Raadsvoorstel Vaststellen belastingverordeningen 2024
Tekst van het document
raadsvoorstel afdeling Financiën
steller
gouda
F. Westerman
7 november 2023
dossiernummer
telefoon
7345
14-0182
onderwerp
Vaststellen belastingverordeningen 2024
Gevraagd besluit Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad van de gemeente Gouda voor te besluiten: 1.
Tot vaststelling van onderstaande verordeningen: 1. 2. 3a. 3b. 3c. 4. 5. 6. 7a. 7b. 8. 9. 10. 11. 12.
2.
Verordening havengelden 2024; Verordening hondenbelasting 2024; Legesverordening 2024; Tarieventabel behorende bij de legesverordening 2024; Definitie kruimel; Verordening marktgelden 2024; Verordening onroerende-zaakbelastingen 2024; Verordening parkeerbelastingen 2024; Verordening precariobelasting 2024; Tarieventabel behorende bij de verordening precariobelasting 2024; Verordening reinigingsheffingen 2024; Verordening rioolheffing 2024; Verordening staangeld 2024; Verordening toeristenbelasting 2024; Besluit gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid 2024.
Tot vaststelling van het Besluit gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid 2024.
Toelichting
1
Nadere uitleg op gevraagd besluit Bovenstaande verordeningen zijn een concrete invulling van hetgeen in de Programmabegroting 2024-2027 is vastgesteld. In de paragraaf Lokale heffingen van de Programmabegroting 2024-2027 is globaal aangegeven welke tariefsaanpassingen voor het jaar 2024 zullen worden voorgesteld. Voor veel heffingen wordt voorgesteld om deze te verhogen met het inflatiepercentage van 11,2%, te weten 3,9% inflatiecorrectie en 7,3% inflatie inhaalslag conform de kadernota 2024-2027. De financiële consequenties (=hogere/lagere opbrengst) van de tariefsaanpassingen zijn al verwerkt in deze begroting. Het aangenomen amendement ‘lastenverlaging 2024’ is verwerkt in dit voorstel. Het belastingtarief rioolheffing is hierop aangepast. De betreffende tarieven 2024 moeten nog worden vastgesteld. Verder dient de raad het Besluit gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid te actualiseren. Zoals gebruikelijk wordt aan de raad voorgesteld om de betreffende belastingverordeningen geheel opnieuw vast te stellen. Bij de redactie hiervan is zoveel mogelijk aangesloten bij de modelverordeningen van de VNG.
2
Argumenten
2.1
Argumenten Ad 1. Verordening havengelden 2024 De havengelden zijn met het inflatiepercentage van 11,2% verhoogd. Ad 2. Verordening hondenbelasting 2024 De tarieven van de hondenbelasting zijn met het inflatiepercentage van 11,2% verhoogd en luiden dan: Voor de 1e hond Voor iedere volgende hond
: € 90,00 : € 110,52
(2023: € 80,95) (2023: € 99,40)
Ad 3, 3a en 3b.
Legesverordening 2024, bijbehorende tarieventabel 2024 en definitie kruimel In verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is een geheel nieuwe legesverordening en tarieventabel voorbereid. De legestarieven zijn verhoogd met het inflatiepercentage van 11,2%. Als uitzondering hierop zijn een aantal tarieven uit hoofdstuk 1 van de tarieventabel niet verhoogd. De reden is dat voor deze tarieven een maximum geldt en het tarief reeds gelijk is aan dit maximum. Het betreft hier met name de leges voor reisdocumenten (paragraaf 1.2) en rijbewijzen (paragraaf 1.3). De verordening en tarieventabel 2024 is gebaseerd op de nieuwe modelverordening van de VNG. Deze modelverordening is immers afgestemd met een landelijke werkgroep en met een werkgroep van omgevingsdiensten voor de milieuleges en wordt dus breed gedragen. De grootste verschillen doen zich voor in het onderdeel dat betrekking heeft op de omgevingsvergunning (hoofdstuk 2). Nieuw is de splitsing van de huidige activiteit bouwen, in bouwactiviteiten en een ruimtelijke toets. Deze splitsing is noodzakelijk door de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, die gelijktijdig met de Omgevingswet in werking treedt. Deze Wet zorgt voor een indeling van bouwwerken in gevolgklassen. Voor bouwwerken in gevolgklasse 2 is het tarief gelijk aan het tarief in 2023.
Voor bouwwerken in gevolgklasse 0 en 1 geldt wettelijk alleen nog het tarief voor de ruimtelijke toets. Hierdoor treedt een opbrengstderving op. De huidige tarieven van de ruimtelijke toets zijn naar rato van de verlaging van de verhaalbare lasten verlaagd. Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet ontstaat de mogelijkheid leges te heffen voor milieubelastende activiteiten. Vooruit lopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de raad op 15 juni 2022 besloten om milieuleges te gaan heffen. Dit is verwerkt in de tarieventabel 2024 behorende bij de legesverordening 2024. De tarieven zijn afgeleid vanuit de kosten die Omgevingsdienst in rekening brengt voor de milieubelastende activiteiten. Deze kosten zijn als tarief in de tarieventabel 2024 opgenomen. Verder is als bijlage bij de legesverordening 2024 en bijbehorende tarieventabel de definitie kruimel toegevoegd. Door de invoering van de Omgevingswet is de omschrijving van wat onder een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit (kruimel) wordt verstaan niet meer opgenomen. Omdat een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit nog wel is opgenomen in de tarieventabel is de definitie als bijlage opgenomen. Ten slotte zijn de verwijzingen naar wet- en regelgeving gewijzigd. Door de vele wijzigingen en nieuwe artikelen is het dit jaar ondoenlijk alle wijzigingen aan te geven.
Kostenonderbouwing legestarieven uit legesverordening In verband met de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 en de gevolgen voor de legesverordening 2024 is de kostendekkendheid geactualiseerd. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van kostendekkendheid.nl. Dit is een webapplicatie die door een groot aantal gemeenten (meer dan 100) wordt gebruikt. In samenwerking met kostendekkendheid.nl en de diverse deelnemende gemeenten wordt de komende jaren meer onderzoek verricht naar de
pagina 2
kostendekkendheid van de leges. Het doel is een hogere kwaliteit van de legesproducten (snellere dienstverlening), meer transparantie en lagere kosten. Zoals in de begroting 2024-2027, paragraaf lokale heffingen, aangegeven wordt bij het vaststellen van de legesverordening 2024 een geactualiseerde kostendekkendheid bijgevoegd. Hoofdstuk 1 Algemene Dienstverlening Onderwerp legesverordening (bedragen x € 1.000) Hoofdstuk 1 - Algemene dienstverlening Paragraaf 1.1 - Burgerlijke stand Paragraaf 1.2 - Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Paragraaf 1.3 - Rijbewijzen Paragraaf 1.4 - Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens Paragraaf 1.5 - Gereserveerd Paragraaf 1.6 - Vastgoedinformatie Paragraaf 1.7 - Overige publiekszaken Paragraaf 1.8 - Gereserveerd Paragraaf 1.9 - Bijzondere wetten Paragraaf 1.10 - Diversen Totaal hoofdstuk 1
Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid
119 1.023 204 42 0 0 30 0 88 1 1.510
111 1.006 200 40 0 0 29 0 86 1 1.476
93,61% 98,35% 97,75% 95,21% 0,00% 0,00% 96,18% 0,00% 97,92% 92,82% 97,73%
Hoofdstuk 2 Omgevingswet Onderwerp legesverordening (bedragen x € 1.000) Hoofdstuk 2 - Omgevingswet Paragraaf 2.1 t/m 2.14 Totaal hoofdstuk 2
Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid
3.073 3.073
3.015 3.015
98,10% 98,10%
Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn Onderwerp legesverordening (bedragen x € 1.000) Hoofdstuk 3 - Europese dienstenrichtlijn Paragraaf 3.1 - Horeca Paragraaf 3.2 - Seksbedrijven Paragraaf 3.3 - Winkeltijdenwet Paragraaf 3.4 - Organiseren evenement Paragraaf 3.5 - Gereserveerd Paragraaf 3.6 - Huisvestingswet 2014 en Huisvestingsverordening Gouda 2023 Paragraaf 3.7 - Overige besluiten en in dit hoofdstuk niet benoemd besluiten Totaal hoofdstuk 3
Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid
44 1 0 73 0 0 0 120
24 1 0 47 0 0 0 73
55,42% 76,62% 0,00% 64,39% 0,00% 0,00% 0,00% 60,61%
Recapitulatie Recapitulatie Hoofdstuk 1, 2 en 3 (bedragen x € 1.000) Kostendekking Hoofdstuk 1 Kostendekking Hoofdstuk 2 Kostendekking Hoofdstuk 3 Kostendekking totale tarieventabel
Totale lasten Totale baten Kostendekkendheid 1.510 3.073 120 4.705
1.476 3.015 73 4.564
Voor de berekening van de kostendekkendheid is gebruik gemaakt van de 'Handreiking kostentoerekening leges en tarieven' (opgesteld in opdracht van het ministerie van Binnenlandse zaken) en van het kostenmodel van de VNG. Er mogen alleen kosten worden toegerekend die direct met de dienstverlening samenhangen. Alle directe lasten die op de betreffende taakvelden staan worden betrokken in de berekening. Het gaat hierbij om de taakvelden Burgerzaken, Openbare orde en veiligheid, Parkeren, Openbaar groen en (openlucht) recreatie, Milieubeheer en Wonen en bouwen. Directe kosten zijn bijvoorbeeld; kosten voor afdrachten van rijksleges voor rijbewijzen en reisdocumenten, inzet van de medewerkers van de Omgevingsdienst, perceptiekosten (kosten heffen en invorderen) maar ook automatiseringskosten en uren van medewerkers die direct kunnen worden toegerekend aan de betreffende producten.
pagina 3
97,73% 98,10% 60,61% 97,03%
In de kolom opbrengsten staan de legesinkomsten van de betreffende dienstverlening. Wanneer de opbrengsten worden afgezet tegen de kosten resulteert de kostendekkendheid. Een kostendekkendheid van minder dan 100% betekent dat de geraamde lasten hoger zijn dan de geraamde baten. In de tabel is per heffing, met uitzondering van hoofdstuk 2, de mate van kostendekkendheid voor het begrotingsjaar aangegeven. Het is van belang dat de totale legesverordening de 100% kostendekkingsnorm niet overschrijdt. De maximale kostendekkendheid van 100% geldt dus niet per tarief. Door kruissubsidiëring binnen hoofdstukken van de legesverordening is het mogelijk om de 'winst' van bepaalde legesproducten te gebruiken om het 'verlies' op andere producten te dekken. Uit de tabel blijkt dat de geraamde baten van de verordening niet uitgaan boven de totale geraamde lasten van de verordening. Dit geldt ook wanneer de drie hoofdstukken in de legesverordening individueel worden bekeken. Hoofdstuk 1 is voor 97,73% kostendekkend. Er is weinig ruimte om de tarieven te verhogen omdat de opbrengsten voornamelijk worden veroorzaakt door de paspoorten en rijbewijzen. Deze tarieven zijn momenteel gelijk aan de maximaal toegestane hoogte. Hoofdstuk 2 is voor 98,10% kostendekkend. De Omgevingswet is een nieuwe wet die per 1 januari aanstaande in werking treedt.
Gedurende het jaar zal gemonitord worden wat de gevolgen zijn voor de aanvragen ten aanzien van dit hoofdstuk. Het is daarom niet per paragraaf gespecificeerd. Hoofdstuk 3 is voor 60,61% kostendekkend. Het betreft echter een klein onderdeel van de legesverordening. Veelal vergunningen met een maatschappelijke betekenis en dat is bij veel gemeenten niet kostendekkend. Ad 4. Verordening marktgelden 2024 De marktgelden zijn met het inflatiepercentage van 11,2% verhoogd. Ad 5. Verordening onroerende-zaakbelasting 2024 Alle onroerende zaken worden jaarlijks, op grond van de Wet waardering onroerende zaken (wet WOZ), opnieuw gewaardeerd. Ook in 2024 wordt voor alle onroerende zaken in Gouda een nieuwe waardebeschikking (WOZ-beschikking) afgegeven. Deze waardebeschikking stelt een waarde vast op basis van de waardepeildatum 1 januari 2023 en wordt gehanteerd voor de belastingaanslagen 2024. In 2023 werd de waarde van de onroerende zaken bepaald per waardepeildatum 1 januari 2022. Op basis van de stand van de hertaxatie per 31 oktober 2023 blijkt dat zich tussen de waardepeildata (1 januari 2022 en 1 januari 2023) de volgende waardeontwikkeling heeft voorgedaan: De WOZ-waarde van de categorie woningen is gemiddeld met 2,1% gestegen en de WOZwaarde van de categorie niet-woningen is gemiddeld met 0,7% gestegen. Zoals aangegeven betreft het een gemiddelde waardeontwikkeling.
Op het niveau van individuele objecten kunnen zich substantiële afwijkingen voordoen. Zoals gebruikelijk wordt bij de tariefvaststelling van de OZB rekening gehouden met de waardeontwikkeling van de onroerende zaken tussen de twee waardepeildata. Bij het bepalen van het tarief voor 2024 wordt uitgegaan van de begrote opbrengsten van 2023 inclusief een inflatiecorrectie van 11,2%. Bij het bepalen van het tarief voor de niet-woningen wordt (sinds 2017) rekening gehouden met een opslag van 7% ten behoeve van het Ondernemersfonds. In 2016 is besloten om dit fonds in ieder geval tot 2021 voort te zetten. In de raad van 8 december 2021 is besloten om het fonds met vijf jaar te verlengen tot en met 2026. De opslag blijft ongewijzigd.
pagina 4
Rekening houdend met de in de Programmabegroting 2024-2027 geraamde OZB opbrengst en de waardeontwikkeling van de objecten tussen de twee peildata wordt aan de raad voorgesteld om voor 2024 de navolgende tarieven voor de OZB vast te stellen:
Eigendom woning Gebruik niet-woning Eigendom niet-woning
2024 0,0916% 0,3039% 0,3810%
2023 0,0841% 0,2752% 0,3451%
Ad 6. Verordening parkeerbelastingen 2024 Het tarief voor de naheffingsaanslag is wettelijk gemaximeerd. Voor 2024 is het kostenelement dat gemeenten in rekening mogen brengen bij de naheffingsaanslag parkeerbelasting verhoogd met € 3,80 tot € 76,60. Dit bedrag mag alleen in rekening worden gebracht als de kosten voor de handhaving hoger zijn dan de opbrengsten van de naheffingsaanslagen. Sinds april 2022 maakt Gouda gebruik van de scanauto van Parkeerservice. Hierdoor is het aantal naheffingsaanslagen toegenomen en daarmee ook de opbrengst naheffingsaanslagen. Als gevolg daarvan liggen de berekende kosten per naheffingsaanslag lager dan het wettelijk vastgestelde bedrag van € 76,60, namelijk € 56,00. De raad wordt daarom voorgesteld het bedrag naheffingsaanslag voor 2024 aan te passen naar € 56,00. Hoe het bedrag van € 56,00 is berekend is uiteen gezet in artikel 9 van de verordening. Door de berekening op te nemen in de verordening is het voor een ieder kenbaar en kan daar in het kader van bezwaar en beroep naar verwezen worden. Op 17 mei 2023 heeft de raad de nota grote en zware voertuigen en wijkmobiliteitsplannen (6874) vastgesteld. Dit houdt ook in dat begin 2024 een gewijzigde parkeerverordening en parkeerbelastingverordening zal worden ingediend waarin het vastgestelde wijkmobiliteitsplan Binnenstad is verwerkt. Ad 7a en 7b.
Verordening precariobelasting en bijbehorende tarieventabel 2024 De precariobelasting wordt ten opzichte van 2023 verhoogd met het inflatiepercentage van 11,2%. Ad 8. Verordening reinigingsheffing 2024 Afvalstoffenheffing: Vanaf 2019 bestaat de afvalstoffenheffing uit een vast tarief (voor 2024 bepaald op € 347,16) en een variabel tarief. Het vaste tarief voor afvalstoffenheffing is met 8% verhoogd als gevolg van de gestegen kosten voor afvalinzameling. De kosten voor afvalinzameling zijn hoog, maar zullen ook de komende jaren stijgen als gevolg van prijsstijgingen bij Cyclus (een onderneming die het afval inzamelt voor Gouda), een verlaging van de vergoeding voor ingezameld afval, omgekeerd inzamelen etc. Sinds 2018 wordt in het kader van tariefdifferentiatie bij afval het aantal aanbiedingen van restafval door huishoudens gemeten. Het aantal aanbiedingen in 2023 is bepalend voor het variabele tarief van de afvalstoffenheffing in 2024. Het gemiddeld aantal aanbiedingen, (gebaseerd op een 60 liter afvalzak) voor 2023, is, evenals in 2022, geraamd op 30. Naar verwachting zal het gemiddelde te betalen bedrag voor het variabele tariefdeel 2024 uitkomen op € 45,--.
Evenals voorgaande jaren is in de verordening reinigingsheffingen 2024, overeenkomstig het raadsbesluit van 8 maart 2017 en de nadere uitwerking zoals verwoord in een memo aan de raad van 17 oktober 2017, een vrijstellingsbepaling opgenomen die bepaalt dat belastingplichtigen die vanwege chronische ziekte of aandoening een substantiële hoeveelheid medisch afval aanbieden worden gecompenseerd door middel van het toepassen van een korting op het aantal keren dat restafval wordt aangeboden. Deze compensatie bedraagt maximaal € 75,00.
pagina 5
Reinigingsrechten: De tarieven voor bedrijfsafval zijn met het inflatiepercentage van 11,2% verhoogd. Ad 9. Verordening rioolheffing 2024 De tarieven voor de rioolheffing zijn gebaseerd op het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) 2019-2023 zoals in maart 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. In mei 2023 is in de commissie fysieke leefomgeving gesproken over de evaluatie van het GRP 2019-2023. Inmiddels wordt gewerkt aan een nieuw Water- en Rioleringsplan (WRP). Tijdens de Begrotingsraad op 8 november 2023 is het amendement ‘lastenverlaging 2024’ aangenomen. De begrote opbrengst uit de rioolheffing wordt voor 2024 verlaagd met een bedrag van € 900.000. Hierdoor kan het tarief rioolheffing naar beneden worden bijgesteld tot € 287,45 voor een eigenaar en € 242,64 voor een gebruiker. (in plaats van respectievelijk € 301,15 en € 254,16) Dit leidt voor 2024 tot onderstaande tarieven:
rioolheffing gebruikersdeel tot en met 400m 3 rioolheffing eigenarendeel rioolheffing eigenarendeel zonder huishoudelijk afvalwater of bedrijfsafvalwater
2024 € 242,64 € 287,45 € 28,74
2023 € 218,25 € 258,50 € 25,85
Ad 10. Verordening staangeld 2024 Zoals al in de paragraaf Lokale heffingen is aangegeven, worden de tarieven van het staangeld verhoogd met het percentage van de maximale jaarlijkse huurverhoging voor woonwagenstandplaatsen, zijnde 3,1%. (bron:https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/woning-huren/vraag-en-antwoord/maximalehuurverhoging-2023) De verordening staangelden geldt voor locaties zonder huurovereenkomst. Ad 11. Verordening toeristenbelasting 2024 Het tarief van de toeristenbelasting is opgehoogd met het inflatiepercentage van 11,2%. Daarmee komt het tarief uit op € 1,86 per overnachting. Ondernemers krijgen aan het begin van het jaar een voorlopige aanslag. Deze mag in meerdere maandelijkse termijnen worden betaald. De definitieve aanslag volgt na afloop van het belastingjaar. Ad 12. Besluit gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid Met ingang van 2019 is het niet meer mogelijk om volledige kwijtschelding te krijgen van de aanslag afvalstoffenheffing. Overeenkomstig het raadsbesluit van 8 maart 2017 en de nadere uitwerking zoals verwoord in een memo aan de raad van 17 oktober 2017 is het door de raad op 12 december 2012 vastgestelde kwijtscheldingsbesluit in 2019 aangepast: voor het vaste tarief blijft de mogelijkheid bestaan om volledige kwijtschelding te krijgen en voor het variabele tarief geldt een maximum van € 75,00.
Om te beoordelen of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding wordt gekeken naar inkomen en spaargeld (vermogen). In de uitvoeringsregeling invorderingswet is onder andere geregeld welk bedrag aan financiële middelen bij het verlenen van kwijtschelding niet tot de bezittingen wordt gerekend. De raad kan besluiten om het bedrag aan financiële middelen dat niet wordt meegeteld bij de berekening van het vermogen, op een hoger bedrag vast te stellen. Het toegevoegde artikel 3 in het besluit gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid regelt dat iemand met een kleine buffer (spaargeld) toch nog recht heeft op kwijtschelding. Overzicht woonlasten Onderstaande tabel geeft de lastendruk in Gouda voor het jaar 2024 aan in vergelijking met de tariefstelling 2023 voor zowel een eigenaar-gebruiker als een huurder op basis van de in dit voorstel aan de raad voorgelegde tarieven. Zoals gebruikelijk in het woonlastenoverzicht
pagina 6
worden hierbij de onroerende zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffingen betrokken. Voor de berekening van de onroerende zaakbelastingen is hierbij voor het jaar 2023 uitgegaan van een woning met een WOZ-waarde van € 276.000,-- per waardepeildatum 1 januari 2022. Voor 2024 wordt uitgegaan van een woning met een WOZ-waarde van € 282.000,-- per waardepeildatum 1 januari 2023 (= WOZ-waarde 01-01-2023 + 2,1%). Het aangenomen amendement ‘lastenverlaging 2024’ zorgt er voor dat de woonlasten minder stijgen dan eerder in de begroting aangegeven. eigenaar/gebruiker 2024
2023
OZB eigenaar
€ 258,31
€ 232,11
Afvalstoffenheffing
€ 392,16
€ 363,05
Rioolheffing eigenaar
€ 287,45
€ 258,50
Rioolheffing gebruiker
€ 242,64
Totaal
€ 1.180,56
huurder 2024
2023
€ 392,16
€ 363,05
€ 218,25
€ 242,64
€ 218,25
€ 1.071,91
€ 634,80
€ 581,30
Opgemerkt wordt nog dat in de aanslagoplegging overeenkomstig de wettelijke bepalingen de WOZ-waarden worden afgerond op € 1.000,--.
3
Kanttekeningen
3.1
Kanttekeningen 3.1 Ozb tarieven De tarieven voor de onroerende-zaakbelastingen zijn afhankelijk van de ontwikkeling van de WOZ-waarde. Bij het opmaken van de programmabegroting 2024-2027 was de waardeontwikkeling van de WOZ-objecten in Gouda nog niet bekend. De ozb tarieven, vermeld in de paragraaf lokale heffingen onder ‘overzichten’ zijn dan ook gebaseerd op een schatting van de landelijke waardeontwikkelingen. De belastingtarieven vermeld in de belastingverordening zijn gebaseerd op de stand van de hertaxatie per 31 oktober 2023. De herwaardering is op dit moment nog niet afgerond. Er vindt met de BSGR regelmatig afstemming plaats over de waardeontwikkeling. Als uitkomsten van de herwaardering daartoe aanleiding geven zullen de nu voorgestelde tarieven nog worden aangepast in het definitieve raadsvoorstel, zodat de geraamde opbrengsten gerealiseerd worden. Een dergelijke aanpassing leidt niet tot een aanpassing van de lastendruk.
4
Juridische- / financiële gevolgen Indien de verordeningen niet in de raadsvergadering van 13 december 2023 worden vastgesteld, kunnen de nieuwe tarieven niet met ingang van 1 januari 2024 worden toegepast. De financiële consequenties van de tariefsaanpassingen zijn verwerkt in de Programmabegroting 2024-2027.
5
Personele- / organisatorische gevolgen / duurzaamheid / positie mensen met een beperking N.v.t
pagina 7
6
Communicatie / interactiviteit Na vaststelling door de raad liggen de betreffende verordeningen ter inzage en worden ze bekendgemaakt in het Gemeenteblad. Ook vindt publicatie plaats in de Goudse Post. De vastgestelde verordeningen zijn vanaf 2024 te raadplegen op www.overheid.nl en op www.bsgr.nl.
Burgemeester en wethouders van Gouda, de secretaris, de burgemeester,
drs. R.C. Bakker
mr. drs. P. Verhoeve
pagina 8