K 20210506 Advies Bossard
Tekst van het document
Bezwaarschriften
Advies aan burgemeester en wethouders
commissie Gouda
afdeling
telefoon
gouda
cja
6 mei 2021
contactpersoon
uw kenmerk
B. van Ginkel
-
zaaknum m er
109411
onderwerp
verzonden
Advies bezwaarschrift
6 mei 2021
bezwaarschrift van:
bestreden besluit:
uw besluit verzonden op 17 augustus 2020, tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het kappen van zes bomen op het perceel kadastraal bekend als GDA01 K 7946 aan het _________________________________________Gloriantplantsoen in Gouda__________________ I. de feiten Op 3 maart 2020 zijn bewoners van het Gloriantplantsoen tijdens een inloopavond geïnformeerd over de ophoging en herinrichting van de openbare ruimte. De inloopavond had als doel informatie op te halen over wat de bewoners van het Gloriantplantsoen belangrijk vinden ter verbetering van de inrichting van de openbare ruimte. Het college heeft een schetsontwerp gepresenteerd om bewoners een beeld te geven van hoe de nieuwe inrichting eruit zou kunnen zien. Op 5 augustus 2020 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen voor het kappen van zes bomen aan het Gloriantplantsoen in Gouda. Deze bomen bevinden zich binnen een projectgebied waar ophoogwerkzaamheden gaan plaatsvinden. Op 11 augustus 2020 is van de aanvraag kennis gegeven in het elektronisch gemeenteblad van de gemeente Gouda. Bij besluit van 17 augustus 2020, verzonden op 17 augustus 2020, (hierna: het bestreden besluit) heeft uw college de gevraagde omgevingsvergunning voor het kappen van zes bomen verleend.
In de overwegingen van het bestreden besluit is aangegeven “het belang van de aanvrager bij het vellen van de bomen is daarin gelegen dat de bomen zich bevinden in een projectgebied waar ophoogwerkzaamheden gaan plaatsvinden. De bomen zullen deze ophoogwerkzaamheden niet overleven.” Dit blijkt uit de Bomen Effect Rapportage (BER) van Treevision van 25 maart 2020
gemeente gouda
(BER022020001). In de voorschriften bij de omgevingsvergunning is aangegeven dat door of namens de vergunninghoud(st)er of zakelijk gerechtigde binnen zes maanden na het (doen) vellen, zes bomen van passende grootte worden herplant, waarbij zorggedragen wordt voor een optimale groeiplaats. Op 18 augustus 2020 heeft bezwaarmaker een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag. Op 24 augustus 2020 heeft bezwaarmaker bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit. Op 27 augustus 2020 heeft bezwaarmaker het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening ingetrokken. Door uw college is toegezegd dat het kappen van de bomen zal worden uitgesteld totdat op het bezwaarschrift is beslist. Op 5 november 2020 heeft de commissie dit bezwaarschrift inhoudelijk behandeld. Een verslag van die zitting is opgenomen in bijlage 1 bij dit advies. Tijdens die zitting is door bezwaarmaker een alternatief plan overgelegd waarmee de te kappen platanen met boomnummers 23, 24 en 25 zouden kunnen worden behouden. In het kader van het onderzoek naar dit plan, de haalbaarheid en de uitvoering daarvan, is de behandeling van het bezwaarschrift tot nader orde aangehouden. Van deze aanhouding is door de commissie een aanhoudingsadvies opgesteld die naar bezwaarmaker en uw college is gestuurd.
In de memo aan de gemeenteraad van 26 januari 2021 (dossiernummer 4714) is het volgende aangegeven: Uit analyse blijkt dat het alternatief technisch haalbaar is. Wel heeft het alternatief de volgende consequenties: • 4 parkeerplaatsen minder dan in de huidige situatie; • meer verharding om bij de parkeerplaatsen te komen en daardoor 60 m2 minder groen; • 300 m2 minder oppervlakte voor speeltoestellen (alle speeltoestellen blijven behouden, maar komen dichter op elkaar); • voetballen en basketballen tussen de flats in; • 2 bomen minder in de boombalans ten opzichte van basisplan. 4 extra bomen ten opzichte van het huidig aantal; • Behoud van 3 platanen; • Meerkosten voorbereiding en uitvoering ca. € 60.000,- en goedkeuring van de gemeenteraad nodig; • Projectvertraging van ca. 6 maanden. • De komende jaren meer onderhoud vanwege hogere zettingsverwachting in het uitbreidingsgebied van de parkeerplaatsen. Deze grond is immers nog niet intensief belast door verkeer. Gezien de impact voor de openbare ruimte door het verkleinen van de ruimte voor speelvoorzieningen, waar kinderen geen achtertuin hebben en aangewezen zijn op de publieke voorzieningen, vermindering van parkeerplaatsen, het per saldo terugbrengen van het areaal groen en de meerkosten van deze planaanpassing in financieel lastige tijden vanwege de coronapandemie is besloten het basisontwerp aan te houden.
Om aan de impact van de te kappen platanen tegemoet te komen, plant het college 12 bomen terug. Het totaal aantal bomen neemt dan toe van 44 naar 50 bomen. Voor de plantmaat van deze bomen kiest het college een zo groot mogelijke boom, zodat het huidige beeld sneller hersteld gaat worden. Op 26 maart 2021 heeft bezwaarmaker bij e-mail de volgende nadere stukken toegezonden: • krantenbericht • een mapje raadsmemo met daarin 1) de raadsmemo met stukken gearceerd; 2) bijgaand tekst document waarin nader wordt ingegaan op de raadsmemo die Hilde Niezen verstuurde een dag voorde raadsvergadering van 27 januari 2021 waar toen een motie op is gekomen waarna de wethouder toezeggingen deed. 3) https://gouda.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/lndex/64017d03-52a1-4556-92050da9bff8eb1b= linkje naarde betreffende raadsvergadering 4) drietal tekeningen, een van de schetsen van belanghebbenden tegen de bomenkap, het alternatieve plan zoals getekend door de gemeente en het originele plan waarop nu wordt teruggegrepen. Waarbij aantoonbaar is dat de beweringen dat het alternatieve plan ten koste zou gaan van groen en parkeerplek onjuist zijn.
•
een mapje Bomen&spelen. Daarin staan voorbeelden van slechts 2 speeltuinen in Gouda er zijn er meer waar spelen en bomen samengaan. een mapje Parkeren en bomen: een voorbeeld van een onlangs aangebracht bepaald soort verharding onder platanen in Gouda Gravestein waar zelfs auto's op parkeren. Dit om aan te tonen dat er wel degelijk goedkope mogelijkheden zijn die nog niet onderzocht zijn. een mapje telefoongesprek met tijdsaanduiding van de genoemde relevante citaten var, en geluidsopname bijgesloten telefoongesprek. Dit gesprek vond een dag voor de eerste zitting van de bezwaarcommissie plaats.
•
•
In de schriftelijke toelichting op die stukken heeft bezwaarmaker het volgende aangegeven: Na de hoorzitting is informeel nagepraat met vertegenwoordigers van het college en zijn opties voor inspraak van bewoners besproken; - ondanks de toezegging tijdens de hoorzitting heeft geen inspraakmoment voor bewoners plaatsgevonden voor half december 2020; - op 27 januari 2091 h ^ f t een ZOOM-meeting plaatsgevonden tussen bezwaarmaker -
op 27 januari 2021 vond in de gemeenteraad de behandeling van de memo aan de gemeenteraad plaats waarin het college aangeeft terug te grijpen op het oorspronkelijke plan.
Op 8 april 2021 heeft een tweede hoorzitting plaatsgevonden. Een verslag van die zitting is opgenomen in bijlage 2 bij dit advies. Op 9 april 2021 heeft het college bij e-mail nadere stukken toegezonden (opgenomen in bijlage 3 bij dit advies): Een memo van 7 januari 2021 van Civiel Totaal B.V. met daarin de voor- en nadelen van het (basis)ontwerpplan en alternatief plan A (dat is opgesteld aan de hand van het plan van bezwaarmaker); - een raming voor het (basis)ontwerpplan; een raming voor alternatief plan A; - de profielen van het (basis)ontwerpplan en alternatief plan A; - tekening (basis)ontwerpplan; - tekening alternatief plan A. Op 18 april 2021 heeft bezwaarmaker bij e-mail gereageerd op de nadere stukken (opgenomen in bijlage 4 bij dit advies) met een vergelijking tussen de twee plannen voor wat betreft: - groenoppervlakte: die is groter in het alternatieve plan; - speelplek: in beide plannen is gekozen voor een verhard voetbal- en basketbalveld in plaats van (kunst)gras; in beide plannen wordt de speelplek kleiner en wordt het voetbalveld gescheiden van het basketbalveld; parkeerplaatsen: er zijn 85 parkeerplaatsen omdat er ook op officieuze plaatsen kan worden geparkeerd (links van de bomenrij). Bezwaarmaker benadrukt het belang van een boomsparend beleid, ongeacht de uitkomst van deze bezwaarprocedure.
Op 19 april 2021 heeft de commissie aan uw college gevraagd de vragen te beantwoorden die bezwaarmaker heeft gesteld in haar reactie op 18 april 2021. Uw college heeft de vragen bij e-mail beantwoord op 29 april 2021. Die beantwoording behoeft in dit advies geen verdere bespreking van de commissie.
II. toepasselijke regels Artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo): Voorzover ingevolge een bepaling in een provinciale of gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist om houtopstand te vellen ofte doen vellen, geldt een zodanige bepaling als een verbod om een project voor zover dat geheel of gedeeltelijk uit die activiteiten bestaat, uit te voeren zonder omgevingsvergunning.
pagina 3
Tijdens de bezwaarprocedure is de Bomenverordening 2010, die ten grondslag ligt aan het bestreden besluit, gewijzigd en hernoemd (Subsidieverordening monumentale bomen) met ingang van 1 januari 2021. De artikelen 1 tot en met 9 en 15 van de Bomenverordening 2010 zijn komen te vervallen. Op 1 januari 2021 is de Verordening fysieke leefomgeving Gouda (hierna: Verordening) in werking is getreden. Deze verordening vervangt in “Afdeling 3.7 Houtopstanden" de artikelen 1 tot en met 9 en 15 van de Bomenverordening 2010. Volgens artikel 7.2 (Overgangsbepalingen), eerste lid, van de Verordening worden besluiten genomen bij of krachtens de in artikel 7.1 genoemde regels (waaronder artikelen 1 tot en met 9 en 15 van de Bomenverordening 2010) aangemerkt als omgevingsvergunningen genomen krachtens deze verordening. Volgens artikel 7.2 (Overgangsbepalingen), vijfde lid, van de Verordening wordt op bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten genomen bij of krachtens de in artikel 7.1 genoemde regels beslist met inachtneming van deze verordening. Artikel 3.94 (Toepassingsbereik) van de Verordening: Deze afdeling is van toepassing op het vellen van houtopstanden. Artikel 3.95 (Oogmerken) van de Verordening: De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. Natuur- en milieuwaarden; b. Landschappelijke waarden; c. Cultuurhistorische waarden; d. waarden van stads- en dorpsschoon e.
waarden voor recreatie en leefbaarheid Volgens artikel 3.96 (Omgevingsvergunning kappen), eerste lid, van de Verordening is het verboden om een houtopstand te vellen of te doen vellen zonder een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag. Artikel 3.97 (Beoordelingsregels) van de Verordening: 1. Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien de belangen van verlening opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand op basis van één of meer van oogmerken van artikel 3.95. (...)
4.
Het college kan bij het onder voorschriften verlenen van de vergunning de in het eerste lid genoemde waarden als motivering hanteren. Het college verwijst bij de beslissing op een aanvraag zoveel mogelijk naar gemeentelijke bestemmings-, groen-, bomen- of landschapsplannen.
Artikel 3.99 (Voorschriften en beperkingen) van de Verordening: 1. Aan een omgevingsvergunning, op basis van deze afdeling, kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Tot deze voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. 2. In het geval een voorschrift als bedoeld in het eerste lid aan de vergunning wordt verbonden, moet herplant die binnen driejaar na het herplanten niet aanslaat, worden vervangen. 3. Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan tot de aan een omgevingsvergunning tot vellen te verbinden voorschriften behoren het voorschrift dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden. De hoogte van de geldelijke bijdrage wordt berekend op basis van de herplantwaarde. Voor deze bijdrage zullen vervangende bomen op een andere locatie binnen de gemeente worden geplant. De bijdrage kan ook worden gebruikt voor het toepassen van een zwaardere plantmaat bij het vervangen van bomen op een andere locatie binnen de gemeente. 4. Tot aan de omgevingsvergunning tot vellen te verbinden voorschriften kan het voorschrift behoren dat: a.
pas tot het vellen van de houtopstand mag worden overgegaan als de termijn om, tegen andere, concreet te benoemen, vergunningen of ruimtelijke besluiten, bezwaar te maken of beroep in te stellen ongebruikt is verstreken of, indien binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, dat verzoek is afgewezen en dat bij
pagina 4
b.
toewijzing van het verzoek om voorlopige voorziening pas tot vellen van de houtopstand mag worden overgegaan als op het bezwaar of beroep is beslist; de omgevingsvergunning tot vellen vervalt als andere, concreet te benoemen, vergunningen of ruimtelijke besluiten, zijn vernietigd, ingetrokken of alsnog zijn geweigerd.
De bomen zijn gelegen op gronden waaraan in bestemmingsplan “Noord”, door de gemeenteraad vastgesteld op 27 januari 2010, de enkelbestemming Verkeer-Verblijf is toegekend. Volgens artikel 20.1, Bestemmingsomschrijving, aanhef en onder f, van dit bestemmingsplan, zijn gronden met deze bestemming onder meer bestemd voor groenvoorzieningen. In de Structuun/isie Groen, Beleidsregels behoud, aanleg en compensatie van (openbaar) groen, door de gemeenteraad vastgesteld op 6 maart 2019, staan in hoofdstuk 2 vijf beleidsregels die gelden bij planontwikkelingen. In dit hoofdstuk zijn “Plantontwikkelingen” als volgt gedefinieerd: ontwikkelingen waarvoor een omgevingsvergunning met activiteit bouwen nodig is, met een minimum bouwsom van € 100.000,-- per plan.
III. overwegingen van de commissie a. ontvankelijkheid Het bezwaarschrift voldoet aan de eisen van de Algemene wet bestuursrecht en is binnen de voorgeschreven termijn - binnen zes weken na de dag van bekendmaking van het besluit - ingediend, zodat het bezwaarschrift ontvankelijk is. b. inhoudelijke beoordeling van het besluit en het bezwaarschrift Gronden van bezwaar In het bezwaarschrift is samengevat het volgende aangevoerd door bezwaarmaker. 1.
Bezwaarmaker verwijst naar de toelichting bij artikel 3, eerste lid, van de Bomenverordening 2010 Gouda en stelt daarbij dat: de platanen met boomnummers 23, 24 en 25 ouder zijn dan 20 jaar, in goede conditie zijn en onmisbaar zijn voormens en dier. De bomen zorgen namelijk voor woonplezier, woongenot en schaduw; deze boomnummers beeldbepalend zijn en noodzakelijk als onderdeel voor optimale totaalbeleving van de openbare ruimte op het Gloriantplantsoen; de bomen op een plein staan; de waarde voor recreatie en leefbaarheid aantoonbaar is gelet op de plattegrond van Treevision. 2. Bezwaarmaker verwijst naar hoofdstuk 1 en 2 (eerste en tweede beleidsregel) van de Structuurvisie Groen en stelt daarbij dat het vellen van de bomen ingaat tegen de visie van de gemeente Gouda en geeft aan dat: de oppervlakte van bestaand openbaar groen gelijk dient te blijven. Door de huidige plantmaat zal er geen compensatie of behoud van die oppervlakte zijn; bij planontwikkelingen 15% van het totale projectgebied openbaar groen dient te worden. Voor bezwaarmaker is onduidelijk of aan die regel wordt voldaan. 3. Bezwaarmaker verwijst naar figuur 3.1 Structuurvisie kaart van de Structuurvisie Groen waaruit blijkt dat zonder de bomenkap het Gloriantplantsoen al te kampen heeft met hittestress. 4.
Bezwaarmaker verwijst naar hoofdstuk 3 van de Structuurvisie Groen en geeft aan dat: Gloriantplantsoen valt onder de vermelde wijken. Met het kappen van de bomen vindt geen uitbreiding maar inkrimping plaats van openbaar groen; gelet op de visie op behoud en uitbreiding van groen hiervoor nieuwe toetsingscriteria moeten worden vastgesteld. Aan Treevision is de retorische vraag gesteld of de bomen een ophoging kunnen overleven. Ze geeft aan dat er beproefde methodes zijn om bomen voor te bereiden op een ophoging. Aan Treevision is niet de hoe-vraag gesteld: hoe kunnen we ophogen en het behoud van gezonde bomen samen laten gaan? - zij tijdens de bewonersavond zelfvragen moest stellen over de op de plantekening verdwenen bomen terwijl Treevision nog geen advies had gegeven.
pagina 5
5.
Bezwaarmaker stelt dat duidelijkheid of inspraak over de eventueel terug te plaatsen bomen is uitgebleven. 6. Bezwaarmaker verwijst naar de raadsmemo tevens Evaluatie Groen Structuur Plan (GSP) van 2 januari 2017 en stelt dat er een financieel gewin is bij kappen van bomen met het verkopen of verhuren van snippergroen. 7. Bezwaarmaker stelt dat er veel beproefde methodes zijn waarbij ophoging en behoud van bomen samengaan. Deze zouden kunnen worden neergelegd in een boombehoudend beleid. Ze verwijst naar vier adviezen waarin de hoe-vraag wordt beantwoord voor het Gloriantplantsoen. Die adviezen heeft zij eerder gedeeld met het college. In aanvulling daarop verwijst zij naar een schrijven van Verkleij Boomverzorging. 8. Bezwaarmaker verwijst naar het Coalitieakkoord 2018-2022 en de daarin vermelde doelen voor klimaatadaptatie en groen. 9. Bezwaarmaker geeft aan dat bewoners en omwonenden van het Gloriantplantsoen zich niet gehoord voelen door het gemeentebestuur. 10. Bezwaarmaker vraagt om een nieuw plan met bij voorkeur een speelplek onder de bomen in het centrale deel van het Gloriantplantsoen, zodat in ieder geval de platanen met boomnummer 23, 24 en 25 kunnen worden behouden. 11. De verantwoordelijkheid van groenbehoud feitelijk uitbesteden aan derden via de Groenfondsconstructie lijkt vooralsnog niet het gewenste resultaat op te leveren volgens bezwaarmaker.
Het aanleggen van groen binnen de stadsgrenzen zou een taak van het gemeentebestuur moeten zijn.
Inhoudelijke overwegingen De commissie stelt vast dat aan het bestreden besluit een belangenafweging ten grondslag ligt: enerzijds het belang van het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit “kappen” en anderzijds het belang van het behoud van de bomen. Een omgevingsvergunning “kan” worden verleend indien de belangen van verlening opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand op basis van één of meer van de waarden van artikel 3.95 van de Verordening. Gelet op de “kan”-bepaling komt het college hierbij beoordelingsruimte toe. Aan de commissie ligt daarom de vraag voor of uw college in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen. Uw college heeft in deze het belang van het kappen van de bomen zwaarder laten wegen. De commissie stelt daarbij vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de te kappen bomen waardevol zijn gelet op aanwezige waarden zoals vermeld in artikel 3.95 van de Verordening. De door uw college gemaakte belangenafweging is echter uitvoeriger dan zoals weergegeven in het bestreden besluit. De commissie stelt vast dat het hier gaat om het ophogen van verhardingen met 40-50 cm vanwege verzakkingen in combinatie met de herinrichting van bestaand openbaar gebied conform de huidige regels/richtlijnen/maatvoeringen. Het ophogen is noodzakelijk vanwege wateroverlast bij regenval.
Van een planontwikkeling zoals gedefinieerd in de Structuurvisie Groen is volgens de commissie geen sprake. Uw college heeft het belang afgewogen van het behoud van de bomen ten opzichte van de noodzaak tot ophoging en herinrichting. Tussen partijen is niet in geschil dat de bomen een ophoging van 40-50 cm redelijkerwijs niet overleven. Bezwaarmaker stelt echter dat er methoden zijn die de bomen voorbereiden op een ophoging. Uw college had volgens bezwaarmaker eerder moeten beginnen met die voorbereiding zodat de platanen een ophoging wel hadden kunnen overleven. Volgens de commissie heeft uw college het bestreden besluit zorgvuldig voorbereid door bewoners van het Gloriantplantsoen te laten meedenken. Naar aanleiding van opmerkingen die tijdens en na de inloopavond voor bewoners zijn ontvangen, is het basisontwerpplan aangepast. Zo kan één van de vier aanwezige beeldbepalende platanen alsnog worden behouden omdat er rond de boom voldoende ruimte is, zodat het trottoir om de boom kan worden gelegd. Uw college heeft verder het door bezwaarmaker aangedragen alternatieve plan onderzocht wat heeft geresulteerd in alternatief plan A. Dit plan, waarin de te kappen platanen met boomnummers 23, 24 en 25 zouden kunnen worden behouden, is volgens uw college weliswaar technisch uitvoerbaar maar kost meer tijd/geld en heeft een andere inrichting van de openbare ruimte tot gevolg.
Volgens uw college brengt dit alternatief plan A meer en andere nadelen met zich dan het oorspronkelijke (basis)ontwerpplan dat ten grondslag ligt aan het bestreden besluit. Dat bezwaarmaker uw college eerder al heeft geadviseerd over boomsparende technieken, betekent niet dat die per direct kunnen worden toegepast. Uw college
pagina 6
heeft namelijk eerst moeten onderzoeken of een alternatief plan technisch haalbaar was maar ook of dat wenselijk was voor wat betreft tijd en inrichting van de openbare ruimte naar de huidige maatstaven. Aan het bestreden besluit ligt immers een belangenafweging ten grondslag. Uw college heeft ook onderzocht of de platanen met boomnummers 23, 24 en 25 kunnen worden verplant maar dat blijkt geen optie te zijn net als het liften van deze bomen. Volgens de commissie heeft uw college blijk gegeven van de waarde van de platanen met boomnummers 23, 24 en 25 en het streven naar het behoud van deze bomen. Gelet op de noodzaak/ urgentie van de ophoging van verhardingen van de openbare ruimte binnen het Gloriantplantsoen vanwege de afwatering, de tijd die nodig is om de bomen voor te bereiden op een ophoging en de kosten en de gevolgen voor de inrichting van de openbare ruimte, heeft uw college het belang van het verlenen van de omgevingsvergunning voor het kappen van de bomen zwaarder kunnen laten wegen dan het belang van het behoud van de bomen. De commissie wijst hierbij ook op de memo van 7 januari 2021 van Civiel Totaal B.V. met daarin de voor- en nadelen van het (basis)ontwerpplan en alternatief plan A.
De commissie vindt de door uw college genoemde argumenten om te kiezen voor het (basis)ontwerpplan, zoals die in de memo aan de gemeenteraad van 26 januari 2021 nader zijn toegelicht, mede gelet hierop valide, ook bij een mogelijk uitvoerbaar alternatief plan A. Uw college heeft in dit verband gewezen op de geconstateerde niet onaanzienlijke nadelen van alternatief plan A, zoals het moeten uitvoeren van het voetbalveld in verharding zodat deze ook bruikbaar is bij regen, dat een verhard voetbalveld tussen de flats zorgt voor overlast zodat dit geen gewenste locatie is, de meerkosten van € 60.000,- voor alternatief plan A en het (alsnog) aantasten van de conditie van de bomen bij het plaatsen van speeltoestellen in de ondergrond onder de bomen. De commissie is van oordeel dat uw college deze nadelen zwaarder heeft kunnen achten dan het belang van bezwaarmaker bij het handhaven van de platanen met boomnummers 23, 24 en 25. Uw college heeft daarbij kunnen betrekken dat er binnen de uitvoering van het (basis)ontwerpplan een mogelijkheid is gevonden om meer bomen terug te planten dan aanvankelijk in het bestreden besluit is voorzien. De commissie merkt op dat de communicatie met bezwaarmaker niet is verlopen zoals het zou moeten. Door de kerstvakantie is er pas in januari 2021 contact opgenomen met bezwaarmaker.
Telefonisch contact of een e-mail over de stand van zaken had ergernis bij bezwaarmaker kunnen voorkomen. Deze gebrekkige communicatie kan echter niet tot de conclusie leiden dat het bestreden besluit en de gevolgde bezwaarprocedure daarmee onrechtmatig of onzorgvuldig is. De commissie stelt vast dat in het verweerschrift van 16 oktober 2020 én in de memo aan de raad van 26 januari 2021 de toezegging is gedaan dat in plaats van de in het bestreden besluit opgenomen verplichting van zes bomen binnen het openbaar gebied van het Gloriantplantsoen, twaalf bomen worden herplant teneinde tegemoet te komen aan de impact van de te kappen platanen. Het college kiest volgens de raadsmemo voor wat betreft de plantmaat voor een zo groot mogelijke boom, zodat het huidige beeld sneller wordt hersteld. De commissie merkt op dat de voorschriften van het bestreden besluit hieraan moeten worden aangepast nu daarin is opgenomen dat er zes bomen worden herplant van passende grootte. De commissie merkt ook op dat in het verweerschrift is aangegeven dat de boomsoorten van de te herplanten bomen met de bewoners worden vastgesteld door middel van een enquête om daarmee invulling te geven aan de wensen van de bewoners.
De commissie merkt verder op dat de opmerking van de projectleider dat de drie platanen met boomnummers 23, 24 en 25 met 99% zekerheid blijven staan in een telefoongesprek tussen hem en bezwaarmaker op 4 november 2020, niet kan worden aangemerkt als een toezegging van uw college dat deze bomen niet zullen worden gekapt. Bovendien is er het voorbehoud gemaakt van financiering. Aan bezwaarmaker komt daarom op dit punt geen gerechtvaardigd beroep toe op het vertrouwensbeginsel. Het bestreden besluit kan volgens de commissie in stand blijven met aanvulling van de motivering die hiervoor en in het verweerschrift is opgenomen en de wijziging van de voorschriften over de herplant van bomen.
pagina 7
IV. conclusie en advies De commissie concludeert dat op grond van de gemaakte belangenafweging in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen. De commissie adviseert uw college: het bezwaarschrift ontvankelijk te verklaren; het bezwaarschrift ongegrond te verklaren; het bestreden besluit in stand te laten met dien verstande dat de motivering van het bestreden besluit wordt aangevuld zoals hiervoor onder III is overwogen en in de voorschriften wordt opgenomen dat niet zes maar twaalf bomen worden herplant met een zo groot mogelijke plantmaat.
Bezwaarschriftencommissie Gouda, 6 mei 2021 voorzitter
secretaris namens mevrouw mr. B. van Ginkel
de heer mr. P. Plambeck
J.M. Stedelaar
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Verslag hoorzitting 5 november 2020 Verslag hoorzitting 8 april 2021 E-mail 9 april 2021 nadere stukken college E-mail 18 april 2021 reactie bezwaarmaker
pagina 8