CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsmemo TMK 14 juni 2021 versie 11-06DEFDEF (003).docx

Raadsvergadering 16 juni 2021, gemeente GoudaBij agendapunt: Debat Turfmarktkerk: oordeelsvorming1.929 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo aan onderwerp

van afdeling

Gemeenteraad Gerechtelijke procedures Turfmarktkerkdossier College B&W Directie

telefoon datum

11 juni 2021

memo Op woensdag 26 mei jl. hebben raad en college een eerste reflectieve duiding gegeven op de recente uitspraken van respectievelijk de rechtbank Den Haag en de Raad van State met betrekking tot de beroepsprocedure voor toepassen van (spoedeisende) bestuursdwang én de tussenuitspraak inzake het bestemmingsplan voor de Turfmarktkerklocatie. Als vervolg hierop is een extra raadsvergadering belegd op 14 juni a.s. (in fysieke vorm). Daarbij vormt de uitkomst van de raadsbijeenkomst d.d. 26 mei jl. nadrukkelijk het uitgangspunt. Verdieping tijdlijn Turfmarktkerkdossier Tijdens deze vervolgbespreking wordt, in reactie op informatievragen van verschillende fracties, gestart met een presentatie van de tijdlijn van het dossier. De tijdlijn is op verzoek van de raad geactualiseerd. Op deze wijze heeft iedereen dezelfde informatie en kan de tijdlijn tevens het vertrekpunt vormen voor het verdere verloop van de avond. De tijdlijn is zo opgezet dat deze behulpzaam kan zijn bij het voeren van het debat. Belangrijk om te benoemen is dat de tijdslijn zo feitelijk en objectief mogelijk is opgezet, maar wel vanuit het perspectief van de gemeente. Ter vergadering kunnen in een korte presentatie de drie verder gepreciseerde tijdsmomenten nader worden toegelicht. Op die wijze krijgt de tijdlijn ook meer kwalitatieve diepgang op de cruciale momenten.

Uw raad krijgt ook de gelegenheid om verhelderende vragen te stellen over de tijdlijn. Hiertoe kunnen deze vragen uiteraard ook nog schriftelijk na de raadsvergadering worden aangeleverd bij de griffie. Stand van zaken gesprekken eigenaar/ontwikkelaar Turfmarktkerk Tijdens de raadsbijeenkomst van 26 mei jl. is door een meerderheid van de raad aangegeven dat er een wens is tot het voeren van verkennende gesprekken tussen eigenaar/ontwikkelaar van het perceel van de (voormalige) Turfmarktkerk en de gemeente. Een aantal fracties heeft daarbij aangegeven een rol te zien voor een onafhankelijk intermediair. Het college heeft nog in dezelfde week bij de eigenaar/ontwikkelaar - via zijn raadsman - gepeild of deze open staat om te praten met de gemeente over een mogelijke schikking. Op deze vraag is positief gereageerd en nu ligt er van gemeentezijde desgevraagd een voorstel voor het opstarten van deze gesprekken. Aan een dergelijk traject zijn overigens geen termijnen verbonden. De invulling hiervan is geheel aan de partijen zelf. Hoger beroep Het college beraadt zich op de uitspraak van de rechtbank inzake de (spoedeisende) bestuursdwangprocedure, waarbij de mogelijkheid van hoger beroep een optie is. Het college zal gelet op de hiervoor geldende termijnen - uiterlijk in het college van 22 juni 2021 de knoop moeten doorhakken of er pro forma hoger beroep zal worden ingesteld.

Met een pro forma beroepschrift laat de gemeente de Raad van State weliswaar weten het niet eens te zijn met de beslissing, maar dat er nog geen volledig beroepschrift kan worden ingediend. Dat moet via een formeel procesbesluit van het college dat wordt meegezonden met het hoger beroep. De volgende tijdlijn is hierbij van belang:

  

18 mei 2021: uitspraak rechtbank Den Haag. Start termijn hoger beroep 29 juni 2021: eind termijn hoger beroep 27 juli 2021: indien pro forma hoger beroep is ingesteld, standaard 4 weken uitstel voor indienen gronden. Verder uitstel is op verzoek (en gemotiveerd) mogelijk. Bij een lopend schikkingstraject zal uitstel door de Raad van State vermoedelijk worden verleend.

De duur van een hoger beroep is gemiddeld 1,5 jaar (vanaf start termijn hoger beroep, tot uitspraak). Kosten Turfmarktkerkdossier Tijdens de raadsbijeenkomst van 26 mei jl. is door de fractie van Gemeente Belangen Gouda gevraagd naar een actualisatie van de totale kosten over de afgelopen periode in het Turfmarktdossier. Daarnaast wilt u graag inzicht in de te verwachte kosten in dit dossier. Tijdens de vergadering is door het college toegezegd een update van de tot op heden gemaakte kosten te zullen aanleveren. En daarnaast zou een indicatie worden afgegeven van de kosten van een hoger beroep procedure. Deze informatie treft u onderstaand aan. 1) Actualisatie totale kosten In de beantwoording van de raadsvragen d.d. 12 januari jl. hebben we u laatstelijk geïnformeerd over de financiële stand van zaken in het Turfmarktkerk-dossier. In deze actualisatie haken we aan op de structuur die destijds in de beantwoording is gevolgd, met ditmaal als peildatum 1 juni 2021: a. Kosten ODMH De totale kosten van ODMH bedragen € 265.449,72 (was 12/01: € 259.061,19). Hiervan is een bedrag van € 88.091,33 (was 01/01/’21: € 82.452,81) niet opgenomen in jaarprogramma’s. b. Kosten externe inhuur/inleen Kosten externe inhuur projectleiding bedragen € 69.195,00 (was 01/01/’21: € 55.219,38, excl. BTW). c.

Kosten juridische ondersteuning en bijstand De totale (externe) juridische kosten bedragen € 185.499.44 (was 01/01/’21: € 157.543,31, excl. BTW). d. Kosten ingehuurde deskundigen De totale (advies)kosten externe ondersteuning bedragen € 85.731,34, (was 01/01/’21: € 80.273,21, excl. BTW). e. Totale sloopkosten voor de gemeente Bij besluit d.d. 10 december 2019 heeft het college besloten om de kosten gemoeid met de toepassing van spoedeisende bestuursdwang op KB Holding BV te verhalen. Deze kosten zijn vastgesteld op € 447.591,58, excl. BTW (€ 541.585,81, incl. BTW). De sloopkosten maken hiervan onderdeel uit en bedragen € 238.500, excl. BTW. De door de gemeente daadwerkelijk gemaakte kosten voor het toepassen van spoedeisende bestuursdwang ter grootte van € 531.801,86, excl. BTW, zijn in de kostenverhaalbeschikking gematigd op basis een expertiserapport van Lengkeek B.V. De rechtbank heeft met haar uitspraak d.d. 18 mei jl. het beroep van KB Holding BV tegen de kostenverhaalbeschikking gegrond verklaard en daarmee deze beschikking vernietigd. f. Aantal uren ambtelijke inzet Overeenkomstig de organisatorische richtlijnen worden de ambtelijke uren niet toebedeeld aan specifieke projecten. g. Welk bedrag wordt opgenomen in de begroting voor verdere afwikkeling van dit dossier Er is in de begroting geen bedrag opgenomen voor (afhandeling) van dit dossier.

Vooralsnog wordt uitgegaan van een resterende kostenpost van circa € 50.000, excl. BTW (juridisch en projectleiding). 2) Kosten hoger beroep toepassen spoedeisende bestuursdwang en bestemmingsplanprocedure In een procedure als deze is het onmogelijk om met zekerheid in te schatten wat de kosten zullen zijn. Dat hangt van veel onvoorspelbare factoren af. Zo kan de Raad van State bijvoorbeeld in een eventueel hoger beroep de StAB opnieuw vragen stellen waarop gereageerd zal moeten worden. Ook geeft de reactie van een wederpartij op het hoger beroep vaak aanleiding om nogmaals schriftelijk te reageren. Een aanvullende reactie van een deskundige kan soms ook noodzakelijk zijn. Tot slot is het ook mogelijk dat de Raad van State een tussenuitspraak doet, waarna opnieuw een uitwisselingen van stukken en een zitting zal volgen. pagina 2

Wel kan worden ingeschat wat de kosten zijn voor het schrijven en indienen van het hoger beroep en de zitting in hoger beroep (en het griffierecht). Deze worden geschat op circa € 25.000,- excl. BTW. De mogelijke kosten voor het door de gemeenteraad te nemen herstelbesluit naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Raad van State inzake het bestemmingsplan voor Turfmarkt 60, worden ingeschat op ongeveer € 4.500,- excl. BTW. Leermomenten Door verschillende raadsfracties is aan het college gevraagd welke lessen zij trekken. Daar wordt hieronder nader op in gegaan. 1. Blijf altijd uitgaan van de menselijk maat Gedurende het verstrijken van de tijd kwamen de verhoudingen van de partijen op scherp te staan. Het college heeft juist in dit dossier geprobeerd om zo lang mogelijk gezamenlijk op te trekken met initiatiefnemer. Het gezamenlijk opstellen van een plan van aanpak voor het slopen en stutten is hiervan een voorbeeld. Desondanks moet ook worden geconstateerd dat de woorden en toonzetting die door beide partijen werden gebruikt niet altijd constructief waren. Het erin sluipen van afkortingen van namen is daarvan een voorbeeld. Zaken worden zo onbedoeld (nog) groter gemaakt. De menselijke maat verdwijnt zo steeds verder uit zicht. 2. Enschede blijft ons referentiepunt De datum van 13 mei 2000 staat nog scherp op ons netvlies. Toen gebeurde de vuurwerkramp in Enschede.

Gevolgd door de cafébrand die plaatsvond in de nieuwjaarsnacht van 2000 op 2001 in Café De Hemel in Volendam. Deze gebeurtenissen vormden de opmaat naar een nieuwe standaard voor het handhaven op veiligheid. Organisaties als ODMH komen hier mede uit voort. Ook in dit dossier is nadrukkelijk steeds ervoor gekozen om de veiligheid (van omwonenden) te laten prevaleren. Desondanks moet ook worden geconstateerd dat bestuurders benaderbaar willen zijn. En in de geest van de nieuwe Omgevingswet op een andere wijze moeten én willen samenwerken met initiatiefnemers voor bouwplannen in onze mooie stad. Dit vraagt om maatwerk en is een continue zoektocht naar een goede balans. In deze zoektocht kan echter naar onze mening nooit worden gemarchandeerd met het aspect veiligheid. De ‘worsteling’ die bestuurders hierbij doormaken (eerder) delen is wat ons betreft een leermoment. 3. Lerende organisatie Dit soort dossiers trekt een zware wissel op alle betrokkenen. In eerste plaats uiteraard de heer Boutachekourt en zijn gezin. We beseffen dat dit traject veel impact op hen heeft. In tweede plaats de direct omwonenden. Ook zij hebben volop in spanning gezeten. In laatste plaats ook de ambtelijke organisatie en betrokken bestuurders. Dit dossier gaat ook hen niet in de koude kleren zitten.

Hoewel we nog niet in het stadium zitten dat we eindconclusies kunnen trekken, moeten we ook als organisatie hier beter uitkomen. Wat kunnen we hiervan leren? Aandachtspunt vormt de spanning tussen enerzijds de interne capaciteit voor het begeleiden van dit soort complexe opgaven en anderzijds de bestuurlijke ambities. We moeten hier nog nadrukkelijker keuzes in maken. Ook om ervoor te zorgen dat het ambtelijke organisatie in balans blijft. Deze casus roept ook vragen op over wanneer we als organisatie al dan niet een ‘crisisstructuur’ in het leven zouden moeten roepen, die los staat van de reguliere beleidsorganisatie. Ook de informatievoorziening heeft onze volle aandacht. Dat het met betrekking tot de informatie over de beroepsgang in de bestemmingsplanprocedure anders en beter had gemoeten is zo’n belangrijk leerpunt. Hoewel er geen wettelijke grondslag voor aan actieve informatieplicht is, voor rechtsgedingen geldt een andere informatieplicht, hadden we hier een andere keuze moeten maken. Dit geldt ook voor het al dan niet voeren van debatten gedurende een juridische rechtsgang. Ook wij hebben dit als krampachtig ervaren. Mogelijk kunnen we hier gezamenlijk een passender modus voor vinden zonder daarmee publiekelijk op de stoel van de rechter te gaan zitten. Juist rond communicatie vormt beeldvorming een belangrijk aspect.

Uit de tijdlijn blijkt dat er veel is gecommuniceerd. Ook met betrekking tot bijvoorbeeld de (afhandeling van) Wob-procedures. Desalniettemin blijft voor een deel van de raad het beeld overheersen dat men slecht is geïnformeerd, Wob-verzoeken niet juist zijn

pagina 3

behandeld etc. Dit dilemma gaan we zeker intern bespreken om te kijken welke lessen we hieruit kunnen trekken. 4. Reflectie en contra-expertise In een complex dossier met zo’n lange doorlooptijd moet uiteraard worden gewaakt voor een tunnelvisie. Hier moet gedurende het proces aandacht voor zijn. Hierbij horen naast interne reflectiemomenten ook het opvragen en openstaan voor contra-expertises en second opinions, evenals het telkens confronteren van de feitelijk technische informatie met bestuurlijke/juridische en maatschappelijke informatie. 5. Vertrouwen komt te voet en gaat paard De vertrouwenskwestie is een pijnlijke vraag voor het college. Zeker indien men naar eer en geweten kan zeggen dat men te goeder trouw heeft gehandeld. Het vertrouwen herstellen kost tijd. En begint met een dialoog tussen betrokkenen. Dus ook met de raadsleden. Dit geldt ook voor de heer Boutachekourt waarbij bij hem al de vraag ligt of hij open staat voor een informeel gesprek. Ook als start van een minnelijk traject.

pagina 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=4c15a74a-b474-46d9-8064-c202b266080e