Raadsbesluit precariobelasting 2024
Tekst van het document
De raad van de gemeente Gouda;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 november 2023, nummer 7345; gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; besluit tot vaststelling van:
Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2024 Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. dag : een periode van 24 uren, aanvangende te 0.00 uur, of een gedeelte daarvan; b. week : een periode van zeven achtereenvolgende dagen; c. maand : een kalendermaand;
d. kwartaal
e. jaar f. vergunning
: een kalenderkwartaal;
: een kalenderjaar; : een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie
opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen
onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben. Artikel 2 Belastbaarfeit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3 Belastingplicht 4 De precariobelasting wordt geheven van degenedie het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie 2.
dat voorwerp of die voorwerpen onder,op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.
In afwijking in zoverre vanhet eerstelid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebbenvanhet voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeldin heteerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, opof boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrondheeft.
Artikel 4 Vrijstellingen De precariobelasting wordt, met uitzondering van het bepaalde in de tarieventabel onder 10, niet geheventer zake van: 1. voorwerpen, waarvoor de gemeente eenrecht heft op grond vanartikel 229, eerste lid, onderdeela, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; 2.
3. 4. 5. 6. f. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14.
voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt rechtis, met
uitzondering van voorwerpendie in gebruikzijn bij een derde; het hebben van borden, masten, palen en dergelijke voorwerpen, aangebracht in verband met de verkiezingen voor publiekrechtelijke lichamen; het hebben van voorwerpen of werken, welke door of vanwege het rijk, de provincie of de gemeente uitsluitend voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak zijn aangebracht of geplaatst; brievenbussen, openbare telefooncellen en niet tot reclame dienende aanwijzingen voor het publiek ten dienste van de posterijen en telefonie; het hebben van wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de ANWB, de K.N.A.C.
en van andere overeenkomstige instellingen; het hebben vanbuisleidingen, dienende voor de afvoer van wateren rioolstoffen; het hebben van erkers, balkons, stoepen, pilasters, plinten, kozijndorpels, gevelversieringen, bloembakken, goten, regenpijpen, puilijsten, goot- of kroonlijsten, spionnen en dergelijke; het hebben van een zonnescherm of markies aan een, uitsluitend tot bewoning bestemd, perceel; het hebben van viaggenstokken en viaggen zonder reclame of handelsnaam; het hebbenvan een fietstegel, -blok, -standaardof -rek mits niet voorzien van reclameopschrift; het hebbenvan halteborden voor busondernemingen, mits hierop geen reclame wordt gevoerd; het hebben van openbare aankondigingen en voorwerpenbetreffende tijdelijke activiteiten, met nietcommerciéle doeleinden, van charitatieve instellingen; met toestemming (vergunning) van de gemeente geplaatste voorwerpen en aankondigingenin het kader van buurt gerelateerde niet-commerciéle evenementen.
Artikel 5
Maatstaf van heffing en belastingtarief
De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomenin de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. Artikel 6 Berekening van de precariobelasting 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 9 wordt voor de berekening van de precariobelasting een gedeelte van eenin de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. 2. Indien een tarief per opperviakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend, naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 3. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduurvan die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is. 5.
Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze. 6. In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting: a. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week; b. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand; c. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een jaartarief, maar geen dag- , week- of maandtarief is opgenomen, een gedeelte van een jaar gelijkgesteld met een jaar. 7. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.
Artikel 7 Belastingtijdvak 1 In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaar overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. 2. In andere dan dein het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan. Artikel 8 Wijze van heffing De precariobelasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 9 1. 2.
3
4,
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de naarjaartarieven geheven precariobelasting In de gevallen bedoeldin artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naarjaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voordat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing
voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog
volle kalendermaanden overblijven. Belastingaanslagen van € 5,-- of minder worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslag verschuldigde bedragen voor belastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag.
Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld voor de niet in artikel 9 genoemde gevallen Andere precariobelasting dan die bedoeld in artikel 9 is verschuldigd bij de aanvang van het belastbare feit, tenzij deze over een belastingtijdvak wordt geheven.
Artikel 11
Kwijtschelding
Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 12 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen wordenbetaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 13 Overgangsrecht De ‘Verordening precariobelasting 2023’, van 21 december 2022 wordt ingetrokken metingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande datzij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 14 Inwerkingtreding 1. Deze verordeningtreedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 2 De datum van ingangvandeheffing is 1 januari 2024. Artikel 15 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening precariobelasting 2024’.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 13 december 2023,
De raad der gemeente voornoemd, griffier
drs. E.J. Karman-Moerman
voorzitter
7
r. drs. P. Verhoeve