Oplegger besluit bestuurlijke bevoegdheden Omgevingswet.pdf
Tekst van het document
Oplegger bij besluit
Aan
Commissie Stad / Oordeelsvorming
onderwerp
besluit bestuurlijke bevoegdheden Omgevingswet
van afdeling telefoon datum
Griffie
12 mei 2021
1 Aanleiding: de raad besluit over zijn eigen bevoegdheden en bereidt dit besluit zelf voor (met ondersteuning van de raadsbrede werkgroep Omgevingswet en het programmateam) Vooralsnog ziet het ernaar uit dat de omgevingswet op 1 januari 2022 in werking zal treden. Sommige bevoegdheden die nu bij de raad liggen, komen dan van rechtswege bij het college te liggen. M.a.w. de raad moet actief een besluit nemen om bepaalde bevoegdheden te behouden. Het is daarom van belang dat de raad een besluit neemt over zijn bestuurlijke bevoegdheden voordat de omgevingswet in werking treedt. I.v.m de doorlooptijden voor bouwinitiatieven die in 2022 of later zullen spelen, maar waarvoor de aanvraag al in 2021 wordt voorbereid (zie ook memo PvA bestuurlijke bevoegdheden dd14.12.2020), is het wenselijk om dit besluit in het tweede kwartaal van 2021 te nemen. Omdat de raad over zijn eigen bevoegdheden gaat is het raadsbesluit procedureel voorbereid door de raadsbrede werkgroep en politiek door de commissie. Formeel wordt dit besluit door Raadscommissie Stad (commissie van advies GemW art 89) aangeboden aan de raad. 1.1 Basis van de beslispunten op het besluit: werksessie 22 maart 2021 Op 22 maart jl. is de raad bijeen gekomen in een werksessie over de bestuurlijke bevoegdheden.
Deze sessie was bedoeld om de raad op ‘vlieghoogte’ te brengen en om input op te halen voor de procedurele voorbereiding van het besluit. De output uit de werksessie is vertaald naar voorliggend besluit. De politieke discussie zal in de oordeelsvormende commissie plaatsvinden en de wethouder speelt hierin geen rol. Tijdens de beeldvormende sessie is de commissie in de gelegenheid geweest om grondig geïnformeerd te worden. 1.2 Besluit: sluitstuk of openingsstuk? Het voorliggend besluit betreft complexe materie en wijkt procedureel af van de ‘normale’ gang van zaken waarbij de wethouder een voorstel aan de raad voorlegt. Een andere complicerende factor is dat de praktische implicaties van een besluit over bestuurlijke bevoegdheden pas volledig zichtbaar kunnen worden na de inwerkingtreding. Hierdoor ontstaat het risico om in een impasse te raken: ieder besluit voelt hierdoor immers ‘prematuur’. Dit is ondervangen door middels het besluit de huidige situatie te formaliseren (pro forma besluit). Op deze manier blijft de huidige verdeling van de bevoegdheden behouden als de omgevingswet in werking treedt. Daarnaast wordt in het besluit een evaluatie bepaling opgenomen zodat rekening is gehouden met een ‘leerperiode’. Deze leerperiode bestaat uit regelmatig evalueren op basis van nieuwe inzichten, voortschrijdend inzicht en b.v. het inzichtelijk krijgen van de kruimellijst.
De raad kan de inrichting van de bestuurlijke bevoegdheden op elk gewenst moment herzien / evalueren. Het besluit over de bestuurlijke bevoegdheden kan hiermee gezien worden als een ‘openingsstuk’ in aanloop naar de omgevingswet dat ruimte laat voor de nog
vorm te krijgen wensen van de raad, in plaats van een sluitstuk dat alle wensen van de raad reeds in zich vervat.
2. Wat zijn de beslispunten? 2.1 Bindend adviesrecht over buitenplanse activiteiten (zie bijlage afb.1 route 3: nu verklaring van geen bedenkingen) In de huidige situatie, is een verklaring van geen bedenkingen van de raad nodig voordat een afwijkvergunning kan worden verleend. Bij de inwerkingtreding van de omgevingswet wordt dit een collegebevoegdheid tenzij de raad besluit bindend te willen adviseren bij vergunningsaanvragen die afwijken van het omgevingsplan. Er zijn 3 ‘smaken’ voor wat betreft bindend adviesrecht die samenhangen met die eerder besproken ‘sturingsfilosofie’:
Samenvatting output werksessie 22 maart jl.: De basis • Juiste balans houden voor wat betreft sturen hoofdlijnen en uitvoering: houd het werkbaar! • Houden vooralsnog graag huidige bevoegdheden • Loslaten is een leerproces • De raad wil hiermee gaan oefenen Dat kan betekenen: • De raad houdt vooralsnog de bevoegdheden ( Sturingsfilosofie C) aangevuld met ¨leren met de omgevingswet¨ om zo te kijken hoe omgevingswet in de praktijk werkt. • Evalueren is hiervoor een belangrijke voorwaarde • Bovendien; raad kan te állen tijde besluit agenderen en wijzigen Voorliggend besluit In het voorliggende besluit is dit vertaald in dat de raad bij buitenplanse activiteiten altijd bindend adviseert met uitzondering van de kruimellijst (zie bijlage afb.1: route 2). Op dit moment worden afwijkingsvergunningen aan de raad voorgelegd voor een verklaring van geen bedenkingen, met uit zondering van de kruimellijst. De status quo blijft dus (voorlopig) behouden totdat de raad anders beslist. Dit kan op elk moment dat de raad dit wenst, (zie 2.4 evaluatiebepaling)
2.2 Participatie Als de raad participatie bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit direct bij inwerkingtreding verplicht wil stellen moet hierover vóór 1 januari 2022 een besluit worden genomen. Ook hierbij geldt dat in verband met de doorlooptijd van initiatieven het wenselijk is om dit besluit uiterlijk in Q2 2021 te nemen. De raad kan bij buitenplanse omgevingsplanactiviteit aanvragen besluiten: pagina 2
a. Bij alle aanvragen participatie voor de initiatiefnemer verplicht te stellen b. Bij nader te specificeren aanvragen participatie voor de initiatiefnemer verplicht te stellen c. Participatie niet verplicht te stellen. Het is belangrijk te vermelden dat deze verplichte participatie vormvrij is en geen afwijzingsgrond is. Als en zolang de raad hierover geen besluit neemt, is participatie niet verplicht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Voorbeeldbesluit De VNG adviseert om het besluit over participatie gezamenlijk met het besluit over bindend adviesrecht te nemen. In het voorliggende besluit is opgenomen dat participatie verplicht is voor de gevallen waarover bindend geadviseerd wordt. 2.3 Delegatie Als de raad de bevoegdheid om delen van het omgevingsplan vast te stellen aan het college wil delegeren moet er de inwerkingtreding een besluit worden genomen. Indien de raad geen besluit neemt dan blijft de huidige situatie voortbestaan en wordt deze bevoegdheid niet aan het college gedelegeerd. Het delegatie besluit zoals het nu voorligt houdt dit in dat het college eens in de zoveel tijd het omgevingsplan gelijktrekt met de verleende afwijkingsvergunningen (waarop bindend adviesrecht van toepassing is). NB: de wet schrijft voor dat dit gebeurt via een delegatiebesluit en er bestaat dus geen mogelijkheid om deze bevoegdheden bijvoorbeeld te mandateren.
Voorbeeldbesluit Ook voor het delegatiebesluit adviseert de VNG om deze mee te nemen met de besluiten over bindend adviesrecht en participatie. In het voorbeeldbesluit is opgenomen dat het college bevoegd is om het omgevingsplan te actualiseren op die delen waarop de raad bindend heeft geadviseerd. 2.4 Evaluatie Het voorliggende besluit volgt de huidige situatie en het bindend adviesrecht geldt voor alle buitenplanse aanvragen met uitzondering van de kruimellijst. De kruimellijst is als bijlage bij het besluit bijgevoegd. De raad heeft ruimte om evaluerend elementen uit de kruimellijst (zoals bv een functieverandering) naar zich toe te trekken en van de lijst met uitzonderingen te schrappen. Op dat moment wordt het geschrapte element van de kruimellijst gevoegd bij de buitenplanse activiteitsaanvragen waarop het bindend adviesrecht van de raad van toepassing is. Verder draagt het voorliggende besluit het college op om een overzicht te geven van alle kruimellijstaanvragen in een bepaalde periode. En op andere gewenste manieren de raad inzicht te geven in de kruimellijst. Hiermee kan de raad beter zicht krijgen op welke elementen van de kruimellijst bindend adviesrecht wenselijk zou zijn. In het voorliggende besluit staat de evaluatietermijn op een jaar na vaststelling van het besluit.
Wel geeft deze evaluatiebepaling de raad volledige vrijheid om termijn en frequentie van het evalueren aan te passen en hier actief op bij te sturen als gevolg van bijvoorbeeld ‘’geluiden van bewoners, gebiedsgebonden problematiek, of gewoon “ voortschrijdend inzicht’’.
Bijlage: Afbeelding 1:
pagina 3
pagina 4