Raadsvoorstel zienswijze BRE
Tekst van het document
raadsvoorstel afdeling Bestuurs- en managementondersteuning dossiernummer
steller
gouda
L.H. Bokhove
22 augustus 2023
7400
06-11767754
telefoon
onderwerp
Zienswijze onderzoek Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Regio Midden-Holland
Gevraagd besluit Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad van de gemeente Gouda voor te besluiten: 1.
Conform bijgevoegde brief een zienswijze in te dienen op het onderzoek Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Regio Midden-Holland
Toelichting Op 6 april 2023 heeft het Dagelijks Bestuur de programmabegroting 2024-2027 van Regio MiddenHolland verzonden aan de gemeenteraden voor het verkrijgen van een zienswijze. Deze begroting is al meerdere jaren gebaseerd op dezelfde inwonerbijdrage, waarop alleen overeenkomstig de regionale afspraken van de Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen een index is toegepast. De begroting is primair gericht op ondersteuning van de netwerksamenwerking met de bijbehorende bestuurlijke overleggen. Bij het opstellen van deze begroting is nog geen rekening gehouden met de uitkomsten van het recent verschenen onderzoek van Berenschot en de Rijksuniversiteit Groningen naar het Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem (BRE) van Regio Midden-Holland (bijlage 1). Dit vergelijkende onderzoek richt zich op factoren die bijdragen aan het realiseren van publieke waarde in de regio. Om meer grip te krijgen op ‘de regio’ en de factoren die bijdragen aan het realiseren van publieke waarde in die regio, doen de Rijksuniversiteit Groningen en Berenschot hier onderzoek naar. Ze voeren in tien regio’s veldonderzoek uit. In opdracht van het Dagelijks Bestuur van de Regio Midden-Holland en de provincie Zuid-Holland is dit onderzoek ook uitgevoerd in Midden-Holland. De uitvoering van het onderzoek is betaald door Regio Midden-Holland en de provincie Zuid-Holland.
Enkele belangrijke uitkomsten zijn dat: • de regio er op het gebied van de brede welvaart goed voor staat, ook in vergelijking met andere regio's. • de netwerksamenwerking de afgelopen jaren positieve resultaten heeft behaald in de vorm van beleidsplannen en visies (creatie van indirecte publieke waarde). Dit heeft tot vertrouwen in de regio geleid en tot een samenwerking waarvoor de randvoorwaarden op orde zijn. • door meer in te zetten op coördinatie, de uitvoering van regionale plannen, het monitoren van uitkomsten en het bijsturen van deze richting het mogelijk is om nu door te pakken en tot meer directe publieke waarderealisatie in de uitvoering te komen. • de samenwerking op basis van het voorgaande op een kantelpunt staat. Het advies dat voortvloeit uit het rapport is om enerzijds te investeren in het richten van de samenwerking en anderzijds om ook te investeren in het inrichten van de samenwerking. Richten Om de samenwerking op de langere termijn te richten (en een stip op de horizon te plaatsen), helpt het volgens het onderzoek om gezamenlijk een ‘gemeenschappelijk Verhaal van Midden-Holland’ op te stellen: dit verhaal moet beschrijven waarom de gemeenten samenwerken op de schaal van Midden-
Holland en hoe de samenwerking zich tot andere samenwerkingen verhoudt. Het Verhaal is vervolgens het vertrekpunt voor de aanvraag van een Regiodeal, maar ook bijvoorbeeld voor het aangaan van strategische allianties met samenwerkingspartners uit bijvoorbeeld het onderwijs of bedrijfsleven. Inrichten Een bevinding is dat het op dit moment onvoldoende lukt om de regionale plannen in directe publieke waardecreatie voor inwoners om te zetten. Op basis van de inhoudelijke opgaven, georganiseerde randvoorwaarden en het draagvlak voor samenwerking is het volgens de onderzoekers nú het moment om aanvullende capaciteit in te zetten op meer samenwerking in de regio. Het Dagelijks Bestuur wil onderzoeken hoe dit het beste vorm en inhoud kan krijgen, inclusief de bijbehorende financiële consequenties. Het Dagelijks Bestuur herkent zich in de uitkomsten van het rapport en is met beide aanbevelingen aan de slag gegaan.
1
Nadere uitleg op gevraagd besluit
Het Dagelijks Bestuur van de Regio Midden-Holland heeft het college verzocht (bijlage 2) het BRErapport na het zomerreces ter bespreking te agenderen voor de gemeenteraad en aan de raad te vragen hierover een zienswijze uit te brengen. Mede op basis van de zienswijzen van de gemeenteraden zal in het najaar, uiterlijk december 2023, een incidentele begrotingswijziging voor 2024 worden voorgesteld aan de gemeenten om de capaciteit en de slagkracht van de regio Midden-Holland te verstevigen.
2
Argumenten
2.1
Er zijn kansen om de regionale plannen in directe publieke waardecreatie voor inwoners om te zetten Dat is een van de bevindingen van het onderzoek. Op basis van de inhoudelijke opgaven, georganiseerde randvoorwaarden en het draagvlak voor samenwerking is het volgens de onderzoekers nú het moment (kantelpunt) om aanvullende capaciteit in te zetten op meer samenwerking in de regio om tot uitvoering te komen en concrete resultaten te behalen.
2.2
Het is wenselijk om tot verdere uitvoering te komen van de verschillende jaarplannen en het boeken van succes Op 31 mei heeft het Dagelijks Bestuur samen met de voorzitters van de vijf bestuurlijke overleggen besloten om het door de onderzoekers aangegeven kantelpunt voor aanvullende capaciteit te benutten. Gezamenlijk is daarom geconstateerd dat het van belang is om op korte termijn te starten met de verdere uitvoering van projecten en speerpunten zoals vastgelegd in de verschillende jaarplannen van de bestuurlijke overleggen.
2.3
De voorgestelde zienswijze is in lijn met de op 7 juni 2023 door de gemeenteraad vastgestelde zienswijze op de begroting van de Regio Midden-Holland In deze zienswijze is aangegeven dat de gemeenteraad, gelet op deze uitkomsten van het BRE-onderzoek, er op rekent dat de gezamenlijke gemeenten er de komende tijd in slagen de slagkracht van de regio een impuls te geven. Ook tijdens de raadsledenbijeenkomst van 25 mei 2023, waar het BRE-onderzoek besproken is, is door diverse raadsleden hierop aangedrongen.
3
Kanttekeningen
3.1
De gemeente Bodegraven-Reeuwijk heeft aangegeven geen extra middelen te kunnen reserveren voor Regio Midden-Holland Inzet van incidentele middelen dan wel menskracht door Bodegraven-Reeuwijk wordt nog nader onderzocht. Bodegraven-Reeuwijk denkt constructief mee om waar mogelijk op incidentele basis capaciteit ter beschikking te stellen. Het Dagelijks Bestuur en de voorzitters van de bestuurlijke overleggen hechten er aan om desalniettemin de stap naar meer capaciteit nu te zetten.
pagina 2
4
Juridische- / financiële gevolgen Het Dagelijks Bestuur van de Regio Midden-Holland stelt voor het lopende begrotingsjaar 2023 het volgende voor: - Vanuit de lopende begroting van Regio Midden-Holland te starten met de voorgestelde aanvullende capaciteit. - Dekking voor deze extra kosten zal plaatsvinden door gebruik te maken van reserves welke voor dit doel binnen de begroting van de Regio Midden-Holland kunnen vrijvallen en het overschot vanuit de jaarrekening Regio Midden-Holland 2022. - Het DB en AB zal hiervoor de benodigde besluiten nemen. Voor 2024 geldt dat, mede op basis van de zienswijzen van de gemeenteraden, in het najaar (uiterlijk december 2023) een incidentele begrotingswijziging voor 2024 wordt voorgesteld aan de gemeenten om de capaciteit en de slagkracht van de regio Midden-Holland te verstevigen.
5
Personele- / organisatorische gevolgen / duurzaamheid / positie mensen met een beperking Dit is afhankelijk van de nog te nemen besluiten.
6
Communicatie / interactiviteit De vijf gemeenteraden zijn allemaal gevraagd een zienswijze op het BRE-rapport te geven, op basis waarvan het Dagelijks Bestuur in het najaar een voorstel kan doen om de capaciteit en de slagkracht van de regio Midden-Holland te verstevigen.
Bijlagen: 1. Onderzoek van Berenschot en de Rijksuniversiteit Groningen naar het Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem (BRE) van Regio Midden-Holland 2. Verzoek Dagelijks Bestuur Regio Midden-Holland om zienswijze 3. Overzicht van de voorgestelde aanvullende capaciteit 4. Concept zienswijzebrief Burgemeester en wethouders van Gouda, de secretaris, de burgemeester,
drs. R.C. Bakker
mr. drs. P. Verhoeve
pagina 3