Kaderbrief 2023 - gemeente GOUDA
Tekst van het document
Kaderbrief 2023
pagina 2
Inhoudsopgave Inleiding
4
Kaders meerjarenraming 2023 - 2026
4
Uitgangspunten voor de begroting 2023
4
Actueel financieel perspectief 2023 – 2026
5
1.
Een sluitende programmabegroting
5
2.
Voldoende reserves
5
3.
Stabiele schuldpositie
5
4.
Conclusies
6
5.
Kanttekeningen
6
Bijlage 1 : Maartbrief 2022 gemeentefonds
7
pagina 3
Inleiding Op grond van artikel 4. ‘Kaders begroting’ van de Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet van onze gemeente biedt het college jaarlijks aan de raad ter vaststelling een kadernota aan. De kadernota is een richtinggevend document met daarin de financiële kaders en de beleidsvoornemens voor de programmabegroting van het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. Met deze kaderbrief 2023 geeft het college richting aan de voorbereiding van de aankomende Programmabegroting 2023-2026. De kaderbrief 2023 is dit jaar bijzonder, die beperkter van opzet is dan normaal. Derhalve spreken we dit jaar van een kaderbrief in plaats van een kadernota. De beleidsvoornemens voor de komende collegeperiode zijn niet inhoudelijk in deze kaderbrief opgenomen. Deze beleidsvoornemens worden opgenomen in een nieuw Coalitieakkoord 2022-2026. Deze kaderbrief beperkt zich met name tot het weergeven van de financieel technische kaders. Daarmee kan deze kaderbrief worden gezien als het financiële fundament van het nieuwe Coalitieakkoord.
Kaders meerjarenraming 2023 - 2026 De basis van de meerjarenraming 2023-2026 wordt gevormd door: ▪ De Programmabegroting 2022-2025, 1e begrotingswijziging 2022-2025 en de voorliggende kaderbrief 2023. De circulaires over het gemeentefonds die tot en met september 2022 worden gepubliceerd, zullen worden verwerkt in de meerjarenraming 2023-2026. Dit wordt betrokken bij de besluitvorming rondom de begroting. Dit is ook van toepassing op de financiële afwijkingen op reguliere beleidsuitvoering tot en met juli 2022.
Uitgangspunten voor de begroting 2023 Naast de richtlijnen/ toetsingsaspecten van de toezichthouder1, de provincie, wordt voorgesteld een aantal uitgangspunten te hanteren als kaderstelling voor de programmabegroting 2023 - 2026. 1. De lokale woonlasten en de belastingen/heffingen worden voor het jaar 2023 geïndexeerd op basis van verwachte prijsontwikkeling; 2. Overige prijs- en loongevoelige budgetten worden geïndexeerd; 3. De prijs- en loonontwikkeling is conform meicirculaire 2022 (op aangeven van onze toezichthouder Provincie Zuid-Holland) en wordt bekostigd vanuit de rijksbijdragen (algemene uitkering); 4. Een gedegen meerjaren investeringsprogramma (CIP – concern investering plan), waarbij een stabiele schuldenpositie van belang is; 5. Conform de richtlijnen van de provincie (financieel toezicht) wordt in oktober 2022 een sluitende meerjarenbegroting aangeboden; 6. De bijstelling van de begrotingen 2023 van de verbonden partijen wordt verwerkt conform de vastgestelde (collegebesluit 16 november 2021) Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (FKGR) voor de begroting 2023 – dit betreft een toegestane prijsindexatie van 3,7% voor beloning werknemers en 2,5% voor netto materieel.
1 Binnen deze richtlijnen zijn er aangescherpte regels rondom incidenteel en structureel.
pagina 4
Actueel financieel perspectief 2023 – 2026 De huidige programmabegroting geeft een gunstiger financieel beeld dan afgelopen jaren. Er is zelfs enige financiële ruimte (structurele exploitatieruimte). Door een strak financieel beleid is de financiële positie van Gouda sterk verbeterd de afgelopen jaren. Dit ondanks de sterk stijgende kosten voor de jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning. Het behouden van een gezonde financiële positie vraagt om een aantal financiële uitgangspunten. Die hebben betrekking op de volgende invalshoeken: •een sluitende programmabegroting •voldoende reserves (gezonde weerstandsratio) •een stabiele schuldpositie, ook in relatie tot de voorgenomen meerjareninvesteringen
1. Een sluitende programmabegroting In de onderstaande tabel is het actueel financieel meerjarenperspectief weergegeven. Het startpunt hierbij is de vastgestelde programmabegroting 2022 – 2025. Na vaststelling van de begroting 2022 zijn er, behoudens de 4e begrotingswijziging in december 2021, geen raadsbesluiten genomen met een financieel effect op het meerjarig begrotingsresultaat (peildatum april 2022). Begrotingsresultaten x €1.000 ( - = nadeel / + = voordeel)
2023
2024
2025
2026
Primitieve begroting 2022-2025 Amendement begroting 2022 -2025 Vastgestelde begroting 2022 - 2025
1.684 -5 1.679
3.184 -5 3.179
4.196 -5 4.191
4.196 -5 4.191
Netto resultaat septembercirculaire 2021 (december 2021) Budgettaire wijzigingen 4e BW ( december 2021) Budgettaire wijzigingen 4e BW - CIP (december 2021) Actueel perspectief Kaderbrief 2023
3.345 -510 1.158 5.672
3.321 -199 415 6.716
3.879 -188 204 8.086
4.305 1.437 -4.204 5.729*
* In 2026 daalt het begrotingsresultaat onder andere door de toename van kapitaallasten (afschrijving en rente) gekoppeld aan de investeringen in maatschappelijke voorzieningen Westergouwe (totale omvang investering 2021 van € 49 miljoen )
Op 6 april jl.l is de maartbrief 2022 gemeentefonds gepubliceerd. Zie bijlage 1 van deze kaderbrief. Vanwege de vele onzekerheden zijn de effecten niet verwerkt in bovenstaande tabel.
2. Voldoende reserves Om in staat te zijn om de gevolgen van de risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt, wordt geadviseerd om een weerstandsratio aan te houden van minimaal 1,4. De weerstandsratio voor Gouda ultimo 1 januari 2022 is 2,42 en kwalificeert als uitstekend. In de onderstaande tabel is nog geen rekening gehouden met het definitieve saldo van de jaarrekening 2021, het saldo van de 4e BW 2021 is hierbij leidend geweest. Stand algemene reserve per 1 januari (bedragen x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Stand algemene reserve (o.b.v. 4e BW 2021)
38.042
38.514
44.186
50.901
Benodigd weerstandsvermogen
15.709
15.709
15.709
15.709
Ruimte bij een ratio van 1,4
16.049
16.521
22.193
28.908
3. Stabiele schuldpositie Het voortzetten van het gebruik van de schuldquote als monitorinstrument, waarbij gestreefd wordt naar een schuldquote van onder de 100% (VNG-norm). De schuldpositie is de afgelopen jaren sterk verbeterd. pagina 5
Dit blijkt uit de ontwikkeling van de netto schuldquote: In 2014 was de quote nog boven de 130%. De netto schuldquote is verder gedaald t.o.v. 2020 en ligt onder de VNG-norm. De VNG stelt dat als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, de gemeenteschuld hoog (oranje) is. Een netto schuldquote <90% betreft categorie A = groen.
4. Conclusies Door het verbeteren van de financiële gezondheid is er financiële ruimte ontstaan. Daarbij moeten de volgende opmerkingen worden geplaatst: • Nieuwe beleidsambities (als gevolg van maatschappelijke opgaven) betekenen ook aanvullende risico´s. Dat betekent dat het benodigd weerstandsvermogen hoger wordt dan in de bovenstaande tabel, terwijl het beschikbare weerstandsvermogen lager wordt (omdat nieuwe ambities ook vaak extra budget vragen). • Structurele uitgaven verlagen de beschikbare ruimte veel meer dan incidentele uitgaven • Uitgangspunt is dat de begroting structureel en reëel in evenwicht blijft
5. Kanttekeningen Bij het opstellen van deze Kaderbrief is stilgestaan bij de grotere onzekerheden. Overige risico’s monitoren we in onze weerstandsparagraaf. Maartbrief gemeentefonds Op 6 april is de maartbrief 2022 gemeentefonds gepubliceerd. De brief geeft een eerste beeld van de gevolgen voor de individuele gemeenten van de belangrijkste maatregelen uit het coalitieakkoord van het Rijk ten aanzien van het gemeentefonds. De maartbrief bevat een indicatie van (een deel van) de middelen die de komende jaren naar de gemeente komen, maar biedt geen zekerheid. Daarvoor moet worden gewacht tot de meicirculaire. Herverdeling gemeentefonds De maartbrief gemeentefonds is gebaseerd op het nieuwe verdeelmodel van het gemeentefonds. Het kabinet heeft besloten tot de invoering per 1 januari 2023. Voor Gouda pakt de herverdeling gunstig uit, zonder dat dat op dit moment in concrete bedragen kan worden vertaald. Kosten jeugdzorg De gemeentelijke financiën blijven onder druk staan door de stijgende uitgaven in het sociaal domein. Dit dwingt het nieuwe stadsbestuur om de sturing en grip op de kosten verder vast te houden. Corona De coronacrisis nog niet voorbij en lijkt een vast onderdeel te worden van onze samenleving. De gevolgen van corona blijven ook de komende jaren nog voelbaar. Dit betekent dat een structureel financieel Meerjarenbeleid nog belangrijker is geworden.
Scherp inzicht op de financiële situatie is nodig om op basis van scenario´s goede financiële keuzes te maken. Het belang van financiële weerbaarheid en wendbaarheid wordt nog belangrijker. Belastingcapaciteit/ lokale lasten De lokale lasten in Gouda zijn relatief hoog. In de ranglijst van totale woonlasten voor een meerpersoonshuishouden (Coelo 2022) staat Gouda op de 22e plaats van de gemeenten met hoge lokale woonlasten van Nederland. Ter vergelijk: in 2020 stond Gouda op de 8e plaats. Dit wordt vooral veroorzaakt door de hoge rioollasten. Borgstellingen Het aantal aanvragen voor borgstellingen is in 2021 gestegen. Dit levert risico’s op voor de gemeente. De gemeente heeft immers niet geheel grip op de wijze waarop een instelling tegemoet komt aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de borgstellingsovereenkomst. Dit vraagt om een goede monitoring van de borgstellingen en beoordeling van nieuwe borgstellingen.
pagina 6
Bijlage 1 : Maartbrief 2022 gemeentefonds Inleiding Op 6 april jl. is de maartbrief 2022 gepubliceerd. De brief geeft een eerste beeld van de gevolgen voor de individuele gemeenten van de belangrijkste maatregelen uit het coalitieakkoord van het Rijk ten aanzien van het gemeentefonds. In de maartbrief wordt ook een eerste indicatie gegeven van het bedrag dat individuele gemeenten ontvangen vanuit de € 679 miljoen ten behoeve van de eenmalige energietoeslag voor huishoudens met een laag inkomen. Verder gaat de brief in op het besluit van de fondsbeheerders om de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023 in te voeren. Belangrijkste resultaten 1) de maartbrief geeft op onderdelen een indicatie, geen zekerheid De maartbrief bevat een indicatie van (een deel van) de middelen die de komende jaren uit het gemeentefonds naar de gemeente komen. Voor een compleet en concreet beeld moet gewacht worden tot ten minste de meicirculaire van dit jaar. 2) effecten coalitieakkoord Rijk Op grond van de intensiveringen die het kabinet van plan is te gaan doen en het besluit tot het schrappen de opschalingskorting gemeentefonds tot en met 2025 geeft de maartbrief het volgende effect per inwoner van Gouda ten opzichte van de septembercirculaire 2021. Gouda Bedrag/inwoner Inwoners raming Totaal bedrag
2023 77 75.750 € 5,8 miljoen
2024 129 77.480 € 10,0 miljoen
2025 151 77.919 € 11,8 miljoen
2026 52 78.218 € 4,1 miljoen
Kanttekeningen ten aanzien van het inzetten van de berekende bedragen: - Het coalitieakkoord van het Rijk is een ‘ambitiedocument’. De ervaring leert dat die ambities niet worden gehaald. Dit werkt een-op-een door in het gemeentefonds via de trap-op-trap-af-systematiek. Een afslag van 25% op de berekende extra middelen is verdedigbaar. - De terugval in 2026 van de extra middelen per inwoner wordt deels veroorzaakt door het einde van het bevriezen van de opschalingskorting. Zodoende moeten de gezamenlijke gemeenten een verlaging van het gemeentefonds van € 1 miljard zien op te vangen. - Gemeenten zullen buiten het gemeentefonds om extra middelen ontvangen voor bijvoorbeeld klimaat, ontsluiten nieuwbouwwoningen en stikstof. - In de maartbrief wordt slechts gemeld dat nog middelen beschikbaar zullen komen voor de jeugdzorg. Elke nadere duiding ontbreekt. - Er is onzekerheid over het effect van de (oplopende) inflatie. De dekking hiervoor moet de gemeente immers vinden binnen het accres; het gaat daarbij wellicht om percentages die richting 5% gaan (met structurele doorwerking). Van bruto naar netto: Gouda 2023 Bruto bedrag € 5,8 miljoen Inflatie 5% -€ 0,3 miljoen Niet benut 25% -€ 1,5 miljoen Netto bedrag € 4,0 miljoen
2024 € 10,0 miljoen -€ 0,5 miljoen -€ 2,5 miljoen € 7,0 miljoen
2025 € 11,8 miljoen -€ 0,6 miljoen -€ 3,0 miljoen € 8,2 miljoen
2026 € 4,1 miljoen -€ 0,2 miljoen -€ 1,0 miljoen € 2,9 miljoen
3) energietoeslag Voor de eenmalige tegemoetkoming van lage huishoudens voor gestegen energieprijzen is een aanpassing van de Participatiewet noodzakelijk en inmiddels in procedure. Landelijk is € 679 miljoen beschikbaar. Naar verwachting en onder voorbehoud krijgt Gouda daarvan € 3,0 miljoen. 4) invoering nieuwe verdeling per 1 januari 2023 Het kabinet het besloten tot invoering van het nieuwe verdeelmodel per 1 januari aanstaande. De minister geeft aan dat hij de adviezen van de ROB en de VNG heeft gevolgd met uitzondering van het advies van de ROB om enkele onderzoeken te doen voorafgaand aan de invoering. De minister wil in overleg met ROB en VNG komen tot een onderzoeksagenda. Aangezien het huidige verdeelmodel echter niet meer voldoet en het nieuwe model een verbetering is, heeft het kabinet besloten tot invoering over te gaan. pagina 7