raadsvoorstel wijziging verordening def.
Tekst van het document
collegevoorstel afdeling Maatschappelijk beleid
steller
gouda
D.D. Rexwinkel / S. Kastanja
13 december 2022
dossiernummer
telefoon
6695
31643385269
onderwerp
Wijziging inkomensgrens 130% voor kindpakket, Rotterdampas
Gevraagd besluit Het college van burgemeester en wethouders van Gouda besluit tot: 1.
De raad voor te stellen de verordening bevordering maatschappelijke participatie Gouda 2017 te wijzigen en daarmee te besluiten tot a. Het verhogen van de inkomensgrens van 120% naar 130% van de bijstandsnorm voor de regeling waarmee de Rotterdampas tegen het gereduceerde tarief kan worden verstrekt en het kindpakket kan worden toegekend. b. Het invoeren van een volwassenentegoed ter bevordering van maatschappelijke participatie voor inwoners met een laag inkomen tot de hiervoor onder a. bedoelde inkomensgrens van 130% van de bijstandsnorm; c.
Het overnemen van de door Rotterdampas ingevoerde nieuwe tariefstructuur voor de aanschaf van de Rotterdampas waarbij voor inwoners met een inkomen tussen de 130% en 150% van de bijstandsnorm een middentarief wordt ingevoerd, om die inwoners ook een gereduceerd tarief te bieden op de aanschafkosten van de Rotterdampas. De hoogte van dit middentarief wordt vastgelegd in nadere regels en wordt voor het pasjaar 2023 gesteld op 50% van het reguliere tarief.
d. deze wijzigingen vast te leggen in de verordening bevordering maatschappelijke participatie Gouda 2023. 2.
1.
De beleidsregels Bevordering maatschappelijke participatie Gouda 2023 vast te stellen. Deze beleidsregels treden niet eerder in werking dan nadat de verordening bevordering maatschappelijke participatie Gouda 2023, waarop deze beleidsregels zijn gebaseerd, door de raad wordt vastgesteld.
Inleiding
In het bestuursakkoord is afgesproken dat de inkomensgrens voor de meeste minimaregelingen naar 130% van de bijstandsnormen gaat en dat voor volwassenen met een laag inkomen een volwassenentegoed beschikbaar komt naar het model van het jeugdtegoed. Om dit te kunnen uitvoeren is het noodzakelijk om de regelgeving waarop deze minimaregelingen zijn gebaseerd te wijzigen. Voor wat betreft de verstrekking van de Rotterdampas en het kindpakket is dit geregeld in de Verordening bevordering maatschappelijke participatie Gouda 2017 en de Regeling bevordering maatschappelijke participatie Gouda 2017. Het vaststellen van de verordening is een raadsbevoegdheid. Het vaststellen van de regeling is een collegebevoegdheid. Voorgesteld wordt nu om de raad te verzoeken de verordening te wijzigen en om de beleidsregels vast te stellen op voorwaarde dat de verordening overeenkomstig het voorstel wordt gewijzigd.
In de verordening wordt aan het artikel waarbij de inkomensgrens wordt bepaald een extra artikel toegevoegd om het invoeren van de door de organisatie Rotterdampas doorgevoerde nieuwe tariefstructuur van het product Rotterdampas ook in Gouda mogelijk te maken. Op grond van dit artikel kan het college de Rotterdampas, zonder toevoeging van de extra regelingen voor minima, tegen een nieuw reductietarief aanbieden aan inwoners met een inkomen boven de grens voor minima (wordt 130%), maar onder de 150% van de bijstandsnorm. Ook wordt de verordening zodanig gewijzigd dat toekenning van een volwassenentegoed op de Rotterdampas mogelijk wordt. Het nieuwe pasjaar van de Rotterdampas start per 1 maart 2023. Om die reden wordt voorgesteld om deze wijzigingen in te laten gaan met ingang van het nieuwe pasjaar.
2.
Doel
Met de wijziging van de verordening en beleidsregels wordt het mogelijk om inwoners met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm van zowel de Rotterdampas, het kindpakket als het volwassenentegoed gebruik te laten maken. Daarmee wordt het voor financieel kwetsbare huishoudens makkelijker om mee te blijven doen. Tevens wordt een technische wijziging met betrekking tot de tariefstructuur van de verkoop voorgesteld om de nieuwe tariefstructuur van de Rotterdampas in te voeren. Daarmee kunnen huishoudens die niet tot deze doelgroep behoren, maar als lage middeninkomens kunnen worden gekwalificeerd, de Rotterdampas aanschaffen voor de helft van de standaard prijs. Hiermee worden de aanschafkosten voor gezinnen lager en daarmee de pas bereikbaarder. Op de passen die aangeschaft zijn tegen het middentarief worden geen minimaregelingen geladen. Met deze tegemoetkoming in het aanschaftarief wordt op een laagdrempelige manier ondersteuning gegeven aan Goudse inwoners met een (laag) middeninkomen, die (net) niet gebruik kunnen maken van de minimaregelingen.
3.
Argumenten
3.1 Argumenten bestuursakkoord In het bestuursakkoord is afgesproken dat de inkomensgrenzen voor de minimaregelingen naar 130% van de bijstandsnorm worden opgetrokken en dat er een tegoed voor volwassenen wordt ingevoerd, dit naar het model van het jeugdtegoed. Met het vaststellen van het Winterplan is vervolgens door het college besloten om dit zo snel mogelijk door te voeren. Met het huidige voorstel voor wijziging van de verordening en beleidsregels wordt hieraan uitvoering gegeven. Een voorziening voor de lage middeninkomens is niet gerelateerd aan het bestuursakkoord. Dit laatste is mogelijk geworden door een wijziging in de tariefstructuur van de Rotterdampas en maakt het aantrekkelijk om huishoudens laagdrempelig een steuntje in de rug te geven. Huishoudens met een inkomen tussen de 130% en de 150% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm kunnen de Rotterdampas aanschaffen voor een gereduceerd tarief en daarmee is het activiteitenaanbod van de pas aantrekkelijker. Deze introductie van het middentarief verhoogt het bereik van de Rotterdampas en draagt daarmee bij aan een groter aandeel van niet-minima met een pas. Een van de oorspronkelijke redenen om de Rotterdampas aan te bieden is dat deze niet-stigmatiserend is. Dit wordt versterkt met een groter aantal niet-minima die de pas heeft en gebruikt.
Bovendien past deze regeling bij de ambitie om iets te doen voor lage midden inkomens die hard geraakt worden door de huidige prijsstijgingen en minder bestedingsruimte. Hiermee wordt het voor deze groep betaalbaarder om de Rotterdampas aan te schaffen. De Rotterdampas biedt vervolgens volop mogelijkheden om gratis of met korting leuke dingen te doen, kortom, mee te doen. 3.2 Argumenten juridisch Het verstrekken van het jeugdtegoed en het nieuw in te voeren volwassenentegoed is een vorm van ondersteuning van inwoners enkel en alleen op grond van hun inkomen, dit valt te kwalificeren als categoriale bijzondere bijstand. De Participatiewet sluit het verstrekken van categoriale bijzondere bijstand uit met uitzondering van het verstrekken van een stadspas. Om deze reden is het hele pakket van stadspas met reductie, het kindpakket en de tegoeden gebaseerd op de bevoegdheid van de raad om beleid op de aanpak van armoede en schulden te formuleren. Om deze reden is de grondslag voor deze minimaregeling gebaseerd op de gemeentewet en vastgelegd in een verordening. In de verordening is vastgelegd wat er aan ondersteuning wordt geboden en voor welke doelgroep. De inhoud van die ondersteuning is vastgelegd in beleidsregels en dit is een college bevoegdheid om die vast te stellen. Dit pagina 2
heeft als voordeel dat eventuele tarieven en de hoogte van de tegoeden kunnen worden aangepast aan de beschikbare financiële ruimte. In de verordening worden de volgende onderwerpen gewijzigd: - de inkomensgrens voor de doelgroep laag inkomen is gesteld op 130% van de bijstandsnorm; -
Om de nieuwe tariefstructuur van de Rotterdampas te kunnen implementeren, wordt een nieuwe doelgroep geïntroduceerd met een inkomen tussen de 130% en de 150% van de bijstandsnorm die de Rotterdampas tegen het middentarief kan aanschaffen en waarvoor de overige minimaregelingen niet van toepassing zijn;
-
het college stelt de hoogte van de verkooptarieven vast en de hoogte van de korting op het standaardtarief. Met deze bevoegdheid wordt het voor het college ook mogelijk om de korting voor de eventuele tussengroep weer op nul te stellen als blijkt dat er onvoldoende budgettaire ruimte is.
-
de grondslag voor toekenning van een jaarlijks tegoed voor volwassenen wordt ingevoerd. De hoogte van het jaarlijkse tegoed kan door het college worden vastgesteld;
-
in de tenaamstelling wordt 2017 gewijzigd in 2023.
In de beleidsregels worden de volgende onderwerpen gewijzigd: -
nadere bepaling voor de vaststelling van de hoogte van de reductietarieven;
-
de nadere regels met betrekking tot de hoogte van het jaarlijkse volwassenentegoed en de producten waaraan dit kan worden besteed. Voor dat laatste sluiten we zoveel mogelijk aan bij de producten die met het jeugdtegoed kunnen worden aangeschaft en zoeken we in eerste instantie zoveel mogelijk aansluiting bij de bestedingsmogelijkheden van het “AOW-tegoed” in Rotterdam. Vervolgens wordt ingezet op uitbreiding om deelname aan culturele activiteiten mogelijk te maken;
-
enkele technische wijzigingen met betrekking tot de tegemoetkoming voor schoolkosten en de tegemoetkoming voor de peuteropvang om die in lijn te brengen met de bekostiging van de kinderopvang zoals die momenteel van kracht is.
3.3 Argumenten communicatie/participatie De participatie voor deze wijziging is beperkt. Mede omwille van de gevraagde snelheid is met de GASD afgesproken dat voor de verhoging van deze inkomensgrens geen advies en participatietraject wordt gevolgd. Zodra de wijzigingen in de verordening en beleidsregels definitief zijn, volgt vanzelfsprekend bekendmaking volgens de geëigende kanalen en publicatie van de regels. Ook zal dan extra worden ingezet op het informeren van maatschappelijke partners over deze wijzigingen en zal in de lokale (sociale) media hierover worden gepubliceerd. 3.4 NVT
Argumenten met betrekking tot mensen met een handicap/beperking
3.5 NVT
Argumenten op basis van duurzaamheid
3.6 Argumenten mbt uitvoerbaarheid De verhoging van de inkomensgrens is voorzien bij het bestuursakkoord. In de praktijk zal dit leiden tot een hoger aantal aanvragen voor een Rotterdampas en kindpakket. In de uitvoering wordt geanticipeerd op een hoger aantal aanvragen. Als de bestedingsmogelijkheden van het jaarlijkse volwassenentegoed gelijk getrokken wordt met die van het jeugdtegoed en met de bestedingsdoelen van het AOW-tegoed zoals dat in Rotterdam wordt toegekend, is dit eenvoudig uit te voeren. Daarbij is weinig ruimte voor lokale afwijking met betrekking tot bestedingsdoelen en winkels waar het tegoed kan worden besteed. Onderzocht zal worden of het mogelijk is om het volwassenentegoed ook geldig te maken voor deelname aan culturele activiteiten. Voor de invoering van het nieuwe midden tarief voor de doelgroep met een inkomen tussen de 130% en de 150% wordt momenteel een werkproces ingericht.
pagina 3
4.
Kanttekeningen
4.1 Kanttekeningen en risico’s De regelingen voor inwoners met een laag inkomen zijn zogenaamde open-einde regelingen. Met de ophoging van de inkomensgrens naar 130% is een toename van het aantal aanvragers voorzien maar valt niet exact in te schatten hoe groot deze toename zal zijn. Daarmee bestaat het risico dat het budget dat hiervoor begroot is niet toereikend is. Dit geldt ook voor het invoeren van een middentarief voor de tussengroep. Het is niet goed mogelijk om de omvang van de doelgroep in te schatten. Doordat het college de hoogte van het middentarief kan bepalen, is dit risico te overzien. Het bieden van reductie op de aanschafkosten van de Rotterdampas voor de zogenaamde tussengroep is niet voorzien bij het bestuursakkoord. Het is een gevolg van de wijziging in de tariefstructuur door de organisatie Rotterdampas. Van de invoering af is er voor gekozen deze tariefstructuur in beginsel te volgen. Daarmee in beginsel dus ook wijzigingen in die tariefstructuur. De financiële gevolgen zijn niet begroot. Van de nieuwe tussengroep is geen goed beeld hoe groot deze is en ook niet in hoeverre het geboden reductietarief aantrekkelijk is. Anderzijds is het verbreden van het aantal pashouders dat niet tot de doelgroep minima behoort goed voor het imago van de pas en dit kan voor ondernemers aantrekkelijk zijn om meer activiteiten aan te bieden.
Hoe beter het aanbod, hoe meer pashouders van buiten Gouda het ook aantrekkelijk kunnen vinden om Gouda te bezoeken. Uit informatie van de Rotterdampas is gebleken dat in 2021, een jaar waarin veel corona-maatregelen van kracht waren, ten minste 3.350 pashouders van buiten Gouda in Gouda een activiteit met hun pas hebben gedaan.
5.
Financieel kader/businesscase/dekking
Het ophogen van de inkomensgrens en het invoeren van een volwassenentegoed zal leiden tot een toename van kosten. Deze kosten zijn voorzien bij het bestuursakkoord. In grote lijnen is ervan uitgegaan dat de totale groep gebruikers van deze voorziening met 20% stijgt en daarmee de huidige uitgaven voor de Rotterdampas en kindpakket eveneens 20% zullen stijgen. Voor het volwassenentegoed is rekening gehouden met een stijging van het totale aantal pashouders in de doelgroep volwassenen omdat de pas nu voornamelijk door inwoners met minderjarige kinderen wordt aangevraagd. Die stijging is afgeleid van de doelgroep die nu gebruik maakt van de collectieve zorgverzekering voor minima. Verwacht wordt dat het aantal volwassen pashouders met een laag inkomen zal stijgen met ongeveer 1.000 en dat zij ook allemaal recht zullen hebben op het jaarlijkse tegoed voor volwassenen. De totale meerkosten voor deze wijzigingen worden geschat op €300.000,- en dekking daarvoor is voorzien in de begroting bij het bestuursakkoord. De kosten die gepaard gaan met de doorvoering van de gewijzigde tariefstructuur bestaan uit het verschil tussen het inkooptarief van de pas dat door de organisatie Rotterdampas aan ons wordt doorberekend en het verkooptarief aan onze inwoners. De inkoopprijs per pas bedraagt €45,- per pas. De verkooptarieven zijn: categorie minima Midden standaard volwassenen
€5
€ 32,50
€ 65
kinderen < 18 jr
€0
€ 10
€ 20
Voor de minima en de tussengroep is dit verschil tussen inkoopprijs en verkoopprijs negatief terwijl het voor het reguliere tarief positief is. Stel dat 500 volwassenen en 800 kinderen de pas met het middentarief aanschaffen dan bedragen de extra kosten voor de gemeente €35.000,- Voorgesteld wordt om dit te dekken uit de middelen voor het Winterplan 2023 en bij de kadernota 2024 te bezien of dit tarief structureel wordt aangeboden aan Goudse inwoners.
6.
Vervolg/ planning / wijze van evaluatie
Om deze voorgestelde wijzigingen te kunnen vaststellen, dient de verordening te worden gewijzigd. Voorgesteld wordt aan de raad om dit bij hun besluitvormende vergadering van 8 februari 2023 vast te stellen. Normaal gesproken wordt voorafgaand aan dergelijke beleidswijzigingen aan de GASD en GCR advies over het beleid gevraagd. Omwille van de snelle invoering en beperkte beleidswijzigingen, hebben pagina 4
zij aangegeven af te zien van het adviestraject. Indien daar aanleiding voor is, kunnen zij op een later moment nog ongevraagd adviseren.
7.
Afgestemd met
Wethouder Tetteroo, Afdeling WnF, CJA, MBL, OSA en Financien.
pagina 5