Reactie GR commissie op college 24-11-25
Tekst van het document
Reactie op reactie college GR 21 november 2025
Reactie werkgroep Dank voor de uitgebreide reactie van het college. We zien de uitgestrekte hand en de wil tot samenwerken op dit punt bij het college en dat juichen we toe. We zullen in onze reactie op de suggesties ingaan. Tot nu toe kreeg de raad weinig grip op de gemeenschappelijke regelingen. Elk jaar worden veel van de begrotingen van de GR-en tegelijkertijd in het jaar behandeld en de raad liep daardoor meestal achter de feiten aan. De door de werkgroep gekozen matrix met wegingsfactoren helpt om een eerste beoordeling te maken voor het belang van een Gemeenschappelijke regeling en de mogelijkheden voor de raad om bij te sturen. Bijvoorbeeld bij alleen wettelijke taken kan een raad niet bijsturen en bij heel veel deelnemende gemeenten is het lastig om de Goudse stem te laten horen. De gekozen sturingsmaatregelen komen allen voort uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het doel van deze sturingsmaatregelen is om ervoor te zorgen dat de betrokken gemeenten invloed kunnen uitoefenen op het beleid en de uitvoering van de regeling en dat er transparantie is in het proces. Om meer grip te krijgen hebben wij op verzoek van de raad het initiatief genomen om een eerste stap te zetten in de wijze van behandelen van de GR-en. En daarbij te zoeken naar een balans tussen democratische legitimiteit en bestuurlijke effectiviteit.
Het college geeft als belangrijkste aandachtspunten in hun conclusie: Bij de wegingsinstrumenten: Wat beleidsrijk betekent in de Matrix. Wij zijn ons bewust dat de wegingsfactoren deels subjectief zijn. Uiteraard proberen we wel zo goed mogelijk in te schatten welke regeling bijvoorbeeld beleidsrijk is, namelijk dat een beleidsarme regeling zich eigenlijk alleen richt op de uitvoering van beleid dat door een gemeente zelf wordt opgesteld en dat beleidsrijk betekent dat een GR zelf ook beleid formuleert. Daarom geven we ook aan dat we over twee jaar de indeling willen evalueren. En het is uiteraard aan de raad om door middel van een amendement op dit voorstel een regeling anders in te delen. Bij de sturingsinstrumenten geeft het college aan dat kaderstellende documenten regionale afstemming vraagt en ambtelijke capaciteit kost. Daarvan is deze werkgroep zich ook bewust. Dit instrument wordt daarom terughoudend genoemd als een mogelijkheid tot bijsturing. Alleen bij bij Hecht en bij het
Streekarchief wordt dit als mogelijkheid genoemd. Bij Hecht met veel betrokken partijen zal dit sturingsinstrument inderdaad zelden ingezet kunnen worden, behalve als er een duidelijke roep is vanuit alle betrokken gemeenten. Bij het Streekarchief kan dit wat eenvoudiger omdat dit de uitvoering van het Goudse beleid kan betreffen en we dus zelf als raad meer invloed kunnen hebben. Het College ziet vooral meerwaarde in de sturingsinstrumenten Evaluatie en de Zienswijze. Daarbij gaat het bij de Evaluatie vooral om transparantie en controlerende taak van de raad. En bij de Zienswijze met name om de werkbaarheid vooral als het college de raad tijdig ondersteund op inhoud. Ook de werkgroep ziet de voordelen van deze instrumenten en door dit te agenderen op verschillende moment in de komende jaren is er ook tijd voor de raad om de GR serieus te behandelen. Het College stelt voor de matrix als gespreksinstrument te hanteren en wil samen met raad reflecteren op de inhoud van beleidsvolle onderwerpen. Om te verkennen welke instrumenten het best aansluiten bij de praktijk en hoe deze kunnen bijdragen aan bestuurlijke effectiviteit en democratische legitimiteit. Dit is nu juist het idee van deze werkgroep. Samen met het college zoeken naar de juiste manier om te zien op welke wijze de raad beter kan bijsturen.
En daarom kunnen wij ons ook helemaal vinden in de slotopmerking van het college: Veel van de genoemde sturingsinstrumenten zijn alleen effectief als deze gepaard gaat met inhoudelijke betrokkenheid, tijdige signalering en politieke prioritering. Dat is precies waar het ons om gaat en waarom dit initiatiefvoorstel er ligt. Zodat ook wij als raad kiezen welke regeling we in welk jaar willen behandelen zodat we geen regeling over het hoofd zien, maar toch ook als raad de tijd hebben om serieus op de inhoud in te gaan.