CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

M GL Versterking participatie bij VN-verdrag Handicap - Lokale inclusie agenda.pdf

Raadsvergadering 23 februari 2022, gemeente GoudaBij agendapunt: M GL Versterking participatie bij VN-verdrag Handicap.docx1.669 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ï X \ M W /'jZ-iA A

Motie

AGENDAPUNT

Onderwerp: Versterking participatie bij implementatie VN-verdrag Handicap - CONCEPT 1.0 +TOELICHTING De raad van de gemeente Gouda in vergadering bijeen op 23 februari 2022 Constaterende dat: • Met het opstellen van de Lokale Inclusie Agenda LIA de gemeente Gouda een goed begin heeft gemaakt met de implementatie van het VN Verdrag voor mensen met een beperking (VN Verdrag Handicap) • De gemeente voor de totstandkoming van deze LIA met veel personen en organisaties contact heeft gezocht en hun input heeft verwerkt in deze LIA; • De LIA beperkte informatie geeft over met wie is gesproken, wat de input was en hoe die is verwerkt; • Dat hiermee de participatie de vorm kreeg van "raadplegen" (tweede trede in de participatieladder).

Overwegende dat: • Het VN-verdrag Handicap in artikel 4 lid 3 stelt dat de ervaring van mensen met een beperking en de daaruit ontwikkelde kennis leidend dient te zijn bij de totstandkoming en implementatie van het VN-verdrag en andere besluitvormingsprocessen die mensen met een beperking betreffen; « Het VN-verdrag Handicap overheden waaronder gemeenten verplicht om mensen met een beperking via hun representatieve organisaties actief en nauw te betrekken bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid dat op mensen met een beperking betrekking heeft; • Representatieve organisaties organisaties zijn vanmensen met een beperking: belangenorganisaties welke zijn geworteld in en toegewijd aan het VN-verdrag Handicap; e Dat het voor een substantiële bijdrage aan relevant beleid volgens de toezichthouder College voor de Rechten van de Mensen nodig is dat lokale representatieve organisaties een structurele adviespositie krijgen, dit in aanvulling op de bestaande (Wmo-)adviesorganen.

Verzoekt het college: • De uitvoering van concrete projecten van de LIA steeds tot stand te brengen in co-creatie met mensen met een beperking en hun representatieve organisaties (de vierde trede in de participatieladder); • In de beleidsontwikkeling in het kader van het VN-verdrag Handicap en bij ander gemeentelijk beleid dat direct of indirect hun positie raakt, een adviserende rol toe te kennen aan mensen met een beperking en hun representatieve organisaties (derde trede participatieladder), hetgeen in ieder geval betekent: o dat de gemeente hen in alle fasen van het beleidsproces vroegtijdig en intensief betrekt o dat de gemeente helder is over het kader voor de participatie (wat staat vast; wat is open voor nadere invulling) o dat de gemeente transparant is over de geleverde input, in de beleidsstukken hierop reflecteert en zorgt voor goede terugkoppeling aan de participanten; • In de volgende versie van de LIA (2023) verslag te doen van een verkenning naar de wijze waarop het adviesrecht van mensen met een (psychosociale, fysieke, verstandelijke, zintuiglijke) beperking en hun representatieve organisaties in afstemming met de bestaande Wmo raden in Gouda verder versterkt kan worden. en gaat over tot de orde van de dag. __________________________________________________________________

gemeente gouda

Ondertekening en naam:

Lenny Roelofs

Theresia Uittenbroek

TOELICHTING In de commissie Samenleving dd 16 feb verzochten enkele fracties om meer achtergrondinformatie over het College voor de Rechten van de Mens en hun suggesties voor versterking van de participatie van mensen met een beperking bij de beleidsontwikkeling. Ook was er het verzoek om concrete voorbeelden te noemen. In deze toelichting komt aan de orde: • ® • • •

De rol van het College bij de implementatie van het VN-verdrag Handicap Lokale structuren en procedures voor participatie Lokale praktijken bij opstellen LIA 5 tips voor versterking participatie in kader van VN-verdrag Korte beschrijving van de Participatieladder

De rol van het College bij de implementatie van het VN-verdrag Handicap Het College voor de rechten van de Mens is in Nederland de toezichthouder op de uitvoering van het VN-verdrag Handicap. De toezichthouder brengt jaarlijks een monitorrapportage uit over de implementatie van het verdrag en brengt daarbij zowel inspanningen als resultaten in beeld. De monitor van 2020 richt zich op Artikel 4, lid 3 van het VN-verdrag dat stelt dat de ervaring van mensen met een beperking en de daaruit ontwikkelde kennis leidend dient te zijn bij de totstandkoming en implementatie van het VN-verdrag en andere besluitvormingsprocessen die mensen met een beperking betreffen. Het VN-verdrag Handicap verplicht overheden waaronder gemeenten om mensen met een beperking via hun representatieve organisaties actief en nauw te betrekken bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid dat op hen betrekking heeft. Hoofdstuk 5 van de monitorrapportage 2020 is gewijd aan de participatie van mensen met beperking bij de totstandkoming van lokaal beleid. Zowel de kaders, structuren en processen komen aan bod als de praktijk. Hieronder enkele passages uit dat hoofdstuk. Waar in de tekstpassages "College" staat, gaat het om het College voor de Rechten van de Mens. De gemeenten die als voorbeeld worden opgevoerd, staan in de tekst vet gedrukt. In het brondocument staan referenties voor vrijwel alle voorbeelden.

Gemeentelijke structuren en procedures (Bron 1) "Op procedureel niveau stellen gemeenten veelal adviesraden in. Deze hebben verschillende vormen. Uit een onderzoek van de Landelijke Koepel Adviesraden Sociaal Domein en Movisie blijkt dat de helft (50,5%) van het totaal aantal raden aangeeft dat er evenveel leden in de adviesraad zitten met beleids- als ervaringsdeskundigheid. Een derde van de respondenten binnen dat onderzoek (32,2%) geeft aan meer beleidsdeskundigen in de raad te hebben en 17,2% van de raden heeft meer leden die ervaringsdeskundig zijn. Een groot deel (60,8%) van de respondenten geeft tegelijkertijd aan dat het hun grootste uitdaging is om de achterban te bereiken en signalen op te halen uit de samenleving. Het betrekken van de gebruikers in het sociaal domein en hun stem horen zijn dus niet altijd geborgd en blijft dan ook prioriteit vragen, zo concluderen de onderzoekers". "De inzet van ervaringsdeskundigheid en bijbehorende procedures en praktijken op gemeenteniveau kennen vele vormen. Een gemeente kan bijvoorbeeld een ervaringsdeskundige aanstellen om van binnenuit het belang en bewustzijn te bevorderen, zoals in de gemeente Huizen. In de gemeente Zaanstad is een ambtenaar benoemd als relatiemanager voor cliëntparticipatie. In overleg met cliënten in de adviesraad geeft deze per vraagstuk vorm aan inspraak van ________

pagina 2

ervaringsdeskundigen. Dat gebeurt in de vorm van thematische meedenkgroepen, inzet van losse meedenkers, ervaringsdeskundigen, cliëntondersteuners, een burgerplatform en belangenorganisaties. Waar soms continuïteit van beleidsparticipatie vorm krijgt door structureel ingebedde adviesraden, zoeken andere gemeenten ondersteuning van cliënt- en burgerparticipatie bij het beleidsproces in de breedte. Het verschil is dat een structureel ingebedde adviesraad standaard is opgenomen in het proces van het tot stand komen van beleid en over het algemeen beschikt over een vaste mate van ondersteuning." "Geïnterviewden hebben het College laten weten dat brede adviesraden, die dienst doen voor het hele sociale domein, de problematiek en rechten uit het VN-verdrag handicap vaak onvoldoende kennen om ook de belangen van mensen met een beperking goed te kunnen behartigen. Vaak bestaat er binnen gemeenten een zogeheten 'gehandicaptenplatform', maar dat heeft geen formele status. Adviezen van deze platforms kunnen buiten beschouwing gelaten worden door zowel adviesraden als gemeenten. Het College merkt op dat alternatieve manieren van organiseren zijn genoemd in de interviews, die in lijn zijn met de uitgangspunten geformuleerd in hoofdstuk 2 en het sociaal model dat aan het VNverdrag handicap ten grondslag ligt.

Zo wordt op sommige plekken de adviesraad omgevormd tot forum waar niet (alleen) beleidsstukken aan de orde komen, maar ook dieper en breder op beleidsvraagstukken kan worden ingegaan."p.42 Lokale praktijken bij opstellen LIA (Bron 1) De monitorrapportage geeft ook voorbeelden van het betrekken van ervaringsdeskundigen bij het opstellen van de LIA: "Zo is de inclusie agenda van de gemeente Almere door de gemeentelijke 'werkgroep VN-verdrag' opgesteld en uitgewerkt. In de werkgroep zitten naast ervaringsdeskundigen ook twee medewerkers van de gemeente. Ermelo heeft een poule van ervaringsdeskundigen en Krimpen aan de IJssel houdt open inclusietafels waarbij naast ervaringsdeskundigen ook ondernemers, scholen en andere relevante spelers in het sociale domein worden uitgenodigd. In Ermelo hebben ervaringsdeskundigen de website van de gemeente gescreend op toegankelijkheid en een training verzorgd aan handhavers en frontoffice medewerkers over niet-fysieke beperkingen. Daarbij ging het bijvoorbeeld om het niet onverwacht benaderen van personen met autisme. Een ander voorbeeld is het opstarten van inspraakgroepen bestaande uit ervaringsdeskundigen." p.44

5 tips voor versterking participatie in het kader van het VN-verdrag op lokaal niveau (Bron 2)

Tip 1: Duurzame verwevenheid in beleidscycli

Tip 2: Begin tijdig met het betrekken van mensen met een beperking en hun organisaties

Tip 3: Denk aan toegankelijkheid, terugkoppeling en diversiteit als je jouw overheidsonderdeel wilt laten voldoen aan het VN-verdrag

Tip 4: Structurele adviespositie voor representatieve organisaties Tip 5: Passende vergoeding

Participatieladder Gouda (Bron 3)

pagina 3

artikel 6 procedure participatie Ondanks het open en flexibele karakter van participatie dient omwille van de duidelijkheid hien.'oorookeen procedure te worden opgesteld. Deze dientin ieder geval onderwerp en belanghebbenden aan te geven, en voorzover in de fase van gedachtevorming al mogelijk is de overige elementen, zoals bedoeld in lid 3. De participatietreden maken deel uit van de participatieladder, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de mate waarin deelnemende partijen ruimte hebben om eigen visies en ideeën in te brengen en de mate van invloed die ze hebben op de beleidsvorming. trede 1 = informeren; hier is geen sprake van ruimte o f invloed. De gemeente geeft informatie o f voorlichting over beleid, maar betrekt burgers niet bij de beleidsvorming. trede 2 = raadplegen; hier raadpleegt de gemeente burgers en instellingen over beleid en luistert naar wat zij hierover te zeggen hebben. De gemeente hoeft de ingebrachte suggesties en ideeën echter niet te gebruiken. trede 3 = adviseren; hier vraagt de gemeente advies aan burgers en instellingen over beleid. De gemeente kan alleen goed gemotiveerd afwijken van een gegeven advies. trede 4 = coproduceren: hier wordt, zonodig binnen taakstellende kaders, bij de beleidsvorming samengewerkt tussen gemeente en burgers of instellingen.

trede 5 = meebeslissen: waar burgers meebeslissen over beleid is sprake van de grootst mogeiijke invloed. De ruimte en invloed, die aan participanten geboden wordt, is in de eerste trede het kleinst en in trede 5 het grootst. Het is niet altijd mogelijk een duidelijke grens tussen de treden te leggen. Er zijn in feite twee uitersten, informeren en meebeslissen.

pagina 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=a3da06a0-f4c7-4f7e-b016-896b86251667