Spoorzone A1 locatie 2021 Toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Toelichting
Spoorzone A1 Locatie 2021 Vastgesteld
afdeling ruimtelijk beleid en advies gouda, 23 September 2021
NL.IMRO.0513.BPSpoorzoneA12021-DF02
Spoorzone A1 locatie 2021
"Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
2
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding planherziening 1.2 Ligging, begrenzing en juridische status van het plangebied 1.3 Bij het plan behorende stukken 1.4 Leeswijzer
4 4 4 6 6
Hoofdstuk 2 Gebiedsbeschrijving 2.1 Ontstaansgeschiedenis 2.2 Het plangebied
7 7 8
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Ontwikkelperspectief Spoorzone Gouda 3.2 Uitgangspunten voor de A1 locatie
10 10 12
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
21 21 22 27
Hoofdstuk 5 Randvoorwaarden 5.1 Archeologie 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Milieu 5.4 Milieu Effect Rapportage 5.5 Provinciaal milieubelang 5.6 Waterhuishouding 5.7 Niet gesprongen explosieven 5.8 Bezonning en schaduweffecten 5.9 Windhinder 5.10 Trillingen
41 41 43 45 67 69 69 73 74 74 74
Hoofdstuk 6 Planopzet 6.1 Feitelijke planopzet 6.2 Juridische planopzet 6.3 Toelichting op de regels
75 75 75 76
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Handhaving 7.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
78 78 78 78
"Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
3
Toelichting
"Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
4
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding planherziening
Er is een grote vraag naar woningen in de gemeente Gouda, vanwege haar strategische ligging in het stedelijk netwerk Rotterdam - Den Haag - Utrecht. Om aan de vraag te voldoen, heeft de gemeente de ambitie om de woningbouw flink te versnellen. Met de Verstedelijkingsagenda is ingezet op het vergroten van het gemengd stedelijk gebied en het verdichten bij OV knooppunten. D\e Spoorzone heeft hier de juiste kwaliteiten voor, met een goede OV-bereikbaarheid, grootschalige voorzieningen als ziekenhuis, bioscoop en onderwijs en op een steenworp van het historische centrum. Zodoende is het doel om in de periode tot 2025 1.000 woningen extra te realiseren in de Spoorzone. In het Ontwikkelperspectief dat op 3 juni 2020 door de raad is vastgesteld, is de opgave nader geconcretiseerd. Er zijn locaties benoemd en ruimtelijke en programmatische kaders beschreven. De A1 locatie, gelegen tussen de Burg. Jamessingel en de spoorlijn is een van deze locaties. De ambitie is om in het gebied te komen tot een gemengd woon-werkprogramma, bestaande uit drie tot zes volumes van 30 m tot 70 m hoog, ingebed in een groene omgeving. Ter plaatse van de A1 locatie geldt het bestemmingsplan 'Spoorzone deelgebied A1 (vastgesteld in 2009) en parapluherziening Parkeren (vastgesteld in 2018). Het gebied heeft de bestemming 'Kantoor', met een maximum bouwhoogte variërend van 29 m tot 44,5 m.
De gewenste ontwikkeling past niet in het huidige bestemmingsplan vanwege zowel het beoogde gebruik als wonen en de hogere bouwhoogte. Het voorliggende bestemmingsplan 'Spoorzone A1 locatie 2021' is opgesteld om het nieuwe programma mogelijk te maken.
1.2
Ligging, begrenzing en juridische status van het plangebied
Het bestemmingsplan omvat de gronden tussen het spoor en de Burgemeester Jamessingel vanaf de Nieuwe Gouwe O.Z. tot aan het water bij het fietspad Winterdijk. Het gebied is onbebouwd en onverhard. De ligging van het plangebied is getoond in afbeelding 1.1. Afbeelding 1.2 toont de begrenzing van het nieuwe bestemmingsplan. In paragraaf 2.2 is nader ingegaan op het plangebied. Het nieuwe bestemmingsplan vervangt voor de gronden het bestemmingsplan Spoorzone Deelgebied A1' 2013). Het vigerende bestemmingsplan is getoond in afbeelding 1.3. De roze vlakken die te zien zijn, zijn de vlakken met de kantoorbestemming. De grijze vlakken hebben een verkeersbestemming, waarbij onderscheid is gemaakt in railverkeer, wegverkeer en verblijfsgebied).
"Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
5
afbeelding 1.1: ligging plangebied
afbeelding 1.2: begrenzing van het plangebied (rode stippellijn)
"Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
6
afbeelding 1.3: vigerend bestemmingsplan Spoorzone Deelgebied A1 (begrenzing van nieuwe bestemmingsplan is met rode stippellijn aangeduid)
1.3
Bij het plan behorende stukken
Voorliggend bestemmingsplan Spoorzone A1 locatie 2021 bestaat uit een geografische plaatsbepaling (verbeelding) regels en een toelichting. De geografische plaatsbepaling en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide onderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast.
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan is opgebouwd conform het (wettelijke) model Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) en de binnen de gemeente Gouda gehanteerde standaard. Hoofdstuk 1 tot en met 4 gaan in op de huidige situatie, het relevante beleid en de gebiedsaspecten. Vanaf hoofdstuk 5 tot en met hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de voorgenomen ontwikkelingen en op welke wijze deze in het bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt.
"Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
7
Hoofdstuk 2
Gebiedsbeschrijving
2.1
Ontstaansgeschiedenis
2.1.1
Gouda algemeen
Gouda is ontstaan op de plaats waar de rivier de Gouwe uitmondde in de Hollandsche IJssel. De Gouwe is van oorsprong een rivier die zorgde voor de afvoer van water uit het veengebied tussen de Hollandsche IJssel en de Oude Rijn. De huidige loop van de Hollandsche IJssel is in de Romeinse tijd gevormd, over de Gouwe is minder bekend. Ten tijde van het ontstaan van de stad Gouda zal de Gouwe ongeveer zijn huidige loop door de stad al hebben gehad. De Haven is niet de oorspronkelijke Gouwemond, maar een kunstmatige verbinding naast de oude Gouweloop (langs de huidige Spieringstraat). De ondergrond van Gouda bestaat uit een dik veenpakket, plaatselijk meer dan 10 meter dik. Over het veenpakket is door de rivieren een kleilaag afgezet, naar het noorden wordt deze laag steeds dunner. Vanaf ongeveer 1200 is er, met name in de binnenstad, regelmatig opgehoogd, waardoor een bewoningspakket met een dikte van (plaatselijk) 4 meter is ontstaan. In 1272 kreeg Gouda stadsrechten. De stad groeide daarna binnen ongeveer 100 jaar uit naar de omvang van de huidige binnenstad (gebied binnen de singels). Deze grootte behield het lange tijd, totdat in de tweede helft van de negentiende eeuw een begin werd gemaakt met de uitbreiding van de stad buiten de singels. Vanaf de veertiende eeuw begon men met de grootschalige winning van turf als brandstof voor stedelingen en bedrijven.
Hierdoor ontstonden plassen die later ten dele weer werden drooggelegd. In de tweede helft van de negentiende eeuw wordt een begin gemaakt met de uitbreiding van de stad Gouda buiten de singels. De eerste grote stadsuitbreidingen dateren van na 1901. Door de vestiging van nieuwe bedrijven en uitbreiding van de bestaande bedrijven ontstaat een grote behoefte aan arbeiderswoningen. Na de Tweede Wereldoorlog wordt Gouda zowel in zuidwestelijke richting als noordelijke richting verder uitgebreid (onder andere de buurten Korte Akkeren-Nieuw en Ouwe Gouwe). Daarna volgen de buurten Vreewijk en Oosterwei in het oosten. Eind jaren zestig start in het noordwesten de bouw van de wijk Bloemendaal en in het oosten de Sportbuurt. In de jaren zeventig en tachtig volgen in het noorden de wijk Plaswijck en in het noordoosten de Slagenbuurt. In de jaren negentig wordt ten oosten van Sportbuurt tenslotte de wijk Goverwelle gebouwd. Sinds de afronding van Goverwelle ontbreekt het de stad aan uitbreidingsmogelijkheden. Met de start van de bouw van Westergouwe in 2015 komt hierin verandering. De grote stadsuitbreidingen uit de jaren zeventig, tachtig en negentig hadden deels tot doel om het woningtekort voor plaatsen als Den Haag en de regio Midden-Holland op te vangen. De uitbreiding in de polders vragen grote investeringen.
Door de drassige veenbodem zijn de kosten van de infrastructuur aanzienlijk hoger dan elders in het land. Daartegenover hebben de laatste stadsuitbreidingen wel gezorgd voor een nieuwe sociaal-economische bloei.
"Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
8
2.1.2
Gebiedsspecifiek Spoorzone
Van oudsher is het gebied ten noorden van het spoor in gebruik geweest als weiland. Pas in de jaren '50 van de 20e eeuw zijn de eerste ontwikkelingen gaande. Nadat de Burgemeester Jamessingel parallel aan het spoor is aangelegd, met een aansluiting op de nieuwe rijksweg A12, komt in de jaren '60 van de twintigste eeuw de ontwikkeling ten noorden van het spoor op gang. Gouda breidt dan steeds verder naar het noorden toe uit. in de jaren '80 van de twintigste eeuw wordt De Goudse Poort gerealiseerd en wordt de aansluiting op de rijksweg A12 verlegd. Daarme bereikt de omgeving van het plangebied zijn finale vorm. Al die tijd is het plangebied uitgezonderd van de ontwikkelingen. De strook grond tussen de Burgemeester Jamessingel en het spoor blijft lange tijd onbebouwd. Pas de laatste jaren is gebouwd bij het station, waaronder het nieuwe stadskantoor, de bioscoop en meer recent de nieuwbouw van de Rabobank.
afbeelding 2.1: historische opbouw en ontwikkeling van het plangebied
2.2
Het plangebied
Kenmerken en ruimtelijke opbouw Het bestemmingsplan omvat de gronden tussen de Burgemeester Jamessingel en de spoorlijn. Aan de westzijde vormt de weg Nieuwe Gouwe O.Z. de grens van het plangebied en aan de oostzijde de watergang, welke onder de Burg. Jamessingel en de spoorlijn doorgaat. Het plangebied heeft een langerekte vorm en bestaat volledig uit grasland. In het midden van het gebied is in het recente verleden een aansluiting gemaakt op de Burg. Jamessingel.
"Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
9
afbeelding 2.2. luchtfoto plangebied
Ontsluiting en parkeren Het gebied markeert de entree van de Spoorzone en de rest van Gouda voor autogebruikers en treinreizigers uit Rotterdam en Den Haag. De locatie is goed bereikbaar met de auto, direct gelegen aan de hoofdwegen en nabij de aansluiting op de rijksweg A12. Met het NS-station op ca. 15 min lopen en 5 minuten fietsen is het plangebied goed bereikbaar met de trein. Langs de hoofdwegen zijn vrijliggende fietspaden aanwezig, zodat ook met de fiets het gebied goed bereikbaar is. Via de fietstunnel richting de Winterdijk is het ca. 1,5 km fietsen naar het centrum van Gouda. Groen en water Het plangebied is onverhard en onbebouwd. Het water aan de oostzijde ligt net buiten het plangebied. Het spoor ligt verhoogd op een dijk met een groen talud. De Burgemeester Jamessingel en de spoordijk zijn beeldbepalend voor de begrenzing en oriëntatie in het plangebied en vormen de belangrijkste groenstructuren rond het gebied. In het verlengde van het plangebied ligt aan de oostzijde het Spoorpark. De gebiedsontwikkeling biedt de kans om de kwaliteit van dit groen en water verder het gebied in te halen.
"Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
10
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
3.1
Ontwikkelperspectief Spoorzone Gouda
3.1.1
Nieuwe toekomst voor de Spoorzone
De Goudse Spoorzone biedt door haar gunstige ligging en uitstekende bereikbaarheid kansen om de komende jaren uit te groeien tot een nieuw gemengd stedelijk gebied, in het verlengde van de historische Goudse binnenstad. De Spoorzone is in de huidige situatie een gebied met verschillende gezichten. Het stationsgebied, waarin de afgelopen jaren een aantal nieuwe kantoorgebouwen en een bioscoop zijn gerealiseerd, wordt door een bestaande woonwijk gescheiden van het oostelijk deel van bedrijventerrein Goudse Poort. De Burgemeester Jamessingel functioneert als ruggengraat van de Spoorzone, waaraan alle deellocaties geschakeld zijn. De Spoorzone biedt een breed aanbod aan hoogwaardige voorzieningen, onder andere op het vlak van onderwijs en gezondheidszorg. Door middel van slim ruimtegebruik kunnen daar in de komende jaren woningen, kantoren en voorzieningen aan worden toegevoegd. Gouda ziet reële kansen om de Spoorzone, in het verlengde van de historische binnenstad, te transformeren naar een nieuw visitekaartje voor de stad. In de vernieuwde Spoorzone komen wonen, werken en voorzieningen samen. In het Ontwikkelperspectief Spoorzone Gouda is de overkoepelende visie en strategie van de gemeente beschreven. Het ontwikkelperspectief is geen blauwdruk met vastomlijnde plannen voor de toekomst. Het biedt een wenkend perspectief dat richtlijnen en kaders meegeeft aan initiatiefnemers.
3.1.2
Leidende principes van het Ontwikkelperspectief
Als onderdeel van de visie op de Spoorzone zijn acht leidende principes geformuleerd. 1. De bodem biedt kansen voor duurzame energie, maar vraagt ook om aandacht in de planvorming. De bodem in de Spoorzone is geschikt voor de inzet van Warmte Koude Opslag (WKO) en is potentie voor de inzet van aquathermie, waarbij op een duurzame manier warmte kan worden onttrokken uit het aanwezige oppervlaktewater of rioolwater. Gezamenlijk biedt dit kansen om de nieuwe en mogelijk ook bestaande gebouwen in de Spoorzone op een duurzame manier van warmte en koeling te voorzien. Door onderling samen te werken tussen de deellocaties en de bronnen en WKO's met elkaar te verbinden ontstaan mogelijkheden om het systeem robuuster en effectiever te maken. De bodem vraagt echter ook aandacht als het gaat om positionering van warme en koude bronnen, waarborgen van de drinkwatervoorziening, bodemdaling in relatie tot bouwen en openbare ruimte, kabels en leidingen en niet gesprongen explosieven. 2. Binnenstedelijk ontwikkelen vraagt maatwerk per deelgebied en aandacht voor wisselwerking met de omgeving. Daarom zijn binnen de Spoorzone vier verschillende woonmilieus aangewezen met elk een eigen karakter en uitgangspunt en wordt ook gekeken naar de gevolgen en kansen die de ontwikkeling oplevert voor de omliggende wijken. 3.
De Burgemeester Jamessingel speelt een belangrijke rol als verbindende schakel binnen de Spoorzone. Daarom worden maatregelen genomen om de weg aantrekkelijker te maken voor langzaam verkeer. Dit kan bijvoorbeeld door de aanleg van een tweezijdig fietspad aan de zuidzijde van de weg, door het verbeteren van de oversteekbaarheid en door de aanplant van nieuwe bomen. 4. De bestaande kwaliteiten van de Spoorzone worden versterkt door extra groen en water toe te voegen. Dit heeft een positieve invloed op de leefbaarheid, deze locaties kunnen fungeren als nieuwe informele ontmoetingsplekken. Daarnaast heeft het een verkoelende werking tijdens warme periodes in de toekomst en verbetert het de opnamecapaciteit bij overvloedige regenval. 5. Het streven is om in de Spoorzone voor 2025 minimaal duizend nieuwe woningen te realiseren, met een gevarieerd aanbod van verschillende woningtypen voor elke portemonnee. Een derde van deze woningen komt beschikbaar als sociale huur. Daarnaast blijft ruimte voor de bouw van nieuwe kantoren en voorzieningen, daar waar die aanvullend zijn op het huidige aanbod in en om de Spoorzone. Hierbij wordt dubbel grondgebruik in multifunctionele gebouwen gestimuleerd. 6. Binnen de Spoorzone komt een fijnmazig en kwalitatief netwerk van verbindingen voor wandelaars "Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
11 en fietsers, zodat bewoners en gebruikers zich veilig en comfortabel kunnen verplaatsen en het gebruik van duurzame mobiliteitsvormen wordt gestimuleerd. 7. Het uitgangspunt voor de Spoorzone is een duurzaam mobiliteitsconcept waarin minder ruimte is voor de auto, zodat het gebied goed bereikbaar blijft en de luchtkwaliteit niet verslechterd. Om dit mogelijk te maken wordt gewerkt met een mogelijke korting op de parkeernormen, als er een goed aanbod is van deelmobiliteit en de gebieden zo worden ontworpen dat autogebruik wordt ontmoedigd. Gereguleerd parkeren is een middel dat hierbij kan worden ingezet. 8. In de Spoorzone is het uitgangspunt dat er natuurinclusief en klimaatadaptief wordt gebouwd. Hiervoor wordt aangesloten bij het Convenant Klimaatadaptief Bouwen, dat de gemeente Gouda mede heeft ondertekend. 3.1.3
Deelgebieden
De Spoorzone bestaat uit twaalf locaties. Dit zijn zowel braakliggende kavels langs het spoor als bedrijfslocaties die organisch mogen transformeren naar nieuwe multifunctionele locaties. Dit bestemmingsplan is opgesteld voor de locatie A1 (locatie met nummer 10 op afbeelding 3.1). Het terrein is nu onbebouwd. In het huidige bestemmingsplan is het mogelijk om kantoren te bouwen op deze locatie. In de toekomst moeten hier ook sociale en middeldure huurwoningen en koopwoningen kunnen komen, waarbij op de begane grond van de gebouwen ruimte is voor gemengde functies. Het Ontwikkelperspectief is vastgesteld op 3 juni 2020 door de gemeenteraad.
afbeelding 3.1: Deellocaties in de Spoorzone, het plangebied is deellocatie 10 'A1 locatie'
"Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
12
3.2
Uitgangspunten voor de A1 locatie
3.2.1
Ruimtelijke kaders
Om ruimte te geven aan de verstedelijkingsambities uit het Ontwikkelingsperspectief wil de gemeente voor het plangebied de A1-locatie een nieuw intensief programma mogelijk maken. De locatie markeert de entree van de Spoorzone en de rest van Gouda voor autogebruikers en treinreizigers uit Rotterdam en Den Haag. De stadsentree leent zich voor gestapelde bouw, met één of meer hoogteaccenten op de A1-locatie, die als landmarks voor de Spoorzone gezien kunnen worden. Hoe hoger de bebouwing is die wordt gerealiseerd, hoe meer aandacht er moet zijn voor architectuur en detaillering in het gevelbeeld. Dit woonmilieu onderscheidt zich van het verderop gelegen woonmilieu 'hoogstedelijk wonen in het stationsgebied' door de groene basis waar de gebouwen in gepositioneerd worden. Op die manier ontstaat er een afwisselend beeld van groen en bebouwing en vormt dit milieu op de A1 locatie een mooie overgang richting het Spoorpark en het Groenhovenpark. Eén van de leidende principes van het Ontwikkelperspectief is de ambitie om binnen de Spoorzone woningen aan te bieden voor iedere portemonnee. Zo ontstaat een nieuwe inclusieve stadswijk en ontstaat ook lucht in de rest van de Goudse woningmarkt doordat er meer doorstroming op gang komt. In de plinten is ruimte voor kantoren en maatschappelijke voorzieningen.
De sfeer die beoogd wordt is die van een gemengd stedelijk groen woonmilieu met woonconcepten met gedeelde voorzieningen en natuurlijke ontmoetingsplekken, bijvoorbeeld gericht op starters op de woningmarkt. Klimaatadaptatie is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen van groot belang. Daarom heeft de gemeente Gouda in vervolg op het coalitieakkoord 2018-2022 'Nieuwe energie' het Convenant Klimaatadaptief bouwen ondertekend. Dit convenant biedt een leidraad ter ondersteuning voor beleidsontwikkeling en een programma van eisen voor projecten. Beide worden als uitgangspunt meegegeven bij ontwikkelingen binnen de Spoorzone. In de ontwikkeling van de Spoorzone en de aanleg van de bijbehorende ruimte wordt daarnaast zoveel mogelijk natuurinclusief gebouwd. In Gouda, en daarmee voor Spoorzone is in het kader van natuurinclusiviteit primair gekozen voor een groenopgave van 15% nieuw openbaar toegankelijk groen of compenserende maatregelen. De A1 locatie verlengt de groene kwaliteit van het spoorpark. Dit leidt tot een concept van drie tot zes woongebouwen, met hoogtes variërend van 30 m tot 70 m hoog, ingebed in het groen. Het heeft de voorkeur om het groen op maaiveld te maken, omdat zo meer kwaliteit kan worden gerealiseerd.ook draagt groen op maaiveld meer bij aan de leefbaarheid en aan de klimaatadaptatie (waterberging) dan op daken.
Deels mag het groen ook op het dak van parkeergarages en/ of de woongebouwen worden aangelegd. Slechts 50% van de groenopgave mag worden gecompenseerd, de overige 50% moet op het maaiveld. Bij voorkeur wordt geparkeerd onder de woongebouwen of in daaraan geschakelde parkeergebouwen. In ieder geval zijn de auto's niet of nauwelijks zichtbaar vanaf de Burgemeester Jamessingel. De locatie vormt de entree van de Spoorzone en mag een duidelijk gezicht maken door uitgesproken gebouwen met stevige hoogtes.
"Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
13
afbeelding 3.2: Ontwerpprincipes (bron: Ontwikkelingsperspectief Spoorzone Gouda)
Kavelpaspoort De ambities en ruimtelijke kaders uit de Ontwikkelingsvisie zijn voor de A1 locatie vertaald in een kavelpaspoort met concretere randvoorwaarden. Als uitgangspunt is vastgelegd dat het gebied voor maximaal 70% mag worden bebouwd. Voor het resterende deel dient minimaal 15% een groene inrichting te krijgen. In het kavelpaspoort is een rooilijn ingetekend langs de Burg. Jamessingel en de Nieuwe Gouwe O.Z. Aan de westzijde is ruimte voor een hoogteaccent. De nieuwe bebouwing in het gebied dient te bestaan uit samengestelde volumes die zijn afgestemd op hun specifieke plek op de locatie, bestaande uit een onderbouw, middenhoogbouw en torens. De onderbouw is de laag die het meest zichtbaar is op straatniveau en waar de interactie plaatsvindt tussen straat en gebouw. De orientatie dient gericht te zijn op de Burg. Jamessingel / Nieuwe Gouwe O.Z. en het fietspad Antwerpseweg-Winterdijk. De middenhoogbouw vormt de volumes die op de onderbouw komen met een bouwhoogte van 20 tot 30 m. Aanvullend is op enkele plekken hogere bebouwing mogelijk in de vorm van slanke hoge torens.
"Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
14
Afbeelding 3.3. Stedenbouwkundige visie kavelpaspoort A1 locatie
Beeldkwaliteitskader Spoorzone Op 9 december 2020 heeft de gemeenteraad het Beeldkwaliteitskader Spoorzone vastgesteld. Voor de A1-locatie is daarbij het volgende opgenomen: “Met meerdere woontorens, waarvan één echt hoogteaccent, wordt een herkenbare entree gecreëerd voor Gouda. De hoogbouw zal goed zichtbaar zijn langs de lange lijnen van de toegangswegen Goudse Poort, Nieuwe Gouwe O.Z. en het spoor. De torens benadrukken een hoogstedelijke woonomgeving. De bebouwing heeft een hoogstedelijk karakter, maar er zijn niet overal publieke voorzieningen in de plint. Daarom wordt de bebouwing voor een groot deel 'met de voeten' in het groen gezet. Tussen de straat en de bebouwing bevindt zich een groene omzoming als overgang tussen de straat en de bebouwing. Daarmee ontwikkelt de locatie ook samenhang met het ernaast gelegen Spoorpark. De langgerekte locatie kan zich ontwikkelen tot een reeks van op zichzelf staande torens verbonden door een plint die goed in het landschap is ingebed. Een lage plint kan volledig opgaan in het landschap, waarbij ook het dak boven deze plint een groenfunctie heeft. Als tussen de torens sprake is van meerdere bouwlagen, dan ontstaat een straatwand die de torens verbindt. Hoogbouw en laagbouw vormen dan samen een of meer ensembles. De groene omzoming rond het ensemble krijgt een meer stedelijk karakter. De A1 locatie heeft een groot invloedsgebied.
De bebouwing is hoog en de zichtlijnen zijn lang. Van planvoorstellen wordt verwacht dat de impact op de omgeving goed wordt onderzocht, in het bijzonder voor de twee markante uiteinden van de locatie. Hoe hoger een toren, of hoe breder een ensemble, hoe beeldbepalender het zal zijn. Dat vraagt om extra aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit.”
"Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
15
Afbeelding 3.4. Visie op de A1 locatie (bron: Beeldkwaliteitsplan Spoorzone) 3.2.2
Twee deelgebieden
Het bestemmingsplan maakt een gemengd programma mogelijk. Het belangrijkste is de mogelijkheid om nieuwe woningen te realiseren. Er is een programma van maximaal 450 woningen opgenomen (in een mix van sociaal, middelduur, vrije sector, koop en huur). Aanvullend wordt ruimte geboden aan invullingen van de plinten met een mix van functies, waaronder dienstverlening, kantoren, kleinschalige bedrijfjes en woonwerkwoningen, multifunctionele ruimtes (co-working concepten) en maatschappelijke organisaties en/of voorzieningen zoals bijvoorbeeld sportfaciliteiten. Voor het plangebied wordt voor het westelijke deel en voor het oostelijke deel elk een bouwplan uitgewerkt. Hierna is elk plan beknopt beschreven. Omdat de bouwplannen elk nog verder uitgewerkt worden en op onderdelen kunnen wijzigen, is het bestemmingsplan flexibel opgesteld. De regels uit het Kavelpaspoort hebben aan de basis gestaan van de bouwregels van het bestemmingsplan. Het plangebied ligt tussen het spoor en de Burgemeester Jamessingel in, wat betekent dat er regels gelden vanuit milieu, zoals vanwege geluid, trillingen en externe veiligheid. Het toevoegen van de nieuwe woonfunctie dient te voldoen aan de milieu wet- en regelgeving. De randvoorwaarden die hier uit voortvloeien zijn in hoofdstuk 5 beschreven.
3.2.2.1 Deelplan Oost Voor het oostelijke deel van de A1 locatie is een bijzondere woonvorm bedacht, genaamd 1828. Het concept 1828 is een woonconcept voor jongeren tussen de 18 en 28 jaar. Eén gebouw met aparte studio’s in verschillende formaten én veel gedeelde voorzieningen. Denk aan een multimedialounge en een wasbar waar ontmoeten, socializen en de was doen bij elkaar komen. Of aan een gym, een gemeenschappelijk terras en een deelauto. De impressie in afbeelding 3.5 is ter illustratie. Voor het autoparkeren wordt het terrein aan de westzijde ingericht, ontsloten vanaf het midden van het plangebied. In het lagere middendeel komt een grote fietsenstalling en ruimte voor enkele auto's. De nieuwbouw wordt natuurinclusief ontworpen, door bijvoorbeeld nestkasten voor verschillende diersoorten "Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
16 in de gevels aan te brengen en groene gevels op te nemen.
Afbeelding 3.5 schets 3D-impressie deelplan Oost (bron: Van Ommeren Architecten)
3.2.2.2 Deelplan West Het plan voor het westelijke deel betreft een mix van appartementen van verschillende groottes, verdeeld over een hoge toren op de kop en een middelhoge toren in het midden van het plangebied. In het midden is het maaiveld verhoogd, met hieronder de parkeergarage en fietsenstalling. Op het verhoogde maaiveld en aan de straatzijde komt lagere bebouwing met onder andere woonwerkunits en ruimtes voor diverse functies. De impressie in afbeelding 3.6 is ter illustratie.
"Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
17
Afbeelding 3.6 schets 3D-impressie deelplan West (bron: M3 Architecten) 3.2.3
Duurzame mobiliteit
3.2.3.1 Mobiliteitsvisie Ontwikkelperspectief Duurzame mobiliteit is een van de leidende principes voor de Spoorzone. Door de uitstekende bereikbaarheid met het OV liggen hier kansen om het autogebruik te verminderen. De ontwikkelingen op mobiliteitsvlak gaan momenteel snel. Het aantal elektrische auto's neemt exponentieel toe, autonoom vervoer komt op, er worden steeds meer deelconcepten ingezet en het stimuleren en het faciliteren van actieve mobiliteit (fietsen en wandelen) wordt vanuit gezondheidsoogpunt steeds belangrijker. In de maatschappij is de trend te zien dat het eigen bezit afneemt en dat gedeeld gebruik en 'pay per use' toeneemt (mobiliteit als een service, MaaS). Hierdoor daalt het eigen autobezit en daarmee de behoefte aan parkeerplaatsen. Dit werkt echter alleen als er geschikte alternatieven worden geboden. De reiziger moet worden geholpen met heldere reisadviezen van deur tot deur, met gebruik van openbaar vervoer en deelconcepten (elektrische auto, fiets en step bijvoorbeeld) vanuit speciaal ingerichte mobiliteitshubs. Om toekomstbestendige gebieden te realiseren houdt de gemeente in de Spoorzone zoveel mogelijk rekening met deze trends. In het Ontwikkelperspectief is hier een duurzame mobiliteitsvisie voor beschreven.
De uitgangspunten zijn: Een gedifferentieerde parkeernorm voor auto's op basis van locatie en woninggrootte, met een reductie voor sociale huurwoningen. Een gedifferentieerder parkeernorm voor het realiseren van een collectieve (gebouwde) fietsparkeervoorziening bij gestapelde woningbouw. Dit als alternatief voor de voorschriften voor het fietsparkeren vanuit het bouwbesluit (2012). Een gedeeltelijke substitutie van de autoparkeeropgave door het realiseren van een duurzaam mobiliteitsconcept van 'streefniveau' of van 'topniveau'. Initiatiefnemers kunnen voor reductie op de parkeeropgave een 'duurzaam mobiliteitsplan' indienen ter beoordeling door de gemeente. 1. Het streefniveau kan worden gerealiseerd door de inzet van een deelautoconcept (met een minimale contracttermijn van 5 jaar). Uitgangspunt hierbij is dat 1 deelauto 5 reguliere parkeerplaatsen vervangt, tot een maximale substitutie van 20% van de autoparkeeropgave. 2. Het topniveau kan worden gerealiseerd door het realiseren van een volwaardig MaaS-concept (plannen, boeken en het betalen van je reis) met een divers aanbod aan deelmobiliteit op locatie dat past bij de doelgroep (met een minimale contracttermijn van 10 jaar), het realiseren van een excellente fietsparkeervoorziening en de doorvertaling hiervan in het een ruimtelijk ontwerp op basis van het 'STOMP-principe' (Stap-Trap-OV-MaaS-Privéauto).
Dit kan een maximale substitutie opleveren van 40% van de autoparkeeropgave. Een minimum aandeel van 20% van de parkeerplaatsen is voorzien van een laadpunt en 40% is technisch voorbereid om in de toekomst te kunnen voorzien in de verwachte groei in de laadbehoefte. De laadpunten zijn 'Smart Charging Ready'. Slimme oplossingen voor logistiek, bijvoorbeeld gebundelde pakketbezorging en afvalinzameling op centrale plekken, waarmee het aantal verkeersbewegingen gedurende de dag wordt beperkt. Voorwaardelijk voor deze mobiliteitsambities is een regulering van het parkeren in de Spoorzone en er wordt verkend of het wenselijk is om in de omliggende gebieden rond de Spoorzone ook een parkeerregulering in te voeren. Door inzet van slimme bewegwijzering en een stimulerende tariefstructuur wordt gestreefd naar een betere benutting van de bestaande parkeervoorzieningen rondom de binnenstad. Ook dient de Burgemeester Jamessingel voor fietsers en voetgangs te worden opgewaardeerd en dienen er voldoende kwalitatief hoogwaardige fietsenstallingen te zijn bij het station. En is een aansluiting van de Spoorzone op hoogwaardige snelfietsroutes gewenst. 3.2.3.2 Parkeeruitgangspunten voor het bestemmingsplan Parkeernormen voor de auto De gemeente Gouda hanteert de parkeernormen uit het Parkeerplan Gouda 2020 (gemandateerd vastgesteld op 29 januari 2020.
Hierin zijn parkeerzones A t/m C2 opgenomen voor het differentiëren van de parkeernormen zodat deze aansluiten bij de ruimtelijke kenmerken van deze gebieden. Het plangebied valt binnen de zone C2, waar sprake is van redelijk hoge autoafhankelijkheid. De "Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
18 parkeernormen voor het wonen zijn weergeven in tabel 3.1. Voor sociale huur wordt een korting van 0,2 gegeven op het bewonersdeel. Tevens is in de parkeernormen voor het bestemmingsplan een reductiemogelijkheid opgenomen bij de inzet van deelauto's. Elke deelauto (met parkeerplaats) vervangt vijf reguliere parkeerplaatsen voor bewoners. Dit betekent dat elke deelauto leidt tot een reductie van 4 pp op de totale parkeereis. Als maximum is gehanteerd dat de inzet van deelauto's buiten gereguleerd gebied voor maximaal 20% van de parkeereis toe te passen is. Ook dient sprake te zijn van een contracttermijn van minimaal 5 jaar voor het deelautoconcept. Voor de overige functies buiten het woonprogramma (werken, voorzieningen, etc.) gelden de huidige autoparkeernormen van de gemeente Gouda, zoals vastgelegd in het bestemmingsplan 'Parapluherziening parkeren' (2018). In het bestemmingsplan 'Spoorzone A1 locatie 2021' is bij de regels een bijlage opgenomen waarin alle autoparkeernormen per functie zijn benoemd (Bijlage 2 Autoparkeernormen). De bijlage benoemt eerst de parkeernormen voor wonen en dan de parkeernormen voor de niet-woonfuncties. Tabel 3.1. Overzicht auto parkeernormen voor de woningen (parkeerzone C2) Type woning
gbo
Parkeereis bewonersdeel bezoekersdeel totaal
woning - zeer klein
< 55 m2
0,8
0,25
1,05
woning - klein
55 tot 85 m2
1,0
0,25
1,25
woning - gemiddeld
85 tot 110 m2
1,2
0,25
1,45
woning - groot
> 110 m2
1,4
0,25
1,65
-0,2
op elk woningtype, bewonersdeel
reductiemogelijkheid sociale huur
reductiemogelijkheid inzet deelauto's* elke deelauto + parkeerplaats vervangt vijf reguliere parkeerplaatsen (tot max. 20% van de parkeereis) *de toepasssing van de reductiemogelijkheid bij de inzet van deelauto's is alleen mogelijk als er een contract is met een termijn van ten minste 5 jaar.
Parkeernormen voor fietsen De normen fietsparkeren in het Bouwbesluit (2012) kennen beperkingen: bergingen zijn te klein voor grotere huishoudens en voor appartementen ontbreekt (expliciete) mogelijkheid voor collectieve berging/stalling. Individuele stallingen worden veelal voor andere doeleinden gebruikt dan voor fiets, dus die belandt dan op straat. Als aanvulling op het Bouwbesluit is owel in het Parkeerplan 2020 als in het Ontwikkelingsperspectief Spoorzone voorgesteld om voor woningen andere normen te hanteren voor het realiseren van collectieve (gebouwde) fietsparkeervoorzieningen. Tabel 3.2. Overzicht fietsparkeernormen voor de woningen Programma
gbo
woning - klein
< 55 m2
aantal fiets pp. 2
woning - compact
55 tot 85 m2 3
woning - gemiddeld
85 tot 110 m2 4
woning - groot
> 110 m2
5
De fietsparkeernormen zijn opgenomen in de regels van het bestemmingsplan (Bijlage 3 Fietsparkeernormen). Er geldt verder dat in geval van collectieve fietsvoorziening er minimaal 2,7 m2 bergruimte voor woningen >50m2 gerealiseerd dient te worden (in woning, excl. technische voorziening). "Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
19
Een excellente fietsparkeervoorziening bestaat verder uit: zeer toegankelijke fietsenberging beperking van het aantal deuren van/naar de stalling in/uitgang in nabijheid van (hoofd)fietsroute hellingbanen hebben beperkte hellingshoek (elektrische) ondersteuning in fietsgoten genummerde fietsparkeerplaatsen per woning beperkt aantal fietsenrekken op hoogte fietsparkeren krijgt in routering voorrang boven autoparkeren 3.2.3.3 Beoordeling deelplannen op parkeren Deelplan A1-oost De deellocatie A1-oost wordt specifiek voor jongerenhuisvesting in de leeftijdsgroep van 18 tot 28 jaar ontwikkeld. Tot een leeftijd van 25 jaar kunnen kandidaat bewoners in aanmerking komen voor een maximaal vijfjarig contract. Dit betekent dat over het algemeen zeer kleine woningen worden gerealiseerd voor vooral eenpersoonshuishoudens. Het plan omvat 223 woningen en 69 parkeerplaatsen. Om de toekomstige parkeerbehoefte te berekenen, is door Goudappel Coffeng voor de locatie A1-oost een Mobiliteitsvisie en parkeerbalans opgesteld (april 2021). Dit document is als Bijlage 2 Mobiliteitsvisie en parkeerbalans locatie A1-oost bijgevoegd bij de toelichting. Bij het bepalen van de parkeerbehoefte voor A1-oost wordt rekening gehouden met de volgende factoren: Op de locatie A1-oost wordt met het mobiliteitsconcept ingezet op het topniveau: dit betekent het aanbieden van goede alternatieven voor de (eigen) auto.
Bij een dergelijk topniveau horen ook deelauto's. Er wordt ingezet op een volwaardig MaaS-concept, met aanbod van deelmobiliteit (deelauto's, deelfietsen). Ook zullen de fietsparkeervoorzieningen voor de bewoners voldoen aan de voorwaarden voor een excellente fietsparkeervoorziening. Tevens wordt rekening gehouden met de dynamische vraag aan parkeerplaatsen: zo is de vraag naar parkeerplaatsen voor bewoners hoog tijdens de nacht, maar is deze voor bezoekers juist heel laag. Het maatgevende moment is de zaterdagavond. Vanwege de specifiek doelgroep op de locatie ligt het autobezit aanzienlijk lager dan in een doorsnee wijk. Deze factoren hebben het volgende effect op het aantal parkeerplaatsen op A1-oost:
Tabel 3.3. Parkeerbehoefte deellocatie A1-oost op het maatgevende moment (bron: Mobiliteitsvisie en parkeerbalans locatie A1-oost, Goudappel Coffeng) Het minimaal aantal parkeerplaatsen dat dus nodig is bij de locatie A1-oost is 65; dit past in het aantal van 69 parkeerplaatsen dat in het ontwerp is opgenomen. Hier kan de berekende parkeerbehoefte van bewoners (31) en bezoekers (29) plus 5 deelauto's verwerkt worden. Het parkeren zal worden gereguleerd: slecht een klein deel van de bewoners kan in aanmerking komen om een parkeerplaats te huren. Ook voor bezoekers zal er sprake zijn van een regeling: bewoners kunnen de eerste 24 uur gratis parkeren en gaan daarna betalen. Vervolgens mag men 72 uur niet gratis opnieuw parkeren. Dit om enerzijds te voorkomen dat bezoekersplaatsen langdurig worden bezet en anderzijds om parkeerdruk op de omgeving te voorkomen. Er zal monitoring plaatsvinden om te bepalen of er geen structurele (en "Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
20 hinderlijke) parkeervraag in de omliggende gebieden plaatsvindt. Anderzijds is het ook niet de bedoeling dat er parkeerplaatsen structureel ongebruikt zijn. Mocht dit het geval zijn, dan zijn er een aantal opties: Het uitgeven van meer of minder parkeerplaatsen voor bewoners. Het aanpassen van de regulering voor bezoekers op eigen terrein (langer/korter gratis en/of andere tarieven). Het overgaan tot gereguleerd parkeren in de omgeving.
Voor de fietsen van bewoners en bezoekers zijn 446 fietsparkeerplaatsen nodig. Gemiddeld twee per woning (ook voor de studio's). Een groot deel van deze fietsparkeerplaatsen zal in collectieve voorzieningen worden geplaatst. Ten behoeve van de bezoekers van de woningen zijn circa 100 tot 120 fietsparkeerplaatsen nodig. Hiervoor wordt ruimte in de open lucht gereserveerd. Deelplan A1-west Binnen deelplan A1-west worden 209 woningen van verschillende groottes ontwikkeld, waarvan een deel in het sociale segment en een deel van de woningen heeft een aparte werkruimte (woon-werkunits). Ook komen er enkele commerciële ruimten. Ook voor deelplan A1-west is een mobiliteitsvisie opgesteld en is de toekomstige parkeerbehoefte berekend (Goudappel Coffeng, april 2021). Het resultaat is opgenomen als Bijlage 3 Mobiliteitsvisie en parkeerbalans locatie A1-west bij de toelichting. Voor de mobiliteit wordt ingezet op het STOMP (Stap-Trap-OV-MaaS-Privéauto) principe. Hierbij wordt maximaal inzet op goede alternatieven voor de auto: topvoorzieningen voor fiets, deelauto, Mobility as a Service (MaaS). Op basis van de parkeernormen is de bruto parkeerbehoefte 272 parkeerplaatsen (219 voor bewoners en 53 voor bezoekers). Door de woningbouwvereniging is aangegeven dat de parkeerbehoefte voor bewoners van sociale woningbouw lager ligt dan de gehanteerde norm (0,5 in plaats van 0,8 per woning).
Wanneer dit in acht genomen wordt, komt de parkeerbehoefte voor bewoners uit op 203 pp. Door de inzet van 8 deelauto's wordt de parkeerbehoefte van bewoners teruggebracht tot 163 plaatsen. Er worden 99 parkeerplekken in de kelder afzonderlijk toegewezen aan woningen / bewoners. Voor de gebouwde garage op de begane grond komen 57 pp beschikbaar voor bewoners en de overige plaatsen zijn beschikbaar voor bezoekers. Dit betekent dat voor 53 woningen er geen parkeerplaatsen komen in het gebouw. De berekende parkeerbehoefte voor bewoners ligt 7 plaatsen hoger dan het aanbod, maar de verwachting is dat hierdoor geen parkeeroverlast optreedt. Mocht dit het geval zijn dan zijn er maatregelen mogelijk in de vorm van parkeerregulering rond de locatie A1-west. De parkeervraag voor de commerciële ruimten is zeer klein (ca. 6 parkeerplaatsen) en kan worden opgevangen op het deel bezoekersparkeren, aangezien de parkeervraag voor commerciële ruimten overdag doordeweeks is. Voor de fiets wordt voor bewoners en bezoekers rekening gehouden met ca. 762 fietsplekken en circa 12 plaatsen voor motoren en scooters. Dit is ruim voldoende om te voorzien in de berekende vraag van 728 fietsplekken. Voor de bewoners worden per gebouwdeel fietsenstallingen in het gebouw gerealiseerd met toegewezen plekken.
De inpandige fietsenstallingen worden zo gepositioneerd dat ze direct bereikbaar zijn vanuit de lift en vandaar direct naar een fietspad kan komen (zonder hellingbanen). In de buitenruimte komt aan weerszijden van het westelijke deelplan ruimte voor bezoekersfietsparkeren.
"Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
21
Hoofdstuk 4
Beleidskader
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Het Rijk heeft op 11 september 2020 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. Tot 2025 zullen er nog circa 500.000 huishoudens bijkomen die allemaal een plek moeten krijgen. De trek naar de stad zal de komende decennia aanhouden, waar dus een groot deel van de vraag plaatsvindt. Dat betekent dat we de huidige steden moeten verdichten. Het Rijk wil iedereen de mogelijkheid bieden om betaalbaar in de stad te wonen, zonder dat dit de kwaliteit, leefbaarheid en identiteit van onze steden wezenlijk aantast.
Natuurlijk geldt deze uitdaging niet alleen voor de grote steden. Een groot deel van de woningvraag komt de komende periode van ouderen en jonge gezinnen, die soms voorkeur hebben voor een (grondgebonden) woning in een middelgrote of kleine gemeente. Ook daar zal een deel van de woningbehoefte moeten worden gerealiseerd, en ook daar geldt dat dit niet ten koste mag gaan van de kwaliteit van de leefomgeving. Met nieuwe stedenbouwkundige concepten kunnen we woonmilieus creëren die prettiger zijn om in te leven dan nu, ook al wonen er meer mensen. Er is genoeg ruimte voor dergelijke nieuwe stedelijke gebieden, bijvoorbeeld rondom mobiliteitsknooppunten en aan de randen van de bestaande bebouwde omgeving, waar wonen, werk en voorzieningen samenkomen. 4.1.2
Besluit ruimtelijke ordening / Ladder voor duurzame verstedelijking
In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Deze ladder is gericht op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte. De ladder schrijft niet voor wanneer en waar wel of niet gebouwd mag worden, maar vraagt om een goede afweging van belangen zodat onder andere voorkomen wordt dat er voor leegstand wordt gebouwd. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Het artikel luidt als volgt: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. Betekenis voor het bestemmingsplan Volgens het bepaalde in artikel 3.1.6 lid 2 Bro dient voor het toepassen van de ladder sprake te zijn van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'.
Een 'stedelijke ontwikkeling' is in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder i Bro gedefinieerd als 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Het bestemmingsplan Spoorzone A1 locatie 2021 maakt ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan een hogere bouwhoogte mogelijk en voegt een woonprogramma toe. Er is dan ook "Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
22 sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierdoor is de ladder van toepassing voor het bestemmingsplan. In paragraaf 4.2.3 is nader ingegaan op de provinciale kaders en in paragraaf 4.3.5 is ingegaan op de onderbouwing van de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Provinciale Omgevingsvisie (2019)
Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2019 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.
Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
In het programma Ruimte zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied en vragen om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. Bouwen naar behoefte De provincie hecht waarde aan de vestigingswens van haar inwoners en hanteert het uitgangspunt dat woningen daar worden gerealiseerd waar de behoefte zich manifesteert. Het uitgangspunt daarbij is dat de juiste woning op de juiste plek (op juiste moment) wordt gerealiseerd. Dat gaat allereerst over dat gebouwd wordt naar behoefte. De bouw van nieuwe woningen moet bijdragen aan de bestaande woningvoorraad, de (sub)regionale schaal van woningmarkt en de lange termijn in ogenschouw nemend. Bouwen binnen bestaand bebouwd gebied speelt in op de behoefte aan binnenstedelijk wonen.
De provincie wil dat de ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij "Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
23 streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waarmee rekening dient te worden gehouden in de planvorming.
Op de Kwaliteitskaart maakt het plangebied onderdeel uit van 'steden en dorpen'. Ontwikkelingen die plaatsvinden in of in de nabijheid van het historisch centrum dragen bij aan behoud en versterking van de vitale stads- en dorpscentra met een gevarieerd functioneel en ruimtelijk beeld. In afbeelding 4.1 is een uitsnede van de Kwaliteitskaart opgenomen. De planontwikkeling maakt onderdeel van de lokale en regionale woningbehoefte en is als zodanig opgenomen in de Regionale Agenda Wonen (zie ook paragraaf 4.2.3 Woningbouw).
afbeelding 4.1: Uitsnede Kwaliteitskaart 4.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijk ing De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond hiervan dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit "Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
24 ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. In lid 2 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan (of een ruimtelijk plan als is aangevraagd) voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b.
als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, 2. en het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid (van art. 6.9 Omgevingsverordening); c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid (van art. 6.9 Omgevingsverordening).
Toelichting Omgevingsverordening met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit Het kwaliteitsbeleid gaat uit van 'ja, mits': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en geldt in principe voor het grondgebied van de gehele provincie, dat wil zeggen zowel de groene ruimte als de bebouwde ruimte. De provincie hanteert hier het handelingskader ruimtelijke kwaliteit: een benadering die enerzijds onderscheid maakt in drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen (nieuwe bebouwing of nieuw gebruik van grond of bebouwing) naar gelang hun impact op de omgeving en anderzijds de realisatie van bepaalde soorten ruimtelijke ontwikkelingen uitsluit in gebieden met een bepaalde beschermingscategorie. Dit betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen 1) moeten passen bij de aard en schaal van het gebied en 2) moet voldoen aan de relevante richtpunten van de Kwaliteitskaart. Als een ontwikkeling niet past bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.
Betekenis voor het bestemmingsplan Toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Het plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied. Het bestemmingsplan maakt ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan een hogere bouwhoogte mogelijk en voegt een woonprogramma toe. Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierdoor is de ladder van toepassing voor het bestemmingsplan. De ontwikkeling is onderdeel van het Ontwikkelingsperspectief Spoorzone en het regionaal . In paragraaf 4.3.5 is nader ingegaan op de behoefte. "Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
25
Toets aan de Ruimtelijke kwaliteit Het plangebied ligt in het 'bebouwd gebied'. De provincie geeft hierover aan dat ontwikkelingen die plaatsvinden in of in de nabijheid van het historisch centrum bijdragen aan behoud en versterking van de vitale stads- en dorpscentra met een gevarieerd functioneel en ruimtelijk beeld. De voor het bestemmingsplan relevante richtpunten zijn: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp en de versterking van de vitale stads- en dorpscentra met een gevarieerd functioneel en ruimtelijk beeld. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. De planontwikkeling van de A1-locatie maakt onderdeel uit van het Ontwikkelingsperspectief Spoorzone. Het gebied kenmerkt zich door een relatief grote maat en schaal van bebouwing en heeft een moderne en stedelijke uitstraling. Dit gebied zal zich verder ontwikkelen tot stedelijk gemengd woon-werkgebied.
Het plan voor de A1-locatie past binnen deze gebiedsidentiteit en door de hoogbouw wordt de bestaande ruimte intensiever benut. Ook is in het plan vastgelegd dat er voldoende groene ruimte moet komen en wordt stevig ingezet op duurzame mobiliteit en gebruik van het OV. Conclusie Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 van de Omgevingsverordening (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 1 sub a (inpassen) en lid 4 van de omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit). Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 4.2.3
Woningbouw
4.2.3.1 Discussienota Verstedelijk ing (2017) Hoe omvangrijk de woningbouwopgave in de zuidelijke Randstad is, wordt beschreven in de Discussienota Verstedelijking (2017). Geschat wordt dat tussen 2010 en 2030 in totaal 230.000 woningen nodig zijn om de vraag op te vangen. Tot en met 2016 zijn al rond de 80.000 woningen gebouwd. Dit betekent dat er een opgave ligt om nog eens 150.000 woningen te realiseren. De verwachting is dat tussen 2030 en 2040 nog eens 60.000 woningen nodig zijn. Gemeenten worden aangespoord werk te maken van de woningbouwopgave volgens de volgende zes principes. 7. Differentieer de woningvoorraad 8. Bouw binnen bestaand stedelijk gebied 9. Koester en ontwikkel gebieden voor de nieuwe economie 10. Benut de potentie van groen en water 11. Draag bij aan de energietransitie 12. Bouw nabij HOV 4.2.3.2 Actieprogramma Slim Ruimtegebruik (2016) Bovengenoemde principes passen in de gedachte van Slim Ruimtegebruik. Er is in de komende jaren in Zuid-Holland nog steeds een grote ruimtevraag. Niet alleen voor stedelijke functies, zoals wonen, maar ook in het landelijk gebied, bijvoorbeeld als gevolg van klimaatverandering en energietransitie. Het is van belang de stedelijke ruimtevraag zoveel mogelijk binnen bestaand stads- en dorpsgebied te realiseren en daarmee het bestaande bebouwde gebied beter te benutten.
In het Hoofdlijnenakkoord hebben GS aangegeven constructief met gemeenten mee te willen denken over en ruimte te willen bieden aan uitvoering en slimme oplossingen op lokaal niveau. Dit is een belangrijk uitgangspunt. De provincie blijft zich via haar beleid en ambities richten op het bovenlokale niveau, maar wil lokale partners graag helpen met het realiseren van dat beleid en die ambities op lokaal "Spoorzone A1 locatie 2021" (vastgesteld)
26 niveau. 4.2.3.3 Programma Ruimte m.b.t. Verstedelijking en Wonen (2019) In lijn met genoemde visie en beleidsnota's, biedt het Programma Ruimte instrumenten om de woningbouwopgave uit te voeren. Specifieke aandacht is er voor binnenstedelijke woningbouwplannen nabij HOV-knooppunten. De provincie maakt de keuze om aan te sluiten bij de Rijksladder voor Duurzame Verstedelijking. Dit maakt dat de transformatie van bestaande bebouwing, als bijvoorbeeld kantoren, winkels en cultuurhistorische waardevolle gebouwen binnen de invloedssfeer van Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV), vaak niet ladderplichtig zal zijn en met het oog op de woningbehoefte altijd kan worden gestart. Ook als deze nog niet in overeenstemming is met het regionale woningbouwprogramma. Waar het gaat om de transformatie van gronden naar woningbouw binnen BSD en nabij HOV en dit cijfermatig niet past binnen het regionale woningbouwprogramma, dan gaat de provincie samen met de initiatiefnemende gemeente het gesprek aan met de regio om deze ontwikkeling in het programma op te nemen. 4.2.3.4 Betekenis voor het bestemmingsplan Gouda maakt deel uit van de regio Midden-Holland. In de regio Midden-Holland zijn afspraken gemaakt over woningbouw, afgestemd op de berekende woningbehoeftecijfers.
De in de periode tot 2025 te realiseren 1.000 woningen in de Spoorzone, waaronder het geplande woningbouwprogramma in het plangebied op de A1 locatie, zijn opgenomen in Blok I van de regionale programmering woningbouwprojecten 2019 (RPW Midden-Holland 2019) welke door de Provincie Zuid-Holland is aanvaard. De planologische ruimte die wordt geboden in dit bestemmingsplan, geeft invulling aan de verstedelijkingsambities van de provincie Zuid-Holland. De ontwikkeling past gelet op de locatie, het beoogde woonmilieu binnen de provinciale beleidsdoelen. Daarbij komen veel binnenstedelijke ontwikkellocaties moeizaam van de grond en is dit een belangrijke kans op ontwikkeling van een dergelijke locatie op relatief korte termijn. In de Regionale Agenda Wonen (RAW) die is opgesteld door Midden-Holland is als belangrijke kwaliteit van de regio de diversiteit benoemd. Het behoud en versterken van de verschillende woonmilieus binnen de regio is een belangrijke ambitie. Met de woningbouw in de Spoorzone wil gemeente Gouda het bestaande gemengd stedelijk gebied uitbreiden. De voorgenomen ontwikkeling op de A1-locatie levert een passende bijdrage aan versterking van het aanbod aan stedelijk wonen. 4.2.4