CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Natuurtoets Gouda Harderwijkerweg 2-4

Raadsvergadering 11 december 2024, gemeente GoudaBij agendapunt: Harderwijkweg 2-4 , ontwerp omgevingsvergunning12.502 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan

projectnummer 0465666.100 definitief revisie 02 17 november 2022

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan projectnummer 0465666.100 definitief revisie 02 17 november 2022

Auteurs S.C.H.J. van Eijk

Opdrachtgever Gouda Harderwijkweg B.V. Arnhemse Bovenweg 35 3708 AA Zeist

Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus

De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

datum vrijgave 22-11-2022

beschrijving revisie 02 definitief

gecontroleerd S. Hammink

vrijgave J. Fuite

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer

1 2 2 3

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming

4

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4

Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Belangrijke weidevogelgebieden Bescherming van houtopstanden

4 4 5 5 6 6 7

3

Methodiek

8

3.1 3.2 3.3 3.4

Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject

8 8 9 9

4

Resultaten

10

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3

Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland Bescherming van houtopstanden

10 10 10 12 16 16 16 17 17

5

Toetsing

19

5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3

Toetsing effect op beschermde soorten Vogels Zoogdieren Uitvoerbaarheid in relatie tot beschermde soorten Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) Bescherming van houtopstanden

19 19 20 20 21 21 21 21

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

6

Bronnen Bijlagen

Bijlage 1: Wettelijk kader

Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd) Bron: Globespotter, 2020.

23

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

Conclusies en advies Gouda Harderwijkweg BV. is voornemens om ter plaatse van twee bestaande kantoorpanden aan de Harderwijkweg 2-4 twee nieuwe woontorens te realiseren. Deze ontwikkeling is echter in het huidige bestemmingplan niet toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets. Tevens is aangegeven of volgens de Nederlandse wetgeving vervolgstappen aan de orde zijn.

Conclusies: Beschermde gebieden In het plangebied is geen Natura 2000-gebied aanwezig. In de omgeving liggen wel Natura 2000gebieden. Mogelijk is sprake van een invloed op deze omliggende Natura 2000 gebieden door stikstofdepositie. Om hier duidelijkheid over te geven moet een nadere analyse met behulp van AERIUS worden gemaakt. Er bevindt zich geen NNN binnen het plangebied of binnen de invloedssfeer van het plan. Er is van directe en indirecte aantasting van de NNN dan ook geen sprake. Vanuit dit oogpunt zijn er voor NNN geen belemmeringen. Zie ook Tabel 0.1. Tabel 0.1. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.

Natura 2000

NNN

Aanwezig binnen de invloedssfeer?

Mogelijk

Nee

Effecten? Vereiste vervolgstappen aan de orde?

Mogelijk Berekening Aerius Afhankelijk van uitkomsten Aerius berekening

Nee Nee

Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?

Ja

Conclusies: Beschermde houtopstanden In het plangebied zijn geen middels de Wet natuurbescherming beschermde houtopstanden aanwezig. Het planvoornemen heeft daarmee geen effect op middels de Wet natuurbescherming beschermde houtopstanden.

Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Vleermuizen – mogelijk verblijfplaatsen en of vliegroute/foerageergebied; JRBN – twee nesten die mogelijk jaarrond beschermd zijn; Algemene broedvogels (zeer waarschijnlijk nestplaatsen). In Tabel 0.2 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is.

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

Tabel 0.2. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.

Soort (groep)

Essentieel leefgebied in plangebied?

Is er sprake van een overtreding?

Is een ontheffing noodzakelijk

Is het plan uitvoerbaar?

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Ja. Voorafgaand aan de sloop van is nader onderzoek noodzakelijk Bij aanwezigheid van vleermuizen is de verwachting dat een Wnb ontheffing verleend wordt met mitigerende maatregelen. (

Vleermuizen

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Bij aanwezigheid van JRBN is de verwachting dat een Wnb ontheffing verleend wordt met mitigerende maatregelen.

JRBN

Algemene broedvogels

Ja. Voorafgaand aan de sloop van is nader onderzoek noodzakelijk

Mogelijk

Nee, niet verstoren broedgeval

Nee

Ja, na maatregelen

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

Nesten, mogelijk jaarrond beschermd. Boom met holte, mogelijk vleermuisverblijf. Gebouw met mogelijk vleermuisverblijven. Mogelijk vliegroute/foerageergebied vleermuizen. Figuur 0.1. (Mogelijke) beschermde natuurwaarden in het plangebied (rood omkaderd) (Bron ondergrond: Cyclomedia).

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Gouda Harderwijkweg BV. is voornemens om ter plaatse van twee bestaande kantoorpanden aan de Harderwijkweg 2-4 twee nieuwe woontorens te realiseren. Dit voornemen is echter in het huidige bestemmingplan niet toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Ruimtelijke plannen, zoals een dergelijke bestemmingsplan, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven en wordt antwoord gegeven of het plan uitvoerbaar is. In Figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1. Ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron: Cyclomedia.

Blad 1 van 21

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

1.2

Planvoornemen Het voornemen is om de locatie waar de twee bestaande kantoorpanden Harderwijkweg 2-4 staan opnieuw te ontwikkelen. De panden worden gesloopt waarna twee woontorens met in totaal circa 120 woningen worden gerealiseerd. De omgeving van de torens wordt ingericht met benodigde wegen en parkeerplaatsen. Daarnaast wordt groen ontwikkeld. Bij de voorliggende toetsing wordt er van uit gegaan dat al het bestaande groen in het plangebied verwijderd wordt. Bij de verdere planuitwerking wordt gekeken of en welk groen behouden kan worden.

1.3

Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van het voorgenomen plan met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland; NNN) en het bepalen of het plan uitvoerbaar is. De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling geldt, dan wel een ontheffing of vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is en zo ja, of deze ontheffing of vergunning kan worden verleend, komt in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wet natuurbescherming. Echter, deze vragen zijn ook relevant voor het bestemmingsplan omdat in deze Natuurtoets wordt beoordeeld of ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan het op voorhand in redelijkheid duidelijk is dat de Wet natuurbescherming niet de uitvoerbaarheid van het plan in de weg zal staan. Het bestemmingsplan kan pas worden vastgesteld nadat uit een Natuurtoets duidelijk is geworden of voor de activiteiten die volgen uit deze vaststelling de mogelijkheid bestaat tot het verkrijgen van een ontheffing of vergunning.

De volgende onderzoeksvragen zijn van toepassing: • Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van het plan? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling die mogelijk gemaakt worden door het plan effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het plan uitvoerbaar en zijn, zo nodig, aanvullende voorwaarden in het plan aan de orde? • Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden (NNN en/of Natura 2000) voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een compensatieplan opgesteld te worden of zijn andere vervolgstappen aan de orde? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).

1.4

Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: • De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; • Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; • Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; • Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; • Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het plangebied; • Hoofdstuk 5 toetst het plan aan de Wet natuurbescherming en het NNN.

Blad 2 van 21

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.

2.1

Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). Per paragraaf worden tevens de beleidsregels van de provincie aangeduid die specifiek voor deze provincie (en derhalve voor voorliggend voornemen) van toepassing kunnen zijn.

2.2

Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten: categorie 1 t/m 5. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage).

Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.1 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten

Blad 3 van 21

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.5 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in artikel 3.10, bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B(1 en 2) en C van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren.

Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.10 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Het voorgaande geldt echter niet indien de soorten zijn vrijgesteld door het bevoegd gezag. Bij voorliggende toetsing is de provincie Zuid-Holland bevoegd gezag. In de provincie ZuidHolland zijn in tegenstelling tot de landelijke vrijgestelde soorten van artikel 3.10 onderdeel A (zie Regeling Natuurbescherming, Bijlage 13), de ondergrondse woelmuis en de tweekleurige bosspitsmuis niet vrijgesteld. De provincie heeft de vrijstellingslijst van het Rijk beoordeeld of de door het Rijk vrijgestelde soorten in aanmerking komen voor een provinciale vrijstelling. Zo is per soort gekeken naar o.a de verspreiding en talrijkheid van de soort in de provincie Zuid-Holland.

Hieruit blijkt dat de soorten ondergrondse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis (en molmuis), niet of nauwelijks voorkomen in Zuid-Holland zodat een provinciale vrijstelling voor die soorten niet opportuun is (Provincie Zuid-Holland, 2016). Voor deze soorten dient bij een overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 gewerkt te worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode of dient een ontheffing aangevraagd te worden. In de provincie geldt voor de overige landelijk vrijgestelde soorten, ook een vrijstelling. Voor deze soorten geldt enkel de zorgplicht.

2.3

Gebiedsbescherming

2.3.1

Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.

Blad 4 van 21

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

2.3.2

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit te realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk Nederland. Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Voor de natuurgebieden die behoren tot het NNN geldt het ‘nee, tenzij’-principe1. In de Omgevingsverordening van provincie Zuid-Holland (2019) zijn regels voor het NNN opgenomen in Artikel 2.5 en Artikel 6.24.

Het ‘nee, tenzij’-principe betekent dat nieuwe plannen en projecten niet zijn toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, tenzij daarmee een zwaarwegend belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. Het compensatiebeleid van provincie Zuid-Holland voor de gebieden die aangewezen zijn als NNN is vastgelegd in de beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap ZuidHolland (2013). Het regime ter bescherming van het NNN kent in de provincie Zuid-Holland geen externe werking. Dit houdt in dat alleen wanneer er binnen de grenzen van het NNN gewerkt wordt, de effecten beoordeeld en eventueel gecompenseerd dienen te worden. Effecten als gevolg van de activiteiten die ontstaan op NNN-gebieden die buiten de plangrenzen liggen (externe effecten), hoeven derhalve niet gecompenseerd te worden.

2.3.3

Belangrijke weidevogelgebieden De belangrijke weidevogelleefgebieden zijn verspreid over de provincie Zuid-Holland gelegen. Belangrijke weidevogelgebieden, gelegen buiten de NNN, zijn aangewezen vanwege de specifieke maatschappelijke verantwoordelijkheid voor deze karakteristieke en kwetsbare vogels, die mede de kwaliteit van het Zuid-Hollandse (veen)weidelandschap bepalen (Omgevingsverordening Zuid-Holland 2019). Voor zover een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in Artikel 1.1 van de Omgevingsverordening een significante fysieke aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van belangrijke weidevogelgebieden is het provinciale compensatiebeleid van toepassing zoals vastgelegd in de beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013).

1

Naast ‘de route’ van de Nee tenzij-afweging kan er sprake zijn van twee andere routes, namelijk een kleinschalig ontwikkeling of een NNN(EHS)-saldobenadering waarbij er geen onderbouwing aan de orde is van het dwingende belang en/of van alternatieven. Indien relevant wordt bekeken of deze van toepassing zijn voor het plan.

Blad 5 van 21

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

2.3.4

Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft invulling aan de bescherming van houtopstanden die tot aan 1 januari 2017 vielen onder bescherming van de Boswet. De bescherming is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wnb. De Provincie is het bevoegd gezag. De bescherming betreft de houtopstanden die zijn gelegen buiten de bebouwde kom Wnb en die een oppervlakte hebben van meer dan 1.000 m2 (0,1 hectare) of bestaan uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. De Wnb doet geen uitspraken over houtopstanden die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of met kleinere oppervlakte dan 1.000 m 2. Bescherming van dergelijke houtopstanden is een taak van de gemeentelijke overheid. De wet geldt niet voor: a) Houtopstanden op erven of in tuinen; b) Fruitbomen of windschermen om boomgaarden; c) Naaldbomen bedoeld als kerstbomen indien niet ouder dan 20 jaar; d) Kweekgoed; e) Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; f) Het dunnen van een houtopstand; g) Het uit populieren, wilgen, essen of elsen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van biomassa (onder specifieke voorwaarden). Voor houtopstanden groter dan 1.000 m2 is veelal sprake van overlap met de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

De mate van overlap kan per gemeente verschillen en is dus maatwerk. Toetsing aan de APV valt buiten de scope van de Natuurtoets. Voor houtopstanden die zijn beschermd in de Wnb geldt een meldingsplicht bij voorgenomen velling, en in principe tevens een herplantplicht. Herplant wordt in principe ter plekke ingevuld. Onder voorwaarden kan herplant ook elders worden gerealiseerd.

Blad 6 van 21

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

3

Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.

3.1

Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. 2.

3.2

Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.

Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het plangebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.

Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2015-2020 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied. Daarnaast zijn indien relevant ook regionale bronnen en atlassen gebruikt. Deze atlassen maken veelal gebruik van atlasblokken (5 x 5 kilometer). De soortgegevens hebben daarom betrekking op de regio en niet specifiek op het plangebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van EZK of provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het plangebied t.o.v. van het NNN is de provinciale website geraadpleegd.

Blad 7 van 21

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

3.3

Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 29-10-2020 is vanaf circa 10:00 uur een terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij bewolkt weer met een temperatuur van circa 12 °C. Tijdens het terreinbezoek is het plangebied te voet belopen. Aanvullend is op 28-09-2022 specifiek nog eens gekeken naar het voor komen van waterplanten in het plangebied.

3.4

Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is, of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.

Blad 8 van 21

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

4

Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNN in de omgeving van het plangebied aangegeven wordt.

4.1

Gebiedsbeschrijving Het plangebied is gelegen in de provincie Zuid Holland in de gemeente Gouda. Het gebied bevindt zich aan de Harderwijkerweg. Op dit moment staan twee kantoren in het gebied met parkeerplaatsen en omliggend groen in de vorm van struiken en grote bomen. Aan de oostkant van het plangebied ligt een waterpartij. Een impressie van het plangebied is weergegeven op Figuur 4.1.

Figuur 4.1. Impressie van het plangebied.

4.2

Beschermde soorten

4.2.1

Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en de nietvrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1.

Blad 9 van 21

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5 km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2015-2020/2021).

Soortgroep

Vogels met een jaarrond beschermd nest*

Zoogdieren

Amfibieën Reptielen Insecten - Dagvlinders Insecten - Libellen Vissen Planten Overige soortgroepen

Soort

JRB

Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote Gele Kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte Wouw Bever Boommarter Waterspitsmuis Steenmarter (2021) Vleermuizen** Rugstreeppad Ringslang Hazelworm Grote vos Gevlekte witsnuitlibel Groene glazenmaker Geen waarnemingen Schubvaren Platte schijfhoren

X X X

HR

A/B

X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X

*Categorie 5: de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek (paragraaf 4.2.2). **Vleermuizen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger.

Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het plangebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet.

Blad 10 van 21

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

4.2.2

Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Vogels Soorten met jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Het gaat om boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw. In het plangebied zijn geen nesten aangetroffen tijdens het terreinbezoek die mogelijk jaarrond beschermd zijn. Net buiten het plangebied zijn wel twee nesten aangetroffen die mogelijk van een soort kunnen zijn die een jaarrond beschermd nest heeft. De betreffende nesten zijn weergegeven op Figuur 4.2. De locaties van de nesten zijn weergegeven op Figuur 0.1. Soorten waar de nesten mogelijk van zijn: boomvalk, buizerd, havik, ransuil en de sperwer. Tijdens het terreinbezoek is bijvoorbeeld een buizerd boven het plangebied waargenomen. Zie Figuur 4.2.

Figuur 4.2. Lb en Rb: mogelijk jaarrond beschermde nesten net buiten het plangebied. Lo: waarneming buizerd boven plangebied tijdens terreinbezoek.

De gierzwaluw, grote gele kwikstaart, huismus, kerkuil, steenuil, slechtvalk zijn vogels die in of op gebouwen of bouwwerken broeden. Soms broeden ze in een nestkast. Er zijn geen aanwijzingen dat nesten van deze soorten in het plangebied aanwezig zijn. Er zijn geen geschikte ruimtes voor genoemde soorten in de gebouwen aanwezig. De gebouwen hebben platte daken zonder dakpannen. Daarnaast zijn de gebouwen te laag voor een soort als de slechtvalk.

Blad 11 van 21

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

De wespendief, zwarte wouw, ooievaar en roek zijn de resterende soorten die mogelijk verwacht worden. Een wespendief broed echter in uitgestrekte bossen vooral in naaldbomen. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een groter bos en de bomen betreffen loofbomen. De zwarte wouw is een zeer zeldzame broedvogel in Nederland en broedt in het oosten en zuiden van het land. Een nest van een ooievaar is goed herkenbaar door de grootte. De nesten in het plangebied zijn te klein voor de soort. De roek is een vogel die in kolonies broed. De nesten in het plangebied behoren niet te een kolonie. Daarmee kan niet uitgesloten worden dat direct grenzend aan het plangebied jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn van bijvoorbeeld boomvalk, buizerd, havik, ransuil en sperwer. Gevolgen van het plan op deze soorten wordt in Hoofdstuk 5 behandeld. Soorten met mogelijk een jaarrond beschermd nest (categorie 5) Daarnaast zijn er categorie 5-vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit laatste is op het plangebied niet van toepassing. Er zijn geen categorie 5 soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheden hebben in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen.

Algemene vogelsoorten (artikel 3.1) Het is aannemelijk dat in de delen van het plangebied waar opgaande beplanting staat sprake is van broedgevallen tijdens het broedseizoen. De begroeiing is op veel locaties geschikt als broedlocatie voor soorten als winterkoning, heggemus, mezen en lijsters. Zoogdieren Vleermuizen Bij het amoveren van bebouwing en het kappen van vooral oudere bomen dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. Gebouw bewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dak betimmering, achter boeiborden of op zolders. Boom bewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. In het voorliggende plangebied zijn in het gebouw aan de Harderwijkweg nummer 4 ruimtes, kieren en betimmeringen aanwezig die geschikt zijn als vaste rust- en verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen of die vleermuizen toegang bieden tot het gebouw. Voorbeeld van deze plekken op het gebouw zijn weergegeven op Figuur 4.3. Ook is op een van de vensterbanken van dit gebouw een vleermuiskeutel gevonden. In het plangebied staat ook een boom met daarin een holte die mogelijk geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen. Ook deze locatie is weergegeven op Figuur 4.3.

Daarnaast wordt het plangebied en of het groene gebied ten oosten van het plangebied mogelijk gebruikt als vliegroute/ foerageergebied door vleermuizen. Door deze aspecten zijn vleermuizen op basis van (veld)ervaring en kennis van de geschiktheid van de elementen voor vleermuizen, niet uit te sluiten van het plangebied. Gevolgen van het plan op deze soorten wordt in Hoofdstuk 5 behandeld.

Blad 12 van 21

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

Figuur 4.3. Lb: mogelijk ingang vleermuisverblijf. Rb: mogelijk ingang vleermuisverblijf. Lo: vleermuiskeutel op vensterbank gebouw. Ro: holte boom mogelijk ingang vleermuisverblijf.

Overige (land)zoogdieren De bever, boommarter en waterspitsmuis zijn volgens de bureaustudie waargenomen in de omgeving van het plangebied. Alle waarnemingen liggen echter op geruime afstand van het plangebied. Tijdens het terreinbezoek zijn geen sporen van bevers (burcht, knaagsporen) waargenomen in het plangebied en de omgeving. De waarnemingen van de bever komen uit een bosgebied / waterrijk gebied ten zuiden van het plangebied. Het is onwaarschijnlijk dat de bever gezien de grote hoeveelheid infrastructuur tussen het plangebied en de locatie waar de bevers gemeld zijn in het plangebied voor komt. De boommarter is een soort die leeft in bossen. In de omgeving van Gouda zijn slechts enkele waarnemingen (NDFF) bekend in de afgelopen jaren. De soort heeft dit deel van Nederland nog niet echt gekoloniseerd. De soort heeft zijn verblijfplaats met name in boomholtes. In het plangebied of de directe omgeving staan geen bomen waar een geschikte verblijfplaats van de boommarter zou kunnen zitten. Daarmee kan worden uitgesloten dat de boommarter in het plangebied voor komt. De waterspitsmuis is een bewoner van sterk begroeide oevers met heldere watergangen en veel watervegetatie. Dit biotoop komt in het plangebied niet voor, waardoor het kan worden uitgesloten dat de soort in het plangebied voorkomt.

In 2021 is een waarneming van een steenmarter in de omgeving van het plangebied gemeld in NDFF (op twee kilometer van het plangebied). Dit is de enige melding in de afgelopen tien jaar in de omgeving van Gouda. De steenmarter woont in of onder/bij gebouwen of in holle bomen. De gebouwen in het plangebied zijn ongeschikt als verblijfplaats voor de soort. Er zijn geen ruimtes in of onder de gebouwen aanwezig die geschikt kunnen zijn als verblijfplaats. Ook zijn geen

Blad 13 van 21

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

geschikte holle bomen aanwezig. Daarmee kan worden uitgesloten dat de soort in het plangebied voor komt. Reptielen Uit de bureaustudie blijkt dat de ringslang en hazelworm in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen. De waarneming van de hazelworm betreft één enkel exemplaar dat waarschijnlijk ontsnapt/uitgezet is. Gouda en omgeving behoren niet tot het natuurlijke verspreidingsgebied van de hazelworm. Daarmee kan worden uitgesloten dat de hazelworm in het plangebied voor komt. De ringslang is in het gebied ten oosten van het plangebied veelvuldig waargenomen (NDFF). De soort komt voor in waterrijke omgevingen, waarbij ook hoger gelegen gebieden aanwezig zijn om te kunnen overwinteren. De soort heeft broedhopen of rotte bomen nodig om zich voort te kunnen planten. Daarnaast is het essentieel dat de soort rustig kan zonnen. Het plangebied bestaat uit gebouwen, parkeerplaatsen en enkele beplantingsstroken. In het plangebied zijn geen broedhopen/rotte bomen aanwezig, waardoor geen geschikte plekken voor voortplanting aanwezig zijn. Het gehele plangebied ligt vrij laag ten opzichte van de grondwaterspiegel. In het gebied ten oosten van het plangebied zijn stukken die vele malen hoger liggen en daarmee veel geschikter zijn als overwinteringsplek voor de ringslang. De beplantingsstroken en het water in het plangebied ligt vrijwel geheel in de schaduw.

Plekken om rustig te zonnen ontbreken daarmee in het plangebied. Het gebied ten oosten van het plangebied heeft wel ideale eigenschappen om als leefgebied van de ringslang te fungeren. Daarmee kan worden uitgesloten dat de ringslang in het plangebied voor komt. Amfibieën De rugstreeppad is in de omgeving van het plangebied waargenomen volgens de bureaustudie. De soort komt voor in zandige gebieden met ondiepe watertjes. Het water in de directe omgeving van het plangebied is ongeschikt voor de soort omdat het te diep is. De rugstreeppad kan namelijk niet goed zwemmen. In het plangebied en de directe omgeving is daarnaast geen geschikt landbiotoop voor de soort aanwezig. Daarmee kan worden uitgesloten dat de rugstreeppad in het plangebied voor komt. Tijdens het terreinbezoek is het biotoop ook niet geschikt geacht voor andere zwaarder beschermde amfibiesoorten. Vissen In het plangebied en de omgeving zijn geen zwaarder beschermde vissoorten waargenomen volgens de bureaustudie. Het water in en grenzend aan het plangebied ligt grotendeels in de schaduw en bevat weinig waterplanten. Daarmee is het zeer onwaarschijnlijk dat zwaarder beschermde vissoorten in het plangebied voor komen. . Vlinders en libellen Uit de bureaustudie blijkt dat de grote vos, gevlekte witsnuitlibel en groene glazenmaker en de omgeving van het plangebied zijn waargenomen.

De gevlekte witsnuitlibel komt bij rijk begroeide wateren voor. Het water in het plangebied en de directe omgeving ligt grotendeels in de schaduw en er zijn beperkt waterplanten aanwezig. Krabbescheer welke essentieel is voor de groene glazenmaker ontbreekt. Daarmee vormt het plangebied geen geschikt leefgebied voor de gevlekte witsnuitlibel, de groene glazenmaker of andere beschermde libellensoorten. De grote vos is in de omgeving van het plangebied waargenomen volgens de bureaustudie. Deze vlinder zet zijn eitjes af op hoge vrijstaande bomen (iep en wilg). Deze ontbreken in het plangebied waardoor het onwaarschijnlijk is dat de soort in het plangebied voor komt.

Blad 14 van 21

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

Flora Tijdens het terreinbezoek zijn geen zwaarder beschermde planten waargenomen. De schubvaren die in de omgeving is waargenomen volgens de bureaustudie is ook niet waargenomen. Beschermde planten worden gezien de biotoop-specifieke eisen die die planten aan hun standplaats stellen, ook niet verwacht in het plangebied. Overige soortgroepen De platte schijfhoren is waargenomen in de omgeving van het plangebied volgens de bureaustudie. Deze soort komt voor in schone rijk begroeide wateren. Het water in het plangebied ligt grotendeels in de schaduw en bevat zeer weinig tot geen waterplanten. De bodem ligt vol met bladeren. Dit is op 28-09-2022 nogmaals beoordeeld (zie foto impressie beschaduwde ligging water en bodem in Figuur 4.4). Waterplanten ontbraken in het water in het plangebied zonder dat er sprake is geweest van recente schoning van het water. Het is daarmee uit te sluiten dat de soort in het plangebied voorkomt.

Figuur 4.4. Links: impressie beschaduwing water plangebied. Rechts: impressie bodem water in het plangebied (28-09-2022).

4.2.3

Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in Tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan.

Blad 15 van 21

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

Tabel 4.2. Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied.

Soort Vleermuizen

JRBN

Algemene broedvogels

Beschermingsregime

Artikel 3.5

Artikel 3.1

Artikel 3.1

4.3

Beschermde gebieden

4.3.1

Natura 2000-gebieden

Aanwezigheid

Mogelijk

Mogelijk

Waarschijnlijk

Toelichting

Verblijfplaatsen en of vliegroute/foerageergebied. Twee nesten net buiten plangebied die mogelijk jaarrond beschermd zijn. Beplanting en gebouwen geschikt als broedlocatie voor algemene broedvogels.

Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein ligt op circa 4,5 kilometer afstand ten oosten van het plangebied. De ligging van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000-gebied is weergeven op Figuur 4.5.

Figuur 4.5. Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied (arcering) (bron: pzh.maps.arcgis.com).

Blad 16 van 21

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

4.3.2

Natuurnetwerk Nederland In het plangebied is geen NNN-gebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied is op circa 1000 meter ten noorden van het plangebied gelegen. De ligging va het plangebied ten opzichte van NNN-gebied is weergeven op Figuur 4.6.

Weidevogelgebied NNN-gebied Figuur 4.6. Ligging plangebied (rode ovaal) ten opzichte van NNN-gebied (donkergroen) (bron: pzh.maps.arcgis.com).

4.3.3

Bescherming van houtopstanden De ligging van de bebouwde kom lijkt niet te zijn vastgesteld door de gemeente Gouda. In de bomenverordening van de gemeente wordt wel verwezen naar deze grens, maar wordt deze niet verder geduid (Gemeente Gouda 2013). Vaak hebben gemeenten de grens niet vastgesteld. De kenmerken van het plangebied en de ligging ten opzichte van de stedelijke kern bepalen vervolgens of het logisch is dat iets binnen of buiten de bebouwde kom Boswet ligt. Gezien de ligging van het plangebied binnen de bebouwde kom verkeerswet en het feit dat het plangebied binnen de stedelijke kern van Gouda ligt kan aangenomen dat het plangebied binnen de bebouwde kom Boswet ligt.

Blad 17 van 21

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

5

Toetsing In paragraaf 5.1 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.2 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het NNN-gebied en de Wet natuurbescherming (Wnb).

5.1

Toetsing effect op beschermde soorten

5.1.1

Vogels Jaarrond beschermde nesten Er is een aantal vogelsoorten waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en bij verwijdering van de broedplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Dit zijn de zogenoemde categorie 1-4-vogelsoorten (zie Bijlage 1). Het is niet uit te sluiten dat vaste rust- en verblijfplaatsen van roofvogels net buiten het plangebied aanwezig zijn. In bomen direct grenzend aan het plangebied zijn twee grote nesten aanwezig. Voor deze soorten geldt dat aantasting (fysiek of verstoring) niet zonder meer toegestaan is. Indien daadwerkelijk verblijfplaatsen van de soorten aanwezig zijn dan worden de beschermde verblijfplaatsen mogelijk verstoord en vernietigd. Dit is een overtreding van gestelde verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming (Artikel 3.1). Om de functie van het plangebied en tevens het effect van de plannen op deze eventueel aanwezige jaarrond beschermde nesten te kunnen bepalen, is een vervolgonderzoek naar het gebruik van de nesten noodzakelijk. Onderzoek jaarrond beschermd nesten Om inzichtelijk te krijgen of de nesten daadwerkelijk in gebruik zijn door vogels met een jaarrond beschermd nest, dient tijdens het broedseizoen (maart – juli) onderzoek te worden gedaan naar het gebruik van deze nesten.

Dit onderzoek moet worden uitgevoerd volgens de richtlijnen zoals beschreven in onder andere het kennisdocument buizerd en de SOVON BMP methode.

Algemene broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door werkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli2)) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wet Natuurbescherming aan de orde. Zo kunnen in het plangebied nesten gebouwd worden door (algemeen voorkomende) soorten met name in opgaande vegetatie). Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden 2

Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.

Blad 18 van 21

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

voor (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient vooraf aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een erkend ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied dan worden locatie specifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is.

5.1.2

Zoogdieren Vleermuizen Vleermuizen worden verwacht in het gebouw aan de Harderwijkweg nummer 4. Daarnaast is een boom met een holte die mogelijk geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen in het plangebied aanwezig. Vleermuizen zijn beschermde soorten en staan vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. In het kader van de Wet natuurbescherming is daarom een aantal verbodsbepalingen ten aanzien van vleermuizen neergelegd die in principe niet overtreden mag worden door onder andere een ruimtelijke ontwikkeling. Door de toekomstige sloop van het gebouw / kap van de boom is mogelijk sprake van het verstoren en aantasten van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen. Daarnaast worden (delen van) het plangebied mogelijk gebruikt als vliegroute en of foerageergebied door vleermuizen. Indien deze vliegroute en of foerageergebied essentieel is voor het functioneren van een verblijfplaats dan is deze ook beschermd. Indien daadwerkelijk beschermde delen van het leefgebied van vleermuizen aanwezig zijn in het plangebied, is dit afhankelijk van de ingreep (zonder aanvullende maatregelen) in overtreding met de wet. Een dergelijke aantasting, verstoring of vernietiging is in strijd met de Wet natuurbescherming.

Om bij de voorbereiding van de realisatie te bepalen of eventuele verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden, is inzicht noodzakelijk in het daadwerkelijke gebruik en de functie van het gebouw, de boom en het plangebied voor vleermuizen. Dit kan onderzocht worden aan de hand van het meest recente vleermuisprotocol, zijnde het vleermuisprotocol 2021 (Netwerk groene Bureau’s 2020). Nader onderzoek Het is niet uit te sluiten dat in het plangebied beschermde onderdelen van het leefgebied van vleermuizen aanwezig zijn. Het gaat om mogelijke verblijfplaatsen in het gebouw aan de Harderwijkweg nummer 4, een boom met een mogelijk geschikte holte en om mogelijk essentiële vliegroute/foerageergebied aan de oostkant van het plangebied. Daarom moet conform het vleermuisprotocol 2021 (Netwerk groene Bureau’s, 2020) onderzoek worden gedaan in de periode van mei t/m oktober.

5.1.3

Uitvoerbaarheid in relatie tot beschermde soorten Het kan op basis van de onderzoeken nodig zijn om verschillende soorten een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aan te vragen. In het kader van de bestemmingsplanprocedure waar voorliggende natuurtoets onderdeel van uit maakt is het nodig om iets te zeggen over de uitvoerbaarheid van het plan.

Blad 19 van 21

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

De uitvoerbaarheid wordt vanuit de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming bepaald door het al dan niet verkrijgen van een ontheffing. Op basis van de huidige informatie is het vanuit soortenbescherming aannemelijk dat een ontheffing verkregen kan worden, waardoor het plan zoals dat voor ligt uitvoerbaar wordt. Voor eventuele beschermde soorten in het plangebied kan een combinatie van mitigerende maatregelen en een fasering in tijd en ruimte er voor zorgen dat effecten op soorten minimaal zijn. Daarnaast is voor te verwachten soorten de gunstige staat van instandhouding niet in het geding.

5.2

Effecten op beschermde gebieden

5.2.1

Effecten op Natura 2000-gebieden Uit de bureaustudie blijkt dat op 4,5 kilometer afstand van het plangebied een Natura 2000gebied ligt. Alle Natura 2000-gebieden liggen daarmee op een afstand groter dan 4,5 kilometer waardoor de meeste verstoringseffecten zijn uit te sluiten. Enkel kan een effect ontstaan als gevolg van stikstofdepositie (stikstof via de lucht reikt verder dan alle andere storingsfactoren). Bij voorliggend planvoornemen is er zowel sprake van een realisatiefase als gebruiksfase. Er kan daardoor sprake zijn van zowel tijdelijke als permanente effecten. Voor de mogelijke effecten als gevolg van stikstofdepositie in de realisatie en gebruiksfase dient een AERIUS-berekening te worden uitgevoerd.

5.2.2

Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) Voor wat betreft de NNN is bij directe aantasting sprake van vervolgstappen, waaronder compensatie. Er bevindt zich geen NNN binnen het plangebied. Er is van directe aantasting van de NNN dan ook geen sprake. Vanuit dit oogpunt zijn er voor NNN geen belemmeringen. Het NNNbeleid staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

5.2.3

Bescherming van houtopstanden Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom houtopstanden. Daarmee vallen de houtopstanden niet onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Mogelijk is wel een beschermingsregime vanuit de gemeente Gouda aan de orde.

Blad 20 van 21

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

6

Bronnen Bos, F.G., Bosveld, M.A., Groenendijk, D.G., Van Swaay, C.A.M. & Wynhoff, I., 2006. De dagvlinders van Nederland - verspreiding en bescherming. Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EISNederland, in samenwerking met De Vlinderstichting, Wageningen. BIJ12, 2017. Kennisdocument gewone dwergvleermuis. BIJ12, 2017. Kennisdocument buizerd. Creemers, R.C.M. en Delft, J.J.C.W. van (RAVON) (redactie), 2009. De Amfibieën en Reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna Deel 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. Gemeente Gouda, 2013. Bomenverordening 2010. Limpens, H., Regelink, J., en Koelman, R. (2010). Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Arnhem. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009. Netwerk groene bureau’s, 2020. Vleermuisprotocol 2021. Overig: NDFF https://pzh.maps.arcgis.com/

Blad 21 van 21

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

Bijlagen

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

Bijlage 1: Wettelijk kader Een van de doelen van de Wnb is de bescherming van inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het plangebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde soorten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het ‘nee, tenzij’ – principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Hieronder wordt uitgelegd welke verbodsbepalingen gelden, welke vrijstellingen er gelden en op welke gronden ontheffingen kunnen worden aangevraagd.

Verbodsbepalingen soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die onder andere zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. In het tekstkader van deze Bijlage (zie volgende pagina) staan de artikelen uitgeschreven. Het gaat om de volgende drie categorieën: -

soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’), oftewel de Nationale soorten.

Voor soorten vallend onder bovenstaande beschermingsregimes geldt dat ze in principe niet (opzettelijk) gedood en verstoord mogen worden, ook verblijfplaatsen mogen niet vernietigd worden. Bij Vogelrichtlijnsoorten is opgenomen dat verstoring is toegestaan indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Dit geldt echter niet voor Habitatrichtlijnsoorten, inclusief bijlage I en II Bern en bijlage I Bonn (zie Tabel A van deze bijlage voor een uiteenzetting van soorten. Voor de ‘andere soorten’ geldt dat verstoring is toegestaan. Soorten die zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb (‘andere soorten’) zijn opgenomen in tabel B en C van deze Bijlage.

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda projectnummer 0465666.100 17 november 2022 revisie 02 Gouda Harderwijkweg B.V.

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikel 3.1, 3.5 en 3.10 Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1. 2. 3. 4. 5.

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1.

2. 3. 4. 5.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=2fbc2825-3d81-42c7-bc65-2aa6c7a9039a