Nota beantwoording zienswijzen Achterwillenseweg 146
Tekst van het document
rapport notitie
Nota van beantwoording zienswijzen uitgebreide Wabo vergunning Achterwillenseweg 146
Opsteller: J. Luitwieler Status definitief Opsteldatum: 31 augustus 2023 Versienummer: 1
1
Inleiding Om een nieuwe woning naast het adres Achterwillenseweg 146 heeft de eigenaar hiervan een aanvraag omgevingsvergunning bij de gemeente Gouda ingediend. Vanwege het ontbreken van een bouwvlak moest dit plan een Uitgebreide Wabo vergunningsprocedure doorlopen. Tijdens deze procedure ligt de conceptvergunning en het plan voor zes weken ter inzage. Tijdens deze periode kunnen er zienswijzen worden ingediend. In deze nota worden de binnen gekomen zienswijzen beantwoord,
2. Zienswijzen Er zijn tijdens de inzagetermijn door twee partijen zienswijzen ingediend. Een omwonende en door ProRail. Hieronder worden de zienswijzen kort omschreven:
2.1. Zienswijze ProRail ProRail verwijst naar het risico op trillingen bij de nieuwe woning die door passerende en rangerende treinen kunnen worden veroorzaakt. Hoewel er hiervoor geen wettelijke normen zijn vraagt ProRail wel om aandacht te besteden hieraan tijdens de planvorming. Hiervoor verwijst men naar onder meer het kenniscentrum Infrastructuur en milieu en de Handreiking Nieuwbouw en spoortrillingen. Deze worden enkel ter informatie mee gegeven. ProRail maakt zelf geen bezwaar tegen het plan.
2.2. Zienswijze omwonende De omwonende haalt in zijn zienswijze diverse punten aan. Zo geeft men aan dat het plan niet passend is binnen de karakteristiek van het lint en dat de daarvoor aangeleverde onderbouwing vanuit de gemeente onvoldoende is. Ook verwijst men naar het feit dat het plan eerder is afgewezen. Verder verwijst men naar de uitgevoerde onderzoeken welke volgens hun bewijs zou zijn dat de locatie niet geschikt is voor woningbouw onder meer vanwege de nabijheid van het spoor en de mogelijke aanwezigheid van risicovolle stoffen in de ondergrond en het grondwater. Ten slotte heeft men nog enkele (technisch) inhoudelijke vragen.
3. Beantwoording zienswijzen 3.1. Beantwoording zienswijze ProRail De zienswijze van ProRail is meer van informerende aard dan dat men bezwaar heeft tegen het plan. Tijdens de onderzoeken voorafgaand de besluitvorming is met diverse aspecten van het spoor rekening gehouden waaronder geluid, externe veiligheid en milieuzoneringen. De gebruiker van de toekomstige woning is reeds bekend met de gevolgen van overlast met het spoor en daarom wordt dit aspect als niet hinderlijk ervaren door de initiatiefnemer.
3.2. Beantwoording zienswijze omwonende (vanwege het grote aantal punten en de soms uitgebreide vragen wordt de beantwoording puntsgewijs benoemd. De vragen van de omwonende zijn in deze nota waar mogelijk ingekort)
1. Allereerst wordt betoogd dat de footprint van het gebouw is teruggebracht. Dit is echter onduidelijk. Graag ontvangen wij meer uitleg over deze overweging. Antwoord: in het plan uit 2019 wordt een bouwvlak van 140 vierkante meter voor het hoofdgebouw voorgesteld met daarnaast nog ruimte voor een bijgebouw van 50 vierkante meter. De huidige bebouwing is met een footprint van ongeveer 115 en 28 vierkante meter een stuk kleiner. Ook was er in het plan uit 2019 ruimte voor een nokhoogte tot 11 meter.
pagina 2
2. Daarnaast wordt betoogd dat het volume van de nieuwe woning past op deze plek aan het lint en dat de nieuwe woning niet voor grote of impactvolle wijzigingen zorgt die de karakteristiek van het lint kunnen schaden. Dit wordt verder niet onderbouwd. De nieuwe woning zou een bouwhoogte van negen meter hebben. Dit is anderhalf maal groter dan de nabijgelegen huizen. De nieuwe woning past hierdoor niet op deze plek aan het lint. Verder doet verdere bebouwing van het lint af aan het open en onbebouwde karakter van het veenlint. Bovendien zal de voetgangersbrug plaats moeten maken voor een grotere dam met een duiker. Deze dam zal dan ook nog eens veel dichter bij de weg liggen dan de voetgangersbrug. Dit kan zeker gekwalificeerd worden als een impactvolle wijziging van het karakteristieke veenlint. Antwoord: Aan de Achterwillenseweg liggen aan de zuidzijde van het lint een groot aantal bebouwde percelen. In de regel gaat het om percelen die slechts één woning bevatten. Naast de bebouwde percelen is een select aantal percelen nog onbebouwd. Vanwege het feit dat het merendeel van de percelen reeds bebouwd is en de afstand tussen de woningen (namelijk op ieder perceel één woning) over de hele lijn gezien niet of nauwelijks aangetast worden is de impact en de aantasting van het historisch lint verwaarloosbaar. Het volume is opgebouwd uit 1 bouwlaag met kap.
De nokhoogte van de kap is 9 meter. De opbouw van het volume is karakteristiek voor het lint en komt overeen met de andere woningen aan het lint. De nokhoogte is weliswaar hoger dan de nokhoogte van de direct aangrenzende bebouwing, maar over de volle lengte van het lint gezien niet nieuw. Verderop bevinden zich ook nokhoogtes van 9 meter. De positie van de dam met duiker ligt inderdaad dichter naar de Achterwillenseweg toe dan de huidige voetgangersbrug. Binnen de karakteristiek van het lint liggen dammen met duikers en/of bruggen in de regel altijd aan de voorzijde van het perceel (direct aansluitend op de Achterwillenseweg). In dit geval was dat niet mogelijk vanwege de eigendomssituatie van de watergang aan de voorzijde. Hierdoor is een maatwerkoplossing nodig. Er is gekozen voor het ontsluiten van het perceel over het naastgelegen perceel en deze maatwerkoplossing doet in de ogen van de gemeente geen afbreuk aan het straatbeeld omdat deze anders dan de positie en omvang nauwelijks verschilt van de huidige situatie.
3. Tot slot benoemt u dat de positionering cultuurhistorisch aanvaardbaar is. Dit wordt wederom niet met argumenten onderbouwd.. Daarnaast bestaat de vrees dat andere weilanden langs dit lint bebouwd zullen worden indien deze bebouwing als cultuurhistorisch aanvaardbaar wordt gezien. Antwoord: met de positionering bedoelen we de ligging op het perceel. De woning komt nu haaks op de Achterwillenseweg te staan. De meeste woningen staan in de lengte van de weg. Er zijn echter meerdere uitzonderingen te vinden langs de Achterwillenseweg waardoor deze positie nu ook geen uitzondering is. Tevens sluit de beoogde woning door zijn afwijkende ligging als het ware de rij woningen af.
pagina 3
4. Bovendien past het ontwerp van de betreffende woning niet binnen de visie van het huidige bestemmingsplan. In het bestemmingsplan ‘Middenwillens e.o.’ wordt aanbevolen dat verdere bebouwing aan de Achterwillenseweg aansluit ‘bij de huidige maat, zowel wat hoogte als breedte betreft, van de reeds bestaande bebouwing’. De nieuwe woning zou een bouwhoogte van negen meter hebben. Dit is anderhalf maal groter dan de nabijgelegen huizen en sluit daarom niet aan bij de reeds bestaande bebouwing. Antwoord: De inpassing van de woning sluit aan op de reeks woningen langs de Achterwillenseweg. Zowel in opbouw (1 laag met kap), als in hoogte is deze verschijningsvorm niet nieuw. We spreken van een precedent als er vergelijkbare situaties te vinden zijn in dezelfde straat. 5. Daarnaast vermeldt het bestemmingsplan dat het gebied ten oosten van de Goudse Hout weinig ruimte biedt voor ontwikkelingen. Dit omdat ‘het karakter als overgangsgebied van de intensief bebouwde wijken naar het open, nagenoeg onbebouwde, platteland gehandhaafd zou moeten blijven’. Het is daarom onbegrijpelijk dat ruimte wordt gegeven aan een grote moderne woning op een plek die zou moeten fungeren als overgangsgebied tussen bebouwde wijken en het onbebouwde platteland. Dit strookt ook niet met de cultuurhistorische visie zoals die is opgenomen in het bestemmingsplan.
In het raadsvoorstel van 18 oktober 2022 wordt uitgelegd waarom de nieuwe woning wel zou passen in het historisch lint. Zo zou het gekozen ontwerp passend zijn binnen de karakteristiek van de Achterwillenseweg en zou de nieuwe woning een mooie afsluiting zijn van het lint. Deze argumenten worden echter verder niet onderbouwd of uitgewerkt. Dat een woning een ‘mooie afsluiting’ is, is een subjectieve stelling. Wij willen het tegenovergestelde betogen en zijn van mening dat het moderne ontwerp niet past binnen de karakteristiek van de Achterwillenseweg en de nieuwe woning geen mooie afsluiting van het lint is. Bebouwing op het veenlint zal de karakteristiek van het veenlint aantasten. Indien dit ontwerpbesluit wordt goedgekeurd, rijst nogmaals de vraag hoe omgegaan zal worden met de andere nabijgelegen weilanden. Dan wordt weigeren –door de precedent werking -zo goed als onmogelijk en gaan de uiteindes van de oorspronkelijkere akkers verloren. Antwoord: De visie van de gemeente in deze is als volgt: de openheid en het zicht op de Goudse Hout vanaf de Achterwillenseweg gezien moet behouden blijven. Daarom maakt de gemeente enkel en alleen bebouwen van vrije (grasland) percelen aan de zuidzijde van het lint mogelijk. In principe is bebouwen van percelen aan de noordzijde van de Achterwillenseweg niet van toepassing omdat dit niet passend is binnen deze gedachtegang. 6.
Aangegeven wordt, dat het volume past op deze plek aan het lint, maar niet duidelijk is wat de criteriazijn op grond waarvan dit gesteld wordt. Dat geldt ook voor de overweging, dat de hoogte voldoet aan het eerder gesteld maximum (9 meter).Waar is dat gesteld? Een huis met een hoogte van 9 meter past zeer zeker niet. Antwoord: zie beantwoording punt 1. 7. We zijn het ook niet eens met de overweging dat de positionering cultuurhistorisch aanvaardbaar is. Wat zijn de criteria?. Criteria voor de positionering van woningen aan het historisch lint zijn als volgt: 1) Qua oriëntatie aansluiting vinden op andere woningen aan het lint 2) aansluiten en reageren op de rooilijn van bebouwing in de directe omgeving
pagina 4
8. In 2007 is een soortgelijke aanvraag gedaan. Toen is onderbouwd op grond van de Ruimtelijke Structuurvisie Gouda 2005-2030 dat bebouwing op het perceel naast Achterwillenseweg 146 niet past bij het uitgangspunt op deze plek namelijk ‘verdunnen’. Onvoldoende is gemotiveerd waarom dit nu anders zou zijn. Diezelfde structuurvisie geldt nu nog steeds. Daarnaast zijn we van mening dat gezien huidige ontwikkelingen meer argumenten bestaan voor het afwijzen van de vergunningaanvraag. In toenemende mate worden gebieden gelegen bij Natura-2000 gebieden beschermd tegen bebouwingen uitstoot van stikstof. De onlangs door Natuur-en Milieufederatie Zuid-Holland aan de provincie aangeboden petitie onderschrijft dit. Onbegrijpelijk is dan ook dat bebouwing hier wel wordt toegelaten. Antwoord: bij alle bouwprojecten in de nabijheid van natura-2000 gebieden wordt de uitstoot van stikstof onderzocht. Dat is hier ook gebeurt. Er is gebleken dat er door dit project geen aantasting van Natura-2000 gebieden ontstaat door stikstof. Een structuurvisie is verder geen juridisch document welke 100% gevolgd moet worden. Het beleid en gedachtegang van gemeenten kan in de loop van jaren veranderen. Op dit moment wordt beoordeeld dat het plan passend is op deze locatie en niet in strijd is met het beleid.
Zo is de situatie nu ook anders dan in 2007 door onder meer de grote vraag naar woningen waardoor er soms anders wordt gekeken naar de balans tussen groen en steen. Bij dit plan is nu geoordeeld dat het geen afbreuk doet aan het gemeentelijk en omliggend groen en landschap.
9. In het rapport staat dat het gaat om “railverkeer op de spoorlijn van Rotterdam naar Utrecht”. Maar het gaat ook om het railverkeer tussen Den Haag CS en Utrecht, om treinen tussen Gouda Goverwelle en Den Haag en stoptreinen van Rotterdam naar Amsterdam via Gouda. Er rijden/rangeren nu dus veel meer treinen dan destijds in 2007. Antwoord: door de jaren heen verandert het treinmaterieel door vlootvernieuwing zijn de moderne treinen van nu vaak stiller dan vroeger. Meer treinen hoeft dus niet altijd een evenredige toename in geluid te betekenen.
pagina 5
De geluidsniveaus zijn berekend. Er staat in het rapport : “Het railverkeer op deze spoorlijn veroorzaakt onder andere op de zuidgevel van de woning tot een geluidsbelasting van hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB. De geluidbelasting bedraagt maximaal 68 dB zodat de maximale hogere waarde van 68 dB net niet wordt overschreden” We hebben de volgende vragen: • �Hoe zijn de berekende waarden tot stand gekomen? •
�Gaat het om doorgaande treinen of ook om rangerende treinen?
• �We willende berekende waarden graag in meer detail ontvangen. Met name gemiddelde versus mogelijke maxima. En wat is de precisie/onzekerheid van de berekeningen? Uit Metingen gedaan door ODMH in 2010 blijkt dat er duidelijk hogere waarden dan 68 dB gemeten zijn. Ons inziens is dit aanleiding om de vergunning niet te verlenen! Antwoord: Er is gerekend met de in de Wgh verplicht gesteld gegevens uit het geluidregister spoor. Dat is een landelijke database en is ook de enige juiste dataset om de geluidsbelasting te kunnen berekenen. De berekende waarde zijn over het etmaal gemiddelde resultaten ook overeenkomstig de Wgh. (het normale gebruik van het spoor op die locatie is dus in het gemiddelde opgenomen, zoals het eventueel rangeren of remmende treinen) Maxima worden niet berekend en daar geld ook geen norm voor. Men kan een eventueel maximum ook niet toetsen aan de grenswaarde uit de Wgh omdat dat uitgaat van gemiddelden. De nauwkeurigheid van een geluidsberekening is in zijn algemeenheid 1 dB. De berekeningen kunnen enkel met een speciaal softwareprogramma bekeken worden welke de gemiddelde Nederlander niet heeft. Om die reden is het helaas niet mogelijk om deze te delen. Omdat de berekeningen voor de vergunning volgens de wettelijke wijze zijn uitgevoerd is er geen aanleiding om deze opnieuw uit te voeren of naast ons neer te leggen en de vergunning te weigeren.
Fijnstof 10. Er slaat zwarte stof neer op kozijnen en vensterbanken van de huidige woningen dicht naast het spoor. Zodanig dat sommige mensen de was niet meer buiten drogen. Zeker nadat er een spoorwegemplacement/rangeerterrein is gerealiseerd (zie ook boven). De in het rapport gebruikte meetpunten liggen erg ver weg van de plek waar de woning gepland is en/of er ligt een woning tussen. Zie onderstaande figuur 7.1. uit de ruimtelijke onderbouwing: Nieuwe metingen op de plaats van de beoogde woning zijn nodig om te bepalen of de grenswaarden worden overschreden. Antwoord: het uitgevoerde onderzoek voldoet aan de wettelijke richtlijnen. Het neerdalen van fijnstof op een bepaalde plek kan variëren door bijvoorbeeld de wind en andere omgevingsfactoren. Het is daarom lastig om altijd exact de juiste plek te kiezen waar de meeste overlast is. Een nieuw onderzoek is dan ook niet nodig.
pagina 6
11. De kavel grenst zo goed als aan het Natura 2000 gebied Broekvelden, Vettenbroek en Polder Stein dat onderdeel is van de Nederlandse Ecologische Hoofd Structuur/Natuur Netwerk Nederland. Er wordt zelfs overwogen om die hoofdstructuur naar het westen uit te breiden. Is het bouwplan wel met dit alles verenigbaar? Antwoord: Bij de impact van nieuwbouw op Natura2000 gebieden kijkt men tegenwoordig voornamelijk naar de stikstofdepositie. Op dit moment komt de woning niet binnen een zogenaamd effectgebied van een stikstofgevoelig gebied. Desondanks is er wel een stikstofberekening uitgevoerd voor zowel de bouw als het gebruik. Daaruit is naar voren gekomen dat er geen negatieve gevolgen zijn voor omliggende gebieden. Gemeente: 12. In het besluitdocument staat “gelezen het voorstel van 31 januari 2023”maar de toelichting is een document met als datum 4 april 2023. Dit is niet consistent. Antwoord: Het voorstel waar naar wordt verwezen is het collegevoorstel en raadsvoorstel en niet de ruimtelijke onderbouwing van het plan. Deze twee voorstellen zijn op 31 januari geschreven.
Opmerkingen/Vragen/Fouten:6 13. Datum in document “RO-RO-622.129.10-Totaal-ON03-2.pdf” tijdens de raadsvergadering van 17 mei 2023is22 februari 2023. Datum in document “t_NL.IMRO.0513.Achterwillens146-OV01.pdf” dat ter inzage ligt is “4 april 2023”. Wat zijn de verschillen? Antwoord: Het document dat ter inzage ligt is in een speciaal GML bestand aangeleverd maar is verder gelijk aan het document dat bij de raad is besproken. Het verschil in datum is te verklaren door het feit dat het GML bestand na de raad is opgesteld. 14. Er is nog geen antwoord gegeven op de vraag van dhr Talman van D66 wat een E-alert is. Antwoord: Dit is reeds intern afgedaan. Omdat deze vraag politiek intern was is het antwoord destijds niet met u medegedeeld. 15. ontwerpbeschikking-ontwerpbesluit-8-.pdfIn paragraaf 5.2. staat: a. �Losse vragen:1.“De Adviescommissie Omgevingskwaliteit heeft op 16 februari 2023, beoordeeld naar de criteria van de Welstandsnota, een positief advies over het plan gegevens. Wij hebben dit advies overgenomen. Het plan voldoet hiermee aan redelijke eisen van welstand” Kunnen we dit advies inzien? Antwoord: mits het verslag niet als vertrouwelijk is aangewezen zal dit met u gedeeld worden.
2.“Het is mogelijk om met toepassing van artikel 2.12 eerste lid, onder a, onder 3° van de Wabo af te wijken van de regels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.” Wat zijn de criteria voor een goede ruimtelijke ordening -zie ook weer onze inspreektekst tweede vergaderingcommissie Fysieke Leefomgeving.
pagina 7
Antwoord: Een goede ruimtelijke ordening is een ruim begrip. Kort samengevat betekent dit het volgende: - De functie is passend op de plek. Dus bijvoorbeeld geen zware industrie in een woonwijk maar wel weer Horeca en wonen gemengd in een centrumgebied. - Er zijn geen belemmeringen qua milieu, gezondheid en veiligheid. Hiervoor worden de diverse onderzoeken uitgevoerd zoals op het gebied van bodem, flora/fauna, akoestiek etc. - Er ontstaat geen hinder voor de omgeving. Denk aan de richtafstanden die gelden voor zware bedrijvigheid en richtlijnen voor geluid en verkeersintensiteit. - Het is planologisch passend (te maken). Iets moet volgens de wetgeving passen binnen een bestemmingsplan of daar anders in de toekomst gerealiseerd kunnen worden middels een vergunning of postzegelbestemmingsplan waarbij ook weer naar bovenstaande punten gekeken wordt. : 16. “De aanvraag, ontwerpverklaring van geen bedenking en het ontwerpbesluit met bijbehorende stukken worden vanaf 25 mei 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegd.” Dit is niet juist. Op 25 mei is het verkeerde (oude plan) ter inzage gelegd. Heeft dit implicaties op de beschikking van ODMH? Antwoord: Nee dit heeft geen invloed. Voor de definitieve verklaring van geen bedenkingen stelt de ODMH de definitieve beschikking op met daarin de correcte data.
pagina 8