CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

RB Verordening hondenbelasting 2024 BVR 13.12.2023

Raadsvergadering 13 december 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Verordening hondenbelasting 2024;910 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De raad van de gemeente Gouda; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 november 2023, nummer 7345;

gelet op artikel 226 van de Gemeentewet;

besluit tot vaststelling van:

Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2024

Artikel 1 Belastbaarfeit Onder de naam ‘hondenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel 2 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is de houder van een hond. 2. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welketitel dan ook een hond onderzich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houderis. 3. Het houden van een hond door eenlid van het huishouden wordt aangemerktals het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde

gemeenteambtenaaraante wijzen lid van dat huishouden.

Artikel 3 Vrijstellingen 1. In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan 2.

door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren.

De belasting wordt niet geheven voor honden: a. die zijn opgeleid tot en dienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door een persoon met een beperking worden gehouden; die verblijven in een hondenasiel; b. Cc. die uitsluitend ten verkoopof aflevering in voorraad worden gehoudenin eeninrichting als bedoeldin artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren; d. die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden.

Maatstaf van heffing Artikel 4 De belasting wordt geheven naarhet aantal honden dat wordt gehouden. Belastingtarief Artikel 5 De belasting bedraagt perbelastingjaar: 1. a. voor een eerste hond € 90,00;

2.

b. voor iedere hond boven het aantal van één € 110,52. In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in een kennel, per belastingjaar, per kennel € 200,52. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder kennel

verstaan een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren,

3.

bestemd en gebruikt voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen. Het tweede lid blijft buiten toepassing als belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijke aantal honden, als blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweedelid bepaalde bedrag.

Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naartijdsgelang. 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaarof, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal hondenin de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting voor het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. di Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveeltwaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Belastingaanslagen van € 5,-- of minder worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslag verschuldigde bedragen voor belastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag. Artikel 9 Termijnen van betaling 1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meeris dan € 75,--, doch minder dan € 10.000,--, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in maximaal acht termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 3. De Algemene Termijnenwetis niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de hondenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 11 Overgangsrecht De ‘Verordening hondenbelasting 2023’ van 21 december 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweedelid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande datzij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding 1: Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening hondenbelasting 2024’.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 13 december 2023. De raad der gemeente voornoemd, voorzitter

mrf/drs. E.J. Karman-Moerman

A

LL

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=d02e5052-2ac9-46be-aa4b-b27f1f7559ca