Risicoanalyse bedienvarianten Gouda-Reeuwijk
Tekst van het document
7.6 Overzicht analyse bedienconcepten
26
• Gastheerschap
Een overzicht hiervan is weergegeven in Tabel 4. Op basis van deze analyse is concept 3 het meest optimaal. Vanuit het veiligheidsperspectief zijn de beoordelingen van concept 1 en 4 negatief, dus deze vallen af. Concept 2 en 5 zullen geen voordelen opleveren wat betreft de doorstroming. Concept 5 zorgt voor een gemiddelde doorstroming ten opzichte van de andere opties, maar wel een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. De veiligheid door de aanwezigheid van een bedienaar blijft gewaarborgd bij de sluis en de Karnemelksloot. De werklast wordt gelijkmatig verdeeld over de lokale bediening en de bediencentrale en het gastheerschap blijft. gehandhaafd.
Bedienconcept
1
2
3
4
5
Doorstroming
+
-
+/-
+
-
Veiligheidsrisico (huidige situatie)
-
+
+/-
-
+
Werklast bediencentrale
+/-
+
+/-
-
+
Werklast lokale bedienaar
+/-
-
+/-
+
-
Gastheerschap
+/-
+/-
+/-
-
+
Tabel 4: Overzicht van de afwegingen van de verschillende bedienconcepten ten opzichte van elkaar.
Tot slot zijn de verschillende bedienconcepten ten opzichte van elkaar beoordeeld op vijf eerder besproken aspecten: • Doorstroming • Veiligheidsrisico (huidige situatie) • Werklast bediencentrale • Werklast lokale bedienaar
+ = positief t.o.v. andere concepten +/- = gemiddeld t.o.v. andere concepten - = negatief t.o.v. andere concepten
RISICOANALYSE EN ADVIES BEDIENINGSVARIANT BEWEEGBARE BRUGGEN EN SLUIS REEUWIJK-GOUDA
8. Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
27
• Als het gaat zaken die te maken hebben met lokale aanwezigheid, zoals
van een risicoanalyse.
instructies geven, ingrijpen tijdens bediening, directe hulp of hulpverlening dan biedt lokale bediening grote voordelen. • Verdere analyse per object (brug of sluis) wijst uit dat de voordelen van lokale aanwezigheid vooral gelden bij de luis en de bruggen over de Karnemelksloot. Mochten deze toch op afstand worden bediend, dan zullen er nieuwe barrières toegepast moeten worden om de veiligheid te handhaven.
Aan de hand van verschillende (mogelijke) ongewenste gebeurtenissen zijn
Het onderzoek heeft geleid tot de volgende conclusies:
Voor de toekomstige bediening van de vaarweg Gouda-Reeuwijk worden verschillende bedienvarianten overwogen: lokale bediening, bediening op afstand of zelfbediening. In deze studie onderzochten we de veiligheid van de varianten vanuit het perspectief van de bedienaar, we- en vaarweggebruiker door middel
barrières geïdentificeerd die voorkomen dat een veiligheidsrisico zich ontwikkelt tot een incident. De barrières van de bedienvarianten zijn met elkaar vergeleken.
• Het toepassen van de voorgestelde zelfbedieningsvariant is niet veilig genoeg.
Daarnaast is de gehele vaarweg beschouwd waarbij ook andere aspecten zijn beschouwd zoals doorstroming, werklast en gastheerschap. Hierbij zijn 5
• Gegeven de barrières zijn de opties waarbij ten minste de bruggen over de
bedienconcepten met elkaar vergeleken, met ieder een verschillende combinatie van lokale bediening en bediening op afstand. De barrières met de grootste verschillen tussen bedienvarianten zijn: • Zicht: de mate van goed zicht wat het mogelijk maakt voor de bedienaar om de
We bevelen aan deze variant vanuit veiligheidsoogpunt niet toe te passen; Karnemelksloot en de sluis lokaal worden bediend het veiligst; • Bediening (deels) op afstand levert voordelen op wat betreft zicht en kan zorgen voor een betere doorstroming (sluis); • De werkbelasting neemt toe als er extra bruggen moeten worden bediend. Afhankelijk van de bedienvariant is deze toename te merken bij de lokale bediening of de centrale bediening.
situatie goed in te schatten en gevaarlijke situaties tijdig te zien; • Instructies geven: het geven van instructies door de bedienaar die door de
(vaar)weggebruikers worden opgevolgd; • Ingrijpen tijdens bediening: de mogelijkheid van de bedienaar om tijdens de bediening in te grijpen en ongewenste gebeurtenissen te voorkomen; • Hulp bieden aan vaarweggebruikers: de mogelijkheid voor de bedienaar om te helpen bij bijvoorbeeld het vastmaken van de boot in de sluis, zodat er veilig kan worden geschut; • Directe hulpverlening bieden: de mogelijkheid van de bedienaar om direct hulp te bieden bij een ongewenste gebeurtenis. De analyse leidde tot de volgende resultaten: • Bij de bedienvariant zelfbediening vallen al deze barrières weg. • Wat betreft zicht biedt bediening op afstand een voordeel, omdat de burg en
omgeving gerichter en vollediger in beeld kan worden gebracht.
We bevelen aan om voor een bedienconcept te kiezen, waarbij lokale bediening van de sluis en de bruggen over de Karnemelksloot blijft gehandhaafd en de overige bruggen op afstand worden bediend (bedienconcept 3). De veiligheid bij sluis en deze bruggen blijft dan gehandhaafd, zowel voor het weg als het vaarwegverkeer. Dankzij de bediening op afstand kan de doorstroming bij de andere bruggen worden vergroot. De lokale bedienaar blijft de rol van gastheer vervullen en de werklast wordt gelijkmatig verdeeld over de lokale bediening en de bediencentrale. Na overleg met de gemeente en bureau TAS bevelen we aan een concept 3B te overwegen, waarbij de sluis ook op afstand kan worden bediend bij weinig verkeersaanbod. In dat geval zal het aantal boten per schutting beperkt moeten worden en de nivelleringssnelheid worden vertraagd om de stroming in de kolk te beperken. Daarnaast zullen maatregelen als in- en uitvaarlichten en glijstangen o.i.d. moeten worden genomen om de veiligheid te kunnen waarborgen.
RISICOANALYSE EN ADVIES BEDIENINGSVARIANT BEWEEGBARE BRUGGEN EN SLUIS REEUWIJK-GOUDA
Gebruikte bronnen Titel document
Datum
1
HF-toetsmethodiek beweegbare objecten 2.0
2021
2
Onderzoeksrapportage ‘Verbeteren vaarverbinding Gouda naar de Reeuwijkse
2021
Plassen’ 3
Bedieninstructie bruggen Gouda
4
PvE brug Krugerlaan Gouda
5
Bediening konvooi
6
Memo electrificatie sluis
2023
7
B&O concept: sluis Oudewater
2016
8
Verkeersintensiteit figuren, verstuurd per mail
2023
9
Vaarbewegingen konvooi
2023
10
COB BHL v.1.0
2021
11
Antwoorden op gestelde vragen
2023
12
Landelijke Brug- en Sluisstandaard; kader zicht en inzicht schutsluis en
2020
2023
beweegbare brug 13
Pleziervaart op het Spaarne
2019
14
Richtlijnen Vaarwegen
2020
15
Brochure ‘Varen in de provincies Groningen en Drenthe, seizoen 2023’
2023
16
Ongeval Kazernebrug fiets
2023
17
Regels voor Havenwerkzaamheden
28
RISICOANALYSE EN ADVIES BEDIENINGSVARIANT BEWEEGBARE BRUGGEN EN SLUIS REEUWIJK-GOUDA
Annex 1 – Plaatsing bedienkasten Kazernebrug
A.G. de Vrijebrug
Jan Verzwollebrug
Reeuwijkse sluis
Cornelis Ketelbrug
29
RISICOANALYSE EN ADVIES BEDIENINGSVARIANT BEWEEGBARE BRUGGEN EN SLUIS REEUWIJK-GOUDA
30
Annex 2 – Zichteisen overzicht Zichteisen sluis Onderdeel
Onderwerp
Specifieke omschrijving
1
Sluis - Brug
Lokale bediening met indirect zicht
Indien bedienaar bij lokale bediening vanuit veiligheid indirect zicht nodig heeft, moet volledige bediening uit te voeren zijn met indirect zicht.
2
Sluis - Brug
Tegengestelde Camerabeelden
Het zichtsysteem dient uitsluitend te voorzien in tegengestelde camerabeelden indien het fysiek niet mogelijk is dit camerabeeld vanuit het voorgeschreven gezichtspunt te realiseren.
3
Naderingsgebied
Mogelijkheid tot anticiperen
De Bedienaar, Planner en Aanmeldingsverwerker dient in het Naderingsgebied inzicht te hebben in het gedrag van de scheepvaart om een vlotte passage door de Sluis mogelijk te maken. De volgende kenmerken zijn van belang: • type scheepvaart; • grootte van het schip; • positie, snelheid en vaarrichting van een schip om te bepalen of het gemeld schip in het naderingsgebied nog mee kan met de huidige schutting.
4
Voorhaven
Overzicht (wachtende) schepen
De Bedienaar en de Planner dient in de Voorhaven inzicht te hebben in: • het aantal en type schepen en de bijzonderheden ten aanzien van grootte en lading op de voorhaven; • in de posities van schepen op de voorhaven en opstelruimte; • scheepvaartposities, koers en snelheid en de scheepsnamen; • het aantal, type en de grootte van de schepen dat zich in de voorhaven bevindt om geschut te worden • scheepsbewegingen in de voorhaven en bijzonderheden aldaar; • het aantal en type schepen en de bijzonderheden ten aanzien van grootte en lading op de voorhaven • de beschikbare ruimte in de wachtruime
5
6
Fuik
Sluishoofd
sluiten
De Bedienaar dient zicht te hebben op de Fuik om: • te kunnen vaststellen dat er zich geen schepen in de Fuik (voorbij bordt B5 BPR) bevinden alvorens hij de Sluisdeuren opent of sluit; • te kunnen vaststellen dat er zich geen schepen in de Fuik (voorbij bord B5 BPR) bevinden voor aanvang en tijdens het Nivelleren; • te kunnen vaststellen dat de invaarvolgorde in de Fuik juist is; • de schepen te kunnen monitoren tijdens het invaren.
Schouwen en monitoren sluisdeuren/sluishoofd/ Veiligheidsruimte
De Bedienaar dient zicht te hebben op, rondom en in de bewegingsruimte van de Sluisdeuren van het Sluishoofd om zich ervan te vergewissen dat niemand en geen enkel groot obstakel zich aldaar bevindt, alvorens hij de Sluisdeuren kan openen of sluiten. NB. De deurkast van een roldeur is een technische ruimte die op andere wijze moet zijn veiliggesteld, zodanig dat deze ruimte geen schouw of monitoring nodig heeft bij bediening van de deur.
Geen schepen in fuik bij sluisdeuren openen en
RISICOANALYSE EN ADVIES BEDIENINGSVARIANT BEWEEGBARE BRUGGEN EN SLUIS REEUWIJK-GOUDA
31
7
Stopstreep en Veiligheidsruimte
Geen schepen in Veiligheidsruimte
De bedienaar dient zicht te hebben op eventuele schepen in de veiligheidsruimte alvorens hij de sluisdeuren kan openen of sluiten of het nivelleerproces kan starten. De stopstreep dient tot op waterniveau goed en haaks in beeld gebracht te worden.
8
Kolk
Schouwen en monitoren Kolk
De Bedienaar dient zicht te hebben op de Schepen in de Kolk: • van bovenaf op de gehele lengte en breedte van de Kolk, dit geldt voor beide uiterste waterniveaus. • om te kunnen beoordelen of deze volgens het opgestelde schutplan in de Kolk gepositioneerd liggen; • om te zien of de schepen rustig en op de juiste plek in de Kolk liggen (rust in de Kolk), zodanig dat het Nivelleerproces veilig kan plaatsvinden; • om te zien of er eventuele schepen in de veiligheidsruimte aanwezig zijn alvorens hij de Sluisdeuren kan openen of sluiten of het Nivelleerproces kan starten. Om dit te kunnen bepalen dient de Stopstreep tot op waterniveau goed en haaks in beeld gebracht te worden;
9
Uitvaargebied
Uitvaren van de Sluis
De Bedienaar dient zicht te hebben op de Fuik aan de uitvaarzijde in het Uitvaargebied om te kunnen beoordelen of deze vrij is voor uitvaart van de scheepvaart. Tevens dient de Bedienaar inzicht te hebben in de scheepvaart op het verdere Uitvaargebied.
10
Fuik Doorvaartgebied
Scheepvaart
De Bedienaar dient zicht te hebben op de Fuik en doorvaartgebied om: • te kunnen vaststellen dat er zich geen schepen in het doorvaartgebied en de beide Fuiken bevinden alvorens hij de Brug sluit; • te kunnen beoordelen wat het type schip is, de vaarrichting en hun voortgang; • de schepen te kunnen monitoren tijdens het doorvaren.
11
Uitvaargebied
Veilig en vlotte uitvaart
De Bedienaar dient zicht te hebben op de Fuik aan de uitvaartzijde in het Uitvaargebied om te kunnen beoordelen of deze vrij is voor uitvaart van de scheepvaart. Tevens dient de Bedienaar inzicht te hebben in de scheepvaart op het verdere Uitvaargebied.
RISICOANALYSE EN ADVIES BEDIENINGSVARIANT BEWEEGBARE BRUGGEN EN SLUIS REEUWIJK-GOUDA
32
Zichteisen bruggen Onderdeel
Onderwerp
Specifieke omschrijving
1
Sluis - Brug
Lokale bediening met indirect zicht
Indien bedienaar bij lokale bediening vanuit veiligheid indirect zicht nodig heeft, moet volledige bediening uit te voeren zijn met indirect zicht.
2
Sluis - Brug
Tegengestelde Camerabeelden
Het zichtsysteem dient uitsluitend te voorzien in tegengestelde camerabeelden indien het fysiek niet mogelijk is dit camerabeeld vanuit het voorgeschreven gezichtspunt te realiseren.
3
Naderingsgebied
Mogelijkheid tot anticiperen
De Bedienaar, Planner en Aanmeldingsverwerker dient in het Naderingsgebied inzicht te hebben in het gedrag van de scheepvaart om een vlotte passage door de Sluis mogelijk te maken. De volgende kenmerken zijn van belang: • Type scheepvaart; • Grootte van het schip; Positie, snelheid en vaarrichting van een schip om te bepalen of het gemeld schip in het naderingsgebied nog mee kan met de huidige schutting.
4
Voorhaven
Zicht op de voorhaven
De Planner en de Bedienaar dient in de Voorhaven inzicht hebben in: • de scheepsbewegingen (hun koers en voortgang) • de wachtende schepen; • grootte, positie en snelheid van het schip; • het type schepen; • de bijzondere scheepskarakteristieken die voor de Brugopening van belang zijn; • de hele voorhaven van de brug.
5
Fuik en doorvaartgebied
Scheepvaart
De Bedienaar dient zicht te hebben op de Fuik en Doorvaartgebied om: • te kunnen vaststellen dat er zich geen schepen in het Doorvaartgebied en de beide Fuiken bevinden alvorens hij de Brug sluit; • te kunnen beoordelen wat het type schip is, de vaarrichting en hun voortgang; • de schepen te kunnen monitoren tijdens het doorvaren.
6
Uitvaargebied
Veilig en vlotte uitvaart
De Bedienaar dient zicht te hebben op de Fuik aan de uitvaartzijde in het Uitvaargebied om te kunnen beoordelen of deze vrij is voor uitvaart van de scheepvaart. Tevens dient de Bedienaar inzicht te hebben in de scheepvaart op het verdere Uitvaargebied.
7
Gebied tussen de witte kruisvlakken (land)
Schouwen en monitoren landverkeer
De Bedienaar dient zicht te hebben op de witte Kruisvlakken en het gebied tussen de witte Kruisvlakken: • om te kunnen beoordelen of het verkeer langzaam doorrijdt dan wel als een file langdurig stilstaat alvorens het Brugproces onderbreken landverkeer te starten; • om te kunnen beoordelen of deze vrij zijn van onbevoegde personen en voertuigen en of de Afsluitbomen veilig kunnen worden bediend. (geen beknellingsgevaar);
RISICOANALYSE EN ADVIES BEDIENINGSVARIANT BEWEEGBARE BRUGGEN EN SLUIS REEUWIJK-GOUDA
33
• om te kunnen beoordelen of de Afsluitbomen afrijzijde en het gebied op en tussen de witte Kruisvlakken vrij is van onbevoegde
personen en voertuigen alvorens de Afsluitbomen (in de afrijrichting) te kunnen bedienen; • om te kunnen beoordelen of de Afsluitbomen neer zijn en het gebied vrij is van onbevoegde personen en voertuigen, of grote losse
voorwerpen, alvorens de Brug te kunnen openen; • tijdens de gehele opengaande Brugval in de aanvangsfase van het bewegen; • om te kunnen beoordelen of er eventuele personen aanwezig zijn, alvorens de Brug te kunnen sluiten; • om te kunnen beoordelen of er scheepvaart in het doorvaartgebied of beide fuiken aanwezig zijn, alvorens de Brug te kunnen sluiten; • tijdens het sluiten van de Brug tot en met het vrijgeven van het landverkeer.
Snouckaertlaan 42, 3811 MB Amersfoort Nederland
intergo.nl info@intergo.nl +31 (0) 850 600 245
IBAN: NL33 INGB 0006 2571 87 BIC: INGBNL2A KvK Utrecht: 30.175.547 Btw-nummer: NL8103.27.478.B01
Part of: