RV Vaststelling belastingverordeningen 2026
Tekst van het document
raadsvoorstel afdeling
telefoon
gouda
Financiën
140182
18 november 2025
zaaknummer
1512943 onderwerp
Vaststelling belastingverordeningen 2026
Gevraagd besluit Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad van de gemeente Gouda voor te besluiten: 1. Tot vaststelling van: 1. Verordening brug- en havengelden 2026; 2. Verordening hondenbelasting 2026; 3. Legesverordening 2026 met daarbij behorende bijlagen; 4. Verordening marktgelden 2026; 5. Verordening onroerende-zaakbelastingen 2026; 6. Verordening precariobelasting 2026; 6a. Tarieventabel behorende bij de verordening precariobelasting 2026; 7. Verordening reinigingsheffingen 2026; 8. Verordening rioolheffing 2026; 9. Verordening staangeld 2026; 10. Verordening toeristenbelasting 2026; 11. Besluit gemeentelijk kwijtscheldingsbesluit 2026. 2. De financiële effecten van de wijzigingen op het onderdeel kabels en leidingen en huwelijken te verwerken in de begroting 2026 en verder en het effect van € 47.000 euro ten gunste te brengen van het perspectief.
Toelichting 1
Nadere uitleg op gevraagd besluit Bovenstaande verordeningen zijn een concrete invulling van hetgeen in de Programmabegroting 2026-2029 is vastgesteld. In de paragraaf Lokale heffingen van de Programmabegroting 2026-2029 is globaal aangegeven welke tariefsaanpassingen voor het jaar 2026 zullen worden voorgesteld. Voor veel heffingen wordt voorgesteld om deze te verhogen met het inflatiepercentage van 2,1% conform de Kadernota 2026. De financiële consequenties (=hogere/lagere opbrengst) van de tariefsaanpassingen zijn, met uitzondering van de leges burgerzaken en kabels en leidingen, al verwerkt in deze begroting. De betreffende tarieven 2026 moeten nog worden vastgesteld. Verder dient de raad het Besluit gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid te actualiseren. Zoals gebruikelijk wordt aan de raad voorgesteld om de betreffende belastingverordeningen geheel opnieuw vast te stellen. Bij de redactie hiervan is zoveel mogelijk aangesloten bij de modelverordeningen van de VNG.
2 2.1
Argumenten Argumenten Ad 1. Verordening brug- en havengelden 2026
Met ingang van 2025 is voor de waterrecreatie een nieuw kader vastgesteld en zijn er nieuwe regels opgesteld. Onderdeel daarvan was de belastingverordening brug- en havengelden. Gedurende 2025 zijn het nieuwe kader en de regels geëvalueerd. De opmerkingen die vanuit de uitvoering naar voren kwamen, zijn verwerkt in de verordening brug- en havengelden 2026. Zo geldt er een vrijstelling havengelden voor alle vaartuigen korter dan 4 meter. Dit komt overeen met de uitvoering en is nu formeel vastgelegd. In de tarieventabel is voor bedrijfsvaartuigen het onderscheid in < 50 m1 en ≥ 50 m1 aangepast naar één tarief per m1 lengte. Daarnaast zijn in de tarieventabel de Zones II en III gelijk getrokken en samengevoegd tot Zone II, met de daarbij behorende tarieven. De voorzieningen in beide zones zijn namelijk gelijk. Daarnaast is door de invoering van het apart betalen van gebruikte elektriciteit vanaf 2026 het onderscheid niet meer relevant. Alle beschikbare plekken in de stad liggen op goede loop- en fietsafstand van de voorzieningen en zijn allen even aantrekkelijk om aan te meren. Verder is het voor de uitvoering (lees havendienst) eenvoudiger om met minder tarieven te werken, maar ook voor het geautomatiseerde systeem dat in 2025 is ingevoerd is dit een vereenvoudiging. De tarieven van de havengelden zijn met het inflatiepercentage van 2,1% verhoogd. Ad 2.
Verordening hondenbelasting 2026 De tarieven van de hondenbelasting zijn met het inflatiepercentage van 2,1% verhoogd en worden dan: Voor de 1e hond: Voor iedere volgende hond:
€ 93,84 € 115,20
(2025: € 91,92) (2025: € 112,92)
Ad 3. Legesverordening 2026 met daarbij behorende bijlagen In algemene zin zijn de legestarieven verhoogd met het inflatiepercentage van 2,1%. Uitzonderingen hierop zijn de tarieven waarvoor in de rijksregelgeving iets anders is bepaald. Het betreft hier met name de tarieven voor de reisdocumenten (paragraaf 1.2) en rijbewijzen (paragraaf 1.3). Daarnaast zijn de tarieven burgerlijke stand verhoogd en daarmee kostendekkend. Verder is in de tarieventabel een artikel geschrapt die niet meer van toepassing is en hebben tekstuele aanpassingen plaatsgevonden ter verduidelijking. Leges aanpassing burgerlijke stand Overeenkomstig het collegevoorstel zijn de tarieven, zoals opgenomen in paragraaf 1.1. Burgerlijke stand van de Tarieventabel leges 2026, verhoogd met 25% om de kosten van dienstverlening rondom huwelijken volledig te dekken. Hiermee komen de tarieven beter in lijn te liggen met omliggende gemeenten en wordt een kwalitatief goede dienstverlening aan de Goudse burger gewaarborgd. Daarnaast draagt dit bij aan een doelmatige en transparante inzet van gemeentelijke middelen waarbij de kosten van individuele dienstverlening zoveel mogelijk worden gedragen door de gebruiker. De mogelijkheid tot het sluiten van een gratis huwelijk blijft ongewijzigd. De gemeente blijft twee gratis ceremonies per week faciliteren.
Huisvestingsvergunning In de raadsvergadering van 9 april 2025 is de huisvestingsvergunning aangepast. Hiermee worden ook nieuwbouw betaalbare koopwoningen vergunningplichtig. Artikel 1.29 lid 1 van de leges tarieventabel 2026 is hierop aangepast. Ventontheffing De vergunningplicht om te venten is bij de wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening in de raadsvergadering van 9 april 2025 komen te vervallen. Hiervoor is in artikel 5:8a een ontheffingsmogelijkheid voor het verbod gegeven. Artikel 1.35 lid 6 van de leges tarieventabel is hierop aangepast waarbij de ventvergunning is aangepast naar ventontheffing. Wijziging exploitatie- en alcoholvergunning
pagina 2
Op grond van artikel 2:9 Algemene plaatselijke verordening en artikel 3 en 4 Alcoholwet moet een exploitant in het bezit zijn van een geldende exploitatievergunning en als er alcohol wordt verstrekt ook een geldende alcoholvergunning. Als er een wijziging optreedt in het aanhangsel behorende bij de vergunning kan er verzoek wijziging aanhangsel worden gedaan. Alle overige wijzigingen leiden tot het aanvragen van een geheel nieuwe vergunning, zoals nieuwe rechtsvorm of toetreden bestuurder. Gezien de vele kleine wijzigingen leidt dit bij (para) commerciële horeca tot ongewenste hoge legeskosten. Hierbij valt te denken aan een wijzigingen die geen of geringe impact hebben op de exploitatie, zoals wijziging bedrijfsnaam (niet zijnde handelsnaam Kamer van Koophandel) of uittreden bestuurder (geen nieuwe financiële stroom en/of zeggenschap). Voor deze wijzigingen is daarom in hoofdstuk 3, paragraaf 3.1. artikel 3.1 lid 4 en artikel 3.2. lid f toegevoegd om een wijziging anders dan alleen leidinggevenden toe te kunnen passen in plaats van het aanvragen van een geheel nieuwe vergunning. In beide gevallen is de hoogte van de leges € 74,00. Kabels en leidingen Overeenkomstig het collegevoorstel zijn de tarieven voor kabels en leidingen aangepast (paragraaf 1.9 artikel 1.32).
Waar voorheen een vast bedrag per aanvraag werd gehanteerd, wordt nu een vast bedrag gehanteerd plus een variabel tarief afhankelijk van de lengte van de graafwerkzaamheden. Daarnaast is een tarief opgenomen voor een melding, het voeren van een overleg en tot slot wordt een opslag gerekend van 10% voor het in behandeling nemen van een aanvraag of melding nadat de werkzaamheden reeds zijn gestart. Door aanpassing van de systematiek sluit de gemeente aan bij de werkwijze van andere gemeenten en wordt het kostendekkender gemaakt. Het artikel wordt voor 2026 als volgt aangepast: Was Omschrijving 1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek/aanvraag om: een omgevingsvergunning leidingen/instemmingsbesluit voor kabels en leidingen als bedoeld in artikel 3.67 van de Verordening fysieke leefomgeving:
Tarief € 300,20
Wordt Omschrijving 1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of instemming voor het leggen van kabel en leidingen als bedoeld in artikel 3.67 van de Verordening fysieke leefomgeving a Het bedrag zoals genoemd in artikel 1.32 lid 1 wordt vermeerderd met een bedrag per strekkende meter van het gehele tracé, bij een tracélengte tot en met 1000 meter met b Het bedrag zoals genoemd in artikel 1.32 lid 1 wordt vermeerderd met een bedrag per strekkende meter van het gehele tracé, bij een tracélengte meer dan 1000 meter tot en met 2500 meter met c Het bedrag zoals genoemd in artikel 1.32 lid 1 wordt vermeerderd met een bedrag per strekkende meter van het gehele tracé, bij een tracélengte meer dan 2500 meter met 2 Het tarief voor het in behandeling nemen van een storings- of graafmelding tot 25 meter bedraagt 3 Indien er met betrekking tot een aanvraag op verzoek van de gemeente overleg moet plaatsvinden tussen de gemeente en de aanvrager en eventuele andere partijen, wordt het bedrag zoals genoemd in artikel 1.32 lid 1 voor ieder overleg verhoogd met 4 Bij het in behandeling nemen van een aanvraag of melding nadat de werkzaamheden reeds zijn gestart, geldt een opslag van 10%
Zero-emissie zone
pagina 3
Tarief € 375
€ 1,91
€ 1,58
€ 1,01
€ 70 € 265
Overeenkomstig met de beleidsregels nul-emissiezone Gouda 2026 zoals die door het college zijn vastgesteld zijn er twee legestarieven toegevoegd, te weten paragraaf 1.9, artikel 1.33 lid l en lid m. Lid l betreft een tarief voor een langdurige ontheffing voor dierenambulances van € 25. Lid m betreft een zogenaamd € 0,00 tarief voor een aanvraag om een verlenging voor een ontheffing in verband met de levertijd van een emissieloos voertuig en netcongestie. De leges zero-emissie zone zijn geharmoniseerde legesbedragen die door alle deelnemende gemeenten worden vastgesteld. Omgevingsplanactiviteit; aanleggen of veranderen weg Artikel 2.26, paragraaf 2.7 is met ingang van 2026 vervallen omdat het aanleggen van een weg niet vergunningplicht is waardoor er geen leges voor in rekening kunnen worden gebracht. Vergunning rondvaartbotenbedrijf Door het vaststellen van de Verordening rondvaartboten en verhuurboten Gouda 2026 is er een vergunningplicht voor het uitoefenen van een rondvaart- of botenverhuurbedrijf. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning zijn leges verschuldigd ad. € 213,45. Om de leges in rekening te kunnen brengen is met ingang van 2026 artikel 3.8 in de leges tarieventabel opgenomen. Normkostentabel Met name bij bouwactiviteiten is de hoogte van de leges afhankelijk van de bouwkosten.
Om de bouwkosten te bepalen wordt nu uitgegaan van de opgave van de aanvrager. Om tot een zorgvuldigere berekening van de bouwkosten te komen, is in de legesverordening 2026 een normkostentabel opgenomen. In de normkostentabel zijn per bouwwerk normbedragen opgenomen op basis waarvan de bouwkosten kunnen worden bepaald. Door met een normkostentabel te gaan werken worden de bouwkosten eerlijker en eenduidiger bepaald. Het opnemen van de normkostentabel is niet bedoeld om meer leges te heffen. Op advies van de ODMH is gekozen voor de normkostentabel van Casadata (4e kwartaal 2025). Deze zijn gemaakt per provincie en representatief voor Zuid-Holland. Hiermee wordt rekening gehouden met de meerkosten voor de fundering door de slappe veenbodem op basis van regionale omstandigheden. Ad 4. Verordening marktgelden 2026 De marktgelden zijn met het inflatiepercentage van 2,1% verhoogd. Ad 5. Verordening onroerende-zaakbelastingen 2026 Alle onroerende zaken worden jaarlijks, op grond van de Wet waardering onroerende zaken (wet WOZ), opnieuw gewaardeerd. Ook in 2026 wordt voor alle onroerende zaken in Gouda een nieuwe waardebeschikking (WOZ-beschikking) afgegeven. Deze waardebeschikking stelt een waarde vast op basis van de waardepeildatum 1 januari 2025 en wordt gehanteerd voor de belastingaanslagen 2026.
In 2025 werd de waarde van de onroerende zaken bepaald per waardepeildatum 1 januari 2024. Op basis van de stand van de hertaxatie per 6 oktober 2025 blijkt dat zich tussen de waardepeildata (1 januari 2024 en 1 januari 2025) de volgende waardeontwikkeling heeft voorgedaan: De WOZ-waarde van de categorie woningen is gemiddeld met 12% gestegen en de WOZ-waarde van de categorie niet-woningen is gemiddeld met 0,07% gestegen. Zoals aangegeven betreft het een gemiddelde waardeontwikkeling. Op het niveau van individuele objecten kunnen zich substantiële afwijkingen voordoen. Zoals gebruikelijk wordt bij de tariefvaststelling van de OZB rekening gehouden met de waardeontwikkeling van de onroerende zaken tussen de twee waardepeildata. Bij het bepalen van het tarief voor de niet-woningen wordt (sinds 2017) rekening gehouden met een opslag van 7% ten behoeve van het Ondernemersfonds. In 2016 is besloten om dit fonds in ieder geval tot 2021 voort te zetten. In de raad van 8 december 2021 is besloten om het fonds met vijf jaar te verlengen tot en met 2026. De opslag blijft ongewijzigd.
pagina 4
Rekening houdend met de in de Programmabegroting 2026-2029 geraamde OZB opbrengst en de waardeontwikkeling van de objecten tussen de twee peildata wordt aan de raad voorgesteld om voor 2026 de navolgende tarieven voor de OZB vast te stellen: Eigendom woning Gebruik niet-woning Eigendom niet-woning
2026 0,0836 0,3366 0,4198
2025 0,0892 0,3211 0,4004
Ad 6 en 6a. Verordening precariobelasting 2026 en bijbehorende tarieventabel 2026 De tarieven precariobelasting worden ten opzichte van 2025 verhoogd met het inflatiepercentage van 2,1%. Ad 7. Verordening reinigingsheffingen 2026 Afvalstoffenheffing: Vanaf 2019 bestaat de afvalstoffenheffing uit een vast tarief (voor 2026 bepaald op € 354,00) en een variabel tarief. Het vaste tarief voor afvalstoffenheffing is met 8,15% verlaagd. De verlaging komt voort uit een actualisatie van de overhead. Tevens zijn de toe te rekenen kosten van de BSGR op dit punt lager en zijn de opbrengsten en vergoedingen voor pmd hoger dan waar in eerste instantie vanuit is gegaan. Dit is aangepast en leidt er toe dat het tarief voor 2026 kan worden verlaagd. Sinds 2018 wordt in het kader van tariefdifferentiatie bij afval het aantal aanbiedingen van restafval door huishoudens gemeten. Het aantal aanbiedingen in 2025 is bepalend voor het variabele tarief van de afvalstoffenheffing in 2026. Het gemiddeld aantal aanbiedingen, (gebaseerd op een 60 liter afvalzak) 2025, is, evenals in 2024, geraamd op 30. Naar verwachting zal het gemiddelde te betalen bedrag voor het variabele tariefdeel 2026 uitkomen op € 45,00.
Evenals voorgaande jaren is in de verordening reinigingsheffingen 2026, overeenkomstig het raadsbesluit van 8 maart 2017 en de nadere uitwerking zoals verwoord in een memo aan de raad van 17 oktober 2017, een vrijstellingsbepaling opgenomen die bepaalt dat belastingplichtigen die vanwege chronische ziekte of aandoening een substantiële hoeveelheid medisch afval aanbieden worden gecompenseerd door middel van het toepassen van een korting op het aantal keren dat restafval wordt aangeboden. Deze compensatie bedraagt maximaal € 75,00. Deze vrijstelling kan worden aangevraagd door middel van een schriftelijke verklaring van huisarts/medisch specialist of een kopie van een afleverbon/factuur/recept. Waarbij met ingang van 2026 in de verordening is toegevoegd dat het woonadres op de afleverbon/factuur/recept vermeld moet staan. In de loop van 2025 is de mogelijkheid om restafval bij de gemeentelijke milieustraat (Ecopark) aan te bieden beëindigd. Het restafval is geen grof afval en kan via de verzamelcontainers in de wijken of minicontainers worden aangeboden. Ook het aanbieden van gemengd verbouwingsafval is niet meer mogelijk. Verbouwingsafval is over het algemeen goed te verdelen over de soorten afval binnen het Ecopark om dan gerecycled te worden. Wanneer het in één container komt, is recyclen niet meer mogelijk.
De tarieventabel bij artikel 5 lid 5 is hierop aangepast en deze tarieven zijn met ingang van 2026 uit de tabel verwijderd. De overige aanpassingen zijn tekstueel van aard. Reinigingsrechten: De tarieven voor bedrijfsafval zijn met het inflatiepercentage van 2,1% verhoogd. Ad 8. Verordening rioolheffing 2026 De tarieven voor de rioolheffing zijn gebaseerd op het Water- en Rioleringsprogramma 20242028 (WRP) zoals in maart 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. Op basis van het WRP 2024-2028 worden de tarieven voor 2026 verhoogd met 2,1%. Dit leidt voor 2026 tot de volgende tarieven:
pagina 5
Rioolheffing gebruiker tot en met 400 m3 Rioolheffing eigenaar Rioolheffing eigenaar zonder huishoudelijk afvalwater of bedrijfsafvalwater.
2026 € 262,20 € 311,27 € 31,10
2025 € 256,80 € 304,87 € 30,46
Ad 9. Verordening staangeld 2026 Zoals al in de paragraaf Lokale heffingen is aangegeven, worden de tarieven van het staangeld verhoogd met het percentage van de maximale jaarlijkse huurverhoging voor woonwagenstandplaatsen, te weten 5% (bron: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/woning-huren/vraag-en-antwoord/wat-is-demaximale-huurverhoging-in-2025). De verordening staangelden geldt voor locaties zonder huurovereenkomst. Ad 10. Verordening toeristenbelasting 2026 Het tarief van de toeristenbelasting is verhoogd met het inflatiepercentage van 2,1%. Daarmee komt het tarief uit op € 2,55 per overnachting. Ondernemers krijgen aan het begin van het jaar een voorlopige aanslag. Deze mag in meerdere maandelijkse termijnen worden betaald. De definitieve aanslag volgt na afloop van het belastingjaar. Ad 11. Besluit gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid 2026 Met ingang van 2019 is het niet meer mogelijk om volledige kwijtschelding te krijgen van de aanslag afvalstoffenheffing. Overeenkomstig het raadsbesluit van 8 maart 2017 en de nadere uitwerking zoals verwoord in een memo aan de raad van 17 oktober 2017 is het door de raad op 12 december 2012 vastgestelde kwijtscheldingsbesluit in 2019 aangepast: voor het vaste tarief blijft de mogelijkheid bestaan om volledige kwijtschelding te krijgen en voor het variabele tarief geldt een maximum van € 75,00.
Om te beoordelen of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding wordt gekeken naar inkomen en spaargeld (vermogen). In de uitvoeringsregeling invorderingswet is onder andere geregeld welk bedrag aan financiële middelen bij het verlenen van kwijtschelding niet tot de bezittingen wordt gerekend. De raad kan besluiten om het bedrag aan financiële middelen dat niet wordt meegeteld bij de berekening van het vermogen, op een hoger bedrag vast te stellen. In artikel 3 in het besluit gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid zijn de extra financiële middelen opgenomen dat iemand met een kleine buffer (spaargeld) toch nog recht heeft op kwijtschelding. Overzicht woonlasten Onderstaande tabel geeft de lastendruk in Gouda voor het jaar 2026 aan in vergelijking met de tariefstelling 2025 voor zowel een eigenaar-gebruiker als een huurder op basis van de in dit voorstel aan de raad voorgelegde tarieven. Zoals gebruikelijk in het woonlastenoverzicht worden hierbij de onroerende zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffingen betrokken. Voor de berekening van de onroerende zaakbelastingen is hierbij voor het jaar 2025 uitgegaan van een woning met een WOZ-waarde van € 356.000,-- per waardepeildatum 1 januari 2024. Voor 2026 wordt uitgegaan van een woning met een WOZ-waarde van € 398.000,-- per waardepeildatum 1 januari 2025 (= WOZ-waarde 01-01-2024 + 12%).
pagina 6
eigenaar/gebruiker 2026
2025
OZB eigenaar
€ 332,72
€ 317,55
Afvalstoffenheffing
€ 399,00
€ 434,40
Rioolheffing eigenaar
€ 311,27
€ 304,87
Rioolheffing gebruiker
€ 262,20
Totaal
€ 1.305,19
huurder 2026
2025
€ 399,00
€ 434,40
€ 256,80
€ 262,20
€ 256,80
€ 1.313,62
€ 661,20
€ 691,20
Opgemerkt wordt nog dat in de aanslagoplegging overeenkomstig de wettelijke bepalingen de WOZ-waarden worden afgerond op € 1.000,--.
3 3.1
4
Kanttekeningen Kanttekeningen Ozb tarieven De tarieven voor de onroerende-zaakbelastingen zijn afhankelijk van de ontwikkeling van de WOZ-waarde. Bij het opmaken van de Programmabegroting 2026-2029 was de waardeontwikkeling van de WOZ-objecten in Gouda nog niet bekend. De ozb tarieven, vermeld in de paragraaf lokale heffingen onder ‘overzichten’ zijn dan ook gebaseerd op een schatting van de landelijke waardeontwikkelingen. De belastingtarieven vermeld in de belastingverordening zijn gebaseerd op de stand van de hertaxatie per 6 oktober 2025. De herwaardering is op dit moment nog niet afgerond. Er vindt met de BSGR regelmatig afstemming plaats over de waardeontwikkeling. Als uitkomsten van de herwaardering daartoe aanleiding geven zullen de nu voorgestelde tarieven nog worden aangepast in het definitieve raadsvoorstel, zodat de geraamde opbrengsten gerealiseerd worden. Een dergelijke aanpassing leidt niet tot een aanpassing van de lastendruk.
Juridische- / financiële gevolgen Indien de verordeningen niet in de raadsvergadering van 10 december 2025 worden vastgesteld, kunnen de nieuwe tarieven niet met ingang van 1 januari 2026 worden toegepast. De financiële consequenties van de tariefsaanpassingen zijn verwerkt in de Programmabegroting 2026-2029. De aanvullende inkomstenreeks als gevolg van het verhogen van de legestarieven burgerzaken en kabels en leidingen worden aangepast in de begroting 2026. De aanvullende structurele inkomsten vanwege de verhoging van de leges kabels en leidingen van ongeveer € 47.000,- zullen ten gunste worden gebracht van het begrotingssaldo/perspectief. De extra structurele inkomsten voor huwelijken, naar schatting ongeveer € 33.000 per jaar, zorgen er voor dat de inkomsten nu alle kosten voor deze activiteit afdekken.
5
Personele- / organisatorische gevolgen / duurzaamheid / positie mensen met een beperking n.v.t.
6
Communicatie / interactiviteit Na vaststelling door de raad liggen de betreffende verordeningen ter inzage en worden ze bekendgemaakt in het Gemeenteblad. Ook vindt publicatie plaats in de Goudse Post. De vastgestelde verordeningen zijn vanaf 2026 te raadplegen op www.overheid.nl en op www.bsgr.nl.
pagina 7
Burgemeester en wethouders van Gouda, de secretaris, de burgemeester,
drs. R.C. Bakker
mr. drs. P. Verhoeve
Bijlagen 1. Verordening havengelden 2026; 2. Verordening hondenbelasting 2026; 3. Legesverordening 2026 met daarbij behorende bijlagen; 4. Verordening marktgelden 2026; 5. Verordening onroerende-zaakbelastingen 2026; 6. Verordening precariobelasting 2026; 6a. Tarieventabel behorende bij de verordening precariobelasting 2026; 7. Verordening reinigingsheffingen 2026; 8. Verordening rioolheffing 2026; 9. Verordening staangeld 2026; 10. Verordening toeristenbelasting 2026; 11. Besluit gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid 2026.
pagina 8