Raadsmemo (Onbenutte) juridische mogelijkheden Integraal Veiligheidsbeleid
Tekst van het document
raadsmemo aan
de gemeenteraad
onderwerp
(Onbenutte) juridische mogelijkheden Integraal Veiligheidsbeleid
van
het college van burgemeester en wethouders
datum
6 mei 2025
zaaknummer
1413107
memo Samenvatting Bij de uitvoering van het integrale veiligheidsbeleid zijn de doelstellingen richtinggevend. De gemeente beschikt hierbij over een goed gevulde gereedschapskist aan juridische dwingende instrumenten, die zo nodig kan worden aangevuld. Er zijn niettemin voorbeelden denkbaar van juridische instrumenten die nog meer/vaker zouden kunnen worden benut. In dit memo worden er enkele genoemd. Doel Ter beeldvorming van de Raadscommissie Bestuur. Aanleiding Dit memo is opgesteld naar aanleiding van het agenderingsverzoek d.d. 2 april 2025 over (onbenutte) juridische mogelijkheden Integraal Veiligheidsbeleid. Hierin wordt de behoefte aangegeven om met de portefeuillehouder in gesprek te gaan over de onbenutte juridische mogelijkheden binnen het gemeentelijk veiligheidsdomein. In dit memo wordt eerst de probleemstelling afgebakend; vervolgens passeren de meest gebruikte juridische instrumenten de revue; tot slot worden enkele onderwerpen genoemd waar mogelijk ruimte is voor meer gebruik van juridische mogelijkheden. Begripsbepaling Allereerst moet worden benadrukt dat de doelstellingen van het integrale veiligheidsbeleid, zoals geformuleerd in IVB Beleidskader 2024-27 en jaarlijkse Actieplannen, richtinggevend zijn. Om de doelstellingen te behalen worden de geëigende middelen ingezet.
Deze zijn goeddeels stimulerend van aard, maar er is vanzelfsprekend ook een aantal juridisch dwingende maatregelen. Dit memo beperkt zich tot die laatste categorie. De probleemstelling impliceert dat de gemeente juridische instrumenten ter beschikking heeft, die ze om wat voor reden dan ook niet (volledig) benut. Dat is in zijn algemeenheid waar, zij het dat de norm is dat instrumenten waar nodig en mogelijk worden ingezet. Als er instrumenten ontbreken, kunnen deze worden toegevoegd bij een periodieke update van de APV, zoals die recentelijk nog heeft plaatsgehad. Zo is het juridische instrumentarium uitgebreid voor o.a. aanpak van woonoverlast, het opleggen van verblijfsontzeggingen en hogere eisen voor verkrijgen van exploitatievergunningen voor horeca en prostitutiebedrijven. Het is belangrijk om te benadrukken dat er naast het gemeentelijke instrumentarium ook andere bestaan, namelijk die van politie en OM (strafrecht). Dit memo beperkt zich tot dat van de gemeente. Bestaande instrumenten Hieronder worden de instrumenten genoemd die in de Goudse praktijk het meest worden gebruikt.
1. Last onder dwangsom Bij een last onder dwangsom wordt aan de overtreder een verplichting opgelegd (een ‘last’) om een overtreding ongedaan te maken, te beëindigen of te voorkomen. Als daar niet aan wordt voldaan dan moet de overtreder per geconstateerde overtreding een bedrag betalen (een ‘dwangsom’). Een last onder dwangsom is een herstelsanctie. De last onder dwangsom heeft primair als doel de overtreder te bewegen tot naleving van de geldende regels. Van de dwangsom moet een zodanige prikkel uitgaan dat de last wordt uitgevoerd. Denk hierbij aan het weghalen van een autowrak. In de praktijk wordt de last in veel gevallen ook opgevolgd. Een last onder dwangsom wordt ook toegepast bij overtreding van de APV-artikelen die gaan over het vervoeren van inbrekerswerktuigen en drugshandel op straat. Doel is dat de overtreder niet nogmaals de fout in gaat, omdat hem een (hoge) dwangsom boven het hoofd hangt. Dit laat zich echter moeilijk toetsen. 2. Last onder bestuursdwang Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding en de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, als die last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Je kunt hierbij denken aan het verwijderen van een voertuigwrak als iemand niet uit eigen beweging overgaat tot verwijdering.
Ook de last onder bestuursdwang is een herstelsanctie. De last onder bestuursdwang wordt met enige regelmaat toegepast bij herstel van de openbare orde. Denk hierbij aan het sluiten van een woning als er drugs zijn gevonden of na ernstige geweldsincidenten. 3. Verblijfsontzegging/ gebiedsontzegging/ samenscholingsverbod Bij overlast of ander hinderlijk gedrag dat leidt tot verstoring van de openbare orde kunnen verblijfsontzeggingen worden opgelegd. De meest voorkomende variant is die voor 24 uur. De overlastgever mag in deze periode niet komen in het gebied waar hij/zij voor overlast zorgt. De politie legt namens de burgemeester deze kortdurende ontzegging op. Ook kan de burgemeester – indien een ontzegging voor een korte periode onvoldoende effect heeft – een ontzegging opleggen voor een langere periode. Een samenscholingsverbod is ook een mogelijkheid, verschil is dat dit instrument niet op een of meerdere specifieke personen is gericht. 4. Waarschuwing Een waarschuwing is een instrument dat met enige regelmaat wordt ingezet, vaak als een eerste stap voordat wordt overgegaan tot bijvoorbeeld het opleggen van een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang. 5. Cameratoezicht In onrustige gebieden van de stad is cameratoezicht een goed instrument. Het draagt bij aan de objectieve en subjectieve veiligheid van de inwoners.
Laatstelijk in februari 2025 heeft de burgemeester de gebieden aangewezen waar cameratoezicht kan plaatsvinden. Camerabeelden worden gebruikt om de politie en de handhavers op straat te ondersteunen. Zo kunnen signalen en meldingen gericht worden benut. Onbenutte mogelijkheden Hieronder worden enkele onderwerpen benoemd waar meer gebruik van juridische mogelijkheden denkbaar is, maar naar het oordeel van het college niet zonder haken of ogen. Ook dit is geen uitputtend overzicht. 1. Uitbreiding cameratoezicht Bij de vraag of de mogelijkheden van cameratoezicht kunnen worden uitgebreid is allereerst van belang dat de burgemeester beslist over de plaatsing van de camera’s. Voor de verwerking van de camerabeelden geldt echter de Wet politiegegevens en de verwerkingsverantwoordelijke voor de beelden is de politie, ook al bevindt de uitkijkcentrale zich in het gemeentehuis. Dit betekent dat de camerabeelden primair politiegegevens zijn. De gemeente mag overtreders van de APV die de
pagina 2
leefbaarheid aantasten (bijvoorbeeld door het verkeerd aanbieden van afval) in principe niet opsporen en bekeuren door het terugkijken van de camerabeelden. Indien de overtreding live op de camerabeelden wordt waargenomen, kunnen handhavers daar naar toe worden gestuurd. Het gaat hierbij echter om een momentopname en handhavers moeten dan net toevallig in de buurt zijn. De overtreder zal in de meeste gevallen al weg zijn. Plaatsing van extra vaste dan wel mobiele camera’s kan mogelijk wel een preventief effect hebben. Eventuele andere mogelijkheden worden nog nader onderzocht. 2. Uitbreiding Boa-bevoegdheden Per 1 januari 2024 mogen Boa’s handhaven op een aantal lichte verkeersovertredingen, te weten: • Het gebruik van een mobiele telefoon tijdens het fietsen; • Het negeren van een rood verkeerslicht door fietsers en voetgangers; • Het niet of onjuist voeren van fietsverlichting. Op dit moment worden deze bevoegdheden in Gouda (nog) niet benut. De gemeente zet de (per definitie schaarse) handhavingscapaciteit in met als voornaamste doel het bevorderen van de leefbaarheid en veiligheid in de openbare ruimte. De focus ligt daarbij op het bestrijden van specifieke vormen van overlast. De inzet van deze verkeersbevoegdheden past binnen de veranderende context van het Boabestel in het algemeen.
De trend van verbreding van taken en verantwoordelijkheden van Boa’s is al langer zichtbaar. Steeds vaker worden zij geconfronteerd met complexe problematiek zoals agressie en geweld en onbegrepen gedrag. Waar de politie zich in toenemende mate terugtrekt uit bepaalde vormen van toezicht, wordt in veel gemeenten de inzet van Boa’s uitgebreid. Daarbij is sprake van beleidsvrijheid en interpretatieverschillen per gemeente, wat leidt tot variatie in taakuitvoering, bevoegdheden en uitrusting. Het ministerie van Justitie en Veiligheid voert op dit moment een brede evaluatie uit van het Boa-bestel. Op basis hiervan zal het ministerie voor de zomer van 2025 een beleidsvisie presenteren. Deze landelijke visie is relevant voor eventuele aanpassingen in regelgeving, organisatie en ondersteuning binnen het bestel en kan eveneens effect hebben op de visie voor Toezicht en Handhaving in Gouda. 3. Uitbreiding toepassing Bibob Recente ontwikkelingen in de landelijke toepassing van de wet Bibob zijn voor het college aanleiding om de toepassing in Gouda aan te scherpen. Zodra het college het te actualiseren Bibob-beleid heeft vastgesteld, zal u daarover worden geïnformeerd. De strekking ervan is om de Bibob-toets op meer terreinen toe te passen dan nu het geval is, bijvoorbeeld door het opnemen van een zogeheten kan-bepaling. Dit zal dan met name op de terreinen bouw, vastgoed en zorg zijn.
pagina 3