Raadsvoorstel Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Groenalliantie Midden-Holland e.o.
Tekst van het document
raadsvoorstel afdeling Ruimtelijk beleid en advies
steller
gouda
A.C. van der Wal
31 oktober 2023
dossiernummer
telefoon
7572
14-0182
onderwerp
Wijziging GR Groenalliantie Midden-Holland e.o.
Gevraagd besluit Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad van de gemeente Gouda voor te besluiten: 1.
In te stemmen met de herziene gemeenschappelijke regeling Groenalliantie Midden-Holland e.o.
Toelichting De regeling Groenalliantie Midden-Holland e.o. (hierna: Groenalliantie) is getroffen ter behartiging van de bovengemeentelijke belangen inzake het beheer en de ontwikkeling van groengebieden binnen het werkgebied van de Groenalliantie, daaronder begrepen het behoud en de versterking van de groen- en recreatieve verbindingen, de landschappelijke kwaliteiten van en de biodiversiteit binnen de groengebieden, alsmede de bevordering van de leefbaarheid en de toeristische aantrekkingskracht daarvan. Per 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) op verschillende onderdelen gewijzigd. Deze wijziging heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen in relatie tot gemeenschappelijke regelingen te versterken. Om de kaderstellende en controlerende rol van de volksvertegenwoordiging beter in te kunnen vullen en de democratische legitimatie te verbeteren wordt met deze wetswijziging een aantal aanpassingen en aanvullingen geïntroduceerd op de al bestaande wettelijke bevoegdheden en instrumenten.
Een aantal van deze wijzigingen is reeds op 1 juli 2022 direct in werking getreden, maar een ander deel dient binnen twee jaar na inwerkingtreding van de Wgr (en dus uiterlijk voor 1 juli 2024) geïmplementeerd te worden in alle gemeenschappelijke regelingen. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen die zijn doorgevoerd in de GR, zijn de volgende: Zienswijze voor besluiten Afspraken over participatie Actieve informatieplicht Afspraken over evaluatie Afspraken over uittreding Het Algemeen Bestuur van de Groenalliantie heeft op 11 oktober 2023 ingestemd met de herziene gemeenschappelijke regeling Groenalliantie Midden-Holland e.o. In de bijlagen zijn de volgende documenten toegevoegd: 1. Herziene gemeenschappelijke regeling Groenalliantie Midden-Holland e.o. 2. Overzicht wijzigingen GR Groenalliantie Midden-Holland e.o.
1
Nadere uitleg op gevraagd besluit Voorliggend voorstel bevat een concept regeling waarin de benodigde wijzigingen voor 1 juli 2024 zijn opgenomen. De gemeenschappelijke regeling Groenalliantie is een zogenaamde gemengde regeling waarbij de gemeenteraad een raadsbesluit neemt om akkoord te gaan met de voorgestelde wijzigingen. Derhalve wordt er niet om een zienswijze gevraagd zoals bij
andere regelingen waarbij bijvoorbeeld het college van burgemeester en wethouders het uiteindelijke besluit neemt.
2
Argumenten
1.1 Er zijn belangrijke wijzigingen doorgevoerd in de GR om de kaderstellende en controlerende rol van de raad beter in te kunnen vullen en de democratische legitimatie te verbeteren. a. Zienswijze voor besluiten: Er is een verplichting geïntroduceerd om in de gemeenschappelijke regeling afspraken te maken over welke besluiten van het bestuur van een gemeenschappelijke regeling vatbaar zijn voor een zienswijze aan de gemeenteraden. Hierdoor wordt het voor gemeenteraden mogelijk hun opvatting te geven over een voorgenomen besluit. In de gemeenschappelijke regeling kan ook worden afgesproken dat geen besluiten vatbaar zijn voor een zienswijze van de gemeenteraden, maar dat is dan een keuze waar de gemeenteraden bij het voorleggen van de wijzigingsregeling mee in dienen te stem men (art. 1 Wgr). Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 30 van de GR. Hierin is uitgewerkt dat ten aanzien van besluiten door het algemeen bestuur die ingrijpende ruimtelijke wijzigingen tot gevolg hebben of kunnen hebben, de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaand aan het te nemen besluit, een zienswijze naar voren kunnen brengen. b. Afspraken over participatie: In elke regeling dient te worden opgenomen op welke wijze burgers de mogelijkheid krijgen tot inspraak over bepaalde onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd.
Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 21 en 22 van de GR. Hierin is uitgewerkt dat het dagelijks bestuur bij besluiten over ontwikkelingen aangaande de fysieke leefomgeving beslist of de mogelijkheid tot burgerparticipatie wordt aangeboden. c. Actieve informatieplicht: Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft een actieve informatieplicht over wat er binnen de regeling speelt. In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over de wijze waarop deze informatie wordt aangeleverd. Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 20 van de GR. Hierin is uitgewerkt dat het bestuur via twee manieren informatie die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken, kunnen delen. Namelijk via 1) een rechtstreekse schriftelijke verzending aan de raden van de deelnemende gemeenten; of 2) via een mededeling in een raadsinformatiebijeenkomst bij alle deelnemende gemeenten. d. Afspraken over evaluatie: Het is verplicht om afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. De meerwaarde van een evaluatie is dat periodiek wordt stilgestaan bij het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. Waar de evaluatie specifiek op gericht moet zijn, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze, wordt niet voorgeschreven.
Er kan dus ook worden gekozen voor de afspraak om de regeling niet te evalueren, maar dit is dan een bewuste keuze waar de gemeenteraad bij het voorleggen van de wijzigingsregeling mee dient in te stemmen. Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 6 van de GR. Hierin is uitgewerkt dat het doel (zoals omschreven in artikel 4 van de regeling) wordt geëvalueerd. e. Afspraken over uittreding: Met het oog op mogelijke uittreding uit een gemeenschappelijke regeling kan niet langer worden volstaan met de afspraak dat het (algemeen) bestuur de uittredingsvoorwaarden vaststelt. Voortaan moeten in ieder geval afspraken worden gemaakt over de gevolgen voor het vermogen voor de rechtspersoon, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 42 t/m 49 van de GR. Hierin is, kortgezegd, uitgewerkt dat de gemeente die wenst uit te treden, eerst een voornemen tot uittreding kenbaar maakt, waarna een concept-uittredingsplan wordt opgesteld. In het concept uittredingsplan wordt de voorlopige uittreedsom opgenomen. Na ontvangst van dit concept-uittredingsplan kan de deelnemende gemeente die wenst uit te treden, een definitief besluit tot uittreden aan het algemeen bestuur doen toekomen, waarna een definitief uittredingsplan met een definitieve uittreedsom wordt vastgesteld.
In voornoemde artikelen staat voorts omschreven, hoe de (voorlopige) uittreedsom berekend dient te worden. 1.2 Het draagt bij aan het invoeren/verduidelijken van controle-instrumenten;
pagina 2
a. Bevoegdheden rekenkamercommissie worden uitgebreid. De rekenkamercommissie is bevoegd geworden onderzoek te doen naar de rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het samenwerkingsverband gevoerde bestuur als zodanig. Uitbreiding van bevoegdheid om naast het doen van onderzoek naar het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur, ook het door het samenwerkingsverband gevoerde bestuur te onderzoeken. b. Enquêterecht De bij een gemeenschappelijke regeling betrokken gemeenteraden krijgen een nieuw instrument in de zin van een regionale onderzoekscommissie. De nieuwe regionale onderzoekscommissie kan onderzoek doen naar het door het samenwerkingsverband gevoerde bestuur. c. Aanpassing van de begrotingscyclus Bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte uitgaven voor de gemeente of provincie die moeten worden verwerkt in de eigen begroting. Om gemeenteraden en Provinciale Staten meer positie te geven in de begrotingscyclus van een gemeenschappelijke regeling is ervoor gekozen de termijnen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting aan te passen. • • •
Kadernota: voor 30 april (i.p.v. 15 april) Ontwerpbegroting: uiterlijk 12 weken voor besluitvorming voor zienswijze aan gemeenteraden aanbieden (i.p.v. 8 weken) Begroting moet uiterlijk 15 september naar GS (i.p.v. 1 augustus)
1.3 De Gemeenschappelijke Regeling Groenalliantie is een gemengde regeling De gemeenschappelijke regeling Groenalliantie Midden Holland e.o. is een zogenaamde gemengde regeling waarbij de gemeenteraad een raadsbesluit neemt om akkoord te gaan met de voorgestelde wijzigingen. Derhalve wordt er niet om een zienswijze gevraagd zoals bij andere regelingen waarbij bijvoorbeeld het college van burgemeester en wethouders het uiteindelijke besluit neemt.
3
Kanttekeningen
3.1
Kanttekeningen Het oprekken van de wettelijke termijnen van de begrotingscyclus geeft uitdaging aan de besluitvormingsprocessen bij gemeenten. Het zienswijzeproces voor bijvoorbeeld de conceptbegroting komt uit in het zomerreces. Ook de latere oplevering van de jaarrekening heeft gevolgen voor de opname van informatie in de eigen jaarrekening, omdat de Verbonden Partijen daar onderdeel van uit maken,
4
Juridische- / financiële gevolgen Juridische gevolgen: De regeling moet wettelijk op 1 juli 2024 zijn gewijzigd. Financiële gevolgen: De aanpassing van de regeling heeft geen financiële gevolgen.
5
Personele- / organisatorische gevolgen / duurzaamheid / positie mensen met een beperking Personele- / organisatorische gevolgen: De gevolgen van de aanpassingen van de Wgr lijken beperkt te zijn. Zo was bijvoorbeeld het opvragen van zienswijzen al gangbaar bij de conceptbegroting en bij eerdere aanpassingen van de regeling.
6
Communicatie / interactiviteit Op grond van de Bekendmakingswet wordt de gemeenschappelijke regeling voor eenieder ter inzage gelegd en algemeen verkrijgbaar gesteld. De bekendmaking van de zakelijke inhoud van
pagina 3
de terinzagelegging vindt plaats in het Goudse Gemeenteblad. Volgens artikel 26 sub 1 van de Wgr is gemeente Gouda verantwoordelijk voor de publicatie van de wijzigingen. Artikel 26 sub 1 luidt: ‘Het gemeentebestuur dat daartoe bij de regeling is aangewezen onderscheidenlijk het bestuur van de gemeente van de plaats van vestiging maakt de regeling in alle deelnemende gemeenten bekend in het door dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad.’ Burgemeester en wethouders van Gouda, de secretaris, de burgemeester,
drs. R.C. Bakker
mr. drs. P. Verhoeve
pagina 4