Raadsvoorstel Uitvoeringsplan Onderwijshuisvesting 2026-2030 2e tranche IHP
Tekst van het document
raadsvoorstel afdeling
telefoon
gouda
Vastgoed, grondzaken en ontwikkeling
140182
15 april 2025
zaaknummer
1398074 onderwerp
Uitvoeringsplan Onderwijshuisvesting 2026-2030 2e tranche IHP
Gevraagd besluit Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad van de gemeente Gouda voor te besluiten: 1. Het Uitvoeringsplan onderwijshuisvesting 2026-2030 2e tranche IHP (Uitvoeringsplan 2 IHP) vast te stellen. 2. Kennis te nemen van de projecten in de doorkijk voor de periode 2031-2040 en de intentie uit te uitspreken om dit als basis te hanteren voor concrete uitwerking en verdere besluitvorming in een Uitvoeringsplan onderwijshuisvesting 3e tranche IHP 2031- 2035. 3. Ruimte te bieden om alternatieve financiering in combinatie met een garantstelling in te zetten voor de realisatie van het project Driestar Alfa uit het Uitvoeringsplan 2 IHP, om zodoende versnelling te bewerkstelligen binnen het uitvoeringsplan. 4. Voor de realisatie en versnelling van het project Driestar Alfa het exploitatiebudget voor het Uitvoeringsplan 2 IHP structureel op te hogen met € 75.000,- en incidenteel met € 18.000,- in 2027, € 73.000,- in 2028, € 653.000,- in 2031, € 385.000,- in 2032 en € 215.000,- in 2033 en dit te verwerken in de begroting.
Toelichting 1
Nadere uitleg op gevraagd besluit
De gemeente Gouda zet zich in voor adequate en toekomstbestendige onderwijshuisvesting. Op 3 april 2019 heeft de raad de strategische kaders vastgesteld om het Integraal Huisvestingsplan Gouda uit te werken in drie tranches. Het Uitvoeringsplan Onderwijshuisvesting 2020 – 2024 1e tranche IHP (’Uitvoeringsplan 1 IHP’) is in 2020 vastgesteld en is momenteel nog in uitvoering. Het voorliggende Uitvoeringsplan 2 IHP is het Uitvoeringsplan voor de tweede tranche en betreft de periode 2026 tot en met 2030. Dit uitvoeringsplan omvat afgewogen inhoudelijke keuzes en prioriteiten binnen de door de raad vastgestelde strategische uitvoeringskaders voor onderwijshuisvesting. Concreet maakt dit plan duidelijk welke projecten in het kader van het IHP de komende vijf jaar worden opgepakt in Gouda. Hiermee geeft het invulling aan de besteding van de door de raad reeds toegekende investeringsbudgetten voor onderwijshuisvesting via de meerjarenbegroting 2025 en verder (conform herfstakkoord 2024). Het doel van het Goudse onderwijshuisvestingsbeleid is geschikte onderwijsgebouwen op het juiste moment op de juiste plek in de stad beschikbaar te hebben. Geschikt wil zeggen dat er voor ieder schoolgaand kind in Gouda en voor de onderwijsprofessionals een gezonde, prettige, duurzame en toekomstbestendige leeromgeving is.
Het beoogd resultaat van deze uitvoeringsplannen is op een systematische en planmatige wijze het genoemde doel te bereiken met de beschikbare middelen. Het beoogd resultaat van dit Uitvoeringsplan 2 IHP is de realisatie van genoemde schoolgebouwen tot toekomstbestendige leeromgevingen in de periode 2026 – 2030 én het bieden van een perspectief aan schoolbesturen voor de projecten in de periodes erna (2031 – 2040).
2
Argumenten
1.1 Uitvoeringsplan 2 IHP als invulling van de gemeentelijke zorgplicht De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Met dit Uitvoeringsplan geeft de gemeente invulling aan deze zorgplicht. Het opstellen van een Uitvoeringsplan past ook binnen de aangekondigde wetswijziging van het ministerie van OCW, de wet ‘planmatige aanpak onderwijshuisvesting’. Daarin worden gemeenten in de nabije toekomst verplicht om een meerjarig IHP Onderwijshuisvesting vast te stellen. In lijn met strategische kaders voor het IHP en de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Gouda (hierna: Verordening) wordt iedere vijf jaar een Uitvoeringsplan IHP opgesteld. Het Uitvoeringsplan IHP beschrijft voor die deelperiode de aard, omgang en financiële vertaling van de huisvestingsbehoefte van één of meerdere scholen per jaar van bekostiging. Onderdeel van elk uitvoeringsplan is een meerjarig investeringsschema dat de voorzieningen bevat die binnen de periode van het uitvoeringsplan voor een gemeentelijke vergoeding in aanmerking komen. Het Uitvoeringsplan is een inhoudelijke plan en uitwerking om de beschikbare budgetten, zoals deze door de raad beschikbaar zijn gesteld met het vaststellen van de meerjarenbegroting 2025 en verder (conform het Herfstakkoord, zie Financiën), zo effectief mogelijk in te zetten voor een toekomstbestendig onderwijshuisvestingslandschap.
Het Uitvoeringsplan IHP beschrijft voor die deelperiode de aard, omgang en financiële vertaling van de huisvestingsbehoefte van één of meerdere scholen per jaar van bekostiging. Onderdeel van elk uitvoeringsplan is een Meerjarig investeringsschema dat de voorzieningen bevat die binnen de periode van het uitvoeringsplan voor een gemeentelijke vergoeding in aanmerking komen. De 'Meerjarig investeringsschema onderwijshuisvesting 2026-2040’ is opgenomen in bijlage 2 van dit raadsvoorstel en is - onder de verplichting tot geheimhouding - in te zien bij de griffie. In dit meerjarig investeringsschema is de planning opgenomen van alle projecten voor de periode 2026-2040 inclusief de onderliggende projectnormbladen met de individuele projectbudgetten. De reden van geheimhouding is dat de financiële belangen van de gemeente in het geding zijn als een deel van deze bijlage openbaar zou worden, zoals bedoeld in art. 5.1 lid 2 sub b van de Wet open overheid. De projecten uit het Uitvoeringsplan onderwijshuisvesting 2026-2030 zijn nog niet aanbesteed, waardoor het openbaar maken van stichtingskostenramingen de aanbestedingsresultaten zou kunnen beïnvloeden. 1.2 In samenwerking met schoolbesturen tot stand gekomen Dit Uitvoeringsplan 2 IHP is het eindresultaat van een uitvoerig samenwerkingsproces met alle betrokken schoolbesturen.
Gezien Gouda’s rijke onderwijslandschap, met 16 schoolbesturen, is dit een complexe opgave. Met de schoolbesturen zijn diverse gesprekken gevoerd, zowel individueel als in groepsverband. Er hebben diverse Breed Bestuurlijk Overleggen plaatsgevonden. Daarmee is er in de basis consensus over het plan, hoewel schoolbesturen in algemene termen graag zouden zien dat er nog meer snelheid zou kunnen worden gemaakt en soms ook vinden dat (individuele) projecten eerder aan de beurt zouden moeten komen. Met de schoolbesturen van het Voortgezet Onderwijs (VO) in Gouda hebben diverse extra bijeenkomsten plaatsgevonden over het vinden van de ruimtelijke oplossing voor het VO. De puzzel aldaar is complex gezien het gebrek aan gebouwen met het volume van VO, voor zowel tijdelijke als permanente huisvesting. De inhoud van de projecten in dit Uitvoeringsplan zijn afgestemd met betreffende schoolbesturen, zodat de schoolbesturen tijdig hun achterban (MR, personeel, ouders en leerlingen) hebben kunnen informeren over de inhoud van het plan. 1.3 Het Uitvoeringsplan 2 IHP geeft invulling aan toetsingskaders en uitgangspunten De raad heeft in 2019 de strategische kaders vastgesteld en daarmee ook het Gouds kwaliteitskader voor schoolgebouwen. Deze strategische kaders zijn gebruikt als basis voor het Uitvoeringsplan 2 IHP.
Tevens geeft dit Uitvoeringsplan 2 IHP verdere invulling aan de toetsingskaders en uitgangspunten zoals die door de raad op 7 februari 2024 zijn meegegeven. Door vaststellen van het Uitvoeringsplan 2 IHP zijn deze uitgangspunten hiermee geldend voor de uitvoering van alle projecten uit dit plan.
pagina 2
1.4 De ‘Notitie IKC ontwikkeling 2023’ is conform belofte aan de raad uitgewerkt Op 7 februari 2024 heeft de raad de ‘Notitie IKC ontwikkeling 2023’ ter kennisgeving aangenomen. In deze voorlopige notitie is aangekondigd dat er een definitieve visie IKC Ontwikkeling Gouda bij de besluitvorming IHP wordt aangeboden. Deze definitieve visie is in de bijlage van dit Uitvoeringsplan opgenomen. Voor het Uitvoeringsplan 2 IHP is een praktische lijn uitgewerkt voor de planperiode van dit uitvoeringsplan. 2.1 De doorkijk biedt noodzakelijke duidelijkheid aan schoolbesturen Het Uitvoeringsplan is een plan voor een periode van vijf jaar. De behoefte bij zowel gemeente als schoolbesturen is om een doorkijk te hebben voor een periode van 10 tot 15 jaar. Deze doorkijk geeft houvast aan de schoolbesturen bij het bepalen van de noodzakelijke onderhoudsmaatregelen en het vastleggen van hun meerjarenonderhoudsprogramma’s (MJOP’s). Hiervoor is een toekomstperspectief c.q. voorzienbaarheid in de totale IHP-programmering van groot belang (‘Wanneer is mijn schoolgebouw aan de beurt’). Ook voor de gemeente is een doorkijk van belang. Een doorkijk maakt inzichtelijk op welke termijn de achterstand in het scholenbestand kan worden ingelopen met de huidig beschikbare middelen. Met deze doorkijk wordt een basis gecreëerd waarop bij het Uitvoeringsplan 3 IHP zoveel mogelijk kan worden voortgeborduurd.
De doorkijk is uiteraard niet in beton gegoten. Onverwachte ontwikkelingen moeten kunnen leiden tot een aanpassing van de doorkijk bij het opstellen van een derde uitvoeringsplan. 3.1 Er wordt invulling gegeven aan de vastgestelde motie ‘Alternatieve financiering onderwijshuisvesting’ De raad heeft op 19 februari 2020 de Motie ‘Alternatieve Financiering Onderwijs’ aangenomen, waarin de raad ook in het vervolg, bij de definitieve (financiële) besluitvorming over de 2e en 3e tranche van het IHP geïnformeerd dient te worden over onderliggende financiële consequenties en de (on)mogelijkheden tot alternatieve financiering. Bij de totstandkoming van het Uitvoeringsplan 2 IHP zijn er diverse varianten van alternatief financieren onderzocht, allen vormen van off-balance financiering. Deze varianten zijn beschreven in het Uitvoeringsplan 2 IHP paragraaf 5.4. 3.2 Alternatief financieren biedt kans op versnelling Alternatieve financiering versnelt het inlopen van de achterstanden op onderwijshuisvesting en daarmee het bevorderen van een gezond leerklimaat. Alternatief financieren biedt voor het Uitvoeringsplan 2 IHP de mogelijkheid om de eerste stap in de VO-puzzel te versnellen door de vernieuwbouw van Driestar Alfa gebouw eerder te realiseren dan wanneer dit uitgevoerd wordt zonder alternatief financieren.
Hierdoor komt de Kanaalstraat na de tijdelijke huisvesting voor Driestar Alfa eerder vrij, waardoor de vervolgstap in het VO-cluster eerder gezet kan worden (mits er financiële middelen zijn). Dit VO-cluster bevat de puzzel uit het Uitvoeringsplan met drie VO-scholen, waar de noodzaak voor nieuwe huisvesting zeer hoog is (zie paragraaf 4.3 van het Uitvoeringsplan 2 IHP). Alternatief financieren in combinatie met garantstelling is relatief snel door te voeren, de regie blijft in handen van gemeente en schoolbestuur, er is landelijk ervaring opgedaan met dergelijke constructies en er zijn enkele schoolbesturen in Gouda (waaronder de Driestar) die er positieve ervaring mee hebben bij andere gemeentes. Aanvullend voordeel is dat in principe ieder schoolbestuur met garantstelling een dergelijke lening kan aanvragen. Het college heeft de intentie dit principe van alternatief financieren in combinatie met garantstelling ook toe te passen op de VO-clustering zoals beschreven in hoofdstuk 4 van het Uitvoeringsplan 2 IHP. In het Uitvoeringsplan 3 IHP is alternatief financiering in combinatie met garantstelling namelijk de oplossing om het voorkeursscenario van de VO-scholenhuisvesting van het Carmelcollege (bestuur van Antoniuscollege en MavoXL) en De Goudse Waarden te realiseren.
Concreet kan alternatief financieren op termijn de gelijktijdige nieuwbouw mogelijk maken voor het Antoniuscollege en de Antonius MavoXL geclusterd op de Kanaalstraat. Dit zorgt voor een versnelling van 5 jaar voor drie grote VO-scholen. Om dit te kunnen uitvoeren bij de start van het nog vast te stellen Uitvoeringsplan 3 IHP, zijn voorbereidende werkzaamheden en onderzoeken rondom garantstelling nodig in het Uitvoeringsplan 2 IHP. Deze voorbereidende werkzaamheden zijn opgenomen in de planning van dit uitvoeringsplan.
pagina 3
4.1 Er is deels dekking voor alternatief financiering in combinatie met garantstelling voor het project Driestar Alfa Alternatief financieren in combinatie garantstelling houdt in dat de schoolbestuur een lening aangaat voor (ver)nieuwbouw van het schoolgebouw. De gemeente sluit deze lening niet zelf af, maar staat hier wel garant voor en draagt de kapitaallasten (rente en aflossing) van deze investering. Voordeel van alternatief financieren in combinatie met garantstelling is dat er geen belasting ontstaat op de solvabiliteit en de schuldquote, doordat het schoolbestuur de investering op zich neemt. Wel draagt de gemeente de exploitatielasten aangezien zij de schoolbesturen vergoedt voor rente en afschrijving van deze lening. In principe zijn deze kosten voor rente en afschrijving gelijk aan traditioneel zelf investeren. Met het herfstakkoord zijn de taakstellende investerings- en exploitatiebudgetten per jaar voor onderwijshuisvesting vastgelegd. Deze investeringsruimte is bepalend geweest voor de planning van de projecten in Uitvoeringsplan 2 IHP (zie paragraaf 4.1 uit het uitvoeringsplan). Hierbij is gezocht naar een maximale benutting van de jaarlijkse investeringsruimte, rekening houdend met het moeten ‘sparen’ voor uitgaven die de beschikbare jaarlijkse investeringsruimte overschrijden (zoals bij een VO-school).
Uitgangspunt in deze taakstellende budgetten is dat vanaf 2029 de kapitaallasten een jaar na de jaarlijkse investering gaan lopen. Echter, in de praktijk gaan de kapitaallasten pas lopen een jaar na oplevering van een project. Hierdoor ontstaat er tijdelijk financieel ruimte in de exploitatie om extra kapitaallasten voor alternatief financiering in combinatie met garantstelling deels op te vangen. Alternatieve financiering in combinatie met garantstelling maakt een versnelling mogelijk van het project Driestar Alfa, aangezien de lening van het schoolbestuur ruimte geeft in de kengetallen van de gemeente. Echter, door deze versnelling komen de exploitatielasten (vergoeding van rente en aflossing aan het schoolbestuur) eerder voor rekening van de gemeente dan in de reguliere planning. Dit kan deels opgevangen worden door de zojuist genoemde financiële ruimte. Desondanks resteren er wel voor een aantal jaren hogere exploitatielasten dan begroot, doordat het project Driestar Alfa eerder wordt uitgevoerd dan in de reguliere planning. In de latere jaren komen de lasten in plaats van de geplande kapitaallasten als we zelf zouden investeren op een later moment in de planning. De extra incidentele lasten bedragen als volgt:
jaar 2027 2028 2031 2032 2033
extra lasten 18.000 73.000 653.000 385.000 215.000
4.2 Alternatief financieren is complexer in de uitvoering en vraagt extra personele inzet Het regulier financieel management van Uitvoeringsplan 2 IHP is complexer dan bij Uitvoeringsplan 1 IHP, vanwege het werken met taakstellende jaarbudgetten in plaats van een vast totaalbudget voor meerdere jaren. Naast de totstandkoming en monitoring van de garantstelling betekent het werken met alternatieve financiering dat er met twee verschillende financiële constructies binnen een budget gewerkt moet gaan worden, namelijk reguliere en alternatieve financiering. Dit geeft nog eens een extra complexiteit voor het financieel management. Alternatief financieren in combinatie met garantstelling is namelijk een arbeidsintensiever proces dan financiële begeleiding bij het uitvoeren van een IHP-project met reguliere financiering. Bij een garantstelling zijn er werkzaamheden te verrichten voorafgaand en tijdens de garantstellingsperiode. Voorafgaand moeten alle stukken worden gecontroleerd en voorbereid samen het betrokken schoolbestuur. Tijdens de garantstellingsperiode vinden er jaarlijkse controles plaats en mogelijke bijsturing bij tegenvallende resultaten.
De complexiteit van de financiële consequenties van alternatieve financiering in combinatie met garantstelling in relatie tot het werken met jaarlijkse investeringsbudgetten, maakt dat de personele inzet moet worden uitgebreid met 0,5 fte (€ 75.000,- structureel jaarlijks extra exploitatiebudget).
pagina 4
3
Kanttekeningen
1.1 De opgave in onderwijshuisvesting is financieel groter dan de huidige beschikbare middelen De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Met dit Uitvoeringsplan geeft de gemeente invulling aan deze zorgplicht. De gemeente investeert aanzienlijk in het wegwerken van de achterstand in onderwijsgebouwen. Met het vastleggen door de raad van het herfstakkoord zijn structureel middelen vrijgespeeld om aan de oplossing te werken. Daardoor geeft de gemeente in de toekomst meer uit dan dat ze jaarlijks van het Rijk ontvangt voor dit taakdomein. Gezien de enorme opgave, en onze verantwoordelijkheid voor liefst 56 schoolgebouwen, is er niettemin grote spanning op het budget. Dat maakt dat het lang duurt voor we in de praktijk een voldoende inhaalslag gemaakt hebben. Mogelijkerwijs ontstaat hierdoor spanning met onze wettelijke zorgplicht voor adequate onderwijshuisvesting. Om de huidige achterstand in de onderwijshuisvestingsopgave in te halen is met de kennis van nu ten minste een investering nodig van circa € 300 miljoen. Met de huidige beschikbare middelen betekent dit dat de oorspronkelijke drie tranches, zoals omschreven in de kaders van het IHP uit 2019, moeten worden uitgebreid met ten minste een Uitvoeringsplan 4 IHP om de beoogde inhaalslag te maken. Dit stelt de gemeente en schoolbesturen voor een hele grote uitdaging.
De pijn die bij de schoolbesturen wordt gevoeld richting hun leerlingen (inclusief ouders) en personeel en in hun eigen financiën is groot. Met de doorkijk 2031-2040 krijgen schoolbesturen weliswaar een perspectief, maar de onderhoudskosten zullen bovengemiddeld toenemen de komende jaren om gebouwen in stand te houden. Ook de situaties in de onderwijsgebouwen rondom temperatuur, ventilatie en comfort leiden komende jaren tot meer klachten van onderwijspersoneel en ouders/verzorgers over het werk- en leerklimaat in gebouwen. Veelgehoorde klacht vanuit besturen is dat zij een groter deel van hun lumpsum-vergoeding kwijt zijn aan materiële kosten, waardoor relatief minder budget richting onderwijs en leerlingen gaat. Dat beeld is, gezien de opgave, helaas herkenbaar. Binnen de beschikbare middelen is met dit uitvoeringsplan en de doorkijk de maximale ruimte benut om de achterstand zoveel en zo snel mogelijk in te lopen. 1.2 Ruimte voor nieuwe scholen afwezig De Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen geeft initiatiefnemers jaarlijks de ruimte om nieuwe scholen op te richten waarbij bij goedkeuring van de minister huisvesting op korte termijn geregeld moet worden. Nieuwe initiatieven zijn er vooralsnog niet en daarmee ook niet opgenomen in het Uitvoeringsplan 2 IHP of de doorkijk. Momenteel is er een gebrek aan ruimte en financiën om nieuwe initiatieven te faciliteren.
Het accommoderen van nieuwe initiatieven laat zich moeilijk combineren met de verantwoordelijkheid van de wettelijke zorgplicht van de bestaande schoolgebouwen. Nieuwe initiatieven zorgen voor verdere vertraging in de uitvoering van het IHP en zijn daarom vanuit het onderwijshuisvestingsperspectief onwenselijk. Het is daarom van belang om zeer kritisch naar nieuwe initiatieven te kijken en deze sowieso grondig te beoordelen op basis van toegevoegde waarde ten opzichte van het bestaande, diverse onderwijslandschap. 1.3 De vernieuwing van gymzalen is deels opgenomen in het Uitvoeringsplan 2 IHP Scholen maken voor hun bewegingsonderwijs overdag veel gebruik van de binnensportlocaties in Gouda. Clustering of verhuizing van scholen hebben invloed op waar ruimte voor bewegingsonderwijs in de toekomst nodig is. Met een studie is inzichtelijk gemaakt waar gymzalen nodig zijn op basis van dit uitvoeringsplan en de doorkijk. In dit Uitvoeringsplan is de (ver)nieuwbouw van de gymzalen financieel opgenomen die fysiek gekoppeld zijn aan de bestaande schoolgebouwen. Investering van op losstaande gymzalen zijn financieel niet in dit plan opgenomen. In een nog op te stellen IHP Binnensportlocaties wordt de (ver)nieuwbouw van de overige binnensportlocaties nader uitgewerkt.
1.4 Enkele locatiepuzzels zijn nog niet exact gelegd Het Uitvoeringsplan 2 IHP beschrijft welke projecten er komende tijd worden opgepakt. Op enkele locaties zijn er nog onzekerheden c.q. is de locatiepuzzel nog niet volledig gelegd. Een voorbeeld is de verplaatsing van het Coornhert Gymnasium naar een nieuwe locatie. De bestuurlijke afweging hierop moet nog worden gemaakt. Zeker is dat voor het Coornhert binnen een jaar een nieuwe locatie gevonden moet zijn op redelijke loopafstand van het station (binnen circa anderhalve kilometer). Voor de VO-puzzel is een voorkeursscenario in zicht, echter hangt dit af van de toekomstige financiële mogelijkheden en brede ruimtelijke ontwikkelingen of dit ook gerealiseerd kan worden.
pagina 5
1.5 Netcongestie Een risico bij de (ver)nieuwbouw van schoolgebouwen is de situatie rondom de netcongestie in Gouda. Schaarste in netcapaciteit kan zorgen voor vertraging, extra kosten binnen de projecten en/of het (tijdelijk) niet behalen van de duurzaamheidsambities van de gemeente Gouda. Praktische oplossingen zullen hierbij gevonden moeten worden op het moment dat gewenste (uitbreiding van) aansluitingen (tijdelijk) niet gerealiseerd kunnen worden. Hiermee is reeds ervaring opgedaan bij de uitvoering van het Uitvoeringsplan 1e tranche. Scholen staan op het prioriteringskader van de ACM, maar de congestiepuzzel is niettemin ingewikkeld. 1.6 Rem op IKC-vorming is mogelijk Bij de vaststelling van de toetsingskaders en uitgangspunten voor het Uitvoeringsplan 2 IHP door de raad, is ook een concept visie over IKC-ontwikkeling ter kennisgeving aangenomen. IKC-vorming kan een belangrijke bijdrage leveren aan het verbeteren van de sociale cohesie in een wijk en de pedagogische en didactische ondersteuning van kinderen. Vanuit dat perspectief is de gemeente voorstander van IKC-vorming, zeker bij clustering. Door de beperkte investeringsruimte, en gegeven het ontbreken van een wettelijke zorgplicht van de gemeente voor kinderopvang, is de gemeente terughoudend met het doen van investeringen in huisvesting voor kinderopvang.
Dit kan een rem zijn op de ontwikkeling van IKC’s, aangezien ook kinderopvangorganisaties terughoudend lijken in investeringsbereidheid. 4.1 Het budget voor het IHP gaat met alternatieve financiering in combinatie met garantstelling voor versnellen van Driestar Alfa boven het bij het herfstakkoord vastgestelde exploitatiebudget uit Er zijn taakstellende budgetten afgesproken, voor het Uitvoeringsplan 2 IHP, de vervolgtranches en andere investeringsprogramma’s. Met de voorgestelde invulling voor alternatieve financiering van de nieuwbouw van Driestar Alfa gaat de exploitatieruimte voor onderwijshuisvesting over het vastgestelde exploitatiebudget heen. Dit omdat het project enkele jaren naar voren wordt geschoven en er sprake is van structurele meerkosten voor de administratieve beheersing. Er is weliswaar ruimte in het perspectief vanaf 2027, maar er zijn ook veel opgaven binnen de gemeente Gouda. In 2026, bij de verkiezingen, ontstaat een natuurlijk moment om andere afspraken te maken. Echter, het Uitvoeringsplan 2 IHP ligt nu voor gezien de urgentie van de staat van de schoolgebouwen en de eerdere afspraak om een tweede tranche vast te leggen. Het mogelijk maken van de versnelling middels alternatief financieren voor dit project vergroot het draagvlak onder de scholen.
4.2 Alternatief financieren levert mogelijk risico’s op die worden getoetst Met het schoolbestuur wordt een garantstellingsovereenkomst aangegaan, deze moet op voorhand worden getoetst en vastgesteld. Vervolgens moet de afspraken uit de overeenkomst worden gemonitord en nagekomen. Bestaande garantstellingen (Cheese Experience, Schouwburg, Tennishal) leren dat we hiermee voor meerdere jaren een juridisch financiële relatie aangaan met een derde partij, die complex kan worden als omstandigheden gaandeweg veranderen. Afhankelijk van de concrete situatie verhogen we ons risicoprofiel. Het risicoprofiel voor schoolbesturen is laag en uit eerder onderzoek bleek het effect op de weerstandsratio daardoor nihil. Dit neemt niet weg dat er met regelmaat gemonitord moet worden.
4
Juridische- / financiële gevolgen
Juridische gevolgen De Verordening voorzieningen Huisvesting onderwijs van de gemeente Gouda, vastgesteld door de raad in 2020, voorziet in de juridische borging van het Uitvoeringplan 2 IHP. De Verordening voorziet er bovendien in dat het uitvoeringsplan door de raad wordt vastgesteld. De kaders voor de afzonderlijke projecten worden juridisch vastgelegd in een beschikking (inclusief afsprakenbrief als bijlage) aan het schoolbestuur. In de beschikking staat het budget vermeld dat voor de (ver)nieuwbouw van het schoolgebouw beschikbaar is. Na vaststelling van het Uitvoeringsplan worden in de volgende fase per project afspraken gemaakt en vastgelegd tussen gemeente en schoolbestuur in de zogenoemde afsprakenbrief. De afsprakenbrief is leidend voor de uitvoering van het project.
pagina 6
Het Uitvoeringsplan 2 IHP past bij de omgevingsvisie van de gemeente Gouda en geeft invulling aan Ruimtelijke Keuze 5 ‘sterke wijken’. Deze keuze is gericht op het fijner leven in woonwijken. Met de uitwerking van het Uitvoeringsplan 2 IHP is het belang van de bereikbaarheid van scholen in de wijk specifiek opgenomen in het toekomstbeeld van de onderwijshuisvesting. Ook sluit de inhoud van dit uitvoeringsplan aan bij de Goudse Waarden van het realiseren van een complete stad. Het doel van het Goudse onderwijshuisvestingsbeleid is immers geschikte onderwijsgebouwen op het juiste moment op de juiste plek in de stad beschikbaar te hebben. Geschikt wil zeggen dat er voor ieder schoolgaand kind in Gouda en voor de onderwijsprofessionals een gezonde, prettige, duurzame en toekomstbestendige leeromgeving is. Financiële gevolgen 1.1 Het Uitvoeringsplan 2 IHP past binnen het taakstellend budget In november 2024 heeft de raad met het Herfstakkoord 2024 als onderlegger de meerjarenbegroting 2025 en verder vastgesteld. Hierin is een investeringsbudget voor onderwijshuisvesting opgenomen. In de periode tot en met 2028 is er € 11 miljoen gereserveerd, voor 2029 € 17 miljoen en vanaf 2030 structureel € 20 miljoen per jaar. De logistieke planning is aangepast aan de hand van deze beschikbare investeringsruimte.
Voor grote uitgaven die de jaarruimte overschrijden, moet er in de jaren daarvoor voldoende investeringsruimte worden gespaard. Concreet betekent dit dat projecten gefaseerd zijn in de tijd, waarbij de logistieke afhankelijkheden van projecten zijn gehandhaafd, en waar de middelen zo efficiënt mogelijk worden besteed. Het inzetten van alternatieve financiering in combinatie met garantstelling om te versnellen, levert wel extra exploitatielasten op (zie argumenten 4.1 en 4.2). 1.2 Benutten rendement vrijvallende locaties en potentie voor herontwikkeling Daarnaast komen naar verwachting met de uitvoering van dit plan en de projecten uit de doorkijk 2031-2040 minimaal 12 locaties vrij voor mogelijke herontwikkeling. Dit biedt kansen voor onder meer versnelling woningbouw en realisering van woon-zorgconcepten. De opbrengsten van vrijvallende locaties zijn momenteel niet ingerekend in het meerjareninvesteringsschema. De opbrengsten van herontwikkelingen op deze vrijvallende locaties komen ten bate van de reserve onderwijsvesting zodat die gebruikt kunnen worden voor de onderwijshuisvestingsopgave. Dit is conform de vastgestelde Nota reserves en voorzieningen. Gelet op het incidentele karakter van deze opbrengsten is het waarschijnlijk niet mogelijk hiermee structurele lasten te dekken die voortvloeien uit (extra) investeringen.
Deze kan wel bijvoorbeeld worden ingezet bij asbestsanering. 1.3 Blijven zoeken naar derde geldstromen Net als bij het Uitvoeringsplan 1 IHP zal tijdens de uitvoeringsperiode blijvend gezocht worden naar derde geldstromen voor de financiering van de (ver)nieuwbouw van onderwijshuisvesting, vergroenen schoolplein of de realisatie van de gymzalen uit dit plan. Te denken valt hierbij aan de mogelijkheden van het huidig groeifonds/innovatieprogramma onderwijshuisvesting van OCW.
5
Personele- / organisatorische gevolgen / duurzaamheid / positie mensen met een beperking
Personele- en organisatorische gevolgen Uitvoeringsplannen zijn complexe en omvangrijke programma’s met veel ambities, verschillende type projecten, partners en financiële uitdagingen. De uitvoering van dit Uitvoeringsplan vraagt om een goede projectorganisatie per project én goed programmamanagement van het gehele uitvoeringsplan. In hoofdstuk 6 van het Uitvoeringsplan 2 IHP is de invulling van het project- en programmamanagement verder uitgewerkt. Daarnaast in onder argument 4.2 uitgewerkt wat de benodigde extra personele inzet is op moment dat alternatief financieren in combinatie met garantstelling wordt uitgevoerd. Duurzaamheid In hoofdstuk 3.1 uit het Uitvoeringsplan 2 IHP is het uitgangspunt ‘Duurzaamheid’ uitgewerkt. Hierin staan de duurzaamheidsambities van de gemeente Gouda vertaald naar concrete doelstellingen waar ieder project aan moet voldoen. Deze liggen in lijn met de eerder door de raad vastgestelde kaders. Toegankelijkheid mensen met een beperking
pagina 7
Tijdens de raadsbehandeling van de strategische uitvoeringskaders IHP (d.d. 3 april 2019) is door de raad expliciet aandacht gevraagd voor de toegankelijkheid voor mensen met een beperking bij de verbouw en nieuwbouw van scholen. Bij het opstellen van de concrete bouwplannen van de voorgestelde projecten in dit uitvoeringsplan zal gehandeld worden conform de principes en uitgangspunten van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een beperking en conform de wettelijke eisen op dit onderwerp.
6
Communicatie / interactiviteit
Dit uitvoeringsplan is het eindresultaat van intensief samenwerkingsproces met de schoolbesturen. Er is gewerkt op basis van consensus, wat niet per definitie betekent dat iedere school het op alle aspecten uit het voorliggend plan eens is in de praktijk. De inhoud van de projecten in dit Uitvoeringsplan zijn afgestemd met betreffende schoolbesturen, zodat de schoolbesturen tijdig hun achterban (MR, personeel, ouders en leerlingen) hebben kunnen informeren over de inhoud van het plan. De bouwheer (schoolbestuur of gemeente) zal in de uitvoering van de projecten uiteraard een participatietraject doorlopen met de stakeholders van de betreffende locatie: omwonenden, ouders/verzorgers van leerlingen, leerlingen, MR en onderwijspersoneel. Conform de afspraak over de evaluatie van het Uitvoeringsplan 1 IHP, vindt er ook voor dit uitvoeringsplan een tussentijdse evaluatie plaats. Jaarlijks wordt de raad inhoudelijk en financieel geïnformeerd over de voortgang van de projecten uit het uitvoeringsplan. Na het vaststellen van het Uitvoeringsplan 2 IHP wordt het plan gepubliceerd via diverse kanalen.
Burgemeester en wethouders van Gouda, de secretaris, de burgemeester,
drs. R.C. Bakker
mr. drs. P. Verhoeve
pagina 8
Bijlagen 1. Uitvoeringsplan Onderwijshuisvesting 2026 – 2030 2e tranche IHP. 2. Meerjarig investeringsschema onderwijshuisvesting 2026-2040 (geheim ter inzage bij de griffier).
pagina 9