CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel verordening beslistermijn schuldhulpverlening.pdf

Raadsvergadering 6 oktober 2021, gemeente GoudaBij agendapunt: Verordening beslistermijnen schuldhulpverlening1.127 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel afdeling Maatschappelijk beleid

steller

Gouda

P. Scheffers

18 mei 2021

dossiernummer

telefoon

4879

0623956822

onderwerp

verordening beslistermijn schuldhulpverlening

Gevraagd besluit Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad van de gemeente Gouda voor te besluiten tot: 1. De ‘Verordening beslistermijn schuldhulpverlening 2021’ met de ingangsdatum 1 januari 2021 vast te stellen.

Toelichting 1.

Nadere uitleg op gevraagd besluit

1.1

Op 1 januari 2021 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) gewijzigd op diverse artikelen. De wijziging van de Wgs dient twee doelen, namelijk:  Betere ontsluiting van persoonsgegevens als middel om schuldhulpverlening effectiever te maken; Voor schuldhulpverlening is veel informatie nodig over de (financiële) situatie van de inwoner.  Vroegsignalering als wettelijke taak verankeren in de wet en gegevensuitwisseling tussen woningverhuurder en de gemeente, met als doel vroegsignalering, mogelijk maken. Daarnaast wordt de toegang van zelfstandigen tot de schuldhulpverlening verduidelijkt. De wet regelt dat inwoners met problematische schulden bij gemeenten terecht kunnen voor onder meer advies, schuldbemiddeling of een saneringskrediet. Het uitgangspunt is dat schuldhulpverlening breed toegankelijk is. Het transparant vaststellen in een verordening welke beslistermijn het college hanteert bij de toelating is eveneens opgenomen in de Wgs. Hiermee wordt aangegeven binnen welke termijn de gemeente na het eerste gesprek over de hulpvraag moet besluiten of iemand voor schuldhulpverlening in aanmerking komt. Dit is niet alleen wettelijk verplicht, maar ook van belang voor de inwoner. Met de verordening wordt het voor de inwoner duidelijk binnen welke termijn over toelating tot schuldhulpverlening wordt besloten.

Deze termijn mag volgens artikel 4a, derde lid, van de wet niet langer zijn dan acht weken. Dit is gelijk aan de maximale redelijke termijn die in artikel 4:13, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt gesteld. Een kortere beslistermijn vaststellen is wel toegestaan. In de regel wordt binnen zes weken na aanmelding beslist over de toelating. Globaal is het proces zo ingericht dat de inwoner zich aanmeldt voor schuldhulp. Binnen enkele werkdagen na aanmelding volgt telefonisch contact voor een korte screening en vraagverheldering. Als duidelijk is dat sprake is van een crisis volgt op zeer korte termijn de intake. Hiermee is gegarandeerd dat de ondersteuning aan een inwoner snel start, zoals door de raad is vastgesteld bij het amendement van 8 maart 2017.

Voor hulpvragen waarin geen sprake is van crisis, wordt binnen vier weken na de aanmelding een intakegesprek gepland. Na dit gesprek volgt in de huidige uitvoeringpraktijk binnen 1 week de beschikking met het besluit over toelating tot schuldhulp en een voorlopig plan van aanpak. 1.2

De verordening treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 januari 2021. Met het vaststellen van de verordening wordt invulling gegeven aan de wettelijke verplichting hiertoe. De overige wijzigingen in de Wgs, met name ten aanzien van de vroegsignalering van schulden, worden verwerkt in een nieuw beleidsplan Schuldhulpverlening. Deze wordt later dit jaar aan de raad voorgelegd.

1.3

De GASD heeft op 29 april 2021 op verzoek een advies uitgebracht over de verordening. Zij adviseert de verordening ongewijzigd vast te stellen.

2. Argumenten 2.1

Het college neemt met deze verordening, conform het coalitieakkoord, de nieuwe aanpak van de schuldhulpverlening nauwgezet verder ter hand. Met het vaststellen van de besluitvormingstermijn in een verordening wordt het huidige beleid voortgezet en wordt de dienstverlening transparanter. De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening verplicht gemeenten om een bij verordening te bepalen termijn op te nemen waarbinnen de gemeente na het eerste gesprek over de hulpvraag moet besluiten of iemand voor schuldhulpverlening in aanmerking komt. In de Wgs is een maximale termijn van acht weken opgenomen. Overschrijding van een in een verordening genoemde beslistermijn heeft als gevolg dat de gemeente in gebreke kan worden gesteld. Daar kan ook een dwangsom mee gemoeid zijn. Om dit risico zo veel mogelijk af te dekken is het wenselijk de termijn in de verordening zo ruim mogelijk te houden. Verwacht wordt echter dat in de meeste gevallen zes weken een haalbare termijn is. Het voorstel aan de raad is om, gezien de hierboven vermelde argumentatie, in te stemmen om in de verordening een beslistermijn van zes weken op te nemen. Uiteraard met daarbij het streven vanuit de schuldhulpverlening dat de termijn waarin de inwoner helderheid heeft zo kort mogelijk is, vooral in het geval van crisissituaties.

Op welke wijze dat wordt gerealiseerd, wordt meegenomen in de herijking van het beleidsplan schuldhulpverlening dat later dit jaar aan de raad wordt voorgelegd.

2.2

Navraag bij een aantal G40 gemeenten leert dat zij kiezen om in de verordening uit te gaan van 8 weken, maar een kortere termijn hanteren in de praktijk of het beleidsplan.

2.3

Het voorstel is voorgelegd aan de Goudse Cliëntenraad. Het positieve advies van 28 april 2021 is als bijlage toegevoegd.

3. Kanttekeningen 3.1

Door lang aanhoudende effecten van de coronacrisis kan een brede toegang tot schuldhulpverlening op termijn toe leiden dat de hoeveelheid financiële hulpvragen structureel toeneemt. Als de beslistermijn te kort is, is de kans groot dat dit te veel druk legt op de uitvoeringspraktijk. Als de gemeente geen beslissing kan nemen binnen de gekozen beslistermijn, dan kan de termijn één keer verlengd worden. De inwoner wordt binnen zes weken daarover geïnformeerd. Bij een kortere beslistermijn loopt de gemeente het risico dat de termijn pagina 2

vaker wordt overschreden. Dit leidt tot extra administratieve handelingen voor de uitvoering. Als de inwoner niet tijdig geïnformeerd wordt, kan hij bovendien een beroepschrift indienen en ook een dwangsom aanvragen. 3.2

Deze verordening gaat in op 1-1-2021 en heeft een werking met terugwerkende kracht. Dit is juridisch geen probleem, omdat de uitvoering met ingang van 1-1-2021 consequent deze beslistermijn toepast. Er ontstaat dus geen nadeel voor de inwoners op grond waarvan overgangsrecht nodig is. Of een langere beslistermijn in de toekomst wenselijk is kan beter eerst uit te praktijk blijken. Na een jaar maken we de balans op om te kunnen bepalen of de ervaringen uit de praktijk aanleiding geven tot verlenging van de beslistermijn.

4. Juridische- / financiële gevolgen Per 1 januari 2021 treedt de Wijziging Wet gemeentelijke schuldhulpverlening in werking (Stb. 239). De gewijzigde wet verplicht gemeenten, om een bij verordening te bepalen termijn op te nemen, waarbinnen de gemeente na het eerste gesprek over de hulpvraag moet besluiten of iemand voor een schuldenregeling in aanmerking komt. Voor wat betreft de termijn (van maximaal 8 weken) is aansluiting gezocht bij de redelijke termijn volgens art. 4:13 lid 2 Awb.

5. Personele- / organisatorische gevolgen / duurzaamheid / positie mensen met een beperking N.v.t.

6. Communicatie / interactiviteit Op de gangbare wijze wordt de verordening gepubliceerd. Daarnaast wordt, op basis van wijzigingen in de Wgs en met inbreng van de maatschappelijke partners, het GASD en ervaringsdeskundigen, een nieuw beleidsplan schuldhulpverlening opgesteld. Verwacht wordt dat deze in het najaar 2021 aan de raad wordt voorgelegd.

pagina 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=21de6749-b38b-4a99-8c60-5a0cb556645b