RB Startnotitie Regiovisie Jeugd en Wmo
Tekst van het document
besluit van de gemeenteraad zaaknummer
1537755
onderwerp
Startnotitie Regiovisie Jeugd en Wmo
De raad van de gemeente Gouda; gelezen het voorstel van 9 december 2025, gelet op artikel 11 van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugd en Wmo Midden-Holland;
besluit: 1.
Een zienswijze in te dienen op de Startnotitie nieuwe regiovisie Jeugd en Wmo Midden Holland zoals inhoudelijk vastgelegd in bijgevoegde brief en deze in te dienen bij het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Jeugd en Wmo Midden Holland.
Inhoud bijgevoegde brief: Wij verwoorden onze zienswijze via de twee vragen die u stelde in uw aanbiedingsbrief. 1. Staat u achter de voorgestelde planning om tot een nieuwe regiovisie te komen? Het is fijn om een beeld te hebben bij het proces dat doorlopen moet worden om te komen tot een nieuwe visie. Wel stellen we een wijziging voor in het proces. We vinden het belangrijk dat eerst gesproken wordt met partners en op ambtelijk niveau met gemeenten. Daarna kan het gesprek met de 5 raden gezamenlijk gevoerd worden. Op dat moment horen we graag welke dilemma’s er zijn (lokale verschillen, verschillen in standpunten tussen maatschappelijke partners, opdrachtnemers en gemeenten, verschillen in regionale belangen versus lokale bestuursakkoorden) en welke keuzes of alternatieven jullie zien, zodat daar het gesprek over gevoerd kan worden. Daarnaast zien we in het proces dat de adviesvraag aan de lokale adviesraden via het Dagelijks Bestuur van de gemeenschappelijke regeling loopt en niet via het college van B&W. Vanwege de beleidsvoorbereiding van deze visie door de gemeenschappelijke regeling, vinden wij dit een logische route. 2. Hoe kijkt u naar de uitgangspunten die de Gemeenschappelijke Regeling Jeugd en Wmo (GR JW) wenst te hanteren om te komen tot de nieuwe regiovisie? Uitgangspunt 1: de regiovisie is van de GR JW en de lokale gemeenten in Midden Holland.
Wij zien de regiovisie als een visie van de vijf gemeenten en daarmee ook van de gemeenschappelijke regeling, omdat we daar gezamenlijk eigenaar van zijn. De regionale visie is het kader voor de regionale samenwerking op de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet. Daarmee is het een kader voor de taken van de GR JW en een kader voor de samenwerking in de regio, tussen gemeenten onderling en tussen GR JW en gemeenten. Uitgangspunt 2: Het proces van de regiovisie sluit aan op de lokale werkelijkheid We zien het belang van een gedeelde/uniforme visie op het niveau van de regio. Tegelijkertijd moet er aansluiting zijn op lokale uitgangspunten uit bijvoorbeeld het nieuw op te stellen
collegeprogramma. Wanneer sprake is van verschillen in de lokale visies moeten die in het proces duidelijk worden, zodat eventueel keuzes kunnen worden voorgelegd. Het is goed te lezen dat de GR JW oog heeft voor de financieel uitdagende tijden waar gemeentes nu mee te maken hebben. De uitkomsten van het formatieonderzoek kunnen van invloed zijn op wat er wel of niet mogelijk is in de toekomst. Leidend bij een visie is voor ons in eerste instantie de inhoud. Op het moment dat de inhoudelijke wensen en de financiële mogelijkheden ver uit elkaar (lijken te) gaan lopen, verwachten we dat u ons transparant de keuzes voorlegt die we hierin kunnen maken en wat de impact van die keuzes is op inwoners. Maar ook wat de financiële en maatschappelijke impact is van die keuzes. Dat kunnen keuzes in de visie zelf zijn, maar ook keuzes in de fasering en/of wijze van de uitvoering van de visie. Uitgangspunt 3: De gemeenteraden gaan over de kaders, het dagelijks bestuur van de GR JW gaat over het proces Het proces is goed doordacht en is de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur van de GR JW. Bij de eerste vraag gaven we al onze zienswijze op het proces. Uitgangspunt 4: een regiovisie moet begrijpelijk en handig zijn zodat de visie daadwerkelijk ‘leeft’ We delen uw mening dat een visie begrijpelijk en goed toepasbaar moet zijn.
Een visie moet genoeg handvatten bieden om hier in de dagelijkse praktijk naar te handelen. Voor organisaties moet duidelijk zijn, welke rol ze hebben en waar ze verantwoordelijk voor zijn. De borging en implementatie van de regiovisie is daarmee net zo belangrijk als de visie zelf. Om te zorgen dat een visie daadwerkelijk leeft en nageleefd wordt, vragen we aandacht voor de wijze van monitoren van wat we van plan zijn en regelmatige checks of we nog steeds werken volgens deze visie en of die werkwijze bijdraagt aan de gewenste effecten. Blijven leren is belangrijk en veel van wat we willen bereiken in het sociaal domein heeft een lange adem nodig. Als door ervaringen onderweg, andere ontwikkelingen of andere politieke keuzes, het noodzakelijk is de visie bij te stellen, dan doen we dat liever, dan elke vier jaar een nieuwe visie vaststellen. De raad van de gemeente Gouda’
Aldus besloten in de openbare vergadering van 28 januari 2026. De raad van de gemeente voornoemd, griffier
voorzitter
mr. drs. E.J. Karman - Moerman
mr. drs. P. Verhoeve
pagina 2