RV Stichting Schouwburgcomplex Gouda
Tekst van het document
raadsvoorstel afdeling
telefoon
gouda
Ruimtelijk beleid en advies
140182
28 oktober 2025
zaaknummer
1384776 onderwerp
Stichting Schouwburgcomplex Gouda
Gevraagd besluit Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad van de gemeente Gouda voor te besluiten: 1. Bij te dragen aan het financieel toekomstbestendig maken van de Stichting Schouwburgcomplex en daarmee De Goudse Schouwburg en Cinema Gouda te behouden voor de stad; 2. Daartoe de structurele meerjarige subsidie aan Stichting Schouwburgcomplex Gouda met ingang van 2025 structureel te verhogen met € 350.000.- ten behoeve van een gezonde exploitatie van De Goudse Schouwburg; 3. Noodzakelijk gebruikersonderhoud en -investeringen in De Goudse Schouwburg mogelijk te maken door in 2025 eenmalig een impuls te verstrekken van € 1, 2 miljoen; 4. Dit te dekken uit het meerjarig begrotingsperspectief en te verwerken in de begroting.
Toelichting 1
Nadere uitleg op gevraagd besluit
Aanleiding Zorgelijke financiële situatie Stichting Schouwburgcomplex Op 24 september 2024 is de raad (per geheime memo) geïnformeerd over de zorgelijke financiële situatie van de Stichting Schouwburgcomplex Gouda, waaronder De Goudse Schouwburg en Cinema Gouda vallen. Het gaat daarbij om zowel de dagelijkse exploitatie die bij beide organisatieonderdelen onder druk staat als om ontbrekend budget voor noodzakelijke investeringen die de verantwoordelijkheid zijn van de stichting. Het uitbreken van de coronacrisis had grote impact op de stichting en de gehele culturele sector. De stichting heeft deze periode doorstaan door voortdurend schakelen. Dit aangevuld met steun van de gemeente (een schenking, huurkortingen, coronasteunsubsidieregeling) en het Rijk (NOW, BIS). Dat het herstel van de coronacrisis een lange adem zou vragen is reeds aangegeven in de Cultuurnota 2023- 2027 “Gouda sterker met Cultuur!”. Daarnaast heeft ook de hoge inflatie (algemeen, lonen, energie) stevige impact op de stichting. Het traject naar het opstellen van een businesscase voor de schouwburg, waar een aantal vastgoedgerelateerde zaken geadresseerd zou worden, waaronder de verbetering van de uitstraling van de publieksruimten in de schouwburg, is in 2020 eveneens door corona stilgelegd.
Eind 2023 is, zoals ook aangekondigd in de Cultuurnota, het proces rond het actualiseren van de businesscase van De Goudse Schouwburg opnieuw gestart. In dit proces werd gaandeweg duidelijk dat de situatie van de stichting zorgelijker is dan verwacht. Om de raad integraal inzicht te geven in de omstandigheden waarin de stichting verkeert en handelingsopties te definiëren heeft adviesbureau Berenschot in opdracht van de gemeente een onderzoek naar het toekomstperspectief van de stichting uitgevoerd. Onderzoek Berenschot over toekomstperspectief Stichting Schouwburgcomplex Het onderzoek bestond uit 2 fasen:
1. Het scheppen van inzicht in de huidige financiële situatie van de stichting. Daarbij is gekeken naar de behaalde resultaten van de afgelopen jaren, de prognoses en dus het verwachte rendement of tekort per organisatieonderdeel. 2. Het uitwerken van een aantal varianten voor de toekomst van de stichting. De varianten zijn vervolgens met elkaar vergeleken op basis van maatschappelijke waarde, financiële en juridische criteria. Aanvullend op het onderzoek van Berenschot heeft de Stichting Schouwburgcomplex zelf een meer specialistische analyse laten uitvoeren ten aanzien van de cinema door The Big Picture. De resultaten van die analyse zijn meegenomen in het advies van Berenschot. Toelichting Uitkomsten onderzoeken Per geheim memo van 18 maart, 1 april en middels een besloten sessie op 7 mei 2025 is de raad geïnformeerd over de uitkomsten van de onderzoeken. In het kort komen die op het volgende neer: De stichting als geheel: De stichting Schouwburgcomplex Gouda zit als geheel financieel in zwaar weer. De Schouwburg en de Cinema vallen allebei binnen de stichting en het idee achter de combinatie van deze functies was dat de Cinema de tekorten op de Schouwburg zou dekken en het verdienvermogen van de stichting als geheel zou versterken. Dat is jarenlang ook het geval geweest, maar inmiddels lukt dat niet meer. De Cinema draait flink verlies, net zoals de Schouwburg.
Dat zorgt er niet alleen voor dat de Cinema de tekorten van de Schouwburg niet meer dekt, de optelsom van twee verlieslatende exploitaties zorgt voor aanzienlijke verliezen voor de hele stichting. De stichting is 2024 geëindigd met een negatief eigen vermogen van € -560.000 (Jaarrekening Stichting Schouwburgcomplex, bijlage 6). Alleen met sterk stijgende bezoekersaantallen wordt het resultaat de komende jaren minder slecht. De niet-beïnvloedbare kosten (rente, energie, lonen, inkoop) zijn echter zeer hard gestegen zodat een positief resultaat nog ver weg lijkt. Dit alles leidt ook tot een zorgelijke liquiditeitspositie. Ook de aflossing van de hypothecaire lening op de cinema drukt op de liquiditeit. Er is in de meerjarenbegroting van de stichting (opgesteld in 2022) gerekend met ambitieuze groei in bezoekersaantallen, terug naar de zeer goede prestaties in de jaren voor corona. Dit wordt, met de kennis van nu, niet langer realistisch geacht. Verder zijn al jarenlang investeringen uitgesteld, bij gebrek aan geld, met name in het gebruikersonderhoud van de schouwburg. Dit heeft steeds groter effect op de bedrijfsvoering en verdiencapaciteit evenals een negatieve invloed op de beleving van de bezoeker. Daarnaast komt door aanhoudende verliezen nu de limiet van het rekening courant krediet bij de bank in zicht.
Voor de gemeente is dit een risico omdat zij garant staat bij de bank voor de hypothecaire lening voor de cinema en het rekening courant krediet van de stichting als geheel. De Goudse Schouwburg: Door de uitzonderlijk hoge kaartverkoop in het verleden en de bijdrage van Cinema Gouda in de exploitatie van de stichting is de schouwburg tot dusver overeind gebleven. Vergeleken met andere theaters scoort De Goudse Schouwburg nog steeds heel goed qua kaartverkoop, maar niet de zeer hoge aantallen van vóór corona. De gemeentelijke exploitatiesubsidie is bijna volledig nodig om de vaste lasten van de schouwburg te dekken. De culturele programmering van de schouwburg is hierdoor vrijwel volledig afhankelijk van eigen inkomsten, waaronder kaartverkoop en horeca. Berenschot bevestigt het al langer bestaande beeld dat De Goudse Schouwburg, vergeleken met andere schouwburgen, een relatief lage subsidie ontvangt. Na het dekken van de reguliere bedrijfsvoeringskosten rest niet of nauwelijks budget voor programmering. Hoewel er altijd wordt gestreefd naar meer inkomsten uit horeca, kaartverkoop of zakelijke verhuur acht Berenschot het niet realistisch om te verwachten dat hier significant meer rendement op kan worden behaald. Ook de sterke kostenstijgingen van de afgelopen periode hebben een negatieve invloed op het resultaat.
Berenschot concludeert dat de schouwburg eenmalige en structurele steun nodig heeft om voort te bestaan, namelijk een eenmalige bijdrage voor achterstallig gebruikersonderhoud en een structureel hogere exploitatiesubsidie. Dit geldt ook als de cinema weer bij gaat dragen in het rendement.
pagina 2
Cinema Gouda: De cinema draait op dit moment verlies en zet daarmee de stichting verder onder druk. Dit komt door een combinatie aan factoren, waaronder het tegenvallende filmaanbod uit Hollywood vanwege de effecten van de schrijversstaking en een -onverwacht- grote concurrent in Pathé Ypenburg. Voor de toekomst van de organisatie is het nodig om de cinema weer te laten renderen. In de verkenning van Berenschot zijn 3 hoofdvarianten uitgewerkt ten aanzien van de cinema: 1) de stichting gaat door met de cinema, 2) een andere partij zet de exploitatie van de cinema voort of 3) de exploitatie van de cinema wordt gestaakt. Uit de verkenning van Berenschot blijkt dat stoppen met de cinema financieel geen voordeel oplevert en daarnaast is het ook vanuit het perspectief van het voorzieningenniveau in de stad niet aantrekkelijk. Varianten waarbij de cinema wordt verhuurd of verkocht aan een derde exploitant zijn weinig realistisch door een gebrek aan animo in de huidige markt en leveren de stichting bovendien geen voordeel op. Uit het aanvullende onderzoek van The Big Picture blijkt dat met een aantal ingrepen en een beperkte investeringsimpuls de cinema binnen circa 1,5 jaar weer rendabel gemaakt kan worden. De cinema heeft daarmee toekomstperspectief. Deze variant lijkt ook fiscaal en juridisch het meest aantrekkelijk.
Wanneer de hypothecaire lening op de cinema is afgelost kan de cinema weer beter renderen en bijdragen aan de exploitatie van de stichting als geheel. Motie vreemd d.d. 18 juni 2025: Verzoek om raadsvoorstel met voorkeursscenario voor te leggen Op 18 juni heeft de raad een motie ten aanzien van de Stichting Schouwburgcomplex aangenomen. Daarin verzoekt de raad het college ter openbare bespreking en besluitvorming een raadsvoorstel voor te leggen, met een voorkeursscenario en eventuele alternatieven, inclusief financiële onderbouwing. Dit vergezeld van een toekomstplan van de Stichting Schouwburgcomplex Gouda. Toekomstplan Stichting Schouwburgcomplex De afgelopen maanden heeft de Stichting Schouwburgcomplex dit toekomstplan uitgewerkt met als uitgangspunt het behoud van beide voorzieningen (schouwburg en cinema) voor de stad. Ook Berenschot en een onafhankelijk financieel expert waren bij het opstellen van dit plan betrokken. Inhoudelijk zet de stichting de lijn voort die in haar ‘Toekomstvisie 2023-2027: Verder bouwen aan Podium van de Stad. Inspireren, vernieuwen en verbinden’ staat beschreven. Dit is gericht op een breed en divers cultureel programma, voor alle Gouwenaars. Hiermee wordt het bereik van de schouwburg ook vergroot onder nieuwe doelgroepen, hetgeen de toekomstbestendigheid versterkt.
Het voorliggende toekomstplan ziet vooral op het toekomstbestendig maken van de financiële huishouding van de stichting. In de nieuwe meerjarenbegroting zijn de bezoekersaantallen naar een meer realistisch niveau bijgesteld en wordt rekening gehouden met de benodigde (gebruikers-) investeringen. Dat maakt helder wat er nodig is om een toekomstbestendige financiële huishouding te realiseren. Daartoe zullen er op korte termijn vijf zaken in samenhang moeten worden aangepakt (Bijlage 1 Toekomstplan, hoofdstuk 4): 1. Rendabel maken van Cinema Gouda door middel van een herpositionering waarbij actief wordt gestuurd op quick wins ten aanzien van locatie, programmering, prijsbeleid, horeca, marketing en organisatie. Dit herstelplan is reeds in gang gezet en moet binnen 18 maanden resultaat opleveren. 2. Aanpassing van de huidige hypothecaire lening op de cinema: omzetten van lineair met variabele rente naar annuïtair met vaste rente en 1 jaar langere aflossingstermijn. Dit heeft de komende jaren een gunstig effect op de liquiditeit van de stichting. In een eerder stadium is dit besproken met de verstrekker van de hypothecaire lening, ABN AMRO. Zij stelt hierbij als voorwaarde dat de stichting een sluitende liquiditeitsbegroting kan overleggen, rekening houdend met vervangingsinvesteringen.
Dit kan alleen worden gerealiseerd als de gemeente een eenmalige impuls geeft ten aanzien van het gebruikersonderhoud van de schouwburg (inhaalslag) en de exploitatiesubsidie voor de schouwburg structureel ophoogt (zie nr 4 en 5). Met deze maatregel zou de bank het bijzonder beheer, waar de stichting nu onder valt, opheffen. Dit leidt ook tot kostenverlaging. 3. Een eenmalige investering van € 75.000 en het spreiden van vervangingsinvesteringen in de cinema (te realiseren in 2025). Deze investeringen zijn in september al grotendeels vanuit de
pagina 3
exploitatie van de stichting gedaan en worden afgerond in oktober. Daarmee kan volledig worden ingezet op het werven van nieuw publiek in een aantrekkelijke omgeving. In de analyse van The Big Picture is het gebouw en inventaris van de cinema beoordeeld en is geconstateerd dat niet-bedrijfskritische investeringen kunnen worden uitgesteld naar een later moment, zodat deze meer gespreid worden. Dit heeft een gunstig effect op de liquiditeit. De bank heeft eerder bereidheid getoond mee te willen denken over benodigde investeringen in de cinema. Vanuit staatssteunperspectief ligt inzet vanuit de gemeente hierop niet direct voor de hand. 4. Een eenmalige bijdrage van de gemeente Gouda voor achterstallige investeringen in het gebruikersonderhoud van de schouwburg. (door de schouwburg te realiseren in 2026). Het gaat hierbij om zaken die onder het gebruikersonderhoud vallen zoals vloerbekleding, horecainventaris en inrichting van de foyers. Het gebrek aan investeringen doet steeds meer afbreuk aan de beleving van bezoekers en zakelijke huurders van De Goudse Schouwburg en zorgt voor bedrijfskritische situaties. Door de oplopende lasten, ook in combinatie met de relatief lage subsidie, is het voor de stichting niet mogelijk gebleken om vervangingsinvesteringen te doen of daartoe een reserve op te bouwen.
Door een eenmalige impuls van €1,2 miljoen kunnen de achterstallige investeringen in samenhang worden ingelopen. 5. Een structurele verhoging van de exploitatiesubsidie voor De Goudse Schouwburg: Voor een duurzame financiële toekomst is nodig om de liquiditeit en het resultaat structureel op orde te krijgen, om het negatieve eigen vermogen te herstellen en juist weerstandsvermogen op te bouwen. Ook is het nodig om bestemmingsreserves op te gaan bouwen voor investeringen die in de toekomst nodig zijn. De stichting vraagt de gemeente Gouda met ingang van 2025 om een structurele verhoging van de jaarlijkse exploitatiesubsidie van € 350.000. Daarmee wordt stapsgewijs toegewerkt naar een gezonde situatie.
2
Argumenten
2.1 Argumenten 1.1 De Goudse Schouwburg is essentieel in de culturele basisinfrastructuur in Gouda en draagt, met Cinema Gouda, bij aan een florerende stad met sterke economie en regionale positie De Goudse Schouwburg is onderdeel van de culturele basisinfrastructuur in Gouda, zoals opgenomen in de Cultuurnota 2023-2027 ‘Gouda sterker met Cultuur!’ en is een belangrijke culturele voorziening voor Gouda en omgeving. Dit gaat enerzijds over de reguliere programmering, die steeds gevarieerder wordt en een steeds bredere basis aan bezoekers uit Gouda en de regio trekt, met daaronder ook een groeiende doelgroep jongere bezoekers. Hoewel de kaartverkoop in absolute zin lager ligt dan vóór corona, scoort De Goudse Schouwburg vergeleken met andere theaters in het land nog steeds zeer goed. Uit merkonderzoek van Hendrik Beerda (bijlage 5) blijkt dat De Goudse Schouwburg hoog gewaardeerd wordt en dat haar binding met het publiek significant is gestegen ten opzichte van de periode vóór de coronacrisis. Naast reguliere programmering zorgt De Goudse Schouwburg via vele evenementen, projecten en initiatieven dat steeds meer mensen laagdrempelig in aanraking komen met kunst en cultuur.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan festival De Verwondering en De Nacht van de Verwondering, waar samen met een groot aantal culturele partners in Gouda op verrassende wijze de start van het culturele seizoen wordt gemarkeerd. Of aan projecten die gericht zijn op het betrekken van meer specifieke groepen zoals jongeren (Express Yourself , jongerenprogrammeringsraad en het Theaterdelta Zuid-Hollandprogramma in samenwerking met mbo opleidingen) ouderen (Gouden Dans) en het opzetten van een toneelclub voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Om te zorgen dat mensen ook met een kleine beurs van theater kunnen genieten heeft de schouwburg onder andere de succesvolle ‘doneer een ticket’- actie opgezet, waar jaarlijks gemiddeld circa €12.000 mee wordt opgehaald. Cinema Gouda is, als commerciële bioscoop, weliswaar geen onderdeel van de gesubsidieerde culturele basisinfrastructuur, maar is wel een waardevolle voorziening voor Gouda. Met het toekomstplan wordt deze doorontwikkeld, wordt de aantrekkelijkheid vergroot en het samenspel tussen de cinema en andere culturele voorzieningen versterkt.
pagina 4
Naast het culturele belang van de schouwburg en de cinema is er ook een breder belang voor de stad. In de Omgevingsvisie Gouda, door de raad vastgesteld in 2022, wordt als opgave een blijvend sterke economie en regionale positie gedefinieerd. En als een van de Goudse keuzes het streven naar het zijn en blijven van een florerende stad. Daarvoor is het van belang dat Gouda sterke en gevarieerde voorzieningen heeft. Met haar regionale bereik en hoge waardering draagt De Goudse Schouwburg rechtstreeks bij aan het economisch vestigingsklimaat voor bedrijven en (kennis)werkers. Ook hebben culturele voorzieningen een direct economisch effect op de stad. Onderzoek laat zien dat bezoekers circa 2,5 keer de prijs van een kaartje besteden in de stad (Henk Beerda, publicatie Boekmanstichting 2020). Denk hierbij aan horeca en detailhandel, maar ook aan parkeerinkomsten. Het vestigen van Cinema Gouda in de spoorzone was destijds dan ook essentieel voor de businesscase van de parkeergarage naast het station. 1.2 Het toekomstplan van Stichting Schouwburgcomplex Gouda is gebaseerd op de meest kansrijke variant uit het rapport van Berenschot Het toekomstplan van de stichting is gebaseerd op variant 1b uit het rapport van Berenschot. Deze variant houdt in dat de stichting doorgaat met de cinema en deze ook een impuls geeft. In het wegingskader komt deze variant als meest kansrijk naar voren.
Om deze variant te realiseren is, mede in het oordeel van Berenschot, een incidentele investeringsimpuls noodzakelijk alsmede een structurele verhoging van de exploitatiesubsidie. Variant 2a, b en c, waarbij de cinema wordt verhuurd of verkocht aan een derde exploitant zijn weinig realistisch door een gebrek aan animo in de huidige markt en leveren de stichting bovendien geen voordeel op. Variant 3 a en b, het stoppen met de cinema, levert financieel geen voordeel op en is ook vanuit het perspectief van het voorzieningenniveau in de stad niet aantrekkelijk. 2.1+ 3.1 Met de incidentele impuls en de structurele verhoging van de exploitatiesubsidie van de gemeente Gouda voor De Goudse Schouwburg heeft de Stichting Schouwburgcomplex Gouda weer toekomstperspectief De impuls en de structurele verhoging van de subsidie zijn onderdeel van een totaalpakket aan maatregelen van de stichting als geheel en zijn niet los van elkaar te zien. Op dit moment is de liquiditeit van de stichting nijpend, de exploitatie verlieslatend en moeten dringend investeringen worden gedaan in het gebruikersonderhoud van de schouwburg. Uit het onderzoek van Berenschot wordt helder dat de situatie van de stichting zonder eenmalige impuls en bij het huidige subsidieniveau niet te herstellen is.
Met de eenmalige investeringsimpuls van € 1,2 miljoen kan de schouwburg een inhaalslag maken in het gebruikersonderhoud van het pand en updaten van de inventaris zodat de bedrijfsvoering weer normaal kan functioneren. Het gebouw wordt én blijft dan door een update van de 20 tot 30 jaar oude inrichting ook voor de toekomst weer aantrekkelijk voor bestaande én nieuwe bezoekers en zakelijke verhuur. Daarmee wordt dus het verdienvermogen van de schouwburg behouden en waar mogelijk geoptimaliseerd. Met de verhoging van de exploitatiesubsidie wordt de exploitatie van de schouwburg ondersteund zodat het resultaat en de liquiditeit kan herstellen en op termijn ook noodzakelijke (bestemmings-) reserves kunnen worden opgebouwd. Hiermee kan de stichting toekomstige benodigde investeringen zelf dragen. Met deze maatregelen, die voortkomen uit de voorkeursvariant, doet de gemeente voldoende om het toekomstperspectief te waarborgen. De gemeente draagt alleen bij aan de maatregelen die ten goede komen aan De Goudse Schouwburg. De stichting pakt zelf de maatregelen op die zich richten op Cinema Gouda. 2.2+ 3.2 Het toekomstplan biedt een stevig financieel fundament voor de toekomst van de Stichting Schouwburgcomplex Gouda De onderbouwing van het plan en de vraag aan de gemeente is solide en realistisch.
Voor zowel de schouwburg als de cinema biedt dit plan een duidelijk en onderbouwd toekomstperspectief waarmee stapsgewijs wordt toegewerkt naar een stevige, gezonde organisatie. Daarmee wordt beoogd een einde te maken aan een lange periode van ‘overleven’ door de stichting en herhaaldelijk noodzakelijke steun en ‘pleisters plakken’ vanuit de gemeente. In het plan wordt uitgegaan van een realistischer ontwikkeling van de bezoekersaantallen en is het herstelplan voor de cinema meegenomen. Ook is rekening gehouden met de liquiditeit en de
pagina 5
exploitatie evenals het opbouwen van weerstandsvermogen en inrichten van bestemmingsreserves voor toekomstige investeringen. Met structurele verhoging van de subsidie met € 350.000 per jaar ontstaat er stapsgewijs de benodigde ruimte in de liquiditeit en wordt naar verwachting in 2033 een gezonde solvabiliteitsratio van 25% bereikt. Dat is ook het moment dat de stichting naar verwachting de hypothecaire lening op de cinema heeft afgelost en de cinema, bij ongewijzigde omstandigheden, kan bijdragen aan positieve resultaten van de stichting. Vanaf dan kan overwogen worden om de subsidie te herijken. Dit is uiteraard afhankelijk van de dan daadwerkelijk gerealiseerde cijfers en de omstandigheden van dat moment. Ook is bij een eventuele herijking van belang dat er ruimte blijft voor het opbouwen van de benodigde bestemmingsreserves. In het proces van opstellen van het toekomstplan door de Stichting Schouwburgcomplex zijn zowel Berenschot als een onafhankelijk financieel expert betrokken geweest. Het voorliggende plan is mede op basis van hun advies en feedback tot stand gekomen. 2.3 + 3.3 Het toekomstplan biedt een goede mix van cultureel ondernemerschap en gemeentelijke subsidie Uit de analyse van Berenschot en de vergelijking met andere soortgelijke theaters (Bijlage 1, Toekomstplan p 6) blijkt dat het huidige subsidieniveau van de schouwburg relatief laag is.
Met de voorgestelde structurele verhoging wordt de exploitatiesubsidie voor de stichting naar een werkbaar niveau gebracht. Vergeleken met andere theaters blijft de subsidie evenwel lager dan gemiddeld gebruikelijk is. Dit is mogelijk vanwege de nog steeds relatief hoge kaartverkoop en een efficiënte bedrijfsvoering. Er wordt via intensieve, gerichte marketingcampagnes voortdurend ingezet op de groei van het publiek voor de professionele programmering. Binnen de beperkte mogelijkheden wordt steeds gezocht naar manieren om het rendement te laten stijgen. Zo is in het lopende seizoen als verdienmodel de mogelijkheid toegevoegd om een annuleringsverzekering af te sluiten. Andere voorbeelden hiervan zijn het invoeren van administratiekosten per ticket en vriendenlidmaatschappen. Naast de vraag aan de gemeente om de eenmalige impuls voor gebruikersonderhoud heeft de stichting zelf, met een bijdrage van haar businessclub, deze zomer een restyling van de Gouden Zaal gerealiseerd. Deze, flexibel opgezette, ruimte is daarmee meer up to date voor zakelijke verhuur en kleine, intieme voorstellingen. Daarmee heeft de stichting de verdiencapaciteit van deze zaal hersteld. Ook met het herstelplan voor de cinema is de stichting voortvarend aan de slag gegaan. De benodigde herstructurering van het team is inmiddels grotendeels gerealiseerd.
Met beperkte middelen en veel vrijwillige inzet heeft de begane grond van de cinema een metamorfose ondergaan tot een sociale ontmoetingsplek met caféfunctie inclusief werkplekken. Ook zijn de ticketingbalies van de schouwburg en cinema samengevoegd en verplaatst naar de cinema. Daardoor zijn de mogelijkheden om toegangskaarten voor de schouwburg fysiek te kopen verruimd en wordt tegelijk een efficiencyslag gemaakt. Ook in programmering, marketing en communitybuilding zijn de eerste stappen van het herstelplan gezet. Vanaf 2026 zullen de resultaten van deze acties zichtbaar worden in de exploitatie. Vanaf 2027 ontstaat bij de cinema financiële ruimte om te beginnen met de meest essentiële vervangingsinvesteringen. 2.4+ 3.4. Monitoring financiële situatie stichting aangescherpt om risico’s te beperken Het toekomstplan schept inzicht in de financiële situatie en perspectief van de stichting. Dit brengt de Raad van Toezicht beter in positie als intern toezichthouder en stelt de gemeente als subsidieverstrekker beter in staat om de financiële situatie van de stichting te monitoren. Niet alleen ten aanzien van de exploitatie, maar ook ten aanzien van het verloop van de investeringen en afschrijvingen. Dit dient als basis voor periodiek ambtelijk en bestuurlijk overleg tussen Stichting Schouwburgcomplex en de gemeente.
2.5+ 3.5 De gevraagde steun van de gemeente richt zich op de schouwburgfunctie, dus regelgeving met betrekking tot staatssteun staat hieraan niet in de weg. De voorgestelde incidentele en structurele bijdragen hebben betrekking op de schouwburgfunctie en die zijn in het plan ook helder onderbouwd. De stichting zelf neemt de verantwoordelijkheid voor de cinema met het herstelplan. Zo worden de vervangingsinvesteringen van de cinema gespreid en wordt daarmee pas gestart zodra er binnen de cinema voldoende middelen beschikbaar zijn. Dat maakt dat regelgeving met betrekking tot staatssteun niet aan de nu voorgestelde bijdragen in de weg staat.
pagina 6
Om de schouwburg financieel te kunnen ondersteunen, zonder de staatssteunregels te overtreden, is het noodzakelijk dat in de boekhouding van de stichting geverifieerd kan worden dat de gemeentelijke bijdragen niet mede ten goede komen aan de cinema. Als aanvullende maatregel wordt in 2026 de opzet van de boekhouding van de stichting opnieuw bekeken, om te onderzoeken of de boekhouding van de schouwburg en de cinema voldoende gescheiden is en daarmee volledig voldoet aan de regelgeving in het kader van staatssteun.
3
Kanttekeningen
3.1 Kanttekeningen 2.1 + 3.1 Er is een onzekerheid ten aanzien van het herstructureren van de lening door ABN AMRO, maar de voorgestelde gemeentelijke maatregelen zijn noodzakelijk om deze mogelijk te maken. Formeel is het aanbod van ABN AMRO om de lening te herstructureren van een jaar geleden. Gezien overleg sinds die tijd zowel met de gemeente als met de stichting is het aannemelijk dat, als de Stichting Schouwburgcomplex voldoet aan de voorwaarde van een sluitende liquiditeitsbegroting, dit aanbod zal actualiseren en de beoogde herstructurering kan worden doorgevoerd. Met de voorgestelde incidentele en structurele bijdragen vanuit de gemeente voldoet de stichting aan die eis. De verwachting is dan ook dat de bank bereid zal zijn om de lening te herstructureren. 2.2 + 3.2 De stichting stelt mogelijke alternatieven voor ten aanzien van de financiering, maar de voorgestelde impuls en structurele bijdrage is het meest gunstig voor zowel de stichting als de gemeente. In haar toekomstplan stelt de stichting meerdere mogelijkheden voor om de benodigde financiële steun vorm te geven. Ten aanzien van de eenmalige impuls wordt ook de optie gegeven om een zeer beperkte spreiding toe te passen, een lening af te sluiten bij bank of gemeente, of een gedeeltelijke terugbetaling vanaf 2032 toe te passen.
Deze alternatieven zijn bewerkelijk of zelfs nadelig in de uitvoering, ongunstig voor de financiële positie van de stichting en leveren de gemeente relatief weinig op. Als alternatief voor de structurele verhoging van de subsidie wordt geopperd om de stichting vrij te stellen van de huur voor het schouwburggebouw, naar voorbeeld van de gemeente Amsterdam. Voor de stichting geeft dit een vergelijkbaar resultaat omdat de kosten daarmee fors omlaag gaan en daarmee dus ook de noodzakelijke ruimte wordt gecreëerd in de exploitatie. Vanuit gemeentelijk vastgoedperspectief is de Amsterdamse systematiek bekeken en onwenselijk gebleken voor de huidige Goudse situatie. In de Kadernota Vastgoed (2024) is opgenomen dat vastgoed wordt verhuurd tegen een marktconforme huurprijs, danwel een kostprijsdekkende huurprijs. Dit om verkapte subsidie te voorkomen, waardoor de raad geen zicht heeft op de kosten van de voorziening en de gemeentelijke bijdrage daaraan. Toepassing van lagere huur bij de schouwburg zou precedentwerking hebben bij andere huurders, hetgeen substantieel invloed heeft op de meerjarig begrote inkomsten in de gemeentebegroting. 2.3 + 3.3 De stichting heroverweegt in 2026 de juridische inrichting De huidige juridische inrichting, waarbij de twee organisatieonderdelen in 1 stichting vallen, wordt in 2026 opnieuw bekeken.
Het gaat daarbij om de vraag of de huidige inrichting de meest optimale is, of dat overwogen moet worden om 2 aparte juridische entiteiten in te richten. Mogelijk voordeel daarbij is bijvoorbeeld het beperken van de effecten van een negatief exploitatieresultaat van één organisatieonderdeel op het andere. Mogelijke nadelen zijn onder andere een fiscale afrekening bij het overbrengen van een positief exploitatieresultaat van de cinema naar de schouwburg en vermindering van synergie, efficiency en inkoopvoordelen. 3.4 Voor de lange termijn moet worden verkend wat de meest optimale huisvesting en locatie van de schouwburg wordt, echter in de tussenliggende periode dient het gebouw te voldoen aan eisen van kwaliteit en continuïteit van exploitatie De Goudse Schouwburg nadert in 2032 het einde van haar theoretische functionele en technische levensduur. In aanloop naar 2032 is het daarom van belang tijdig te verkennen welke toekomststrategie het meest passend is voor deze voorziening. De huidige huisvesting van de Schouwburg aan de Boelekade kent, ondanks de goede zalen, haar beperkingen. De vraag is of de Schouwburg op deze locatie ook voor de lange termijn toekomstbestendig kan worden gemaakt. Of dat wellicht verplaatsing naar een andere locatie binnen de stad strategisch, functioneel of financieel
pagina 7
aantrekkelijker is. Daarbij speelt ook de vraag in hoeverre de kosten van een eventuele nieuwbouw zich verhouden tot de huidige vastgoedlasten en onderhoudsopgaven. In de toekomstige verkenning wordt gekeken naar zowel de technische en functionele staat van het gebouw als naar de ruimtelijke potentie van de huidige locatie. Uit een eerste, voorzichtige, verkenning blijkt dat binnen de binnenstad en de directe periferie daarvan niet op voorhand geschikte locaties beschikbaar zijn die voldoende ruimte en randvoorwaarden bieden om een voorziening van deze omvang en aard te huisvesten. De voorbereiding, besluitvorming en realisatie van een eventuele nieuwbouw of verplaatsing van de schouwburg vergen een langdurig traject dat zich naar verwachting over meerdere jaren zal uitstrekken. In die tussenliggende periode blijft het huidige gebouw in gebruik en dient het te voldoen aan eisen van veiligheid, kwaliteit en continuïteit van exploitatie.
4
Juridische- / financiële gevolgen
Geheimhouding In het traject voorafgaand aan de raadsbehandeling heeft het college geheimhouding opgelegd op een aantal raadsmemo’s en bijbehorende bijlagen. Dit op grond van de bescherming van de financiële belangen van de gemeente Gouda en het en het beschermen van concurrentiegevoelige bedrijfsgegevens van de stichting, die al dan niet vertrouwelijk aan de gemeente zijn meegedeeld (respectievelijk artikel 5.1 lid 1 en lid 2 onder b en f van de Wet open overheid). In een separaat voorstel, ter behandeling op 5 november, heeft het college de raad voorgesteld om, waar mogelijk, de geheimhouding op deze stukken op te heffen. Dit zodat de raad een zo open mogelijke discussie kan voeren over dit dossier. Het uitgangspunt ‘openbaar wat kan en alleen geheim wat moet’ geldt ook voor het onderhavige raadsvoorstel en de bijlagen. Bij dit voorstel is één geheime bijlage gevoegd, bijlage 3‘Meerjareninvesteringsplan Cinema Gouda’. Ook zijn in één andere bijlage gegevens zwart gelakt, namelijk bijlage 5- ‘Rapportage Beerda- bekendheid en waardering De Goudse Schouwburg’. In beide gevallen is de motiveringsgrond artikel 5.1 lid 1 onder c, het beschermen van concurrentiegevoelige gegevens die door de Stichting Schouwburgcomplex vertrouwelijk aan de gemeente zijn meegedeeld. In het meerjareninvesteringsplan van Cinema Gouda is de investeringsstrategie tot en met 2033 zichtbaar.
Artikel 5.1 lid 1 onder c, Wet open overheid bepaalt dat openbaarmaking achterwege blijft als het gaat om documenten die concurrentiegevoelige bedrijfsgegevens bevatten die vertrouwelijk aan de gemeente zijn meegedeeld. Het meerjareninvesteringsplan van Cinema Gouda bevat dergelijke gegevens. Openbaarmaking ervan verzwakt de concurrentiepositie van de stichting en kan ertoe leiden dat (concurrerende) bioscopen in het verzorgingsgebied hier hun eigen strategie op aanpassen. Er kan nog geen eindtermijn worden verbonden aan de verplichting tot geheimhouding omdat de termijn waarop deze investeringen daadwerkelijk worden uitgevoerd nog kan opschuiven, afhankelijk van de daadwerkelijke resultaten (en dus investeringsruimte) van de cinema. In 2033 kan de noodzaak tot geheimhouding opnieuw worden bezien. In ‘Rapportage Beerda- bekendheid en waardering De Goudse Schouwburg’ zijn naast de gegevens van de schouwburg ook benchmarkgegevens van andere culturele organisaties opgenomen. Het openbaar maken van deze gegevens kan de concurrentiepositie van deze andere culturele organisaties verzwakken. Deze gegevens zijn door de Stichting Schouwburgcomplex vertrouwelijk aan de gemeente meegedeeld en worden dus niet openbaar gemaakt. Financiële gevolgen Met de structurele ophoging van komt de totale exploitatiesubsidie voor de schouwburg in 2025 op € 1,9 miljoen.
Binnen de meerjarenbegroting bestaat ruimte om de incidentele investeringsimpuls en de structurele ophoging van de exploitatiesubsidie te dekken. De meerjaren begrotingsruimte wordt hierdoor beperkter.
pagina 8
5
Personele- / organisatorische gevolgen / duurzaamheid / positie mensen met een beperking
De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de plannen ligt bij de Stichting Schouwburgcomplex. Van de gemeente wordt hiertoe een incidentele en structurele bijdrage gevraagd. Voor 2025 kan dit na besluitvorming middels een beschikking worden gerealiseerd. Voor de jaren 2026 en verder kan dit worden meegenomen in de reguliere beschikking.
6
Communicatie / interactiviteit
In het voortraject is nauw samengewerkt met de Stichting Schouwburgcomplex. De Stichting zal per brief formeel op de hoogte worden gesteld van het raadsbesluit. Burgemeester en wethouders van Gouda, de secretaris, de burgemeester,
drs. R.C. Bakker
mr. drs. P. Verhoeve
Bijlagen - Bijlage 1- Toekomstplan Stichting Schouwburgcomplex Gouda - Bijlage 2- Toekomstplan SSG- cijfermatige onderbouwingen - Bijlage 3- (GEHEIM) Meerjareninvesteringsplan Cinema Gouda - Bijlage 4- Vergelijkingen Theater Analyse Systeem - Bijlage 5- Rapportage Beerda- bekendheid en waardering De Goudse Schouwburg (GELAKT) - Bijlage 6- Jaarrekening 2024 Stichting Schouwburgcomplex
pagina 9