Raadsmemo bij Verslag van de re-integratie Participatiewet 2022-2023
Tekst van het document
memo aan de gemeenteraad aan onderwerp
van datum dossiernummer
de gemeenteraad Verslag van de re-integratie Participatiewet 2022-2023 het college van burgemeester en wethouders 3 december 2024 8332
Memo Samenvatting Het verslag van de re-integratie biedt de gemeenteraad inzicht in de effectiviteit van de re-integratie en participatie op grond van de Participatiewet in 2022 en 2023. De resultaten van de re-integratiedienstverlening zijn samengevat in bijlage 2. In dit memo worden enkele resultaten en ontwikkelingen uitgelicht en door het college van duiding voorzien, mede in relatie tot de informatie die de gemeenteraad eerder dit jaar ontving over de bestandstoename1. Dienstverlening In 2022-2023 was sprake van een integrale dienstverlening waarbij de menselijke maat centraal stond. Er werd meer tijd en aandacht besteed aan de hulpvraag van inwoners waarbij gezamenlijk werd gezocht naar een passende oplossing. Voor specifieke groepen, in het bijzonder inwoners met een arbeidsbeperking, statushouders en jongeren, was er specifieke dienstverlening. Voor de eerste groep bijstandsgerechtigden zonder arbeidsvermogen was er intensieve en persoonlijk begeleiding (FIP methode). In de arbeidsmarktregio Midden-Holland werden samenwerkingsinitiatieven opgezet, zoals het Werkcafé, en werden diverse evenementen georganiseerd door het Werkgeversservicepunt (WSP). Hoge tevredenheid van inwoners De inwoners waren tevreden over de dienstverlening met de menselijk maat, met maatwerk en meer tijd en kwaliteit.
De waardering voor de dienstverlening van werk en inkomen in het algemeen en voor de reintegratie dienstverlening in het bijzonder, kent een stijgende lijn sinds de start van de metingen in 2018. Cliënten waardeerden de dienstverlening in het algemeen met gemiddeld een 8. De intensieve en persoonlijke begeleiding van de consulenten participatie werd als zeer positief ervaren en cliënten kregen daardoor meer vertrouwen in de gemeente. Veranderende bestandsamenstelling De kenmerken van de inwoners die een beroep deden op bijstand veranderden. Eind 2023 was nog maar 2% van de bijstandsgerechtigden direct bemiddelbaar naar werk (zgn. klantgroep 1); 89% had een (zeer) grote afstand tot de arbeidsmarkt of onvoldoende arbeidsvermogen om te werken (zgn. klantgroepen 3 resp. 4). Vergelijking met andere gemeenten De integrale uitvoeringsorganisatie en de daarop geënte indeling in klantgroepen, laat zich niet vergelijken met andere gemeenten. Alternatief is te kijken naar verblijfsduur in de bijstand. In Gouda verblijft 78% van de cliënten langer dan 1 jaar in de uitkering, gemiddeld in de Divosa benchmarkgemeenten is dit 79%. In Gouda verblijft 63% van de cliënten 3 jaar of langer in de uitkering, gemiddeld in de Divosa benchmarkgemeenten is dit 66%.
Toename bestandsomvang Het bestand nam in omvang toe van 1.682 dossiers op 1 januari 2022 tot 1.763 dossiers aan het einde van 2023 als gevolg van een toenemend verschil tussen het instroom- en het uitstroompercentage. Het bestand nam in Gouda meer toe dan landelijk. In 2022 nam het bestand toe met 1,0%, terwijl landelijk nog sprake was van een bestandafname van 6,7%. Begin 2023 was de bestandsomvang in de gemeente 1 Raadsmemo over het BUIG tekort 2023 d.d. 24 oktober 2023 en Raadsvoorstel en Aanvraag vangnetuitkering
Participatiewet 2023 d.d. 22 mei 2024.
Gouda hoger dan landelijk gemiddeld en in 2023 is deze verder toegenomen (+3,2% in Gouda versus -0,5% landelijk gemiddeld). Op het eerste gezicht lijkt het vreemd dat er meer bijstandsgerechtigden kwamen, want de arbeidsmarkt was in 2023 − met 119 vacatures tegenover iedere 100 werklozen − nog erg krap. Maar het lukte niet goed om deze mensen (snel) naar werk te begeleiden doordat ze allerlei problemen hadden en vanwege een mismatch tussen vraag en aanbod van werk. Dalende uitstroom naar werk Het werd lastiger om bijstandsgerechtigden naar werk te begeleiden; de uitstroom naar werk daalde, net zoals landelijk. De verwachting dat cliënten met de kortste afstand tot de arbeidsmarkt snel aan het werk konden, werd niet helemaal bewaarheid. Mogelijk dat in de toekomst met oprichting van één Regionaal Werkcentrum daar nog wat meer bereikt kan worden. De problematiek van cliënten met een lange afstand tot de arbeidsmarkt maakt (snelle) uitstroom naar werk moeilijk. Ondanks de moeilijke opgave die er ligt blijven onze inspanningen erop gericht om meer mensen aan het werk te krijgen. Hoge instroom In 2022 was de instroom 545 dossiers; in 2023 was de instroom met 517 dossiers 5% lager. De instroom in Gouda was hoger dan landelijk gemiddeld, maar het verschil werd kleiner.
In de verslagperiode 2022-2023 waren er veel instromers met recht op bijstand, zoals statushouders die in Gouda kwamen wonen, verhuizers (veelal met multiproblematiek) die in de vertrekgemeente ook al bijstand ontvingen en einde WW-ers (waaronder ook arbeidsbeperkten van wie het contract afliep). Ook veel inwoners van wie de relatie was beëindigd of die dakloos waren geraakt deden in Gouda een beroep op bijstand. Veelal inwoners bij wie sprake was van multiproblematiek en die kwetsbaar zijn op de arbeidsmarkt. De belangrijkste redenen voor instroom in de bijstand Immigratie was de belangrijkste reden voor instroom in de bijstand zowel in 2022 (74 dossiers; 13,6% van de instroom) als in 2023 (98 dossiers; 18,8% van de instroom). Hieraan ligt ten grondslag de keuze voor een voorsprong op de huisvestingsopgave van statushouders. De op één na belangrijkste reden voor instroom was verhuizing (46 dossiers of 8,4% in 2022; 68 dossiers of 13,1% in 2023). Driekwart van de verhuizers ontving al bijstand in de vorige woongemeente. Het ging enerzijds om mensen die verhuisden naar de vrouwenopvang of de maatschappelijke opvang. En anderzijds (zo’n 40%) om verhuizers - grotendeels van buiten onze regio - naar een zelfstandige huurwoning in Gouda.
Dit laatste heeft een relatie met de toekenningssystematiek (B/L-score) van de sociale huurwoningen, waarbij oudere woningzoekenden die geen woning achterlaten op basis van hun leeftijdsscore hoog in de rangorde komen. Dit is ongeacht uit welke gemeente zij komen. Onder andere jongere Goudse woningzoekenden komen lager in de rangorde. Het college onderzoekt de mogelijkheden om de kansen op een sociale huurwoning voor Gouwenaren meer te nivelleren. In de regio vindt discussie plaats over de best mogelijke manier om het woonruimteverdeelsysteem zo toekomstbestendig mogelijk te maken. Deze onderdelen tezamen kunnen eraan bijdragen dat de instroom van mensen in de bijstand wordt bijgestuurd. Meedoen in de Goudse samenleving Ten slotte heeft het college op aangeven van de gemeenteraad in 2023 meer aandacht gegeven aan een steeds grotere groep inwoners met bijstand die onvoldoende of geen arbeidsvermogen heeft. Het college investeerde om deze mensen mee te laten doen in de Goudse samenleving, bijvoorbeeld door te gaan sporten, vrijwilligerswerk te gaan doen of deel te nemen aan een activiteit in een buurthuis en dit werd gewaardeerd door de betrokken cliënten. Beleid is en wordt uitgevoerd De beleidsopgaven zijn nagenoeg allemaal reeds behaald, zoals kort is weergegeven op blz. 2 van de samenvatting en zoals beschreven is in hoofdstuk 7 van het verslag.
In de beleving van het college is hiermee goed uitwerking gegeven aan de opdracht van de gemeenteraad in deze.
Doel Met dit verslag biedt het college inzicht aan de gemeenteraad van Gouda in de keuzes die zijn gemaakt in de jaren 2022 en 2023 op het gebied van re-integratie en participatie op grond van de Participatiewet. Welke voorzieningen en maatregelen zijn ingezet voor welke klantgroepen, hoe is gestuurd op de effectiviteit, hoe de middelen zijn besteed, tot welke resultaten deze keuzes hebben geleid en wat de beleving van cliënten hierover was.
pagina 2
Aanleiding In de Re-integratieverordening is opgenomen dat het college elke 2 jaar verantwoording aflegt aan de gemeenteraad over de inzet en de resultaten van de re-integratie. Dit is vastgelegd in artikel 4, lid 2 van de Re- integratieverordening Gouda 2023. Artikel 4, lid 3 schrijft voor dat het college voor het verslag systematisch informatie verzamelt over: a. de inzet van re-integratievoorzieningen; en b. de resultaten van de re-integratie; en c. de beleving van cliënten. De gemeenteraad ontving in januari 2022 voor de eerste keer een verslag over de re-integratie, over de periode 2020 tot medio 2021. Huidig verslag is een vervolg daarop en heeft betrekking op de periode 2022 en 2023. Ten opzichte van het vorige verslag zijn de cijfers nu voorzien van context en mogelijke verklaringen (cf. het raadsbesluit van 8 februari 2023) en een bespreking aan de hand van zes thema’s.
Aanvullende informatie Over het aantal verstrekte bijstandsuitkeringen en de bijstandsuitgaven legt het college jaarlijks verantwoording af aan de gemeenteraad in de PenC documenten. Dit maakt geen onderdeel uit van dit verslag. Eerder dit jaar, in mei 2024, ontving de gemeenteraad in de aanvraag vangnetuitkering Participatiewet 2023 onder meer een toelichting op de ontwikkeling van het aantal dossiers en de instroom.
Motie/toezegging N.v.t. Bijlagen(n): 1. Verslag van de re-integratie Participatiewet 2022-2023 2. Samenvatting effectiviteit van de re-integratie Participatiewet 22-23
pagina 3