Programmabegroting 2024-2027
Tekst van het document
Daarnaast is vanuit het programma Hecht24 het eigenaarschap van de verdere vertaalslag van missie en visie en strategische koers hier belegd. Centraal Ondersteunende Dienst. Voor 2024 ligt de focus op het versterken van de adviserende en regisserende taken naar de overige Resultaat Verantwoordelijke Eenheden (RVE’en) en het optimaal gebruiken en verder uitbreiden van (digitale) faciliteiten voor alle medewerkers. Het vergroten van het adaptieve en innovatieve vermogen binnen heel Hecht staat hierbij centraal. Ook de in 2023 uitgezette koers rond datagedreven werken zal hierbij nadrukkelijk inzet vergen. Jeugdgezondheidszorg. De jeugdgezondheidszorg (JGZ) richt zich de komende jaren op passende zorg. Dat wil zeggen: de juiste zorg op de juiste plaats en door de juiste professional. Kwaliteit van zorg gaat voor kwantiteit. Door de ‘Gezamenlijk Inschatten Zorgbehoeften’ (GIZ) methode is Jeugdgezondheidszorg (JGZ) in staat om adequaat zorg te leveren. Zo stimuleert Hecht de regie over het proces bij ouders en verzorgers. Daarbij wordt gekeken wie de gewenste zorg het best kan bieden, want dat is niet in alle gevallen de JGZ zelf. De JGZ-professional voelt zich wel verantwoordelijk dat benodigde zorg geleverd wordt en organiseert de zorg, maar voert de zorg niet zelf uit als dit niet tot zijn/haar expertise behoort.
Met taakverschuiving wordt kritisch gekeken naar de taken van artsen, verpleegkundigen en assistenten. Taken die bijvoorbeeld vroeger werden uitgevoerd door een arts zijn tegenwoordig veel meer op hun plaats bij verpleegkundigen. Hierdoor blijven de functies in beweging en duurzaam uitdagend. Op deze manier verwacht Hecht een interessante werkgever te blijven en een gezond aantrekkingsvermogen op nieuwe professionals te houden. Gezondheidsbescherming, toezicht en GHOR. Voor Gezondheidsbescherming, Toezicht en GHOR (GTG) is de landelijk inzet op Versterking Infectieziekten Preventie en het beleidsprogramma versterking pandemische paraatheid een belangrijke ontwikkeling. Daarnaast start het traject herijking VISI normering infectieziekte bestrijding. Vanwege
94
Programmabegroting 2024-2027
wet- en regelgeving dient de dienstverlening op een aantal punten aangepast te worden. Dit betreft diverse taken (o.a. kwaliteitsstandaarden Seksuele Gezondheid, flexibilisering toezicht, invoering omgevingswet, effecten van klimaatverandering). Een nieuwe Aanvullende Seksuele Gezondheid-regeling wordt ontwikkeld. Gezondheidsbevordering en onderzoek. Datagedreven werken is een breed gedragen wens van zowel de regio als Hecht. De aandacht gaat hierin speciaal uit naar de manier waarop relevante data op het gebied van Publieke Gezondheid en het Sociaal Domein voor gemeenten wordt ontsloten. Daarnaast is gebleken dat er m.b.t. de mentale gezondheid van zowel jongeren als volwassenen een kwetsbaarheid ligt. Daar willen we in samenspraak met de gemeenten in Hollands Midden extra aandacht aan besteden. Zorg- en Veiligheidshuis (ZVH). De landelijke beleidsontwikkelingen van het toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming is mogelijk van invloed op onze werkprocessen en huidige taken. Hecht constateert dat er al lokale en regionale initiatieven worden genomen om op kleine schaal de nodige hervormingen op te starten. Hecht werkt daar zo veel als mogelijk aan mee. In het verlengde daarvan speelt het vraagstuk over het missen van langdurige regie op complexe casuïstiek, onder meer bij huiselijk geweld en kindermishandeling, maar ook bij personen met onbegrepen en onveilig gedrag.
Door het ontbreken van deze langdurige regie is het voor de professionals van het ZVH moeilijker om casuïstiek te borgen in een overdracht en daarmee af te sluiten. Indien een vorm van langdurige regie beschikbaar komt in de regio, zal dit van invloed zijn op de uitvoering van de dienstverlening van en de samenwerking met de professionals binnen het ZVH. De decentralisatie van de maatschappelijke zorg kan ook invloed hebben op de werkzaamheden. In ieder geval op een deel van onze doelgroep van kwetsbare personen. De (centrale) opvang in Leiden wordt afgebouwd en gemeenten gaan zelf voorzien in opvangplekken, waar onze professionals nieuwe (werk)afspraken mee zullen moeten maken. Regionale Ambulancevoorziening (RAV.) De RAV verleent ambulancezorg en verzorgt meldkameractiviteiten in de regio Hollands Midden op basis van de Wet Ambulancezorgvoorzieningen. Het speerpunt binnen de acute zorg is het bieden van goede zorg op het juiste moment door de juiste hulpverlener op de juiste plaats. Zorgcoördinatie en zorgdifferentiatie zijn hier met name op gericht. In 2024 zijn de activiteiten van de RAV gericht op het voortbouwen op deze ontwikkelingen. De versterking van de samenwerking in de acute keten blijft een punt van voortdurende aandacht. Zo levert Hecht RAV Hollands Midden een bijdrage aan het realiseren van de doelen van het Integraal Zorg Akkoord (IZA).
Aan gemeenten wordt geen financiële bijdrage gevraagd voor de ambulancezorg, deze dienstverlening wordt gefinancierd vanuit de zorgverzekeringswet. Coronabestrijding. Momenteel wordt onderzocht op welke wijze de coronabestrijdingsactiviteiten gepositioneerd worden. De richtlijnen van het ministerie van VWS zijn hierin leidend.
4.7.3.7 Grondbank RZG Zuidplas De Grondbank heeft thans circa 300 ha aan grond en opstallen in eigendom. Deze zijn voor het overgrote deel gelegen binnen de gemeente Zuidplas. De gemeente Gouda neemt voor 6% deel in de Grondbank. In 2021 is een koopovereenkomst gesloten tussen de Grondbank en de gemeente Zuidplas, strekkende tot de overdracht van haar bezit aan Zuidplas voor de ontwikkeling van het vijfde dorp, waarmee de grondbank per 31-12-2024 zou worden opgeheven. Sindsdien zijn de economische omstandigheden echter sterk gewijzigd, hetgeen een ongunstig effect heeft op de grondexploitatie van het plangebied. Belangrijke parameters voor de grondexploitatie, zoals de rente- en bouwkostenontwikkeling, zorgen voor een aanzienlijke verslechtering van het exploitatiesaldo. Deze situatie was niet voorzien. De gemeente Zuidplas acht het daarom niet verantwoord om het bezit van de Grondbank in 2024 over te nemen. Dat maakt dat Zuidplas niet zonder meer invulling kan en wil geven aan de op haar rustende afnameverplichting en een beroep doet op de uit de koopovereenkomst voortvloeiende ontbindingsmogelijkheid van de koopovereenkomst. De financiële consequenties voor de Grondbank en in het verlengde daarvan voor haar deelnemers zijn op voorhand niet te bepalen. Daarvoor is nadere studie nodig.
Waar tot op heden nog gekoerst werd op de volledige overname van de Grondbank uiterlijk op 1 januari 2025, blijkt dit nu niet haalbaar. Deze datum is relevant omdat de Grondbank een looptijd kent tot 1 januari 2025, dan houdt de Grondbank van rechtswege op te bestaan. Er zal dus een oplossing moeten komen voor de situatie na 2025. Daarvoor worden in de loop van 2024 verschillende scenario’s verkend en aan de verschillende leden van de Grondbank ter besluitvorming voorgelegd. De gemeente Zuidplas werkt een voorstel uit dat ziet op de overname van een deel van het plangebied voor een gefaseerde ontwikkeling. Dit laat onverlet de ambitie en doelstelling om het totale gebied te ontwikkelen zoals in het masterplan is opgenomen. In de loop van 2024 zal de Grondbank zich beraden en een standpunt innemen ten aanzien van de door de gemeente Zuidplas voorgestane gefaseerde overname van de gronden van de Grondbank en daarmee de looptijd van de Grondbank bepalen. De gemeente Gouda blijft zich vanuit haar rol als deelnemer aan de Grondbank inzetten voor een minimaal kostenneutrale afsluiting van de Grondbank, met inachtneming van de ambities uit het masterplan. Bij de verkenning van de verschillende scenario’s voor de periode na 1 januari 2025 zal Gouda hier proactief op sturen.
Programmabegroting 2024-2027
95
4.7.3.8 Veiligheidsregio Hollands Midden De voorbereidingen voor het nieuwe Regionaal Beleidsplan 2024-2027 zijn in volle gang. Ontwikkelingen in de samenleving en het wettelijk stelsel maken dat de opgaven van de veiligheidsregio veranderen en complexer worden. De huidige organisatie is echter slechts beperkt in staat om structureel invulling te geven aan nieuwe opgaven en vragen daarom om extra structurele investeringen. Met de financiële kaders die als uitgangspunt zijn opgenomen in deze ontwerpProgrammabegroting 2024 zijn er geen extra financiële middelen beschikbaar voor de nieuwe ontwikkelingen die op grond van het nieuwe regionaal beleidsplan 2024-2027 noodzakelijk worden geacht. De discussie daarover wil het bestuur van de veiligheidsregio voeren tegelijk met de discussie en besluitvorming over het nieuwe Regionaal Beleidsplan 2024-2027 in het najaar van 2023. Hierbij worden ook de bestuurlijke afspraken over de financiering van de veiligheidsregio (onder andere Cebeon-norm en meerjarig budgetplafond) opnieuw beoordeeld. Vier opgaven waarop de veiligheidsregio moet worden versterkt in de komende jaren: Opgave 1 - Wij staan voor onze rol als deskundig partner en adviseur in (fysieke) veiligheid. • Advisering. Onze advisering is kwalitatief op orde en gebaseerd op actuele kennis en inzichten van nieuwe risicotypen. • Risicogericht.
Het geven van adviezen en het houden van toezicht daar waar wij de grootste impact kunnen maken. • Netwerk. We hebben afspraken met ons professioneel netwerk van partners (conform partnerprofielen) en breiden dit netwerk verder uit. • Zelf- en samenredzaamheid. We stimuleren het veiligheidsbewustzijn en vergroten het handelingsperspectief van burgers. Opgave 2 - Wij bouwen verder aan een moderne en daadkrachtige hulpverlenings- en crisisorganisatie. • Inrichting crisisorganisatie. Onze hulpverlenings- en crisisorganisatie is ingericht en toegerust om ook nieuwe risico’s en incident- en crisistypen het hoofd te kunnen bieden. • Informatiegestuurde veiligheid. Onze hulpverlenings- en crisisorganisatie heeft de beschikking over relevante en actuele informatie om haar werk goed te kunnen doen. • Vakbekwaamheid. Onze hulpverlenings- en crisisorganisatie heeft de beschikking over aantoonbaar vakbekwame professionals. • Maatschappelijke betrokkenheid. Onze hulpverlenings- en crisisorganisatie benut de betrokkenheid en (samen)redzaamheid van burgers. Opgave 3 - Wij tonen onze maatschappelijke verantwoordelijkheid. • Duurzaamheid. Wij werken aan een duurzame organisatie. • Gezondheid. We zorgen voor een veilige en gezonde werkomgeving. • Divers, inclusief, gelijkwaardig. We willen een afspiegeling van de samenleving zijn: divers, inclusief en gelijkwaardig.
Opgave 4 - Wij werken aan een wendbare organisatie en omarmen nieuwe werkwijzen. • Cultuur en leiderschap. Onze cultuur en leiderschap is ingesteld op veranderende en complexere opgaven. • Werkwijzen. Onze werkwijzen passen bij veranderende en complexere opgaven. • Solide organisatie. Onze organisatie is ingericht op veranderende en complexere opgaven. De doelen in het nieuwe beleidsplan worden nader uitgewerkt en geconcretiseerd in het jaarplan 2024. In het jaarplan wordt aangegeven welke activiteiten worden gedaan om de doelen te realiseren. Het jaarplan 2024 wordt in december 2023 vastgesteld. Voor het opstellen van de ontwerp-Programmabegroting 2024 zijn de volgende financiële kaders toegepast: De Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden begrotingen 2024. Jaarlijks opgesteld door de werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen. De toegekende prijsindexatie voor 2024 bedraagt 6,4% voor beloning werknemers en 9,0% voor netto materieel. Voor de VRHM betekent dit een (gewogen) indexering van de gemeentelijke bijdragen van 7,32% t.o.v. 2023. De nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023. Per 1 januari 2023 is een nieuwe verdeling van het gemeentefonds afgesproken. Dit heeft gevolgen voor de onderlinge verhouding van de bijdragen per gemeente aan de veiligheidsregio. Hierbij zijn er nadeel- en voordeelgemeenten.
Voor het totale budget van de veiligheidsregio heeft dit geen gevolgen. De bestuurlijke afspraak is dat middels een nieuwe verdeling in het gemeentefonds (a.g.v. groot onderhoud gemeentefonds of herziening verdeelmodel) deze gevolgen worden verwerkt per nieuwe beleidsplanperiode. Dit is in lijn met het besluit voor het aanpassen van de gemeentelijke bijdragen naar aanleiding van de voorgaande herverdeling van het gemeentefonds (aanpassing per beleidsplanperiode 2019). Het is noodzakelijk om, in verband met onvermijdelijke uitgaven, de gemeentelijke bijdragen te verhogen zodat het budget van de veiligheidsregio met € 2.5 miljoen toeneemt. Dit zijn extra financiële middelen die nodig zijn om de huidige taken van de veiligheidsregio te kunnen blijven uitvoeren. Op de eerste plaats uitgaven die reeds worden gedaan (op grond van een bestuursbesluit), maar waarvoor de dekking nog niet structureel geregeld is. Op de tweede plaats kosten die betrekking hebben op nieuwe regelgeving, waaraan ook de veiligheidsregio moet voldoen. Beide kwalificeren zich als autonoom en onvermijdelijk.
96
Programmabegroting 2024-2027
Het gaat hierbij dus allereerst om het materialiseren van al eerder benoemde risico’s (nieuwe meldkamer, meer opleidingen brandweervrijwilligers) en eerder genomen besluiten (waterwagens / bluswatervoorziening) waarvoor nu een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdragen noodzakelijk is, alsmede onontkoombare kosten bij eigendomsverkrijging van brandweerkazernes en informatieveiligheid. Verder gaat het hierbij om nieuwe structurele kosten als gevolg van nieuwe of gewijzigde regelgeving (rechtmatigheidsverantwoording, verduurzaming, taakdifferentiatie), branchestandaarden/-normeringen (formatie 24-uursdienst brandweer, beheer/onderhoud brandweerkazernes) of landelijke afspraken (informatieveiligheid SOC[1]/CERT[2]) De veiligheidsregio is gehouden hieraan te voldoen. Door de uitloop van de vervangingsinvesteringen voor veel brandweermaterieel, was er in het afgelopen jaar een (incidentele) onderuitputting van de kapitaalslasten beschikbaar. Door de noodzakelijke vervanging van veel brandweermaterieel is deze onderuitputting niet meer beschikbaar als budget voor de genoemde onvermijdelijke uitgaven. Bovenstaande onvermijdelijke uitgaven worden nader toegelicht bij de betreffende programmataak. Geleidelijke opbouwende structurele toevoeging in de jaren 2023-2026 aan de rijksbijdrage Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR).
Op 26 augustus 2022 zijn tussen het Rijk en het Veiligheidsberaad bestuurlijke afspraken gemaakt over versterking van de bovenregionale en landelijke crisisbeheersing. Het rijk heeft hiervoor ook extra financiële middelen beschikbaar gesteld die bestemd zijn voor de versterking van de (toekomstige) crisisbeheersing, de informatiepositie en het inrichten van KCR2[3]. De rijksbijdrage BDuR wordt structureel verhoogd met € 1,4 miljoen in 2023 en deze verhoging loopt op tot € 2,5 miljoen in 2026. Het Rijk geeft hiermee een belangrijke impuls aan het toekomstgericht verder professionaliseren van de crisisbeheersing en het versterken van de informatiepositie van de veiligheidsregio. Hiervoor is een hogere gemeentelijke bijdrage dus niet nodig. Het Rijk geeft hierbij wel aan dat de verhoging van de BDuR nadrukkelijk niet bedoeld is voor het verlagen van de gemeentelijke bijdragen aan de veiligheidsregio en/of het financieren van andere taken van de veiligheidsregio (brandweerzorg). Bovenstaande financiële kaders leiden tot de volgende bijdragen voor 2024: Bron financiering in 2024 van de Veiligheidsregio Hollands Midden Gemeentelijke bijdragen van 18 gemeenten
€ 60.028.216
(86,4%)
Rijksbijdrage (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding, BDuR)
€ 6.742.577
(9,7%)
Extra Rijksbijdrage 2024
€ 1.743.641
(2,5%)
Overige baten
€ 1.000.000
(1.4%)
Totaal
€ 69.514.434
(100%)
Veiligheidsregio Hollands Midden wordt als gemeenschappelijke regeling met name gefinancierd door de deelnemende gemeenten (€ 60.0 mln., € 73,13 per inwoner). Daarnaast levert het Rijk door middel van rijksbijdragen (€ 8,5 mln.) een financiële bijdrage. De rijksbijdrage is een specifieke uitkering die door het Ministerie van JenV rechtstreeks aan de veiligheidsregio’s wordt uitgekeerd. De regio’s ontvangen een bedrag (lumpsum) voor een aanvulling in de bekostiging van de taken op de beleidsterreinen en een extra bedrag bestemd voor de versterking van de (toekomstige) crisisbeheersing, de informatiepositie en het inrichten van KCR2. Cebeon-norm De Veiligheidsregio Hollands Midden maakt voor het vaststellen van de gemeentelijke bijdragen gebruik van de objectieve budgetten die gemeenten gehonoreerd krijgen in het gemeentefonds voor het clusteronderdeel Brandweer en Rampenbestrijding (B&R). Het absolute niveau van het objectieve niveau wordt, met een correctie voor gemeentelijke rampenbestrijding, binnen de VRHM de ‘Cebeon-norm’ genoemd. Jaarlijks verzoekt de VRHM Cebeon (Centrum Beleidsadviserend Onderzoek) een berekening te maken van de regionale verdeelsleutel op basis van de septembercirculaires. Uit de vergelijking met de Cebeon-norm blijkt dat de bijdrage in 2024 van alle gemeenten ruimschoots, € 6,5 mln., onder de afgesproken Cebeon-norm blijft. [1]
Security Operations Center
[2]
Computer Emergency Response Team
KCR2 (Knooppunt Coördinatie Regio’s en Rijk) is straks het samenwerkingsplatform dat Veiligheidsregio’s, rijkspartners en betrokken crisispartners structureel ondersteunt en versterkt op het vlak van informatiemanagement en coördinatie, in het bijzonder bij incidenten met een bovenregionaal en landelijk karakter.
[3]
Programmabegroting 2024-2027
97
4.7.3.9 Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland Algemeen De gemeente Gouda neemt vanaf de oprichting sinds 1 januari 2011 deel in de gemeenschappelijke regeling BSGR. De BSGR verzorgt namens de gemeente de uitvoering van de Wet WOZ en de heffing en inning van gemeentelijke belastingen. Deelnemersbijdrage De deelnemers betalen een jaarlijkse bijdrage (deelnemersbijdrage) op basis van de vastgestelde verdeelsleutels zoals aantal objecten, aantal aanslagen en aantal heffingen. De bijdrage voor 2024 is geïndexeerd ten opzichte van 2023. Het percentage is bepaald door de indexatie voor lonen en prijzen op basis van de verwachting prijsoverheidsconsumptie van het CPB in de septembercirculaire. De berekende deelnemersbijdrage is een voorschot. Na afloop van het jaar vindt een afrekening plaats gebaseerd op de doorrekening van de werkelijke cijfers in het kostprijscalculatiemodel (het werkelijk aantal aanslagen, aanslagregels, getaxeerde objecten). Ontwikkelingen 2024 Als gevolg van externe factoren zullen de kosten voor de uitvoering van de belastingheffing en de waardebepaling nog steeds stijgen. Dit in tegenstelling tot de verwachting dat digitalisering en basisregistraties zouden leiden tot meer efficiency en lagere kosten. Het ontbreken van geautomatiseerde terugmeld voorzieningen in meerdere basisregistraties leidt tot meer handwerk en hogere personeelskosten.
Ook de zeer hoge eisen die gesteld worden aan beveiliging en privacy binnen de digitalisering is een extra kostenverhogende factor. Opschaling van het aantal deelnemers aan de BSGR kan kostenvoordelen bieden en kan ook voorzien in de steeds hogere eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de medewerkers. Informatiebeveiliging en privacy bijvoorbeeld vragen om speciale kennis en expertise. Daar tegenover staat de toenemende vergrijzing en het schaarser worden van kennis van lokale belastingen waardoor de mogelijkheden van schaalvergroting onderzocht moeten worden, maar ook de samenwerking tussen belastingorganisaties. De kosten voor bezwaarafhandeling nemen nog steeds toe als gevolg van de grote hoeveelheid bezwaren die worden ingediend door no cure, no pay-bureaus. Op landelijk niveau is hier aandacht voor gevraagd bij de staatssecretaris. De staatssecretaris is voornemens hier actie op te ondernemen, maar of dat voor 2024 al tot lagere proceskosten gaat leiden is de vraag. Bovenstaande ontwikkelingen zullen gevolgen hebben voor de kostenontwikkeling, maar ook het voor het dienstverleningsniveau naar inwoners en bedrijven.
4.7.4 Aspecten jaarrekening 2022 4.7.4.1 Algemene aspecten De gemeente heeft de beschikking over alle vastgestelde jaarrekeningen 2022 van de verbonden partijen inclusief de accountantsverklaringen. In de accountantsverklaringen wordt aandacht besteed aan de continuïteit van de ondernemingen. Per verbonden partij wordt inzicht gegeven in het financieel belang van de gemeente en wordt aandacht besteed aan het financieel risico. Daarbij is uitgangspunt dat de verbonden partij zelf zorgt voor borging van haar financiële risico's middels een weerstandsvermogen. Dit om te voorkomen dat deelnemende gemeenten in verbonden partijen financiële nadelen moeten bekostigen.
4.7.4.2 Specifieke aspecten Het BBV en daaruit voortvloeiende richtlijnen geven specifieke voorschriften mee over aspecten inzake verbonden partijen. Voorschrift is dat gemeenten in de paragraaf verbonden partijen van de gemeentelijke begroting en jaarrekening de visie op en beleid omtrent verbonden partijen opnemen. De visie en het beleid zijn beschreven in de door de raad vastgestelde nota verbonden partijen 2012.
4.7.5 Beleidskader Het BBV en daaruit voortvloeiende richtlijnen geven specifieke voorschriften mee over aspecten inzake verbonden partijen. Voorschrift is dat gemeenten in de paragraaf verbonden partijen van de gemeentelijke begroting en jaarrekening de visie op en beleid omtrent verbonden partijen opnemen. De visie en het beleid zijn beschreven in de door de raad vastgestelde nota verbonden partijen. De aansturing van de verbonden partijen is onderdeel van de verbetering van de financiële functie. Daarnaast wordt de nota verbonden partijen geactualiseerd. De besluitvorming hiervan staat gepland in het 1e kwartaal 2024.
98
Programmabegroting 2024-2027
4.7.6 Soort verbonden partijen Er zijn twee soorten verbonden partijen. • publiekrechtelijke verbonden partijen; • privaatrechtelijke verbonden partijen.
4.7.6.1 Publiekrechtelijke verbonden partijen Gemeenschappelijke regelingen met rechtspersoonlijkheid; het openbaar lichaam en de bedrijfsvoeringsorganisatie. Geregeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Gouda neemt deel aan de volgende gemeenschappelijke regelingen: 1. Regio Midden-Holland; 2. Omgevingsdienst Midden-Holland; 3. Groenalliantie Midden-Holland en omstreken; 4. Streekarchief Midden-Holland; 5. Promen; 6. Grondbank RZG Zuidplas; 7. Regionale dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden; 8. Veiligheidsregio Hollands Midden; 9. Belasting Samenwerking Gouwe Rijnland.
4.7.6.2 Privaatrechtelijke verbonden partijen Een besloten vennootschap of naamloze vennootschap waarin de gemeente aandelen heeft. Dit is geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Ook stichtingen of een (coöperatieve) verenigingen kunnen verbonden partij zijn. Voor Gouda gaat dit om de volgende partijen: 1. B.V. SPORT●GOUDA; 2. N.V. BNG; 3. Oasen N.V.; 4. N.V. Cyclus; 5. Coöperatieve Parkeerservice U.A..
4.7.7 Lijst verbonden partijen Op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is de gemeente verplicht om in de paragraaf Verbonden partijen een overzicht op te nemen, met daarin per verbonden partij: • doel en openbaar belang; • wijze van dienen gemeentebelang; • beleidsvoornemens; • risico’s; • financiële gegevens.
Totaaloverzicht bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen Verbonden partij (bedragen * € 1.000) Regio Midden Holland
Bijdrage 2023
Bijdrage 2024
Bijdrage 2025
Bijdrage 2026
Bijdrage 2027
134
144
144
144
144
3.812
4.265
4.265
4.265
4.265
Groenalliantie
558
587
587
587
587
Streekarchief Midden-Holland
623
661
661
661
661
Promen
9.267
9.170
8.726
8.303
7.892
Hecht
4.772
5.207
5.207
5.207
5.207
0
0
0
0
0
4.977
5.599
5.599
5.599
5.599
Omgevingsdienst Midden-Holland
RZG Zuidplas Grondbank Veiligheidsregio Hollands Midden Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland
1.373
1.622
1.621
1.621
1.621
Totaal bijdrage gemeenschappelijke regelingen
25.516
27.255
26.810
26.387
25.976
Programmabegroting 2024-2027
99
4.7.7.1 Gemeenschappelijke regelingen 4.7.7.1.1 Regio Midden Holland Naam verbonden partij
Regio Midden Holland
Vestigingsplaats
Gouda
Website
www.regiomiddenholland.nl
Programma:
7. Bestuur en organisatie
Taakveld:
0.1 Bestuur
Aard
GR
Deelnemerspercentage
20% (Ieder AB lid heeft 1 stem)
Doel en openbaar belang
Regionale beleidsvorming en strategische belangenbehartiging van de aangesloten gemeenten BodegravenReeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas.
Wijze van dienen van het gemeentebelang
In het AB zitten twee collegeleden die door de raad benoemd zijn.
Beleidsvoornemens 2024
De samenwerking in de Regio Midden-Holland wordt als netwerk vormgegeven vanuit de vijf MiddenHollandgemeenten. Op de inhoudelijke programma’s geven we uitvoering aan de regionale ambities voor groei, bereikbaarheid en economische vitaliteit. De regionale samenwerking kent vier programma’s: 1. Economie, Onderwijs en Arbeidsmarkt 2. Verkeer en Vervoer 3. Ruimte en Wonen 4. Duurzaamheid Naast deze programma’s is aan de gemeenschappelijke regeling de taak Cultuur toegevoegd. Het betreft de stimulering culturele regionale samenwerking. De activiteiten worden vanuit de subsidieregeling Cultuureducatie met Kwaliteit mogelijk gemaakt separaat van de begroting van de regio. Voor de regionale taken binnen het Sociaal Domein vormt met ingang van 2022 de samenwerkingsovereenkomst Jeugd en Wmo 2022-2024 de basis voor uitvoering van de gemeenschappelijke taken. Het Sociaal Domein is met ingang van 2023 geen apart programma meer binnen de begroting. Wel wordt nog samengewerkt in relatie tot andere tafels, bijvoorbeeld als het gaat over Wonen en Zorg. Lobby en belangenbehartiging van de regio zijn een belangrijk onderdeel van de netwerksamenwerking. Belangenbehartiging vindt plaats vanuit het netwerk. Zowel het dagelijks bestuur als de vier inhoudelijke tafels pakken hierin hun rol.
Risico's
Risico's Op 6 februari 2023 is het rapport ‘Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Midden-Holland’ verschenen. Om meer grip te krijgen op ‘de regio’ en de factoren die bijdragen aan het realiseren van publieke waarde in die regio, doen de Rijksuniversiteit Groningen en Berenschot hier onderzoek naar. Een bevinding is dat het op dit moment onvoldoende lukt om de regionale plannen in directe publieke waardecreatie voor inwoners om te zetten. Op basis van de inhoudelijke opgaven, georganiseerde randvoorwaarden en het draagvlak voor samenwerking is het volgens de onderzoekers nú het moment om aanvullende capaciteit in te zetten op meer samenwerking in de regio. Het uitblijven van de benodigde investeringen in de slagkracht van de regio kan gevolgen hebben voor de publieke waardecreatie.
Bijdrage in 2024
€ 144.185
Financiële gegevens (bedragen * € 1.000)
2021
2022
2023
Eigen vermogen
ultimo
€ 620
€ 540
€ 301
Vreemd vermogen
ultimo
€ 438
€ 586
€ 645
€ 63
€ 78
n.n.b
jaarrekening
jaarrekening
begroting
Resultaat Bron
4.7.7.1.2 Omgevingsdienst Midden-Holland Naam verbonden partij Vestigingsplaats
Gouda
Website
www.odmh.nl
Programma(s)
2. Energie en klimaat 3; Wonen en leefomgeving
Taakveld
7.4 Milieubeheer; 8.3 Wonen en bouwen
Aard
GR
Deelnemerspercentage
17,0% (Stemverhouding op basis van budget € 100.000 = 1 stem)
Doel en openbaar belang
Bijdrage leveren aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving.
Wijze van dienen van het gemeentebelang
In het AB zitten twee collegeleden die door het college zijn aangewezen, waarvan 1 lid zitting heeft in het DB.
Beleidsvoornemens 2024
Nota-VTH is in 2023 voor de komende jaren vastgesteld. In 2024 wordt middels het jaarprogramma 2024 BWT/Milieu hier uitvoering aangegeven.
Risico's
Voor de totstandkoming van de Nota-VTH is een risico-analyse uitgevoerd.
Bijdrage in 2024
€ 4.265.252
100
Programmabegroting 2024-2027