CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2024-2027 - integrale begroting

Raadsvergadering 8 november 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Besluit: Programmabegroting 2024 - 202740.098 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

4.2.4 Kengetallen Het opnemen van financiële kengetallen in de begroting past in het streven naar meer transparantie. Ook geven de kengetallen meer inzicht in de ontwikkeling van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente. Het biedt ook de mogelijkheid om normen te stellen, net als bij de beoordeling van het weerstandsvermogen gebeurt. We relateren de normering zoveel mogelijk aan normen die door de VNG zijn voorgesteld. In het BBV is bepaald dat gemeenten een basisset van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de jaarrekening en begroting. Rekening 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Netto schuldquote

71,4%

84,1%

90,4%

89,5%

94,8%

88,9% < 90% = minst risicovol

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen

71,1%

83,8%

90,0%

89,2%

94,5%

88,6% < 90% = minst risicovol

Solvabiliteitsratio

24,1%

21,6%

24,2%

25,3%

25,5%

27,2%

< 20% = meest risicovol

Structurele exploitatieruimte

7,0%

-0,2%

-1,6%

1,8%

0,4%

1,0%

> 0,0% = minst risicovol

Grondexploitatie

2,0%

5,0%

1,9%

2,1%

0,4%

0,0% < 10% = minst risicovol

Belastingcapaciteit

119,1%

126,8%

128,9%

128,9%

128,9%

128,9%

GTK-richtlijn

> 105% = meest risicovol

4.2.4.1 Toelichting Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. De nettoschuldquote van de gemeente Gouda zal eind 2024 ongeveer 90% zijn en de jaren daarna aflopen naar ongeveer 89% eind 2027. De waarden liggen ruim onder de signaalwaarde van de VNG. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter.

Programmabegroting 2024-2027

77

Solvabiliteitsrisico Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. In de periode 2024 tot en met 2027 neemt de solvabiliteit toe van 24,2% tot 27,2%.De VNG hanteert een signaalwaarde van 20% als minimum. Structurele exploitatieruimte Het kengetal ‘structurele exploitatieruimte’ geeft inzicht in welke mate de structurele lasten van de gemeente gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen in welke mate de gemeente in staat is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. De begroting 2024-2027 van de gemeente Gouda laat zien dat de structurele lasten met uitzondering van begrotingsjaar 2024 volledig worden gedekt door structurele baten. Grondexploitatie De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren betreft.

Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. In de periode 2022 tot en met 2027 ligt dit kengetal van de gemeente Gouda “veilig” onder de GTK-norm van 10%. Belastingcapaciteit Het kengetal ‘belastingcapaciteit’ geeft weer hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde van alle gemeenten. De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten voor de burger. Een belastingcapaciteit van 100% betekent dat de woonlasten op het landelijk gemiddelde liggen. Onder de woonlasten worden verstaan de ozb, rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Een percentage boven de 100% betekent dat de woonlasten per huishouden hoger zijn dan het landelijk gemiddelde. Binnen de gemeente Gouda worden de hoge woonlasten veroorzaakt door het relatief hoge aanslagbedrag voor de rioolheffing, die nodig is om de financiering van de riolering toekomstbestendig te maken.

78

Programmabegroting 2024-2027

4.3 Onderhoud kapitaalgoederen 4.3.1 Inleiding De gemeente heeft op haar grondgebied een groot aantal kapitaalgoederen zoals gebouwen, wegen, constructies, riolering, water en groen. Investeren in en onderhouden van kapitaalgoederen zijn belangrijk, omdat deze kapitaalgoederen een belangrijke bijdrage leveren aan de uitvoering van de programma’s van de begroting, zoals milieu, onderwijs en verkeer. Een aantal van de taken, waarop kapitaalgoederen betrekking hebben, is verplicht. Zo heeft de gemeente een wettelijke plicht rondom riolering en onderhoud van wegen. Ook leggen de kapitaalgoederen een aanzienlijk beslag op de gemeentelijke middelen. Dit geldt niet alleen voor de aanschaf als investering, maar ook voor de jaarlijkse exploitatiekosten die hieruit voortvloeien. Het gaat dan vooral om kosten van rente en afschrijving, kosten van groot en klein onderhoud en beheerskosten. Dit vergt duurzaam onderhoudsbeheer op basis van door de raad vast te stellen beleidskaders waaruit de voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling daarvan in de begroting dienen te worden aangegeven. In deze paragraaf geven we een dwarsdoorsnede van de meerjarige uitgaven voor het onderhoud.

We maken onderscheid in kapitaalgoederen in de openbare ruimte (bijvoorbeeld wegen, openbare verlichting, bruggen, openbaar groen en riolering) en gemeentelijke gebouwen (bijvoorbeeld Huis van de Stad, Schouwburg, Cultuurhuis De Garenspinnerij). Het onderhoudsbeleid is gebaseerd op de onderstaande nota's die door de raad zijn vastgesteld: Nota

Datum vaststelling

Uitvoeringsplan 1e tranche IHP 2020-2024

Vastgesteld op 19-02-2020

Verordening Voorzieningen Huisvesting onderwijs gemeente Gouda 2020

Vastgesteld op 19-02-2020

Kadernota Vastgoed 2012

Vastgesteld op 12-12-2012

Nota kwaliteitsplan openbare ruimte (KOR)

Vastgesteld op 03-10-2005, actualisatie in 2018 (ter kennisname) aan de raad aangeboden

Nota lange-termijn-investeringen (LTI)

Vastgesteld op 25-05-2011

Nota beheerplan groot- en vervangingsonderhoud (GoVo)

Eerste versie vastgesteld op 10-11-2012. Jaarlijkse actualisatie en één ker per twee jaar aan de Raad aangeboden. Meest recente versie is in juli 2023 aan de Raad aangeboden.

Klimaatadaptatiestrategie

Vastgesteld op 11-12-2019

Nota verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP)

Vastgesteld op 06-03-2019

Nota Sport en Bewegen

Vastgesteld op 5-7-2017

Nota maatschappelijke voorzieningen Westergouwe

Vastgesteld op 26-05-2021

Omdat de onderhoudsbehoefte per jaar kan verschillen, kunnen de uitgaven ook jaarlijks verschillen. Daarom worden kostenegalisatievoorzieningen gebruikt waaraan jaarlijks een bedrag wordt gedoteerd. In een jaar dat er minder wordt uitgegeven dan begroot, groeit de voorziening en de middelen uit de voorziening zijn beschikbaar in een jaar waarin er meer wordt uitgegeven dan wordt toegevoegd aan de voorziening.

4.3.2 Onderwijsgebouwen 4.3.2.1 Beleid De gemeente is verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting van het primair en voortgezet onderwijs. Die verantwoordelijkheid vertaalt zich in een zorgplicht voor de huisvesting. De uitvoering van deze zorgplicht is vastgelegd in het Uitvoeringsplan onderwijshuisvesting 2020-2024 1e tranche IHP. De bekostiging voor de onderhoudsreserve voor schoolgebouwen is vanaf 1 januari 2015 geen taak meer voor de gemeente. De schoolbesturen zijn zelf verantwoordelijk voor al het onderhoud aan hun schoolgebouwen. Schoolbesturen ontvangen deze middelen vanaf 2015 rechtstreeks van het Rijk. De gemeente blijft nog wel verantwoordelijk voor nieuwbouw, uitbreiding, medegebruik, eerste inrichting, vandalismeschades en constructiefouten. De gemeentelijke gymnastiekzalen zijn in de dienstverleningsovereenkomst met SPORT●GOUDA ondergebracht. SPORT●GOUDA voert hier het beheer en onderhoud uit. De gemeente stelt jaarlijks een programma Onderwijshuisvesting vast waarin de huisvestings- (en daaraan gerelateerde) aanvragen van de schoolbesturen zijn opgenomen.

4.3.2.2 Financiële middelen Dagelijks onderhoud De gemeente is verantwoordelijk voor het dagelijks onderhoud van de zes zogeheten "bruikleenscholen". Gebruik vindt plaats op basis van medegebruiksovereenkomsten. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor al het onderhoud aan hun schoolgebouwen. Hiervoor ontvangen zij een vergoeding van het Rijk. SPORT●GOUDA onderhoudt de gemeentelijke gymnastieklokalen. De onderhoudsvoorziening voor schoolgebouwen was vanaf 2015 nog bestemd voor meerjarig onderhoud aan bruikleenscholen en gymzalen. Tevens werd het meerjarig onderhoud aan de Burgemeester Martenssingel 15 (vanwege gebruik door de GSG) uit deze voorziening voldaan. In 2019 zijn deze middelen overgeheveld naar de reguliere exploitatie.

Programmabegroting 2024-2027

79

Voor het schoolgebouw Burgemeester Martenssingel 15 is in 2020 een herijkte MJOP opgesteld voor de komende jaren. Op 9 november 2022 is middels een raadsvoorstel besloten tot een onderhoudsvoorziening voor dit gebouw. De jaarlijkse dotatie is afgerond € 86.000. De volgende bestedingen in de periode 2024-2027 zijn geraamd. (bedragen x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

Stand per 1 januari

169

252

121

29

Vermeerderingen

86

86

86

86

Verminderingen

2

217

178

8

252

121

29

107

Stand per 31 december

Onderhoudsbudget Voor het jaar 2024 is in de begroting rekening gehouden met een onderhoudsbudget voor de overige bruikleenscholen van € 173.767.

4.3.3 Gemeentelijke gebouwen en objecten 4.3.3.1 Beleid Het Meerjarig OnderhoudsPlan (MOP) 2019-2058 is opgesteld op basis van de onderhoudsbehoefte per object. Daarbij hebben er in de loop van de jaren diverse aanpassingen op de uitvoering van de MJOP’s plaatsgevonden. Deze zijn met name gedaan op basis van de jaarplannen die jaarlijks per pand worden vastgesteld. Het uit te voeren onderhoud wordt per jaar binnen het beschikbare budget geprioriteerd op basis van de conditie van een pand en de daarmee samenhangende risico’s. Hierbij worden werkzaamheden uitgevoerd, maar ook gecombineerd, naar voren gehaald, uitgesteld en/of aangepast. Hiermee wordt een doelmatige en efficiënte wijze van onderhoud gewaarborgd. Door deze aanpassingen in de uitvoering van de MJOP’s is er geen directe rekenkundige aansluiting meer tussen de oorspronkelijke MJOP’s en de daarop gebaseerde voorzieningen en de werkelijke hoogte van de voorziening. De accountant is van oordeel dat deze aansluiting een voorwaarde is voor het aanhouden van de voorziening. Omdat de aansluiting niet 100% aanwezig is, zijn de onderhoudsvoorzieningen op aanwijzing van de accountant vrijgevallen in de jaarrekening 2022. De saldi van de voorzieningen zijn gestort in een bestemmingsreserve groot onderhoud, teneinde de lopende onderhoudsverplichtingen te kunnen dekken. In 2023 vindt een nieuwe inventarisatie en inspectie plaats.

Na inspectie, actualisatie en analyse van de uitkomsten wordt aan de raad een nieuw MJOP voorgelegd dat gebaseerd is op de gemiddelde behoefte in de jaren 2024-2063. De bestuurlijke besluitvorming is voorzien in het eerste kwartaal van 2024. Na besluitvorming kunnen de vaste dotaties en onttrekkingen aan de onderhoudsvoorzieningen worden hervat. Tot die tijd worden de kosten in de exploitatie opgenomen, en worden deze gedekt door gelijke onttrekkingen uit de bestemmingsreserve. In het kader van de verbetering van de financiële functie wordt een werkwijze geïmplementeerd om ook in de jaren tussen 2 actualisaties de rekenkundige aansluiting tussen de geactualiseerde MJOP’s en de hoogte van de voorziening te bewaken.

4.3.3.2 Financiële middelen Planmatig / groot onderhoud In 2024 worden uitgaven voor planmatig/groot onderhoud in de exploitatie geboekt en vervolgens worden deze exploitatielasten gedekt door een onttrekking uit de reserve. De verwachte uitgaven en onttrekkingen voor groot onderhoud gebouwen is als volgt. (bedragen x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

Stand per 1 januari

2.415

1.979

1.860

1.742

Vermeerderingen

1.436

1.438

1.439

1.418

Verminderingen

1.872

1.557

1.557

1.557

Stand per 31 december

1.979

1.860

1.742

1.603

Zodra het MJOP 2024-2063 is vastgesteld, wordt de begroting aangepast zodat het groot onderhoud weer via een voorziening kan verlopen. Dagelijks onderhoud Voor dagelijks onderhoud (contract- en klachtenonderhoud) is € 227.000 begroot. Het dagelijks onderhoud voor de Schouwburg en het Huis van de Stad wordt via de bestemmingsreserve groot onderhoud afgewikkeld. Investeringen van voldoende omvang die levensduurverlengend zijn, worden aangemeld voor het concerninvesteringsplan.

80

Programmabegroting 2024-2027

4.3.4 Openbare ruimte (wegen, kunstwerken, water en groen) 4.3.4.1 Beleid Voor het dagelijks beheer van de stad wordt gewerkt met de door de raad vastgestelde kwaliteitsniveaus gebaseerd op de landelijke beeldsystematiek van het CROW. Gouda stuurt zelf het dagelijks onderhoud van de openbare ruimte aan. Het onderhoud is aanbesteed en gegund aan een aantal marktpartijen. De gemeente controleert de kwaliteit van het uitgevoerde onderhoud door maandelijks op 100 willekeurige punten kwaliteitsmetingen uit te voeren en via dagelijks toezicht op de uitgevoerde werkzaamheden. Groot onderhoud en vervanging worden uitgevoerd wanneer dit technisch noodzakelijk is op basis van door de raad vastgestelde normen. In het beheerplan is een langetermijn doorkijk gemaakt van de noodzakelijke onderhouds- en vervangingswerkzaamheden met een prognose van de benodigde financiële middelen. De nota Beheerplan Groot onderhoud en vervanging, waarin de staat van de openbare ruimte wordt beschreven met een meerjarige doorkijk, is geactualiseerd en in juli 2023 aan de raad aangeboden. De financiële effecten van dit plan zijn nog niet verwerkt in deze begroting. Deze worden na raadsbesluit als wijziging in de begroting verwerkt. Dit proces volgt een tweejaarlijkse cyclus. Indien de financiële middelen op de middellange termijn niet toereikend zijn, worden keuzes voorgelegd aan de raad.

4.3.4.2 Financiële middelen Groot onderhoud en vervanging openbaar gebied De kosten van groot onderhoud komen ten laste van de voorziening Groot Onderhoud Openbare Ruimte. Vanuit de exploitatie vinden dotaties plaats aan deze voorziening. Naast onderhoud vinden investeringen plaats. Alle investeringen moeten geactiveerd worden (investeringsbudgetten in meerdere jaren afschrijven). Daartoe is er een reeks investeringsbudgetten opgenomen met, afhankelijk van de levensduur van de investering, verschillende afschrijvingstermijnen. Voor de totaal beschikbare middelen voor Onderhoud en investeringen Openbare Ruimte (zowel de voorziening groot onderhoud als de investeringsbudgetten) geldt dat de beschikbare middelen zijn afgestemd op de onderhouds- en investeringsbehoefte. Vervangingsinvesteringen openbare ruimte worden op basis van het beheerplan openbare ruimte geprogrammeerd en komen ten laste van de investeringsbudgetten Vervangings Investeringen Openbare Ruimte. In de begroting wordt rekening gehouden met het volgende verloop van deze voorziening groot onderhoud. Daarnaast is een reeks investeringsbudgetten VervangingsInvesteringen Openbare Ruimte opgenomen zoals vermeld in de paragraaf investeringen. Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

Stand 1 januari

5.005

5.028

4.496

3.964

Dotatie

3.641

3.641

3.641

3.641

Uitputting

3.618

4.173

4.173

4.173

Stand 31 december

5.028

4.496

3.964

3.432

Civieltechnische kunstwerken (bruggen, kademuren, sluizen, tunnels en viaducten) Naast de investeringsprojecten in het beheerplan openbare ruimte zijn er ook verbeterprojecten voor de openbare ruimte opgenomen in het Concern Investeringsplan (CIP). Dit zijn projecten die afwijken van de criteria van het beheerplan openbare ruimte. Bijvoorbeeld: projecten op basis van het mobiliteitsplan, nieuwe aanleg van ondergrondse afvalcontainers of (her)inrichting van de openbare ruimte naar aanleiding van wijkontwikkelingsprojecten. Ook deze (vervangings)investeringen worden, conform de regeling Besluit begroting en verantwoording, geactiveerd. De benodigde investeringsbudgetten worden opgenomen in het CIP en de meerjaren kapitaallasten worden in de begroting verwerkt. Herstel zakkende bodem Door de bodemgesteldheid (veenbodem) behoort de zakkende bodem nog steeds tot de grootste aandachtspunten en kapitaalintensieve beheeronderdelen van Gouda. Bodemdaling zorgt ook dat woningen, bedrijven en instellingen steeds lastiger toegankelijk worden. In gebieden waar geen grootschalig onderhoud staat gepland zorgt dit voor uitdagingen bij het realiseren van de doelstelling om Gouda voor iedereen toegankelijk te houden. De ophoogprojecten worden ook vanuit de voorziening groot onderhoud openbare ruimte betaald.

In de rioleringsprojecten worden ook meteen de noodzakelijke ophogingen meegenomen, zodat het gebied weer volledig is opgeknapt.

Programmabegroting 2024-2027

81

Dagelijks onderhoud Voor het uitvoeren van het dagelijks onderhoud zijn de volgende middelen beschikbaar: Bedragen x € 1.000 2.1 Verkeer en vervoer 2.4 Economische havens en waterwegen 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie

2024

2025

2026

2027

8.962

8.762

8.762

556

556

556

8.771 556

6.932

6.376

6.381

5.958

Het dagelijks onderhoud wordt uitgevoerd door diverse gespecialiseerde marktpartijen waarbij de selectie van partijen via aanbestedingen plaatsvindt.

4.3.5 Riolering 4.3.5.1 Beleid In maart 2019 is het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) 2019-2023 (inclusief een doorkijk en planning over de lange termijn) door de gemeenteraad vastgesteld. Met ingang van 2020 zijn er, door de nieuwe financieringssystematiek, geen investeringsbudgetten riolering meer opgenomen. Alle lasten worden direct uit de rioolheffing gedekt. De opbouw van de meerjarige kapitaallasten stopt daarmee. Binnen de GRP projecten worden (in het projectgebied) ook de noodzakelijke ophogingen meegenomen en gefinancierd vanuit het GRP. Ook is financiële ruimte gecreëerd voor het uitvoeren van de in december 2019 vastgestelde klimaatadaptatiestrategie om de stad weerbaarder te maken tegen de effecten van klimaatverandering. In mei 2023 is in de commissie fysieke leefomgeving gesproken over de evaluatie van het GRP 2019-2023. Momenteel wordt gewerkt aan een nieuw Water- en Rioleringsplan (WRP). Dit wordt naar verwachting eind 2023 aan de raad aangeboden.

4.3.5.2 Financiële middelen Gebaseerd op het GRP 2019 -2023 is de planning voor de jaaruitgaven en de inkomsten voor de komende jaren als volgt: De voorziening vertoont op totaalniveau een geprognosticeerd tekort van ruim € 9 miljoen in 2027. Op dit moment wordt het Water- en RioleringsPlan (WRP) opgesteld. Daarin vindt een actuele financiële doorrekening plaats. Riolering - totaal voorzieningen Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

Stand 1 januari

8.538

777

-794

-8.568

Dotatie

5.853

7.638

6.667

7.567

Uitputting

13.613

9.209

14.441

8.394

777

-794

-8.568

-9.396

Stand 31 december

4.3.6 Sportgebouwen 4.3.6.1 Beleid De gemeente is verantwoordelijk voor het onderhoud van de sporthallen, gymnastieklokalen, het Groenhovenbad en de velden op een aantal sportparken in Gouda. De onderhoudsniveaus zijn vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst tussen gemeente en SPORT●GOUDA. SPORT●GOUDA verzorgt voor de gemeente de uitvoering van het groot en dagelijks onderhoud. Dit gebeurt in nauwe samenspraak met de sportclubs. De sportclubs onderhouden zelf hun eigen accommodaties zoals kleedkamers en kantines. De dienstverleningsovereenkomst met SPORT●GOUDA is in 2022 met een periode van vijf jaar verlengd. Na deze periode kan, op basis van de evaluatie, besloten worden om nogmaals met vijf jaar te verlengen.

4.3.6.2 Financiële middelen De kosten voor het onderhoud van de binnensportaccommodaties moet SPORT●GOUDA vinden in het lumpsumbedrag dat zij jaarlijks van de gemeente ontvangt voor uitvoering van de dienstverleningsovereenkomst. Investeringen in sportvelden staan op de gemeentelijke begroting. Groot onderhoud De meerjarenonderhoudsplanningen voor zowel de binnensport als de buitensport worden jaarlijks door SPORT●GOUDA bijgesteld. Grote projecten in 2024 zijn de renovatie van kunstgrasvelden van Jodan Boys (hoofdveld) en sv DONK (veld 2). Dagelijks onderhoud Het contractonderhoud (jaarlijkse onderhoudsbeurten van installaties, schilderwerk, servicecontracten) en het klachtenonderhoud maakt deel uit van de meerjarenonderhoudsplannen.

82

Programmabegroting 2024-2027

4.4 Financiering 4.4.1 Waarin geeft de paragraaf financiering inzicht? De paragraaf geeft inzicht in de verwachte ontwikkeling van de financiering op korte, middellange en langere termijn. Deze verwachte ontwikkeling vindt haar grondslag in de volgende gegevens, verwachtingen, het treasurystatuut en (wettelijke) kaders: • De omvang van de verwachte meerjarige financieringsbehoefte • De omvang van het in het coalitieakkoord 2022 vastgelegde schuldenplafond • De renteverwachting • Gedeeltelijk afdekken van toekomstig renterisico • Kasgeldlimiet en renterisiconorm Onder 4.4.2 worden de belangrijkste conclusies uit deze paragraaf financiering samengevat. De gevolgen voor de operationele financiering zijn hieronder in 4.4.3 uitgewerkt in beleidsvoornemens voor de korte termijn (2024), de middellange termijn (2025-2027) en lange termijn (2028 en verdere jaren). Tevens wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze de bancaire schuld zich naar verwachting meerjarig gaat ontwikkelen en hoe zich dit verhoudt met het schuldenplafond. Ook wordt inzicht gegeven in de verwachte ontwikkeling van de schuldquote. Het investeringsprogramma leidt er toe dat de komende jaren jaarlijks nieuwe financieringsmiddelen moeten worden aangetrokken. Daarover moet rente worden betaald. Vanaf de tweede helft van 2022 is de rente fors gestegen.

Hoe de gemeente beleidsmatig al op deze rentestijging heeft geanticipeerd en in de nabije toekomst mee om wil gaan is in deze paragraaf onder 4.4.3.1, 4.4.3.2 en 4.4.4.1 uitgewerkt. Daarnaast dient in de paragraaf financiering een aantal door het BBV voorgeschreven rapportages te worden opgenomen. Deze zijn onder 4.4.5 opgenomen.

4.4.2 Belangrijkste conclusies uit de paragraaf financiering De belangrijkste conclusies zijn: • De renteniveaus zijn vanaf medio 2022 opgelopen; • Verwacht renteresultaat over 2024 is € 1.4 miljoen positief; • Meerjarige financiering vindt plaats binnen de wettelijke kaders en het schuldenplafond; • De netto schuldquote loopt vanaf 2024 wat op maar blijft ruim binnen de normen die de provincie hieraan stelt; • Uit hoofde van risicobeheersing worden maatregelen genomen ter beheersing van het renterisico op toekomstig aan te trekken financieringsmiddelen.

4.4.3 Beleidsvoornemens 4.4.3.1 Beleidsvoornemens operationele financiering op korte termijn (2024) Hieronder het verloop van de bancaire financiering: Omschrijving Langlopende financiering

Bedrag € 252 miljoen

Kortlopende financiering

€ 18 miljoen

Totaal

€ 270 miljoen

Omschrijving

Bedrag

Langlopende financiering Omvang op 1 januari 2024

€ 234 miljoen

Contractuele aflossingen 2024

€ -17 miljoen

Opname langlopende financiering met al in 2021 vastgelegd rentepercentage

€ 10 miljoen

In de tweede helft van 2024 aan te trekken langlopende financiering

€ 25 miljoen

Totaal op 31 december 2024

€ 252 miljoen

Kortlopende financiering Omvang op 1 januari 2024

€ 15 miljoen

In 2024 aan te trekken kortlopende financiering

€ 3 miljoen

Totaal op 31 december 2024

€ 18 miljoen

Programmabegroting 2024-2027

83

4.4.3.2 Beleidsvoornemens op middellange termijn (2025-2027) De benodigde omvang van de bancaire financiering wordt naarmate verder in de toekomst wordt gekeken steeds minder betrouwbaar in te schatten. Nu verwachte ontwikkelingen in het investeringsprogramma worden later bijgesteld waardoor het beeld permanent wijzigt. Op basis van de huidige planningen verwachten we in de jaren 2025, 2026 en 2027 respectievelijk € 25 miljoen, € 25 miljoen en € 7 miljoen aan nieuwe langlopende financiering te zullen moeten aantrekken. Eventueel extra benodigde financiering doen we door middel van kortlopende financiering. Het renterisico over de in de jaren 2025 en 2026 aan te trekken langlopende financieringsmiddelen is voor een groot gedeelte al in 2022 beheerst door voor het jaar: • 2025 een tweetal leningen aan te trekken optellend tot € 15 miljoen, die op 1 juli 2025 worden gestort met een vastgelegd rentepercentage van 1,45 % (marktrente nu: 3,50 %) • 2026 een langlopende geldlening aan te trekken van € 11 miljoen, die op 1 juli 2026 wordt gestort met een vastgesteld rentepercentage van 2,527 % (marktrente nu: 3,50%) Het beheersen van het renterisico van de in 2025 en 2026 resterende verwachte aan te trekken volumes en het verwachte volume voor 2027 wordt in 2024 nader overwogen.

4.4.3.3 Beleidsvoornemens op langere termijn (>2027) Op basis van het gemeentelijke investeringsprogramma moeten in de jaren 2028 en verdere jaren structureel langlopende financieringsmiddelen worden aangetrokken. Gegeven de hierboven aangegeven onzekerheden aangevuld met de gevolgen van de verdere ontwikkeling van Westergouwe en de onduidelijkheden rond het kabinetsbeleid op welke wijze gemeenten na 2026 vanuit het gemeentefonds worden gefinancierd, is de omvang van de aan te trekken nieuwe langlopende financieringsmiddelen met slechts een beperkte mate van zekerheid in te schatten. Uitgangspunt nu is dat ingaande 2028 jaarlijks gemiddeld € 15 miljoen aan nieuwe langlopende financiering aangetrokken moet worden. Beheersing van het renterisico van de vanaf 2028 aan te trekken financieringsmiddelen wordt nu nog niet zinvol geacht (zie ook 4.).

4.4.3.4 Meerjarige ontwikkeling bancaire schuld De hierboven onder 4.4.3.1 tot en met 4.4.3.3 vermelde beleidsvoornemens en uitgangspunten leiden tot onderstaande verwachte ontwikkeling van de gemeentelijke bancaire schuldpositie. Tevens is het in het coalitieakkoord 2022 vastgelegde schuldenplafond in de grafiek opgenomen.

84

Programmabegroting 2024-2027

4.4.3.5 Meerjarige ontwikkeling schuldquote In het coalitieakkoord 2023-2026 heeft het college aangegeven de schuldquote te blijven gebruiken als monitoringsinstrument. In onderstaande grafiek wordt mede op basis van de hierboven onder 4.4.3.1 tot en met 4.4.3.3 vermelde beleidsvoornemens inzicht gegeven in de tot en met ultimo 2027 verwachte ontwikkeling van de schuldquote en de toetsingskaders (GTK) die de provincie Zuid-Holland hanteert. De gemeente blijft goed in de buurt van de als veilig gekwalificeerde norm van 90%. Vanwege het investeringsniveau 2025 en 2026 is te zien dat in die jaren de schuldquote iets oploopt.

4.4.4 Beheersing renterisico Omdat de gemeente de komende jaren nieuwe financieringsmiddelen moet aantrekken, loopt zij het risico van stijgende rente. Indien dit zich voordoet heeft dit een negatieve invloed op het financieel perspectief. In het treasurystatuut van Gouda is vastgelegd dat toekomstig renterisico gedeeltelijk wordt afgedekt. (bedragen x € 1 miljoen)

2024

2025

2026

2027

Stand per 1 januari

234

252

259

266

Aflossingen

-17

-18

-18

-18

Nieuwe lening, % al vastgelegd > geen renterisico

10

15

11

0

Nieuwe lening, % nog niet bekend > wel renterisico

25

10

14

7

Stand per 31 december

252

259

266

255

Langlopend

Bij de beleidsvoornemens is uitgewerkt op welke wijze invulling is gegeven aan het beheersen van het renterisico. Tevens is aangegeven dat het resterend renterisico in de jaren 2024 tot en met 2027 vanaf het 4e kwartaal 2023 nader wordt overwogen. Aan dit laatste ligt de verwachting ten grondslag dat de rentepercentages voor langlopende financiering niet verder zullen oplopen en op termijn iets zullen dalen. Om die reden is ten aanzien van het resterende te beheersen renterisico tot op dit moment geen actie ondernomen.

Programmabegroting 2024-2027

85

4.4.5 Voorgeschreven rapportages 4.4.5.1 Rente en renteverdeling Voor de begroting 2024 wordt rekening gehouden met € 6,8 miljoen aan te betalen rentekosten (begroting 2023: € 6,4 miljoen). Via de methodiek van de renteomslag wordt totaal € 7.7 miljoen aan rentelasten omgeslagen over de activa (programma’s en voorzieningen) en daarmee doorbelast aan de taakvelden. Aan de grondexploitaties wordt € 0,5 miljoen vergoed. Het verwachte renteresultaat voor 2024 komt op € 1.4 miljoen (begroting 2023: € 0,7 miljoen). Dit renteresultaat maakt deel uit van het resultaat van het taakveld treasury. De afwijking van het renteresultaat ten opzichte van 2023 wordt met name veroorzaakt door een lagere doorbelasting aan de grondexploitaties vanwege de afname van de boekwaarden.

Schema rentetoerekening 2024 (bedragen x € 1.000) De externe rentelasten voor de korte en lange financiering

6.789

De externe rentebaten

-32

Totaal door te berekenen externe rente

6.757

De rente die aan de grondexploitaties wordt worden doorberekend

-507

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

0

Totaal rente grondexploitaties en projectfinanciering

-507

Saldo door te berekenen externe rente

6.250

Rente over eigen vermogen

0

Rente over voorzieningen die gewaardeerd zijn op contante waarde

0

Totaal rente over eigen vermogen en voorzieningen

0

De geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente

6.250

De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overhead) toegerekende rente (renteomslag)

7.658

Renteresultaat op het taakveld treasury (- betekent voordelig)

-1.408

Doordat er een verschil is tussen het gehanteerde omslagpercentage en het werkelijke percentage (toegestaan binnen een bandbreedte van -0,5% en 0,5%) ontstaat een renteresultaat. Het gepresenteerde renteresultaat van € 1,4 miljoen voordelig betekent dat de gehanteerde omslagrente hoger is dan het werkelijke percentage. Er wordt dus meer rente doorberekend dan dat er daadwerkelijk aan rente wordt betaald aan de geldverstrekkers. Het verschil bevindt zich binnen de gestelde bandbreedte. In de programmabegroting 2024-2027 zijn voor de verschillende renten de volgende uitgangspunten gehanteerd: Omschrijving

2024

2025

2026

2027

Omslagrente

1,90%

1,90%

1,90%

1,90%

Rente over boekwaarden grondexploitaties

1,95%

1,95%

1,95%

1,95%

Rekenrente in de grondexploitaties

1,95%

1,95%

1,95%

1,95%

Rekenrente aan te trekken kort geld

4,00%

4,00%

4,00%

4,00%

Rekenrente aan te trekken lang geld

4,00%

4,00%

4,00%

4,00%

De hoogte van de omslagrente, de rente over de boekwaarden van de grondexploitaties en de hoogte van de rekenrente in de grondexploitaties zijn vastgesteld op basis van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording (BBV) hiervoor stelt.

86

Programmabegroting 2024-2027

Ten aanzien van de meerjarige ontwikkeling van de omslagrente bestaat het risico dat deze, als gevolg van de ontwikkeling van de renteniveaus waartegen de gemeente kan lenen, op enig moment naar boven moet worden bijgesteld. Bij de tweede bestuursrapportage van 2024 vindt een nieuwe analyse van de verwachte toekomstige ontwikkeling plaats. Eventuele budgettaire consequenties, mogelijk ook voor het begrotingsjaar 2024 worden verwerkt. De verwachting is overigens dat de 1,9% omslagrente enige jaren kan standhouden. De rekenrentes voor aan te trekken kort en lang geld zijn afgeleid van de marktverwachtingen zoals deze golden op 7 augustus 2023. De verwachting is dat zowel de korte als de lange rente in 2024 maar ook voor de wat langere termijn op de huidige niveaus blijven en wellicht iets dalen.

4.4.5.2 Kasgeldlimiet Om grote fluctuaties in de rentelasten van de gemeente te vermijden is de omvang van de korte financiering door de wet FIDO begrensd op maximaal 8,5% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar, met een minimum van € 0,3 miljoen. Het is hierbij niet toegestaan meer dan twee kwartalen achtereen de kasgeldlimiet te overschrijden.

Kasgeldlimiet Omschrijving (bedragen * € 1 miljoen)

Rekening Begroting 2022 ultimo 2023 gemiddeld

Begroting 2024 1e kwartaal

Begroting Begroting 2024 2e 2024 3e kwartaal kwartaal

Begroting 2024 4e kwartaal

Begrotingstotaal (primitief)

300

298

324

324

324

324

In procenten van de grondslag

8,5

8,5

8,5

8,5

8,5

8,5

Kasgeldlimiet

26

25

32

32

32

32

Gemiddelde kortlopende schuld (-/- = schuld, + = tegoed)

23

-17

-14

-21

-19

-21

Vrije ruimte

49

8

18

11

13

11

Bovenstaande tabel toont aan dat de gemeente Gouda de renterisico's op korte schuld beheerst binnen de daarvoor gestelde wettelijke kaders. Bij een eventuele transactie waarbij korte schuld wordt omgezet in lange schuld, beïnvloedt dit de ruimte onder de limiet positief.

4.4.5.3 Renterisiconorm Om grote fluctuaties in de rentelasten bij lange financiering te vermijden is door de wet FIDO bepaald dat een gemeente elk jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal mag aflossen. Doel van de norm is dat gemeenten de renterisico’s over de jaren spreiden. Onderstaand de renterisico’s met betrekking tot de vaste schuld. Omschrijving (bedragen * € 1 miljoen)

2024

2025

2026

2027

Grondslag: omvang begroting per 1 januari Begrotingstotaal

347

363

347

351

Norm (%)

20%

20%

20%

20%

Renterisiconorm

69

73

69

70

Aflossingsverplichtingen op vaste schuld

16

18

18

18

Ruimte (+) / Overschrijding (-)

53

55

51

52

Bovenstaande tabel geeft aan dat het renterisico op de vaste schuld van de gemeente Gouda in de periode 2024 tot en met 2027 ruim binnen de wettelijk gestelde normen blijft.

4.4.5.4 Kredietrisico De gemeenteraad heeft als algemeen uitgangspunt vastgesteld dat alleen leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak worden verstrekt. Andere uitzettingen zijn op grond van de Wet Fido niet toegestaan. Eventuele overtollige financiering mag uitsluitend nog worden belegd bij banken die voldoen aan de juiste kredietwaardigheid, de rijksoverheid of medeoverheden. Kredietrisicobeheersing richt zich op de kredietwaardigheid (en dus risicoprofiel) van de tegenpartij bij financiële transacties. Kredietrisico’s kunnen worden gelopen vanuit uitzettingen (verstrekte geldleningen, beleggingen) of uit verleende garanties.

Programmabegroting 2024-2027

87

Kredietrisico op verstrekte gelden en borgstellingen De gemeenteraad heeft als algemeen uitgangspunt vastgesteld dat alleen leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak worden verstrekt. Andere uitzettingen zijn op grond van de Wet Fido niet toegestaan. Eventuele overtollige financiering mag uitsluitend nog worden belegd bij banken die voldoen aan de juiste kredietwaardigheid, de rijksoverheid of medeoverheden. Kredietrisicobeheersing richt zich op de kredietwaardigheid (en dus risicoprofiel) van de tegenpartij bij financiële transacties. Kredietrisico’s kunnen worden gelopen vanuit uitzettingen (verstrekte geldleningen, beleggingen) of uit verleende garanties.

Overzicht kredietrisico op verstrekte gelden en borgstellingen Omschrijving (bedragen * € 1.000)

Rekening 2022

Begroting 2023

Ultimo 2023 Ultimo 2024 Ultimo 2025 Ultimo 2026 Ultimo 2027

Publieke taak Leningen aan verenigingen, stichtingen en natuurlijke personen

61

43

61

61

61

61

61

Leningen aan woningbouwcorporaties

0

0

0

0

0

0

0

2.384

2.353

2.353

2.353

2.353

2.353

2.353

Prudent beheer Financiele instellingen (rating A en hoger) Overige (semi-)overheidsinstellingen Overige toegestane instellingen Overige niet toegestane instellingen Totaal

0

0

0

0

0

0

0

568

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

3.013

2.396

2.414

2.414

2.414

2.414

2.414

De uitzettingen bij financiële instellingen met een rating van A of hoger betreffen met name uitzettingen bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting. Naast het verstrekken van kredieten, verleent de gemeente Gouda uit hoofde van de publieke taak in uitzonderlijke gevallen een borgstelling richting derden (voor een toelichting, zie het onderdeel: Niet uit de balans blijkende verplichtingen uit de jaarstukken). Het kredietrisico op borgstellingen wordt periodiek gewaardeerd en meegenomen in de berekening van het weerstandsvermogen (zie paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing).

4.4.5.5 Liquiditeitenrisico Liquiditeitsrisico is het risico dat er onvoldoende middelen zijn om aan directe betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. Dit doet zich voor indien de met BNG Bank overeengekomen kredietlimiet van € 10 miljoen op onze rekening-courant wordt overschreden. Dit risico wordt beheerst door een actief liquiditeitenbeheer dat wordt ondersteund door een permanent onderhouden liquiditeitsplanning met een horizon van ongeveer 2 jaar. Op basis van onderbouwde voorspellingen van de in- en uitgaande geldstromen kan tijdig actie worden ondernomen om tekorten aan te vullen en overschotten uit te zetten. De liquiditeitsplanning wordt ook ingezet als hulpmiddel om de renterisico's te bepalen en het dagelijks saldo te beheren.

88

Programmabegroting 2024-2027

4.5 Investeringen 4.5.1 Inleiding Investeringen leveren een positieve bijdrage aan de fysieke leefomgeving, waardoor de stad voor inwoners, bedrijven en toeristen aantrekkelijk blijft. Daarom blijft het college in de begroting ruimte maken voor zowel investeringen met een economisch als een maatschappelijk nut.

4.5.2 Investeringsrapportage In de begroting wordt jaarlijks een meerjarige investeringsplanning opgesteld. Met dit instrument wordt de omvang van de investeringsbudgetten en de kapitaallasten vastgesteld. Bij iedere programmabegroting wordt een inschatting van de verwachte operationele, investerings- en financieringskasstromen opgesteld, waardoor liquiditeits- en renterisico’s beheersbaar blijven. De kapitaallasten die uit de investeringen voortvloeien zijn opgenomen in de exploitatielasten. Het totaalbedrag aan investeringen per jaar is als volgt. Programma Omschrijving (bedragen x € 1.000)

Nut

2024

2025

01 Economie, werk en onderwijs

IHP

E

23.610.300

5.592.829

0

241.671

Maatschappelijke Voorzieningen WesterGouwe

E

65.000

85.000

6.414.356

0

02 Energie en klimaat Rioleringsinvestering uitgaven

2026

2027

H

13.613.328

9.209.331

14.440.721

8.394.076

Rioleringsinvestering inkomsten

H

-13.613.328

-9.209.331

-14.440.721

-8.394.076

Eurotonde

M

3.000.000

0

0

0

Fietsparkeren (bestuursakkoord)

M

2.100.000

0

0

0

Haastrechtsebrug

M

2.500.000

0

0

0

Herinrichting Agnietenstraat

M

358.050

0

0

0

Herinrichting Sportlaan

M

20.460

219.945

0

0

Kwaliteitsverhoging binnenstad

M

640.000

345.000

345.000

345.000

Maatr. Knelpunt.verkeer en VCP

M

4.204.637

2.754.637

2.774.637

2.784.637

Maatschappelijke Voorzieningen WesterGouwe

E

14.987.277

8.487.277

6.560.469

100.874

Onderhoudsinvesteringen Schouwburg

E

480.700

0

306.475

0

Sporten in de buitenruimte (bestuursakkoord)

M

250.000

250.000

250.000

250.000

Stadhuis 2023 (bestuursakkoord)

E

4.215.000

0

0

0

Toegankelijkheid Openbare Ruimte (bestuursakkoord)

M

1.500.000

1.500.000

1.500.000

0

Toegankelijkheid Openbare Ruimte 20 jr (bestuursakkoord)

M

2.350.000

0

0

0

Verduurz Gem.Vastgoed (bestuursakkoord)

E

6.033.333

3.333.333

3.333.333

3.333.333

Vervanging comp.bestuur Selectief Toegangsysteem

E

350.000

0

0

0

Vervanging Kade- en Walmuren (bestuursakkoord)

M

102.300

2.864.400

0

0

780.000

780.000

780.000

0

Vervangings investering Openbare Ruimte

M

7.885.680

8.165.100

7.926.871

7.715.478

Voetpad door spoorpark

M

779.000

0

0

0

Vervanging VRI

M

226.904

0

0

0

05 Cultuur, sport en recreatie

Buitensport

E

1.383.000

1.152.000

569.000

251.000

06 Leefbaarheid en veiligheid

Vervanging camera toezicht

E

42.000

44.000

44.000

44.000

03 Wonen en leefomgeving

Vervanging populieren

Vervanging zakpalen binnenstad 07 Bestuur en organisatie Totaal

Automatisering

E

AV middelen

E

175.000

0

0

0

695.901

883.261

922.000

1.500.000

0

460.350

450.000

450.000

78.734.542

36.917.132

32.176.141

17.015.993

Programmabegroting 2024-2027

89

4.6 Bedrijfsvoering 4.6.1 Inleiding Een goede bedrijfsvoering is essentieel in een robuuste organisatie om haar opgaves te realiseren. Een robuuste organisatie betekent dat het fundament stevig staat. Een organisatie met voldoende en vakkundige medewerkers waar ambtelijk vakmanschap centraal staat. Dit begint met een duidelijke stip aan de horizon: wat kenmerkt de organisatie, wat zijn daarin de belangrijkste waarden en welk gedrag hoort daarbij? Wat is de meest passende inrichting gezien de uitdagingen? Het aantrekken en behouden van medewerkers is een grote uitdaging en vraagt om een goede strategische personeelsplanning. Gemeente Gouda wil een aantrekkelijke werkgever zijn en een leerschool. Andere belangrijke speerpunten zijn het verbeteren van het informatiegestuurd werken en een goed werkende financiële functie. Tot slot is de gemeente Gouda een diverse en inclusieve organisatie en werkgever. Deze speerpunten worden hieronder verder toegelicht.

4.6.2 Wat zijn de belangrijkste prioriteiten

Verbeteren financiële functie Doel Het versterken van de financiële functie is en blijft de komende jaren één van de belangrijkste prioriteiten van de gemeente Gouda. Om hier de regie op te voeren, is het programma Verbeteren Financiële Functie (VFF) medio 2021 gestart. In 2024 gaat deze ontwikkeling een nieuwe fase in, waarin de focus ligt op de borging van de verbeterpunten in de reguliere processen. In 2024 wordt verder gewerkt aan het verbeteren van de financiële functie, met als doel te zorgen dat de financiële processen goed lopen, de administratie betrouwbaar is, de informatievoorziening goed is georganiseerd en het eigenaarschap eenduidig is belegd. Hiermee wordt de financiële functie een drijvende kracht binnen de organisatie. Geruisloos als het goed loopt, zichtbaar wanneer het nodig is.

Activiteiten 2024 • De implementatie en borging van (gewijzigde) kaderstelling voor bedrijfsvoeringonderwerpen; • Het verder optimaliseren van de Planning & Control cyclus en verbeteringen bij het opstellen van de P&C producten, met specifieke aandacht voor de begroting; • Het in gebruik nemen van de ontwikkelde financiële rapportages en bedrijfsvoeringdashboards in de reguliere processen en verder ontwikkelen van de financiële informatievoorziening; • Het verder ontwikkelen van financiële administratie door de administratie en de checks & balances waar nodig te optimaliseren en de periodeafsluiting te implementeren; • Het investeren in de ontwikkeling en kwaliteit van medewerkers in de financiële functie zodat de dienstverlening aan het bestuur en de gemeente verder wordt verbeterd.

Sturen op realisatie Doel Een van de ontwikkelpunten in de organisatie is het versterken van de sturing op realisatie op het gebied van zowel personeelskosten (inclusief inhuur), financiën als resultaten. Het sturen op resultaten versterkt de focus met als doel om doelgerichter en doelmatiger te werken. In 2024 ligt daarbij de focus op het in gebruik nemen en verder ontwikkelen van nieuwe rapportages en dashboards. Activiteiten 2024 • Het in gebruik nemen en werken met een ontwikkeld dashboard op het gebied van personeelskosten, om de sturing op de personeelskosten te verbeteren; • Het waar nodig en mogelijk herinrichten van de begroting en verbeteren van ramingen; • Het in gebruik nemen en werken met een uniforme wijze van rapportage waardoor de verschillende afdelingen periodiek rapporteren over hun resultaten op bovenstaande onderdelen (personeelskosten, overige budgetten en resultaten)

Strategische personeelsplanning Doel Het doel van strategische personeelsplanning is het tijdig uitvoeren van acties om de juiste mensen op de juiste plek te krijgen. Het wordt ingezet als instrument voor een optimaal haalbare goede bezetting (kwalitatief, kwantitatief) en zichtbaar te maken waar tekorten ontstaan (en dus meer mensen of kwaliteiten nodig zijn) om de ambities van raad en college waar te maken. Ook ontwikkelingen buiten de organisatie spelen hierin mee. SPP is een cyclisch proces waarin door middel van analyses (kwalitatief & kwantitatief) scenario’s geschetst worden. Hiermee kunnen benodigde acties (zoals opleiden, ontwikkelen, doorstroom, instroom) tijdig plaatsvinden om zo in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen, talent te herkennen en (op termijn) de werkdruk te kunnen verminderen. Alle afdelingen/leidinggevenden gebruiken eenzelfde instrument waardoor onderlinge uitwisseling van talenten in de toekomst eenvoudiger wordt.

90

Programmabegroting 2024-2027

Activiteiten • Jaarlijkse cyclus opstarten met de afdelingen die in de pilot hebben meegedaan plus 3-5 nieuwe afdelingen. • SPP directie(s): talentontwikkeling en -inzet van management.

Digitaal en informatie gestuurd werken Doel De ambitie van het programma Slim snel en digitaal (voorheen Geheugen van Gouda) is het optimaliseren van de dienstverlening van de gemeente. Hierbij zijn informatievoorziening en onderliggende techniek randvoorwaardelijke hulpmiddelen. De ambitie om de dienstverlening te verbeteren wordt dan ook gerealiseerd door het op orde brengen van het organisatiegeheugen en door middel van een goed ingerichte informatievoorziening. Het programma gaat daarbij in de basis uit van goed ingeriecht digitale processen. Digitale processen levert sturingsinformatie (data) op. Deze stuurinformatie geeft de gemeente veel mogelijkheden om haar processen, programma’s en dienstverlening efficiënter in te richten, transparantie te geven over haar handelen, beslissingen op maat te nemen en proactief te kunnen inspelen op de behoeften en uitdagingen in huishoudens, de wijk en de stad. Het doel van “Digitaal en informatie gestuurd werken” is te zorgen voor de volledige digitalisering van de processen van de gemeente, de juiste opslag en archivering, het waarborgen van de kwaliteit van de data en het werken aan ontsluiten en benutten van die data voor bovengenoemde doeleinden.

Activiteiten 2024 • Het verder uitrollen van zaakgericht werken en uitfasering DMS Verseon • De implementatie van de Wet open overheid • De implementatie van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer • VNG pilot Common Ground MijnZaken • Pre-depot implementeren • De kwaliteit en ontsluiting van data verbeteren • Doorontwikkeling van het data-team • Realiseren dashboard(s) voor strategische vraagstukken

Gouden Waarden Doel De in 2022 ontwikkelde missie en set aan gouden waarden wordt dagelijks doorleefd op de werkvloer. Iedereen die voor de gemeentelijke organisatie werkt kent de missie en gouden waarden en weet hoe deze in het werk worden vertaald. Dit referentiekader geeft elke keer richting aan het gedrag dat nodig is om ons dagelijkse werk te kunnen uitvoeren én vorm te geven aan de maatschappelijke opgaven waar we als gemeente voor staan. Leiderschap is hierbij de hefboom. Leidinggevenden tonen voorbeeldgedrag en het goede gesprek hierover wordt in de directies gevoerd. Teams maken het verschil, ofwel teamleden samen. Activiteiten 2024 • Inzet MD/leiderschaptraject/ leiderschaps-ontwikkeling. Resultaat: directie, leidinggevenden en senioren dragen de missie en gouden waarden actief uit en tonen voorbeeldgedrag. • Inzet team ontwikkeling. Resultaat: teamleden werken samen aan realiseren van ambities aan de hand van concrete doelstellingen aansluitend bij missie en gouden waarden. • Faciliteren in de ontwikkeling persoonlijk leiderschap individuele medewerkers. Resultaat: kernwaarden zijn terug te zien in het gedrag van medewerkers. • Faciliteren bij het vertalen van de missie en kernwaarden naar ons dagelijkse werk (gedrag en inhoud).

Inclusie en diversiteit Doel De gemeente Gouda is een diverse en inclusieve organisatie en werkgever. Dit betekent dat er inclusief leiderschap getoond wordt, het personeelsbestand divers is samengesteld, mensen met een diverse achtergrond zich uitgenodigd voelen om bij de gemeente te komen werken en hier ook graag blijven werken vanwege het inclusieve werkklimaat. Activiteiten 2024 • Vervolg trainingen onbewuste vooroordelen (voor iedereen) • Vervolg trainingen inclusief leiderschap (incl. onbewuste vooroordelen en ook voor coördinatoren) • Vervolg het goede D&I gesprek • Vervolg meten van D&I neerzetten • Verder doorontwikkelen inclusief werven organisatiebreed • Verder doorontwikkelen inclusief communiceren • Interne activiteiten zo veel mogelijk laten aansluiten op Lokale Inclusie Agenda

Programmabegroting 2024-2027

91

Rechtmatigheid Doel Met ingang van boekjaar 2023 dient het college een rechtmatigheidsverantwoording af te leggen in de jaarrekening van de gemeente. De accountant toetst de getrouwheid van de verantwoording. Het is vervolgens aan de raad om de rechtmatigheidsverantwoording van het college te beoordelen. De invoering van de rechtmatigheidsverantwoording stelt eisen aan de interne beheersing van gemeenten. De gemeente Gouda heeft ervoor gekozen om niet alleen te voldoen aan de minimale eisen, maar om de rechtmatigheidsverantwoording aan te grijpen om de interne beheersing te versterken. Door controles aantoonbaar in te bedden in de processen en applicaties worden fouten voorkomen en zijn minder controles achteraf nodig. Deze aanpak van systeemgericht controleren zal de komende jaren ook toegepast worden op verslaggevingsrisico’s en operationele risico’s.

Activiteiten 2024 • Het opstellen en onderbouwen van de rechtmatigheidsverantwoording over boekjaar 2023 conform verantwoordingsgrens; • Rapporteren van onrechtmatigheden in de paragraaf bedrijfsvoering in de jaarrekening die boven de rapporteringsgrens uitkomen; • Het plan voor verbijzonderde interne controle 2024 opstellen en uitvoeren (inclusief inrichten systeemgerichte controles); • Normenkader wet- en regelgeving 2024 opstellen; • Het proces voor het continu actueel houden van het normenkader met wet- en regelgeving opstellen en implementeren; • Het organiseren van bewustwordingssessies en workshops voor management en medewerkers; • Het optimaliseren van de samenwerking met de externe accountant waar het de financiële rechtmatigheid betreft.

Passende Inrichting Doel Een inrichting van de organisatie die passend is bij de complexe opgaves waar de gemeente voor staat. Een wendbare en robuuste organisatie met aandacht voor de kwaliteit van de uitvoering. Zodat het reguliere werk door blijft gaan én nieuwe ambities kunnen worden gerealiseerd. Activiteiten 2024 • Nieuwe structuur sociaal en ruimtelijk domein; nieuwe afdelingen inrichten; • Nieuwe rolverdeling Afdelingshoofd, teamleider en inhoudelijk coördinator; bevoegdheden/ autorisaties etc; • Ontwikkeling naar Gemeenschappelijke Regeling van de Regionale Werkorganisatie (RWO).

92

Programmabegroting 2024-2027

4.7 Verbonden partijen 4.7.1 Inleiding Verbonden partijen zijn samenwerkingspartners van de gemeente waarin zij een bestuurlijk en een financieel belang heeft en waarin zij daardoor medeverantwoordelijkheid draagt (‘mede-eigenaarschap’). Verbonden partijen zijn gevormd omdat samenwerkingsverbanden kansen bieden voor een efficiëntere, effectieve en/of kwalitatief betere uitvoering. Verbonden partijen kunnen zowel publiekrechtelijke (gemeenschappelijke regelingen) als privaatrechtelijke (stichtingen, verenigingen, NV’s en BV’s) organisaties zijn. In deze paragraaf wordt per verbonden partij weergegeven welk bestuurlijk en financieel belang de gemeente in een verbonden partij heeft en worden de actuele beleidsontwikkelingen benoemd.

4.7.2 Belangrijke ontwikkeling 2024

Wijziging wet WGR Op 1 juli 2022 is een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. Deze wijziging heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rollen die gemeenteraden hebben, te versterken. Een aantal wijzigingen is per 1 juli 2022 in werking getreden en een aantal wijzigingen vraagt om een vertaling in de gemeenschappelijke regeling. Deze vertaling moet uiterlijk 1 juli 2024 zijn verwerkt in de gemeenschappelijke regeling.

4.7.3 Belangrijkste beleidsmatige ontwikkelingen 4.7.3.1 Regio Midden Holland Op 6 februari is het rapport ‘Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Midden-Holland’ verschenen. Dit onderzoek van Berenschot en de Rijksuniversiteit Groningen naar het Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem (BRE) van Regio Midden-Holland richt zich op factoren die bijdragen aan het realiseren van publieke waarde in de regio. Enkele belangrijke uitkomsten zijn dat: • de regio er op het gebied van de brede welvaart goed voor staat, ook in vergelijking met andere regio's. • de netwerksamenwerking de afgelopen jaren positieve resultaten heeft behaald in de vorm van beleidsplannen en visies (creatie van indirecte publieke waarde). Dit heeft tot vertrouwen in de regio geleid en tot een samenwerking waarvoor de randvoorwaarden op orde zijn. • door meer in te zetten op coördinatie, de uitvoering van regionale plannen, het monitoren van uitkomsten en het bijsturen van deze richting het mogelijk is om nu door te pakken en tot meer directe publieke waarde realisatie te komen. • de samenwerking op basis van het voorgaande op een kantelpunt staat. Het advies dat voortvloeit uit het rapport is om enerzijds te investeren in het richten van de samenwerking en anderzijds om ook te investeren in het inrichten van de samenwerking.

Het Dagelijks Bestuur herkent zich in de uitkomsten van het rapport en is met beide aanbevelingen aan de slag gegaan. De raden zijn gevraagd om een zienswijze op het BRE-rapport te geven, op basis waarvan het Dagelijks Bestuur in het najaar een voorstel zal doen om de capaciteit en de slagkracht van de regio Midden-Holland te verstevigen.

4.7.3.2 ODMH Duurzaamheid Het thema duurzaamheid staat prominent op de agenda bij gemeenten en provincie als gevolg van het VN-Klimaatakkoord van Parijs en de daaruit volgende Klimaatwet en nieuwe EU-afspraken, gericht op het tegengaan van gevaarlijke klimaatverandering. Specifiek voor Gouda geldt daarbij het doel om in 2040 klimaatneutraal te zijn als stad. De ODMH adviseert en ondersteunt gemeenten bij energietransitie, wettelijke taken energiebesparing bij bedrijven, circulaire economie, duurzame mobiliteit en verduurzaming van de gebouwde omgeving. Omgevingswet De inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 betekent dat er veel verandert. De ODMH levert inbreng bij het opstellen van het gemeentelijke omgevingsplan en de provinciale omgevingsverordening. In de overgangsfase blijft het bestaande beleid en beheer ook deels van toepassing. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden gemeenten bevoegd gezag over de bodem. Verschillende taken worden van de provincie overgedragen naar gemeenten. Dat heeft financiële en juridische gevolgen. De afgelopen jaren is invulling gegeven aan de overdracht van bodemtaken om deze vanaf 1 januari 2024 uit te voeren. Zorgpunt is (het gebrek aan voldoende) overdracht van middelen naar gemeenten voor deze taken.

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, treedt - naar verwachting - ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking. Deze wet verplaatst de toetsing aan de bouwtechnische eisen van een bouwwerk van de gemeente naar een onafhankelijke marktpartij, de zogenoemde kwaliteitsborger. Dit geldt niet direct voor alle bouwwerken, maar gaat in

Programmabegroting 2024-2027

93

fases. Onduidelijk is nog wat de wet betekent voor de uitvoering van de handhavende rol van gemeenten bij bouwwerken die qua bouwtechnische toets en bouwtoezicht is overgedragen aan marktpartijen. Of de Wkb op 1 januari 2024 daadwerkelijk in werking treedt is nog niet geheel zeker. De Eerste Kamer heeft op 11 juli 2023 een motie aangenomen waarin zij de minister vraagt om de invoering van de Wkb uit te stellen. In de motie vraagt een aantal Eerste Kamerleden de minister eerst een aantal knelpunten op te lossen voordat de wet ingevoerd kan worden.

4.7.3.3 Groenalliantie Midden-Holland en omstreken Groenalliantie behartigt de bovengemeentelijke belangen van het beheer en de ontwikkeling van natuur- en recreatiegebieden voor de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Krimpen aan den IJssel en Waddinxveen. Het primaire belang van Groenalliantie is de bescherming van de belangen van natuur, recreatie en landschap in de natuur- en recreatiegebieden conform de doelstelling in de Gemeenschappelijke regeling. De natuuren recreatiegebieden van Groenalliantie maken onderdeel uit van een groter groen recreatief netwerk en zijn van groot recreatief belang voor Gouda en haar directe omgeving. In alle gebieden van Groenalliantie Midden-Holland worden verbeteringen en aanvullingen in de recreatieve voorzieningen uitgevoerd. De uitvoeringstaken van de Groenalliantie worden tussen 2019 en 2026 uitgevoerd door samenwerkingspartner Staatsbosbeheer. Dit maakt onderdeel uit van de op 12 december 2018 afgesloten samenwerkingsovereenkomst. Ontwikkelplan Groenalliantie 2030 & Uitvoeringsagenda Eind 2021 is het Ontwikkelplan Groenalliantie 2030 vastgesteld. Groenalliantie zet met het Ontwikkelplan Groenalliantie 2030 de koers uit voor de komende 10 jaar als vervolg op de omvangrijke en succesvolle Kwaliteitsimpuls Groenalliantie.

Het Ontwikkelplan (2021) geeft de richting en kaders aan voor het strategisch en tactisch handelen van het bestuur ten aanzien van investeringen, meerjarig beheer, omgang met maatschappelijke vraagstukken en samenwerking met andere partijen (waaronder de horizontale samenwerking met Staatsbosbeheer). Het Ontwikkelplan Groenalliantie 2030 gaat vergezeld van een meerjarige investeringsagenda. De agenda bevat onderzoeken, verkenningen en uitvoerings-/ inrichtingsprojecten die invulling geven aan de opgave om de gebieden op het gebied van natuur en recreatie verder te versterken. Groenalliantie geeft hiermee invulling aan de gebiedsopgaven en ontwikkelingsperspectieven. De investeringsagenda kent een looptijd van vijf jaar (2022-2026), maar heeft een dynamisch karakter. Voor de uitvoering van de projecten in de investeringsagenda tot en met 2025 is de aanpak beschreven in het in 2022 vastgestelde programma ‘Groen voor Iedereen’. Duurzame en klimaatadaptieve gebieden Naast gebiedsgerichte investeringen wil de Groenalliantie in 2024 positief bijdragen aan bredere opgaven als waterkwaliteit, gezondheid, biodiversiteit, de energietransitie en klimaatadaptatie. Zo kunnen de natuur- en recreatiegebieden een bijdrage leveren aan de infiltratie van regenwater en het verhogen van de biodiversiteit.

Daarvoor wordt een duurzame balans gezocht tussen natuur en recreatie waarbij het uitgangspunt is dat de natuurwaarden, waterkwaliteit en biodiversiteit toenemen in de komende jaren. In het Ontwikkelplan Groenalliantie 2030 is veel aandacht voor de natuurwaarden, waterkwaliteit en de biodiversiteit. Ook wordt er gezocht naar de mogelijkheden om op kleine schaal meer duurzame energie op te wekken. De opgaven zoals benoemd in het Ontwikkelplan worden opgepakt en samen met gebiedspartners en maatschappelijke partijen uitgewerkt. Door groeiende druk op de gebieden, zeker rond de entreegebieden en in de zomerse maanden, wil Groenalliantie verkennen of uitbreiding van de bestaande gebieden kansrijk is. En daarmee bijdragen aan meer groene natuur- en recreatieruimte. Uittreden Provincie Zuid-Holland Het college van gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland (PZH) heeft besloten om per 1 januari 2018 uit diverse recreatieschappen te treden, waaronder Groenalliantie. Volgens de afgesloten uittredingsovereenkomst heeft de provincie voor de jaren 2018-2021 haar bijdrage op het niveau van 2017 gehandhaafd inclusief de toezegging daarna een financiële medeverantwoordelijkheid te houden en daartoe financiële middelen beschikbaar te stellen.

Bij uittreding heeft de provincie Zuid-Holland met de schappen individuele afspraken gemaakt over onder meer de voortzetting en hoogte van de financiering. Voor Groenalliantie gaat het tot 2025 om een jaarlijkse afname van 10% van de financiering. Deze afname is opgevangen in de begroting. Vanaf het jaar 2025 kan Groenalliantie gebruik maken van de nieuwe provinciale beheerregeling. Dat betekent dat voor aangrenzende gebieden van 100 hectare of meer, een maximum bijdrage van maximaal 40% aan beheergelden kan worden aangevraagd. Afhankelijk van het aantal inschrijvers, kan dit percentage omlaag gaan. Deze bijdrage dient elk jaar aangevraagd te worden en kan jaarlijks fluctueren. Daarbij zijn de gebieden van Groenalliantie lang niet altijd groter dan 100 hectare. Dit betekent niet alleen een constante onzekerheid binnen de planning- en controlcyclus maar eveneens administratieve en ambtelijke regeldruk. Groenalliantie heeft dan ook verzocht om deze eis los te laten. Momenteel vinden er op ambtelijk en bestuurlijk niveau gesprekken plaats om bij de provincie te benadrukken dat Groenalliantie met de beheerregeling de huidige kwaliteit van de recreatiegebieden onvoldoende kan borgen. Dit wordt nog verder onderzocht. De Provincie Zuid-Holland heeft een recreatieperspectief 2030 opgesteld.

Daarin staat dat het de verantwoordelijkheid is van de investerende eigenaren om aan de voorkant de extra beheerlasten meerjarig te begroten en te financieren (40%/60%). PZH geeft aan vanuit haar systeemverantwoordelijkheid voor het recreatieve netwerk mee te denken hoe deze toekomstige beheerlasten structureel gefinancierd kunnen worden. In het recreatieperspectief wordt echter niet inhoudelijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=5e61d945-fd0f-4d44-a4bf-2d1f8c54540e