CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Overzicht beantwoording technische vragen tussenevaluatie beleidsnota 5 april (DEF).docx

Raadsvergadering 12 april 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Actualisatie beleidskaders Sociaal Domein7.934 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen tussenevaluatie beleidsnota Iedereen kan meedoen 5 april 2023

Vragen CDA 1. Addendum blz 3 programma buurtaanpak: Is bekend om welke buurten het gaat en hoe is de communicatie met de buurten geweest? Is ook bekend wat de buurten ervan vinden? Het programma buurtaanpak is op dit moment in de fase van kwartier maken. In deze fase maken we een globaal beeld van in welke buurten in Gouda inzet nodig is. Dit doen we op basis van gesprekken met sleutelfiguren en op basis van data-analyse. Op dit moment is nog niet bekend in welke buurt de aanpak gaat starten. Hierover wordt op korte termijn een besluit genomen. Vervolgens wordt er onderzocht welke activiteiten en projecten al uitgevoerd worden in deze buurt. Daarna volgt het veldwerk en worden uiteraard de bewoners betrokken. De bewoners en hun ervaringskennis zijn leidend voor het vervolg van de buurtaanpak. 2. Addendum blz 6 Realistisch begroten Wmo ad 2: wat zijn de overwegingen geweest bij de begroting? Hoe komt het dan dat ondanks inflatie de budgetten gelijk zijn gebleven? De realistische begroting van de uitgaven voor maatwerkvoorzieningen Wmo is gebaseerd op een prognose waarbij de demografische ontwikkelingen (vergrijzing) en de autonome groei van het aantal cliënten verdisconteerd zijn. Dit heeft geleid tot een verhoging van de beschikbare budgetten. Bovendien wordt de indexatie van de maatwerktarieven jaarlijks in de begroting verwerkt.

De beschikbare budgetten groeien dus mee met de groei van het aantal te verwachten cliënten en de indexatie. Het streven is daarnaast om de gemiddelde kosten per cliënt wel te stabiliseren. 3. Addendum 3.4. Mantelzorg: De CDA fractie heeft meermalen genoemd dat kansen onbenut blijven zie de “Opbrengsten naar aanleiding van ‘inspiratiebijeenkomst mantel- en respijtzorg’ met Zorgpartners MH, Palet Welzijn en CDA Gouda op 13 juni 2019 met landelijk aanjager respijtzorg Clémence Ross” te implementeren? Oog voor de mantelzorger op blz 12 geeft hier geen antwoord op. Kan het was scherper geformuleerd worden? Dit is geen technische vraag. 4. Voorstellen GASD voor de Tussenevaluatie nota “Iedereen kan meedoen” blz 2.2: wordt het voorgestelde thema overgenomen? Het is niet duidelijk op welk thema u doelt, maar alle vier de thema's van de GASD zijn verwerkt in het addendum. 5. Addendum 3.3.Actielijn 4 “Wonen en zorg” voor ouderen: Wat betekent inzichtelijk? Zijn er data, ofwel hoeveelheden bekend van ouderen in relatie woningen? We maken gebruik van de data uit de lokale woonzorganalyse van 2021 en regionale gegevens vanuit het Nog Langer Thuis onderzoek van nov 2022. 6. Brief suggesties GASD: Buurtaanpak: kunnen de voorgenomen Buurtaanpak adviezen 4, 6 en 14 uit het GASD advies van 25-3-2020 in IBABS geplaatst worden? Afgedaan via griffie

Vragen GroenLinks 1. In de alinea Programma Buurtaanpak (addendum pagina 2, paragraaf 2.1) staat dat er een programma is gestart om de buurten te versterken. Dit zou een vervolg zijn op Gezonde Wijk. Kan de raad worden geïnformeerd over de doelen en de voortgang van dit programma (bijvoorbeeld met een werkbezoek of een raadsmemo)? Op korte termijn volgt er een raadsmemo waarin u geïnformeerd wordt over de keuze van de buurt. 2. Het addendum beschrijft hoe GALA (Addendum pagina 3, paragraaf 2.2), het Gezond Actief Leven Akkoord een ‘set afspraken bevat om gezond leven voor inwoners makkelijker te maken en die samenwerking over de domeinen heen stimuleert’. Uit recente onderzoeken (o.a. RVVB: https://www.trouw.nl/cs-b73c7649) blijkt dat er ongeveer de helft van de sportverenigingen technisch failliet is door een structureel tekort aan vrijwilligers en middelen. In hoeverre zou deze ontwikkeling een risico kunnen zijn voor de uitvoering van GALA? Het tekort aan vrijwilligers en personeelstekorten ook binnen andere onderdelen van het GALA is een reëel risico waar rekening mee gehouden moet worden. 3. In hoofdstuk 3 (addendum pagina 6, 3.1.

Hervormingsagenda Jeugd) wordt gesteld: ‘Een aantal hardnekkige knelpunten in de jeugdhulp doen zich voor die om – soms ook ingrijpende – hervormingen vragen.’ Het NJI (Nederlands Jeugdinstituut) heeft een webpagina met historische ontwikkelingen. Hieruit zou je de conclusie kunnen trekken dat hervormingen niet altijd ten goede komen aan de kwaliteit van de jeugdhulp, omdat er in het verleden te vaak gefocust is op implementatie van nieuwe maatregelen (door centralisatie of decentralisatie) en bestrijding van kosten. In hoeverre is duidelijk of er geleerd is van eerdere stelselwijzigingen in de afgelopen 50 jaar (sinds 1974)? Voor de totstandkoming van de huidige Jeugdwet was toentertijd een parlementaire werkgroep opgericht die een analyse heeft gemaakt van het toenmalige jeugdhulpstelsel (het jeugdhulpstelsel tot 2015). Hun analyse was: financiële prikkels werken richting dure gespecialiseerde zorg; tekortschietende samenwerking rond kinderen en gezinnen; afwijkend gedrag wordt onnodig gemedicaliseerd; het kosten opdrijvend effect als afgeleide van deze knelpunten. De tekortkomingen van het toenmalige stelsel vormden aanleiding voor de huidige Jeugdwet.

Het doel van de Jeugdwet was om het jeugdstelsel te vereenvoudigen en het efficiënter en effectiever te maken, met het uiteindelijke doel het versterken van de eigen kracht van de jongere en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van diens gezin en sociale omgeving. 4. De groep mantelzorgers in Gouda (addendum, pagina 8) wordt geschat op zo'n 22.000 mensen (zie raadsmemo Mantelzorgondersteuning van 21-03-23, onderzoek MantelzorgNL). Bijna 1 op de 3 Gouwenaars is dus mantelzorger. In het beleidskader Sociaal Domein is het beleid er onder meer op gericht om mensen zoveel als mogelijk mee te laten doen. Bestaat er een risico dat beleidsdoelen niet worden gehaald, omdat zo’n grote groep mensen gebonden is aan huis, in ieder geval mogelijk niet de tijd en ruimte heeft om aan andere dingen te denken? Gelukkig zijn niet alle mantelzorgers gebonden aan huis of overbelast. Overbelaste mantelzorgers zullen weinig ruimte of tijd ervaren om andere dingen te doen dan zorgen voor de naaste. Uit landelijk onderzoek weten we dat ongeveer 1 op de 10 mantelzorgers overbelast is of dreigt te worden. 5. Hoofdstuk 4 van het addendum (addendum pagina 8) beschrijft de integrale aanpak in het sociaal domein, een ontwikkeling die sinds 2021 is ingezet. In hoeverre is er een verband tussen deze integrale aanpak en andere beleidsvelden van de gemeente, zoals Wonen (bijv.

Woonzorgvisie), Ruimtelijke ordening, Cultuur en Sport?

pagina 2

De integrale aanpak betreft hier de aanpak rond de individuele inwoner/gezin die met een vraag om ondersteuning op meerdere levensgebieden bij de gemeente aanklopt. Uiteraard is er daarnaast ook afstemming met de door u genoemde terreinen. Met name rond het preventief gezondheidsbeleid, inclusie en het beleid wonen en zorg is de samenhang en samenwerking intensief. Net als rond jeugd/onderwijs/cultuur.

pagina 3

Vragen VVD 1. In het GALA akkoord staat: “Voor de afspraken die opgenomen zijn in het GALA is gekozen om de financiering van verschillende (bestaande en nieuwe) programma’s en aanpakken waarover afspraken zijn gemaakt, te bundelen in één specifieke uitkering (SPUK). Dit betref het financiële arrangement waarmee de gemeenten geoormerkt geld kunnen aanvragen. In de SPUK worden in elk geval 15 bestaande en nieuwe interventies en aanpakken gebundeld. Voor 2023 kunnen gemeenten met een eenvoudige aanvraag middelen ontvangen.” Welke aanvragen heeft het college reeds gedaan en welke aanvragen is men voornemens om nog te gaan doen voor het jaar 2023? Het college heeft besloten om voor alle onderdelen budget aan te vragen ( besluit d.d. 14 maart 2023). Daarnaast is inmiddels ook het ondersteuningsbudget aangevraagd. Oftewel: alles wat aangevraagd kon worden, is inmiddels aangevraagd. 2. Als een schoolverlater, geboren in 2000, in 2023 van school gaat valt deze onder de dienstverlening RMC, want hij is dan nog 23. In 2024 niet, want dan is hij 24. In 2025 wel, want dan is de leeftijdsgrens naar 27 en hij is dan 25. Is er iets te doen aan deze grensgevallen? Jongeren vallen tot hun 23e onder de dienstverlening van RMC; vanaf hun 23e niet meer. De uitbreiding van de RMC-taak per 2025 gebeurt niet met terugwerkende kracht.

Dus jongeren die in 2024 24 jaar zijn, vallen niet onder de verantwoordelijkheid van het RMC; ook niet per 2025. In Gouda (en regio Midden-Holland) worden jongeren (ook nu al) overgedragen naar de jongerenwerkcoaches. We hanteren in alle gevallen het uitgangspunt dat geen jongere tussen wal en schip mag vallen. Zij worden toegeleid naar werk. Dit is voor gemeenten geen wettelijke plicht. Ook zijn de jongeren niet verplicht van deze dienstverlening gebruik te maken. De verwachting is dat deze aanpak gecontinueerd wordt. De rol van het RMC per 2025 wordt alsdan additioneel ten opzichte van de inspanningen die door de jongerenwerkcoaches worden gedaan. 3. “Gemeenten krijgen vanaf 2025 de taak om jongeren in een kwetsbare positie, in samenwerking met partners, al in hun laatste schooljaar te ondersteunen naar werk”. Wat wordt precies onder kwetsbare positie verstaan? Is de ondersteuning vrijwillig of verplicht? Het ministerie van OCW werkt dit onderwerp op dit moment nog uit. Vooralsnog heeft het ministerie van OCW jongeren van mbo Entree en mbo niveau-2 gedefinieerd als kwetsbaar. Voor hen geldt dan een verplichte nazorg, georganiseerd vanuit het mbo in nauwe samenwerking met gemeenten. Gemeenten krijgen in het laatste schooljaar voor deze doelgroep een rol in de ondersteuning naar werk. Ook die rol wordt nog nader uitgewerkt.

Het is geen verplichting van de student om die hulp te aanvaarden

4. Komt het plan voor huiswerkbegeleiding voor minima ter besluitvorming naar de raad? Zo ja, wanneer en in welke vorm? De kaders voor het structureel maken van huiswerkbegeleiding zijn gesteld in het bestuursakkoord en de programmabegroting. Het uitwerkingsplan voor huiswerkbegeleiding wordt niet ter besluitvorming aan de raad voorgelegd omdat dit uitvoering betreft. Zodra er ontwikkelingen zijn wat betreft het aanbod van huiswerkbegeleiding in Gouda dan zal de Raad hierover geïnformeerd worden via de Raadsinformatiebrief sociaal domein.

pagina 4

Vragen Christen Unie Raadsvoorstel Kanttekening 5. Personele- / organisatorische gevolgen / duurzaamheid / positie mensen met een beperking Het beleid is erop gericht dat iedereen mee kan doen in Gouda. Dit geldt nadrukkelijk ook voor mensen met een beperking. Het brede beleidskader beslaat een groot aantal, vaak complexe opgaven. Om deze opgaven waar te kunnen maken is focus en prioritering over de jaren nodig. Daarbij is het ook van belang om de belasting van de uitvoerende afdelingen (integrale uitvoeringsorganisatie) mee te wegen. 1. Welke focus en prioritering gaat er komende jaren gemaakt worden en hoe en door wie is/wordt dit bepaald? Bij de totstandkoming van de meerjarenbegroting wordt vastgelegd welke activiteiten voor het eerstvolgend begrotingsjaar prioriteit hebben. Addendum 1.1. Inclusief werken en participeren p. 2. De verdere samenwerking in het Werkcafé (van het WSP, het regionaal mobiliteitsteam en het Leerwerkloket) staat voor 2023 op de agenda. Dit past binnen de landelijke uitbreiding van de arbeidsmarktinfrastructuur, waarbij alle inwoners en werkgevers bij 1 loket terecht moeten kunnen met vragen rondom werk en/of ontwikkeling. 2. Niet helder is wat nu precies deze verdere samenwerking concreet is. Kan dit worden toegelicht.

Het kabinet heeft in het coalitieakkoord de ambitie uitgesproken om een arbeidsmarktdienstverlening in te richten waar niemand verdwaalt en iedereen tijdig toegang krijgt tot passende ondersteuning als dat nodig is Hiervoor moet in elke van de 35 arbeidsmarktregio’s minimaal één regionaal loket (werknaam: regionaal werkcentrum) komen waar werkenden, werkzoekenden en werkgevers met al hun arbeidsmarkt-gerelateerde vragen terecht kunnen. Dit vergt een doorontwikkeling van het huidige Werkcafé in Midden-Holland. Vanaf 2023 worden inwoners met een bijstandsuitkering met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt (zgn. klantgroep 4) gedurende 18 maanden intensief ondersteund en begeleid, met evidence based methodieken. 3. Wat zijn deze evidence based methodieken concreet en is de context waarin ze onderzocht zijn precies hetzelfde als de Goudse context ? Deze inwoners worden Frequent en Intensief begeleid conform de FIP-methode van de Erasmus Universiteit. De methode werd elders ook ingezet voor cliënten met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Dit laat onverlet dat elk gesprek maatwerk is, elk gesprek uniek. De aanpak om cliënten te activeren wordt uitgewerkt door de net in dienst gekomen participatieconsulenten. Dit draagt eraan bij dat bijstandsgerechtigden die door een handicap of beperking ver van de arbeidsmarkt staan in beweging komen en gaan deelnemen aan de samenleving. 4.

Methodieken dragen bij het in beweging komen van bijstandsgerechtigden die door handicap of beperking ver van de arbeidsmarkt komen. Waarom is hier gekozen voor de zinsnede ‘’in beweging komen”? Dit kan vrij pijnlijk overkomen op mensen die door een handicap letterlijk niet zelf kunnen bewegen. Dank voor uw suggestie ter verbetering. Beter zou zijn om aan te geven dat de bedoeling is om sociale activatie teweeg te brengen. ‘(…) en gaan deelnemen aan de samenleving.’ Deze zinssnede impliceert dat mensen met een bijstandsuitkering die niet (kunnen) werken of voor bijvoorbeeld voor 40 uur in de week mantelzorger zijn, of een dusdanige handicap hebben waardoor zij echt niet kunnen werken, niet deelnemen aan de samenleving. Waar is deze aanname op gebaseerd?

pagina 5

Door middel van medisch en/of psychisch belastbaarheidsonderzoeken wordt vastgesteld of inwoners door een beperking of handicap ver van de arbeidsmarkt staan. 2.1. Programma Buurtaanpak p. 3: De beschrijving van de buurten waar kwetsbare Gouwenaars wonen komt vrij stigmatiserend over (multi-problematiek zoals armoede, slechte fysieke leefomgeving, sociale en psychische problemen, criminaliteit en een hoge werkloosheid). 6. Zijn er ook positieve kanten van deze wijken te benoemen? Waar ligt de kracht van deze wijken en haar bewoners en hoe wordt gebruik gemaakt van deze kracht en worden bewoners zelf betrokken bij het nadenken over mogelijke oplossingen? Er wordt juist gekeken naar wat er al goed gaat in de buurt. Het vertrekpunt is versterken en verbinden. Een te sterke focus op problemen ontneemt niet alleen het zicht op dingen die goed gaan, mensen die met plezier in hun buurt wonen en actieve bewoners die allerlei nuttige en verbindende activiteiten ondernemen waar anderen dagelijks baat bij hebben. Er wordt er onderzocht welke activiteiten en projecten al uitgevoerd worden in de gekozen buurt. Daarna volgt het veldwerk, de bewoners worden betrokken. De bewoners en hun ervaringskennis zijn leidend voor het vervolg van de buurtaanpak. 2.3. Armoede en schulden: verhogen inkomensgrenzen minima en huiswerkbegeleiding voor minima p3/4.

Om ervoor te zorgen dat juist ook de kwetsbare gezinnen dit middel in kunnen zetten, is het van belang dat ook deze kinderen toegang hebben tot huiswerkbegeleiding. 7. Kunnen jongeren/studenten uit kwetsbare buurten ingezet worden voor huiswerkbegeleiding voor leerlingen uit kwetsbare buurten. Studerenden jongeren kennen de mogelijke uitdagingen en zorgen van de doelgroep, hebben deze mogelijk zelf doorstaan en veerkracht ontwikkeld en kunnen derhalve als voorbeeldfiguur fungeren voor leerlingen die uit kwetsbare buurten komen. Ook wordt hiermee de kracht van jongeren uit de buurt zelf ingezet en kunnen zij door het geven van huiswerkbegeleiding geld verdienen om bijv. hun studie te bekostigen. De Brede School die de huiswerkbegeleiding voor de gemeente verzorgt, werkt hiervoor samen met Stichting Leren voor de Toekomst en die beschikt over een landelijke pool van begeleiders. Er wordt hierbij geprobeerd om lokale begeleiders in te zetten. Door een tekort aan begeleiders lukt dit in de praktijk niet altijd. Bij de werving van begeleiders wordt er geselecteerd op jonge mensen die meestal zelf nog studeren en zo een rolmodel kunnen zijn voor degenen die huiswerkbegeleiding volgen. 8. Is het mogelijk om deze huiswerkbegeleiding in buurtcentra, kerken, moskeeën in hun eigen buurt te verzorgen, zodat de sociale cohesie van de leerlingen wordt vergroot.

Het is inderdaad het streven om verspreid over de stad huiswerkbegeleiding aan te bieden zodat kinderen de begeleiding zoveel mogelijk in hun eigen buurt kunnen volgen. De huiswerkbegeleiding vindt al plaats in buurthuizen. Daarnaast kunnen neutrale locaties zoals scholen, de bibliotheek of sportkantines ook een optie zijn. Er is bewust voor gekozen om de huiswerkbegeleiding niet aan te bieden in kerken en moskeeën omdat dit voor bepaalde groepen een drempel kan opwerpen. 2.4. Aanpak laaggeletterdheid P4.De communicatie van de gemeente wordt onder de loep genomen en aangepast aan de direct duidelijk stijl. 9. Communicatie wordt gedaan door ambtenaren, zij schrijven de teksten. In hoeverre wordt de bewustwording van ambtenaren gestimuleerd en worden zij hierin geschoold en wordt bijvoorbeeld het vier-ogen-principe toegepast? Het streven is om op elke afdeling minstens één schrijfcoach te hebben die het vier-ogen principe kan toepassen. In de praktijk zijn er zelfs meerdere schrijfcoaches in een afdeling. Het wordt actief gestimuleerd dat hier gebruik van wordt gemaakt. Op 10 oktober 2022 heeft Gouda de Direct Duidelijk Deal ondertekend. Hiermee onderstrepen bestuur en directie het belang van duidelijke en begrijpelijke communicatie. Inmiddels zijn er bijna 40 schrijfcoaches. pagina 6

2.5. Inburgering P5. Vanuit het streven om mensen duurzaam uit te laten stromen naar (betaald) werk werken we met duale trajecten, dit houdt in dat taalontwikkeling en (vrijwilligers-)werk worden gecombineerd. De inburgeraar oefent taal in de praktijk en maakt kennis met de Nederlandse arbeidsmarkt. De opbouw van de duale trajecten leidt idealiter tot (betaald) werk. 10. Hoeveel van deze trajecten zijn er inmiddels aangeboden en in hoeveel gevallen heeft dit geleid tot betaald werk? Er zijn nog geen trajecten voor bemiddeling richting werk van start gegaan. Deze zullen naar verwachting op korte termijn van start gaan, nadat alle samenwerkingsafspraken met de ketenpartners rond zijn. P5. Er wordt momenteel ingezet op de opvang van Oekraïners, de boot voor asielzoekers van het COA, en het opzetten van een nieuw AZC in de Molenwiek. De taallessen die aan asielzoekers op de COAboot worden gegeven dragen bij aan een snellere integratie. 11. Blijft het taalaanbod zoals gegeven aan de bewoners van de COA-boot ook aangeboden worden op het AZC Molenwiek of wordt dit aanbod in de toekomst beperkt tot alleen statushouders? Het aanbieden van taallessen en andere activiteiten op AZC Molenwiek wordt momenteel nog verder onderzocht. Het is de intentie om nieuwe bewoners in Gouda, met en zonder asielstatus, welkom te heten en op weg te helpen bij de integratie.

Taal vanaf dag 1 blijft de norm. Hervormingsagenda Jeugd 12. Wordt hierbij ook het effect van het werken met budgetplafonds inzichtelijk gemaakt. Ons is ter ore gekomen dat verschillende aanbieders al begin Q2 van het jaar aan hun budgetplafond zitten en kunnen hierdoor niet (op tijd) de hulp bieden die nodig is. De essentie van een budgetplafond is om de schaarste aan zorg te verdelen over de aanbieders. De zorgaanbieder wordt geacht de productie te verdelen over het hele jaar. Een zorgaanbieder kan ook een verzoek doen tot ophoging van de berekende niet-vrijblijvende productieverwachting, waarin de zorgaanbieder aangeeft waarom de waarom de productieverwachting niet volstaat, wat de prognose is op basis van lopende beschikkingen en nieuw afgegeven indicaties, inclusief ruimte voor nieuwe beschikkingen (vanaf moment aanvraag ophoging). 13. Zijn er voorbeelden van gemeenten die niet met een budgetplafond werken en welke aanpak hanteren zij? Ja, er zijn gemeenten met een andere aanpak. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld een strenge selectie van aanbieders hanteren in tegenstelling tot een lichte selectie van aanbieders (=set van minimum eisen). In gemeenten die met budgetplafonds werken of waar aanbieders een vast budget krijgen, is het aantal kinderen met jeugdhulp met verblijf minder hard gestegen dan in gemeenten die dat niet doen.

Dat blijkt uit een onderzoek van CPB naar de inkoop van de jeugdzorg, zie ook https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Notitie-De-gemeentelijke-inkoop-vanjeugdzorg.pdf 3.2. Realistisch begroten Wmo P6/7. Uitgangspunt is het stabiliseren van kosten per cliënt. 14. Is hierbij rekening gehouden met een door de komst van het AZC mogelijke groei van hulpvragen van nieuwe Nederlanders die vaak traumatische ervaringen hebben en daarvoor hulp nodig hebben? De kosten voor de opvang van asielzoekers (geen statushouders) worden gedragen door het COA.

pagina 7

3.4. Mantelzorg P8. In de praktijk zien we dat het belangrijk is om alert te blijven op wat mantelzorgers nodig hebben. We zien een kans om bij de nieuwe inkoop Jeugdhulp en Wmo de vormen van geïndiceerde respijtzorg onder de loep te nemen. Op dit moment blijft het gebruik daarvan beperkt. Streven is het aanbod aan respijtzorg goed te laten aansluiten bij de vraag. 15. In hoeverre is onderzocht of respijtzorg, individuele ondersteuning (door het Sociaal Team), lotgenotencontact, themabijeenkomsten, ondersteuning van vrijwilligers (respijtvrijwilligers) en maatjes en de dag van de mantelzorg, voldoet aan de behoefte van mantelzorgers? In hoeverre zijn mantelzorgers betrokken bij het bepalen van het aanbod? Palet Welzijn heeft eind 2022 een enquête gehouden onder de (geregistreerde) mantelzorgers waarin deze vragen centraal stonden. Palet Welzijn start in 2023 een kwalitatief onderzoek onder mantelzorgers om dieper in te gaan op de behoefte van mantelzorgers.

pagina 8

Vragen D66 Vragen: Algemeen: 1. Het addendum actualisatie beleidsnota blinkt uit in algemeenheden, is het mogelijk voor de wethouder om zich specifieker uit te laten en meer uit te gaan van meten = weten? De thema's in het addendum worden deels uitgewerkt in concrete plannen van aanpak. Aan elk beleidsthema wordt ook een indicator verbonden waarover het college rapporteert aan de raad in de rapportage sociaal domein. Zie voorts het antwoord bij uw vraag over effectief beleid. Inclusief werk en participeren, 6de alinea 2. Cliënten die niet tot de doelgroep van intensieve en frequente begeleiding behoren, wachten 18 maanden. In die 18 maanden is er alleen sprake van hercontrole, hoe ziet deze hercontrole. D66 zou graag ziet dat deze groep eerder dan na 18 maanden of langer aan passender en concreter aanbod gedaan wordt en waar dit uit bestaat, zodat niet iedereen pas na 4,5 – 6 jaar aan de beurt is. Deze paragraaf heeft alleen betrekking op de cliënten met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt (zogenaamde klantgroep 4). Deze cliënten werden niet regelmatig gesproken, maar alleen in het kader van heronderzoeken. Vanaf 2023 worden deze groepsgewijze gedurende 18 maanden intensief begeleid. Hiervoor zijn 2 nieuwe participatieconsulenten aangesteld in 2023. Er zijn onvoldoende middelen en mensen om de intensieve aanpak voor alle cliënten uit klantgroep 4 tegelijk in te zetten.

Let wel, met de overige cliënten (uit de zogenaamde klantgroepen 1, 2 en 3) is er regelmatig contact en begeleiding op maat. Er is geen sprake van dat zij 18 maanden of 4,5- 6 jaar op hun beurt zouden moeten wachten. Programma buurtaanpak, 2e alinea 3. Kunt u specificeren wat de vernieuwende domein overstijgende buurtaanpak is? Voor Gouda bepalen in welke buurten de kansengelijkheid op verschillende domeinen (ruimtelijk, sociaal en veiligheid/leefbaarheid) onder druk staat en in samenwerking met de bewoners bepalen welke acties en maatregelen noodzakelijk zijn om de kansengelijkheid significant te verbeteren en hiervoor een langjarig programma opzetten en uitvoeren. Het programma buurtaanpak is op dit moment in de fase van kwartier maken. In deze fase maken we een globaal beeld van in welke buurten in Gouda inzet nodig is. Dit doen we op basis van gesprekken met sleutelfiguren en op basis van data-analyse. Op dit moment is nog niet bekend in welke buurt de aanpak gaat starten. Hierover wordt op korte termijn een besluit genomen. Vervolgens wordt er onderzocht welke activiteiten en projecten al uitgevoerd worden in deze buurt. Daarna volgt het veldwerk, de bewoners worden betrokken. De bewoners en hun ervaringskennis zijn leidend voor het vervolg van het programma buurtaanpak. Armoede en schulden: verhogen (…) voor minima, 2e alinea 4.

Kunt u specificeren wanneer in 2023 het huidige aanbod van huiswerkbegeleiding en aanverwante ondersteuning klaar is? Er wordt op dit moment op 2 plekken in de stad huiswerkbegeleiding aangeboden. Het streven is om dit rond de zomer uit te breiden naar 3 plekken. Ondertussen wordt dit jaar in kaart gebracht wat de verdere behoefte is vanuit de doelgroep. Afhankelijk van wat de uitkomst hiervan is, wordt hier gevolg aan gegeven. Armoede en schulden: verhogen (…) voor minima, 2e alinea 5. Kan dit aanbod via de Rotterdampas aangeboden worden? Er wordt onderzocht of dit wenselijk is. Het is van belang dat de huiswerkbegeleiding zo toegankelijk mogelijk wordt aangeboden. Alleen de kinderen van ouders met een inkomen tot 130% van de pagina 9

bijstandsnorm komen in aanmerking voor een gratis Rotterdampas met daarop de tegoedbonnen voor Sport & Cultuur en het Jeugdtegoed. De huiswerkbegeleiding via de Brede School is daarentegen toegankelijk voor alle kinderen vanaf groep 4 van het basisonderwijs tot en met klas 6 van het voortgezet onderwijs, woonachtig in Gouda. Zij betalen een eigen bedrage van 40 euro per kind per maand. Indien ouders deze eigen bijdrage niet kunnen betalen kunnen zij een aanvraag doen bij het Kinderfonds en wordt ook deze eigen bijdrage vergoed. Ophogen inkomensondersteuning naar 130% van de bijstandsnorm, 6. Wordt het onderzoek over wenselijkheid en budgettaire haalbaarheid gedeeld met de Raad en wanneer kan de Raad dit verwachten? De kaders zijn vastgesteld bij behandeling van het bestuursakkoord en de programmabegroting. Er volgt geen nader onderzoek. De maatregel is inmiddels gerealiseerd. Aanpak laaggeletterdheid 7. Is er een evaluatie van het taalakkoord, en zo ja wanneer vindt deze plaats? Ja, die vindt plaats en is naar verwachting aan het einde van 2023 gereed. Het Taalhuis coördineert dit (in samenwerking met de gemeente). 8. Is duidelijk wat wel en niet werkt bij het Taalakkoord en wordt hier in het nieuwe Taalakkoord en de uitwerking hiervan in Gouda rekening mee gehouden? In het Taalakkoord zijn de partijen die een handtekening zetten zelf aan zet.

Wij zullen uiteraard monitoren/ in kaart brengen (samen met het Taalhuis) wat dit heeft opgeleverd en wat goed werkt. We weten alvast dat de campagne ‘Ik wil leren’ goed werkt om laaggeletterden te bereiken en we zullen deze campagne in september 2023 herhalen. 9. Er zijn en worden vele initiatieven getoond inzake laaggeletterdheid. Het ontbreekt echter aan de meetbaarheid en evaluatie waardoor lastig ingezet kan worden op koershouden of bijsturen. Is het mogelijk om bij nieuwe of recent gestarte trajecten binnen deze beleidsnota nul-metingen in te voeren en na 6 maanden / 12 maanden een eerste evaluatie te houden zodat bijgestuurd kan worden indien nodig en de raad haar controlerende taak beter kan uitvoeren? Voor wat betreft laaggeletterdheid wordt er zowel op output (aantal deelnemers aan cursussen en activiteiten) als op outcome (effectmeting) gemeten en dat past ook goed in de tijd en menskracht die we beschikbaar hebben. De effectmeting is jaarlijks (inclusief nul- en éénmeting) en het aantal deelnemers wordt over het algemeen halfjaarlijks bijgehouden. Inburgering, 2e alinea 2de bullet: 10. Hoe kunnen inburgeraars na hun 30e alsnog een opleiding volgen? Het is mogelijk om met behoud van uitkering een opleiding te volgen. Dit besluit wordt door de consulenten inburgering in samenspraak met de inburgeraar genomen. 11.

Waar nodig (…) financiële cursus zelfredzaamheid beschikbaar. Vraag: wordt hulp geboden bij deze cursus? De NL wet- en regelgeving is complex en ingewikkeld, dit klinkt als iemand met iemand met een kluitje het riet insturen. Welke hulp wordt concreet gegeven? De cursus is gericht op financiële zelfredzaamheid en juist bedoeld om mensen die problemen ervaren op dit punt te ondersteunen. De mensen worden wegwijs gemaakt in het Nederlandse systeem van toeslagen en belastingen. Onderdeel van de cursus is ook kennismaken met reguliere ondersteuning zoals die van het Sociaal Team (Papierwinkel). Hervormingsagenda Jeugd, 3de alinea 12. Gesteld wordt dat de landelijke hervormingsagenda wordt geïmplementeerd en gevolgd waarbij de afweging wordt gemaakt om daar waar ruimte is voor een lokale eigen invulling of de maatregel bijdraagt

pagina 10

aan de kwaliteit en/of beheersing van de uitgaven aan jeugdhulp. Kan de Raad middels een raadsmemo op de hoogte gehouden worden van de afwijking als de landelijke agenda niet gevolgd wordt? Hier is niet bedoeld dat Gouda de hervormingsagenda op onderdelen niet zou uitvoeren, maar dat daar waar mogelijk al lokaal en regionaal gehandeld wordt om kwaliteit en beheersing van kosten in de jeugdhulp te bereiken. Overigens is de Hervormingsagenda tot op heden nog niet definitief. Er wordt nog over onderhandeld. Realistisch begroten Wmo 13. Kan de analyse (verbeterde prognose) gedeeld worden met de raad en wanneer kunnen we deze verwachten? De cijfers voor de realistische reeks zijn verwerkt in de meerjarenbegroting 2023-2026. In de analyse die hieraan ten grondslag ligt is een berekening gemaakt die is gebaseerd is op de demografische ontwikkelingen per leeftijdscluster (18-17; 27-65-;65-80 en 80 plus) en het gebruik binnen die clusters van een maatwerkvoorziening Wmo. .De autonome groei van het aantal cliënten is gebaseerd op de groei in het zorggebruik van 2020 naar het jaar 2021, minus de demografische groeifactor. 14. bij bullet 4 is sprake van een besparing bij hulp in de huishoudens bij inwoners van 65 jaar en ouder met een indicatie voor hulp.

Hoe komt het dat als we het abonnementstarief afschaffen er zo weinig besparing verwacht wordt, terwijl we de grote stijging van de kosten in de afgelopen periode volledig toeschrijven aan de invoering van het abonnementstarief. De besparing op hulp bij het huishouden ( Hbh) is gebaseerd op de door het Rijk ingeboekte korting op de AU vanaf 2025; gelijktijdig met afschaffing van het abonnementstarief. Overigens wordt alleen voor HbH het abonnementstarief afgeschaft en vervangen door een inkomens-gerelateerde bijdrage. De grote stijging in kosten Wmo schrijven wij niet volledig toe aan het abonnementstarief Een belangrijke factor is ook de vergrijzing in combinatie met het Langer Thuiswonen en de ambulantisering van de GGZ. Vandaar dat in de realistische begroting de te verwachten groei van het aantal cliënten is verdisconteerd. . 15. Er wordt gesproken over het eerder inzetten van, of afschalen naar een laagdrempelig preventief aanbod. Hoe wordt dit geborgd? Een goede kennis van de sociale kaart en afspraken over de inzet van preventief aanbod zijn hiervoor van belang. Borging vindt dan plaats in werkinstructies van de consulenten in de toegang. 14. De laatste alinea (kansen (…) normaliseringsdebat is een essentieel onderdeel van de WMO en wordt hier voor het eerst benoemd.

D66 zou graag een breder uitgewerkte onderbouwing zien van deze visie en zien dat hier een maatschappelijk debat aan ten grondslag ligt. Het college ziet kansen in het voeren van de maatschappelijk debat over normaliseren en het versterken van het gewone leven. Gouda sluit daarbij graag aan bij de landelijke dialoog die het Rijk in de loop van 2023 zal initiëren. Lokaal is het gesprek gestart met de GASD/GCR en de GAB. Wonen, zorg en ondersteuning voor ouderen 15. Nu inzichtelijk is hoeveel geclusterde woningen, verpleegzorg (…) voor de langere termijn duidelijk is. Wanneer kan deze informatie gedeeld worden met de Raad? De woonzorganalyse en woonzorgvisie van 2021 zijn beschikbaar voor de raad (stukken bij behandeling van de woonzorgvisie in de raad) Het onderzoek nog langer thuis is in november 2022 gepresenteerd aan de bestuurders van de regio. Dit onderzoek kan uiteraard ter informatie voor de raad beschikbaar komen. Mantelzorg 16. Streven is (…) bij de vraag. Waarom wordt geen gebruik gemaakt van respijt zorg? Er wordt wel gebruik gemaakt van de verschillende vormen van respijtzorg maar gezien het aantal mantelzorgers zou het gebruik omhoog kunnen. Soms gaat het om onbekendheid met het aanbod, soms om vraagverlegenheid en soms past het aanbod niet bij de persoonlijke situatie.

pagina 11

17. Welke hobbels worden door mantelzorgers ervaren en hoe kunnen deze weggenomen worden? Deze maand (april 2023) verschijnt een pagina in ‘Het Kontakt’ over mantelzorg met verwijzing naar de verschillende vormen van respijtzorg. Zowel in Sociaal Team als in de groepsbijeenkomsten voor mantelzorg is respijtzorg onderwerp van gesprek.

Effectiviteit van beleid 18. Vernieuwende vormen van impact meten. Bij het monitoren en de evaluatie zijn nu helemaal geen cijfers beschikbaar. Hoe weten we of de gemiddelde kosten afnemen per client, hoe weten we of kinderen en gezinnen sneller geholpen worden. Is er wel of geen afname van zwaardere vormen van hulp? De zachte metingen zijn een toevoeging, het daadwerkelijk harde meten blijft weten. D66 verzoekt toch met cijfers te komen om voortgang te kunnen meten En verzoekt de wethouder een toezegging te doen over het beschikbaar komen van deze cijfers. Zoals in het addendum is toegelicht wordt bij de rapportage sociaal domein en in de PenC cyclus (jaarrekening) op indicatoren gerapporteerd. Aan elke beleidsopgave is waar mogelijk een meetbare indicator gehangen. Zo is uit de rapportage bekend wat de gemiddelde kosten per cliënt zijn bijvoorbeeld en hoeveel kinderen er worden bereikt met jeugdhulp. De raad ontvangt deze informatie dus al.

pagina 12

Vragen van PvdA 1. De gemeente wil het instrument van de loonkostensubsidie breder inzetten. Wanneer verwacht de gemeente de resultaten te presenteren van de Re-integratieverordening n.a.v. de wet Breed Offensief? Naar verwachting wordt de aangepaste re-integratieverordening in september 2023 aan de gemeenteraad voorgelegd. 2. Vanaf 2023 worden inwoners met een bijstandsuitkering met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt gedurende 18 maanden intensief begeleid met evidence based methodieken. Welke methodieken worden er toegepast? Kan de gemeente duiding geven aan deze methodiek? Voorbeelden hiervan zijn de zogenaamde FIP-methode (Frequent en Intensief contact), de IPSmethode (individuele plaatsing en support. Een IPS traject bestaat uit een combinatie van zorg, re-integratie activiteiten en jobcoaching. Deze methode wordt ingezet voor werkzoekenden met een psychische kwetsbaarheid die in behandeling zijn bij een GGz-instelling), bewegingstrajecten, dagbesteding. 3. Krijgen deelnemers van het klanttevredenheidsonderzoek inzicht wat er met de resultaten wordt gedaan in de uitvoering en de bejegening? Nee, de resultaten worden niet gedeeld met individuele cliënten, ze worden wel besproken met de Goudse Cliëntenraad (GCR) als belangenbehartiger van de cliënten. Verder wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de resultaten met een memo, vaak samen met een persbericht. 4.

U geeft aan dat de casusregie van de gemeente stopt wanneer het gezin volgens de gemeente voldoende op eigenkracht in staat is om de opvoeding vorm te geven. Op basis van welke criteria wordt de zelfredzaamheid van het gezin ingeschat? In hoeverre wordt de stem van het kind gehoord in de casusregie vanuit de gemeente Gouda? Vanaf welke leeftijd wordt het kind gehoord in de casusregie? De zelfredzaamheid van een jeugdige en gezin wordt ingeschat op basis van de instrumenten de gespreksmethode Gezamenlijk Inschatten Zorgbehoefte, het plan 1 Gezin, 1 Plan en de Zelfredzaamheidsmatrix voor jongeren vanaf 18 jaar. Jeugdigen worden vanuit de gemeentelijke toegang in het kader van casusregie gezien en zodra het kan (dus als een jeugdige zichzelf kan verwoorden) ook gehoord. Vanaf 12 jaar is dat wettelijk vastgelegd dat jeugdigen gehoord moeten worden, maar als dat eerder kan, dan hoort de gemeentelijke toegang jeugdigen eerder. 5. U geeft aan dat sinds 2022 regelmatig scholendialogen in Gouda worden georganiseerd. Heeft de gemeente Gouda de ambitie om de scholendialogen op het gebied van tolerantie en inclusie te verbreden naar LHBTI-acceptatie in de gemeente Gouda? Op dit moment is dit nog niet aan de orde. De scholendialogen worden niet door e gemeente georganiseerd, maar door de Stichting 21 maart. Het programma komt in dialoog met de scholen zelf tot stand.

pagina 13

Vragen Partij voor de Dieren Vragen bij addendum Pag. 1 1. Wat houdt het programma Buurtaanpak in? Voor Gouda bepalen in welke buurten de kansengelijkheid op verschillende domeinen (ruimtelijk, sociaal en veiligheid/leefbaarheid) onder druk staat en in samenwerking met de bewoners bepalen welke acties en maatregelen noodzakelijk zijn om de kansengelijkheid significant te verbeteren en hiervoor een langjarig programma opzetten en uitvoeren. Op dit moment is nog niet bekend in welke buurt de aanpak gaat starten. Hierover wordt op korte termijn een besluit genomen. Vervolgens wordt er onderzocht welke activiteiten en projecten al uitgevoerd worden in deze buurt. Daarna volgt het veldwerk, de bewoners worden betrokken. De bewoners en hun ervaringskennis zijn leidend voor het vervolg van het programma buurtaanpak. 2. Bij het programma Buurtaanpak wordt er integraal gekeken naar de multi-problematiek in de wijk. Bij multi-problematiek in de wijk is er soms ook sprake van weinig vertrouwen in organisaties, instanties en de overheid. Is er aandacht voor wijken waar weinig vertrouwen is? Zo ja, is er een specifieke aanpak hiervoor? Ja, hier is aandacht voor. Personele continuïteit in de frontline is essentieel voor het slagen van de buurtaanpak.

Er wordt geïnvesteerd in vaste aanspreekpunten in de buurt, ook gaan professionals goed met elkaar samenwerken zodat bewoners weten wie wat doet. Uitgangspunt is dat er goed geluisterd wordt naar de behoeften en vragen van bewoners als het gaat om hulp bij problemen. Zij weten vaak zelf wat de beste oplossing is. Hiermee investeren we in vertrouwen. 3. Door weinig vertrouwen werkt een top-down aanpak soms averechts. Is de integrale Buurtaanpak alleen top-down of is hierbij ook ruimte voor een bottom-up aanpak? i.e. wordt er gepraat met- en geluisterd naar bewoners om het beleid verder invulling te geven? De buurtaanpak is juist met de bewoners. Zij worden vanaf de start in hun buurt betrokken. De thema’s waar de komende jaren op wordt ingezet, maar ook het proces daarna wordt met de bewoners en professionals bepaald. We bepalen in samenwerking met de bewoners welke acties en maatregelen noodzakelijk zijn om (uiteindelijk) de kansengelijkheid te verbeteren. Door de aanpak mét de bewoners vorm te geven zorgen we voor continuïteit en draagvlak. Immers: het zijn de bewoners die in de buurt wonen en leven. Zo willen we ook voorkomen dat de aanpak onderhevig is aan allerlei externe factoren zoals politieke en bestuurlijke wisselingen. Het uitgangspunt is dat we vanuit gelijkwaardigheid met de bewoners de buurtaanpak vorm gaan geven.

Er is veel ervaring, talent en kennis aanwezig bij bewoners. De ervaringskennis van actieve bewoners, maar ook de kracht en kennis van bewoners die niet vanzelfsprekend meedoen en de duurzame inzet van voldoende professionals, dichtbij en present, vormen het fundament voor een succesvolle buurtaanpak. Pag. 2 4. Klantgroep 3: Op welke manier wordt er begeleiding naar werk geboden? Is daarbij het opbouwen van zelfvertrouwen een aandachtspunt? Zo ja, hoe wordt daar invulling aan gegeven? Via plannen van aanpak worden stappen gezet richting de arbeidsmarkt. De cliënten worden daarbij begeleid door hun consulent werk, waarbij ook aandacht is voor empowerment van de cliënt en stimuleren van talenten. Er is een heel scala van re-integratieroutes en – activiteiten beschikbaar; de inzet daarvan is maatwerk. 5. Klantgroep 3: Wordt er bij ‘werk’ alleen gekeken naar begeleiding naar de arbeidsmarkt of kan dit ook vrijwilligerswerk zijn indien dit past bij een duurzame oplossing naar zelfstandigheid van de persoon?

pagina 14

Met werk wordt bedoeld (parttime) werk in loondienst of zelfstandig beroep of bedrijf. Vrijwilligerswerk wordt gezien als sociale activering. 6. Intensief begeleiding van 18 maanden voor 25% van de doelgroep. Wat gebeurt er als er na 18 maanden de doelen van deze begeleiding niet zijn behaald? Is bij deze regeling maatwerk van toepassing dat een persoon langer begeleid wordt wanneer dit nodig is? Als na 18 maanden de doelen niet zijn behaald, wordt de begeleiding cf het advies van de Groene Hart Rekenkamer, stopgezet. Deze cliënten worden vervolgens weer gesproken in het kader van de heronderzoeken. Pag. 3 7. Op welke wijze draagt huiswerkbegeleiding bij aan het voorkomen van armoede en schulden? Armoede en schulden kunnen ervoor zorgen dat ouders niet de mogelijkheid zien om hun kinderen gebruik te laten maken van huiswerkbegeleiding. Om te voorkomen dat dit zorgt voor kansenongelijkheid is huiswerkbegeleiding in Gouda voor alle kinderen vanaf groep 4 van de basisschool tot klas 6 van het voortgezet onderwijs, ongeacht het inkomen van de ouders, toegankelijk. Dit draagt eraan bij dat het patroon doorbroken wordt en ook deze kinderen toegang hebben tot de ondersteuning die zij nodig hebben. Dit zal in veel gevallen een positief effect hebben op de schoolresultaten en daarmee op het toekomstperspectief van deze kinderen.

Zo is laaggeletterdheid vaak een oorzaak voor armoede en schulden. Pag. 7 8. Op welke wijze wordt het aandeel van ouderen met een indicatie voor hulp bij het huishouden omlaag gebracht? (doel 322.000 besparen!) De 322.000 euro betreft een taakstelling vanuit het Rijk vanaf 1 januari 2025. Vanaf dat moment gaat de inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor hulp bij het huishouden in. Het Rijk heeft berekend dat dit voor de gemeente Gouda neerkomt op extra inkomsten uit de eigen bijdrage van 322.000 euro. 9. Het uitgangspunt ‘stabiliseren gemiddelde kosten per client per jaar’ doet vermoeden dat de kosten van WMO per cliënt nu stijgen. Is/wordt er onderzocht welke factoren significant bijdragen aan de stijgende kosten? Onder andere de vergrijzing, het feit dat inwoners langer thuis blijven wonen en de ambulantisering van de GGZ zorgen voor een verzwaring van zorg per cliënt vanuit de Wmo. Gouda wijkt hier niet af van de landelijke trend. Door periodieke monitoring krijgen we verder inzicht in welke factoren daarnaast nog bijdragen aan de stijging van de gemiddelde kosten per cliënt. 10. Bij het stabiliseren van gemiddelde kosten per client WMO is de focus o.a. het aanscherpen van de toegang.

Op welke andere manieren wordt er beoogd dit uitgangspunt te handhaven? Met het programma Sturen op Kosten worden diverse maatregelen ingezet die bijdragen aan het stabiliseren van de kosten Wmo. Het aanscherpen van de toegang is een van de maatregelen. Daarnaast moeten ook een stevige preventieve infrastructuur, het normaliseringsdebat en een integrale vraagbenadering bijdragen aan de doelstelling. Vragen bij reactie op suggesties vanuit de raadscommissie Punt 6 Ontmoetingsplek voor jongeren 11. De gemeente blijft open staan voor gesprekken over dit onderwerp. Gaat de gemeente ook in gesprek met jongeren zelf, die in het betreffende onderzoek aangegeven hebben dat zij graag ontmoetingsplekken willen hebben? De gemeente en het jongerenwerk zijn hierover ook in gesprek met de jongeren zelf.

pagina 15

Vragen Leefbaar Gouda • Is er enig inzicht, of schatting, hoeveel jongeren in 2025 in hun laatste schooljaar zitten en ondersteunt gaan worden naar werk? Wordt deze ondersteuning uitgevoerd in eigen beheer of uitbesteed? Op dit moment is dit inzicht er niet. Wel weten scholen nu al welke studenten in het eerste en tweede jaar extra ondersteuning krijgen bij het volgen van het onderwijs. Veelal zullen deze jongeren ook ondersteuning nodig hebben naar werk. De mbo-scholen hebben op dit moment al wel een begeleidingsvoorziening (mbo-Rijnland heeft bijvoorbeeld StagePlus) om alle jongeren die niet zelfstandig een baan kunnen vinden te ondersteunen naar werk en/of school. Instrumenten als exitgesprekken en voorzieningen als studieloopbaanbegeleiders zijn hierbij ondersteunend. Zij doen dit in eigen beheer. De verwachting is dat deze aanpak gecontinueerd gaat worden. • Inwoners met een bijstandsuitkering Klantgroep (4): Hoeveel inwoners worden er per 18 maanden ondersteund en hoe vaak vindt evaluatie plaats? Er worden 120 cliënten gedurende 18 maanden ondersteund. Evaluatie vindt plaats na 1 jaar en na 1,5 jaar. De gemeenteraad wordt in het verslag van re-integratie 2022-2024 (Begin 2024) geïnformeerd.

• Op welke wijze worden buurtbewoners benaderd voor de integrale buurtaanpak en wat is het perspectief van hun inbreng? We trekken veel tijd uit om in de gekozen buurt, bewoners (met name ook bewoners die nu niet meedoen zowel individueel als collectief) uitgebreid te interviewen over wat hun ideeën zijn en wat er moet gebeuren om de bewoners en de buurt kansen te bieden om vooruit te komen in brede zin. Deze opbrengst gaan wij gebruiken om ism de bewoners (en professionals) een tienjarige aanpak uit te rollen. • Wordt er gebruik gemaakt van alle 16 regelingen m.b.t. de financieringsvormen van het GALA? Zo Niet: van welke regelingen zijn nog geen gebruik gemaakt en kan worden aangegeven waarom niet? Ja, alle onderdelen zijn aangevraagd.. Wordt de huiswerkbegeleiding voor minima gevolgd op succesfactoren? Zo ja: welke en wat is de frequentie? Er wordt door de Brede School niet gemonitord op de schoolprestaties van de kinderen. Wel hebben de kinderen een vaste begeleider die daardoor een goed beeld heeft van de voortgang van een kind en wat het kind nodig heeft om de gestelde doelen te bereiken. Kinderen streven bijvoorbeeld naar een bepaald opleidingsniveau, wat mede door ondersteuning vanuit de Brede School bereikt kan worden.

• Wat zijn eventueel verdere mogelijkheden als de doelstellingen van een Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) op persoonsniveau niet gehaald worden? Het opstellen van het Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie is maatwerk. Het is een persoonlijk programma voor het leren van de taal in combinatie met (vrijwilligers) werk, stage of een studie. Door goed in contact te blijven met de inburgeraar proberen we eraan bij te dragen dat de doelstellingen worden gehaald en aan de inburgeringseisen wordt voldaan. We zetten er dus op in dat iedereen het haalt. Als dat niet lukt, bekijken we of verlenging (meer tijd) of ontheffing aan de orde zou kunnen zijn. In dat laatste geval wordt met DUO bekeken of de inburgeraar (onderdelen van) de inburgering niet hoeft te doen •

Wordt er regelmatig een schouw gedaan hoe de leefsituatie is bij de opvangplekken? Zo ja: wat is de frequentie en wordt er bijgestuurd?

pagina 16

We hebben locatie managers en woonbegeleiders op de Oekraïense locatie, die 5 dagen in de week aanwezig zijn, zij signaleren en acteren op situaties in de leefsituatie. Daarnaast spreken we elke 3 weken met 3 bewoners van de Blokker-locatie en geven zij ook punten mee waar ze tegen aan lopen, ook in het kader van de leefsituatie. Als er zaken gemeld worden wordt onderzoek gedaan en worden en indien nodig stappen genomen. •

Kunnen de knelpunten over de jeugdwet in Gouda specifiek benoemd worden?

In de Jeugdwet is jeugdhulp breed gedefinieerd, namelijk: • ondersteuning van en hulp en zorg, niet zijnde preventie, aan jeugdigen en hun ouders bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptiegerelateerde problemen; • het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, en • het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, met dien verstande dat de leeftijdgrens van achttien jaar niet geldt voor jeugdhulp in het kader van jeugdstrafrecht.

Hierdoor komen veel jeugdigen en gezinnen in aanmerking voor jeugdhulp, waardoor de uitgaven aan jeugdhulp zijn gestegen en steeds meer jeugdigen gebruik maken van jeugdhulp. In de Jeugdwet zijn directe verwijzers bepaald, namelijk kinderrechters, (huis)artsen en Gecertificeerde Instellingen. In Gouda worden de meeste verwijzingen via een directe verwijzer toegekend, waardoor de gemeente Gouda weinig grip heeft op de uitgaven aan jeugdhulp. De gemeente Gouda heeft alleen grip op verwijzingen die via de gemeentelijke toegang lopen. Hoewel de gemeente Gouda, samen met de andere gemeenten in de regio Midden-Holland, jeugdhulp inkoopt, ziet de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd toe op de kwaliteit van deze jeugdhulpaanbieders. •

Wat zijn de desbetreffende kwaliteits- en effectiviteit normen bij de inkoop van jeugdhulp?

De normering voor kwaliteit en effectiviteit wordt uitgewerkt in het inkoopplan voor de segmenten van jeugdhulp. •

Inhoudelijke doelstelling begroten Wmo punt 4: Gouda vergrijsd en inwoners worden gestimuleerd langer thuis te wonen ( zie ook punt 3.3).

Dit is in lijn met het programma van Minister Helder : Wonen , zorg en ondersteuning voor Ouderen (WOZO) (juli 2022). Met de nieuwe norm: zelf als het kan, thuis als het kan, digitaal als het kan. Waar wordt de besparing op de huishoudelijke hulp op gebaseerd? De 322.000 euro betreft een taakstelling vanuit het Rijk vanaf 1 januari 2025. Vanaf dat moment gaat de inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor hulp bij het huishouden in. Het Rijk heeft berekend dat dit voor de gemeente Gouda neerkomt op extra inkomsten uit de eigen bijdrage van 322.000 euro. • Bestaan er binnen de gemeente Gouda voldoende participatie mogelijkheden in alle wijken van Gouda? Zo nee: bestaan er reeds plannen alle wijken te voorzien van desbetreffende mogelijkheden pagina 17

Gouda is opgedeeld in Noord, West en Oost. In deze 3 gebieden bevindt zich een Buurtservicecentrum waar op allerlei manieren invulling gegeven kan worden aan participatie. Naast de 3 grote Buurtservicecentra kennen we de huizen van de buurt waar veel activiteiten plaatsvinden.

pagina 18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=e9e4c546-739a-48c2-9c27-4b48437e6bf7