CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Re-integratieverordening Gouda 2022.pdf

Raadsvergadering 3 november 2021, gemeente GoudaBij agendapunt: Re-integratieverordening Gouda10.475 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in een beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële) werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. De loonwaarde is een percentage van het wettelijk minimum loon voor de door een persoon - die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie - verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel 6, eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet). Begrippen Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze verordening. Hiervan zijn in deze verordening daarom geen begripsomschrijvingen opgenomen.

Voor de duidelijkheid zijn een aantal belangrijke wettelijke definities hieronder weergegeven: • Doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet): personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, alsmede personen als bedoeld in artikel lOd, tweede lid; • Loonwaarde (artikel 6, eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet): vastgesteld percentage van het wettelijk minimumloon voor de door een persoon, die tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die functie van een

pagina 18

•

gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort; Dienstbetrekking (artikel 6, eerste lid, onderdeel f, van de Participatiewet): een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking.

Hoogte van de loonkostensubsidie De Participatiewet begrenst de hoogte van de loonkostensubsidie op maximaal 70% van het wettelijk minimumloon plus werkgeverslasten. Het is wettelijk niet toegestaan om naast deze maximale loonkostensubsidie een andersoortige subsidie ter dekking van de loonkosten te verstrekken. De loonkostensubsidie compenseert de werkgever voor het verlies aan productiviteit. Wanneer iemand bijvoorbeeld 40% loonwaarde heeft, is hij in staat om 40% van het voor hem geldende loon te verdienen. Dit wordt, afgezet tegen het loon van iemand die zonder beperking diezelfde functie verricht: de normfunctie. De loonkostensubsidie is inclusief de werkgeverslasten en de door een werkgever aan de werknemer verschuldigde vakantiebijslag. Werkgeverslasten zijn per sector CAO verschillend. Het ministerie van SZW heeft hiervoor een gemiddeld percentage werkgeverslasten vastgesteld op 23,5% (ministeriële regeling van 18 februari 2021, Stcrt. 2021, 9937). ' Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt vastgesteld of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort: op schriftelijke aanvraag of ambtshalve.

Ambtshalve vaststelling is alleen mogelijk bij: • Personen die algemene bijstand ontvangen; • Personen als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid, onderdelen b en c, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA), artikel 35, vierde lid, onderdelen b en c, van de WIA en artikel 36, derde lid, onderdelen b en c, van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel lOd van de Participatiewet is verleend; • Personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Participatiewet; • Personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; • Personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; en • Personen die werken op een beschutte werkplek (artikel 10b, negende lid, van de Participatiewet). In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan het college is om vast te stellen of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort.

Binnen de kaders van de wet is het aan het college om vast te stellen op welke wijze zij bepalen of mensen tot de doelgroep loonkostensubsidie behoren en of loonkostensubsidie voor hen wordt ingezet (zie Kamerstukken I I 2013/14, 33 161, nr. 107, p. 62). In artikel 1, tweede lid, is vastgelegd welke criteria daarbij in acht genomen worden. Deze cumulatieve criteria zijn ontleend aan artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet. Daarin is immers wettelijk de doelgroep loonkostensubsidie vastgelegd. Vaststelling loonwaarde In artikel lOd, eerste lid, van de Participatiewet, is bepaald dat als een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgever voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, het college de loonwaarde van die persoon vaststelt. Hiervoor is geen aanvraag vereist. De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in een beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële) werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. Methode van loonwaardebepaling Het preferent administratief proces loonkostensubsidie is een proces met termijnen, brieven en beschikkingen dat landelijk geïmplementeerd kan worden. Dan bepalen alle (deelnemende) gemeenten de loonwaarde op dezelfde manier.

De wetgever vindt het uit oogpunt van eenduidigheid en eenvoud voor werkgevers en werknemers belangrijk dit werkproces zo veel mogelijk wordt gebruikt. Het werkproces is ontwikkeld door een werkgroep van gemeenten, werkgevers en cliëntenvertegenwoordigers. De loonwaarde wordt bepaald door een (onafhankelijke) loonwaardeskundige. Termijnen voor loonwaardebepaling De frequentie van loonwaardemeting kan worden afgestemd op de individuele omstandigheden van de werknemer en het perspectief op eventuele ontwikkeimogelijkheden. Zowel werkgever als werknemer houden te allen tijde de mogelijkheid om (op grond van de Awb) om een loonwaardemeting te verzoeken.

pagina 19

Forfaitaire loonkostensubsidie Dit is de mogelijkheid om gedurende maximaal de eerste 6 maanden van het dienstverband een forfaitaire loonkostensubsidie van 50 procent van het wettelijk minimumloon in te zetten (Participatiewet artikel lOd, lid 5). Het doel hiervan is om de totstandkoming van een dienstverband te bespoedigen. In de reintegratieregeling Gouda 2022 zijn nadere voorwaarden omtrent de inzet van de forfaitaire loonkostensubsidie vastgelegd. A rtikel 21. U itstro o m p rem ie

Het verstrekken van een uitstroompremie is alleen mogelijk als een persoon die algemene bijstand ontving, uitstroomt. In de Participatiewet is geregeld dat jaarlijks een eenmalige premie kan worden verstrekt (artikel 31, tweede lid, onderdeel j, van de Participatiewet) voor personen van 27 jaar of ouder. De premie is bedoeld voorfinanciering van allerlei onkosten als iemand aan het werk gaat (reiskosten, kinderopvang, eerste kosten kleding, etc.) en/of als bonus voor het gaan werken. De uitstroompremie wordt alleen verstrekt op aanvraag. A rtikel 23 In tre k k e n verordening

Dit artikel behoeft geen toelichting A rtikel 24. O vergangsrecht

Voortzetten toegekende voorzieningen Het college houdt rekening met al gesloten overeenkomsten en lopende voorzieningen.

pagina 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=5cf9555d-b1b7-4643-9475-8ae7aceee6f5