KNNV afdeling Gouda aanbevelingen RES 1.0.pdf
Tekst van het document
KNNV (Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging) afdeling Gouda e.o. secretariaat: Palenstein 12, 2804 GB Gouda
Aan: Gemeenteraden van Midden-Holland Gouda, 7 mei 2021 Aanbevelingen RES 1.0 Midden-Holland 1) Ontwerpend onderzoek naar grote windturbines
De stuurgroep kiest ervoor om elektriciteit volledig op te wekken met zonnepanelen. Wel is zoekruimte aangewezen voor kleine windturbines bij boerenerven in vooral bebouwingslinten in veenweidegebieden. Voor grootschalige windprojecten ziet de stuurgroep onvoldoende draagvlak. Hierbij is op te merken: • •
•
•
Er is wel een maatschappelijk draagvlak voor grote windturbines bij snelwegen, zo blijkt uit het verslag van de participatie over o.a. het testbeeld energiewegen. Het opwekken van een aanzienlijke hoeveelheid wind is nodig voor een stabiel en efficiënt energiesysteem (zie ook reactie Milieufederatie https://milieufederatie.nl/nieuws/nmzh-maatschappelijke-partner-in-resmidden-holland/ ) De bestuurlijke keuze is strijdig met het beginsel van zuinig ruimtegebruik. Immers grote windturbines zijn zeer efficiënt met grondstoffen en ruimte. Volgens de analyse in de beleidsnota hebben de 11 turbines van 5,6 MW langs infrastructuur de potentie om 45% van taakstelling te vervullen. (Zon langs alle grote autowegen heeft een potentie van 38%.) Voor het vermogen van grote turbines zijn naar schatting honderden kleine windturbines nodig. Voordeel van geconcentreerde opwek van elektriciteit is dat het landschap elders niet wordt aangetast. Bij een verspreide aanpak is meer ruimtebeslag van landelijke gebieden nodig.
Aanbeveling aan de stuurgroep is niet af te wachten, maar actief aan de slag te gaan met de reserve zoekgebieden langs A12 en A20. Voer het komend jaar een ontwerpend onderzoek uit naar de exacte locaties van grote windturbines, rekening houdend met gevolgen voor bewoners, vogels en belevingswaarde. Onderzoek ook het maatschappelijk draagvlak.
2) Randvoorwaarden en ontwerpprincipes voor zon in agrarische gebieden en lintbebouwing
De stuurgroep kiest voor verspreide ontwikkeling van zon bij boerenerven en voor zonnevelden in agrarisch gebied, vooral in de veenweiden. In deze open landschappen is er het risico van verrommeling en aantasting van ruimtelijke kwaliteiten. De concrete aanwijzing van locaties in omgevingsbeleid dient gebaseerd op gezamenlijke (per deelregio) randvoorwaarden en ontwerpprincipes. In de landschappelijk en recreatief waardevolle veenweiden (Krimpenerwaard, Driebruggen en polders tussen Waddinxveen en Bodegraven) gaat het om ‘inpassing’ van grote en kleine zonneweiden. (De transitiegebieden in de droogmakerijen zijn minder gevoelig; daar gaat het om ‘transformatie’ en integrale gebiedsontwikkeling.) Elementen van ontwerprichtlijnen zijn: • • • •
Uitsluiting en afstand van waardevolle natuurlijke gebieden zoals broedgebieden van weidevogels en rustgebieden van watervogels (gebaseerd op biologisch onderzoek). Uitsluiting en afstand van recreatief belangrijke gebieden: wandel- en fietsroutes en zichtlijnen in extreem open landschappen (gebaseerd op landschapsonderzoek). Overige afstandscriteria wegens hinder (licht, geluid, schaduw) en veiligheid. Compenserende en verbeterende maatregelen in de sfeer van natuur- en landschapsbouw.
Dergelijke ontwerpprincipes gelden voor zowel zon als wind. Zonnevelden hebben waarschijnlijk minder gevolgen voor natuur, landschap en recreatie dan windturbines. Het ontwerpend onderzoek naar locaties voor zon zal dan ook minder ‘zwaar’ zijn dan dat naar grote windturbines. Een gezamenlijke aanpak van de gemeenten is wel nodig.
Frans Kingma
Lourien van der Hoek
Rob Schröder
voorzitter KNNV afd. Gouda e.o.
secretaris KNNV afd. Gouda e.o.
deskundige