Raadsmemo waardemeting beeldende kunst in de openbare ruimte update-en vervolg
Tekst van het document
memo aan de gemeenteraad aan
de gemeenteraad
dossiernummer
8031
onderwerp
Waardemeting beeldende kunst in de openbare ruimte: update en vervolg
van
het college van burgemeester en wethouders 12 maart 2024
datum
memo Inleiding Dit memo biedt informatie over de uitkomsten van de waardemeting (eerder genoemd nulmeting) naar beeldende kunst in de openbare ruimte in Gouda en het vervolg. De aantrekkelijkheid van de stad voor bewoners, ondernemers en bezoekers hangt mede af van de kwaliteit van de openbare ruimte en op veel plekken in Gouda is de openbare ruimte verrijkt met beeldende kunst. Deze kunst levert een wezenlijke bijdrage aan de leefbaarheid, de sociale samenhang en de lokale economie. Zoals aangekondigd in de raadsmemo ‘Waardemeting beeldende kunst in de openbare ruimte’ en de Cultuurnota ‘Gouda Sterker met Cultuur’ 2023-2027 heeft de gemeente Gouda door onafhankelijke experts een waardemeting laten uitvoeren naar de Goudse collectie beeldende kunst in de openbare ruimte. Middels deze waardemeting brachten zij de betekenis, waarde en staat van de gemeentelijke kunstcollectie beter in beeld. Eind 2023 is dit onderzoek afgerond. In bijlage 1, het volledige rapport van de waardemeting. Het rapport dient als nulmeting om de situatie rond kunst in de openbare ruimte gedegen in beeld te brengen. Op basis van de uitkomsten uit dit onderzoek wordt het collectiebeheer nu geprofessionaliseerd. Hiervoor werkt de gemeente Gouda de komende tijd aan het opstellen van een beleidsplan.
Het doel van dit plan is om geactualiseerde richtlijnen op te stellen voor beheer, opslag, herstel en nieuw werk. Om de raad, in lijn ook met de eerder uitgesproken behoefte van de raad, in dit proces mee te nemen staat er op 20 maart een sessie ter beeldvorming/verkenning/informatief met de commissie Samenleving gepland. De sessie vormt een opmaat in de verdere beleidsvorming. Vraagstukken Uit de waardemeting komen belangrijke vervolgvragen naar boven die gaan over zowel inhoudelijk als financieel beleid. Deze keuzes zullen onderdeel zijn van een beleidsplan (collectieplan) beeldende kunst in de openbare ruimte dat later dit jaar aan de raad zal worden voorgelegd. Tijdens de sessie ter beeldvorming/verkenning/informatie met de commissie Samenleving, wordt input vanuit de raad gevraagd met betrekking tot de volgende vragen: Beleidsmatig Welke richtlijnen wil de gemeente Gouda opstellen met betrekking tot beheer, opslag, herstel en nieuw werk? Er zijn momenteel specifieke beleidsregels voor het plaatsen van nieuwe kunst, maar er ligt bijvoorbeeld (nog) geen volledig, geactualiseerd beleidsplan met daarin heldere richtlijnen over het beheer en onderhoud van alle kunstwerken. Aspecten die hierbij een rol spelen zijn de waardering, het eigendom en mogelijkheden voor participatie. Ook spelen financiële afwegingen hierbij een rol.
Keuzes die hierbij voorliggen zijn: - Hoe zien de algemene richtlijnen omtrent beheer en onderhoud eruit? Is het bijvoorbeeld wenselijk om qua onderhoudsniveau een onderscheid te maken langs de lijnen van de verschillende waarderingscategorieën A, B of C, zoals gehanteerd in de waardemeting? En hoe worden restauraties uiteindelijk geprioriteerd?
-
-
Is het wenselijk om qua onderhoudsniveau een onderscheid te maken tussen werken die wel of geen eigendom van de gemeente zijn? Hoe wordt bijvoorbeeld omgegaan met werken die geen eigendom zijn van de gemeente, maar wel waardevol zijn voor de algehele collectie? Is het wenselijk om lokale kunstprofessionals en bewoners bij de keuzes over beheer en onderhoud te betrekken? En zo ja, op welke manier? Hoe denkt de gemeente in beginsel over verdere ontwikkeling van de collectie en plaatsing van nieuw werk? Denk aan bijvoorbeeld kunst in de openbare ruimte in nieuwe wijken, maar ook aan burgerinitiatieven en schenkingen. Op dit moment is de gemeente hier zeer terughoudend in.
Financieel Op dit moment is er budget voor het dagelijks onderhoud en ‘licht’ herstel van enkele kunstwerken. Dit budget is echter onvoldoende voor het maken van een volledige inhaalslag van groot herstel, noch om groot onderhoud/herstel naar de toekomst toe (meer) gestructureerd te laten plaatsvinden. Daarnaast is er momenteel voor verdere ontwikkeling van de collectie (nieuwe werk) geen specifiek budget of eenduidige systematiek. Keuzes die hierbij voorliggen zijn: Hoe gaat de gemeente om met de dekking van de kosten voor een eventuele inhaalslag van groot herstel van kunstwerken? Hoe organiseert de gemeente de structurele situatie ten aanzien van groot onderhoud en herstel? Mogelijkheden hiervoor zijn: een hoger structureel budget, een reservevoorziening en/of een raadsbesluit voor iedere casus boven een minimaal bedrag. Is het wenselijk om specifiek budget te reserveren of een eenduidige systematiek af te spreken voor het plaatsen van nieuw werk? Denk bijvoorbeeld aan invoering van een percentageregeling bij het bouwen van een nieuwe wijk of een budget voor één of twee nieuwe kunstwerken per jaar. Ontsluiting van de collectie: is het wenselijk met routes, bordjes etc.
meer aandacht te besteden aan kunst in de openbare ruimte, de betekenis, beleving en contextuele duiding van werken? Het rapport: algemeen beeld van de Goudse collectie Het waarderingsrapport (bijlage 1) schetst allereerst een algemeen beeld van de betekenis van de Goudse collectie kunst in de openbare ruimte. Hiermee is in feite de nul-situatie in beeld gebracht. In dit onderzoek zijn in totaal 142 objecten meegenomen. Op basis van dit beeld, wordt in het beleidsplan een zogenoemd Gouds ‘collectieprofiel’ opgesteld. Hierin wordt opgenomen welke eigenschappen van kunstwerken binnen de algehele Goudse collectie passend en van belang zijn. Het rapport toont het volgende algemene beeld van de Goudse collectie: - De historisch gegroeide collectie vormt een veelvormige afspiegeling van de (verzamel)geschiedenis van Gouda. - De lijst van 142 kunstwerken in de openbare ruimte bestaat voornamelijk uit beelden, wand- en omgevingskunstwerken. Er zijn (nog) geen muurschilderingen hierin opgenomen. - De Goudse beeldenroute, met dank aan een legaat van burgemeester James en zijn vrouw, dient nog steeds als de belangrijkste ingang tot kunst in de openbare ruimte in Gouda. - Er zijn 19 kunstwerken te vinden uit de ‘wederopbouw’ periode na de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd werden in Nederland en in Gouda met weinig middelen veel monumentale kunstwerken tot stand gebracht.
- Er zijn 31 kunstwerken rond scholen. Zij zijn veelal tot stand gebracht met de percentageregeling bij nieuwbouw in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf. Hierbij is het aantal uitgesproken moderne werken van hoge artistieke kwaliteit opvallend, onder meer van Volten, Elffers en Van Lieshout. - De rijke traditie van keramiek in Gouda is terug te zien in het opvallend aantal (20) keramische kunstwerken in de openbare ruimte. - Het grote aantal kunstwerken (35) van dieren valt op, waaronder meerdere kikkers en vogels, maar ook een ezel en koe. Het werk lijkt vaak geïnspireerd op de natuur in en rondom Gouda. - Ook de handel en bedrijvigheid in Gouda is vaker terug te zien als onderwerp, zoals de ‘Kaasboerin’ van I. van Dijk en ‘De Gelukzalige Pijproker’ van P. van der Hem. - Er zijn 45 werken van 26 Goudse kunstenaars. I. van Dijk, met 7 kunstwerken, is de meest herkenbare. Anderen zijn: S. Meijer, G. Bakker, C. Broehs en M. Meijer. - Qua diversiteit zijn van de 142 kunstwerken er 37 gemaakt door 24 vrouwelijke kunstenaars. Daarnaast valt op dat mannen vaker dan vrouwen worden afgebeeld. Bovendien zijn er slechts enkele kunstenaars met een cultureel diverse achtergrond. In die zin vormt de huidige collectie geen representatieve afspiegeling van de Goudse samenleving.
pagina 2
-
-
-
Niet alle kunst in de collectie is onomstreden: zo heeft het historisch monument ‘Gebroeders Cornelis en Frederik Houtman’ een link met het koloniaal verleden. Eén van de kunstenaars heeft ook een omstreden (oorlogs)verleden. De externe adviseurs pleiten, mede op basis van participatie gesprekken, in algemene zin zorg te dragen voor (meer) achtergrondinformatie bij de kunstwerken. Over het algemeen zijn de kunstwerken qua onderhoud in goede staat. Toch zijn er in de afgelopen jaren ook werken beschadigd door slijtage, vandalisme en diefstal. Een aantal werken zijn in problematische conditie, zoals het bekende werk ‘Drie vogels in één vlucht’ van F. Carasso. Het herstel van deze werken betekent grote investeringen. Een aantal kunstwerken is behouden dankzij het initiatief van bewoners of organisaties. Hoewel dit met aandacht wordt gedaan, zijn soms door een gebrek aan kennis en middelen ook de verkeerde keuzes (bijvoorbeeld over de kleur en/of locatie van herplaatsing) gemaakt.
De waardering/indeling van de kunstwerken: A, B en C Binnen de waardemeting is elk object afzonderlijk onderzocht en gewaardeerd. Aan de hand van de methode ‘Op de museale weegschaal’ van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is in het bijzonder gekeken naar de cultuurhistorische en sociaal-maatschappelijke waarde van alle objecten. Dit heeft geleid tot een indeling in drie categorieën: A, B en C. Deze indeling geeft (nog) geen concreet advies hoe om te gaan qua beheer en herstel. Een totaal overzicht van de waardering/indeling: Waardering Aantal objecten A = Topwerken 24 B = Om te koesteren 44 C = Het bewaren waard 73 Geen 1* Totaal 142 * Het kunstwerk ‘De Telepoort’ van Atelier ARI ontving (nog) geen waardering, omdat het werk te recent werd geacht om over de sociaal-maatschappelijke waarde al een oordeel te kunnen geven. Uitkomsten participatiesessies Participatie speelt binnen de beeldende kunst in de openbare ruimte steeds meer een rol. Het kan bijdragen aan het creëren van meer betrokkenheid en het stimuleren van draagvlak voor beslissingen. Tegelijkertijd met de waardemeting is daarom een reeks participatiesessies georganiseerd onder de titel ‘Kunst in de Buurt’. Het doel was om meer inzicht te krijgen in de betekenis en mogelijke rol van participatie bij het maken van keuzes over kunst in de openbare ruimte in Gouda.
In samenwerking met Gouda Bruist zijn zeven sessies georganiseerd. In iedere sessie stond steeds één kunstwerk centraal, zodat er voldoende tijd was om hierover met elkaar in gesprek te gaan. In totaal hebben 35 bewoners deelgenomen uit verschillende wijken. Uit de participatiesessies kwam het volgende naar voren: - De deelnemers waardeerden dat om hun input werd gevraagd en blijven graag betrokken. - Een sociaal maatschappelijke waardering kan een geheel andere uitkomst geven dan een cultuurhistorische en/of artistieke waardering. - Gevoelens over een kunstwerk zijn altijd subjectief. Wat voor de één waardevol is, kan dat voor een ander niet zijn. Door gezamenlijk in een groep in gesprek te gaan kan over het algemeen een betere mening/waardering over een kunstwerk worden gevormd en ontstaat wederzijds begrip. - Kunst in de openbare ruimte wordt veelal gezien als een veraangenaming van de leefomgeving. - Bewoners hechten belang aan (meer) achtergrondinformatie bij een kunstwerk. Dit speelt in sterkere mate bij de omstreden werken, zoals bij het historisch monument ‘Gebroeders Cornelis en Frederik Houtman’. Er zijn diverse vormen van participatie denkbaar, zoals incidentele gesprekken of een adviescommissie.
Tijdens de sessies kwam de voorkeur naar voren voor een vaste groep adviseurs bestaande uit zowel lokale kunstprofessionals als bewoners uit verschillende wijken die een aantal keer per jaar samenkomen. Zo kan worden voortgebouwd op de opgedane kennis tijdens de bijeenkomsten. Daarbij dient de kanttekening te worden geplaatst, dat de opkomst bij een aantal participatiesessies soms tegenviel.
pagina 3
Vanuit hun diverse achtergronden, kennis en ervaringen kunnen de adviseurs het college en de raad informeren en adviseren bij keuzes over bijvoorbeeld: de prioritering voor herstel, het vinden van passende locaties voor herplaatsing, het maken van keuzes voor nieuw werk en/of het organiseren van activiteiten die bijdragen aan de informatie toegankelijkheid. Vraag is ook waarover geparticipeerd kan worden. Kan bijvoorbeeld een A-werk worden ‘weggestemd’? Voor het mogelijk opzetten van een adviescommissie kan worden gekeken naar voorbeelden van andere gemeenten, zoals Schiedam en de Hoeksche Waard. Zij hebben hier jarenlang ervaring mee. Informatie over eigendom Mede op basis van algemene juridische regels en de informatie uit de waardemeting is de gemeente van zo’n 71 objecten binnen de 142 kunstwerken vermoedelijk de eigenaar. Hiervan zijn 11 objecten gewaardeerd als A-werken, 27 als B-werken en 32 als C-werken. Daarbij is ‘De Telepoort’ van Atelier ARI niet gewaardeerd. De overige werken zijn vaak eigendom van scholen, maar ook van bijvoorbeeld particulieren, ziekenhuizen, de NS en andere bedrijven. Echter is binnen deze waardemeting het eigendom van de objecten niet definitief vastgesteld. Het aantal juridische vragen rondom eigendom is complex, waardoor het zeer tijdrovend is om voor elk object onomstotelijk vast te stellen wie de eigenaar is.
Het is qua kosten effectiever om dit te doen op het moment dat de eigendomsvraag voor een specifiek kunstwerk relevant is. Wel gelden algemene juridische regels met betrekking tot kunst in de openbare ruimte. Zo is de gemeente in principe de (grond-)eigenaar van objecten die aard- en nagelvast zijn verbonden aan gemeentelijke grond, tenzij er specifieke afspraken zijn gemaakt over het eigendom en/of het onderhoud bijvoorbeeld binnen de vergunning. Kunstwerken die aard- en nagelvast zijn bevestigd aan een gebouw trekken na op de eigenaar van het gebouw. Daarnaast zijn schoolpleinen normaliter in eigendom van de school en zijn daar geplaatste werken dus in beginsel eigendom van de school. Daarbij dient een eigenaar bij herstel, verplaatsing of vernietiging van een object rekening te houden met de intellectueel eigendomsrechten van de kunstenaar. Deze regels gelden tenzij er andere afspraken zijn gemaakt. De meeste kunstwerken zijn geplaatst in het (verre) verleden en hiervoor lijken geen specifieke afspraken te zijn gemaakt. Dan wel is hier geen informatie over te vinden of geregistreerd. Dit maakt bijzondere objecten soms kwetsbaar voor sloop en verval. Bij recentere kunstwerken zijn er wel afspraken.
Zo staat in de huidige beleidsregels kunst in de openbare ruimte opgenomen dat de initiatiefnemer in principe de vervaardigings- en plaatsingskosten inclusief de kosten onderzoeken en vergunningen draagt én de kosten van onderhoud en verzekering voor tien jaar. Desalniettemin houdt de gemeente altijd verantwoordelijkheden voor onderhoud en veiligheid van de gemeentelijke openbare ruimte. Indien een kunstwerk bijvoorbeeld onherstelbaar is beschadigd of een gevaar vormt voor de omgeving kan het normaliter worden verwijderd en vernietigd. De gemeente dient in veel gevallen hierover wel met de kunstenaar of erfgenamen in overleg te treden. Qua beeldvorming verwachten inwoners in algemene termen veeleer dat de gemeente volledige verantwoordelijkheid draagt voor al het onderhoud aan objecten in de openbare ruimte. De huidige situatie: beheer, opslag, herstel en nieuw werk Beheer De openbare ruimte maakt kunst vanzelfsprekend extra kwetsbaar voor slijtage, weersomstandigheden, ongelukken, vandalisme en diefstal. De afdeling Beheer Openbare Ruimte heeft momenteel budget voor een tweejaarlijkse schoonmaak en kleine onderhoudsbeurt van kunstwerken losstaand in de openbare ruimte. Het onderhoud van kunstwerken gebonden aan gebouwen en/of waarvan duidelijk is dat de gemeente geen eigenaar is zijn daarbij doorgaans voor rekening en verantwoordelijkheid van de (gebouw)eigenaar.
Verder zijn de kunstwerken niet verzekerd, omdat de kosten vooralsnog niet lijken op te wegen tegen mogelijke opbrengsten. Opslag De kunstwerken worden soms voor korte of langere duur in de opslag bewaard. Redenen hiervoor zijn bijvoorbeeld bouw- en ontwikkelingsprojecten of een verhoogd risico op vandalisme. De gemeente Gouda heeft hiervoor op dit moment geen specifiek depot, maar de objecten worden door de afdelingen Beheer Openbare Ruimte of Projecten Openbare Ruimte ondergebracht bij verschillende
pagina 4
opslaglocaties, bijvoorbeeld bij Kunstwacht, Museum Gouda en het gemeentelijk depot aan de Sportlaan. Hier is geen beleid voor tot op heden. Ten tijde van de waardemeting zijn acht kunstwerken bekeken die (vermoedelijk) in opslag stonden. Helaas is daarbij het volgende geconstateerd: - De ‘Totempaal’ van D. Elffers, een keramisch kunstwerk dat in de opslag buiten stond, is aangetast door weersomstandigheden. Het werk is direct goed ingepakt. Tevens is een opdracht verleend om dit werk voor de definitieve herplaatsing te herstellen, omdat het een belangrijk A-werk betreft binnen de gehele collectie. Het werk wordt teruggeplaatst in het kader van de voorziene herontwikkeling Jan Ligthartlocatie. - De ‘Phyllotaxis’ van S. Buisman werd niet meer aangetroffen in het gemeentelijk depot aan de Sportlaan, waar het in een houten kist stond opgeslagen in afwachting van herplaatsing. Onderzoek leert dat het kunstwerk in de zomer van 2022 voor het laatst op deze locatie is gezien. Er is een vermoeden van bronsdiefstal. Er wordt daarom voor de zekerheid aangifte gedaan. - Van ‘Twee Generaties’ van W.A. Gaanderse is vooralsnog niet te achterhalen wat hiermee is gebeurd. Het is onduidelijk of dit kunstwerk is opgeslagen. Naar aanleiding van deze constateringen wordt een vervolgonderzoek gestart naar verbetering van de opslag van kunstwerken in de openbare ruimte.
Het bedrijf Kunstwacht zal hiervoor een advies geven over onder meer de nodige klimaatcondities en risico’s van diefstal. Tevens is de interne registratie van kunstwerken in opslag verbeterd. Herstel Ten tijde van de waardemeting was de collectie over het algemeen in goede staat. Toch zijn er ook werken in minder goede conditie. Dit komt vooral omdat er geen duidelijk beleid over, noch budget voor herstel en groot onderhoud is. Van 28 kunstwerken is in ieder geval geconstateerd dat zij zijn beschadigd. De ernst van de schade loopt zeer uiteen van lichte beschadigingen, zoals het ontbreken van kleine elementen, afgesleten hoeken of afgebroken verf, tot aan middel en grote beschadigingen. Het gaat om: - A-werken: zes kunstwerken, waarvan de gemeente van twee vermoedelijk de eigenaar is - B-werken: acht kunstwerken, waarvan de gemeente van vijf vermoedelijk de eigenaar is - C-werken: vierteen kunstwerken, waarvan de gemeente van vier vermoedelijk de eigenaar is Het bedrijf Kunstwacht is gevraagd om een grove schatting te maken van de totale kosten voor herstel van alle 28 kunstwerken. Dit komt uit op zo’n €200.000. Het gaat hierbij om een inhaalslag van meerdere jaren en niet iets wat naar verwachting jaarlijks nodig zal zijn. De kosten voor herstel zijn kunstwerk specifiek en lopen uiteen van zo’n €1.500 tot €50.000 per kunstwerk.
Het ligt voor de hand om specifieke actuele offertes op te vragen, zodra helder is welke kunstwerken wel/niet en volgens welke prioritering worden hersteld. Hierbij is het belangrijk om te denken aan bescherming (het meest acuut) en conservering (het behouden van wat is). Het maken van keuzes voor herstel is complex: Een eerste vraag is of altijd moet worden begonnen met het herstel van A-werken. Zo zijn de bekende ‘Zeven Kikkers’ van G. Logman gewaardeerd als B-werk. Echter lijkt de verdwijning van drie van de zeven kikkers onder de bewoners in Gouda zeer te leven. Een andere vraag is of enkel moet worden gekozen voor herstel wanneer de gemeente Gouda hiervan zelf de eigenaar is. De eigenaar heeft niet altijd voldoende budget. Vaak lijkt dit het geval bij scholen. Echter kan het hier wel gaan om belangrijke A-werken die bijdragen aan de algehele waarde en het behouden van een aantrekkelijke Goudse collectie. Een voorbeeld is de overgeverfde ‘Tien Banken’ van J. van Lieshout. Nieuw werk Bij nieuw werk kan worden gedacht aan schenkingen, burgerinitiatieven en initiatieven vanuit de gemeente bij bijvoorbeeld een nieuwbouwproject of speciale gelegenheid. In de huidige beleidsregels kunst in de openbare ruimte staan regels opgenomen voor het plaatsen van nieuwe kunst.
pagina 5
Wat betreft initiatieven vanuit de gemeente zelf, is er op dit moment nog geen eenduidig beleid. Incidenteel worden opdrachten verstrekt met een concrete aanleiding, zoals ‘De Telepoort’ van Atelier ARI op het Stationsplein in het kader van Gouda750 en de herinrichting van het Stationsgebied. Bij grote nieuwbouwprojecten, bijvoorbeeld Westergouwe of de Spoorzone, wordt niet gestructureerd rekening gehouden met het plaatsen van kunst in de openbare ruimte. Een inventarisatie bij andere gemeenten laat zien dat sommige gemeenten een percentageregeling voor de aanschaf van kunst hanteren bij grote bouwprojecten. Dit percentage ligt vaak tussen 1-2% van de bouwsom. Ook zijn er gemeenten met een specifieke reservevoorziening voor zo’n één of twee nieuwe kunstwerken per jaar. Verder is de gemeente in het algemeen zeer terughoudend met schenkingen en burgerinitiatieven. Ten minimale gelden de bekostigingsregels voor tien jaar onderhoud en er moet een locatie zijn, die op draagvlak kan rekenen. Het allereerst op orde brengen van de huidige collectie heeft momenteel prioriteit. Financiën De afdeling Beheer Openbare Ruimte beschikt momenteel over €27.718,- per jaar voor het dagelijks beheer en onderhoud van kunst in de openbare ruimte. Dit budget is momenteel voldoende voor een tweejaarlijkse schoonmaak en kleine onderhoudsbeurt.
Daarnaast heeft de afdeling Cultuur, Vastgoed en Ontwikkeling, binnen de Cultuurnota respectievelijk €73.530 voor 2024 en voor 2025 t/m 2027 €44.438 per jaar in de begroting opgenomen voor verbetering van het collectiebeheer. Hiermee kan een start worden gemaakt met een inhaalslag van (groot) herstel van de kunstcollectie. Het huidige budget of reserve is echter onvoldoende voor het nodige herstel van alle kunstwerken. Ter illustratie: de kosten voor vervanging van drie van de zeven gestolen kikkers van G. Logman zijn geschat op zo’n €12.000 per stuk. In het nieuwe beleidsplan zal daarom een voorstel worden gedaan over of, en zo ja hoe, dit kan worden ingericht. Hierbij is het maken van inhoudelijke keuzes onvermijdelijk. Daarnaast is de vraag of het jaarlijkse budget niet moet worden opgehoogd. Ook de eventuele wens voor budget voor nieuwe werk(en) moet hierin worden meegenomen. Tijdens de geplande sessie op 20 maart zal de raad worden meegenomen in de dilemma’s. Vervolg: opstellen beleidsplan (collectieplan) Dit jaar wordt gewerkt aan het opstellen van een collectieplan kunst in de openbare ruimte. Doel hiervan is het professionaliseren van het collectiebeheer en bieden van algemene richtlijnen voor het maken van zorgvuldige, overwogen keuzes omtrent beheer, opslag, herstel en nieuw werk.
Dit integrale plan wordt multidisciplinair opgesteld vanuit Cultuur in samenspraak met onder andere Erfgoed en Monumenten, Beheer Openbare Ruimte, Projecten Openbare Ruimte en de Centraal Juridische Afdeling. Bestaande beleidsregels worden hierin meegenomen. Er wordt gestreefd naar behandeling van dit plan in de raad in het derde kwartaal van 2024. Na het vaststellen van het plan door de raad wordt een start gemaakt met groot herstel en met een mogelijk vervolg van het participatie traject. Bijlage 1: Rapport waardemeting beeldende kunst in de openbare ruimte in Gouda, 2023
pagina 6