raadsvoorstel.wijz.apv2020.docx
Tekst van het document
Raadsvoorstel afdeling Centraal juridische afdeling
steller
gouda
M.C.P. van Paassen
21 september 2021
dossiernummer
telefoon
5459
0182-589106
onderwerp
wijziging van de Algemene plaatselijke verordening 2020
Gevraagd besluit Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad van de gemeente Gouda voor te besluiten tot: 1. Het wijzigen van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020, conform het bijgevoegde concept-besluit.
Toelichting Op 11 november 2020 heeft de raad na een lang besluitvormingstraject de Algemene plaatselijke verordening 2020 vastgesteld. Deze verordening is op 1 december 2020 in werking getreden. Door het college is heeft aangegeven, dat de APV jaarlijks zal worden gewijzigd. Op die manier kan de APV 2020 up to date worden gehouden en kan de verordening flexibel worden ingezet als instrument om vraagstukken van openbare orde en veiligheid aan te pakken. Voorgesteld wordt om de APV te wijzigen conform het bijgevoegde concept-besluit.
1
Nadere uitleg op gevraagd besluit
De voorgestelde wijzigingen betreffen enkele inhoudelijke wijzigingen en een aantal (wets-)technische wijzigingen. De meest relevante inhoudelijke wijzigingen zien op de volgende onderwerpen: - vrijstelling verlenen voor het toestaan van het houden van proeverijen in slijterijen; - opnemen van een messenverbod; - opnemen van het verbod op carbidschieten. De (wets-)technische wijzigingen betreffen onder meer aanpassingen in verband met de Alcoholwet, die per 1 juli 2021 in werking is getreden en de Drank- en Horecawet heeft vervangen en nadere aanpassingen in verband met de vaststelling van de Verordening Fysieke Leefomgeving Gouda (VFLO); De wijzigingen zijn opgenomen in het bijgevoegde concept-raadsbesluit met een was/wordt-tabel. Deze tabel biedt een overzicht van de voorstelde wijzigingen. Daarin is per artikel de reden van de wijziging vermeld. In verband hiermee wordt de raad verzocht de APV 2020 te wijzigen. De planning is, dat de raad het voorstel in de raadscyclus van oktober 2021 behandelt en de wijziging op 3 november 2021 vaststelt.
2
Argumenten
2.1
Argumenten coalitieakkoord
Paragraaf 6 van het coalitieakkoord gaat over Leefbaarheid en veiligheid. Onder 6.3 Jeugdoverlast en criminaliteit is vermeld, dat de aanpak van jeugdoverlast een prioriteit blijft en dat in geval van delicten gepleegd door Goudse jongeren grenzen moeten worden gesteld. 2.2
Argumenten financieel
n.v.t. 2.3
Argumenten juridisch
Vrijstelling voor proeverijen in slijterijen (artikel 2:20a) Per 1 juli 2021 is de Alcoholwet in werking getreden en is de Drank- en Horecawet vervangen. Onder meer zijn de inrichtingseisen voor horeca-inrichtingen vervallen, omdat deze deels in het Bouwbesluit zijn geregeld, zoals ventilatie-eisen. Verder is doorverstrekking van alcohol door meerderjarigen aan minderjarigen strafbaar gesteld. Ook kunnen legaal minderjarige testkopers worden ingezet om te controleren of een slijterij of horeca-inrichting identiteitsbewijzen van kopers checkt. De Alcoholwet biedt vier mogelijkheden voor nieuwe regelgeving door gemeenten. Gemeenten moeten daarvoor regels in de APV of een andere verordening opnemen. 1. Toestaan van betaalde proeverijen in slijterijen Betaalde proeverijen bij slijters waren tot 1 juli 2021 niet toegestaan, maar de Alcoholwet maakt het mogelijk dat gemeenten bij verordening bepalen dat slijterijen proeverijen mogen organiseren. Gemeenten kunnen deze keuze maken, maar zijn hiertoe niet verplicht. Als gemeenten proeverijen toestaan, dan geldt dit voor alle slijterijen in de betreffende gemeente. Het Alcoholbesluit bevat nadere voorwaarden waaraan een proeverij moet voldoen.
Onder meer mag de proeverij slechts plaatsvinden buiten de normale openingstijden van de slijterij, maar wel binnen de tijden waarop de slijterij bij of krachtens de Winkeltijdenwet geopend mag zijn. Er mag per slijterij slechts één proeverij per dag en maximaal drie proeverijen per week worden georganiseerd. Ook mag de slijterij tijdens of na afloop van de proeverij alleen die drank voor thuisgebruik verkopen die tijdens de proeverij wordt geschonken. De verkoop van andere soorten drank tijdens of na afloop van de proeverij is niet toegestaan. Voorgesteld wordt om proeverijen van alcoholhoudende dranken in slijterijen mogelijk te maken. Wijnwinkels vallen niet onder de in de Alcoholwet gehanteerde definitie van een slijtersbedrijf en mogen om deze reden geen proeverijen organiseren. Om toch van deze mogelijkheid gebruik te kunnen maken zal de wijnwinkel een horeca- of slijtersbedrijf moeten worden. Met de wijnwinkels die hier belangstelling voor tonen zullen de mogelijkheden bekeken worden. 2. Aanwijzing van alcohol overlastgebieden In het kader van aantasting van de openbare orde kan het schenken en het verkopen van zwakalcoholhoudende drank worden beperkt in aangewezen delen van de stad en binnen bepaalde tijden. Voorstel is om hiertoe niet over te gaan. Er zijn reeds gebieden aangewezen, waar geen alcohol mag worden gebruikt. 3.
Verplicht stellen leidinggevende ivm alcoholgebruik op vaar- en voertuigen De gemeente kan de aanwezigheid van een persoon met een verklaring sociale hygiëne verplicht stellen op boten en voertuigen, waar alcohol wordt gebruikt, zoals bierfietsen en bierboten. Voorstel is om hiertoe niet over te gaan omdat hiermee geen problemen in Gouda zijn en er reeds een verbod voor het gebruik van alcohol in diverse gebieden in Gouda geldt, waaronder het centrum. 4. Vaststellen van een minimale vloeroppervlakte. De Alcoholwet stelt de eis van 35 m2 als minimale vloeroppervlakte van openbare inrichtingen. De gemeente mag een hoger minimum oppervlakte vaststellen om een stijging van het aantal alcoholverkooppunten in zeer kleine inrichtingen te voorkomen. Opnemen van een messenverbod (artikel 2:28a) Het aantal steekincidenten waarbij jongeren betrokken zijn, neemt de laatste jaren landelijk gestaag toe. Bij een recent incident in Rotterdam is één van de betrokken jongeren om het leven gekomen en ook eerder zijn jonge, dodelijke slachtoffers gevallen door steekincidenten. Denkbaar is, dat dergelijke steekincidenten onder jongeren in Gouda voorkomen. Daarom is het gewenst om een messenverbod in pagina 2
de APV op te nemen, met als duidelijke norm, dat het gebruik van messen en ‘gewone’ voorwerpen als wapens wordt niet getolereerd. Het opnemen van een artikel in de APV maakt het mogelijk om het bezit van messen en andere voorwerpen, die als wapens (kunnen) worden gebruikt, strafrechtelijk en bestuursrechtelijk aan te pakken. De burgemeester wijst vooraf gebieden aan, waar het messenverbod geldt. Voor zover de messen onder het bereik van de Wet wapens en munitie vallen, is deze wet van toepassing. Zie de kanttekening bij punt 4. Opnemen van het verbod op carbidschieten (2:39a en 2:39b) Dit betreft een toezegging van de portefeuillehouder aan de raad om dit verbod in de APV op te nemen na het vervallen van de Tijdelijke verordening verbod carbidschieten Gouda. (Wets-)technische wijzigingen De VFLO is op 1 januari 2021 in werking getreden. Een aantal APV-artikelen is op dat moment overgegaan naar de VFLO. De achtergebleven APV-artikelen zijn van een doorlopende nummering voorzien. Er zijn enkele nadere aanpassingen van de APV vereist, onder meer bepalingen over de beslistermijnen, overgangsrecht en de strafbaarheid van artikelen. Verder is vereist om de verwijzingen naar de Drank- en Horecawet om te zetten naar de Alcoholwet in verband met deze wetswijziging. De VNG heeft dit jaar geen update van de model-APV verzorgd.
Wel heeft de VNG een beperkt aantal technische wijzigingen in de model-APV aangebracht. Deze zijn in de wijziging verwerkt. Colorverbod (artikel 2:28; blijft ongewijzigd) Via amendering is eind 2020 het zogenaamde colorverbod in de APV 2020 opgenomen, conform de modelverordening van de VNG. Dit verbod ziet op het dragen van kleding en andere zichtbare uitingen van een organisatie, als de organisatie verboden is verklaard door een rechter. Deelneming aan de voortzetting van dergelijke organisaties, waaronder uiterlijk vertoon kan worden begrepen, is strafbaar gesteld in artikel 140, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Deze strafbaarstelling geldt echter pas op het moment dat de uitspraak van de rechter onherroepelijk (definitief) is geworden. Zolang de mogelijkheden van hoger beroep en cassatie tegen een uitspraak van een rechter openstaan en het hoger beroep en/of cassatie niet zijn afgewikkeld, kan tegen het dragen van kleding of andere zichtbare uitingen niet op grond van het Wetboek van Strafrecht handhavend worden opgetreden. Vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid achtte de raad het niet acceptabel dat nadat een organisatie door een rechter verboden is verklaard, in de publieke ruimte kleding wordt gedragen of andere uitingen zichtbaar zijn, die verband houden met de verboden en ontbonden organisatie.
Om te kunnen optreden tegen de aanwezigheid van zichtbare uitingen in de publieke ruimte, vanwege de impact die dat heeft op de openbare orde, is deze verbodsbepaling de APV opgenomen. Op basis hiervan kan tot handhaving worden overgegaan, als er in de publieke ruimte kleding of andere zichtbare uitingen van een organisatie worden gedragen, als de organisatie door een rechter, meestal een rechtbank, zijn verboden. Er zijn op dit moment geen ontwikkelingen in de jurisprudentie rondom dit thema. Wel ligt het wetsvoorstel Bestuurlijk verbod ondermijnende organisaties ter behandeling in de Eerste Kamer voor. De behandeling daarvan wordt naar verwachting in deze herfst ervolgd. Als ontwikkelingen daartoe aanleiding geven, wordt uiteraard bezien welke gevolgen dit heeft voor het colorverbod in de APV. 2.4
Overige beleidsinhoudelijke argumenten
n.v.t. 2.5
Argumenten communicatie/participatie
De communicatie over de APV-artikelen is een belangrijk punt. Om de inwoners van Gouda te informeren over de wijzigingen zal na besluitvorming in de raad gecommuniceerd worden over de APV in de Goudse Post. Op de website www.gouda.nl zal een pagina worden gewijd aan de APV met een verwijzing naar de APV, die op www.overheid.nl is geplaatst. 2.6
Argumenten met betrekking tot mensen met een handicap/beperking
n.v.t.
pagina 3
2.7
Argumenten op basis van duurzaamheid
n.v.t.
3
Kanttekeningen
3.1 kanttekening messenverbod Het messenverbod geldt niet voor het bezit van messen, dat in de Wet wapens en munitie strafbaar is gesteld. Het verbod geldt verder slechts voor messen, die geschikt zijn voor onmiddellijk gebruik als steekwapen en niet zijn ingepakt. Veel messen en andere voorwerpen waar letsel mee kan worden toegebracht vallen onder de strekking van de Wet wapens en munitie. Dit zijn onder meer stiletto’s, valmessen en vlindermessen, opvouwbare messen met meer dan 1 snijkant en messen met een lemmet van meer dan 28 centimeter. Het gemeentelijk verbod ziet dan onder meer op messen met een lemmet van 28 centimeter. Daarbij is nodig, dat toezichthouders over specialistische kennis van typen messen beschikken om te beoordelen of en zo ja op welke grondslag (APV of Wet wapens en munitie) er kan worden gehandhaafd, als er een mes bij een persoon wordt aangetroffen. Overigens geldt het verbod niet voor een mes, dat is bedoeld om fruit e.d. te schillen.
Bijlage 1: concept wijzigingsbesluit raad (met was-wordt tabel) Bijlage 2: concept gewijzigde APV 2020 Bijlage 3 :concept gewijzigde toelichting APV 2020 Bijlage 4: concept inhoudsopgave APV 2020 (na wijziging) Bijlage 5 : Model-APV (2021)
pagina 4