Raadsvoorstel omgevingsvisie.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel afdeling Ruimtelijk beleid en advies
steller
gouda
B. Grisnich
18 januari 2022
dossiernummer
telefoon
5859
0182588963
onderwerp
Omgevingsvisie
Gevraagd besluit Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad van de gemeente Gouda voor te besluiten tot: 1.
Beantwoorden van de zienswijzen over de omgevingsvisie conform de bijgevoegde “nota beantwoording zienswijzen”.
2.
Verwerken van het advies van de commissie voor de milieueffectrapportage door middel van de bijgevoegde aanvulling op het milieueffectrapport.
3.
Vaststellen van de omgevingsvisie en het bijbehorend milieueffectrapport
Toelichting 1
Nadere uitleg op gevraagd besluit De aanstaande Omgevingswet vraagt van gemeenten om een Omgevingsvisie vast te stellen, waarin een integrale visie op de fysieke leefomgeving wordt verwoord en verbeeld. Het afgelopen anderhalf jaar is in samenspraak met de raad, met betrokken bewoners en groeperingen uit de stad een ontwerp van een Omgevingsvisie voor Gouda opgesteld. In de herfst van 2021 is het ontwerp van de Omgevingsvisie ter inzage gelegd en voor advies toegestuurd aan de commissie voor de milieueffectrapportage (commissie MER). De Omgevingsvisie bepaalt de koers voor de inrichting van de fysieke leefomgeving in Gouda. De visie vormt de basis voor een uitwerking in: - programma's; - beleidsvisies die gaan over aspecten of geografische delen van de fysieke leefomgeving; - het juridisch bindende Omgevingsplan; - beleidsstukken betreffende het gebruik van bevoegdheden onder de Omgevingswet. De Omgevingsvisie komt via een beschrijving van “Goudse waarden” en “Goudse opgaven” tot een serie keuzes voor de leefomgeving, onder de titels: “Florerende stad”, “Duurzame mobiliteit”, “Gezonde groene stad”, “Energietransitie” en “Sterke wijken”. De visie vormt hét basisdocument voor de ontwikkeling en het beheer van de Goudse leefomgeving in de toekomst.
Als integraal visiedocument beoogt de Omgevingsvisie om opgaven te combineren, of tenminste integraal af te wegen, zodat de grote uitdagingen rond onder andere wonen, groen en energie kunnen worden geaccommodeerd en een leefomgeving ontstaat die zo bruikbaar, fraai, veilig, groen en gezond mogelijk is. Omdat de Omgevingsvisie het kader vormt voor besluiten die mogelijk m.e.r.-plichtig zijn, is tevens een milieueffectrapport (MER) opgesteld. Hierin worden de eventuele gevolgen van de keuzes uit de Omgevingsvisie voor de leefomgeving gewogen en beoordeeld. Hiervoor is de
methodiek van het rad van de leefomgeving gebruikt. In deze fase is het lastig om eventuele effecten te beoordelen. Veel af hangt van de manier waarop de Omgevingsvisie wordt uitgewerkt. De uitdaging is om daarbij slimme combinaties te maken van activiteiten die bijdragen aan het behalen van de doelstellingen zonder daarbij de omgevingskwaliteit aan te tasten. In de periode van 14 oktober 2021 tot en met 24 november 2021 is het ontwerp van de Omgevingsvisie ter inzage gelegd. Teven is de visie, samen met het bijbehorend MER voor advies aan de commissie MER aangeboden. In totaal zijn 23 zienswijzen binnengekomen. Deze geven geen aanleiding tot wijziging van de structuur van de omgevingsvisie of van fundamentele keuzes die in de visie gemaakt worden. Wel is er aanleiding voor een aantal wijzigingen in teksten en kaartbeelden. Het advies van de commissie MER is verwerkt in een aanvullende notitie bij het planMER
2
Argumenten
2.1
De zienswijzen geven aanleiding tot een aantal wijzigingen De zienswijzen gaan over thema’s die, zonder volledig te kunnen zijn, hieronder worden toegelicht met de voorgestelde beantwoording De inspraak en participatie rond de Omgevingvisie ‘Gouda onderneemt’ vraagt zich af of de participatie rond de Omgevingsvisie goed is verlopen. Bij het uitblijven van een reactie op de werkversie had de gemeente volgens ‘Gouda Onderneemt’ zelf alert moeten zijn en nogmaals met ‘Gouda Onderneemt’ contact moeten opnemen. In de voorgestelde beantwoording is aangegeven dat dit inderdaad zorgvuldiger was geweest. Inmiddels is dat contact gelegd, voorafgaand aan het kenbaar maken van de zienswijze en daarna. De mogelijke invulling van Goudse Poort In de zienswijzen van vastgoedeigenaren en bedrijvenverenigingen wordt gevraagd om een ruimere bestemming voor het Goudse Poort-gebouw, meer ruimte voor detailhandel rond de Kampenringweg en om meer ruimte voor wonen op bedrijventerrein Goudse Poort. In de voorgestelde beantwoording wordt verwezen naar de bestaande kaders hiervoor, zoals de Ontwikkelstrategie Goudse Poort en de bedrijventerreinenvisie. De hoofdlijnen hiervan zijn in de Omgevingsvisie overgenomen. Er is tot op heden steeds een open gesprek met de verschillende stakeholders over genoemde thema’s.
De zienswijzen geven aanleiding tot een enkele verduidelijking in de tekst en de kaartbeelden. De binnenstad (benoemen van bestaand beleid, doorvaarbaarheid van de stad en opening havensluis, het weren van zwaar verkeer, het maken van voetgangersgebied en voldoende ruimte creëren voor dagelijkse boodschappen) Verschillende organisaties pleiten voor het beter benoemen van de bestaande beleidskaders voor de binnenstad, om misverstand te voorkomen over de geldigheid hiervan. Dat verzoek kan worden ingewilligd. In de voorgestelde beantwoording over de doorvaarbaarheid wordt aangegeven dat de gemeente dit ook wil, maar dat dit niet altijd mogelijk is, bijvoorbeeld in verband met de uitvoering van het Kaderplan Bodemdaling Binnenstad. Wat betreft de opening van havensluis wordt verwezen naar het bestaande standpunt hierover uit het coalitieakkoord. Het pleidooi voor het weren van zwaar verkeer kan worden ondersteund (zie ook het verkeerscirculatieplan). Tenslotte is in de winkelvisie opgenomen dat in de binnenstad (beperkt) ruimte is voor dagelijkse boodschappen. Groen, biodiversiteit en recreatieve verbindingen (wandelen, fietsen, varen) Verschillende organisaties vragen aandacht voor thema’s rond groen, biodiversiteit en recreatieve verbindingen. Zo wordt Goverwelle genoemd, waar in de wijk meer groen nodig is en de verbindingen met de Krimpenerwaard beter kunnen.
Het beperkte groen in Goverwelle is voor de gemeente ook een punt van zorg. Bij de herinrichting van openbaar gebied wordt steeds gekeken wat haalbaar is. De polder Beneden Haastrecht is inderdaad niet optimaal recreatief aangesloten op Goverwelle. De polder ligt echter op het grondgebied van de gemeente Krimpenerwaard en is bestemd als agrarisch gebied. Het is niet mogelijk om op pagina 2
korte termijn een wandelpad door het gebied naar Goverwelle aan te leggen. Verbeteren van de doorvaarbaarheid van de stad heeft de aandacht van de gemeente, maar moet wel haalbaar zijn gelet op de beschikbare budgetten voor aanleg en onderhoud van bruggen. Aanpak kwetsbare buurten In de tekst van de omgevingsvisie worden nu alleen Korte Akkeren en Gouda Oost genoemd. In een van de zienswijzen wordt er op gewezen dat in de toekomst ook andere kwetsbare buurten worden aangepakt. Deze opmerking is terecht. In de beantwoording wordt voorgesteld de omgevingsvisie hierop aan te vullen. Veiligheid als thema in de Omgevingsvisie De Veiligheidsregio vindt dat het thema veiligheid in de Omgevingsvisie onvoldoende naar voren komt. Het thema is wel belicht, maar niet op het detailniveau dat de Veiligheidsregio graag zou zien. Er is ruimte om te onderzoeken welke elementen die de Veiligheidsregio aandraagt in het Omgevingsplan en eventueel een omgevingsprogramma kunnen worden opgenomen. Het gebruik van waterstof als energiedrager Er wordt een pleidooi gehouden om de vloot van vrachtwagens voor de afvalinzameling te gebruiken als vliegwiel voor de introductie van waterstof in de zware logistiek. In de voorgestelde beantwoording wordt de doelstelling uit het verkeerscirculatieplan genoemd om de binnenstad emissievrij te maken. In dat kader voert de gemeente overleg met Cyclus.
Waterstof is daarbij een van de mogelijkheden. De bestemming van het zuidelijk stationsgebied als gemengd gebied Een van de bedrijfsmatige huurders in het gebied maakt zich zorgen dat de aanwijzing van het zuidelijk stationsgebied aanleiding is voor de vastgoedeigenaars om bedrijven onder druk te zetten om te vertrekken. In de voorgestelde beantwoording wordt aangegeven dat de aanwijzing als gemengd gebied nog niet betekent dat het bestemmingsplan al gewijzigd is. In dat kader zullen alle relevante afwegingen nog moeten worden gemaakt. Bescherming van drinkwaterleidingen De drinkwaterleidingbeheerders vragen om aandacht voor de bescherming van hun leidingen. Opwarming van drinkwater bij de toepassing van warmtenetten is ongewenst. Uiteraard is de bescherming van drinkwaterleidingen essentieel, maar gezien het abstractieniveau van de Omgevingsvisie wordt in de beantwoording voorgesteld hier geen aanvullende tekst in de Omgevingsvisie voor op te nemen. Het aandachtspunt voor de opwarming van leidingen zal bij de uitvoering van de Transitievisie Warmte worden meegenomen. De bescherming van de BALleiding van Dunea is in de planvorming van Westergouwe voldoende geborgd. 2.2
Het advies van de commissie MER geeft aanleiding tot een aanvulling op de planMER De commissie MER heeft in zijn advies waardering voor het complete overzicht van de hoofdlijnen het Goudse omgevingsbeleid, maar adviseert op de volgende onderdelen een aanvulling op het planMER vast te stellen: - een nadere kwantificering van het ruimtebeslag van de keuzes uit de Omgevingsvisie, waar deze landen in de stad en welke strategieën worden ingezet om conflicterende ruimteclaims op te lossen; - een precisering van bestaande gezondheidsknelpunten; - een aanvulling op het punt van waterveiligheid en peilbeheer; - een monitoringsplan voor de uitvoeringsperiode van de omgevingsvisie; - een aanscherping van de keuzes voor duurzame mobiliteit, omdat de positieve milieueffecten van de huidige keuzes uit het VCP/ Omgevingsvisie te beperkt zouden zijn. Het opvolgen van het advies van de commissie om een nadere kwantificering en verdeling van het ruimtebeslag op te stellen kan waardevolle informatie opleveren voor de uitvoering van de Omgevingsvisie. Dit vraagt echter om een uitwerkings-/ concretiseringsslag die in dit stadium nog niet realistisch is. Het opstellen van een monitoringsplan kan worden opgepakt na de vaststelling van de Omgevingsvisie. Op de andere punten kon wel snel inhoudelijk worden gereageerd.
pagina 3
Er is daarom voor gekozen een beknopte aanvulling op het planMER op te stellen, waarin vragen worden beantwoord, een aantal van de gevraagde aanvullingen wordt geleverd en de kwantificering van het ruimtebeslag en het monitoringsplan worden aangekondigd voor de uitvoeringsfase van de Omgevingsvisie. De conclusie van de commissie MER over de beperkte positieve milieueffecten bij de keuze voor duurzame mobiliteit is niet helemaal terecht. Juist de maatregelen uit het VCP en de Omgevingsvisie verlagen in grote delen van de stad de maximumsnelheid en maken het fietsen aantrekkelijker. De kans dat dit positieve milieueffecten heeft is juist groot. Dit zal de komende jaren worden gemonitord. 2.3
Argumenten coalitieakkoord Paragraaf 3.5 van het coalitieakkoord beschrijft als doelstelling voor het omgevingsbeleid ”een samenhangende benadering voor beleidsontwikkeling in de leefomgeving”. Ook is in het coalitieakkoord opgenomen dat raadsbreed moet worden bepaald hoe “een open en participatief breed proces het beste invulling kan krijgen en welke andere stappen nodig zijn om in deze raadsperiode een Omgevingsvisie vast te kunnen stellen.” Met de totstandkoming van het ontwerp van de Omgevingsvisie en het open proces daar naar toe, is invulling gegeven aan bovengenoemde doelstellingen uit het coalitieakkoord.
2.4
Argumenten juridisch Volgens artikel 3.1 van de Omgevingswet, die naar verwachting in juli 2022 in werking treedt, is iedere gemeente verplicht een Omgevingsvisie vast te stellen. Een Omgevingsvisie die wordt vastgesteld vóór de inwerkingtreding van de wet kwalificeert volgens artikel 4.10, lid van de Invoeringswet als Omgevingsvisie, zodra de Omgevingswet in werking treedt. Volgens artikel 16.36 lid 1 van de Omgevingswet dient een milieueffectrapport te worden opgesteld bij een Omgevingsvisie die het kader kan zijn MER-plichtige projecten of waarvoor een MER-beoordelingsplicht geldt. Het milieueffectrapport doorloopt dezelfde voorbereidingsprocedure als de Omgevingsvisie.
2.5
Argumenten communicatie/participatie De omgevingsvisie is in een traject van participatie met betrokken bewoners en organisaties opgesteld. Ook zijn de raad en de Adviescommissie Omgevingskwaliteit bij de voorbereiding van de visie betrokken. Om de visie goed toegankelijk te maken heeft deze de vorm van een zogenoemd "i-report" gekregen, met samenvattingen op onderdelen, uitgelichte kaartbeelden, kruisverwijzingen, een publieksvriendelijke samenvatting en een verwijzing naar het integrale document (visie + MER). Het i-report is te vinden op www.omgevingsvisie.gouda.nl. Op dit moment staat daar nog het ontwerp van de Omgevingsvisie.
2.6
Argumenten met betrekking tot mensen met een handicap/beperking De Omgevingsvisie heeft als doelstelling een prettige en veilige leefomgeving voor iedereen. In de keuzes “Gezonde groen-blauwe stad” (paragraaf 7.30 en ‘Sterke wijken” (7.5) geldt als uitgangspunt het “beschermen en bedienen van kwetsbare mensen, onder andere door bevorderen van zelfredzaamheid (in de woning en de openbare ruimte) voor mensen met een beperking en ouderen”. In de Woonzorgvisie en de herinrichtingsplannen voor de openbare ruimte krijgt dit verder gestalte.
2.7
Argumenten op basis van duurzaamheid In de vijf keuzes voor de leefomgeving zijn er drie expliciet gericht op de duurzame stad. Het gaat daarbij om de inzet op betere mogelijkheden voor de fietser, het uitbreiden en verbeteren van het openbaar groen, het vergroten van de wateropvangcapaciteit en de energietransitie. pagina 4
Verder zal bij ruimtelijke projecten “tijdig en voldoende aandacht worden besteed aan groen, biodiversiteit en duurzaamheid, o.a. door het uitwerken van het convenant ‘Aan de slag met natuurinclusief bouwen’ (denk bijvoorbeeld aan bouwen met nestvoorzieningen, groene daken en groene muren). We volgen de ontwikkelingen op het gebied van circulair bouwen, en moedigen de toepassing hiervan aan bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (citaat paragraaf 7.1.1). Tekst
3
Kanttekeningen De Omgevingsvisie is de eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet. In hoofdstuk 8 van de Omgevingsvisie is globaal beschreven hoe de visie wordt uitgewerkt en uitgevoerd via de andere instrumenten uit de Omgevingswet. De Omgevingswet laat veel ruimte om dit lokaal op een eigen manier in te vullen. Na vaststelling van de visie wordt dit verder uitgewerkt. Besluitvorming hierover zal via het college en de raad op verschillende momenten in het komende jaar aan de orde zijn. Het gaat daarbij in de eerste plaats om besluitvorming over bevoegdheden van de raad en het college onder het regime van de Omgevingswet en over het eerste deel van het Omgevingsplan (na inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 juli 2022).
4
Juridische- / financiële gevolgen Volgens artikel 3.1 van de Omgevingswet, die naar verwachting in juli 2022 in werking treedt, is iedere gemeente verplicht een Omgevingsvisie vast te stellen. Een Omgevingsvisie die wordt vastgesteld vóór de inwerkingtreding van de wet kwalificeert volgens artikel 4.10, lid van de Invoeringswet als Omgevingsvisie, zodra de Omgevingswet in werking treedt. Volgens artikel 16.36 lid 1 van de Omgevingswet dient een milieueffectrapport te worden opgesteld bij een Omgevingsvisie die het kader kan zijn MER-plichtige projecten of waarvoor een MER-beoordelingsplicht geldt. Het milieueffectrapport doorloopt dezelfde voorbereidingsprocedure als de Omgevingsvisie. In de begroting van de afgelopen jaren is geld gereserveerd voor de invoering van de Omgevingswet. Uit deze post op de begroting is de totstandkoming van de Omgevingsvisie bekostigd. De uitvoering van de doelen zoals geformuleerd in de Omgevingsvisie vraagt in veel gevallen om financiële middelen van de gemeente. Omdat de Omgevingsvisie gaat over de hoofdlijnen van het beleid is besluitvorming over eventuele financiering pas aan de orde bij de vaststelling van concrete uitvoeringsprogramma’s en visies voor aspecten of delen van de fysieke leefomgeving.
Voor sommige ambities zijn overigens al middelen gereserveerd, zoals bij de keuze voor duurzame mobiliteit via het Verkeerscirculatieplan dat al is vastgesteld.
5
Personele- / organisatorische gevolgen / duurzaamheid / positie mensen met een beperking Duurzaamheid In de vijf keuzes voor de leefomgeving zijn er drie expliciet gericht op de duurzame stad. Het gaat daarbij om de inzet op betere mogelijkheden voor de fietser, het uitbreiden en verbeteren van het openbaar groen, het vergroten van de wateropvangcapaciteit en de energietransitie. Verder zal bij ruimtelijke projecten “tijdig en voldoende aandacht worden besteed aan groen, biodiversiteit en duurzaamheid, o.a. door het uitwerken van het convenant ‘Aan de slag met natuurinclusief bouwen’ (denk bijvoorbeeld aan bouwen met nestvoorzieningen, groene daken en groene muren). We volgen de ontwikkelingen op het gebied van circulair bouwen, en moedigen de toepassing hiervan aan bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (citaat paragraaf 7.1.1). Positie mensen met een beperking De Omgevingsvisie heeft als doelstelling een prettige en veilige leefomgeving voor iedereen. In de keuzes “Gezonde groen-blauwe stad” (paragraaf 7.30 en ‘Sterke wijken” (7.5) geldt als uitgangspunt het “beschermen en bedienen van kwetsbare mensen, onder andere door
pagina 5
bevorderen van zelfredzaamheid (in de woning en de openbare ruimte) voor mensen met een beperking en ouderen”. In de Woonzorgvisie en de herinrichtingsplannen voor de openbare ruimte krijgt dit verder gestalte.
6
Communicatie / interactiviteit De omgevingsvisie is in een traject van participatie met betrokken bewoners en organisaties opgesteld. Om de visie goed toegankelijk te maken heeft deze de vorm van een zogenoemd "i-report" gekregen, met samenvattingen op onderdelen, uitgelichte kaartbeelden, kruisverwijzingen en een verwijzing naar het integrale document (visie + MER). Het i-report is te vinden op www.omgevingsvisie.gouda.nl. Op dit moment staat daar nog het ontwerp van de Omgevingsvisie.
pagina 6