CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

RB Verordening staangeld 2024 BVR 13.12.2023

Raadsvergadering 13 december 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Verordening staangeld 2024734 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De raad van de gemeente Gouda;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 november 2023, nummer 7345; gelet op artikel 156, eerste en tweede lid, onderdeel h, artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet; besluit tot vaststelling van:

Verordening op de heffing en de invordering van staangeld 2024 Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: standplaats : een standplaats als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag; woonwagen : een woonwagen als bedoeld in artikel 1, onderdeel |, van de Wet op de huurtoeslag;

-

huurovereenkomst : de overeenkomst tussen de huurder en de verhuurder van de standplaats

-

maand

met toebehoren, waarin de huurbepalingen voor de standplaatszijn geregeld; : een kalendermaand

Artikel 2 Belastbaarfeit Onder de naam ‘staangeld’ wordt een recht geheven voor het hebben van een standplaats voor een woonwagen, daaronder begrepen de diensten die met de standplaats verband houden. Artikel 3 Belastingplicht Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de standplaats heeft. Als degene die de standplaats heeft wordt aangemerkt de hoofdbewoner van de woonwagen. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel 4

Vrijstelling

Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt niet geheven zolang voor de standplaats een huurovereenkomstgeldt.

Artikel 5 Belastingtarieven Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 6 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is een maand. Artikel 7 Wijze van heffing Het recht wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naartijdsgelang 1. Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van hetbelastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van hetbelastingtijdvak aanvangt, dan welde vrijstelling genoemd in artikel 4 vervalt, wordt het tarief uit de tarieventabel vermenigvuldigd met een breuk waarvan deteller vermeldt het werkelijk aantal ingenomen c.q. gebruikte kalenderdagen en waarvan de noemer vermeldt dertig. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 4 van toepassing wordt, wordt het tarief uit de tarieventabel vermenigvuldigd met een breuk waarvan deteller vermeldt het werkelijk aantal ingenomen c.q. gebruikte kalenderdagen en waarvan de noemer vermeldt dertig. 4. _Belastingaanslagen van € 5,-- of minder worden niet opgelegd.

Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslag verschuldigde bedragen voor belastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag. Artikel 9 Termijnen van betaling 1. _In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk 14 dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. _De Algemene termijnenwetis niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn. Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van staangeld wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11

Machtiging tot overdracht van bevoegdheden

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van de tarieven die zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 12 Overgangsrecht De ‘Verordening staangeld 2023’ van 21 december 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 13 Inwerkingtreding A Deze verordeningtreedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening staangeld 2024’. Aldus besloten in de openbare vergadering van 13 december 2023. De raad der gemeente voornoemd, griffier

.

. drs. E.J. Karman-Moerman

voorzitter

. P. Verhoeve

Tarieventabel behorende bij de Verordening staangeld 2024 Opperviakte standplaats: (geen berging, geen sanitair, geen HR combi-ketel) kleiner dan 145 m?

Staangeld 2024 per maand: € 109,26

145 t/m 170 m?

€ 151,70

171 tim 224 m2

€ 194,16

225 tim 249 m?

€ 206,30

250 t/m 274 m?

€ 218,44

275 t/m 299 m?

€ 230,55

300 t/m 324 m?

€ 242,69

325 en meer m?

€ 254,82

In afwijking van bovenstaande tabel geldt voor de standplaatsen Eerste Moordrechtse Tiendweg 14, 18, 24, 28 en 34 (berging aanwezig: ja; sanitair aanwezig: ja) een staangeld van € 222,50 per maand tot het moment dat deze standplaatsen vrijkomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=0eabd00d-0854-4a96-aa04-43b7f18ec3c5