raadsbesluit APV.pdf
Tekst van het document
Geamendeerd besluit van de gemeenteraad dossiernummer
5459
onderwerp
wijziging Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020
De raad van de gemeente Gouda; gelezen het voorstel van 21 september 2021, gelet op artikel 25e van de Alcoholwet en artikel 149 van de Gemeentewet;
besluit: tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020 De Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020 wordt als volgt gewijzigd: De aanhef wordt als volgt gewijzigd. Bestaande tekst gelet op de artikelen 149, 149a, 151a, 151b,151c, 151 d, 154 en 154a van de Gemeentewet, de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, de artikelen 4 en 25d van de Drank- en Horecawet, artikel 5.13 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en vijfde lid, 2.21 en 3.148, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 3 van de Winkeltijdenwet, artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 3.5. Wet dieren en de artikelen 82 en 82a van de Wet personenvervoer 2000;
Nieuwe tekst gelet op de artikelen 149, 149a, 151a, 151b,151c, 151 d, 154 en 154a van de Gemeentewet, de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, de artikelen 4, 25d en 25e van de Alcoholwet, artikel 3 van de Winkeltijdenwet, artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 3.5 Wet dieren en de artikelen 82 en 82a van de Wet personenvervoer 2000;
Toelichting De aanpassingen zijn nodig in verband met de Alcoholwet en de Verordening fysieke leefomgeving Gouda (hierna: VFLO). A
Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd.
Bestaande tekst Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder:
Nieuwe tekst Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: *,t± ± ± jv*
tm
gemeente gouda
bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Bouwverordening Gouda 2019;
bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;
bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;
college: het college van burgemeester en wethouders;
college: het college van burgemeester en wethouders;
gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet;
gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet;
handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
groenvoorzieningen: door of vanwege de gemeente aangelegde parken, plantsoenen, groenstroken, grasperken, perken met andersoortige beplantingen dan gras, natuur- en recreatieterreinen en natuurgebieden, alle met uitzondering van de daarin gelegen wegen, en bloembakken; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; kampeermiddel: een onderkomen of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40 van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; lachgas: (distikstofmonoxide, N20), een organische verbinden van stikstof en zuurstof met als bruto formule N20, waarvan de verkoop en het gebruik - al dan niet in combinatie met gaspatronen, ballonnen, (slagroom)spuiten of een tank - voor recreatieve doeleinden plaatsvindt.
kampeermiddel: een onderkomen of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40 van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; lachgas: (distikstofmonoxide, N20), een organische verbinding van stikstof en zuurstof met als bruto formule N20, waarvan de verkoop en het gebruik - al dan niet in combinatie met gaspatronen, ballonnen, (slagroom)spuiten of een tank - plaatsvindt;
voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens en van rolstoelen.
motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, van rolstoelen en van treinen.
Toelichting De begrippen 'bouwwerk’, ‘groenvoorzieningen’ en ‘motorvoertuig’ worden geschrapt. Deze onderwerpen zijn per 1 januari in de VFLO opgenomen en deze begrippen worden niet meer in de APV gebruikt. In de definitie van lachgas wordt een verschrijving hersteld. Het lachgasverbod geldt, ingeval het
pagina 2
lachgas voor recreatieve doeleinden wordt gebruikt, volgt uit artikel 2:27, tweede lid. Vwb het begrip ‘voertuigen' vallen treinen niet onder de definitie van voertuigen zoals opgenomen in het R W 1990. De uitzondering is daarom niet nodig. B. Artikel 1:2 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegd bestuursorgaan beslistop een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. 3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing voor zover bij of krachtens deze verordening andere beslistermijnen zijn vastgesteld. 4. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:5 of artikel 3.40 Verordening fysieke leefomgeving Gouda.
Nieuwe tekst Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. 3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing voor zover bij of krachtens deze verordening andere beslistermijnen zijn vastgesteld.
Toelichting Het vierde lid wordt geschrapt, dit is in de VFLO opgenomen. C. De naam van afdeling 2 van Hoofdstuk 2 wordt als volgt gewijzigd Bestaande naam Afdeling 2 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Nieuwe naam Afdeling 2 Veilig gebruik van openbare plaatsen Toelichting De afdeling bevat slechts een artikel over het openen van straatkolken e.d. Dit ziet op de veiligheid van de openbare plaatsen.
D. Artikel 2:4 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst Artikel 2:4 Definities 1. In deze afdeling wordt onder een evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid;
Nieuwe tekst Artikel 2:4 Definities 1. In deze afdeling wordt onder een evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; pagina 3
b. een braderie; c. een snuffelmarkt; d. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:2; f. een wedstrijd op of aan de weg. 3. In deze afdeling wordt onder organisator verstaan: degene die voornemens is een evenement te organiseren en/of degene die een evenement organiseert.
b. een braderie; c. een snuffelmarkt; d. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:2; f. een wedstrijd op of aan de weg. 3. In deze afdeling wordt onder organisator verstaan: degene die voornemens is een evenement te organiseren en/of degene die een evenement organiseert. Toelichting Omzetten Drank- en Horecawet (hierna: DHW) in Alcoholwet
E. Artikel 2:5 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst Artikel 2:5 Evenem entenvergunning 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Het verbod is niet van toepassing op eendaagse evenementen, als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. het aantal aanwezigen bedraagt niet meer dan 100 personen; b. het evenement duurt tot uiterlijk 00.00 uur; c. het evenement omvat niet meer dan één straat; d. er wordt geen livemuziek ten gehore gebracht; e. er worden slechts kleine objecten geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m2 per object;; f. er is een organisator; g. de organisator stelt de burgemeester tenminste twee weken voorafgaand aan het evenement in kennis met een door de burgemeester vastgesteld meldingsformulier. 3. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.
F.
Nieuwe tekst Artikel 2:5 Evenem entenvergunning 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Het verbod is niet van toepassing op eendaagse evenementen, als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. het aantal aanwezigen bedraagt niet meer dan 250 personen; b. het evenement duurt tot uiterlijk 00.00 uur; c. het evenement omvat niet meer dan één straat; d. er wordt geen livemuziek ten gehore gebracht; e. er worden slechts kleine objecten geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m2 per object; f. er is een organisator; g. de organisator stelt de burgemeester tenminste twee weken voorafgaand aan het evenement in kennis met een door de burgemeester vastgesteld meldingsformulier. 3. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. Toelichting Er is gekozen voor een hoger aantal personen, namelijk 250 personen, omdat dit nog steeds een klein evenement betreft.
Artikel 2:9 wordt als volgt gewijzigd
Bestaande tekst Artikel 2:9 Exploitatievergunning 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of
Nieuwe tekst Artikel 2:9 Exploitatievergunning 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of pagina 4
d. bedrijfskantine of-restaurant. 3. De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid als: a. de vestiging of de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. de exploitant of de leidinggevenden de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt; c. de exploitant en de leidinggevenden geen verklaring omtrent gedrag overleggen die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven, tenzij de exploitant tegelijk met of binnen twee weken voorafgaand of na indiening van de aanvraag om een exploitatievergunning een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank en Horecawet ten behoeve van de openbare inrichting heeft aangevraagd; d. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.\ 4. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b.
de exploitant of een leidinggevende binnen vijf jaar voor de datum van indiening van de vergunningaanvraag een openbare inrichting heeft geëxploiteerd die wegens het in ernstige mate nadelig beïnvloeden van de woon- en leefsituatie in de omgeving en/of de openbare orde of de vrees daarvoor gesloten is geweest; c. de exploitant of een leidinggevende binnen vijf jaar voor de datum van indiening van de vergunningaanvraag onmiddellijke leiding heeft gegeven aan een openbare inrichting die wegens het in ernstige mate nadelig beïnvloeden van de woon- en leefsituatie in de omgeving en/of de openbare orde of de vrees daarvoor gesloten is geweest. d. voor de openbare inrichting een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet is geweigerd. 5. Bij de toepassing van de in het vierde lid onder a genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie. 6. De burgemeester vermeldt de leidinggevenden in een aanhangsel bij de vergunning. 7. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens om een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven. Deze melding
d. bedrijfskantine of-restaurant. 3. De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid als: a. de vestiging of de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. de exploitant of de leidinggevenden de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt; of c. de exploitant en de leidinggevenden geen verklaring omtrent gedrag overleggen die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven, tenzij de exploitant tegelijk met of binnen twee weken voorafgaand of na indiening van de aanvraag om een exploitatievergunning een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank en Horecawet ten behoeve van de openbare inrichting heeft aangevraagd; d. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.\4. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; b.
de exploitant of een leidinggevende binnen vijf jaar voor de datum van indiening van de vergunningaanvraag een openbare inrichting heeft geëxploiteerd die wegens het in ernstige mate nadelig beïnvloeden van de woon- en leefsituatie in de omgeving en/of de openbare orde of de vrees daarvoor gesloten is geweest; c. de exploitant of een leidinggevende binnen vijf jaar voor de datum van indiening van de vergunningaanvraag onmiddellijke leiding heeft gegeven aan een openbare inrichting die wegens het in ernstige mate nadelig beïnvloeden van de woon- en leefsituatie in de omgeving en/of de openbare orde of de vrees daarvoor gesloten is geweest; of d. voor de openbare inrichting een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is geweigerd. 5. Bij de toepassing van de in het vierde lid onder a genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie. 6. De burgemeester vermeldt de leidinggevenden in een aanhangsel bij de vergunning. 7. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens om een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven. Deze melding
pagina 5
geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel. 8. De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel als de persoon, bedoeld in het zesde lid, niet voldoet aan de in de verordening gestelde eisen. 9. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift of een vergunning een of meer terrassen bij de openbare inrichting toestaan. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.25 Verordening fysieke leefomgeving Gouda is de burgemeester bevoegd ten aanzien van bij de inrichting behorende terrassen, voorzover deze zich op een openbare plaats bevinden. 10. Onverminderd het bepaalde in het vierde lid kan de burgemeester het in het negende lid bedoelde vergunningsvoorschrift of vergunning ten behoeve van een of meer bij een openbare inrichting behorende terrassen weigeren: a. als het beoogde gebruik als terras schade toebrengt aan de openbare plaats dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of het doelmatig en veilig gebruik daarvan; b. als het beoogde gebruik als terras een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; c. in het belang van bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving. 11.
Het negende en tiende lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet ruimtelijke ordening, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Omgevingsverordening Zuid-Holland, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, de Wet milieubeheer, de Woningwet of de Afvalstoffenverordening Gouda 2011. 12. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 trekt de burgemeester de vergunning als bedoeld in het eerste lid in, indien: a. niet langer wordt voldaan aan de in het derde en vierde lid gestelde eisen; b. gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; c. een niet daarin vermeld persoon leidinggevende is geworden in de betrokken openbare inrichting; d. zich in de betrokken openbare inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid; e. als voor de openbare inrichting een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet is ingetrokken.
geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel. 8. De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel als de persoon, bedoeld in het zesde lid, niet voldoet aan de in de verordening gestelde eisen. 9. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift of een vergunning een of meer terrassen bij de openbare inrichting toestaan. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.25 Verordening fysieke leefomgeving Gouda is de burgemeester bevoegd ten aanzien van bij de inrichting behorende terrassen, voorzover deze zich op een openbare plaats bevinden. 10. Onverminderd het bepaalde in het vierde lid kan de burgemeester het in het negende lid bedoelde vergunningsvoorschrift of vergunning ten behoeve van een of meer bij een openbare inrichting behorende terrassen weigeren: a. als het beoogde gebruik ais terras schade toebrengt aan de openbare plaats dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of het doelmatig en veilig gebruik daarvan; b. als het beoogde gebruik als terras een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; c. in het belang van bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving. 11.
Het negende en tiende lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet ruimtelijke ordening, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Omgevingsverordening Zuid-Holland, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, de Wet milieubeheer, de Woningwet of de Afvalstoffenverordening Gouda 2011. 12. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 trekt de burgemeester de vergunning als bedoeld in het eerste lid in, indien: a. niet langer wordt voldaan aan de in het derde en vierde lid gestelde eisen; b. gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; c. een niet daarin vermeld persoon leidinggevende is geworden in de betrokken openbare inrichting; d. zich in de betrokken openbare inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voorde openbare orde, veiligheid of zedelijkheid; e. als voor de openbare inrichting een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is ingetrokken. Toelichting Omzetten DHW in Alcoholwet.
G. Artikel 2:12 wordt als volgt gewijzigd.
pagina 6
Bestaande tekst Artikel 2:12 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd van de openbare inrichting, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de openbare inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:11, eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras; d. voor leden van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde, om in een openbare inrichting een bijeenkomst te houden; e. onverminderd het bepaalde in de Drank- en Horecawet lachgas of daarop gelijkende waar te verkopen, te gebruiken en/of bij zich te hebben.
Nieuwe tekst Artikel 2:12 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd van de openbare inrichting, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de openbare inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:11, eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras; d. voor leden van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde, om in een openbare inrichting een bijeenkomst te houden; e. onverminderd het bepaalde in de Alcoholwet lachgas of daarop gelijkende waar te verkopen, te gebruiken en/of bij zich te hebben. Toelichting Omzetten DHW in Alcoholwet
H. De naam van afdeling 5 wordt als volgt gewijzigd Nieuwe naam Bestaande naam afdeling 5 Regulering paracommerciële afdeling 5 Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet uit de Drank- en Horecawet Toelichting Omzetten DHW in Alcoholwet Artikel 2:17 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst Artikel 2:17 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder alcoholhoudende drank, horecalokaliteit, inrichting en paracommerciële rechtspersoon, dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet.
Nieuwe tekst Artikel 2:17 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder alcoholhoudende drank, horecalokaliteit, inrichting en paracommerciële rechtspersoon, dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet. Toelichting Omzetten DHW in Alcoholwet
J.
Artikel 2:19 wordt als volgt gewijzigd
Bestaande tekst Artikel 2:19 Schenktijden voor paracom m erciële rechtspersonen 1. Een paracommercieel rechtspersoon verstrekt uitsluitend alcoholhoudende drank gedurende de periode beginnende met een uur voor aanvang en eindigende met een uur na beëindiging van de activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon, voor zover deze periode tussen 12.00 uur en 00.00 uur is gelegen, of als er in een vergunningvoorschrift een afwijkende sluitingstijd voor de inrichting is
Nieuwe tekst Artikel 2:19 Schenktijden voor paracom m erciële rechtspersonen 1. Een paracommercieel rechtspersoon verstrekt uitsluitend alcoholhoudende drank gedurende de periode beginnende met een uur voor aanvang en eindigende met een uur na beëindiging van de activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon, voor zover deze periode tussen 12.00 uur en 00.00 uur is gelegen, of als er in een vergunningvoorschrift een afwijkende sluitingstijd voor de inrichting is pagina 7
vastgesteld als bedoeld in artikel 2:11 eerste lid, tot de daarin vermelde sluitingstijd. 2. Een paracommercieel rechtspersoon vraagt de burgemeester om goedkeuring van zijn bestuursreglement als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Drank- en Horecawet. 3. De burgemeester verleent maximaal twaalf maal per jaar, met een maximum van twee maal per maand, een ontheffing als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en Horecawet aan een paracommercieel rechtspersoon voor een schenktijd tot uiterlijk 01.30 uur.
K.
vastgesteld als bedoeld in artikel 2:11 eerste lid, tot de daarin vermelde sluitingstijd. 2. Een paracommercieel rechtspersoon vraagt de burgemeester om goedkeuring van zijn bestuursreglement als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Alcoholwet. 3. De burgemeester verleent maximaal twaalf maal per jaar, met een maximum van twee maal per maand, een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet aan een paracommercieel rechtspersoon voor een schenktijd tot uiterlijk 01.30 uur. Toelichting Omzetten DHW in Alcoholwet.
Na artikel 2:20 wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Artikel 2:20a vrijstelling proeverijen in slijtlokaliteiten Voor het in artikel 3, eerste lid, van de Alcoholwet ten aanzien van het horecabedrijf vervatte verbod en voor het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod geldt een vrijstelling ten behoeve van proeverijen in slijtlokaliteiten, die worden gehouden buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteiten regulier zijn opengesteld._________________________________________________________________ Toelichting De Alcoholwet biedt de mogelijkheid voor gemeenteraden om vrijstelling van het verbod te verlenen voor slijterijen om in hun winkelruimte proeverijen te houden. Deze moeten worden gehouden binnen de in de Winkeltijdenwet gestelde openingstijden voor winkel, maar na de reguliere sluitingstijd van de slijterij. Algemene voorwaarden voor de proeverijen zijn in het Alcoholbesluit opgenomen. Onder meer dat de proeverij slechts mag plaatsvinden buiten de normale openingstijden van de slijterij, maar binnen de tijden waarop de slijterij bij of krachtens de Winkeltijdenwet geopend mag zijn, dat de slijterij gedurende de proeverij gesloten moet zijn voor klanten en dat per slijterij slechts één proeverij per dag mag worden georganiseerd en maximaal drie proeverijen per week. Ook is de verkoop van andere soorten drank tijdens of na afloop van de proeverij niet toegestaan. ______________________________ L.
Artikel 2:26 wordt als volgt gewijzigd.
Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:26 Verboden gebruik van drank Artikel 2:26 Verboden gebruik van drank 1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien 1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. hebben. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op de 2. Het eerste lid is niet van toepassing op de situaties dat: situaties dat: a. een terras behoort bij een horecabedrijf, als a, een terras behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b. de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als b. de plaats, niet zijnde een openbare inrichting, bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet. geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet. Toelichting Omzetten DHW in de Alcoholwet M. Artikel 2:28 wordt geschrapt.
Bestaande tekst Artikel 2:28 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande
Nieuwe tekst Artikel 2:28 Vervallen.
pagina 8
gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Toelichting Het huidige artikel 2:28 over het colorverbod kan niet meer worden gehandhaafd, omdat de Hoge Raad in zijn arrest van 24 december 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1946) eenzelfde verbod in een andere gemeentelijke verordening onverbindend heeft verklaard. Daarom moet dit artikel worden geschrapt. N. Na artikel 2:27 wordt een artikel toegevoegd, luidende: Artikel 2:28a Verboden m essen en andere zaken als steekw apens 1. Het is verboden om messen of andere zaken die als steekwapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben op door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen. 2. Dit verbod geldt niet voor wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet Wapens en Munitie en evenmin voor andere zaken, die als steekwapen kunnen worden gebruikt, mits deze zaken zodanig zijn ingepakt, dat zij niet geschikt zijn voor onmiddellijk gebruik._________________________________ Toelichting Een messenverbod is gewenst. O.
Na artikel 2:39 worden twee artikelen toegevoegd, luidende: Artikel 2:39a Carbidschieten 1. Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water, of een gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden in een (melk)bus, container, opslagvat of ander daarmee gelijk te stellen voorwerp. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:39b Vervoeren o f bij zich hebben van carbid of soortgelijke stoffen 1. Het is verboden op een openbare plaats carbid of soortgelijke stoffen of voorwerpen als bedoeld in artikel 2:39a te vervoeren of bij zich te hebben, waarvan gelet op hun aard of de omstandigheden waaronder deze worden aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze zullen worden gebruikt in strijd met artikel 2:39a. 2. Het verbod is niet van toepassing op degenen aan wie carbid is afgeleverd gedurende de tijd die nodig is om thuis te komen, noch op degene die aannemelijk maakt dat hij het carbid nodig heeft in de uitoefening van beroep of bedrijf. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht.
__________ Toelichting Tijdelijke verordening carbidschieten wordt in de APV opgenomen, conform de toezegging van de portefeuillehouder op 2 december 2020.____________________________________________________ P. Artikel 2:43 wordt als volgt gewijzigd. Bestaande tekst Artikel 2:43 Bestuurlijke ophouding De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem
Nieuwe tekst Artikel 2:43 Bestuurlijke ophouding De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van pagina 9
aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:7, 2:12, 2:25, 2:26, 2:27, 2:33, 2:39, 2:40, 2:41,2:43, 2:46, 2:47 of 2:48 van deze verordening of artikel 3:38 van de Verordening fysieke leefomgeving Gouda groepsgewijs niet naleven.
personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:7, 2:12, 2:25, 2:26, 2:27, 2:33, 2:39, 2:40, 2:41, 2:43, 2:46, 2:47 of 2:48 van deze verordening groepsgewijs niet naleven.
Toelichting Het niet naleven van de regels voor de groenvoorzieningen, die per 1 januari 2021 in de VFLO zijn opgenomen, wordt hier geschrapt. De sanctie voor deze overtreding is in de VFLO bepaald. Q. Artikel 2:46 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst Artikel 2:46 W oonoverlast 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
Nieuwe tekst Artikel 2:46 W oonoverlast 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
Toelichting Wijziging van de Wet woonoverlast per 1 januari 2021, waarin deze toevoeging is geschrapt. Zo kan een ruimere kring van verhuurders worden aangeschreven, die panden verhuren, van waaruit woonoverlast wordt veroorzaakt. R. Artikel 3:2 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst Artikel 3:2 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
Nieuwe tekst Artikel 3:2 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
sekswerker: degene die seksuele diensten verleent aan een ander tegen betaling;
seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot sekswerk of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotischpornografische aard in een seksinrichting tegen betaling;
sekswerk: het verlenen van seksuele diensten aan een ander tegen betaling; sekswerkbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot sekswerk;
seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf; pagina 10
seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot sekswerk of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotischpornografische aard in een seksinrichting tegen betaling; seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf. werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen betaling worden verricht.
sekswerk: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; sekswerkbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot sekswerk; sekswerker: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen betaling worden verricht. Toelichting De definities van de begrippen sekswerk en sekswerker zijn aangepast aan de definities uit de model-APV, in plaats van amendement. De begrippen zijn in alfabetische volgorde gezet.
S. Artikel 3:5 wordt als volgt gewijzigd.
Artikel 3:5 W eigeringsgronden 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 wordt een vergunning geweigerd als: a ...... h. de exploitant of een beheerder minder dan vijfjaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,- of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; 2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht; 3°. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; 4°. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994; 5°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of 6°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. i. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in
Nieuwe tekst Artikel 3:5 W eigeringsgronden 1. Een vergunning wordt geweigerd als: a ....... h. de exploitant of een beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,- of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; 2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quatervan het Wetboek van Strafrecht; 3°. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; 4°. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994; 5°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of 6°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. i. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd of een beheersverordening. 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt gelijkgesteld:
pagina 11
ontwerp dat ter inzage is gelegd of een beheersverordening. 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g, wordt gelijkgesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b, vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375,- bedraagt. 3......
a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b. betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt. 3. ...
Toelichting Omzetten DHW in Alcoholwet. Het tweede lid onder b wordt aangepast aan de tekst van de Model-APV. T.
De naam van afdeling 1 van Hoofdstuk 4 wordt als volgt gewijzigd.
Bestaande naam Afdeling 1 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging en bescherming groenvoorzieningen
Nieuwe naam Afdeling 1 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging Toelichting De afdeling bevat slechts artikelen over ballonnen, confetti- en serpentineverbod. een artikel over het openen van straatkolken e.d. Dit ziet op bodem- weg- en milieuverontreiniging.
U. Artikel 5:8 wordt als volgt gewijzigd. Bestaande tekst Artikel 5:8 Ventvergunning 1. Het is verboden zonder vergunning van het college in de uitoefening van de ambulante handel op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis goederen te koop aan te bieden, te verkopen of af te leveren dan wel diensten aan te bieden. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet: a. ten aanzien van het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. b. voor het aan de huizen van vaste afnemers afleveren van goederen door - of door huisgenoten of personeel van - hem die dit mede doet ter exploitatie van zijn winkel, bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; c. voor het te koop aanbieden of verkopen van goederen op de plaats die is aangewezen voor het houden van een markt, zulks gedurende de tijden waarop die markt gehouden wordt; d. voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op een standplaats bedoeld in artikel 5:9 en verder. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de vergunning worden geweigerd wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel der gemeente
Nieuwe tekst Artikel 5:8 Ventvergunning 1. Het is verboden zonder vergunning van het college in de uitoefening van de ambulante handel op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis goederen te koop aan te bieden, te verkopen of af te leveren dan wel diensten aan te bieden. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet: a. ten aanzien van het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. b. voor het aan de huizen van vaste afnemers afleveren van goederen door - of door huisgenoten of personeel van - hem die dit mede doet ter exploitatie van zijn winkel, bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; c. voor het te koop aanbieden of verkopen van goederen op de plaats die is aangewezen voor het houden van een markt, zulks gedurende de tijden waarop die markt gehouden wordt; d. voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op een door het college aangewezen standplaats. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de vergunning worden geweigerd wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel der gemeente pagina 12
redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van vergunning voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consumenten ter plaatse in gevaar komt. 4. Het college kan nadere regels vaststellen met het oog op de in het derde lid genoemde belangen, met inbegrip van het stellen van maxima aan het aantal uit te geven ventvergunningen voor de gemeente in haar geheel, voor delen van de gemeente of per branche.
redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van vergunning voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consumenten ter plaatse in gevaar komt. 4. Het college kan nadere regels vaststellen met het oog op de in het derde lid genoemde belangen, met inbegrip van het stellen van maxima aan het aantal uit te geven ventvergunningen voor de gemeente in haar geheel, voor delen van de gemeente of per branche. Toelichting De tekst van het tweede lid onder d is aangepast, omdat het artikel over de standplaatsen per 1 januari 2021 is overgegaan naar de VFLO.
V. Artikel 6:1 wordt als volgt gewijzigd. Bestaande tekst Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1:3 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op het bepaalde bij of krachtens artikel 2:2 (kennisgeving betogingen op openbare plaatsen) en artikel 5:14 (kwaliteit van het taxivervoer). 3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3.27 en 3.40 Verordening fysieke leefomgeving Gouda.
Nieuwe tekst Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1:3 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op het bepaalde bij of krachtens artikel 2:2 (kennisgeving betogingen op openbare plaatsen) en artikel 5:14 (kwaliteit van het taxivervoer).
Toelichting Het derde lid wordt geschrapt, dit is opgenomen in de VFLO. W. Artikel 6:5 wordt als volgt gewijzigd. Bestaande tekst Artikel 6:5 O vergangsbepaling 1. Besluiten die zijn genomen op grond van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009 worden aangemerkt als besluiten genomen krachtens de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020, tenzij in deze verordening anders is bepaald. 2. De Regeling uitstallingen kernwinkelgebied Gouda berust op artikel 2:3 van deze verordening. 3. De Nadere regels standplaatsen 2010 berusten op artikel 5:10 van deze verordening. 4. De Regeling taxivervoer Gouda berust op artikel 5:14, eerste lid, van deze verordening en op artikel 87, eerste lid, onderdeel c, van de Wet personenvervoer 2000. 5. Aanvragen waarop nog niet is beschikt bij de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld krachtens deze verordening. 6. Op bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten genomen krachtens de Algemene
Nieuwe tekst Artikel 6:5 O vergangsbepaling 1. Besluiten die zijn genomen op grond van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009 worden aangemerkt als besluiten genomen krachtens de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020, tenzij in deze verordening anders is bepaald. 2. De Regeling taxivervoer Gouda berust op artikel 5:11, eerste lid, van deze verordening en op artikel 87, eerste lid, onderdeel c, van de Wet personenvervoer 2000. 3. Aanvragen waarop nog niet is beschikt bij de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld krachtens deze verordening. 4. Op bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten genomen krachtens de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009 wordt beslist met inachtneming van deze verordening.
pagina 13
plaatselijke verordening Gouda 2009 wordt beslist met inachtneming van deze verordening. 7. Artikel 2:12, eerste lid, is niet van toepassing op het exploiteren van een bestaand afhaal- of bezorgcentrum: a. gedurende 12 weken na het in werking treden van deze verordening; b. na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de exploitant binnen deze termijn een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:12, eerste lid, heeft ingediend, totdat het bevoegd gezag op die aanvraag heeft besloten.
5. Artikel 2:12, eerste lid, is niet van toepassing op het exploiteren van een bestaand afhaal- of bezorgcentrum: a. gedurende 12 weken na het in werking treden van deze verordening; b. na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de exploitant binnen deze termijn een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:12, eerste lid, heeft ingediend, totdat het bevoegd gezag op die aanvraag heeft besloten.
Toelichting De in het tweede en derde lid vermelde regelingen zijn per 1 januari 2021 gebaseerd op de VFLO en de basis voor deze regelingen is in de VFLO opgenomen. Deze leden kunnen worden geschrapt. De verwijzing naar artikel 5:14 wordt gewijzigd in artikel 5:11.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 2 februari 2022.
De raad van de gemeente voornoemd,
voorzitter
pagina 14