CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2024-2027

Raadsvergadering 8 november 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Besluit: Programmabegroting 2024 - 202740.391 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Programmabegroting 2024-2027

57

3.8.2 Toelichting op financiering Treasury Op het taakveld treasury worden het renteresultaat en het resultaat op deelnemingen verantwoord. Het renteresultaat wordt ook wel aangeduid als het saldo van de financieringsfunctie. Dit geeft het saldo weer tussen enerzijds: • de betaalde rente (last) over de aangegane langlopende leningen en over de aangetrokken kortlopende middelen zoals kasgeld en middelen in rekening-courant en • de ontvangen rente (baten) over de uitzettingen, zoals deposito’s, verstrekte langlopende leningen en beleggingen en anderzijds de rente die wordt doorberekend aan de producten, de investeringen en de grondexploitaties. Het resultaat op deelnemingen bestaat uit ontvangen dividend van aandelen BNG. Cyclus en Oasen keren geen dividend uit. Naast dividend worden op deze post ook de ontvangen garantiepremies op verstrekte borgstellingen verantwoord. Tot slot worden de kapitaallasten (rentelasten) voor deelnemingen in het aandelenkapitaal van de Bank Nederlandse Gemeenten, Cyclus N.V. en Oasen hier verantwoord. Per saldo resteert een voordelig resultaat op het taakveld treasury van ongeveer € 1,6 miljoen in 2024.

In de daaropvolgende jaren loopt dit voordelig resultaat wat op met de aantekening dat het rentepercentage waartegen mag worden doorberekend aan producten, investeringen en grondexploitaties op grond van regelgeving wellicht op enig moment moet worden verlaagd. Hierdoor zal het resultaat op taakveld treasury lager worden. Indien dit zich voordoet heeft dit weinig tot geen begrotingsconsequenties omdat dan de producten, de investeringen en de grondexploitaties minder rente doorbelast krijgen.

3.8.3 Toelichting op algemene dekkingsmiddelen Mutaties reserves De bij dit onderdeel geraamde onttrekkingen zijn grotendeels een gevolg van de besluitvorming over de aanwending van de reserve sociaal domein en de algemene reserve. Resultaat van de rekening (baten/lasten) Dit taakveld toont in feite het begrotingssaldo, na alle toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Het begrotingssaldo kent het volgende meerjarige verloop. (bedragen x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

Begrotingssaldo

-2.264

-7.711

-1.552

-3.907

(+ = nadeel/ last | - = voordeel / baat)

Het saldo wordt administratief technisch in de jaren 2024 - 2027 toegevoegd aan de algemene reserve. Onroerende zaakbelasting (woningen en niet-woningen) De ozb is een belasting die gemeenten mogen heffen over woningen en niet-woningen. De ozb maakt onderdeel uit van de groep lokale heffingen (rioolheffing, ozb, afvalstoffenheffing, leges, parkeeropbrengsten, precariobelasting, hondenbelasting, havengelden, staangelden, marktgelden en toeristenbelasting) en genereert voor de gemeente Gouda binnen de lokale heffingen de op een na hoogste belastingopbrengst. De ozb kan worden gesplitst in een eigenarenbelasting en een gebruikersbelasting. De aanslagen ozb worden berekend op basis van de waarde van de onroerende zaken. Deze waardering dient de gemeente uit te voeren op grond van de Wet waardering onroerende zaken. Het tarief voor de heffing van de ozb wordt jaarlijks gewijzigd. De aanslag ozb wordt berekend naar een percentage van de waarde van de onroerende zaken, zoals die op de voet van de Wet WOZ wordt vastgesteld. Voor het jaar 2024 worden de onroerende zaken gewaardeerd naar waardepeildatum 1 januari 2023. Aan de lastenkant worden kosten geraamd voor het innen van de opgelegde belastingen, de zogenaamde perceptiekosten.

Feitelijk zijn dit alle personele en materiële kosten die verband houden met de oplegging, inning, afhandeling van bezwaarschriften en de kosten van de uitvoering van de Wet WOZ. Parkeerbelastingen Tot dit taakveld behoren de heffing en invordering van parkeerbelasting, de opbrengsten van parkeerfaciliteiten en de opbrengsten uit boetes. In Gouda zorgen met name het betaalde straatparkeren rondom de binnenstad en de stationsparkeergarage voor jaarlijkse inkomsten. Overige belastingen Tot dit taakveld behoren overige gemeentelijke belastingen, zoals de precariobelasting en de hondenbelasting.

58

Programmabegroting 2024-2027

Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds De (algemene) uitkering uit het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeente. De hoogte van de algemene uitkering wordt bepaald op basis van objectieve maatstaven zoals bijvoorbeeld het aantal inwoners, het aantal woonruimten en andere sociale en fysieke kenmerken van de gemeente. Naast de algemene uitkering komen uit het gemeentefonds ook decentralisatie-uitkeringen, integratie-uitkeringen en suppletie-uitkeringen, die allemaal hun eigen specifieke basis hebben. De hoogte van de uitkering uit het gemeentefonds voor de periode 2024-2027 is gebaseerd op informatie uit de meicirculaire gemeentefonds 2023. De raad heeft de verwerking van deze circulaire vastgesteld via een apart raadsbesluit op 3 juli 2023. De uitkomsten van de septembercirculaire 2023 worden verwerkt in het raadsvoorstel van de programmabegroting 2024 - 2027. Overige baten en lasten Binnen dit taakveld presenteert de gemeente de algemene lasten en baten, de post onvoorziene uitgaven algemeen en de stelposten voor nog toe te wijzen middelen. Binnen dit taakveld staan ook de loonkosten voor bovenformatief personeel dat niet meer aan het werk is en de lasten en baten van gedetacheerd personeel. Onvoorziene uitgaven Wettelijk is voorgeschreven dat in de programmabegroting een post voor onvoorziene uitgaven is opgenomen.

Er zijn geen voorschriften, of normen, over de omvang hiervan. Het is aan de raad om aan te geven welke omvang hij nodig acht. De raming voor 2024 bedraagt € 151.000. Dit is het totaalbedrag dat beschikbaar is voor alle programma’s tezamen, dat onder voorwaarden (onvoorzien, onvermijdbaar, onuitstelbaar) kan worden aangewend. De hoogte van de onvoorziene uitgaven is niet bedoeld om omvangrijke afwijkingen binnen de begroting op te vangen. Daarvoor dient de beschikbare weerstandscapaciteit. Stelposten Stelposten zijn posten die wel in de begroting zijn meegenomen voor het algemeen beeld, maar nog niet zijn uitgewerkt of ingevuld. Dit omdat nog niet bekend is hoe de verdeling precies plaatsvindt. Het is wenselijk zo min mogelijk met stelposten te werken. Binnen de begroting van Gouda zijn de volgende stelposten verwerkt: • Stelposten loon- en prijscompensatie: de inkomsten uit het gemeentefonds worden weergegeven in zogenaamde lopende prijzen. Dat betekent dat rekening is gehouden met de verwachte toekomstige cumulatieve loon- en prijsstijgingen. Voor de loongevoelige budgetten is in de begroting in 2024 conform de meicirculaire 2023 totaal 4,7% gereserveerd op de stelpost in afwachting van een nieuwe CAO 2024. De prijsgevoelige budgetten zijn aangepast met 3,9% conform de meicirculaire 2023.

Voor de jaren 2025 - 2027 is er ieder jaar cumulatief een loonindex van 2,6% en een prijsindex van 1,6% gereserveerd. De indexen worden ieder jaar bij verwerking van de meicirculaire geactualiseerd. • Stelpost uitbreiding Westergouwe: op basis van eerdere ramingen van de gevolgen van de bouwactiviteiten in Westergouwe voor de opbrengsten ozb en de uitkering uit het gemeentefonds is ook een (stel)post opgenomen ter dekking van hogere lasten voor de gemeente. • Stelpost taakmutaties uitkering gemeentefonds: de taakmutaties die genoemd worden in circulaires van het gemeentefonds worden in afwachting van nadere inhoudelijke en financiële onderbouwing geraamd op een afzonderlijke post in de begroting. • Stelpost winterplan: dit betreft een stelpost voor onder andere aanvullende steun aan huishoudens en maatschappelijke organisaties, zoals sportverenigingen, cultuurinstellingen, welzijnsorganisaties en buurthuizen, die door de stijgende energiekosten financieel ernstig in de problemen komen. • Stelpost ontwikkeling kapitaallasten: dit betreft een stelpost voor de ontwikkeling van kapitaallasten in verband met verwachte stijging van investeringskosten. • Stelpost motie realisatiekracht: voor de uitvoering van de motie realisatiekracht (aangenomen op 3 juli 2023) is een stelpost opgenomen voor de hieruit mogelijk voortvloeiende kosten.

• Stelpost onderuitputting meerjarenbegroting: dit betreft een structurele stelpost onderuitputting op de meerjarenbegroting. De verwachting is dat bij een nadere analyse van de begroting op detailniveau er invulling wordt gevonden voor deze stelpost. In de Kadernota 2025 wordt er gerapporteerd over de voortgang en invulling van deze stelpost. Indien de bedragen in onderstaande tabel positief zijn (+), dan betekent dit dat de middelen beschikbaar zijn voor besteding.

Programmabegroting 2024-2027

59

Stelposten Omschrijving (bedragen * € 1.000)

2024

2025

2026

2027

Stelposten loon- en prijscompensatie

2.334

5.675

9.245

12.857

Stelpost uitbreiding Westergouwe

98

95

95

95

Stelpost taakmutaties uitkering gemeentefonds

160

-172

-208

-157

Stelpost winterplan Stelpost ontwikkeling kapitaallasten Stelpost motie realisatiekracht

1.500

0

0

0

250

250

250

250

500

500

0

0

Stelpost onderuitputting meerjarenbegroting

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

Totaal

3.842

5.349

8.382

12.046

In de onderstaande tabel is een nadere specificatie en verloopoverzicht opgenomen van de stelpost loonen prijscompensatie. Verloop stelpost loon- en prijscompensatie

2024

2025

2026

2027

Beschikbaar op stelpost (bruto)

9.830

11.827

13.859

15.926

Af: indexatie inhaalslag Kadernota 2024

-4.567

-4.567

-4.567

-4.567

Af: indexatie begroting 2024

-4.077

-3.989

-3.595

-3.687

Af: indexatie begroting GR-en 2024

-1.186

-1.587

-1.939

-1.835

0

1.684

3.758

5.837

Beschikbaar op stelpost looncompensatie (netto)

2.334

3.991

5.487

7.020

Totaal beschikbaar loon- en prijscompensatie

2.334

5.675

9.245

12.857

Prijscompensatie

Beschikbaar op stelpost prijscompensatie (netto) Looncompensatie

Vennootschapsbelasting Overheden vallen onder de vennootschapsbelastingplicht. Over de winst die zij met ondernemingsactiviteiten hebben behaald, moeten zij vennootschapsbelasting betalen. De gemeente Gouda verwacht op basis van de huidige cijfers en inzichten dat de activiteiten straatparkeren, parkeergarage en reclame door de ondernemerspoort gaan: • voor het Straatparkeren kan een vrijstelling worden toegepast, waardoor geen VPB-druk ontstaat; • voor de parkeergarage en reclame gelden geen vrijstellingen en is de geraamde vennootschapsbelasting € 228.500 voor 2024 en € 690.000 voor de periode 2025-2027.

3.8.4 Verbonden partijen Verbonden partijen dragen bij aan de te realiseren beleidsdoelstellingen van de gemeente.

Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) De BSGR verzorgt de heffing en de invordering van de onroerendezaakbelastingen, de hondenbelasting, en de precariobelasting als algemeen dekkingsmiddel.

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) BNG stuurt actief op het vergroten van haar maatschappelijke impact. BNG benoemt hiertoe vijf belangrijke doelstellingen waaraan zij wil bijdragen: duurzame steden en gemeenschappen, goede gezondheid en welzijn, kwaliteitsonderwijs, betaalbare en duurzame energie, klimaatactie.

Oasen Oasen is het drinkwaterbedrijf van Midden-Holland; de inwoners van de gemeente Gouda en de bedrijven in Gouda zijn de afnemers. Kernactiviteiten van Oasen zijn het winnen, zuiveren, distribueren en verkopen van drinkwater. De uitvoering van de taken van Oasen heeft geen directe link met programmadoelstellingen van de gemeente. Er is uiteraard wel sprake van een algemeen belang van goed en betrouwbaar drinkwater.

60

Programmabegroting 2024-2027

3.8.5 Wat gaat het opleveren? 3.8.5.1 Overzicht lasten en baten Exploitatie (bedragen * € 1.000)

2024

2025

2026

2027

Lasten

3.785

3.991

6.838

10.355

Baten

-236.860

-246.642

-239.249

-244.984

Saldo van baten en lasten

-233.074

-242.650

-232.411

-234.628

Toevoegingen aan reserves (lasten)

0

200

200

0

Onttrekkingen aan reserves (baten)

0

0

0

0

-233.074

-242.450

-232.211

-234.628

Gerealiseerd resultaat (+ = nadeel/ last | - = voordeel / baat)

3.8.5.2 Overzicht mutaties In de onderstaande tabel zijn de financiële mutaties binnen dit programma weergegeven. (bedragen x € 1.000) Startbegroting

2024

2025

2026

2027

-216.991

-223.925

-216.190

-213.748

Autonome en administratieve ontwikkeling

-5.418

-6.440

-6.176

-6.038

Kadernota

-9.124

-10.604

-7.864

-12.861

Nieuwe ontwikkelingen/ beleid Totaal

-1.541

-1.481

-1.981

-1.981

-233.074

-242.450

-232.211

-234.628

(+ = nadeel/ last | - = voordeel / baat)

3.8.5.3 Taakvelden De volgende taakvelden maken deel uit van dit onderdeel van de begroting. Per taakveld is het saldo van lasten en baten weergegeven. Taakvelden (bedragen * € 1.000)

2024

2025

2026

2027

0.5 Treasury

-1.619

-2.919

-3.033

-3.172

0.61 Ozb woningen

-9.674

-9.834

-9.994

-10.160

0.62 Ozb niet-woningen

-9.438

-9.594

-9.750

-9.912

0.63 Parkeerbelasting

-4.059

-4.058

-4.058

-4.058

0.64 Belastingen overig

-520

-534

-545

-557

-212.020

-221.555

-213.834

-219.235

4.023

5.609

8.643

12.306

233

234

160

160

-233.074

-242.650

-232.411

-234.628

0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) Totaal (+ = nadeel/ last | - = voordeel / baat)

Programmabegroting 2024-2027

61

4 Beleidsbegroting: paragrafen

62

Programmabegroting 2024-2027

4.1 Lokale heffingen 4.1.1 Inleiding Lokale heffingen zijn een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke inkomsten. Heffingssoorten Er is onderscheid tussen belastingen, rechten en bestemmingsheffingen. • Belastingen zijn verplichte bijdragen aan de gemeente waar geen directe tegenprestatie tegenover staat. De opbrengst van de gemeentelijke belastingen gaat naar de algemene middelen. • Rechten zijn vergoedingen voor kosten die verband houden met een individuele dienst. Een voorbeeld is het verstrekken van een vergunning. De opbrengst mag niet meer dan 100 procent kostendekkend zijn. • Bestemmingsheffingen zijn vergoedingen die een gemeente vraagt voor het beschikbaar stellen/onderhouden van een collectieve voorziening. De opbrengst mag niet meer dan 100 procent kostendekkend zijn. Lokale heffingen Gouda Gouda kent de volgende lokale heffingen. • Belastingen: ozb, hondenbelasting, toeristenbelasting, parkeerbelasting en precariobelasting. • Rechten: leges, marktgelden, havengelden, staangelden. • (Bestemmings)heffingen: rioolheffing, afvalstoffenheffing, reinigingsrechten. Deze paragraaf geeft informatie over het beleid en de ontwikkeling van de tarieven van de diverse lokale heffingen en de consequenties daarvan voor de inwoners en bedrijven. Ook wordt in deze paragraaf ingegaan op de kostendekking van de leges en diverse gemeentelijke heffingen; de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

De consequenties van het beleid voor de belastingverordeningen worden nader uitgewerkt in het belastingvoorstel dat in de raadsvergadering van december wordt behandeld. De Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland verzorgt voor Gouda de heffing en de invordering van de lokale belastingen en heffingen. Ook bepaalt de BSGR de hoogte van de WOZ-waarde voor alle onroerende zaken in onze gemeente. Meer informatie over de BSGR is te vinden in de paragraaf Verbonden partijen en op de website van de BSGR. (https://www.bsgr.nl/) Met ingang van 1 januari 2023 verzorgt de Coöperatie ParkeerService U.A. de naheffingsaanslagen van de parkeerbelastingen. Dit was tot en met 2022 ondergebracht bij de BSGR. Meer informatie over de Coöperatie ParkeerService U.A. vindt u op de website van Parkeerservice (https://www.parkeerservice.nl/)

4.1.2 Beleid en belangrijkste wijzigingen in 2024 Algemeen De uitgangspunten voor de tarieven zijn gebaseerd op het Coalitieakkoord 2022-2026. Het streven is om de OZB met niet meer te laten stijgen dan het inflatiepercentage. Daarnaast is het streven om alle huishoudens ervan te laten profiteren als de lokale lasten worden verlaagd. Tariefontwikkeling In de kaderbrief 2024 is aangegeven dat de lokale woonlasten en de belastingen/heffingen voor het jaar 2024 worden geïndexeerd op basis van verwachte prijsontwikkeling. De prijsontwikkeling is conform de meicirculaire 2023. Bij het bepalen van de opbrengsten 2024 is daarom rekening gehouden met een inflatiepercentage van 3,9%. (In 2023 betrof dit percentage 2,3%). Daarbovenop is gekozen voor het verwerken van een inflatie inhaalslag (over 2022 en 2023) van 7,3% op de prijsgevoelige budgetten, belastingen en heffingen (met uitzondering van de afvalstoffenheffing en rioolheffing). Dat betekent dat de tarieven worden opgehoogd met 11,2 % (3,9% + 7,3%). De inflatie inhaalslag is uitgesloten voor de tarieven afvalstoffenheffing en rioolheffing. Als gevolg van de gestegen kosten voor het inzamelen van afval, beheer en onderhoud gemeentelijk rioolstelsel en het inflatiepercentage van 3,9% dienen de tarieven voor de afvalstoffen en rioolheffing wel te worden verhoogd.

Woonlasten (lokale lastendruk) De woonlasten bestaan uit de onroerende zaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing. De woonlasten worden berekend voor een eigenaar of huurder van een woning die de woning bewoont met meerdere personen. In 2024 stijgen de woonlasten voor de eigenaar-gebruiker van een woning met een WOZ-waarde van € 319.000 (gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Gouda in 2023) met 12,47%. De woonlasten voor de huurder stijgen in 2024 met 11,20%. Deze stijgingen worden veroorzaakt door het toepassen van de inflatiecorrectie, de extra inflatie inhaalslag die is toegepast en de gestegen kosten voor afvalverzameling en onderhoud en beheer gemeentelijk rioolstelsel.

Programmabegroting 2024-2027

63

In het woonlastenoverzicht is uitgegaan van de tarieven 2023 zoals die zijn vastgesteld na aanname van het amendement "verlaging woonlasten" tijdens de Begrotingsraad op 9 november 2022. Het tarief rioolheffing voor de gebruiker kon hierdoor worden verlaagd en de stijging van het tarief afvalstoffenheffing kon worden beperkt.

4.1.3 Beleidsuitgangspunten gemeentelijke heffingen in 2024 Onroerendezaakbelastingen Onroerendezaakbelastingen worden betaald door eigenaren en/of gebruikers van onroerende zaken zoals woningen, bedrijfspanden en grond. De opbrengsten van de ozb gaan naar de algemene middelen. De opbrengst van de ozb wordt opgehoogd met 11,2%. Dit is de indexatie 'prijsoverheidsconsumptie’ zoals aangegeven in de meicirculaire 2023 van 3,9% en de inflatie inhaalslag van 7,3%. Wat de verhoging van de ozb-opbrengst betekent voor de hoogte van de belastingtarieven is onder andere afhankelijk van de waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen. De heffingsmaatstaf van de onroerendezaakbelastingen is de WOZ-waarde van de woning/niet-woning. Er wordt belasting geheven naar een percentage van deze vastgestelde WOZ-waarde. De WOZ-waarde wordt jaarlijks opnieuw bepaald. Zodra de nieuwe WOZ-waarden voor 2024 (waardepeildatum 1 januari 2023) bekend zijn, wordt bij het tarievenvoorstel Belastingverordening (na vaststelling van de begroting) het definitieve belastingtarief hierop aangepast. Voor de objecten die de gemiddelde waardeontwikkeling volgen, stijgt de aanslag ozb 2024 met ongeveer 11,2%. Reinigingsheffingen Afvalstoffenheffing is een heffing voor huishoudens waar de gemeente de plicht heeft om huisvuil op te halen.

Met de opbrengst wordt de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval bekostigd. Het tarief voor afvalstoffenheffing bestaat per huishouden uit een vast tarief (voor 2024 bepaald op € 346,16) en een variabel tarief. Het variabele deel van de afvalstoffenheffing 2024 is afhankelijk van het aantal maal door huishoudens aangeboden restafval in 2023. Het tarief is € 1,50 per 60 liter restafval. Het aanvragen van kwijtschelding is mogelijk. Tevens is er, net als in voorgaande jaren, een mogelijkheid tot vrijstelling indien als gevolg van een medische aandoening sprake is van extra veel afval. Bij de vaststelling van de Verordening Reinigingsheffingen 2024 (raadsbehandeling in december 2023) worden de definitieve tarieven 2024 vastgesteld. Reinigingsrecht is een heffing voor bedrijven die hun afval bij het huishoudelijk afval mogen aanbieden. Bedrijven mogen afval aanbieden dat qua samenstelling en hoeveelheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afval. Het tarief betreft een tarief per aanbieding. Kwijtschelding is niet mogelijk. De reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing en reinigingsrecht) worden bepaald op basis van actuele berekeningen van kosten en opbrengsten met als uitgangspunt kostendekkende tarieven. De kosten voor afvalinzameling zijn hoog en zullen ook de komende jaren stijgen.

Dit wordt onder andere veroorzaakt door prijsstijgingen bij Cyclus (een onderneming die het afval inzamelt voor Gouda), een verlaging van de vergoeding voor ingezameld afval, omgekeerd inzamelen (restafval wordt niet aan huis ingezameld, maar wordt door de bewoner zelf weggebracht naar een ondergrondse vuilcontainer) en overdragen van ondergrondse containers van eigen beheer naar Cyclus. In 2023 kon een stijging van het tarief voor afvalstoffenheffing worden beperkt tot € 46,05 als gevolg van het aangenomen amendement "verlaging woonlasten" in de Begrotingsraad van 9 november 2022. In verband met de gestegen kosten is voor 2024 een tariefsverhoging noodzakelijk. Het tarief voor 2024 is € 392,16 (vast tarief € 346,16 + 30 x € 1,50 variabel tarief). Rioolheffingen Rioolheffing is een heffing voor huishoudens en bedrijven die water direct of indirect op de gemeentelijke riolering afvoeren. Rioolheffing is een bestemmingsheffing. De opbrengsten worden dan ook alleen gebruikt om de kosten te dekken die samenhangen met de wettelijke zorgplicht die de gemeente heeft voor de afvoer van afvalwater, de afvoer van regenwater en het beheer van het grondwaterpeil. De heffing bestaat uit 2 soorten; een eigenaren- en een gebruikersdeel. Eigenaren betalen een vast bedrag per perceel. Gebruikers betalen een bedrag op basis van het aantal kubieke meters water dat vanuit een perceel wordt afgevoerd.

Het gebruikersdeel wordt vermeerderd indien meer dan 400m3 water vanuit een perceel wordt afgevoerd. In 2023 is het tarief voor het gebruikersdeel verlaagd naar € 218,25 als gevolg van het aangenomen amendement "verlaging woonlasten" in de Begrotingsraad van 9 november 2022. De tarieven voor de rioolheffing zijn gebaseerd op het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) 2019-2023 zoals in maart 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. In mei 2023 is in de commissie fysieke leefomgeving gesproken over de evaluatie van het GRP 2019-2023. Inmiddels wordt gewerkt aan een nieuw Water- en Rioleringsplan (WRP). Dit wordt naar verwachting eind 2023 aan de raad aangeboden. Op basis van het GRP 2019-2023 en rekening houdend met de gestegen kosten worden de tarieven voor 2024 verhoogd met 16,5%.

64

Programmabegroting 2024-2027

Marktgelden Marktgelden worden geheven voor alle week- en dagmarkten in de gemeente. Er zijn tarieven voor een vaste standplaats en een dagplaats. Deze tarieven zijn gedifferentieerd naar een tarief voor de zaterdagmarkt en een tarief voor de dinsdag-, woensdag- of donderdagmarkt. Belastingplichtigen betalen een bedrag op basis van de plaats (m2) die wordt ingenomen. De opbrengsten van deze belasting worden onder andere ingezet voor het onderhoud van de markt. Daarbij valt te denken aan het reinigen van het marktterrein, dagelijks toezicht op de markt door de marktmeester en energieen watervoorzieningen. De tarieven van de marktgelden worden opgehoogd met 11,2%. Toeristenbelasting Toeristenbelasting is een belasting voor uitbaters van overnachtingsmogelijkheden zoals hotels en bed & breakfast. Er wordt een bedrag per persoon, per overnachting betaald. De opbrengsten van deze belasting worden ingezet voor stadsmarketing en toerisme. Ondernemers ontvangen aan het begin van het jaar een voorlopige aanslag. Deze mag in maandelijkse termijnen worden betaald. De definitieve aanslag volgt na afloop van het belastingjaar. De tarieven worden opgehoogd met 11,2%. Precariobelasting Precariobelasting is een belasting voor personen of bedrijven die voorwerpen hebben onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.

Voorwerpen waarvoor de gemeente Gouda precariobelasting heft zijn onder andere bouwmaterialen, terrassen, en winkeluitstallingen. De opbrengsten van deze belasting gaan naar de algemene middelen. De tarieven worden verhoogd met 11,2%. Hondenbelasting De hondenbelasting is een belasting voor houders van honden. Het te betalen bedrag is afhankelijk van het aantal honden. De opbrengsten gaan in de algemene middelen. Een deel van de opbrengst wordt gebruikt als vergoeding voor het beschikbaar stellen van collectieve voorzieningen voor honden (zoals onderhoud van uitrenplekken en het beschikbaar stellen van hondenpoepzakjes). Voor belastingjaar 2024 wordt het tarief verhoogd met 11,2%. Havengelden Havengelden worden betaald voor vaartuigen die in gemeentewater aanleggen of verblijven. Het te betalen bedrag is afhankelijk van de duur van het verblijf en de lengte (in strekkende meters) van het vaartuig. De opbrengsten van havengelden worden onder andere gebruikt voor het onderhoud van aanlegsteigers en voorzieningen ten behoeve van de recreatievaart. De tarieven van de havengelden worden verhoogd met het inflatiepercentage van 11,2%. Staangelden Staangeld wordt opgelegd aan de hoofdbewoner van een woonwagen voor het hebben van een standplaats voor een woonwagen. Het te betalen bedrag is afhankelijk van de oppervlakte van de staanplaats.

De staangelden worden verhoogd met het percentage van de maximale jaarlijkse huurverhoging voor woonwagenstandplaatsen van 3,1% (bron:https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/woning-huren/vraag-enantwoord/maximale-huurverhoging-2023). Leges Leges zijn vergoedingen voor een product die bij de gemeente wordt aangevraagd of voor een dienst die door de gemeente op verzoek wordt uitgevoerd. In algemene zin worden de legestarieven verhoogd met het inflatiepercentage van 11,2%. Waarschijnlijk worden enkele nieuwe belastbare feiten opgenomen c.q. bestaande belastbare feiten worden gewijzigd in relatie tot onder meer gewijzigde regelgeving. Enkele tarieven worden aangepast om een betere aansluiting te krijgen tussen tijdsbesteding van de behandeling van de aanvraag en de hoogte van het tarief. Verder zijn gemeentes gebonden aan de door de rijksoverheid vastgestelde maximumtarieven. De Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen treden op 1 januari 2024 in werking. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden gemeenten bevoegd gezag over de bodem. Verschillende taken worden van de provincie overgedragen naar gemeente. Dat heeft juridische en financiële gevolgen. Het heeft dus ook gevolgen voor de legesverordening; bepaalde leges mogen niet meer worden geheven, en er mogen nieuwe tarieven worden geheven. De raad kan er bijvoorbeeld voor kiezen om milieuleges te gaan heffen.

Tijdens de raad van 15 juni 2022 is besloten om deze milieuleges te gaan heffen. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld tot 1 januari 2024. De milieuleges worden daarom verwerkt in de legesverordening van 2024. De belastingverordening 2024 wordt in de raadsvergadering van december 2023 aangeboden.

Programmabegroting 2024-2027

65

Bij het opmaken van de nieuwe legesverordening 2024 wordt rekening gehouden met de vernieuwde modelverordening leges die de VNG speciaal heeft opgesteld in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De legesinkomsten voor bouwvergunningen lopen als gevolg van de inwerkingtreding van de Wkb per 1 januari 2024 terug. Ondanks dat de milieuleges met ingang van 2024 onderdeel zijn van de legesverordening is de verwachting dat dit niet leidt tot meer opbrengsten. Daarom zijn de opbrengsten leges ten opzichte van de gewijzigde begroting 2023 naar beneden bijgesteld. Parkeerbelastingen Parkeerbelasting wordt betaald voor het parkeren van een voertuig op plaatsen die door het college zijn aangewezen als betaald parkeerplaatsen. Tevens wordt parkeerbelasting geheven voor het verlenen van een parkeervergunning. De opbrengsten gaan in de algemene middelen. Het kostenelement dat gemeenten in rekening mogen brengen bij de naheffingsaanslag parkeerbelasting is voor 2024 met € 3,80 verhoogd tot € 76,60. Voor dit bedrag geldt dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten die hiervoor worden gemaakt. Sinds 1 april 2022 maakt Gouda gebruik van de scanauto van Parkeerservice. Het handhaven op foutparkeren wordt hiermee eenvoudiger. Het aantal naheffingsaanslagen is door de komst van de scanauto toegenomen en hiermee ook de opbrengst naheffingsaanslagen.

Dit leidt er toe dat het bedrag naheffingsaanslag met ingang van 2024 wordt aangepast naar € 56,50.

66

Programmabegroting 2024-2027

4.1.4 Overzichten In deze paragraaf staan de volgende overzichten: 1. overzicht lokale heffingen; 2. overzicht lokale lastendruk eigenaar/gebruiker en huurder. 1. Overzicht lokale heffingen In het onderstaande overzicht staan de geraamde opbrengsten voor 2024. Opbrengstsoort (bedragen x € 1.000)

Geraamde opbrengst 2024

Geraamde kwijtschelding 2024

Geraamde opbrengst 2023

Tarieven 2024

Belastingen en heffingen ozb-eigenaren woningen

9.974

2

8.946

0,0935%

ozb-eigenaren niet-woningen

5.734

0

5.143

0,3837%

ozb-gebruikers niet-woningen

3.988

3.577

0,3060%

Afvalstoffenheffing

13.152

13.001

392,76

Rioolheffing eigenaren

10.641

9.416

301,15

Rioolheffing gebruikers

8.946

9.498

254,26

Totaal Belastingen en heffingen

52.435

2

49.581

Overige belastingen Hondenbelasting

314

276

90

Parkeerbelasting

4.078

3.801

div

Toeristenbelasting

169

149

0

Precariobelasting

256

225

div

Totaal overige belastingen

4.817

0

4.451

Rechten Leges burgerzaken

1.560

1.010

div

Leges bouwvergunningen

2.752

1.903

div

Leges milieuvergunningen

51

48

div

Leges overig

182

163

div

Marktgelden

144

130

div

Havengelden

131

111

div

Staangelden

86

73

div

Reinigingsrechten

25

25

div

Totaal rechten

4.931

0

3.463

Totaal Lokale heffingen

62.183

2

57.495

De geraamde opbrengsten zijn bruto-opbrengsten zonder aftrek van geraamde kwijtscheldingen. De ozb-tarieven zijn nog gebaseerd op de WOZ-waarde met peildatum 1 januari 2022 en moeten dus nog worden gecorrigeerd op basis van de hertaxatie met peildatum 1 januari 2023. De ozb-tarieven van een niet-woning zijn inclusief een opslag van 7% ten behoeve van het Ondernemersfonds Gouda. Het OFG ontvangt jaarlijks een subsidie van 7% van de ozb-inkomsten van niet-woningen van twee jaar daarvoor. In de begroting 2024 is voor deze subsidie een bedrag van € 535.661 opgenomen. De afvalstoffenheffing is de som van het vaste tarief (€ 347,76) en het variabele tarief op basis van gemiddeld 30 aanbiedingen van 60 liter restafval á € 1,50 (€ 45,00). De geraamde opbrengst afvalstoffenheffing is exclusief de reinigingsrechten bedrijven. 2. Overzicht lokale lastendruk eigenaar/gebruiker en huurder In onderstaande tabel is de lastendruk in Gouda in het jaar 2024 voor zowel een eigenaar-gebruiker als een huurder aangegeven. Ter vergelijking zijn de cijfers van 2023 toegevoegd. Zoals gebruikelijk in het woonlastenoverzicht worden hierbij de ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffingen betrokken. Verder is als uitgangspunt genomen een meerpersoonshuishouden. Voor de berekening van de ozb 2024 is uitgegaan van een woning met een WOZ-waarde van € 319.000 (gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Gouda in 2023).

De gemiddelde WOZ-waarde voor 2022 is € 276.000. Deze gemiddelde

Programmabegroting 2024-2027

67

WOZ-waarde is gebruikt voor de berekening van de ozb 2023. Voor het bepalen van het tarief voor afvalstoffenheffing is uitgegaan van het vaste tarief vermeerderd met 30 aanbiedingen van 60 liter zakken. De tarieven voor afvalstoffen- en rioolheffing voor belastingjaar 2023 zijn na de begrotingsraad van 2022 éénmalig verlaagd. In het woonlastenoverzicht is uitgegaan van de tarieven zoals vastgesteld ná de begrotingsraad van 9 november 2022. Opbrengstsoort (bedragen x € 1)

2024

2024

2023 na amendement

2023 na amendement

verschil in %

eigenaar/ gebruiker

huurder

eigenaar/ gebruiker

huurder

eigenaar/ gebruiker

ozb eigenaar

269,82

Afvalstoffenheffing

392,16

Rioolheffing eigenaar

301,15

Rioolheffing gebruiker Totaal

242,65 392,16

363,05

verschil in % huurder

11,20% 363,05

8,02%

258,50

8,02%

16,50%

254,26

254,26

218,25

218,25

16,50%

16,50%

1.217,39

646,42

1.082,45

581,30

12,47%

11,20%

Kwijtschelding Personen met een inkomen op bijstandsniveau en zonder vermogen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. In Gouda is kwijtschelding mogelijk voor afvalstoffenheffing, rioolheffing en onroerendezaakbelastingen. Voor het variabele tarief afvalstoffenheffing is een maximale kwijtschelding van € 75,00 mogelijk. In de praktijk komt kwijtschelding vooral voor bij de afvalstoffenheffing en rioolheffing. De kwijtscheldingsnorm is 100%.

4.1.5 Kostenonderbouwing tarieven De gemeente Gouda hanteert bij de vaststelling van de tarieven voor 2024 een kostendekkende tarifering als uitgangspunt. Onderstaand zijn de kostprijsonderbouwingen van de tarieven voor leges, afvalstoffenheffing en rioolheffing voor 2024 weergegeven. Kostenonderbouwing legestarieven uit legesverordening In verband met de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 en de gevolgen voor de legesverordening 2024 wordt de kostendekkendheid onderzocht en geactualiseerd. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van kostendekkendheid.nl. Dit is een webapplicatie die door een groot aantal gemeenten (meer dan 100) wordt gebruikt. In samenwerking met kostendekkendheid.nl en de diverse deelnemende gemeenten wordt de komende jaren meer onderzoek verricht naar de kostendekkendheid van de leges. Het doel is een hogere kwaliteit van de legesproducten (snellere dienstverlening), meer transparantie en lagere kosten. * In verband met de komst van de Omgevingswet per 1 januari 2024 en de gevolgen voor de tarieventabel leges zijn onderstaande tabellen nog niet geactualiseerd. Bij het vaststellen van de legesverordening 2024 en bijbehorende tarieventabel (december 2023) wordt een geactualiseerde kostendekkendheid bijgevoegd.

Titel 1 Algemene dienstverlening Legesverordening (bedragen x € 1.000)

Totale lasten

1.1 Burgerlijke stand

104

85

81,61%

1.2 Reisdocumenten en NL ID-kaart

288

281

97,25%

1.3 Rijbewijzen

171

165

96,18%

1.4 Verstrekking Basisreg Personen

50

34

68,25%

1.5 Overige Publiekszaken

34

24

72,06%

1.7 Gemeentearchief

0

0

0,00%

1.9 Geluidshinder

0

0

0,00%

1.11 Huisvestingswet

16

0

0,00%

1.13 Verkeer en Vervoer

95

38

39,78%

1.14 Leegstandswet

0

0

61,64%

1.16 Kansspelen

0

0

83,29%

1.17 vervallen

0

0

0,00%

1.18 Diversen

3

1

45,99%

Totaal titel 1

762

628

82,44%

68

Programmabegroting 2024-2027

Totale baten

Kosten-dekking

Titel2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunnig Legesverordening (bedragen x € 1.000)

Totale lasten

Totale baten

Kosten-dekking

2.1 Begripsomschrijving

0

0

0,00%

2.2 Vooroverleg / beoordeling conceptaanvraag

40

43

108,16%

2.3 Omgevingsvergunning

2.630

1.908

72,53%

2.4 Vermindering

0

-3

0,00%

2.5 Teruggaaf

0

-0,3

0,00%

2.6 Intrekking Omgevingsvergunning

0

0

0,00%

2.7 Wijziging omgverg agv wijz project

2

1

64,90%

2.8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

0

0

0,00%

2.9 Omgevingsvergunningen uit de verordening fysieke leefomgeving

51

40

78,53%

3

5

140,72%

2.726

1.993

73,13%

2.10 In deze titel niet benoemde beschikking Totaal titel 2

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Legesverordening (bedragen x € 1.000)

Totale lasten

Totale baten

Kosten-dekking

3.1 Horeca

28

31

3.2 Organiseren evenementen of markten

75

28

37,11%

3.3 Prostitutiebedrijven

1

1

81,59%

3.4 Winkeltijdenwet

0

0

0,00%

3.5 vergunning ter bescherming van het ondernemersklimaat

0

0

0,00%

3.6. in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

0

0

0,00%

Totaal titel 3

104

59

56,95%

Lasten taakvelden

Totale lasten

108,36%

Recapitulatie Titel (bedragen x € 1.000)

Kosten-dekking

Titel 1

762

628

82,44%

Titel 2

2.726

1.993

73,13%

Titel 3

104

59

56,95%

Totale tarieventabel

3.592

2.681

74,63%

Voor de berekening van de kostendekkendheid is gebruik gemaakt van de 'Handreiking kostentoerekening leges en tarieven' (opgesteld in opdracht van het ministerie van Binnenlandse zaken) en van het kostenmodel van de VNG. Er mogen alleen kosten worden toegerekend die direct met de dienstverlening samenhangen. Alle directe lasten die op de betreffende taakvelden staan worden betrokken in de berekening. Het gaat hierbij om de taakvelden Burgerzaken, Openbare orde en veiligheid, Parkeren, Openbaar groen en (openlucht) recreatie, Milieubeheer en Wonen en bouwen. Directe kosten zijn bijvoorbeeld; kosten voor afdrachten van rijksleges voor rijbewijzen en reisdocumenten, inzet van de medewerkers van de Omgevingsdienst, perceptiekosten (kosten heffen en invorderen) maar ook automatiseringskosten en uren van medewerkers die direct kunnen worden toegerekend aan de betreffende producten. In de kolom opbrengsten staan de legesinkomsten van de betreffende dienstverlening. Wanneer de opbrengsten worden afgezet tegen de kosten resulteert de kostendekkendheid. Een kostendekkendheid van minder dan 100% betekent dat de geraamde lasten hoger zijn dan de geraamde baten. In de tabel is per heffing de mate van kostendekkendheid voor het begrotingsjaar aangegeven. Het is van belang dat de totale legesverordening de 100% kostendekkingsnorm niet overschrijdt.

De maximale kostendekkendheid van 100% geldt dus niet per tarief. Door kruissubsidiëring binnen titels van de legesverordening is het mogelijk om de 'winst' van bepaalde legesproducten te gebruiken om het 'verlies' op andere producten te dekken. Uit de tabel blijkt dat de geraamde baten van de verordening niet uitgaan boven de totale geraamde lasten van de verordening. Dit geldt ook wanneer de drie titels in de legesverordening individueel worden bekeken. Titel I is voor 82% kostendekkend. Er is weinig ruimte om de tarieven te verhogen omdat de opbrengsten voornamelijk worden veroorzaakt door de paspoorten en rijbewijzen. Deze tarieven zijn momenteel gelijk aan de maximaal toegestane hoogte. Titel II is voor 73% kostendekkend.

Programmabegroting 2024-2027

69

Titel III is voor slechts 56% kostendekkend. Het betreft echter een klein onderdeel van de legesverordening. De kostendekking voor evenementvergunningen is laag. Vanwege de maatschappelijke betekenis ervan is dit bij veel gemeenten niet kostendekkend. Kostenonderbouwing afvalstoffenheffing 2024 Omschrijving (bedragen x € 1.000)

2024

Kosten taakveld afval

11.987

Inkomsten excl. heffingen Netto kosten

937 11.050

Toe te rekenen kosten: Overhead

0

Kwijtschelding

0

Compensabele BTW

2.102

Totaal kosten

13.152

Opbrengst afvalstoffenheffing

13.152

Dekking

100,0%

Uitgangspunt bij de bepaling van de hoogte van de afvalstoffenheffing 2024 is 100% kostendekking. Alle kosten die op het taakveld Afval staan, worden betrokken bij de berekening van de heffing. Het betreft hier zowel de kosten van afvalinzameling als van afvalverwerking. Daarnaast worden de kapitaallasten van reeds uitgevoerde investeringen (bijvoorbeeld ondergrondse containers) meegenomen. De kosten voor kwijtschelding zijn niet meegenomen als gevolg van het aangenomen amendement "verlaging woonlasten" in de Begrotingsraad van 9 november 2022. Kostenonderbouwing rioolheffing 2024 Omschrijving (bedragen x € 1.000)

2024

Kosten taakveld riolering

16.120

Inkomsten excl. heffingen Netto kosten

0 16.120

Toe te rekenen kosten: Overhead

0

Kwijtschelding

0

Compensabele BTW

3.468

Totaal kosten

19.588

Opbrengst rioolheffing

19.588

Dekking

100,0%

Voor de berekening van de hoogte van de rioolheffing worden alle lasten verzameld die op het taakveld Riolering staan. Bij Riolering realiseert de gemeente 100% kostendekking. Grote kostencomponent binnen Riolering zijn de kapitaallasten van de historische investeringen (rioolvervanging). Daarnaast vormen de kosten van dagelijks en groot onderhoud ook een belangrijke kostencomponent. De kosten voor kwijtschelding zijn niet meegenomen als gevolg van het aangenomen amendement "verlaging woonlasten" in de Begrotingsraad van 9 november 2022.

70

Programmabegroting 2024-2027

4.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.1 Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de ontwikkeling van risico’s en daarmee ook in de financiële weerbaarheid van de gemeente. In de kern gaat het om de vraag in welke mate de gemeente in staat is om financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Deze paragraaf geeft aanvullend de stand van zaken van een zestal financiële kengetallen: netto schuldquote, netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing is opgesteld volgens het BBV, de nota risicomanagement en weerstandsvermogen en de nota reserves en voorzieningen. Daarnaast is gebruik gemaakt van de inzichten die vanuit het ministerie van BZK worden aangereikt (Financiële Regelgeving en Toezicht Decentrale Overheden).

4.2.2 Belangrijkste conclusies Gemeente Gouda hanteert de volgende financiele uitgangspunten: • een gezonde weerstandsratio (voldoende reserves) • een stabiele schuldpositie • een sluitende meerjarige programmabegroting De weerstandsratio is 1,4 en kwalificeert als "ruim voldoende". De ratio moet minimaal in een bandbreedte van ≥ 1 en ≤ 1,4 bevinden. De gemeente beschikt dus over ruim voldoende middelen om onverwachte tegenvallers op te vangen. De hoge schuldpositie is de afgelopen jaren sterk afgebouwd. Met een hoge schuldpositie is de gemeente relatief kwetsbaarder voor rentestijgingen dan gemeenten met een lagere schuldpositie.De netto schuldquote van de gemeente Gouda zal eind 2024 ongeveer 90% zijn en de jaren daarna aflopen naar ongeveer 89% eind 2027. De waarden liggen ruim onder de signaalwaarde van de VNG van 130%. De structurele exploitatieruimte laat zien dat vanaf 2025 de structurele lasten (waaronder die samenhangend zijn met de schuldenlast van de gemeente (rente en aflossing)), meerjarig volledig worden gedekt door structurele baten.

4.2.3 Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op het uitvoeren van de programma’s. Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit : Benodigde weerstandscapaciteit

4.2.3.1 Beschikbaar weerstandsvermogen Het beschikbaar weerstandsvermogen bestaat uit de middelen waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om financiële risico’s (niet begrote kosten of tegenvallende opbrengsten) op te vangen. Dit is de som van de algemene reserve en het saldo van het begrotingsresultaat, voor zover dit saldo wordt toegevoegd aan de algemene reserve. In onderstaande tabel is de ontwikkeling meerjarig weergegeven. Aangezien het niet zeker is dat de begrote resultaten ook daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden en aangezien de bestemming van het rekeningresultaat voorbehouden is aan de gemeenteraad, kan het beschikbare weerstandsvermogen wijzigen als gevolg van het daadwerkelijk gerealiseerde resultaat en van besluitvorming in de gemeenteraad. Omschrijving (bedragen x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

Algemene reserve per (31/12)

27.396

26.539

26.739

26.739

Begrotingsresultaten (31/12)

2.264

7.711

1.552

3.907

Resultaat 2023 conform 2e berap 2023 (afgerond)

-5.000

Beschikbaar weerstandsvermogen per (31/12)

24.660

34.250

28.291

30.646

Dit leidt tot een beschikbaar weerstandsvermogen van € 24.660.000 in 2024. In de oorspronkelijke meerjarenraming waren al mutaties in de algemene reserve opgenomen. Deze zijn eveneens in de bovenstaande tabel opgenomen per jaar, opdat een meer zuiver beeld van de ontwikkeling van het beschikbaar vermogen wordt weergegeven. Daarnaast zijn de mutaties die worden voorgesteld in deze programmabegroting meegenomen. Uiteindelijk leidt dit tot een beschikbaar weerstandsvermogen van € 30.646.000 in 2027.

Programmabegroting 2024-2027

71

4.2.3.2 Benodigd weerstandsvermogen Het benodigd weerstandsvermogen is een optelsom van alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen. Voor het berekenen van het benodigd weerstandsvermogen maakt de gemeente Gouda een onderscheid tussen risico’s verbonden aan grondexploitaties en overige risico’s. De risico’s verbonden aan grondexploitaties worden gekwantificeerd met behulp van de IFLO methode. Daarbij wordt een risico-opslag van 10% gehanteerd met betrekking tot de boekwaarden, de toekomstige opbrengsten en de toekomstige kosten. De overige risico’s (going concern) worden gekwantificeerd met behulp van een Monte Carlo simulatie. In onderstaande tabel zijn de belangrijkste risico’s toegelicht, samengevat in een top 10-overzicht. De risico's zijn gekwantificeerd, waarbij een inschatting is gemaakt van de kans dat de gebeurtenis zou kunnen optreden en de maximaal financiële impact. Belangrijk is dat hier sprake is van inschattingen en de uitkomsten van een kansberekening. De werkelijke uitkomsten zullen hier hoogstwaarschijnlijk in alle gevallen van afwijken. Naam

Omschrijving

Risicogebied

Haastrechtse brug

De Haastrechtsebrug is een beweegbare brug (type basculebrug) Beheer en vormt de verbinding tussen Gouda en de Krimpenerwaard. Openbare De brug is gebouwd omstreeks 1954 en kan door het treffen Ruimte van levensduur verlengend onderhoud nog tot minimaal 2054 goed functioneren. Omdat er diverse problemen zijn moet de brug gerenoveerd worden.

KansMaximaal percentage 40%

12.000.000

Jeugdzorg

70%

3.500.000

Onderwijs

40%

2.000.000

Omwille van de zorgvuldigheid worden de eerder uitgevoerde onderzoeken geverifieerd en gevalideerd door een gespecialiseerd ingenieursbureau. Onder andere door het uitvoeren van bureauonderzoek, aanvullend gericht materiaalonderzoek en verificatieberekeningen. Het risico is dat dit kan leiden tot heroverweging van de renovatie waarbij de maatregelen worden opgewaardeerd naar volledige vervanging van de brug. Open einde regeling Jeugd

De Wet Jeugdzorg is een open-einde regeling en kent daardoor geen bestedingsplafond. Hierdoor moet de gemeente ondersteuning blijven leveren aan haar inwoners, ook als het budget voor het betreffende jaar niet toereikend is. De toegang tot jeugdhulp is belegd binnen de gemeente (afdeling OSA). Daarnaast hebben externe verwijzers wettelijke bevoegdheid. Er wordt met lokale en regionale partners samengewerkt, waarbij gemeente Gouda toegang tot maatwerkvoorzieningen levert en optreedt op als financier. De maatwerkvoorzieningen worden regionaal gecontracteerd in de regio Midden-Holland. Daar is ook het contractmanagement belegd. Extra groei , bovenop de geraamde groei, van de jeugdzorguitgaven blijft een risico. Als de zorgvraag hoger ligt dan geraamd is de gemeente wettelijk verplicht deze te leveren.

Integraal Huisvestingsplan (IHP)

DDe gemeente heeft de wettelijke taak scholen van adequate huisvesting te voorzien. Een deel van de schoolgebouwen is aan het eind van hun levensduur en voldoet zowel functioneel als technisch niet meer aan de eisen van deze tijd. In 2020 is door de Raad het Uitvoeringsplan Onderwijshuisvesting 2020 - 2024 IHP 1e tranche vastgesteld. Deze is momenteel in uitvoering. Het organiseren en bouwen van veel schoolgebouwen levert een aantal risico’s op. Belangrijkste zijn: • Het risico dat de implementatie van het IHP-vertraging oploopt als gevolg van onvoorziene omstandigheden. • Het risico van stijgende bouw-, materiaal-, arbeid- en advieskosten door onvoorziene omstandigheden, zoals de oorlog in Oekraïne en de Covid pandemie. Afgelopen jaar heeft de raad daarom een extra bedrag van ruim €8.300.000 toegezegd, waardoor de risico’s op verdere overschrijding klein zijn geworden. Wel blijft het zaak om goed te monitoren en te blijven sturen op sober en doelmatige schoolgebouwen. De daadwerkelijke realisatie van het Uitvoeringsplan 1e tranche blijft achter op de oorspronkelijke planning, met name door de tijd die in de voorbereiding is gaan zitten (inregelen van afspraken, processen en omgaan met prijsstijgingen).

De verwachting is dat met de tijdige voorbereiding van Uitvoeringsplan 2e tranche (start najaar 2023) op basis van de ‘lessons learned’ van het Uitvoeringsplan 1e tranche, de uitvoering van de 2e tranche aansluitend plaatsvindt aan de 1e tranche waardoor het huidige realisatietempo doorgaat.

72

Programmabegroting 2024-2027

Naam

Omschrijving

Risicogebied

KansMaximaal percentage

Inflatie

Door de onvoorspelbare inflatie kunnen de prijzen voor afgenomen Financiën diensten en producten hoger uitpakken dan verwacht, en meer dan de uitkering uit het Gemeentefonds meestijgt door de loonprijsindexatie.

70%

2.500.000

Lagere uitkeringen vanuit Rijk en VNG zijn in 2022 overeengekomen om het volumedeel Financiën het Rijk van het accres in het gemeentefonds voor 2022-2025 vast te zetten. Dit betekent dat de accresstanden voor de jaren 2022 tot en met 2025 voor gemeenten slechts nog zullen wijzigen als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen. Hiermee wordt een eerste belangrijke stap gezet richting een meer stabiele financiering voor gemeenten. Het biedt hen voor de komende jaren zekerheid over hun inkomsten en beschikbare vrije ruimte, ook wanneer de uitgaven van het Rijk achterblijven bij de ramingen.

50%

2.500.000

Het kabinet heeft besloten om vanaf 2026 de trap-op-trap-afsystematiek te beëindigen en het accres van het gemeentefonds vast te stellen op € 840 miljoen boven op de stand uit de Miljoenennota 2022. De inkomsten uit het gemeentefonds zullen vanaf dat jaar aanzienlijk lager uitvallen, maar het risico op lagere rijksuitkeringen neemt daardoor af. Hiermee samenhangend is het van belang om op te merken dat Rijk, IPO en VNG in een gezamenlijk proces werken aan een nieuwe financieringssystematiek van de medeoverheden vanaf 2026. Ten tijde van het opstellen van de voorliggende jaarstukken ontbreekt een concreet beeld van de mogelijke financiële effecten voor de gemeente. Stijgende Materiaalkosten en krapte op de markt

Risico dat prijzen omhoog gaan voor aanbestedingen of obv. Beheer UAV 47 afspraken na aanbesteding (ivm. onvoorspelbaar hoge Openbare prijsstijgingen). Veel materialen worden schaarser (en duurder) en Ruimte veel aanbieders zitten vaak vol. Hier speelt ook de onzekerheid van de situatie in Oekraine en de stijgende energieprijzen. Prijzen gaan dan omhoog voor lopende en nieuwe beheeraanbestedingen en projectaanbestedingen. Na goedkeuring van het GOVO deze meerkosten daarin zijn opgenomen en het risico daardoor afneemt.

60%

1.500.000

Open einde regeling Participatiewet (Pwbudget)

De gemeente ontvangt een BUIG uitkering voor het betalen Werk en van bijstandsuitkeringen/uitkeringen Levensonderhoud en voor inkomen Loonkostensubsidies. Het betreft een open einde regeling. Het deelbudget voor de uitkeringen wordt toegekend op basis van het zgn. objectieve verdeelmodel (en op basis van de aantallen dak- en thuislozen en instellingsbewoners in voorgaand jaar). Drie momenten van vaststelling budget door het Rijk: voorlopige budget (september jaar t-1), nader voorlopig budget (mei in lopende jaar) en definitief budget (september in lopende jaar). Afhankelijk van de ontwikkeling van de bijstandsvraag en het definitieve budget bestaat een financieel risico.

70%

1.500.000

25%

3.000.000

Er is een vangnetuitkering die gemeenten financiële compensatie biedt voor grote(re) tekorten op het budget. Het begrip “grote(re) tekorten” wordt bezien in meerjarig perspectief: er moet een tekort zijn in het lopende jaar én een gecumuleerd tekort van meer dan 7,5% in het lopende jaar en de 2 voorgaande jaren. Gemeenten moeten een tekort tot 7,5% op hun budget voor de Participatiewet zelf opvangen (eigen risico) uit eigen middelen; van 7,5%-12,5% is het risico 50% en bij een hoger tekort dan 12,5% wordt 100% gecompenseerd door het Rijk. Het deelbudget voor loonkostensubsidies wordt (sinds 2022) toegekend op basis van de realisaties in het voorgaande jaar. Financiele risico’s bij sterke schommelingen in de inzet van loonkostensubsidies. Ook dit is een open einde regeling, waarbij het macrobudget vooraf wordt vastgesteld/gemaximeerd Toename beroep op borgstellingen en garanties

Gemeenten staan borg voor de rente- en aflossingsverplichtingen van een aantal organisaties zoals culturele instellingen, voetbalclubs, bibliotheek, etc. Als een partij niet kan voldoen aan de verplichting jegens de bank dan zal de bank de gemeente aanspreken de betalingsverplichting over te nemen of de schuld over te nemen bij een faillissement (afhankelijk van de gevestigde zekerheden). De afgegeven borgstellingen kennen alle een afzonderlijk risicoprofiel. De risico's, zeker die van borgstellingen met een hoog risicoprofiel, worden jaarlijks beoordeeld. Ingeval van onderkende risico's wordt overleg gevoerd met de partij waar borg voor wordt gestaan en met de betreffende bank, dit om te trachten om door middel van tijdige bijsturing het risico voor de gemeente te beperken. In 2023 kwalificeert met name de Cheese Experience als borgstelling met een hoog risicoprofiel.

Treasury

Programmabegroting 2024-2027

73

Naam

Omschrijving

Risicogebied

Rampen en crises

Dit risico is de verzameling van alle veiligheidsrisico´s: Openbare overstromingen, ordeverstoringen, treinongevallen, terrorisme. Orde en Hieronder worden per categorie de belangrijkste risicoś genoemd. Veiligheid

KansMaximaal percentage 15%

3.000.000

30%

2.000.000

Natuur& Milieu: - Overstromingen (omdat Gouda een laaggelegen gebied is en aan een grote rivier ligt) - Extreme weersomstandigheden (droogte, extreme neerslag, windhozen) Voorzieningen: - Verstoring gasvoorziening - Verstoring elektriciteitsvoorziening - Verstoring drinkwatervoorziening Gebouwde omgeving: - Grote branden - Instorting Vervoer - Spoorvervoerincidenten (vervoer gevaarlijke stoffen) - Wegvervoerincidenten Gezondheid: - Pandemie Publieke veiligheid: - Extreem geweld - Verstoring openbare orde Informatieveiligheid

Een inbreuk op de informatieveiligheid van de gemeente kan ICT verstrekkende gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering en de continuïteit van de primaire gemeentelijke processen. Belangrijkste voorbeeld hiervan is een zogenaamde ransomware aanval (gijzelingssoftware) waarbij criminelen alle gemeentelijke data ontoegankelijk maken (versleutelen). Dit kan leiden tot langere uitval van ICT systemen. Het betalen van losgeld biedt geen garantie op herstel en bovendien wordt hiermee ook een crimineel verdienmodel is stand gehouden. Informatieveiligheid staat en valt met het gedrag van de medewerkers van de gemeente. Een organisatie kan nog zoveel technische maatregelen hebben genomen, onbewust onveilig gedrag van de medewerkers kan veel schade opleveren, denk hierbij aan het niet herkennen van phishing mails, het niet melden van incidenten waar wel adequaat op gereageerd dient te worden om schade tegen te gaan of het kwijtraken van dossiers door het meenemen van informatie buiten de beveiligde zone.

De toekomstige kasstromen bij grondexploitaties leveren per definitie risico’s op. Opbrengsten kunnen tegenvallen, terwijl ook de kosten hoger kunnen uitvallen. Deze risico’s kunnen worden gekwantificeerd, waarbij ervan uit wordt gegaan dat er een kans bestaat dat opbrengsten en kosten met 10% tegenvallen. Het benodigd weerstandsvermogen voor grondexploitaties komt dan uit op € 6.402.000. De Monte Carlo simulatie die is uitgevoerd met betrekking tot de overige procesrisico’s (going concern) levert een benodigd weerstandsvermogen op van € 11.294.000. Daarbij wordt het gebruikelijke zekerheidspercentage van 90% gehanteerd.

74

Programmabegroting 2024-2027

Het benodigd weerstandsvermogen voor 2024 en verder bedraagt dan bij het opmaken van deze begroting € 17.696.000.

4.2.3.3 Beoordeling ratio weerstandsvermogensontwikkeling weerstandscapaciteit Door het beschikbaar weerstandsvermogen te delen door het benodigd weerstandsvermogen wordt de ratio weerstandsvermogen van de gemeente verkregen. In onderstaand tabel is de ontwikkeling meerjarig weergegeven. Omschrijving

2024

2025

2026

2027

Benodigd weerstandsvermogen grondexploitaties

6.402

6.402

6.402

6.402

Benodigd weerstandsvermogen going concern

11.294

11.294

11.294

11.294

Benodigd weerstandsvermogen totaal

17.696

17.696

17.696

17.696

Omschrijving (bedragen * € 1.000)

2024

2025

2026

2027

Beschikbaar weerstandsvermogen

24.660

34.250

28.291

30.646

Benodigd weerstandsvermogen

17.696

17.696

17.696

17.696

1,4

1,9

1,6

1,7

Weerstandsratio

Aangezien de inschatting van het benodigd weerstandsvermogen een momentopname betreft, terwijl het beschikbare weerstandsvermogen meerjarig wordt berekend, rijst de vraag in hoeverre het juist is, om de ratio meerjarig weer te geven. Over een jaar zal het benodigd weerstandsvermogen immers lager zijn, omdat met name de grondexploitaties dan verder zijn gevorderd (met een navenante risicoreductie als gevolg). Overwogen kan worden om in komende begrotingen de ratio enkel voor het begrotingsjaar te presenteren, een werkwijze die in steeds meer gemeenten gevolgd wordt.

Programmabegroting 2024-2027

75

Door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen met de benodigde weerstandscapaciteit kan een kwalificatie worden gegeven over de toereikendheid van de weerstandscapaciteit. Hiervoor wordt onderstaande tabel gehanteerd. Waardering

Ratio

Betekenis

A

>2,0

Uitstekend

B

1,4-2,0

Ruim voldoende

C

1,0-1,4

Voldoende

D

0,8-1,0

Matig

E

0,6-0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

De weerstandsratio is een kengetal dat aangeeft in welke mate de gemeente in staat is om risico’s op te vangen. Dit kengetal wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit Het beschikbaar weerstandsvermogen moet minimaal gelijk zijn aan het benodigd weerstandsvermogen om voldoende weerstand te kunnen bieden als de risico’s zich daadwerkelijk voordoen. De weerstandsratio voor Gouda is 1,4. Dit betekent dat de gemeente Gouda ruim voldoende in staat is om risico's op te vangen.

4.2.4 Kengetallen Het opnemen van financiële kengetallen in de begroting past in het streven naar meer transparantie. Ook geven de kengetallen meer inzicht in de ontwikkeling van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente. Het biedt ook de mogelijkheid om normen te stellen, net als bij de beoordeling van het weerstandsvermogen gebeurt. We relateren de normering zoveel mogelijk aan normen die door de VNG zijn voorgesteld. In het BBV is bepaald dat gemeenten een basisset van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de jaarrekening en begroting. Rekening 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Netto schuldquote

71,4%

84,1%

90,4%

89,5%

94,8%

88,9% < 90% = minst risicovol

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen

71,1%

83,8%

90,0%

89,2%

94,5%

88,6% < 90% = minst risicovol

Solvabiliteitsratio

24,1%

21,6%

24,2%

25,3%

25,5%

27,2%

< 20% = meest risicovol

Structurele exploitatieruimte

7,0%

-0,2%

-1,6%

1,8%

0,4%

1,0%

> 0,0% = minst risicovol

Grondexploitatie

2,0%

5,0%

1,9%

2,1%

0,4%

0,0% < 10% = minst risicovol

Belastingcapaciteit

119,1%

126,8%

128,9%

128,9%

128,9%

128,9%

GTK-richtlijn

> 105% = meest risicovol

4.2.4.1 Toelichting Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. De nettoschuldquote van de gemeente Gouda zal eind 2024 ongeveer 90% zijn en de jaren daarna aflopen naar ongeveer 89% eind 2027. De waarden liggen ruim onder de signaalwaarde van de VNG. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter.

76

Programmabegroting 2024-2027

Solvabiliteitsrisico Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. In de periode 2024 tot en met 2027 neemt de solvabiliteit toe van 24,2% tot 27,2%.De VNG hanteert een signaalwaarde van 20% als minimum. Structurele exploitatieruimte Het kengetal ‘structurele exploitatieruimte’ geeft inzicht in welke mate de structurele lasten van de gemeente gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen in welke mate de gemeente in staat is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. De begroting 2024-2027 van de gemeente Gouda laat zien dat de structurele lasten met uitzondering van begrotingsjaar 2024 volledig worden gedekt door structurele baten. Grondexploitatie De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren betreft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=dfce8127-3932-4a6f-8ca4-4c31506773ca