CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Herstelbesluit bestemmingsplan Ridder van Catsweg 683, Gouda.docx

Raadsvergadering 21 september 2022, gemeente GoudaBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan Ridder van Catsweg2.633 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel afdeling Ruimtelijk beleid en advies

steller

gouda

E. van Dijk

23 augustus 2022

dossiernummer

telefoon

6357

+31182588444

onderwerp

Herstelbesluit bestemmingsplan Ridder van Catsweg 683, Gouda

Gevraagd besluit Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad van de gemeente Gouda voor te besluiten tot: 1.

Het ‘Herstelbesluit bestemmingsplan Ridder van Catsweg 683, Gouda’ vast te stellen.

Toelichting Op 25 mei 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tussenuitspraak gedaan in de beroepszaak tegen het bestemmingsplan 'Ridder van Catsweg 683, Gouda'. De raad is hiervan op de hoogte gesteld met de raadsmemo’s van 31 mei 2022 (dossiernummer 6236) en 7 juni 2022 (dossiernummer 6246). Het betreft een tussenuitspraak waarin de Afdeling bestuursrechtspraak de gemeenteraad de opdracht heeft gegeven om binnen 20 weken een aantal aanpassingen in het bestemmingsplan door te voeren, voordat ze overgaat tot een einduitspraak in de beroepszaak. Met voorliggend raadsvoorstel wordt uitvoering gegeven aan de aanwijzingen voor aanpassingen van het bestemmingsplan, die de Afdeling bestuursrechtspraak heeft gegeven in de tussenuitspraak. Het gaat daarbij om hoofdzakelijk juridisch-technische punten, waarmee de beoogde planologische doelen duidelijker verankerd worden in het bestemmingsplan. Zo worden de eerder opgenomen voorwaardelijke verplichtingen aangescherpt voor de aanleg van groen, de aanleg van een groen dak en het verwezenlijken van een afscheiding tegen lichthinder van koplampen. Daarmee wordt sterker verankerd dat de beoogde ontwikkeling van het bouwplan alleen mogelijk is als deze voorzieningen daadwerkelijk worden getroffen.

1

Nadere uitleg op gevraagd besluit Met de voorgestelde aanpassingen in de regels, op de verbeelding en de toevoeging van het aanvullend en geactualiseerd bezonningsonderzoek en aanvullend en geactualiseerd geluid- en luchtkwaliteitsonderzoek wordt tijdig gevolg gegeven aan de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak, opdat zij definitief kan beslissen op de nog openstaande beroepen.

2

Argumenten Het betreft een tussenuitspraak met toepassing van de zogenoemde bestuurlijke lus. De Afdeling bestuursrechtspraak zal definitief beslissen op de twee nog openstaande beroepen na kennisname van de manier waarop de door haar geconstateerde gebreken zijn hersteld.

2.1

Argumenten juridisch In rechtsoverweging 54 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak een aantal punten opgesomd, die de gemeenteraad dient te adresseren. Het gaat dan om: 1. Verschil tussen besluit en www.ruimtelijkeplannen.nl 2. Nota Hoogbouw 3. Structuurvisie Groen en verwijzing naar beleidsregels 4. Structuurvisie Groen en waarborging groennorm 5. Overkapping met groen dak 6. Bezonning en de mogelijkheid van voorzieningen duurzame energie 7. Lichthinder en maatregelen ter beperking van inschijnende koplampen 8. Geluid en gesloten parkeergarage voor de begane grond In de bijlagen bij het raadsvoorstel zijn de regels en toelichting toegevoegd met daarin de aanpassingen geel gearceerd. Het dan met name om verduidelijkingen van de opgenomen voorwaardelijke verplichtingen zoals bijvoorbeeld aangegeven met toevoegingen daarover in § 7.2.4 en § 7.3 van de toelichting. Op de verbeelding is aangeduid waar de parkeervoorzieningen voorzien moeten worden van een afscheiding met een minimale hoogte van 1,2 meter en is aangeduid hoe hoog dakopbouwen voor verschillende bouwwerken op de daken gebouwd mogen worden. 1.

Verschil tussen besluit en www.ruimtelijkeplannen.nl In het op 9 december 2021 vastgestelde bestemmingsplan is in de artikelen 1.27 en 11.1, b, van de planregels een formulering opgenomen, die afwijkt van de formulering van deze artikelen op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het gaat om twee woorden in de definitie van Mobility as a Service en om één woord in de voorwaardelijke verplichting voor parkeren. Met voorliggend voorstel wordt de formulering van voornoemde artikelen in het bestemmingsplan in overeenstemming gebracht met de versie die op www.ruimtelijkeplannen.nl is geplaatst. 2. Nota Hoogbouw De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat bij toepassing van de afwijkingsregels voor het bouwen van voorzieningen voor duurzame energie plús de afwijkingsregel om tot 10% van bouwmaten af te wijken, toch nog van de Nota Hoogbouw afgeweken kan worden. De Afdeling bestuursrechtspraak doet in de tussenuitspraak onder andere de suggestie om in artikel 10 de aanhef en het eerste sublid te schrappen, als het opnemen van zo’n afwijkingsbevoegdheid niet nodig wordt geacht. Met voorliggend voorstel wordt de suggestie van de Afdeling bestuursrechtspraak overgenomen en wordt de algemene afwijkingsregel van 10% geschrapt. Dat betekent dat artikel 10, onder a, van de planregels kan worden geschrapt. Het sublid b.

van dat artikel wordt vervolgens aangepast dat het tot één artikel 10 verwordt met een extra verduidelijkende toevoeging dat voor toepassing van dat artikel gemeten dient te worden vanaf peil. Het nieuwe artikel 10 kan daarmee geenszins aangewend worden voor het toevoegen van bouwwerken op gebouwen. Verder is in § 3.1 van de toelichting in een alinea waar gesproken wordt over respectievelijke bouwhoogtes van de gebouwen, de zin zo aangepast dat het duidelijker is dat het daar gaat om de bouwhoogtes van de gebouwontwerpen en niet om toegestane bouwhoogtes. 3. Structuurvisie Groen en verwijzing naar beleidsregels In artikel 11.3 van de planregels van het vastgestelde bestemmingsplan is bepaald dat de wettelijke regelingen en beleidsregels waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden, zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan. Artikel 11.4, aanhef en onder b, voor de voorwaardelijke verplichting openbaar groen bevat op grond van artikel 3.1.2, tweede lid, aanhef en onder a, van het Bro echter een zogeheten dynamische verwijzing voor wat betreft de vastgestelde Structuurvisie Groen en de eventuele wijzigingen daarin. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt in de tussenuitspraak dat dit innerlijk tegenstrijdig is.

pagina 2

Voorgesteld wordt daarom om de dynamische verwijzing voor wat betreft de vastgestelde Structuurvisie Groen en de eventuele wijzigingen daarin te schrappen. Dat betekent dat artikel 11.4, aanhef en onder b, van de oorspronkelijke planregels kan worden geschrapt. 4. Structuurvisie Groen en waarborging groennorm De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat met de manier waarop de voorwaardelijke verplichting in artikel 11.4 is geformuleerd niet verzekert dat minimaal 15% van de oppervlakte van het plangebied als openbaar groen moet worden ingericht en in stand moet worden gehouden, zoals beoogd met de tweede beleidsregel van de Structuurvisie Groen. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de gemeenteraad opgedragen om een voorwaardelijke verplichting op te nemen, die is gekoppeld aan het gebruik en heeft daarvoor een suggestie gedaan in rechtsoverweging 54 van de tussenuitspraak. Met voorliggend voorstel wordt die suggestie van de Afdeling bestuursrechtspraak overgenomen. Aan de planregels wordt een nieuw sublid b aan artikel 11, lid 11.4 toegevoegd dat bepaalt dat het gebruik van gronden en bouwwerken voor wonen als bedoeld in lid 6.1, sub a niet is toegestaan, als het in artikel 11.4, aanhef en onder a, van de planregels bedoelde minimaal 15% van de oppervlakte van het plan openbaar groen niet wordt aangelegd en in stand wordt gehouden.

Hierover is in § 4.4.4.3 van de toelichting een extra zin toegevoegd. 5. Overkapping met groen dak De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat met de manier waarop de voorwaardelijke verplichting in artikel 11.5 is geformuleerd niet verzekerd is op dat minimaal 70% van de gronden van het parkeerdek een overkapping met een groen dak moet worden gerealiseerd en in stand moet worden gehouden. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de gemeenteraad opgedragen om een voorwaardelijke verplichting op te nemen, die is gekoppeld aan het gebruik en heeft daarvoor een suggestie gedaan in rechtsoverweging 54 van de tussenuitspraak. Met voorliggend voorstel wordt de suggestie van de Afdeling bestuursrechtspraak overgenomen. Aan de planregels wordt een nieuw sublid c. toegevoegd dat bepaalt dat het gebruik van gronden en bouwwerken voor wonen als bedoeld in lid 6.1 sub e. niet is toegestaan, als de in artikel 11.5 sub a. bedoelde overkapping van minimaal 70% van het parkeerdek als bedoeld in lid 5.1 sub d, voor zover gelegen buiten gebouwen, met een groen dak niet wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. Met het toevoegen van een artikel 11.5 sub b. wordt zeker gesteld dat wanneer er geen parkeerdek gerealiseerd zou worden, dan nog de overkapping met een groen dak gerealiseerd wordt op de plek waar een parkeerdek mogelijk gemaakt is.

Hierover is in § 4.4.5.5 van de toelichting een extra zin toegevoegd. 6. Bezonning en de mogelijkheid van voorzieningen duurzame energie De Afdeling bestuursrechtspraak geeft aan dat in het bezonningsonderzoek ook rekening moet worden gehouden met de afwijkingsmogelijkheid van artikel 8.6, aanhef en onder e, om op het hele dakoppervlak voorzieningen voor het opwekken en leveren van duurzame energie tot een hoogte 3,5 meter te realiseren boven op de toegestane bouwhoogtes. Ze heeft daarom de gemeenteraad opgedragen om een onderzoek te verrichten naar de gevolgen van deze voorzieningen voor de bezonning van de woningen aan de Haastenburg. Met voorliggend voorstel wordt de suggestie van de Afdeling bestuursrechtspraak overgenomen. Er is een aanvullend en geactualiseerd bezonningsonderzoek verricht naar de gevolgen voor de bezonning van de woningen aan de Haastenburg wanneer gebruik zou worden gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid voor het realiseren van voorzieningen voor het opwekken en leveren van duurzame energie op de daken van de appartementsgebouwen. Dit aanvullend en geactualiseerd bezonningsonderzoek is vervangend toegevoegd als Bijlage 12 bij de toelichting van het bestemmingsplan.

pagina 3

Het oorspronkelijke artikel 8.6 sublid e. wordt in aangepaste vorm verplaatst naar artikel 8.2 waar het gehele artikel 8.2 samen met de oorspronkelijke artikelen 8.3 en 8.4 plus artikel 8.6 sublid e. wordt omgevormd tot een geheel nieuw artikel 8.2, dat betrekking heeft op dakopbouwen. Omdat de regeling geldt voor de drie appartementengebouwen met verschillende bouwhoogten en verschillende situeringen, wordt met vier categorieën van de aanduiding “specifieke vorm van wonen – dakopbouwen” in de regels en op de verbeelding geregeld hoe hoog die dakopbouwen mogen zijn op welke plek binnen de bouwvlakken. Hierover zijn in § 5.10.2 van de toelichting drie extra zinnen toegevoegd. Verder wordt in artikel 2.1. onder de definitie van de bouwhoogte van een bouwwerk “Voor dakopbouwen t.b.v. noodtrappen, luchtbehandelings-, lift- en zonnepaneelinstallaties” gewijzigd naar “Voor dakopbouwen”, opdat het duidelijk is dat het gaat om alle dakopbouwen. 7. Lichthinder en maatregelen ter beperking van inschijnende koplampen De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat met de manier waarop de voorwaardelijke verplichting in artikel 8.8 is geformuleerd onvoldoende verzekerd is dat een maatregel ter voorkoming van directe lichtuitstraling van autokoplampen op de gevels van de nabij het plangebied aanwezige bestaande woningen zal worden getroffen en in stand gehouden.

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de gemeenteraad opgedragen om een voorwaardelijke verplichting op te nemen die is gekoppeld aan het gebruik en heeft daarvoor een suggestie gedaan in rechtsoverweging 54 van de tussenuitspraak. Verder geeft de Afdeling bestuursrechtspraak aan dat zekerheid moet worden geboden over de vraag waar de parkeervoorzieningen moeten worden voorzien van een afscheiding met een minimale hoogte van 1,2 meter. Voorgesteld wordt de suggestie van de Afdeling bestuursrechtspraak over te nemen en de voorwaardelijke verplichting van artikel 8.8 te wijzigen in die zin dat de voorwaardelijke verplichting in aangepaste vorm wordt verplaatst naar een nieuw in te voegen artikel 11.6, waarin wordt geregeld dat het gebruik van gronden en bouwwerken voor wonen als bedoeld in lid 6.1 sub a niet is toegestaan, als de maatregel ter voorkoming van onaanvaardbare lichthinder op de gevels van de nabij het plangebied aanwezige bestaande woningen door koplampen van verkeer binnen het plangebied, niet wordt gerealiseerd en in stand gehouden.

Daarbij blijft de regeling in stand in die zin dat een afscheiding met een minimale hoogte van 1,2 meter wordt gerealiseerd en in stand gehouden, maar wordt nu ook daaraan een aanduiding “specifieke vorm van verkeer – afscheiding lichthinder” op de verbeelding gekoppeld die voorschrijft waar zij dient te komen, zowel op maaiveldniveau als op het parkeerdek. Verder zijn in de laatste alinea’s van § 3.1 van de toelichting extra passages toegevoegd om uitvoeriger de voorzieningen te beschrijven, die lichtuitstraling naar buiten toe zo veel mogelijk moeten voorkomen. Ook zijn hierover in § 5.11.2 van de toelichting twee extra zinnen toegevoegd. 8. Geluid en gesloten parkeergarage voor de begane grond De Afdeling bestuursrechtspraak constateert dat in de planregels niet is geregeld dat de begane grond van de parkeergarage gesloten wordt gerealiseerd, terwijl in § 4.2 van het onderzoek geluid en luchtkwaliteit ervan is uitgegaan dat de begane grond dat wel het geval zal zijn op enkele roosters voor ventilatie na. De Afdeling bestuursrechtspraak draagt de gemeenteraad op om dit gebrek te herstellen, waarbij in rechtsoverweging 54 van de tussenuitspraak een suggestie wordt gedaan voor het opnemen van een voorwaardelijke verplichting die strekt tot de aanleg en instandhouding van de gesloten parkeergarage voor de begane grond.

Met voorliggend voorstel wordt de suggestie van de Afdeling bestuursrechtspraak overgenomen. Aan de planregels wordt een nieuw artikel 11.7 toegevoegd dat bepaalt dat het gebruik van gronden en bouwwerken voor wonen als bedoeld in lid 6.1 sub a niet is toegestaan, als de parkeervoorziening binnen de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - verblijf parkeerdek' op de begane grond niet met dichte wanden omsloten wordt gerealiseerd en in pagina 4

stand gehouden, met uitzondering van toegangsopeningen en ventilatieopeningen die nodig zijn voor een parkeervoorziening. Op die manier wordt ook verzekerd dat in het geval er geen parkeerdek gerealiseerd zou worden, er toch een omsloten geheel zal komen. Verder wordt het aanvullend en geactualiseerd geluid- en luchtkwaliteitsonderzoek vervangend toegevoegd als Bijlage 5 bij de toelichting van het bestemmingsplan. 2.2

Argumenten communicatie/participatie Op het herstelbesluit is de bestuurlijke lus van toepassing, zoals omschreven in afdeling 8.2.2a van de Algemene wet bestuursrecht. Met de tussenuitspraak heeft de gemeenteraad van de Afdeling bestuursrechtspraak de opdracht gekregen om het herstelbesluit van 8 december 2021 te herstellen, zonder de bestemmingsplanprocedure opnieuw te doorlopen. In juli 2022 is over de telefoon en de e-mail contact geweest met een van de appelanten, die optreedt als contactpersoon voor degenen die in beroep zijn gegaan tegen het bestemmingsplan. Het tijdpad voor de raadsbehandeling is gedeeld en de inhoudelijke raadsmemo van 7 juni 2022 (dossiernummer 6246) is toegezonden. Zodra bekend is dat stukken worden geagendeerd voor de commissievergadering, worden de appellanten die in beroep zijn gegaan tegen het vastgestelde bestemmingsplan “Ridder van Catsweg 683, Gouda” per e-mail geïnformeerd over wat het college heeft besloten over het herstelbesluit en wat de volgende stappen in de besluitvorming zullen zijn. Ook krijgen zij de stukken toegestuurd, die ook aan de raad verstuurd worden.

3

Kanttekeningen Met een verkorte procedure kan de raad de voorgestelde aanpassingen met een herstelbesluit doorvoeren. Hiervoor heeft de Afdeling bestuursrechtspraak 20 weken de tijd gegeven. Dit betekent dat zo’n besluit uiterlijk 12 oktober 2022 door de raad moet zijn genomen, zodat tot een einduitspraak gekomen kan worden. Na de definitieve uitspraak zal het bestemmingsplan onherroepelijk worden, en hebben belanghebbenden de mogelijkheid om een verzoek tot tegemoetkoming in planschade in te dienen. De kosten voor een toekenning daarvan zullen doorgelegd worden naar de initiatiefnemer en komen niet voor rekening van de gemeente.

4

Juridische- / financiële gevolgen De kosten voor dit herstelbesluit bestaan louter uit personele kosten en worden intern gedragen door de afdelingen Ruimtelijk beleid en advies, Cultuur, Vastgoed en Ontwikkelingen en de Centraal juridische afdeling.

5

Personele- / organisatorische gevolgen / duurzaamheid / positie mensen met een beperking N.v.t.

6

Communicatie / interactiviteit Na het nemen van het herstelbesluit door de gemeenteraad zullen de Afdeling bestuursrechtspraak en de appellanten op de hoogte worden gebracht van de uitkomst. Ook wordt het gewijzigde of nieuwe besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend gemaakt en medegedeeld. Alleen degenen die al beroep hadden ingesteld tegen het bestemmingsplan, krijgen nog de mogelijkheid richting de Afdeling te reageren op de aanpassingen die met het herstelbesluit worden aangebracht. Na een eventuele laatste zitting doet de Afdeling einduitspraak, waarbij vooral gekeken wordt of voldaan is aan de aanwijzingen die in de tussenuitspraak gegeven zijn.

pagina 5

Burgemeester en wethouders van Gouda, De secretaris, de burgemeester,

drs. R.C. Bakker

mr. drs. P. Verhoeve

pagina 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=8941fff3-9694-41d1-8e98-01744dc43376