Raadsvoorstel aanpassing GR Hecht
Tekst van het document
Raadsvoorstel afdeling Maatschappelijk beleid
steller
Gouda
M.A. Kramer
18 april 2023
dossiernummer
telefoon
6818
8608
onderwerp
aanpassing GR Hecht
Gevraagd besluit Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad van de gemeente Gouda voor te besluiten tot: 1.
De zienswijze op de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Hecht vast te stellen en deze zienswijze via de voorgestelde brief in te dienen bij het dagelijks bestuur van Hecht.
Toelichting Door de aanpassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is een aantal aanpassingen nodig in de gemeenschappelijke regeling RDOG HM. Voor het in overeenstemming brengen van de gemeenschappelijke regeling (GR) met de Wgr geldt een overgangstermijn van twee jaar na de datum van inwerkingtreding, dus tot 1 juli 2024. De gewijzigde GR die nu in concept voorligt heeft alle benodigde wijzigingen in zich. Naast de naamswijziging van RDOG HM naar Hecht is nog een aantal aanpassingen benodigd voor de uitvoering van Veilig Thuis. In de bijlagen zijn de volgende documenten gevoegd: 1. De aanbiedingsbrief Hecht. 2. De geactualiseerde Gemeenschappelijke Regeling Hecht (integrale tekst zoals deze komt te luiden.) 3. De was-wordt lijst Gemeenschappelijke Regeling RDOG HM met de gewijzigde artikelen.
1
Nadere uitleg op gevraagd besluit
Er zijn drie aanleidingen voor de wijziging van de gemeenschappelijke regeling: 1. De naamswijziging van RDOG HM naar Hecht. 2. Enkele wijzigingen in de Wgr. Gemeenschappelijke regelingen hebben: • enerzijds tot 1 juli 2024 de tijd om de wetswijzigingen te implementeren door de regelingen aan te passen en • anderzijds is een aantal verruimingen van wettelijke termijnen per 1 juli 2022 ingegaan. 3. Het ontbreken van de verwijzing naar een aantal wetten in de huidige gemeenschappelijke regeling, die voor de legitimering van een aantal taken van het Zorg- en Veiligheidshuis nodig is.
2
Argumenten
Algemene uitgangspunten bij het uitwerken van de aanpassingen:
Bijlagen: 3
De tekst van de GR wordt zo algemeen mogelijk gehouden, zodat deze niet bij het minste of geringste hoeft te worden aangepast. Specifiekere bepalingen worden opgenomen in verordeningen, besluiten en andere bij de GR horende documenten. Deze documenten staan op de website van Hecht: https://www.rdoghm.nl/documenten-rdog-hm Een aantal van deze documenten wordt nog aangepast.
2.1
Argumenten
1. Invoeren zienswijzeprocedure bij het wijzigen en treffen van een regeling Bij het treffen van een GR (maar ook bij het wijzigen en toetreden) krijgen gemeenteraden de mogelijkheid een zienswijze in te dienen over het ontwerp van een GR die colleges of burgemeesters willen treffen. De zienswijzetermijn bedraagt acht weken. Afweging: Deze procedure komt bovenop de bestaande werkwijze en de huidige GR, waarbij de gemeenteraad het college van burgemeester en wethouders toestemming geeft om een wijziging van de GR te treffen. Eerst is de zienswijzeprocedure en daarna moet de instemmingsprocedure langs college en gemeenteraad worden gevolgd. Mede gelet op de uiteenlopende vergadercycli en de ervaringen met de toestemmingsprocedure kan het doorlopen van beide verplichte procedures oplopen tot een jaar. Conclusie: De directe gevolgen voor aanpassingen zijn in de wijziging van de GR opgenomen. 2. Invoeren zienswijzeprocedure omtrent besluiten In de GR worden bepalingen opgenomen omtrent de besluiten van Hecht waarover de gemeenteraden een zienswijze geven. Vóór het nemen van het besluit moet het DB van Hecht schriftelijk en gemotiveerd een oordeel geven over de zienswijzen en de conclusies die Hecht daaraan verbindt. (In beginsel het DB tenzij het gaat om een besluit van het AB. Dan dient het AB schriftelijk en gemotiveerd te reageren op de zienswijze.) Zie artikel 10 lid 6 Wet GR.
Het is mogelijk om geen besluiten van Hecht op te nemen die vatbaar zijn voor het geven van een zienswijze. Uitzondering geldt voor het vaststellen van de begroting en besluiten waarop afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Bijvoorbeeld: het vaststellen van een rampbestrijdingsplan, omdat daar al via een andere weg in een zienswijzeprocedure voorzien is. Voor de belangrijkste en verplichte besluiten rondom de begrotingscyclus was het opvragen van een zienswijze al opgenomen in de GR. Afweging: Het invoeren van een zienswijzeprocedure omtrent besluiten werkt vertragend op het nemen van besluiten. Gelet op de vergadercycli van DB, AB en de gemeenteraden kan dit ertoe leiden dat besluiten niet meer tijdig worden genomen en dit leidt tot het inplannen van extra vergaderingen. Binnen de agenda’s en de bestuurlijke drukte voor Hecht en de colleges is dat vaak problematisch. Voorgesteld wordt om geen extra besluiten aan te wijzen, waarvoor zienswijzen verplicht zijn, dan die nu al opgenomen zijn in de huidige GR. Het grootste deel van de overige besluiten betreft de bedrijfsvoering en interne organisatie van Hecht, oftewel het ’hoe’. Daarnaast worden de gemeenten bestuurlijk en ook ambtelijk betrokken bij de vaststelling van belangrijke besluiten.
Extra zienswijzen bovenop de al bestaande zienswijzen voor bepaalde besluiten, leidt tot meer institutionele vertraging en extra bestuurlijke drukte. Conclusie: In de tekst van de GR is opgenomen op welke besluiten zienswijzen worden ingebracht en dit voldoet aan de Wgr. 3. Regionale gemeenschappelijke raadscommissie De vernieuwde Wgr geeft gemeenteraden de mogelijkheid om gezamenlijk een regionale raadscommissie in het leven te roepen. Hierin hebben raadsleden zitting. De raadscommissie assisteert de gemeenten bij de voorbereiding van de besluitvorming en richt zich op het adviseren van het AB. Indien alle gemeenten daartoe gezamenlijk besluiten, stelt het AB de commissie in. Het is aan de raden
pagina 2
van de deelnemende gemeenten om te bepalen of behoefte is aan een dergelijke commissie. De raden stemmen dan unaniem in met het gezamenlijk voorstel aan Hecht. Indien de raden hiertoe besluiten, dan regelt het AB de instelling en de bevoegdheden, taken, samenstelling en werkwijze van de commissie. Afweging. Het is niet noodzakelijk om de instelling van een raadscommissie in de GR op te nemen. Invoering kan ook, als de behoefte bij de gemeenten bestaat, via een instellingsbesluit en vaststelling van een commissiereglement. Dit is nu ook de werkwijze bij de huidige bestaande bestuursadviescommissies (de BAC Publieke Gezondheid, de BAC Zorg- en Veiligheidshuis en de Auditcommissie). Het is belangrijk om bij het instellen van een raadscommissie ook te kijken naar de regeling rondom vergoedingen hierbij uit de Wgr. Conclusie: In de huidige GR is opgenomen dat het AB commissies kan instellen en is een extra verwijzing opgenomen naar de mogelijkheid van een raadscommissie in de Wgr. 4. Afspraken over burgerparticipatie In de vernieuwde Wgr is een verplichting opgenomen om in de GR te bepalen of en hoe ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de totstandkoming en uitvoering van beleid betrokken worden.
De wijziging van de Wgr introduceert de mogelijkheid om burgers (ingezetenen van de deelnemende gemeenten en andere belanghebbenden) te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van de GR (is toegevoegd als zevende lid aan artikel 10 Wgr). Afweging. Het is niet verplicht om de ingezetenen en belanghebbenden rechtstreeks te betrekken bij de totstandkoming en uitvoering van beleid. Gekozen kan worden om de inspraak te laten verlopen via de reeds bestaande adviesorganen. De gemeenteraad kan het advies van de GASD en GCR meenemen in de zienswijze of meegeven aan de wethouder als AB-lid. Hecht voert taken uit in opdracht van de eigen wettelijke taken én is het uitvoerend orgaan van de gemeenten en hun wettelijke taken. Conclusie: In de tekst van de GR is opgenomen dat de burgerparticipatie wordt geregeld via de reeds bestaande inspraakmogelijkheden van lokale adviesorganen. 5. Actieve informatieplicht De Wgr bepaalt dat het bestuur de gemeenteraden alle inlichtingen verstrekt die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. De GR bevat bepalingen over de wijze waarop de inlichtingen worden verstrekt. Afweging: Op grond van artikel 16 Wgr waren al artikelen in GR opgenomen met betrekking tot verantwoording en verstrekken van inlichtingen.
De nieuwe bepalingen in de Wgr breiden de inlichtingenplicht uit naar een actieve informatieplicht naast de bestaande passieve informatieplicht. Conclusie: In de GR zijn de aanvullende bepalingen opgenomen en daarmee in overeenstemming gebracht met de Wgr. 6. Recht van enquête In de Wgr wordt voorzien in de introductie van een gemeenschappelijk enquêterecht. Gemeenten kunnen ten aanzien van collegeregelingen gezamenlijk een gemeenschappelijke onderzoekscommissie instellen om onderzoek te doen naar eventuele misstanden bij de GR als geheel. Een gemeenschappelijke onderzoekscommissie wordt ingesteld als alle gemeenteraden hiermee instemmen. De gemeenten dienen een gemeenschappelijk orgaan in te stellen waarvoor de instemming van iedere gemeente nodig is. Afweging: Omdat Hecht een collegeregeling is, geldt het recht van enquête ook ten opzichte van Hecht.
pagina 3
Conclusie: Het recht van enquête kan door gemeenten worden ingeroepen, maar heeft geen directe gevolgen voor de tekst van de GR. 7. Verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers Met de wetswijziging wordt duidelijk gemaakt dat lokale of gezamenlijke rekenkamers van de gemeenten de mogelijkheid hebben om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling. Afweging: Het betreft hier slechts een bevestiging dat deze mogelijkheid bestaat en verandert niets aan de huidige situatie. Conclusie: Het heeft derhalve ook geen nieuwe consequenties voor Hecht. Ook geen gevolgen voor de tekst van de GR. 8. Afspraken over evaluatie (nieuw artikel 11a Wgr) De Wgr verplicht tot het opnemen van bepalingen in de GR omtrent evaluatie van de regeling. Niet bepaald is waar de evaluatie specifiek op moet zijn gericht, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze. Gekozen kan worden om niet te evalueren, maar de gemeenteraden moeten daar dan mee instemmen. In de Memorie van Toelichting wordt aangegeven dat: “De meerwaarde van een evaluatie is dat periodiek wordt stilgestaan bij het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. Daarnaast kan een evaluatiemoment een ijkpunt in de samenwerking zijn.” Afweging: De wetsbepalingen omtrent een evaluatie biedt alle mogelijkheden om het zelf in te vullen.
Er is geen verplichting als gemeenten instemmen niet te evalueren. In de GR wordt dan opgenomen dat niet geëvalueerd wordt. Voorgesteld wordt het voorstel van een vierjaarlijkse evaluatie op te nemen in de GR. Conclusie: In de tekst van de GR is opgenomen dat er eens per vier jaar een evaluatie plaatsvindt halverwege de collegeperiode door het AB. 9. Aanscherping afspraken uittreding De Wgr verplicht ertoe om de artikelen in de GR inzake uittreding aan te scherpen (wijziging artikel 9 Wgr). Er wordt niet meer volstaan met de afspraak dat in geval van uittreding het AB de uittreedvoorwaarden vaststelt. Er moet een bepaling worden opgenomen over: • de voorwaarden waaronder wordt uitgetreden en • de gevolgen van de uittreding voor het vermogen van de rechtspersoon, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Afweging: Omdat het een verplichting van de Wgr is zijn de artikelen in de GR met betrekking tot uittreding verder uitgewerkt en aangescherpt. Conclusie: De uittredingsbepalingen zijn aangepast, zodat deze aan de eisen van de Wgr voldoen. 10. Betere aansluiting begrotingscyclus op gemeentelijke cyclus Financiële bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte uitgaven voor een gemeente, die in de eigen begroting van de gemeente worden verwerkt.
Het is de bedoeling van de nieuwe Wgr om de gemeenteraden meer tijd te geven en om beter aan te sluiten bij de gemeentelijke begrotingscyclus. Om de begrotingscycli beter op elkaar aan te laten sluiten worden de uiterste termijnen aangepast • voor indiening van de jaarrekening en kadernota bij gemeenten: was 15 april, wordt 30 april; • het toezenden van de ontwerpbegroting aan gemeenten: was acht weken voor vaststelling, wordt 12 weken; en • het toezenden van de begroting aan Gedeputeerde Staten: was 1 augustus, wordt 15 september.
pagina 4
Nieuw is dat het DB de gemeenteraden schriftelijk en gemotiveerd in kennis stelt van zijn oordeel over de zienswijze die de gemeenteraden naar voren hebben gebracht alsmede de conclusies die het daaraan verbindt voorafgaande aan de vaststelling van de begroting. Afweging: Doordat de uiterste datum van het indienen van de begroting bij Gedeputeerde Staten wijzigt en de zienswijzeprocedure wijzigt, is de planning van de begrotingscyclus aangepast. Een punt van zorg daarbij is de (on)mogelijkheden om in de periode half juli – half september de bestuurlijke cyclus te plannen. Ook voor de raden kan het zomerreces voor problemen in de planning zorgen. Per jaar wordt gekeken naar een zo goed mogelijke planning binnen de afspraken en wettelijke termijnen. Conclusie: De artikelen in de GR met betrekking tot de begrotingscyclus gelden onverkort en hoeven niet te worden opgenomen in de GR, maar zijn omwille van de leesbaarheid wel in de GR opgenomen. 11. Overig de Kadernota: Er is geen zienswijzeprocedure nodig voor de kadernota. De kadernota Hecht is een informatieve (kader)brief waarin de gemeenten op de hoogte worden gesteld over: 1. de verwachte ontwikkeling van het financiële kader; 2. eventuele beleidsmatige ontwikkelingen met een mogelijk financieel effect.
De verwachte ontwikkeling van het financiële kader betreft vooral de technische actualisatie op basis van de meest recente circulaires ten aanzien van het gemeentefonds en de rijksbijdrage. Zo blijven de gemeenten tijdig over de benodigde financiële informatie beschikken om te verwerken in hun eigen begroting. Het opnemen van beleidsmatige ontwikkelingen met een mogelijk financieel effect is bedoeld om gemeenteraden zo vroeg mogelijk te informeren over relevante ontwikkelingen. Eventuele financiële effecten worden pas in de ontwerpbegroting verwerkt nadat daar expliciete besluitvorming door het AB over heeft plaatsgevonden. De gemeenteraden worden op dat moment via de zienswijzeprocedure op de ontwerpbegroting in de gelegenheid gesteld om daarop een zienswijze te geven. Dit sluit ook aan bij de werkwijze van andere grote gemeenschappelijke regelingen in de regio.
3
Kanttekeningen
3.1 Kanttekeningen Het oprekken van de wettelijke termijnen geeft uitdaging aan de besluitvormingsprocessen bij gemeenten. Het lijkt op het eerste gezicht handig meer tijd voor zienswijzen. Het zienswijzeproces voor bijvoorbeeld de conceptbegroting komt uit in het zomerreces. Dat wordt qua planning een uitdaging. Ook de latere oplevering van de jaarrekening heeft gevolgen voor de opname van informatie in de eigen jaarrekening van gemeenten, omdat de Verbonden Partijen daarvan onderdeel uitmaken.
4
Juridische- / financiële gevolgen
. Geen financiële gevolgen De aanpassing van de regeling heeft geen financiële gevolgen. De kosten van de naamswijziging worden door Hecht gedragen en geven geen aanleiding tot grote kostenposten. Juridische gevolgen De regeling moet wettelijk op 1 juli 2024 zijn gewijzigd.
pagina 5
5
Personele- / organisatorische gevolgen / duurzaamheid / positie mensen met een beperking
Personele-/ organisatorische gevolgen De gevolgen van de aanpassingen van de Wgr lijken -in de dagelijkse praktijk- voor Hecht beperkt te zijn. Een groot deel is al praktijk, bijvoorbeeld: • Het vragen van zienswijzen. Het opvragen van zienswijzen was al gangbaar, bijvoorbeeld bij de conceptbegroting en bij een aanpassing van de regeling. •
6
De informatievoorziening. De informatievoorziening is door de Wet open overheid (Woo) reeds aangepast. Raden worden bijvoorbeeld al actief benaderd sinds de start van het programma Hecht24.
Communicatie / interactiviteit
Op grond van de Bekendmakingswet wordt de gemeenschappelijke regeling voor eenieder ter inzage gelegd en algemeen verkrijgbaar gesteld. De bekendmaking van de zakelijke inhoud van de terinzagelegging vindt plaats in het Goudse Gemeenteblad. Volgens artikel 26 sub 1 van de Wgr is gemeente Leiden verantwoordelijk voor de publicatie van de wijzigingen. Artikel 26 sub 1 luidt: ‘Het gemeentebestuur dat daartoe bij de regeling is aangewezen onderscheidenlijk het bestuur van de gemeente van de plaats van vestiging maakt de regeling in alle deelnemende gemeenten bekend in het door dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad.’
Burgemeester en wethouders van Gouda, de secretaris, de burgemeester,
drs. R.C. Bakker
mr. drs. P. Verhoeve
pagina 6