RB Wijziging VFLO
Tekst van het document
besluit van de gemeenteraad zaaknummer
1502039
onderwerp
Technische wijziging VFLO
De raad van de gemeente Gouda; gelezen het voorstel van 9 december 2025, gelet op artikel 149 en 154 van de Gemeentewet ;
besluit: De Verordening fysieke leefomgeving Gouda, en het besluit van 25 september 2024 tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Gouda te wijzigen. Artikel I A. In de Verordening fysieke leefomgeving Gouda wordt ‘Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit’ vervangen door ‘Adviescommissie Omgevingskwaliteit’. B. Artikel 3.83 wordt als volgt gewijzigd: Was Artikel 3.83 Ligplaats recreatievaartuigen 1. ... 2. ... 3. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats voor een vaartuig: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 4. Het verbod is niet van toepassing op beperkingen gebied activiteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de ZuidHollandse omgevingsverordening of de waterschap verordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement. 5. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met
Wordt Artikel 3.83 Ligplaats recreatievaartuigen 1. ... 2. ... 3. De verboden in lid 1 en 2 gelden niet als het vaartuig korter is dan 4 meter, en; a. Het vaartuig ligt buiten het gebied binnen de singels (bestaande uit: Turfsingelgracht, Kattensingelgracht, Blekerssingelgracht, Fluwelensingelgracht), of; b. Het vaartuig ligt niet in de Kromme Gouwe, Nieuwe Gouwe, Karnemelksloot, Hollandsche IJssel, het Stroomkanaal, Voorhaven, Bakwetering, Breevaart of het Gouwekanaal. 4. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats voor een vaartuig: c. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk
betrekking tot het innemen, veranderen of aanzien van de gemeente; gebruik van een ligplaats in het belang d. beperkingen stellen naar soort en van de openbare orde, volksgezondheid, aantal vaartuigen. 5. Het verbod is niet van toepassing op veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. beperkingen gebied activiteiten met 6. De rechthebbende op een vaartuig is betrekking tot een waterstaatswerk verplicht alle door het college gegeven waarvoor regels zijn gesteld bij of aanwijzingen met betrekking tot het krachtens de Omgevingswet, de ZuidHollandse omgevingsverordening of de innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. waterschap verordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit 7. Met betrekking tot de ligplaatsen in de bouwwerken leefomgeving of het overige Breevaart en de Molenvliet geldt het verbod in lid 2 niet, indien een bewoner bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of met een vaartuig een ligplaats in neemt en woont aan op de het Binnenvaartpolitiereglement. Bodegraafsestraatweg 61 t/m 165, 6.
Het college kan aan de rechthebbende Oostboezemkade 12, Wethouder op een vaartuig aanwijzingen geven met Venteweg 107 t/m 171, Wethouder betrekking tot het innemen, veranderen of Venteweg 25 t/m 103, Oostboezemkade gebruik van een ligplaats in het belang 1 t/m 10, Burgvlietkade 48 t/m 98, van de openbare orde, volksgezondheid, Steijnkade 29 t/m 36, Steijnpad 3, veiligheid, de milieuhygiëne en het Burgvlietkade 13 t/m 45, en Zuidelijke uiterlijk aanzien van de gemeente. 7. De rechthebbende op een vaartuig is Burgvlietkade 1 t/m 23. 8. De ligplaatsen grenzend aan de adressen verplicht alle door het college gegeven zoals bedoelt in lid 7, mogen alleen aanwijzingen met betrekking tot het gebruikt worden door bewoners. innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. 9. De verboden in het eerste en tweede lid gelden niet voor het innemen van een ligplaats met een vaartuig, mits: a. Het vaartuig korter is dan 4 meter, en; b. Het vaartuig ligt buiten het gebied binnen de singels (bestaande uit: Turfsingelgracht, Kattensingelgracht, Blekerssingelgracht, Fluwelensingelgracht), of; c. Het vaartuig ligt niet in de Kromme Gouwe, Nieuwe Gouwe, Karnemelksloot, Hollandsche IJssel, het Stroomkanaal, Voorhaven of het Gouwekanaal. Toelichting Met bovenstaande wijziging wordt duidelijker opgeschreven waar het verbod niet geldt.
Dit stond eerst in lid 9 geregeld, en wordt voortaan in lid 3 geregeld. Ook is de opsomming van adressen bij de Breevaart verwijderd, dit leidt tot complicaties. De overige leden zijn vernummerd.
C. Artikel 3.84 wordt als volgt gewijzigd; Was Artikel 3.84 Ontheffing verboden 1. … 2. ... 3. … 4. Het college is bevoegd om voorwaarden te stellen aan de in dit artikel genoemde
Wordt Artikel 3.84 Ontheffing verboden 1. ... 2. ... 3. ... 4. De ontheffing, zoals bedoeld in lid 2, vervalt van rechtswege 1 jaar na
pagina 2
ontheffingen. 5. Het college verleent de ontheffingen op volgorde van binnenkomst.
verlening. 5. Het college is bevoegd om voorwaarden te stellen aan de in dit artikel genoemde ontheffingen. 6. Het college verleent de ontheffingen op volgorde van binnenkomst.
Toelichting In de afgegeven ontheffingen word al een voorschrift opgenomen dat de geldigheidsduur regelt, echter, vanwege de leesbaarheid is het goed om ook in de verordening zelf op te nemen wat de geldigheidsduur is van een verleende ontheffing.
D. Artikel 3.86 wordt als volgt gewijzigd: Was Artikel 3.86 Nadere regels ligplaatsen 1. Op de op grond van artikel 2.16, derde lid, aangewezen plaatsen mag een historisch bedrijfsvaartuig een ligplaats innemen mits de rechthebbende beschikt over een ligplaatsovereenkomst met de Stichting Museumhaven Gouda, 2. De Stichting Museumhaven Gouda maakt gebruik van een door het college goedgekeurd model voor de ligplaatsovereenkomst. Het college kan voorschriften en bepalingen vaststellen die in een te sluiten ligplaatsovereenkomst dienen te worden opgenomen. 3. Op de op grond van artikel 2.16, tweede lid, aangewezen plaatsen mag een rechthebbende alleen een ligplaats innemen indien de rechthebbende beschikt over een huur- of koopovereenkomst met het Hoogheemraadschap van Rijnland indien het Hoogheemraadschap de eigenaar is van het water.
Wordt Artikel 3.86 Nadere regels ligplaatsen 1. Op de op grond van artikel 2.16, derde lid, aangewezen plaatsen mag een historisch bedrijfsvaartuig een ligplaats innemen mits de rechthebbende beschikt over een ligplaatsovereenkomst met de Stichting Museumhaven Gouda, 2. De Stichting Museumhaven Gouda maakt gebruik van een door het college goedgekeurd model voor de ligplaatsovereenkomst. Het college kan voorschriften en bepalingen vaststellen die in een te sluiten ligplaatsovereenkomst dienen te worden opgenomen. 3. Indien het Hoogheemraadschap van Rijnland eigenaar is van het water, dan is het alleen toegestaan om een ligplaats in te nemen wanneer men beschikt over een huurovereenkomst met Rijnland voor dat betreffende stuk water. 4. Indien de ligplaats gelegen is in de Breevaart en Molenvliet, dan mag alleen de rechtstreeks aanwonende gebruik maken van deze ligplaats.
Toelichting Met de wijziging van artikel 3.86 wordt duidelijk gemaakt dat als Hoogheemraadschap van Rijnland de eigenaar is van het water, men een overeenkomst moet sluiten met Rijnland. Het woord ‘koopovereenkomst’, is vervallen, aangezien Rijnland niet meer de eigenaar is van het water, als er een koopovereenkomst gesloten is. Met het nieuwe lid 4 wordt duidelijk gemaakt dat voor de Breevaart een ander regime geldt. Dit lid 4 stond, met andere bewoordingen, in het oude artikel 3.84 lid 7. Artikel II A. Artikel V van het besluit van 25 september 2024 tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Gouda wordt als volgt gewijzigd: Was Artikel V 1. Verleende vergunningen op basis van het
Wordt Artikel V 1. Verleende vergunningen op basis van het
pagina 3
oude recht vervallen van rechtswege 1 maand na inwerkingtreding van dit besluit. 2. Lopende aanvragen ingediend voor inwerkingtreding van dit besluit worden volgens het nieuwe recht zoals vastgelegd in dit besluit afgehandeld. Een aanvraag om een ligplaatsvergunning onder het oude recht is een aanvraag om een ontheffing zoals bedoelt in artikel 3.84 lid 2.
oude recht vervallen van rechtswege 1 maand na inwerkingtreding van dit besluit. 2. Lopende aanvragen ingediend voor inwerkingtreding van dit besluit worden volgens het nieuwe recht zoals vastgelegd in dit besluit afgehandeld. Een aanvraag om een ligplaatsvergunning onder het oude recht is een aanvraag om een ontheffing zoals bedoelt in artikel 3.84 lid 2. 3. In afwijking van lid 1 blijft een verleende ligplaatsvergunning voor een woonboot, afgegeven voor 1 januari 2018, geldig als aan de voorwaarden van artikel 8.2a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht werd voldaan, zoals deze wet luidde voor inwerkingtreding van de Invoeringswet Omgevingswet.
Toelichting Vanwege het vervallen van de ligplaatsvergunning bij besluit van 25 september 2024, zijn ook woonboten die legaal waren bij overgangsrecht op grond van de Wabo niet meer legaal. Het is niet bekend om hoeveel gevallen dit gaat. Dit besluit zorgt ervoor dat de woonboten, waarvoor een ligplaatsvergunning is afgegeven legaal mogen blijven. In het overgangsrecht tot wijziging van de VFLO wordt daarom een voorziening opgenomen.
Artikel III Dit besluit treedt in werking een dag na bekendmaking. Artikel II werkt terug tot 31 december 2024.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 28 januari 2026. De raad van de gemeente voornoemd, griffier
voorzitter
mr. drs. E.J. Karman - Moerman
mr. drs. P. Verhoeve
pagina 4