Nota van beantwoording woonzorgvisie DEF.docx
Tekst van het document
Nota van Beantwoording woon(zorg)visie
Reactie op binnengekomen zienswijzen
Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1
2
Inleiding
3
1.1
Terinzagelegging woon(zorg)visie
3
1.2
Ontvangen zienswijzen
3
1.3
Ambtshalve wijzigingen
3
Beantwoording zienswijzen
3
2.1
Woonpartners Midden-Holland
3
2.2
Huurdersverenigingen HRHM en BeWoGo
5
2.3
Goudse Adviesraad Sociaal Domein
7
2
pagina 2
1
Inleiding
1.1
Terinzagelegging woon(zorg)visie Van 7 juli tot en met 18 augustus heeft de woon(zorg)visie ter inzage gelegen. Bij de visie horen de bijlagen Uitvoeringsagenda 2021-2024 en Woonzorganalyse. In de uitvoeringsagenda staat opgenomen welke maatregelen in de komende jaren zullen worden uitgevoerd ter uitvoering van de visie. De woonzorganalyse geeft de ontwikkelingen weer die gaande zijn op het snijvlak van wonen en zorg. Het vormt de basis voor de opgaven die de komende jaren zullen spelen en die een groot aantal partijen raakt. Het gaat onder andere om woningcorporaties, huurdersorganisaties, zorgaanbieders en ontwikkelaars. Er zijn drie zienswijzen ontvangen. In de reacties is zowel gereageerd op de woon(zorg)visie als op de begeleidende documenten. In het kader van deze nota van beantwoording staan de zienswijzen op de woon(zorg)visie centraal. Na vaststelling van de woon(zorg)visie door de gemeenteraad zal het college de uitvoeringsagenda vaststellen. Dit document is dan ook meer dan de andere documenten een concept. De reacties op de uitvoeringagenda nemen wij dan ook ter harte en zullen in een latere fase zeker worden meegenomen.
1.2
Ontvangen zienswijzen In de totstandkoming van de woon(zorg)visie is een groot aantal partijen betrokken geweest. Sommige partijen hebben al in eerdere concepten advies uitgebracht, andere partijen hebben dit formele proces benut om het college te laten blijken hoe zij tegen de volkshuisvestelijke en woongerelateerde zorgopgaven voor Gouda aankijken. In beide gevallen is het college dankbaar voor de samenwerking en uitgebrachte adviezen om het wonen in Gouda nog prettiger te maken. In hoofdstuk 2 worden de binnengekomen zienswijzen puntsgewijs samengevat en voorzien van een beantwoording.
1.3
Ambtshalve wijzigingen Ondanks alle betrachte zorgvuldigheid, zijn er ook een aantal wijzigingen die voortkomen uit voortschrijdende inzichten. Naast een klein aantal tekstuele aanpassingen gaat het om de juiste verwoording van de doelstelling om in 2040 CO2- neutraal en aardgasvrij te zijn, in overeenstemming met de Transitievisie Warmte en het toevoegen van de Kadernota Integraal Veiligheidsbeleid 2019-2022 als het gaat om relevant beleid in het kader van de aanpak rondom leefbaarheid.
2
Beantwoording zienswijzen
2.1
Woonpartners Midden-Holland Woonparters Midden-Holland heeft de zienswijze opgebouwd uit een inleiding die ingaat op de set aan documenten die gaan over de woon(zorg)visie. Overkoepelend wordt het volgende aangegeven: als direct betrokken partij spreekt Woonpartners Midden-Holland complimenten uit voor de visie en dient deze corporatie een zienswijze in om de definitieve versie nog sterk te maken; er ligt een goede basis met de gegevens en analyses, het beeld wordt herkend. Wat in de visie wordt geduid als ‘wat is er en wat is er in 2030 nodig’ is goed beschreven, hoe daar te komen qua uitvoering vraagt om een verdere uitwerking (in de uitvoeringsagenda) om de opgaven concreter te maken; waardering dat de woonvisie is uitgebreid tot een woon(zorg)visie, omdat de combinatie van wonen in de wijk met ondersteuning en zorg steeds belangrijker wordt. Samenwerking tussen alle betrokken partijen is hiervoor van wezenlijk belang. Een aanscherping van de algemene uitgangspunten en koers helpt daarbij; voor de uitvoering van de woonzorgvisie is het wenselijk dat er een centraal coördinatiepunt of taskforce komt. Daarin zouden alle partijen vertegenwoordigd moeten zijn die werken op het
pagina 3
gebied van wonen en zorg in Midden-Holland. Vanuit concrete doelstellingen moet worden gezocht naar het tijdig betrekken van de juiste partners, het bewaken van de voortgang bewaken en het aanspreken van partijen op hun verantwoordelijkheden als dat nodig blijkt; Woonpartners Midden-Holland sluit zich graag aan bij de constatering dat de partijen elkaar samen nodig hebben om de stad mooier te maken en prettig te kunnen wonen in Gouda. Zij voorziet daarin ook zeker een rol voor zichzelf.
Naast de overkoepelende reactie wordt ook dieper ingegaan op de afzonderlijke documenten. Op punten waar een vraag of opmerking wordt geplaatst, wordt in deze nota ingegaan. Waar het opmerkingen betreft die ter ondersteuning of aanvulling zijn van de teksten, neemt het college deze ter harte. Woonzorganalyse Punt 2: Een conclusie/samenvatting ontbreekt t.a.v. de totale opgave over de verschillende doelgroepen. Reactie: in de analyse staat de opgave in hoofdlijnen gepresenteerd. Er zal contact worden opgenomen om te bespreken hoe de totale opgave beter in beeld gebracht kan worden. Dit wordt in de definitieve versie van de woonzorganalyse verwerkt. Punt 6: In hoofdstuk 4 staat iets expliciet vermeld over mensen met een Marokkaanse achtergrond. Is dat ook mogelijk bij de andere hoofdstukken? Reactie: dit is niet direct een onderdeel van het onderzoek geweest. Het is een constatering die vanuit betrokken partijen is benoemd voor deze doelgroep. Indien het relevant blijkt, kan in een later stadium een dergelijke inventarisatie ook voor andere doelgroepen worden uitgevoerd. Voor deze fase is dit niet nodig. Punt 7: Soms zijn er verschillen tussen cijfers of definities. Reactie: deze definities worden toegevoegd aan de analyse. Paginagewijs is een aantal kleine correcties voorgesteld. Reactie: Deze worden overgenomen.
Woon(zorg)visie De oproep tot een intensieve samenwerking en centrale coördinatie maakt nadrukkelijk onderdeel uit van een verdere uitwerking die de gemeente Gouda met de regiogemeenten bespreekt. Het belang van de woonomgeving wordt wel genoemd, maar niet uitgewerkt. Reactie: op sommige onderwerpen geldt dat deze overlappen met andere visies en domeinen. In dit geval betreft dat de omgevingsvisie, waarin de fysieke leefomgeving centraal staat. Daarin wordt ook de geschiktheid van de woonomgeving verder vormgegeven. De woonomgeving of fysieke leefomgeving is niet direct een onderwerp dat zich leent om in deze woon(zorg)visie uit te werken. Vanwege het belang voor het wonen is er echter wel voor gekozen om hier in de woon(zorg)visie aandacht aan te schenken, maar details over de (uitwerking ten behoeve van de) woonomgeving in de omgevingsvisie terug te laten komen. Ambitie om in 2040 energie- en CO2-neutraal te zijn, dient aan de realiteit van 2021 gespiegeld te worden. Reactie: In het Goudse coalitieakkoord is de ambitie verwoord om in 2040 CO2-neutraal en aardgasvrij te zijn. Het is het college bekend dat de ambitie voor 2040 groot is. De opgave is dat desalniettemin ook. In de Transitievisie Warmte is de route beschreven naar een CO2neutraal en aardgasvrij Gouda.
Hoewel de ambitie stevig is wil Gouda zich er sterk voor maken dat de stad de komende jaren flink aan de slag gaat met het nemen van maatregelen in de richting van deze ambitie. De woon(zorg)visie is overwegend een woonvisie. Het woonzorgdeel is in mindere mate geconcretiseerd. Aandacht gaat ook vooral uit naar ouderen en het mogelijk maken van uitstroom uit instellingen. Reactie: dit is een bewuste keuze. In de basis zijn ook de doelgroepen die wonen met zorg gebaat bij een goed functionerende woningmarkt, het reguliere wonen. Het is echter wel een groep die extra aandacht nodig heeft. In het woonzorgdeel wordt daarom specifiek ingezoomd op de vraagstukken die deze doelgroepen in het bijzonder verder helpen. Juist in de woonzorganalyse worden deze groepen en bijbehorende opgaven sterker belicht.
pagina 4
Huisvesting van mensen met psychische/psychiatrische problematiek (GGZ) in de wijken geeft veel druk op de leefbaarheid en is niet altijd uitstroom. Dit blijft onderbelicht. Reactie: er wordt hier wel aandacht aan geschonken, met name als het gaat over de preventie. Het voorkomen van een beroep doen op opname in een instelling is een voornaam uitgangspunt in het gemeentelijk beleid. In de meeste gevallen zijn bewoners er zelf het meest bij gebaat in een reguliere woonomgeving (met extra begeleiding) te wonen. Bovendien is het voor de gemeente financieel gezien nadelig om mensen in een instelling te huisvesten. Schaduwzijde is echter wel dat dit in sommige gevallen druk geeft op de leefbaarheid. Die leefbaarheid staat op sommige plekken in de stad onder druk. Hier wordt op diverse manieren al aan gewerkt via de inzet van Kernkracht, anti-stigma programma’s en inzet van de sociaal teams en vanuit de Buurtservicecentra. In de prestatieafspraken, ook breder in gesprekken met zorgaanbieders, zal de uitwerking van deze opgave nadrukkelijk besproken worden en blijven we het gesprek aangaan hoe de ruimtelijke concentratie van mensen in een kwetsbare situatie verminderd kan worden.
Hoewel in het concept van de woon(zorg)visie al stond opgenomen dat preventie van instroom in een instelling centraal staat, komt daarmee nog niet voldoende naar voren dat de huisvesting van mensen met psychische of psychiatrische problematiek (GGZ) in de wijken druk op de leefbaarheid kan geven. Dit wordt toegevoegd in de definitieve versie van de woon(zorg)visie. Heb meer aandacht voor modulaire bouw. Reactie: Het college is voorstander van innovatieve woonvormen voor de realisatie van betaalbare woningen. Zolang dit niet ten koste gaat van de kwaliteit van de woning en juist een verbetering van de flexibiliteit van de woningvoorraad kan vormen, is dat een gewenste toevoeging. Bovenal blijft de inzet gericht op toevoeging van structurele permanente woningen. Gedifferentieerd verhuren in bestaande voorraad benoemen om nieuwe achterstandswijken te voorkomen en bij nieuwbouw verschillende doelgroepen spreiden. Reactie: in de woonzorgvisie is één van de pijlers een gemengde woningvoorraad. Het streven is om dat in de stad zo goed mogelijk tot uiting te brengen, door middel van segmentering in de nieuwbouw te bespreken met de ontwikkelende partijen, maar ook door met corporaties in gesprek te blijven over hoe vrijkomende woningvoorraad het beste kan worden ingezet.
In het kader van gesprekken over de Huisvestingsverordening, die in 2023 wordt geactualiseerd gaan we zeker in gesprek hoe spreiding over de stad kan worden toegepast zonder daarin de vrijheid van vestiging uit het oog te verliezen. Daaraan voorafgaand zal in de prestatieafspraken ook gedifferentieerd verhuren aan bod komen om bij te dragen aan een betere spreiding over de stad van huishoudens in een kwetsbare positie. De paginagewijze/tekstuele opmerkingen worden verwerkt.
Uitvoeringsagenda De uitvoeringsagenda is best compact samengevat. Tegelijk is het nog op onderdelen te concretiseren, beter in beeld te brengen en te monitoren. Globaal beeld van de totale opgave ontbreekt nog. Meer hardere opgaven benoemen, vooral op het gebied van wonen en zorg. Bij een aantal actiepunten is een aantal specifieke toevoegingen benoemd. Deze worden opgenomen in de concretisering van die agenda.
2.2
Huurdersverenigingen HRHM en BeWoGo De huurdersorganisaties van Woonpartners Midden-Holland (HRHM) en Mozaïek Wonen (BeWoGo) hebben een gezamenlijke reactie opgesteld, waarbij het volgende wordt meegegeven: de visie ziet er erg grondig en volledig uit, waarbij de aandacht voor de sociale huursector goed lijkt geborgd; de prioriteiten uit het Huurdersmanifest komen goed aan bod. Betaalbaarheid en betaalbare verduurzaming komen wel minder aan bod dan gewenst; voor de uitvoering van de woonzorgvisie is het wenselijk dat er een centraal coördinatiepunt of taskforce komt. Daarin zouden alle partijen vertegenwoordigd moeten zijn die werken op het gebied van wonen en zorg in Midden-Holland. Vanuit concrete doelstellingen moet worden gezocht naar het tijdig betrekken van de juiste partners, de voortgang bewaken en partijen op hun verantwoordelijkheden aanspreken als dat nodig blijkt.
pagina 5
Voor de uitvoeringsagenda valt de huurdersverenigingen het volgende op: de rol van de huurdersverenigingen wordt er onvoldoende benoemd. De gelijkwaardigheid dient meer door te klinken. Reactie: de huurdersorganisaties vormen een belangrijke partij die zeker niet vergeten mag worden. In de passages waar dat dan ook om gaat, worden zij in de tekst ook benoemd; bij een aantal onderdelen wensen de huurdersorganisaties meer mee te kunnen denken. Reactie: Waar het (meer) informatie delen betreft, kan dit waarschijnlijk goed worden ingepast in het prestatieafsprakenoverleg. Hierover zullen we aanvullend afspraken maken bij het opstellen van de raamovereenkomst. Voor de woon(zorg)visie benoemen de huurdersorganisatie gedetailleerd: het aanbod in de sociale huur dient te worden verhoogd. Reactie: het uitgangspunt van gemengde wijken en een gevarieerd aanbod voor alle inkomens staat centraal in de visie; de huurdersorganisaties zijn niet tevreden over het cijfermateriaal van Woningnet. Reactie: deze mening is bekend, maar deze visie is niet de plek om hierop in te gaan. In andere gremia houden we het beschikbare cijfermateriaal zeker tegen het licht; ambitie om in 2040 energie- en CO2-neutraal te zijn is goed, maar is het realistisch? Reactie: In het Goudse coalitieakkoord is de ambitie verwoord om in 2040 CO2-neutraal en aardgasvrij te zijn.
Het is het college bekend dat de ambitie voor 2040 groot is. De opgave is dat desalniettemin ook. In de Transitievisie Warmte is de route beschreven naar een CO2neutraal en aardgasvrij Gouda. Hoewel de ambitie stevig is wil Gouda zich er sterk voor maken dat de stad de komende jaren flink aan de slag gaat met het nemen van maatregelen in de richting van deze ambitie; heb niet alleen een vangnet als het al uit de hand loopt. Mensen dienen inzicht te hebben wanneer o.a. Wmo en het sociaal team beschikbaar zijn. Reactie: Hiervoor zijn verschillende partijen aan zet en de waakvlam komt op diverse wijzen tot uiting. Allereerst zijn de sociaal teams waar mensen kunnen aankloppen die hulp nodig hebben bij de administratie, als er sprake is van relatieproblemen, informatie over mantelzorg en dergelijke. Specifiek voor ouderen zijn er de vrijwillige ouderenadviseurs die langs gaan voor adviezen. Ook in het kader van bijvoorbeeld schuldhulpverlening wordt er zoveel mogelijk ingezet op ondersteuning voordat de problemen te groot worden; over de Zuid-Hollandse Woningbouwagenda 2020 wordt gevraagd of het de bedoeling is dat de auto wordt uitgesloten en dat de transformatie van Goudse Poort tot op heden een gemiste kans is. Reactie: Wat de intenties van de provincie zijn, kan het college niet beantwoorden.
Wel is bekend dat het parkeren een voorname kostenpost is in de realisatie van woningen, terwijl dat in de nabijheid van hoogwaardig openbaar vervoer niet altijd nodig is en op die plekken lagere parkeernormen voldoende zouden moeten kunnen zijn. Voor de Goudse Poort geldt dat het uitgangspunt is dat er in de stad voldoende ruimte is voor woningbouwprojecten. Bovendien wordt een deel van de Goudse Poort al voorzien om te ‘verkleuren’ tot woningbouw in de komende jaren. Daarnaast vindt het college dat woningbouw moet plaatsvinden op passende locaties, binnen of in directe aansluiting op bestaand stedelijke weefsel. leegstaand vastgoed zou over de hele stad een kans moeten zijn voor woningbouw. Reactie: het college is ervan overtuigd dat wonen in een woonomgeving dient te gebeuren die daar ook geschikt voor is. Gezien de grote investeringen om een gebied te ontwikkelen, is het belangrijk om voornamelijk aan te sluiten op de infrastructuur, het stedelijk weefsel, die Gouda al heeft. bevorder in elke wijk inclusiviteit. Reactie: dit is ook de insteek. Westergouwe wordt verder ontwikkeld met oog voor inclusiviteit. Bij bestaande wijken is dat soms iets lastiger te realiseren, vandaar de benoemde extra nadruk bij bestaande wijken. kunnen woningcorporaties en gemeenten meer de doorstroming promoten voor ouderen in de vorm van o.a.
huurcompensatie en verhuisvergoeding? Reactie: In het najaar steken de corporaties, huurdersorganisaties en gemeente de koppen bij elkaar om een aanpak op te stellen waarbij het bevorderen van doorstroming centraal staat. In
pagina 6
die samenstelling wordt afgesproken welke maatregelen wenselijk én uitvoerbaar zijn. Het streven is om dit ook breder in de regio tot uitvoer te brengen. De woonzorganalyse is zeer uitgebreid en onderbouwd, daarover zijn geen opmerkingen.
2.3
Goudse Adviesraad Sociaal Domein De GASD heeft een reactie opgesteld, waarbij zij zich nadrukkelijk tot de vanuit het zorgperspectief relevante aspecten beperkt. Hiervoor is een aantal instellingen geraadpleegd. Aan de hand daarvan is een algemene opmerking geplaatst, aangevuld met 6 adviezen. Algemeen: veel waardering voor de compleetheid van de verzamelde gegevens, de analyse en de ontwikkelde visie. Alle vanuit zorgperspectief relevante categorieën komen aan de orde; Advies 1: Formuleer de Uitvoeringsagenda scherper en in termen van concrete resultaten, waarna met door monitoring verkregen data periodiek geëvalueerd kan worden, wellicht gevolgd door bijstelling van beleid. Reactie: Het is het college bekend dat de uitvoeringsagenda nog niet compleet is en zeker nog een vertaalslag in concretere doelstellingen moet doormaken. Ook is het nog zeker nodig om een aantal prioriteiten aan te brengen. De opgaven in het wonen en woongerelateerde zorg zijn breed en veelomvattend, maar dat wil niet zeggen dat alles direct is op te lossen. De uiteindelijke versie van de uitvoeringsagenda zal daarin wel keuzes vragen.
De agenda wordt daarbij voor een kortere periode vastgesteld door het college dan de visie die door de raad wordt vastgesteld, zodat bijsturing bij vernieuwde prioriteiten mogelijk blijft; Advies 2: Geef – voordat de wal het schip keert – aandacht aan de risico’s van het (langer) zelfstandig wonen. Onderzoek of het beschikbare instrumentarium daarvoor voldoende mogelijkheden geeft. Landelijk is deze zomer een rapportage uitgebracht over de alarmerende situatie rondom de huisvesting van de aandachtsgroepen. Het pleit voor een oplossing voor de huisvesting van kwetsbare ouderen, statushouders, GGZ-patiënten, dak- en thuislozen, vrouwen in de vrouwenopvang en kwetsbare jongeren. Een spoedpakket is nodig en langdurige samenwerking. Een steviger onderbouwing van de urgentie van een op actie gerichte woonzorgvisie is niet denkbaar. Daar komt bij dat de doorstroming op de woningmarkt stokt, met als neveneffect dat het draagvlak voor inclusief beleid afneemt. De nadruk in de woon(zorg)visie op het langer thuis wonen voor ouderen geldt eveneens voor andere doelgroepen met een zorgbehoefte. Het verdient de aanbeveling om in de toekomst in de gaten te houden of dat haalbaar blijft voor de Wmo.
Want ook wordt er nog eens steeds meer nadruk op toegankelijkheid van de omgeving nodig met alle investeringen van dien en de risico’s van het (langer) zelfstandig thuis wonen wordt ook steeds zichtbaarder. Zijn er daarom mogelijkheden om een soort waakvlamconstructies op te zetten? Reactie: dit advies maakt duidelijk voor welke grote opgaven gemeenten staan in het wonen en woongerelateerde zorg. Daar waar de voordelen van het (langer) zelfstandig thuis wonen er zeker zijn, zijn er ook schaduwkanten. Financieel is de druk op gemeenten groot, tegelijkertijd is ook duidelijk dat de leefbaarheid in delen van de stad onder druk staat en meer onder druk komt te staan. Samenwerking tussen alle betrokken partijen is dan ook van groot belang. Alleen samen met de corporaties, huurdersorganisaties, zorgaanbieders en andere lokale belanghebbenden kunnen we die opgaven aan. In het najaar zullen we dan ook met die partijen om tafel gaan om te bespreken in hoeverre bijvoorbeeld de genoemde waakvlamfunctie mogelijk is, waarbij elke partij zijn of haar verantwoordelijkheid neemt. De uitvoering kan daarbij per doelgroep verschillen. Voor gezinnen die uitstromen uit de vrouwenopvang is er nu bijvoorbeeld extra nazorg, voor ouderen vervult het sociaal team in samenwerking met de wijkverpleegkundige voornamelijk de waakvlamfunctie.
Daarnaast is er bemoeizorg en Kernkracht; Advies 3: Zet alles op alles om onconventionele oplossingen voor het woningtekort mogelijk te maken, onder meer door de vigerende regelgeving soepel toe te passen. Reactie: het college is het eens dat het versnellen van de woningbouwproductie nodig is. Daarbij schuwt het college onconventionele oplossingen niet, zoals bijvoorbeeld bij de ontwikkeling aan Winterdijk 14 te zien is. Toch is het college er ook beducht voor om alles opzij te zetten om maar zo snel mogelijk woningen neer te zetten. Het verleden heeft uitgewezen dat tijdelijkheid in het wonen zelden tijdelijk is gebleven. De woningvoorraad van de toekomst zal voor een groot deel bestaan uit de woningvoorraad van nu. Nu gemaakte beslissingen
pagina 7
hebben ook over pakweg 25 jaar nog hun uitwerking. Dit wil niet zeggen dat alles moet blijven zoals het was en tijdelijke oplossingen niet mogelijk zijn. En inderdaad, niet iedereen kan een eigen woning krijgen, groepswonen of een kamer kunnen best een oplossing zijn. Zolang dit maar goed afgewogen gebeurt. Hierover zijn we ook met de woningcorporaties en zorgaanbieders in gesprek. Daar hoort ook bij dat er op sommige punten anders omgegaan zal moeten worden met vigerende regelgeving; Advies 4: Zet veel meer in op doorstroming van senioren, zowel in de sociale als in de particuliere sector, door te stimuleren, te faciliteren en te ontzorgen. Reactie: doorstroming maakt inderdaad een belangrijk onderdeel uit van hoe gezond de woningsector is. Daarbij zijn we helaas ook voor een heel groot deel afhankelijk van omstandigheden die verder gaan dan wat de gemeente kan beïnvloeden. Het schrappen van de verhuurdersheffing zou bijvoorbeeld veel meer mogelijkheden bieden voor het bouwen van betaalbare woningen. Het door de GASD bepleite overhalen van ouderen om te verhuizen naar een passendere woning om woonruimte vrij te maken voor woningzoekenden beaamt het college. Ook in dit geval geldt dat dit iets is wat voornamelijk kan werken als alle betrokken partijen met elkaar samenwerken om dat te bewerkstellingen op een manier die voor de bewoners in kwestie goed uitpakt.
In het najaar voeren de huurdersorganisaties, corporaties en zorgaanbieders daarom ook het gesprek om tot een aanpak te komen die ervoor kan zorgen dat die doorstroming wordt gestimuleerd; Advies 5: Pas de Huisvestingsverordening zodanig aan dat de kleine groep kwetsbare jongeren met voorrang woonruimte toegewezen kan krijgen. Het gelijkekansenregime is volgens de GASD toe aan vervanging, omdat het tijdig huisvesten van deze groep in een kwetsbare positie een investering is die een leven lang rendement heeft. Dat geldt zowel voor het individuele welzijn als in de vorm van een toekomstige besparing op zorggelden. Reactie: De huisvestingsverordening wordt regionaal in 2023 geactualiseerd. Dat wil niet zeggen dat er voor die tijd nog geen veranderingen mogelijk zijn. Ook nu al zijn de betrokken partijen in gesprek over eventuele verbeterpunten voor de woonruimteverdeling. Overigens voorziet de huisvestingsverordening al wel in het verlenen van voorrang voor jongeren die uit Beschermd en Beschut wonen stromen. Regionaal zijn namelijk afspraken gemaakt om elk jaar een aantal uitstroomwoningen beschikbaar te stellen voor mensen die moeten uitstromen uit zorg- en opvang instellingen. Dit staat opgenomen in artikel 17 ‘passend huisvesten van bijzondere doelgroepen’.
Overigens waardeert het college de handreiking vanuit de GASD om ook advies uit te brengen bij actualisatie van de huisvestingsverordening. Dit is voorzien voor 2023. In dat traject zal de GASD benaderd worden voor haar advies; Advies 6: Neem als gemeente de regie om de verschillende betrokken partijen tot een hechte samenwerking te brengen. Reactie: Het college neemt deze reactie ter harte. Ook vanuit het werkveld wordt hierop aangedrongen. Samen met de andere regiomeenten zal de gemeente Gouda toewerken naar een wijze waarop het wonen en zorg centraal gecoördineerd kan worden.
pagina 8