KwaliteitORZiensw.pdf
Tekst van het document
KNNV afdeling Gouda e.o. secretariaat Palenstein 12 2804 GB Gouda
Gouda 25-04-2023 Aan de Cie. Fysieke Leefomgeving van de raad van Gouda (vergadering 26-04-2023) Zienswijze op Kwaliteit Openbare Ruimte: Nota en Leidraad In het plan (KOR) en in de aanvullende LIOR worden de ontwerpopgaven voor inrichJng en beheer van de openbare ruimte omvaLend en voldoende omschreven. Deze zienswijze wijst op enkele omissies in de sfeer van 1) voorkoming van wateroverlast 2) behouden van bomen 3) groen aan en op gebouwen 3) wandelen door het ‘Labyrint’ en 5) richtlijnen voor ontwerpopgaven. Posi;eve aandacht De Nota geeT een goede samenvaUng van gemeentelijk beleid. O.a. van de opgaven in het verlengde van de vergroening van de binnenstad. (Kleine omissie is de Verordening Fysieke Leefomgeving 2021.) Wij waarderen o.a.: • De analyse van de ruimtelijke structuur van de cultuurhistorische erfenis; • De aandacht voor de kleinere grachten van de binnenstad (o.a. MoLe en Spieringstraat); • De aandacht voor kleine stegen en pleinen, het zgn. Labyrint. Aanvullingen nodig Ad 1) Voorkomen wateroverlast Onder de noemer ‘klimaatrobuustheid’ wordt als doel geformuleerd “meer groen en minder verharding” en het “afwateren op de groen- en boomvakken” (KOR pag 35). In de bijlage wijst men op een zodanige inrichJng “dat water kan worden geborgen” (KOR pag 89).
Maar in de ‘basisprofielen’ voor diverse straten (KOR pag 47 e.v.) en in de richtlijnen voor ‘Rood’ (LIOR pag 9) staan geen aanwijzingen voor technieken van verharding en riolering met afwatering op groen. In de tekeningen van de profielen van straten zijn alleen ‘klassieke’ riolen te zien. In de prakJjk nemen we waar dat veel planten- en bomenvakken (ook de nieuwe) hoger dan de goot staan en in de zomer last hebben van verdroging. Deze vormgeving van verharding maakt een beheer van watergeven noodzakelijk. Het probleem van verdroging kan groter worden wanneer de nieuwe bomen in bijv. de ‘Linten’ in boombakken worden geplant. Ook in de details van verharding, vooral boomspiegels en ‘inpassing van boomvakken’ (LIOR pag 37) is niet te zien hoe de bomen van regenwater worden voorzien. Ook is niet duidelijk hoe hoog de nieuwe boomspiegels zijn. Aan de Gouwe en de Haven zijn er iniJaJeven voor grotere boomspiegels, maar voor een mooie en diverse onderbeplanJng is een hoge, maar waterdoorlatende inpassing nodig.
Ad 2) Behouden van bomen LIOR geeT geen richtlijnen voor het omgaan met bomen. Wel bevat de leidraad kaarten met de grooLe en de soort van bomen. Maar de achterliggende doelen van die kaarten ontbreken. (Zo is te veronderstellen dat de keuze van ‘grote’ bomen in brede straten - zoals de voormalige grachten - is gebaseerd op bestrijding van hiLestress.) Wat ontbreekt is de doelstelling van behoud van oude (vaak grote) bomen: klimaatadaptaJe (beter microklimaat) is belangrijk, maar er is meer: estheJek, leefaarheid en historisch erfgoed. De nota wijst op het belang van behoud van bomen op privéterrein (KOR pag 92). Maar dat geldt ook voor bomen in de openbare ruimte. We hebben ondervonden dat het behouden van een privé groene oase in de ‘Oorsprong’ van de binnenstad een probleem is. Een bezinning op beleidsinstrumenten van behoud van privégroen is dan ook nodig. Ad 3 Groen aan en op gebouwen De nota heeT in de basisprofielen en in de bijlage aandacht voor de overgang van publieke en private ruimte. Maar in de inspiraJe tekeningen komen geveltuinen (genoemd in KOR pag 93) volgens ons nog te weinig voor. Nog minder in de vorm van klimplanten, technisch geavanceerd ‘verJcaal groen’ en daktuinen, m.n. op grote gebouwen en parkeergarages. (NB De gemeente sJmuleert groene daken, maar niet groene gevels.) Voorbeelden van verJcaal groen kan men bijv.
in smalle straten en stegen op tekening laten zien. Geveltuinen komen er meestal op iniJaJef van bewoners. Bij projecten met nieuwe verharding zijn deze door de gemeente aan te leggen, uiteraard naar wens van de bewoners. Ad 4) Wandelen door het Labyrint De nota geeT een kaart van kleine stegen, zijlen, hoven en pleintjes (KOR pag. 27). Dit zijn inderdaad de haarvaten van de openbare ruimte. Maar juist in dit gebied is er spanning met privébelangen. Sommige formeel openbare stegen zijn afgesloten door hekken of door deuren in gebouwen. Wij pleiten ervoor om in het verlengde van de nota (KOR pag 43) een studie en plan op te nemen om het Labyrint voor wandelaars toegankelijker te maken (in ieder geval overdag) en bewoners te sJmuleren tot vergroening. Ad 5) Richtlijnen voor ontwerpopgave Het Kwaliteitsplan (KOR) interpreteren wij als nota met beleidsmaJge aanbevelingen voor inrichJng en beheer. De LIOR als richtlijn en inspiraJe voor vakmensen, zoals projectleiders en ontwerpers. Zo gezien kunnen de ‘voorbeelduitwerkingen’ (KOR pag 40) dienen als illustraJe voor poliJek en bewoners. Maar de ‘basisprofielen’ (pag 47 e.v.) als inspiraJe voor vakmensen horen in LIOR. De tekeningen zijn inspirerend, maar de leidraad dient doelen en afwegingen bij meerdere doelen explicieter te maken. Zo ontbreekt bijv. een besluithulp bij het afwegen van argumenten voor het behouden resp.
vervangen van bomen. Kunnen oude bomen worden gekapt ter vervanging door soorten die beter zijn voor biodiversiteit? Zulke redeneringen zijn nu al te maken op basis van bestaand groenbeleid. Een “strategie voor het bestaande en toekomsJge bomenbestand” (KOR pag 43) is alleen nodig voor een termijn van meer dan 10 jaar, waar bomen het eind van hun levenscyclus naderen. KNNV afdeling Gouda e.o. VoorziLer F.J. Kingma
Secretaris L.J. van der Hoek
Deskundige R.R.G. Schröder