deze hogere kosten voor afvalinzameling en reiniging – voor zover deze bijdragen aan de verdere verduurzaming van Gouda - leiden tot een hogere afvalstoffenheffing.
Na vaststelling van uitgangspunten zal het college dit verder uitwerken en concrete beleidsvoorstellen aan de raad voorleggen.
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
2
1.
Aanleiding – waarom hebben we het hierover?
3
2.
Probleem – waar hebben we mee te maken?
5
2.1
Afval scheiden stagneert.
5
2.2.
De huidige inzet om verkeerd aangeboden afval aan te pakken, heeft onvoldoende resultaat. 6
2.3.
Zero Emissie Stadslogistiek in combinatie met gewichts- en lengtebeperkingen voor zware voertuigen in 3 wijken
7
3.
Doel – wat moet het beleid bewerkstelligen?
8
4.
Resultaat – wat zijn de verschillende scenario’s
8
4.1.
Minder (rest)afval: wat zijn de mogelijkheden?
8
4.2.
Minder bijplaatsingen en dumpingen: wat zijn de mogelijkheden?
9
4.3.
Maatregelen onder 1 en 2 structureel ondersteunen met gerichte communicatie en voorlichting
9
4.4.
Gewichtsbeperkingen voor vuilniswagens
9
5.
Randvoorwaarden, kaders en uitgangspunten
10
6.
Planning, proces en budget.
11
pagina 2
1.
Aanleiding – waarom hebben we het hierover?
In het Bestuursakkoord 2022 – 2026 “Geef Gouda Door”, is hoofdstuk 3 als ambitie geformuleerd: “We willen Gouda duurzaam doorgeven aan volgende generaties. Hier spannen we ons maximaal voor in.” Op het gebied van huishoudelijk afval zijn de ambities volgens het bestuursakkoord: We streven naar: - minder restafval per inwoner, - het vergroten van het gemak van ophalen en wegbrengen - minder zwerfafval (minder verkeerd aangeboden afval op straat). Waarom deze ambities? 1- Minder afval Bij de invoering van Afval Scheiden Loont (diftar) in 2018 was het doel: - in 2020 100 kg restafval per inwoner per jaar - in 2025 30 kg restafval per inwoner per jaar. Met de invoering van Afval Scheiden Loont/diftar is in 2018 is een enorme vooruitgang geboekt.
Maar de doelstelling voor 2020 is niet gehaald: in 2022 was het resultaat 115 kg restafval per inwoner.
pagina 3
Hoewel het doel voor 2020 niet is gehaald - en de doelstelling voor 2025 (30 kg per inwoner per jaar) niet reëel blijkt - is Gouda is landelijk één van de koplopers van de stedelijke gemeenten. Maar er zijn ook stedelijke gemeenten die betere resultaten behalen. Dat moet in Gouda dus ook kunnen. 2. Minder bijplaatsingen en afvaldumpingen Afval op straat is al lang een grote bron van ergernis. Ondanks alle inspanningen lijkt het aantal bijplaatsingen en afvaldumpingen niet af te nemen. Op het kaartje hieronder staan de locaties waar Cyclus in de eerste 4 maanden van 2023 regelmatig afval heeft verwijderd. Bij de locaties met een rode punt al meer dan 10 keer.
De maatregelen die tot nu toe zijn genomen, te weten; - opdracht aan Cyclus om 3 x per week te ruimen - toezicht en handhaving door Stadstoezicht - algemene communicatie en voorlichting hebben onvoldoende effect. Het college vindt dat niet aanvaardbaar.
pagina 4
2.
Probleem – waar hebben we mee te maken?
2.1 Afval scheiden stagneert. De doelstelling voor 2020 is nog niet bereikt. Het kan nog beter en dat is ook nodig. Er zijn nieuwe maatregelen nodig om afval te verminderen en afval nog beter te scheiden. Met de invoering van diftar en omgekeerd inzamelen is het “laaghangend fruit” geplukt. Dit zijn in de praktijk de meest effectieve maatregelen om bewustwording bij onze inwoners te vergroten en hun gedrag te beïnvloeden. Het zijn tegelijkertijd de twee maatregelen die kosten besparen en daarmee helpen om de onnodige stijgen van kosten voor afval te voorkomen. NB Omgekeerd inzamelen Van oudsher is bij de inzameling van afval de aandacht hoofdzakelijk gericht geweest op restafval. Bij omgekeerd inzamelen gaat de aandacht in de eerste plaats uit naar de gescheiden stromen. Omgekeerd inzamelen houdt kort samengevat in: hogere service op de inzameling van de recyclebare stromen, lagere service op de inzameling van restafval. Dat betekent hoofdzakelijk dat bewoners van de laagbouw PMD dichtbij huis kunnen aanbieden, maar voor ongescheiden restafval moeten ze iets meer moeite doen. Dat wil zeggen brengen naar een ondergrondse container. Bewoners behouden dan de grijze minicontainer om daarin in het vervolg PMD te aan te bieden. Dit heeft verder als voordeel dat inzameling van PMD met zakken kan worden beëindigd.
Voordelen van omgekeerd inzamelen: - een hoger scheidingspercentage omdat inwoners van de gemeenten die dit hebben ingevoerd, hun afval nog beter blijken te scheiden; - een schoner straatbeeld omdat er geen PMD zakken meer op straat worden aangeboden en - lagere kosten of in ieder geval minder snel stijgende kosten als er minder restafval is Omgekeerd inzamelen is inmiddels in enkele buurten ingevoerd. Hierover is een enquête onder bewoners gehouden. De uitkomsten zijn als bijlage 1 bijgevoegd.
De duurzaamheidsambitie minder (rest)afval staat niet op zichzelf. Stagnatie in de afvalscheiding zorgt er voor dat twee andere duurzaamheidsdoelstelling ook moeilijker of niet haalbaar zijn: - Circulaire Economie. (vrij raadsonderwerp) De circulaire economie is een keten. Inzameling van huishoudelijk afval is één wezenlijke schakel in de circulaire keten. Verminderen van huishoudelijk restafval of te wel voorkomen dat afval in de verbrandingsoven belandt, is de enige schakel waar de gemeente verantwoordelijk voor is en direct invloed op heeft. Is het afval en verdwijnt het vergoed uit de keten of zijn het waardevolle grondstoffen? - de CO 2 doelstelling: Gouda CO2 neutraal in 2040. Met het huidige beleid wordt al ca 8.000 ton CO 2 bespaard. Vast staat dat minder afval minder CO2 betekent. Het college wil CO2 reductie nadrukkelijk betrekken bij de keuzes op het gebied van grondstoffenbeleid. CO2 kaders zijn echter nog niet helder: hoe verhoudt zich dit tot andere “CO2vervuilers”?.
pagina 5
De urgentie om afval te verminderen en beter te scheiden wordt alleen maar groter. Betere resultaten zijn haalbaar. Daar zijn wel extra inspanningen en mogelijk extra middelen voor nodig. NB: stijgende kosten voor verwerking ongescheiden restafval. Verbrandingsbelasting en CO2-heffing De landelijke overheid heeft ook het doel om de hoeveelheid restafval te verminderen. Het instrument van de landelijke overheid is de zogenaamde verbrandingsbelasting: voor iedere ton huishoudelijk restafval moet de gemeente belasting betalen. In 2019 is deze verbrandingsbelasting fors verhoogd. Deze belasting, die gemeenten moet stimuleren minder restafval te produceren, betekent dat voor elke ton (1000 kilogram) restafval die wordt verbrand, € 35,70 bovenop het tarief van de verwerker aan belasting moet worden betaald. Daarnaast is er internationaal een CO2-heffing in het leven geroepen, waarmee gemeenten vanaf 2025 (jaarlijks oplopend tot 2030) worden geconfronteerd, die het verbranden van restafval financieel nog onaantrekkelijker maakt. Hoewel de exacte hoogte hiervan met name bepaald wordt door de hoeveelheid fossiele materialen in het restafval, zal deze heffing tussen 2025 en 2030 vermoedelijk oplopen van € 2,- naar € 15,- per ton restafval. Met de huidige hoeveelheden restafval kunnen de kosten voor verwerking van restafval met € 135.000 stijgen.
Bij ongewijzigd beleid zal dit leiden tot een stijging van de afvalstoffenheffing met bijna € 4 in 2030 2.2. De huidige inzet om verkeerd aangeboden afval aan te pakken, heeft onvoldoende resultaat. Ondanks de inzet neemt het probleem niet af. Er zijn dagelijks klachten over verkeerd aangeboden afval. Het meeste bij boven- en ondergrondse afvalcontainers maar ook de zakken PMD die elke dag van de week op straat worden gezet. Bij aanpak van een hotspot verplaatst het probleem zich vaak en ontstaat weer een andere. De eerste ervaring met de invoering van omgekeerd inzamelen is dat dit een zichtbaar positief effect heeft. In de buurten waar dit inmiddels is ingevoerd, worden bijna geen PMD zakken meer op straat aangetroffen. Het college gaat mede daarom voort met omgekeerd inzamelen. Dit lost echter niet alles op. Er wordt ook nog regelmatig ander afval op straat achtergelaten. Er zijn ook geregeld klachten van bewoners die het afval op straat wijten aan het afvalbeleid, in het bijzonder diftar. Hier zijn geen concrete aanwijzingen voor. Andere sterk stedelijke gemeenten zonder diftar hebben dezelfde problematiek in vergelijkbare omvang. NB Steeds meer hoogbouw, steeds minder openbare ruimte In de komende jaren worden in Gouda meer woningen worden bijgebouwd. De vraag naar woonruimte neemt alleen maar toe. De oppervlakte van het grondgebied in Gouda blijft gelijk.
De oppervlakte van de openbare ruimte neemt af. Het resultaat is steeds meer hoogbouw met vooral kleine wooneenheden met weinig bergruimte. Tegelijkertijd is er op straat weinig ruimte beschikbaar voor voorzieningen voor het aanbieden van afval. De kans bestaat dat hier nieuwe hotspots gaan ontstaan. Niet uit te sluiten is dat dit meer inspanning gaat vergen. Voorbeelden zijn de Spoorzone, de Van Loonlocatie en de Blokkerlocatie. Verder zijn er bijzondere omstandigheden die onverwacht tot meer afval op straat leiden: actuele voorbeelden zijn lachgascontainers en de zogenaamde statiegeldjagers: invoering van statiegeld op blikjes heeft er toe geleid dat PMD zakken worden opengesneden en dat zwerfvalbakken worden doorzocht op mogelijke statiegeldblikjes.
pagina 6
Wat hiervan ook van zij: het college acht het aannemelijk dat de hoeveelheden afval op straat bijdragen aan de negatieve beeldvorming over het afvalbeleid. Dit ondermijnt het draagvlak voor afval scheiden. Dat draagvlak moet juist worden vergroot. Om de stad schoon te maken en te houden zijn er dus meer inspanningen nodig en dus ook meer middelen.
2.3. Zero Emissie Stadslogistiek in combinatie met gewichts- en lengtebeperkingen voor zware voertuigen in 3 wijken Naast de ambities uit het bestuursakkoord zijn twee beleidsbeslissingen genomen die de afvalinzameling voor grote uitdagingen stelt. Dit zijn a. Het besluit om in de binnenstad van Gouda een zero emissiezone stadslogistiek in te stellen. Dit gaat voor de vuilniswagens van Cyclus gelden vanaf 2030. b. De Nota zware voertuigen en de wijkmobiliteitsplannen voor de binnenstad, Korte Akkeren en Kort Haarlem binnenstad, Kort Haarlem en Korte Akkeren: op grond hiervan gaan in deze wijken vanaf 2025 een gewichtsbeperking voor vrachtverkeer gelden, maximaal 20 ton. Doel is voorkomen/beperken van trillingshinder. c. Als blijkt dat een gewichtsbeperking tot 20 ton onvoldoende effect heeft op hinder door trillingen, kan worden overwogen om in de toekomst het gewicht verder te beperken tot maximaal 7,5 ton. Cyclus heeft in kaart gebracht welke gevolgen deze beleidsbeslissingen kunnen hebben voor de inzameling van huishoudelijk afval. Het rapport van Cyclus, dat ook ingaat op de gevolgen voor stadsreiniging en gladheidsbestrijding, is als bijlage 2 bij deze startnotitie gevoegd. Kort samengevat heeft dit de volgende gevolgen: a. De invoering van de Zero Emissie Stadslogistiek is naar verwachting goed uitvoerbaar en heeft geen gevolgen voor de inzamelstructuur zelf.
De verwachting is wel dat dit structureel leidt tot minimaal € 180.000 meerkosten per jaar. Daarbij wordt opgemerkt dat er nog geen inzicht is in de mogelijke meerkosten voor de laadinfrastructuur alsmede onderhoud en levensduur van de emissie loze vuilniswagens. Nadeel is wel dat elektrisch vuilniswagens zwaarder zijn. b. De invoering een gewichtsbeperking tot 20 ton is alleen mogelijk als de wijze van inzameling substantieel wordt veranderd. Er kan dan namelijk niet meer gebruik gemaakt worden van bovenen ondergrondse containers voor restafval, papier, glas en PMD. Vooralsnog lijken de meest geschikte alternatieven te zijn: inzameling met minicontainers en zakken. In de binnenstad en bij hoogbouw is een mincontainer geen geschikt inzamelmiddel. Dit betekent dat veel meer met zakken ingezameld moet worden. Hieraan kleeft een aantal nadelen, zoals: - 3 tot 4 dagen per week aanbod van afvalzakken op straat, ook in en rond het kernwinkelgebied - meer vervoersbewegingen in woonstraten om al het afval te kunnen inzamelen - het is voor Cyclus moeilijk om aan Arbo-eisen voor inzamelpersoneel te voldoen, - naar verwachting jaarlijks tot € 1,3 mln meerkosten voor de afvalinzameling.. c.
Als in de toekomst wordt besloten om het maximale gewicht verder te beperken tot 7,5 ton kan alleen nog met kleine voertuigen worden ingezameld. Inzameling van huishoudelijk afval zal dan naar verwachting gedurende 6 dagen per week gedurende 8 uur per dag moeten plaatsvinden, ook binnen de venstertijden van het kernwinkelgebied. Bovendien kunnen de kosten voor verder stijgen tot meer dan € 4 mln per jaar. Niet zeker is of dit praktisch uitvoerbaar is.
Zero Emissie voor vuilniswagens is uitvoerbaar. Voorkomen van trillingshinder door gewichtsbeperkingen voor afvalinzameling is veel lastiger en staat mogelijk op gespannen voet met een aantal andere belangen. Voor inzameling via boven- of ondergrondse verzamelcontainers is destijds gekozen omdat dit efficiënt en kostenbesparend was. Daarnaast biedt dit bewoners de mogelijkheid om 7 dagen per week hun afval kwijt te kunnen. Dit verandert als de gewichtsbeperkingen voor inzameling van huishoudelijk afval gaan gelden.
pagina 7
Hier moeten keuzes gemaakt worden. Er moet een afweging gemaakt worden tussen verschillende deels tegenstrijdige belangen, te weten - het voorkomen of beperken van trillingshinder - efficiënte en servicegerichte afvalinzameling, - zo min mogelijk afval op straat, - verkeersveiligheid en - de veiligheid en gezondheid van medewerkers van Cyclus.
Conclusie: vooralsnog ziet het college nog geen reële mogelijkheid waarop dit anders kan
3.
Doel – wat moet het beleid bewerkstelligen?
1. Minder (rest)afval: doel is de hoeveelheid huishoudelijk (rest)afval per inwoner per jaar structureel verminderen tot maximaal 80 kg restafval per inwoner per jaar in 2030. 2. Minder bijplaatsingen en dumpingen: doel is halvering van het aantal hotspots in 2026 3. Zo veel mogelijk voldoen aan de doelstellingen van de Zero Emissie Stadslogistiek, alsmede de Nota Zware Voertuigen en de wijkmobiliteitsplannen
4.
Resultaat – wat zijn de verschillende scenario’s
4.1. Minder (rest)afval: wat zijn de mogelijkheden? Hieronder zijn enkele mogelijkheden opgesomd om de hoeveelheid ongescheiden restafval te verminderen. Vervuiling GFT met restafval aanpakken. De meeste verzamelcontainers voor GFT zijn vervuild met plastic zakjes en restafval. Mogelijkheden: o Aanbieden van gratis biologisch afbreekbare zakjes. o Alle verzamelcontainers voorzien van een pasjessysteem In theorie kan dit leiden tot o 1,1 mln kg minder restafval o €45.000 minder verwerkingskosten restafval (Afvalstoffenheffing - € 1,30). o CO 2 reductie 83.000 kg Of dit in de praktijk daadwerkelijk haalbaar is, is niet zeker. De problemen worden veroorzaakt door gedrag van een aantal bewoners. Gedrag is gewoon moeilijk te veranderen.
Luiers en incontinentiemateriaal apart inzamelen. In 2022 is in totaal 8,2 mln kilo fijn restafval ingezameld. Naar schatting is hiervan bijna 1,3 miljoen kg luiers en incontinentiemateriaal. Er zijn inmiddels geschikte manieren om dit te verwerken en te recyclen. Dit brengt extra kosten voor inzameling met zich mee. Structureel ca € 170.000 (Afvalstoffenheffing + € 4,80,--) Geschatte CO2 reductie: 140.000 kg Potentiële besparing op verbrandings- en CO2 belasting € 50.000 (Afvalstoffenheffing - € 1,40)
Oprichten van een demontagebedrijf voor grof huishoudelijk restafval. Cyclus heeft een plan opgesteld voor de oprichting van een demontagebedrijf, dat voor Gouda en andere gemeente grof huishoudelijk afval kan demonteren en sorteren. In demontagebedrijf wordt dit gedemonteerd, gescheiden en apart verwerkt. In 2022 is in totaal 1.2 mln kg grof restafval aangeboden en verwerkt. Veel grof huishoudelijk restafval blijkt in de praktijk herbruikbaar als product of als grondstof. Schatting is dat hiermee bijna 80% van het grof restafval (ca 950.000 kg) kan worden voorkomen. Dit levert een besparing op de verwerkingskosten op van € 170.000. Dit wordt gebruikt om de kosten van het demontagebedrijf te dekken (kostenneutraal) Extra kosten structureel ca € 25.000.
pagina 8
Geschatte CO2 reductie: nog niet bekend. Voorwaarde is wel dat andere gemeenten hieraan gaan deelnemen. De kosten worden te hoog als Gouda dit alleen moet dragen. Deze opsomming is niet uitputtend. Het college wil andere maatregelen niet uitsluiten. Afval scheiden is een speerpunt: alle middelen die afval scheiden bevorderen en CO2 kunnen besparen moeten zoveel mogelijk worden benut. Daarbij hoort zeker ook het vergroten van draagvlak bij onze inwoners. Het zijn onze inwoners die het afval moeten scheiden. Bewustwording moet worden vergroot.
4.2. Minder bijplaatsingen en dumpingen: wat zijn de mogelijkheden? Het gaat hier om diverse maatregelen die tot doel hebben het ongewenste gedrag van inwoners van Gouda te veranderen. Niet alleen door handhaving, repressie, maar vooral ook door preventie. Hoe verleid je inwoners om hun afval netjes aan te bieden? Het college denkt hier aan een combinatie van maatregelen: - Structureel aantrekkelijker maken en behouden van containerlocaties: containers wekelijks reinigingen, onkruid tussen tegels vaker verwijderen hoe schoner en hoe netter de containers, hoe netter onze inwoners - Nog vaker en sneller opruimen: Afval trekt afval aan, als er geen afval naast de container ligt wordt er minder snel afval naast gezet. - Communicatie en voorlichting gericht op gedragsverandering (zie hierna onder 4.3) Kosten van deze maatregelen: structureel € 300.000 (Afvalstoffenheffing + € 8) Ook hiervoor geldt: dit is geen uitputtende opsomming. Kanttekening is dat geen enkele maatregel de garantie biedt dat daarmee alle vervuiling wordt opgelost.
4.3. Maatregelen onder 1 en 2 structureel ondersteunen met gerichte communicatie en voorlichting Het college wil stevig inzetten op communicatie en voorlichting om de bewustwording van inwoners op het gebied van afval te vergroten. Hierbij ligt de focus op gedragsverandering door meertalig en structureel te communiceren. Uit eerdere ervaringen blijkt dat foutief afval scheiden vaker komt door onwetendheid dan onwil. In bepaalde groepen komt dit door de taalbarrière. De gemeente communiceert in principe alleen in het Nederlands en dit verhoogt de kans dat anderstaligen slecht geïnformeerd zijn over het afvalbeleid. Om deze drempel te verkleinen, wordt onderzocht in welke talen er gecommuniceerd moet worden voor een positief effect. Een andere aanpak om de taalbarrière tegen te gaan, is om meer gebruik te maken van afbeeldingen, symbolen en infografics. Om een gedragsverandering te weeg te brengen, moet er worden uitgezocht welk gedrag er precies wordt vertoond en welke (onderliggende) problemen hieraan ten grondslag liggen. Zodra dit is gedefinieerd, kan er een gerichte aanpak worden uitgewerkt met diverse interventies. Dit betreft onder andere de inzet van afvalcoaches. Er zijn bij andere gemeenten ook al veel interventies uitgevoerd op dit onderwerp. De resultaten hiervan worden meegenomen in de aanpak voor Gouda.
Kosten voor communicatie en voorlichting structureel € 200.000 (Afvalstoffenheffing + 5,70) 4.4. Gewichtsbeperkingen voor vuilniswagens De gewichtsbeperkingen voor zwaar vrachtverkeer die voorvloeien uit de 3 wijkmobiliteitsplannen en de Nota Zware voertuigen hebben tot gevolg dat afval in die 3 wijken anders ingezameld moet worden. Er zijn globaal 2 scenario’s: Inzameling van huishoudelijk afval moet voldoen aan de gewichtsbeperkingen tot 20 ton. Zoals hiervoor onder 2.3 vermeld kleeft hieraan een aantal nadelen. De geschatte extra kosten zijn structureel € 1,3 mln. (afvalstoffenheffing + € 38,20) In 2.3 wordt ook verwezen naar het rapport van Cyclus waarin de gevolgen van de gevolgen van de gewichtsbeperkingen op de afvalinzameling, reiniging en gladheidsbestrijding op een rij zijn gezet.
pagina 9
Voor inzameling van huishoudelijk afval wordt een uitzondering gemaakt op de gewichtsbeperkingen.
Het college verwacht dat voor de inzameling van huishoudelijk afval een uitzondering op de gewichtsbeperkingen nodig is. Zodra zich nieuwe technische ontwikkelingen voordoen, waardoor wel aan de gewenste gewichtsbeperkingen kan worden voldaan, kan de uitzonderingspositie worden heroverwogen.
5.
Randvoorwaarden, kaders en uitgangspunten
Het college is van oordeel dat milieudoelstellingen zwaar wegen. Er moeten stappen gezet worden om dit te bereiken. In dit kader acht het college het aanvaardbaar dat maatregelen die hieraan bijdragen extra kosten met zich meebrengen. Vast beleid is dat alle kosten voor afval worden gedekt uit de opbrengst van de afvalstoffenheffing. De hoogte van de afvalstoffenheffing en de lokale lasten is een bron van jaarlijks terugkerende kritische vragen aan het college. Feit is dat kosten voor afval jaarlijks autonoom stijgen door inflatie of door marktwerking. Door stijgende loon- en energiekosten sinds de start van de oorlog in de Oekraïne verwacht het college dit jaar een kostenstijging van rond de 10%. Maatregelen die bijdragen aan de duurzaamheidsambities en doelstellingen brengen soms extra opbrengsten met zich mee maar in de meeste gevallen zullen kosten hoger zullen zijn dan de baten. In ieder geval op korte termijn. In de tabel op de volgende pagina is weergegeven wat het effect is op de afvalstoffenheffing als alle meerkosten uit de opbrengst van de afvalstoffenheffing gedekt zouden worden. Dit zijn voorlopige cijfers en schattingen. In veel gevallen is nog nader onderzoek nodig.
NB 1: de afvalstoffenheffing 2024 zal naar verwachting door autonome wijzigingen (prijsstijgingen) al hoger zijn dan hier genoemd. NB2: in dit overzicht zijn voor de gewichtsbeperkingen de financiële gevolgen op genomen, als voor afvalinzameling geen uitzondering wordt gemaakt. Het college is van mening dat de autonome kostenstijging door inflatie - zoals gebruikelijk - moet worden doorberekend in de afvalstoffenheffing. Dit is niet het gevolg van de keuzes die het gemeentebestuur van Gouda maakt. Bij de overige onderdelen gaat het wel om uitdrukkelijke keuzes.
pagina 10
Doorberekenen van de effecten van die keuzes in de afvalstoffenheffing is naar het oordeel van het college niet vanzelfsprekend. Maatregelen die bijdragen aan de verdere verduurzaming van Gouda kunnen extra kosten voor afvalinzameling en reiniging met zich meebrengen. Gelet op het milieubelang en het collectieve karakter van deze maatregelen ligt dekking van deze kosten uit een andere dekkingsbron meer voor de hand. Bij Kadernota 2025 wordt een geactualiseerd begrotingsperspectief gepresenteerd waarna afweging plaats kan vinden of en hoe deze kosten gedekt (kunnen) worden. Bij het uitwerken van voorstellen die voortvloeien uit deze startnotitie zal het college ook nadere voorstellen doen voor dekking van de kosten.
6.
Planning, proces en budget.
Na vaststelling van uitgangspunten zal het college dit verder uitwerken en concrete beleidsvoorstellen aan de raad voorleggen. Daarin worden ook voorstellen opgenomen voor de wijze waarop de kosten gedekt zouden kunnen worden. In de tabel in paragraaf 5 “Randvoorwaarden, kaders en uitgangspunten” is opgenomen wanneer de verschillende maatregelen ingevoerd kunnen worden. Participatieproces Waar mogelijk zullen bewoners bij de voorbereiding van concrete voorstellen worden betrokken.
pagina 11