Raadsmemo Uitgangspunten GR Sociaal Domein MH
Tekst van het document
memo aan de gemeenteraad aan
de gemeenteraad
dossiernummer
7395
onderwerp
Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Midden Holland
van
het college van burgemeester en wethouders 3 oktober 2023
datum
memo Inleiding De vijf gemeenten in de regio Midden-Holland hebben de afgelopen jaren stevige stappen gezet op het verbeteren van de bestuurlijke en ambtelijke samenwerking in het sociaal domein. Deze investeringen leiden tot een beter stuurbare samenwerking, waarbij de bestuurders in positie zijn om gezamenlijk de afwegingen te kunnen maken. In de regiovisie ‘Samen scherper aan de wind’ (vastgesteld in de raden in najaar 2021) is hierover opgenomen (p.26) De gemeenten kiezen om naast de inhoudelijke en financiële opgaven in het sociaal domein de komende periode te werken aan een gefaseerde versterking van de governance. De eerste stap is om de huidige werkwijze te versterken met geformaliseerde samenwerkingsafspraken. Hiermee voldoen we aan de Norm voor Opdrachtgeverschap en leggen we een stevigere basis voor het realiseren van de gezamenlijke opgaven. Voor de langere termijn is de verwachting dat een gemeenschappelijke regeling verplicht wordt vanuit de Jeugdwet en de samenwerking daarop aangepast moet worden. Waar staan we nu? De regionale samenwerking in het sociaal domein is op dit moment conform de besluiten in de regiovisie voor de eerste fase juridisch georganiseerd via een privaatrechtelijke samenwerkingsovereenkomst.
Deze constructie wordt voor de lange termijn als niet-passend ervaren: de bestuurlijke verantwoordelijkheid wordt formeel niet gezamenlijk gedragen, en wordt tevens als niet efficiënt en te licht ervaren voor de huidige taken. Inmiddels is door o.a. het kabinet en de VNG de hervormingsagenda Jeugd vastgesteld, waarin is opgenomen dat de gespecialiseerde jeugdhulp verplicht ingekocht moet worden op regionaal niveau, waarbij de governance vormgegeven is op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De hervormingsagenda is niet controversieel verklaard en de verwachting is dan ook dat het wetsvoorstel op korte termijn wordt ingediend bij de Tweede Kamer. De VNG is met het instemmen van de hervormingsagenda met deze verplichting akkoord gegaan. Opdracht voorbereiden GR Met oog op de huidige wijze van functioneren en de toekomstige wetgeving hebben de vijf colleges de opdracht gegeven aan het Bestuurlijk Overleg Sociaal Domein (BOSD) om de voorbereidingen te treffen om de huidige samenwerking op de regionale taken binnen het sociaal domein te gaan organiseren via publiekrechtelijke constructie op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De uitgangspunten Bij de opdracht tot voorbereiding van de GR hebben de colleges de volgende uitgangspunten meegegeven aan het BOSD:
1 2
3
4 5
De gemeenschappelijke regeling wordt opgericht met als deelnemers de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas. De taken die ondergebracht worden in de GR zijn de taken die nu binnen de Regionale Werkorganisatie zijn ondergebracht op basis van de regiovisie ‘Samen scherper aan de wind’ en de samenwerkingsovereenkomst regionaal sociaal domein. De verantwoordelijkheid voor de huidige centrumtaken voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang zullen ook overgaan naar de GR. Gouda heeft hierbij een bijzondere positie als het gaat om de centrumtaken aangezien de grootste groep kwetsbare inwoners en meeste regionale voorzieningen zich bevinden in Gouda. Bij het opstellen van de regeling voor de GR zal derhalve de mogelijkheid nagegaan worden voor een aanvullende toets op en gesprek over de centrumtaken daar waar gezamenlijk genomen besluiten leiden tot extra gevolgen voor Gouda vanwege haar unieke positie als centrumgemeente. Er wordt gekozen voor samenwerking in een regeling met een ‘Openbaar lichaam’. Kenmerkend voor deze samenwerkingsvorm is dat het rechtspersoonlijkheid heeft. Er wordt binnen de regeling mogelijk gemaakt dat er kan worden samengewerkt met andere gemeenten en aan de voorkant zijn heldere toe- en uittredingsafspraken vastgesteld.
Rijk gaat nog nadere invulling geven aan de wettelijke plicht Het Ministerie van VWS is nog bezig met uitwerking van de wettelijke plicht en het stellen van vereisten aan de regionale samenwerking op dit domein. Mogelijk leidt dit tot elementen die een expliciete plaats moeten krijgen in de Gemeenschappelijke Regeling zelf, waar de raad een besluitvormende rol in heeft. De ervaring leert dat het tempo van het Rijk niet goed voorspelbaar is. Met het oog op de gevoelde noodzaak om stappen te zetten in het beter organiseren van de bestuurlijke governance kiest het college ervoor om een eigen tijdpad uit te zetten. Vanzelfsprekend zal het college de landelijke ontwikkelingen nauw volgen en verwerken in de stukken. Indien toch op een later moment nog grote wijzigingen blijken nodig zijn door eisen vanuit het Rijk zal in het uiterste geval een wijzigingsvoorstel voor de GR worden voorgelegd. Borging van de rol van de raden in de regeling De gemeenteraden hebben in het proces tot het aangaan van een GR een besluitvormende rol. Met het oog op de democratische legimitering en borging van de goede regionaal-lokale aansluiting is het wenselijk dat bij u als gemeenteraad voorafgaand aan het opstellen van de regeling wordt opgehaald hoe u uw formele betrokkenheid in de regeling geborgd wil zien en welke keuzes u wil maken ten aanzien van bijvoorbeeld cliëntparticipatie.
De Wet gemeenschappelijke regelingen biedt hiertoe inmiddels meer mogelijkheden om de democratische legitimering van regionale samenwerking te versterken. Zienswijze vóór het ontwerp Graag nodigen we u daarom uit om hierover in gesprek te gaan met de wethouder en uw ideeën hierop mee te geven via een zienswijze. Het college vraagt u dit uiterlijk in januari 2024 te doen, zodat uw opmerkingen betrokken kunnen worden bij het ontwerp van de regeling. Op 26 oktober 2023 wordt deze memo ook mondeling toegelicht in een reeds voorgenomen digitale regionale bijeenkomst voor raads- en commissieleden over de contouren van het inkoopplan jeugd en Wmo. Vervolgens zal het gesprek in de eigen -lokale- commissies worden voortgezet op een voor u passende datum.
pagina 2