Raadsvoorstel Regiovisie Aanpak Huiselijk Geweld Hollands Midden 2024-2028
Tekst van het document
raadsvoorstel afdeling Maatschappelijk beleid
steller
gouda
K. Evertz (via P.S.H. Dijkhuizen)
5 maart 2024
dossiernummer
telefoon
7631
14-0182
onderwerp
Geweld thuis samen aanpakken, Regiovisie Aanpak Huiselijk Geweld Hollands Midden 2024-2028
Gevraagd besluit Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad van de gemeente Gouda voor te besluiten: 1.
De Regiovisie Aanpak Huiselijk Geweld Hollands Midden 2024-2028 vast te stellen.
Toelichting 1
Nadere uitleg op gevraagd besluit
Huiselijk geweld is het grootste geweldsprobleem in de Nederlandse samenleving. Uit de prevalentiemonitor huiselijk geweld gaf 9% van de Nederlandse bevolking van 16 jaar en ouder in de afgelopen 12 maanden aan slachtoffer te zijn geweest van één of meerdere vormen van huiselijk geweld. 6% was structureel slachtoffer. In de aanpak van huiselijk geweld hebben veel partijen een rol. Een effectieve aanpak kan alleen plaatsvinden door gezamenlijke inspanning van inwoners, professionals, ervaringsdeskundigen en gemeenten. Een goede samenwerking is dus van belang. De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is een wettelijke taak van gemeenten. Zij hebben in de Wmo de opdracht periodiek een regiovisie te ontwikkelen. Omdat de huidige regiovisie afloopt, is een nieuwe visie opgesteld. De samenwerking hiervan vindt plaats op het niveau van de veiligheidsregio Hollands Midden (bestaande uit 18 gemeenten). De nieuwe regiovisie ‘Geweld thuis samen aanpakken, Regiovisie Aanpak Huiselijk Geweld Hollands Midden 2024-2028’ (bijlage 1) bouwt voort op de ‘Regiovisie Geweld Hoort Nergens Thuis 2019-2023’.
2
Argumenten
2.1. Eén regionale visie voor de aanpak Huiselijk Geweld bovenregionaal, regionaal en lokaal is nodig en gewenst. De aanpak van huiselijk geweld vereist regionale samenwerking, o.a. met regionaal aanbod van Veilig Thuis en het Centrum Seksueel Geweld en samenwerking op casusniveau op basis van 1Gezin1Plan1Regisseur. De Regiovisie Aanpak Huiselijk Geweld Hollands Midden 2024-2028 brengt uitvoering en opdrachtgevers in de 18 gemeenten samen in een gezamenlijke ambitie: huiselijk geweld voorkomen of zo vroeg mogelijk signaleren en adequaat reageren. Door huiselijk geweld zo snel mogelijk en duurzaam te stoppen, wordt schade beperkt en herstel bevorderd. Daarmee wordt voldaan aan de wettelijke verplichting uit de Wmo 2015 tot het opstellen van een regiovisie. Vanzelfsprekend krijgen kinderen speciale aandacht in de regiovisie, omdat zij extra kwetsbaar zijn en door huiselijk geweld in hun ontwikkeling bedreigd worden. De rol van ouders en verzorgers is daarbij van essentieel belang.
Om tot een adequate oplossing te komen, moet breed aandacht zijn voor alle leden van het gezin, het gezinssysteem als geheel en het netwerk van het gezin; de mensen die om het gezin heen staan. Dit vereist een domein overstijgende aanpak waarin hulp aan kinderen en gezinsgerichte hulp op elkaar aansluiten (zoals ook in het Toekomstscenario). 2.2. Inspraak heeft de regiovisie verrijkt en ervoor gezorgd dat er breed draagvlak is voor de inhoudelijke koers. De aanpak van huiselijk geweld raakt vele cliënten, aanbieders en samenwerkingspartners. Een gezamenlijk proces met gemeentelijke adviesraden, aanbieders, samenwerkingspartners en gemeenteraden om de regiovisie te ontwikkelen is dan ook waardevol gebleken. Op verschillende momenten is actief bij uitvoeringspartijen input opgehaald bij de ontwikkeling van de regiovisie. 2.3. De adviesraden ondersteunen de regiovisie en hebben bijgedragen aan een scherpere formulering. Bij een beleidsdocument is het conform de vastgestelde burger- en cliëntenparticipatie verordeningen verplicht voor de colleges om advies te vragen aan de adviesraden sociaal domein. De adviesraden zijn uitgenodigd advies uit te brengen op de conceptversie van de regiovisie en hebben een informatie bijeenkomst aangeboden gekregen. Het inspraakproces heeft 17 reacties opgeleverd, waarvan vier in Midden-Holland.
In essentie heeft de inspraak niet geleid tot wijzigingen in de geformuleerde actielijnen en gestelde doelen. Over het algemeen betroffen reacties tekstuele wijzigingen t.b.v. eenduidige formulering en aanscherping of aanvulling van de tekst. In de ‘Nota Beantwoording inspraakreacties’ (bijlage 2) is te lezen dat vaak ook een nadere uitleg/ concretisering is gevraagd. Deze uitwerking/concretisering zal plaatsvinden in het uitvoeringsplan dat op het niveau Hollands Midden en Midden-Holland wordt opgesteld. In dit uitvoeringsplan zullen ook suggesties worden gedaan voor concrete uitwerking op lokaal niveau. Samengevat kan worden vastgesteld dat door het zorgvuldig doorlopen proces en de opgehaalde inspraak en adviezen breed draagvlak is ontstaan voor de inhoudelijke koers van de nieuwe regiovisie.
3
Kanttekeningen
3.1. Democratische invloed is beperkt in een samenwerking van 18 gemeenten. Het opstellen van een regiovisie met 18 gemeenten is een complex proces. De kracht is juist een eenduidige visie die helderheid biedt aan de keuzes in de uitvoering de komende jaren. Juist daarom is vooraf geïnvesteerd om breed draagvlak te creëren door het nauwgezet ophalen van input en actief te vragen om reacties in een inspraakprocedure. Dit proces is gelijktijdig doorlopen in de regio’s MiddenHolland en Holland Rijnland, waar uiteindelijk een identieke regiovisie moet worden vastgesteld in de (totaal 6) gemeenteraden. In Holland Rijnland wordt de regiovisie alleen aan de gemeenteraad van Leiden als centrumgemeente ter vaststelling aangeboden. Omdat in Midden-Holland wordt toegewerkt naar regionale samenwerking door de Gemeenschappelijke Regeling, is er in Midden-Holland voor gekozen de regiovisie ter vaststelling aan te bieden aan alle vijf de gemeenteraden (BodegravenReeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas). Bij positieve besluitvorming, wordt de regiovisie vervolgens in 18 gemeenten geïmplementeerd. Een wijzigingsvoorstel in de eindfase leidt tot vertraging, omdat het proces voor vaststelling dan opnieuw moet worden doorlopen.
4
Juridische- / financiële gevolgen
De regionale aanpak huiselijk geweld wordt gefinancierd uit de Decentralisatie Uitkering Vrouwenopvang (DU VO). De gemeente Gouda ontvangt deze uitkering voor regio Midden-Holland, de gemeente Leiden voor regio Holland Rijnland. Hiermee worden regionale voorzieningen gefinancierd, zoals de vrouwenopvang, (een deel van) Veilig Thuis en het Centrum Seksueel Geweld. Daarnaast wordt de DU VO ingezet voor een aantal regio-brede ontwikkelingen en deskundigheidsbevordering.
pagina 2
Uitgangspunt is dat de aanpak huiselijk geweld regionaal wordt gefinancierd uit de DU VO. De DU VO wordt echter niet jaarlijks geïndexeerd. De indexatie wordt toegevoegd aan de algemene middelen van elke gemeente (niet alleen de centrumgemeente). Het gesprek over de indexatie zal de komende tijd in het kader van de gedeelde verantwoordelijkheid over de centrumtaken in Midden-Holland worden gevoerd en om nadere besluitvorming vragen. De nadere uitwerking van de regiovisie in het uitvoeringsplan wordt voorzien van een financiële paragraaf, waarmee inzichtelijk wordt gemaakt welke activiteiten uit DU VO middelen, indien van toepassing uit IZA/GALA, andere budgetten of lokaal gefinancierd worden.
5
Personele- / organisatorische gevolgen / duurzaamheid / positie mensen met een beperking
De regiovisie brengt op zichzelf geen directe personele of organisatorische gevolgen met zich mee. De taak om in een uitvoeringsplan nader te concretiseren welke activiteiten nodig zijn om vorm te geven aan de regiovisie, ligt bij centrumgemeente Leiden en in Midden-Holland bij de Regionale Werkorganisatie Midden-Holland, in samenwerking met de lokale gemeenten. Het uitvoeringsplan wordt momenteel uitgewerkt.
6
Communicatie / interactiviteit
De regiovisie is opgesteld met een werkgroep van beleidsadviseurs van de regiogemeenten (Gouda, Alphen a/d Rijn, Zuidplas, Leiden). De werkgroep is gestart met een regio brede evaluatie (een samenvatting is als bijlage toegevoegd aan de regiovisie) samen met uitvoeringspartijen van de vorige regiovisie. Deze input, samen met lijnen uit de landelijke programma’s (zoals het Toekomstscenario) en de input uit interviews met ketenpartners zijn verwerkt in een eerste concept. De concepttekst is voorgelegd aan ketenpartners, beleidsadviseurs, ervaringsdeskundigen, de Adviesraad Sociaal Domein Leiden, de Kerngroep, het BAC Zorg- en Veiligheid en het BOSD. Deze feedback is verwerkt in de door het college vastgestelde versie die begin november vrijgegeven is voor inspraak. In de inspraakperiode konden inwoners en ketenpartners uit de regio hun feedback geven op de conceptnotitie van de regiovisie. Ook zijn de adviesraden in Midden-Holland gevraagd om een advies op de regiovisie uit te brengen. De inspraakreacties (in totaal 17) en adviezen die we hebben ontvangen, zijn verwerkt in de definitieve versie die voor ligt. De regiovisie is hierdoor in essentie niet gewijzigd qua actielijnen en gestelde doelen. Als bijlage 2 is een overzicht bijgevoegd van de ontvangen inspraakreacties, adviezen en de reactie daarop en/ of verwerking daarvan.
Ter voorbereiding op de besluitvorming zijn de gemeenteraden in Midden-Holland in de gelegenheid gesteld om technische vragen te stellen. De antwoorden hierop zijn met alle raden gedeeld zodat er maximale transparantie is. Ook is half april een regionale fysieke radenbijeenkomst georganiseerd voor nadere toelichting. Bij positieve besluitvorming in de gemeenteraden van de gemeenten Leiden en Midden Holland zal de regiovisie worden gepubliceerd op de aangewezen websites. Ook zal de regiovisie naar betrokken uitvoeringspartners worden gestuurd, op de verschillende relevante overlegtafels worden besproken en nader worden uitgewerkt in een uitvoeringsplan. Het uitvoeringsplan wordt naar verwachting in het tweede kwartaal van 2024 ter vaststelling aangeboden aan de colleges en zal ter informatie met de gemeenteraden worden gedeeld.
pagina 3
7
Bijlagen
Bijlage 1
Geweld thuis samen aanpakken, Regiovisie Aanpak Huiselijk Geweld Hollands Midden 2024-2028 Nota ‘Beantwoording inspraakreacties’ Reactiebrief Advies Goudse Adviesraad Sociaal Domein
Bijlage 2 Bijlage 3
Burgemeester en wethouders van Gouda, de secretaris, de burgemeester,
drs. R.C. Bakker
mr. drs. P. Verhoeve
pagina 4