RB wijziging verordening FLO ivm omgevingsweg BVR 13.12.2023
Tekst van het document
*)*« Gemeente
* xP
x Gouda
besluit van de
gemeenteraad dossiernummer
7636
onderwerp
Wijziging Verordening fysieke leefomgeving Gouda vanwegeinvoering Omgevingswet
De raad van de gemeente Gouda; gelezen het voorstel van 7 november, Gelet op de artikelen 149 en 154 van de Gemeentewet, artikel 3.16 van de Erfgoedwet,artikel 17.9 van de Omgevingswet, gelezen in samenhang metartikel 22.8 van de Omgevingswet;
besluit: Tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Gouda; Artikel |
De artikelen 3.8, 3.15, 3.23, 3.47, 3.48, 3.49, 3.60, 3.62, 3.71, 3.89, 3.98. komen te vervallen:
De tekst van deze artikelen wordt gewijzigd in: “vervallen”. ArtikelIl A. Artikel 2.1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.1. Aanwijzing als gemeentelijk monument 1. … 2. … 3. Dit artikel is niet van toepassing op: a.
b.
rijksmonumenten, en
monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening
als bedoeld in 3.17, eerste lid,
van de Erfgoedwet.
Nieuwetekst Artikel 2.1. Aanwijzing als gemeentelijk monument 1. 2. … 3. Dit artikel is niet van toepassing op: a.
b.
rijksmonumenten, en
monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening
als bedoeld in 3.17, eerste lid,
van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening zoals bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet.
Toelichting De verwijzing naar de oude wetgeving is uitgebreid met de nieuwe wetgeving.
B. Artikel 2.2 wordt als volgt gewijzigd:
Gouda.nl
Bestaande tekst
Artikel 2.2. Aanwijzing als gemeentelijk beeldbepalend pand 1. … tm 4. 5. Dit artikel is niet van toepassing op: a. rijksmonumenten, b. gemeentelijke monumenten en c. monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een
provinciale erfgoedverordening
als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet.
Nieuwe tekst
Artikel 2,2. Aanwijzing als gemeentelijk beeldbepalend pand 1. … Um 4. 5. Dit artikel is niet van toepassing op: a. rijksmonumenten, b. gemeentelijke monumenten en e. monumenten en archeologische
monumenten die zijn aangewezen op
grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet. Toelichting De verwijzing naar de oude wetgeving is uitgebreid met de nieuwe wetgeving.
C. Artikel 2.9 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Artikel 2.9 Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument 1. Dh es 3. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument, pand of structuur, vooruitsluitend dat deel waarop de rijksaanwijzing betrekking heeft, is ingeschrevenin het rijksmonumentenregister of een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet. Het geheel of gedeeltelijk vervallen van de aanwijzing, wordt zo snel mogelijk bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.
Nieuwe tekst
Artikel 2.9 Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument tt 2. im 3. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument, pandof
structuur, vooruitsluitend dat deel waarop
de rijksaanwijzing betrekking heeft, is ingeschrevenin het rijksmonumentenregister of een provinciaal erfgoedregisterals bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet, of een omgevingsverordening zoals bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet. Het geheel of gedeeltelijk vervallen van de aanwijzing, wordt zo snel mogelijk bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister. Toelichting De verwijzing naar de oude wetgeving is uitgebreid met de nieuwe wetgeving
D. Artikel 2.10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.10 Aanwijzing als gemeentelijk stads-en dorpsgezicht 1. ... tm 4. 5. De gemeenteraadstelt ter bescherming van een op grond vanheteerstelid aangewezenstads- of dorpsgezicht een beschermend bestemmingsplanvastals bedoeld in de Wetruimtelijke ordening.Bij het besluit tot aanwijzing van een stads-
Gouda.nl
Nieuwe tekst Artikel 2.10 Aanwijzing als gemeentelijk stads- en dorpsgezicht 1. ... m4. 5. De gemeenteraad stelt ter bescherming van een op grond van het eerstelid aangewezen stads- of dorpsgezicht een beschermend omgevingsplan vast. Bij het besluit tot aanwijzing van een stadsen dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld.
pagina 2
en dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld. 6. Bij het besluit tot aanwijzing van een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het vorige lid kunnen worden aangemerkt, dan wel of een beheersverordening als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening kan worden vastgesteld. 7. Als een bestemmingsplan als bedoeld in het vijfde of zesde lid, opnieuw moet worden vastgesteld ingevolge artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening, kan de gemeenteraad in
8.
afwijking van artikel 3.1, eerste lid, van die wet, voor het desbetreffende gebied een beheersverordening als bedoeld in die wet vaststellen. Dit artikel is niet van toepassing op stads-
6.
7.
Bij het besluit tot aanwijzing van een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre het geldende omgevingsplan, als beschermend plan in de zin van het vorige lid kunnen worden aangemerkt. Dit artikel is niet van toepassing op een
stads- of dorpsgezicht dat via instructies de functie-aanduiding rijksbeschermd of provinciaal beschermd stads- of dorpsgezicht heeft, of dat is
aangewezen op grond van artikel 35,
eerste lid, van de Monumentenwet 1988 of een provinciale verordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onderc, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
of dorpsgezichten die zijn aangewezen op
grond van artikel 35, eerste lid, van de
Monumentenwet 1988 of een provinciale
verordening als bedoeld in artikel 2.2,
eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet
algemene bepalingen omgevingsrecht.
Toelichting De verwijzingen naar oude regelgeving zijn aangepast naar de nieuwe regelgeving. Het
zevende lid komtte vervallen, aangezien er geen
actualiseringsplicht meer geldt voor het omgevingsplan. Het achtste lid wordt vernummerd naar het zevende. E. artikel 2.11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Artikel 2.11 Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijke stads- en dorpsgezicht 1 2. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarophetstads- of dorpsgezicht waaropde aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezenals: a. stads- of dorpsgezicht als b.
bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, of
stads- of dorpsgezicht op grond
Nieuwe tekst
Artikel 2.11 Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijke stads- en dorpsgezicht 1. … 2. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het stads- of dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als: a. beschermd stads- of dorpsgezicht op grond van een instructie als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, of artikel 2.34,
vierde lid, van de Omgevingswet.
van een provinciale
erfgoedverordening als bedoeld
in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en
onderc, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Toelichting
Gouda.nl
pagina 3
De verwijzing naar de oude wetgeving wordt geactualiseerd naar de nieuwe wetgeving. F.
Artikel 3.5 wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst
Artikel 3.5 Omgevingsvergunning gemeentelijk monument, beeldbepalend pand of beeldbepalende structuur
1 2.
De vergunningplicht, bedoeld in het eerste lid, geldt niet, indien de activiteit betrekking heeft op: a. gewoon onderhoud als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1 van bijlage Il van het BOR, voor zover
Nieuwe tekst
Artikel 3.5 Omgevingsvergunning gemeentelijk monument, beeldbepalend pand of beeldbepalendestructuur
1 2.
detaillering, profilering,
3.
vormgeving, materiaalsoort en kleur niet wijzigen, en bij een tuin, park of andere aanleg, de aanleg niet wijzigt, of b. bij gemeentelijke monumenten een activiteit die uitsluitend leidt tot inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde of betekenis heeft. ... Um 4.
De vergunningplicht, bedoeld in het eerstelid, geldt niet, indien de activiteit betrekking heeft op: a. gewoon onderhoud als bedoeld in artikel 2.29 Besluit Bouwwerken Leefomgeving, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur niet wijzigen, en bij een tuin, park of andere aanleg, de aanleg b.
3.
niet wijzigt, of
bij gemeentelijke monumenten een activiteit die uitsluitend leidt tot inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde of betekenis heeft. …t/m4.
Toelichting De verwijzing naar de oude wetgeving wordt eactualiseerd naar de nieuwe wetgeving. G.
Artikel 3.10 wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst
Artikel 3.10 Omgevingsvergunning gemeentelijk stads- en dorpsgezicht Ve hag De za 3. De artikelen 3.6 en 3.8 zijn van overeenkomstige toepassing. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet.
Nieuwe tekst
Artikel 3.10 Omgevingsvergunning gemeentelijk stads- en dorpsgezicht 1. … 2. 3. De artikelen 3.6 en 3.8 zijn van overeenkomstige toepassing. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet of ingevolge een verplichting zoals gesteld in een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.5 van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving. Toelichting De verwijzing naar de oude wetgeving wordt uitgebreid met een verwijzing naar de nieuwe wetgeving.
H. Artikel 3.25 wordt als volgt gewijzigd:
| Bestaande tekst
Gouda.nl
| Nieuwe tekst
pagina 4
Artikel 3.25 Omgevingsvergunning gebruik openbare plaats 1. Hetis verboden een openbare plaats te gebruiken anders dan overeenkomstig de bestemming daarvan zonder een omgevingsvergunning. 2. 3. … 4. De in het eerstelid gestelde vergunningsplicht geldt niet voor zover de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Woningwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of de Omgevingsverordening Zuid-Holland van toepassing zijn. B ks 6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van
Artikel 3.25 Omgevingsvergunning gebruik openbare plaats
Het is verboden een openbare plaats te
gebruiken anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan zonder een omgevingsvergunning.
2. 3. 4.
vs De in het eerste lid gestelde vergunningplicht is niet van toepassing wanneer de Omgevingswet of het Omgevingsplan Gouda voorzien in een vergunningplicht, of in situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 Wegenverkeerswet 1994, of de ZuidHollandse Omgevingsverordening. a
Be
toepassing op dit artikel.
Toelichting Eerste lid: verduidelijkt dat er een omgevingsvergunning nodig is voor gebruik in strijd met de publieke functie van de weg, in plaats van de bestemming van de weg. Vierde lid: De verwijzing naar de oude wetgeving wordt geactualiseerd naar de nieuwe wetgeving. Het zesde lid komt te vervallen, aangezien de
Omgevingswet bepaalt wat voor alle omgevingsvergunningen geldt, dit lid is dan ook niet meer nodig. |.
Artikel 3.26b wordt als volgt gewijzigd:
Bestaandetekst
Artikel 3.26b Beoordelings-, intrekkings- en wijzigingsgronden 1. … 2. Het college kan, onverminderd artikel 3.23, een omgevingsvergunning deelvervoer intrekken of wijzigen indien niet wordt voldaan aan de beoordelingsgronden van het eerste lid.
Nieuwetekst
Artikel 3.26b Beoordelings-, intrekkings- en wijzigingsgronden 2.
Het college kan een omgevingsvergunning deelvervoer wijzigen indien niet wordt voldaan aan de beoordelingsgronden van het eerste lid.
Toelichting Zie toelichting bij artikel | van dit wijzigingsbesluit. Het wijzigen van de vergunning is nog wel
mogelijk
Gouda.nl
pagina 5
J.
artikel 3.27 wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst
Artikel 3.27 Omgevingsvergunning maken of veranderen van een uitweg 1. Voor de volgende activiteiten is een omgevingsvergunning van het college vereist: a. een uitweg te maken naar de weg; b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; c. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. De vergunningplicht, bedoeld in het
eerste lid, geldt niet voor zoverin het daar
geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Keur Rijnland 2020 of de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
Nieuwe tekst
Artikel 3.27 Omgevingsvergunning maken of veranderen van een uitweg 1. Voor de volgende activiteiten is een omgevingsvergunning van het college vereist: a. een uitweg te maken naar de weg; b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; c. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. De vergunningplicht is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Zuid-Hollandse
Omgevingsverordening of waterschapsverordening.
Toelichting De verwijzing naar de oude wetgeving wordt geactualiseerd naar de nieuwe wetgeving. K. Artikel 3.29 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3.29 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht.
Nieuwe tekst Artikel 3.29 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door Hoofdstuk 10 van de Omgevingswet Toelichting De verwijzing naar de oude wetgeving wordt
geactualiseerd naar de nieuwe wetgeving.
L.
Artikel 3.30 wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst
Artikel 3.30 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1.
De geluidsnormen, bedoeld in de
artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit en artikel 3.31 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen
Gouda.nl
Nieuwe tekst
Artikel 3.30 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1. De geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit Milieubeheer en artikel 3.31 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
pagina 6
2. 3 4.
B.
collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. va Op dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit, en artikel 3.31 van deze verordening, uiterlijk om 00:30 uur beëindigd als dag valt op een zondag tot en met donderdag en uiterlijk om 01:30 uur als de dag valt op een vrijdag en zaterdag. se
2. 3. 4.
5.
festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. … Op dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit Milieubeheer, en artikel 3.31 van deze verordening, uiterlijk om 00:30 uur beëindigd als dag valt op een zondag tot en met donderdag en uiterlijk om 01:30 uur als de dag valt op een vrijdag en zaterdag. …
Toelichting Kennelijke verschrijvingen aangepast. M. Artikel 3.31 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Artikel 3.31 Onversterkte muziek 1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f‚, en vijfde lid van het Activiteitenbesluit binnen inrichtingen is de onder e opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a. …t/me. 2. Voor de duur van 4 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting
gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel
beschouwd als versterkte muziek en ís het Activiteitenbesluit van toepassing.
Nieuwe tekst
Artikel 3.31 Onversterkte muziek 1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onderf, en vijfde lid van het Activiteitenbesluit Milieubeheer binneninrichtingen is de onder e opgenomentabel van toepassing, met dien verstandedat: a. ...Ume. 2. Voor de duurvan 4 uurin de weekis onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen,in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveausin het eerste lid. Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwdals versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing. 3. 4.
Toelichting Kennelijke verschrijving aangepast naar Activiteitenbesluit Milieubeheer. In het tweedelid is de verwijzing naar de oude wetgeving aangepast.. N. Artikel 3.32 wordt als volgt gewijzigd: Bestaandetekst Artikel 3.32 Geluidhinder door machinese.a.
tijdens de daguren
Gouda.nl
Nieuwe tekst Artikel 3.32 Geluidhinder door machines e.a.
tijdens de daguren 1;
pagina 7
2.
3.
Het verbod geldt niet voor zover het geluid wordt veroorzaakt binnen een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Activiteitenbesluit of in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder of door het Bouwbesluit 2012, de Zondagswet, het Wetboek van Strafrecht, de Luchtvaartwet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Milieuverordening Zuid-Holland. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet
2.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, of de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
van toepassing op dit artikel.
Toelichting De verwijzing naar de oude wetgeving wordt geactualiseerd naar de nieuwe wetgeving. Het derde lid komt te vervallen, aangezien de Omgevingswetdit onderwerp uitputtend regelt. O. Artikel 3.33 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Artikel 3.33 Geluidhinder tijdens de avonduren 1. ye 3. De vergunningsplichtis niet van toepassing opsituaties, dat vergunningis
verleend op basis van artikel 2:5 APV, het
geluid wordt veroorzaakt binnen een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Activiteitenbesluit of in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Bouwbesluit 2012, de
Wet geluidhinder, de Zondagswet, het
Nieuwe tekst
Artikel 3.33 Geluidhinder tijdens de avonduren 1. … 2. … 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of
krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, of
de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, of artikel 2:5 APV Gouda.
Wetboek van Strafrecht, de
4.
Luchtvaartwet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Milieuverordening Zuid-Holland. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op dit artikel. Toelichting De verwijzing naar de oude wetgeving wordt geactualiseerd naar de nieuwe wetgeving. Het vierde lid komt te vervallen, aangezien de Omgevingswetdit onderwerp uitputtend regelt.
P. Artikel 3.34 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Artikel 3.34 Geluidhindertijdens de nachturen 1. … 2. Het verbod geldt niet voor zover vergunning is verleend op basis van artikel 2:5 APV, het geluid wordt
Gouda.nl
Nieuwe tekst
Artikel 3.34 Geluidhinder tijdens de nachturen 1. … 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de
pagina 8
veroorzaakt binnen een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het activiteitenbesluit of in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Bouwbesluit 2012, de Wet geluidhinder, de Zondagswet, het Wetboek van Strafrecht, de
Zondagswet, de Wet openbare
manifestaties, het Vuurwerkbesluit, of
de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, of artikel 2:5 van de APV Gouda.
Luchtvaartwet, de Wet openbare
3.
manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op dit artikel. Toelichting De verwijzing naar de oude wetgeving wordt geactualiseerd naar de nieuwe wetgeving. Het derde lid komt te vervallen.
Q. Artikel 3.35 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Artikel 3.35 Omgevingsvergunning generator 1. Hetis verboden zonder omgevingsvergunning aan boord van een afgemeerd schip een generator te gebruiken in gebieden die het college heeft aangewezen. 2. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op dit artikel.
Nieuwe tekst
Artikel 3.35 Omgevingsvergunning generator Het is verboden zonder omgevingsvergunning aan boord van een afgemeerd schip een generator te gebruiken in gebieden die het college heeft aangewezen.
Toelichting Het tweede lid vervalt, aangezien de Omgevingswet dit onderwerp uitputtend regelt. en hierdoor kan ook de nummering verwijderd worden. R. Artikel 3.36 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Artikel 3.36 Kennisgeving incidentele festiviteiten 1s. oe 2. Hetis de houder van een omgevingsvergunning vooreeninrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.748, eerste lid, van het Activiteitenbesluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 3. …tm9,
Gouda.nl
Nieuwe tekst
Artikel 3.36 Kennisgeving incidentele festiviteiten 1. … 2. Hetis de houder van een omgevingsvergunning voor een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit Milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 3. …t/mg9.
pagina 9
Toelichting Kennelijke verschrijving aangepast naar het correcte artikel. S. Artikel 3.38 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Artikel 3.38 Bescherming en omgevingsvergunning groenvoorzieningen 1. … t/m 4. 5. Het verbod is niet van toepassing op bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voorfietsers of berijders van paarden: a. b. … c. c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. e. … 6. Het verbod, bedoeld in het derde lid, geldt voorts niet binnen de bij of krachtens de Omgevingsverordening Zuid-Holland aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als ‘toestel’. 7. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op dit artikel.
Nieuwe tekst
Artikel 3.38 Bescherming en omgevingsvergunning groenvoorzieningen 1. …t/m4. 5. Het verbod is niet van toepassing op bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voorfietsers of berijders van paarden: a. b. sss c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;
d. e. … 6. Het verbod, bedoeld in het derde lid, geldt voorts niet binnen de bij of krachtens de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als ‘toestel’.
Toelichting De leden één tot en met vier behoeven geen wijziging, in hetvijfde lid is de kennelijke verschrijving in de nummering aangepast. In het zesde lid is de verwijzing naar de oude regelgeving geactualiseerd naar de nieuwe. Het zevende lid komt te vervallen, aangezien de Omgevingswet dit onderwerp uitputtend regelt.
T. Artikel 3.42 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Artikel 3.42 Omgevingsvergunning recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Hetis verboden zonder omgevingsvergunning ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden binnen een kampeerterrein dat niet als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd. 2. …t/mS5. 6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
Nieuwe tekst
Artikel 3.42 Omgevingsvergunning recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Hetis verboden zonder omgevingsvergunning ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden binnen een kampeerterrein dat niet als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd. 2. ...Um5.
bestuursrecht (positieve fictieve
beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing opdit artikel.
Gouda.nl
pagina 10
Toelichting De verwijzing naar de oude regelgeving wordt geactualiseerd naar de nieuwe regelgeving. Het zesde lid komt te vervallen, aangezien de Omgevingswet dit onderwerp uitputtend regelt.
U. Artikel 3.43 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Artikel 3.43 Omgevingsvergunning standplaats 1. … 2. … 3. De in het eerste lid gestelde vergunningsplicht geldt niet voor zoverin het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening Zuid-Holland. 4. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op dit artikel.
Nieuwe tekst
Artikel 3.43 Omgevingsvergunning standplaats 1. … 2. 3. De in het eerste lid gestelde vergunningsplicht geldt niet voor zoverin het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
Toelichting De verwijzing naar de oude wetgeving wordt geactualiseerd naar de nieuwe wetgeving. Het vierde lid komt te vervallen, aangezien de Omgevingswet dit onderwerp uitputtend regelt. V. Artikel 3.44 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Artikel 3.44 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning kan, onverminderd artikel 3.20, worden verleend: a. indien de standplaats is toegestaan in een geldend bestemmingsplan, b. indien de standplaats op zichzelf of in verband met de omgeving voldoet aan eisen van redelijke c.
welstand, en
indien de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen past binnen het redelijke verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse.
Nieuwe tekst
Artikel 3.44 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning kan, onverminderd artikel 3.20, worden verleend: a. indien de standplaats is toegestaan in het geldende omgevingsplan, b. indien de standplaats op zichzelf of in verband met de omgeving voldoet aan redelijke eisen van welstand, en c. indien de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen past binnen het redelijke verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse. Toelichting De verwijzing naar de oude regelgeving wordt geactualiseerd naar de nieuwe regelgeving. Verderis de verschrijving in onderdeel b aangepast.
W. artikel 3.66 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Artikel 3.66 Toepassingsbereik
Gouda.nl
Nieuwe tekst
Artikel 3.66 Toepassingsbereik
pagina 11
1.
2.
Deze afdeling is van toepassing op de aanleg, het behouden, het onderhoud en het verwijderen van leidingen in de openbare ruimte en in of op kunstwerken. Deze afdeling is niet van toepassing op: a. kabels, bedoeld in de Telecommunicatiewet; b. de leidingen, die onderdeel zijn van een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer of deel uitmaken van drukapparatuur als bedoeld in het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016.
1.
2.
Deze afdeling is van toepassing op de aanleg, het behouden, het onderhoud en het verwijderen van leidingen in de openbare ruimte en in of op kunstwerken. Deze afdeling is niet van toepassing op: a. kabels, bedoeld in de Telecommunicatiewet; of b. de leidingen die deel uitmaken van drukapparatuur als bedoeld in het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016; of c. De leidingen, die onderdeel uitmaken van een
milieubelastende activiteit waarvoor een onherroepelijke omgevingsvergunning op grond van artikel 5.1 lid 2 onder b van de Omgevingswet is verleend; Toelichting Verwijzing naar oude regelgeving is
geactualiseerd naar nieuwe regelgeving.
X. artikel 3.66 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Artikel 3.81 Nadeelcompensatie Indien blijkt dat een leidingexploitant als gevolg
van een besluit van het college, inhoudende een
intrekking of wijziging van een omgevingsvergunning op grond van artikel 3.71, onderdeel g, schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale risico kan worden gerekend en waarvan een vergoeding niet of niet voldoende is verzekerd, kent het college op verzoek aan hem een vergoeding toe.
Nieuwe tekst
Artikel 3.81 Nadeelcompensatie Indien blijkt dat een leidingexploitant als gevolg van een besluit van het college, inhoudende een intrekking of wijziging van een omgevingsvergunning op grond van artikel 3.71, onderdeel g, schadelijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale risico kan worden gerekend en waarvan een vergoeding niet of niet voldoendeis verzekerd, kent het college op verzoek aan hem een vergoeding toe, voor zover van toepassing overeenkomstig de Verordening Nadeelcompensatie Gouda. Toelichting Verwijzing naar de nieuwe verordening nadeelcompensatie toegevoegd.
Y. Artikel 3.97 wordt als volgt gewijzigd: Bestaandetekst Artikel 3.97 Beoordelingsregels 1. …t/m3. 4. Het college kan bij het onder voorschriften verlenen van de vergunning dein het eerste lid genoemde waardenals motivering hanteren. Het college verwijst bij de beslissing op een aanvraag zoveel mogelijk naar gemeentelijke bestemmings-, groen-, bomen- of
landschapsplannen.
Nieuwetekst Artikel 3.97 Beoordelingsregels 4; «ti 3: 4. Het college kan bij het onder voorschriften verlenen van de vergunning de in het eerste lid genoemde waarden als motivering hanteren. Het college verwijst bij de beslissing op een aanvraag zoveel mogelijk naar het omgevingsplan, gemeentelijke groen-, bomen- of landschapsplannen.
Toelichting
Gouda.nl
pagina 12
De verwijzing naar de oude regelgeving wordt eactualiseerd naar de nieuwe regelgeving. Z.
Aan paragraaf 5.3.1 wordt het volgende artikel aan het begin ingevoegd:
Bestaande tekst 5.3a (nieuw artikel)
Nieuwe tekst Artikel 5.3a Toepassing paragraaf 5.3 Deze paragraaf is alleen van toepassing wanneer artikel 4.17 van de Invoeringswet
Omgevingswet van toepassing is.
Toelichting Dit artikel wordt ingevoegd als eerste artikel in afdeling 5.3.1. Het artikel maakt duidelijk dat deze afdeling alleen van toepassing is voor de afwikkeling van verzoekentot planschade, waar de verordening nadeelcompensatie overeenkomstig de Omgevingswet nog niet van toepassing is.
AA. Artikel 7.1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Artikel 7.1 Intrekking, vervallen bepalingen en hernoeming Bomenverordening 1. De volgende verordeningen worden ingetrokken: a, ... Umf. 2. 3.
Nieuwe tekst
Artikel 7.1 Intrekking, vervallen bepalingen en hernoeming Bomenverordening 1. De volgende verordeningen worden ingetrokken: a. ... Umf. g. Leidingverordening 2008 2. 3 Toelichting Deregels uit de Leidingverordening zijn reeds opgenomen in deze verordening. .
AB. Artikel 7.2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 7.2 Overgangsbepalingen 1. … t/m 7.
Gouda.nl
Nieuwe tekst Artikel 7.2 Overgangsbepalingen 1. ...tm7. 8. De regels in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in deze verordening. Toelichting In bijzondere gevallen kan de Hoofdstuk 22 (Bruidsschat) van het geldende Omgevingsplan Gouda eenzelfde onderwerp regelen als in deze verordening wordt geregeld. De verordening krijgt in dat geval voorrang.
pagina 13
ArtikelIll A. Bijlage | wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Bijlage | — Begrippen
Algemene begrippen
Nieuwe tekst Bijlage | — Begrippen
Algemene begrippen
- Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; Adviescommissie Omgevingskwaliteit: adviescommissie voorintegraal omgevingskwaliteitsbeleid, als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet, tevens commissie monumenten en cultuurhistorie als bedoeld in de Erfgoedwet;
Adviescommissie Omgevingskwaliteit: adviescommissie voorintegraal omgevingskwaliteitsbeleid, als bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet, tevens commissie monumentenen cultuurhistorie als bedoeld in de Erfgoedwet;
- beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; - Bouwwerk: constructie van enige omvang van
hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de
plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerk gebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en datis bestemd en wordt gebruikt voor de vaart:
-Bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onderA, bij de Omgevingswet;
gebouw:hetgeen daaronder wordt verstaanin bijlage | bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; inrichting: hetgeen daaronderwordt verstaanin artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet - Kampeermiddel: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wet
algemene bepaling omgevingsrechtis vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
-Kampeermiddel: niet grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voorrecreatief nachtverblijf;
-Omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Erfgoedwet en de Woningwet;
-Omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in de Omgevingswet
Bouwactiviteiten (afdeling 3.3)
Bouwactiviteiten (afdeling 3.3)
-Gebouw: bouwwerk dat een voor mensen
Vervallen
toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
Gouda.nl
pagina 14
-NEN: norm die door de stichting Nederlands Normalisatie-instituut is uitgegeven; -Omgevingsvergunning voor het bouwen: vergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht -Welstandsnota: nota als bedoeld in artikel 12a
van de Woningwet;
-Welstandsnota: nota als bedoeld in artikel 12a van de Woningwet, zoals die wet luidde direct
Houtopstanden (afdeling 3.7) -Houtopstand: zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend;
Houtopstanden (afdeling 3.7) -Houtopstand: zelfstandige eenheid van een of meerdere bomen, boomvormers, struiken,
voorafgaand aan inwerkingtreding van de Omgevingswet;
hakhout of griend
Toelichting Alleen definities waar wijzigingen plaatsvinden zijn hier opgenomen. De verwijzing naar de oude wetgeving wordt geactualiseerd naar de nieuwe wetgeving. Daarnaast worden er een nieuwe begrippen toegevoegd die nodig zijn voor de uitleg van de verordening. De begrippen in afdeling 3.3 komente vervallen met uitzondering
van het begrip Welstandsnota.
B. Bijlage VII — Regelement van Orde van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
2. Taken De commissie heeft als taak het college te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. En daarnaast al hetgeen verband houdt met omgevingskwaliteit of daartoe bevorderlijk kan zijn. Deze taak is vastgelegd in de Verordening Fysieke Leefomgeving.
2. Taken De commissie heeft als taak het college te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. En daarnaast al hetgeen verband houdt met omgevingskwaliteit of daartoe bevorderlijk kan zijn. Deze taak is vastgelegd in de Verordening Fysieke Leefomgeving.
Ter uitvoering van haar taak:
Ter uitvoering van haar taak:
1. Organisatie
a.
adviseert de commissie op verzoek van het college over een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor:
1. Organisatie
a.
adviseert de commissie op verzoek van het college over een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor:
1°. een rijksmonumentenactiviteit als bedoeld in art. 2.1 lid 1 onder f Wabo;
1°. een rijksmonumentenactiviteit als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 onder b Omgevingswet;
2°.... Um 5.
2 «im 5.
b.
b.
adviseert de commissie op verzoek van het college over het door de Minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Gouda.nl
adviseert de commissie op verzoek van het college over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
pagina 15
Toelichting artikel|
De Omgevingswet regelt een aantal onderwerpen uitputtend, het is niet mogelijk om hier in een verordening nog aanvullend regels over te stellen. Het gaat dan om regels met betrekking tot intrekking en wijzigen van verleende omgevingsvergunning. Artikel 8 van de Woningwet vervalt, waardoor ook de artikelen bouwen op verontreinigde grond vervallen, dit betreft de artikelen 3.47, 3.48, en 3.49 in paragraaf 3.3.2. Hoofdstuk 22 van het Omgevingsplan Gouda voorziet hierin Toelichting artikel IV onderdeel A
Paragraaf 3.3.3 vervalt wegens het vervallen artikel 8 van de Woningwet. Deze paragraaf dient opnieuw vastgesteld te worden met de grondslag van de Omgevingswet, zodat deze onverminderd van toepassing kan blijven. Inhoudelijk zijn er geen wijzigingen. Toelichting artikel IV onderdeel B
De bebouwingscontour houtkap is geactualiseerd naar de meest recente grens van de bebouwde kom voor houtkap.
Gouda.nl
page #7
aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet of over het aan een locatie geven van de functieaanduiding gemeentelijk monument op grond van artikel 2.2 Wabo. C.
…t/mk.
aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet of over het aan een locatie geven van de functieaanduiding gemeentelijk monument op grond het omgevingsplan of deze
verordening
C. _… t/m k. Toelichting De verwijzing naar de oude wet- en regelgeving wordt geactualiseerd naar de nieuwe wet- en
regelgeving.
Artikel IV A.
Paragraaf 3.3.3 wordt ongewijzigd opnieuw vastgesteld op grondslag van afdeling 17.2 van de Omgevingswet.
B.
Bijlage Il wordt gewijzigd met de kaart zoals opgenomen in de bijlage.
Artikel V
Dit wijzigingsbesluit treedt in werking direct met inwerkingtreding van de Omgevingswet, met uitzondering van de artikelen Il onderdelen N en M, en artikel IV onderdeel B, deze treden een dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet in werking. Bijlage: 1.
Bebouwingscontour houtkap 2023
Aldus besloten in de openbare vergadering van 13 december 2023. De raad van de gemeente voornoemd, griffier
r. drs. E.J. Karman-Moerman
Gouda.nl
voorzitter
mi/drs. P. Verhoeve
pag 18